‘MONA DI ORIO-MOMENTJE’
HET WONDER VAN PARFUM
SUBTIELE ZWOELHEID IN VEEL GEDAANTEN
‘VOOR VEELEISENDE KENNERS ALS NIEUWSGIERIGE BEGINNERS’
Sommigen onder u zullen wellicht verbaasd zijn als ik zeg dat ik nog nooit van Madja Bekkali heb gehoord. Klopt. Tot vorige week. Toen greep ik – lukraak – een proefje van haar uit mijn samplevoorraad. Bij de naam dacht ik: ‘Laat maar’. Dat poëtische geneuzel over dromen, sterren en het oneindige in verband met parfum kennen we nu wel. Ook – al – in 2010 toen J’ai fait un rêve clair verscheen.
Maar wat een subtiele geur. Het begint nietszeggends zo van ‘zal wel’ – licht houtig fris (petitgrain) en licht zoet-groen (zwarte besblad). Al snel openbaart zich het wonder van parfum (reden waarom ik geuren nog steeds fascinerend vind omdat het af en toe nog gebeurt): een heerlijke jasmijn-neroli-combi die klassiek begint maar vervolgens ‘eigenaardige’ trekjes krijgt door een flinke hand komijn en elemi-hars. Hierbij voegt zich een gulle wolk jasmijn die door deze rokerige kruidigheid lijkt te smeulen.
Bij de eerste keer had ik een ‘Mona di Orio-momentje’: ook in J’ai fait un rêve clair ruiken klassieke ingrediënten anders dan standaard, worden anders tegen elkaar uitgespeeld. De tweede keer minder – het kan zijn dat ik te ‘dolgraag’ Di Orio in nieuwe gedaanten wil ervaren – omdat Mona elle-même waarschijnlijk alle ingrediënten nog meer had uitgelicht.
Dat maakt de basis er trouwens niet minder op en lijkt een ode op, doet bijna vintage aan, door zijn geaardheid. Niks geen poederig (witte) musk-getut of eendimensionale, maskerende vanille-finish (zoals nu zo vaak het geval is) die geuren straktrekt (zoals botox de huid) maar een volle gelaagdheid. Smaakmakers – naast hout (wit, guaiac- en cederhout en papyrus) – met duidelijke signatuur.
Ofwel, subtiele zwoelheid in veel gedaanten. De musk ruik ik niet zo goed, wel de donkere, balsemachtige warmte van de ‘natuurlijke musk’ (cistus labdanum). Daardoor slingert zich een droge wierooknoot die zich lekker thuis voelt bij de leer- en castoreum-injectie. Subtiel dierlijk. En dan die ‘vurige’ jasmijn die telkens voorbij komt zweven.
Misschien iets te subtiel – Di Orio had er wel raad mee geweten. En moet gezegd, hoe langer op de huid, hoe ik toch weer iets van Mona onderga. Deze subtiliteit komt misschien door de achtergrond van Majda Bekkali, want – het pr-offensief schiet nu uit zijn startblok – ‘ze werd geboren in een adellijke familie in Fez en groeide op te midden van voorouderlijke verhalen en artistieke schatten. Gefascineerd door de verhalen van haar voorouders – veroveraars, genezers of reizigers – ontwikkelde ze al op jonge leeftijd een passie voor schoonheid en creativiteit. Op achttienjarige leeftijd verhuisde ze naar Parijs om kunstgeschiedenis te studeren, waar ze haar nieuwsgierigheid en esthetische gevoeligheid verder kon ontwikkelen’.
Is het bescheidenheid dat hier niet verder op wordt ingegaan – me dunkt, zo’n achtergrond maakt nieuwsgierig.
Het sprookjesachtige narratief wordt vervolgd met: ‘Na een verrijkende carrière als parfumeur voor grote merken – geen namen worden genoemd; vreemd, wordt ze in deze hoedanigheid op Fragrantica vermeld? – richtte ze in 2009 haar parfumhuis op.
De uitsmijter: ‘Parfums die ware olfactorische kunstwerken zijn, vol betekenis en herinneringen, bedoeld voor zowel veeleisende kenners als nieuwsgierige beginners’. Dat is dan bepaald niet onbescheiden.
