SCHELPENZAND
IS, WAS NEANDERTAL
HOE VER KUN JE TERUGGAAN MET GEUR?
PREHISTORISCH PARFUM? HOE RUIKT ZOIETS?
HOE RUIKT BETON BRUT?
Grappig verhaal kort: de moeder – een kranige 90something-vrouw nog steeds op zichzelf wonend – van de ex van een zus, had een tijdelijke terugval. Belandde in het ziekenhuis. Mijn zus ontfermde zich over moeders kanariepietje Ranja die ik een half jaar terug bij haar thuis voor eerst zag. Zong erop los. Ik vond wel om aan te horen, maar niet om aan te zien.
Miniscuul k-kooitje, nauwelijks beweegruimte. Ik moest iets ondernemen – in het klein kun je dingen doen die staan voor grotere idealen: ontvoeren. Zo gezegd zo gedaan. We hebben thuis namelijk een grotere kooi – en nog grotere volière. Het enige kleinkind – mijn oudste neef – van de schoonmoeder – begon te mopperen en te foeteren toen hij ervan hoorde: ‘Die ome Erik, die doet altijd maar wat, zonder overleg’. Maar toen hij tijdens Kerstmis Ranja’s nieuwe luxeverblijf zag, viel alle irritatie weg.
Mijn goedertierendheid ging een stap verder: Ranja zingt de sterren de van de hemel (voornamelijk om een vrouwtje te lokken), dus besloten we een popje te kopen. Liefde op het eerste gezicht: Ranja en Kierewiet (bedacht door mijn neef) vormen een gelukkig paar – en grootmoeder kon haar blijdschap niet op bij het zien van de short.
En zo komen we bij geur. Bij het schoonmaken van de kooi, viel mij de geur van het schelpenzand op. Droog, mineraal, ‘zonnig’, minty, soort van lekker. Een associatie met poederige witte musk met zoet ondertoontje. Ik naar de verpakking van Jan Koopman for Pets en lees: ‘Een mengeling van wit zand, oester- en zeeschelpjes en anijs voor een frisse geur’.
De geur van zand komt voor mijn gevoel dicht in de buurt van ‘oer’, van heel lang geleden toen de aap net uit de boom was gekropen – die goede oude Steentijd. Een nogal vergezochte inspiratiebron voor geuren, maar in deze doorgedraaide parfumwereld is plaats voor iedereen. Dus ook voor Neandertal (anno 2018) opgericht door kunstenaar Kentaro Yamada.
Bij het scrollen van zijn site vroeg ik me af: bestaat er een consument die alleen parfums koopt met kunst en filosofie als leidraad? Want de vragen die Yamada stelt, moet hij die zich wel stellen in relatie tot geur? Die zijn nogal ‘fundamenteel en existentieel’: ‘Waar komen we vandaan en waar gaan we heen?’ En ze zijn diepgaand: ‘Het bevraagt de status quo en de inherent egocentrische kijk van de mensheid op het universum en onze plaats daarin. Van de eerste mensachtigen die over de aarde liepen tot de onbekende toekomst in het ruimtetijdperk, Neandertal onderzoekt deze vragen’.
Vervolgens een verhaal over het verdwijnen van de Neanderthaler waar ik persoonlijk van begin te pfff-en. De twee geuren Is (verwijst naar het oneindige heden in witte flacon) en Was (verwijst naar het traditionele verleden in donkere flacon) ‘onderzoeken de analogieën tussen de nagalm van ons verleden en olfactorische resonantie. Het resultaat zijn eigentijdse, originele en experimentele geurstructuren, vrij van de conventionele en traditionele normen van de parfumerie’.
Kan er ook nog wel bij: ‘De geuren nemen ons mee op een olfactorische reis diep in het verleden van de mensheid en geven een stem aan een verloren cultuur waarvan het DNA vandaag de dag alleen nog via ons voortleeft. Tegelijkertijd vieren ze een toekomst die ze zelf nooit hebben kunnen zien’. Ik haak af.
Interessant, maar waarom in zo’n moeilijk kader geplaatst. Je wordt namelijk op de proef gesteld. Je moet raden of Is of Was door kunstmatige intelligentie of door neuzen – Isaac Sinclair, Fanny Grau, Nikolaj Koralevich van Symrise – is gemaakt? En ruik je het verschil? En zo ja: doet het ertoe?