Benieuwd wat haar achternaam betekent? Ik wel. Bekkali heeft een Noord-Afrikaanse oorsprong – specifiek uit de Berberregio’s. Afgeleid van het Berberse ‘Akkali’ – zwart of donker. Als achternaam is het waarschijnlijk ontstaan als beschrijving, mogelijk verwijzend naar iemand met donker haar en/of dito huidskleur, of iemand die in een ‘donker’ of schaduwrijk gebied woont.
Check check double check: op Fragrantica wordt ze twee keer als neus opgevoerd. Zij het recent. Ze creëerde in 2019 vijf keer voor Kalahari Noème en in 2022 drie keer voor Genderfluid. Daarvoor wordt ze niet vermeld.














De overeenkomst tussen Lancôme en de nieuwe geur van het cosmeticahuis, Idôle? Het ‘dakje’ op de ‘o’. Slim gedaan, want hierdoor lees je beide woorden ‘in dezelfde sfeer’. Ook toegepast – herinnert u zich deze nog – op Hypnôse uit 2006 en nog verder terug op Ô (1969) en de variaties die daarop volgden.
Klinkt simpel, maar om deze twee bloemen perfect te laten shinen, werd door de drie – vanzelfsprekend vrouwelijke – neuzen de volgende variaties verzameld: Isparta-rozenblad-essence. Speciaal bewerkt voor Lancôme; geloof jij het? En hoe ruik je dat dan? Centifoliaroos-absoluut uit Grasse, rozenwater, grandiflorum-jasmijn uit India. Laatste ook speciaal bewerkt voor Lancôme – zelfde vraag.
Dat was een verrassing afgelopen nazomer bij de ‘portes ouvertes’ van distributeur Via K & Co in de buurt van Brussel: de ontmoeting met Bruno Truchon Bartès van La Manufacture. Twee redenen: het feit dat iemand het aandurft nóg een merk in de markt te zetten gewijd aan eau de cologne en de klassieke kwaliteit die het uitstraalt en waarmaakt.
We zien u terug na de volgende door marketing-message: ‘La Manufacture Parfums is een workshop ‘sans frontières’ voor ambachtelijke kunstenaars die grondstoffen transformeren en zich laten inspireren door kunst, emoties en persoonlijke ervaringen. Wat de geuren van La Manufacture Parfums hun elegantie en diepte geeft, is de poëzie van het verleden en de minutieuze aandacht voor de grondstoffen…
Zoals eau de colognes horen te ruiken, voor mij althans. Dus niet zoals de talloze, inmiddels van de markt verdwenen versies van Marc Jacobs of bijvoorbeeld Dior Homme Cologne (2013). Die zijn mat en tam, verkwikken niet echt. Doen die van La Manufacture wel. In een zin: klaterende frisheid op een subtiele basis van hout. En dus geen witte musk en geen calone of ander letterlijk supercool ingrediënt als finish.
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.
Kan d’r ook nog wel bij: het geld dat Katy Perry bijverdient met haar parfumlicentie voor Coty. Een fooi voor haar. Volgens mij merkt ze het niet eens aan haar rekeningcourant. Want volgens Forbes verdiende de popster aan haar Prismatic wereldtournee $ 135.000.000 in 2015.
WAT INDI IK EIGENLIJK?
Perfume telling is storytelling. Een goed, geloofwaardig en/of sprookjesachtig verhaal maakt een parfum verkooptechnisch interessanter. Mocht dit zo zijn… ik krijg spontaan medelijden met de beauty-advisors op de winkelvloer. Al die honderden verhalen die jaarlijks verschijnen moeten ze levendig en enthousiast weten over te brengen. Als het even kan telkens als was het de eerste keer. Alleen: hoe houdt zij/hij dit vol na drie keer een ontstaansgeschiedenis met – ik haat het woord in deze – passie te hebben gedeeld. Ook voel ik medelijden met de potentiële koper. Zit zij/hij hierop te wachten?
De laatste was de tante van de eerste zo nu blijkt. En dat was me er een! Haar eveneens turbulente leven zou het nu heel goed doen als biopic. Ze was beschermvrouwe van en bevriend met onder meer Jean Cocteau en Christian Dior, en een sleutelfiguur van de ‘café society’ tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.
Het effect: een bloemenaquarel waaruit de roos weer tevoorschijn komt. Nu omringd met fruitige en bloemige noten. Ofwel, peer omkranst door jasmijn, pioenroos, lelietje-van-dalen met een kruidig-musky ondertoon van engelwortel die als het ware het stokje van de roze peper overneemt.