Jammer: Is en Was willen te veel op ‘echte’ geuren lijken. De ingrediënten klinken oud en vertrouwd. Voor Was: top (maté, bergamot, kardemom, nootmuskaat), hart (geranium, kruidnagel, cistus, iris), basis: vanille, cederhout, vetiver, patchoeli, sandel, styrax, amber, musk. Voor Is: top (nootmuskaat, mirte, galbanum, bergamot), hart (vijg, aldehyden, viooltje, chocolade), basis: (suède, vetiver, patchoeli, sandel, musk, perubalsem, vanille). De geuren zullen vast lekker zijn, maar blijven toch gewoon variaties op een thema al decennialang, wat zeg ik, eeuwenlang populair in de industrie.
Er zijn blijkbaar genoeg consumenten die vallen voor deze ingewikkelde, intellectueel-artistieke benadering: de twee zijn inmiddels uitgebreid met Us en Them. Of zou het toch in eerste instantie de onderscheidende vorm en de presentatie van de flacons – gebaseerd op vuurstenen en vuistbijlen uit Norfolk – zijn, die mensen naar het merk trekt?
EAU DU BETON
Terugkomend op het schelpenzand. Dit ‘oermateriaal’ kun je voor mijn gevoel ook doortrekken naar nu. Want bij zeven hou je zand over. En dat is een belangrijk bestanddeel van – gewapend – beton. Een samenstelling van zand, grind of steenslag. En daar kun je je olfactorisch ook iets bij voorstellen: water, stof, cement – het wordt dan wel een basisgeur. Leuk als artistiek statement bij bijvoorbeeld de opening van een in beton gegoten gebouw. Of bij de nog net van de sloopkogel gespaarde kolos uit de ‘Brut-klasse’ – de ooit verguisde architectuurstijl die al een tijd in een ‘herwaarderingsroes’ verkeert.
Atelier Oblique dook in de wereld van Art Brut (2020) met een – ook hier weer – erg beproefde invulling en – ook hier weer – arti farti serieus: ‘Beton en poëzie. Ruwe schoonheid. Een huis als geur. Materiaal in overgang. Exterieur wordt interieur. Uitgestrektheid en vrijheid openen zich. Vorm volgt emotie. Emotie volgt zintuigen’.
Gevolgd door nog meer holle, bolle frasen artistiek ingekaderd: ‘Als een schilderij, een fantasie, omringd door radicale ruimte. Het geurbeeld – grote ruimtes gevuld met het geluid van groen, fluwelen bloemen en koel marmer. Architectuur ontmoet de natuur en spreekt poëzie’.
En de geur ruikt naar – in de opening – bamboe, kamille, bergamot en koriander. Het hart: viooltjesblad, saffraan en salie. Afgemaakt met leer, muskus, patchoeli en – zal wel niet – oud. Niet naar beton dat olfactorisch gewoon mogelijk moet zijn en een leukere uitdaging voor een neus of AI is lijkt mij, dan wat nu wordt voorgedragen.
En ondertussen voel ik me olfactorisch prettig gezind. Ik draag sinds een aantal dagen – lukraak uit een doos met klassiekers gepakt – Eau de Camille (1983) van Annick Goutal. Perfect timing blijkt. Heerlijk. Helder hemels op een bepaalde manier. Dauwfris. Kamperfoelie, jasmijn en andere lentetoetsen – een soort stimulans en aanmaning voor de natuur om de lente echt te laten uitbarsten en de temperatuur te laten stijgen.
Ben je in Londen: Neandertal heeft er zijn winkel. Arch 216, Ponsford Street London. Maan/vrijdag: 11.00 – 18.00. By appointment only.





































































































































































































