Vraag: worden geuren door AI dommer? Antwoord: weet ik – nog – niet. En: hoe definieer je dom, of correcter gezegd, onwetendheid? Ik zeg: vul zelf maar een keer in. Onduidelijk is in ieder geval hoe veel geuren nu al in samenwerking met deze ‘invasieve entiteit’ worden gemaakt. Wie te vragen? Je kunt dan vanachter je smartphone niet om AI heen, ervanuit gaand dat kennis over deze recente ontwikkelingen waarschijnlijk nog níet in boeken in bibliotheken is te vinden.
DeepSeek antwoordt mij (ingekort waar nodig): ‘Ja, AI creëert geuren. Het landschap is verdeeld tussen het experiment en de commercie, waar AI momenteel een krachtig assistent is in plaats van een volwaardige vervanging voor parfumeurs.’
Voorbeelden volgen: ‘Het MIT Media Lab heeft Anemoia Device ontwikkeld dat generatieve AI gebruikt voor op maat gemaakte geuren op basis van foto’s.’ Daarnaast ‘heeft het Institute of Science Tokyo een OG Diffusion ontwikkeld dat formules genereert op basis van eenvoudige beschrijvingen zoals houtachtig of bloemig (door mensen als ‘echte geuren’ herkend).
Tenslotte: ‘Grote producenten zoals Givaudan en IFF gebruiken AI-tools (Carto, Ernest, Jennie) om de ontwikkeling te versnellen, consumentenvoorkeuren te voorspellen en parfumeurs te ondersteunen’. En ‘startups zoals Osmo werken aan digitalisering ter creatie van gepersonaliseerde parfums.’ Let wel: dit is wat DeepSeek aanlevert, want er gebeurt veel meer op dit gebied (wordt wellicht vervolgd).
Testing, testing, testing
DeepSeek sluit geruststellend af: ‘De industrie benadrukt dat AI het proces stroomlijnt en is bedoeld ter ondersteuning van parfumeurs, niet ter vervanging. AI kan repetitieve taken overnemen en data-gestuurde inzichten leveren. De toekomst van parfum ligt in samenwerking tussen mens en AI’.
Dat klinkt gezellig. Toch twijfel ik bij dat laatste gezien parfumcompositie uiteindelijk een trucje is uit dezelfde trukendoos. Hoeveel nieuwe – misschien wel door AI bedachte – ingrediënten ook verschijnen: ermee ‘spelen’ met bestaande ingrediënten blijft een kwestie van repetitie: welke combinatie maak je, welke niet?
Als je als neus steeds dezelfde door AI gegenereerde info (die alleen maar in omvang zal toenemen, waarschijnlijk niet ‘in kennis’) krijgt voorgeschoteld, zal dat uiteindelijk dezelfde voorspelbare formules opleveren. En dat laatste gebeurt ook al heel lang zónder AI in een wereld die door marketing, niet door creativiteit wordt geleid.
Mocht door AI begrippen als ‘beleving’, ‘authenticiteit’ en ‘emotie’ verloren raken (begrippen die dezelfde marketing zo graag plakt op de klassiek gemaakte parfums): deze ‘karaktertrekken’ zijn er volgens mij in de meeste gevallen al uit gezeefd (ook bij de exclusieve nicheparfums).
Los daarvan: ‘verdomming’, vervlakking en inwisselbaarheid ligt nu sowieso op de loer gezien het luxeconcern Kering (van François-Henri Pinault) met zijn geurportfolio – Creed, Gucci, Bottega Veneta, Balenciaga, Matière Première, Alexander McQueen, Pomellato – onlangs een joint venture is aangegaan voor een periode van vijftig jaar (absurde tijdsspanne) met L’Oréal.
Hoe groot de diversiteit aan creativiteit bij deze cosmeticagigant ook moge zijn, AI zal zeker nodig zijn. Al was het alleen maar om te waarschuwen voor eenheidsworst, doublures én de door hem aangeleverde domheid. Ofwel, hapklare brokken eenzijdigheid en daardoor vervlakking van kennis en daardoor ‘more of the same’ omdat iedereen gebruik van hetzelfde maakt.
Trouwens, van sommige geuren hoop je dat die al door AI zijn gefabriceerd. Voorbeeld: van de week had ik Thomas een paar dagen te logeren. Een vriendje van mijn tweelingzus (beide verstandelijk beperkt). Trots liet hij mij zijn nieuwe geurtje zien. Niet echt nodig: de indringende wolk was hem vooruitgesneld: een olfactorische ontregellaar van heb ik jou daar. Zou je kunnen typeren als een domme geur. Daar valt als creatief en artisanaal parfumeur geen eer aan te behalen, dat gun je gewoon AI.
De geur in kwestie, blijkt aan de hand van de gescande foto: UdV Night Pour Homme. De afkorting staat voor Ulric de Varens (een ‘klassieke’ naam in ‘het-onderste-plankje-van-de -drogisterij’-segment). De wervende tekst: ‘Geïnspireerd op de charme van een feestelijke sfeer… ware verleiding, die de delicate geur van fruitige noten (ananas, appel) en de betoverende allure van cederhout en kaneel onthult, en onomwonden de essentie van de deugd van houtachtige tederheid en tonkaboon blootlegt. Een Casanova-geur met een teder hart’.
Geurengoeroe oordeelt: bijna letterlijk adembenemend deze overdosed spicebomb van appel, kaneel en tonkaboon gedragen door heel veel – uiteraard synthetische – grijze amber. Prijs: rond € 8,00 (100ml).
ÉÉN EN AL ELEGANTIE, LEKKER TRUTTY-TUTTI ZO JE WIL
Ooit op de kop getikt in een oude apotheek op Curacao
Mochten ze nu bij Balenciaga een huishistoricus in dienst hebben, dan moet die eens goed de teksten en beelden nakijken die de marketingpiepeltjes de wereld insturen. Of ík zit ernaast: maar ik zie nergens dat de flacon gebruikt voor de nieuwe parfumcollectie (2025) gebaseerd is op een uit het archief.
De flacon in kwestie zou gebruikt zijn voor zijn eerste parfum Le Dix uit 1947 – genoemd naar het adres aan de Avenue George V (Parijs) waar Cristobal zijn couturehuis hield. Maar volgens mij is dat de geslepen ‘Guerlaineske’ flacon (standaard voor de meeste van Balenciaga’s vintage geuren). Zie foto links.
De ongeloofwaardigheid stijgt alleen maar bij dit pr-bericht: ‘Deze getrouwe replica van het origineel van Le Dix vergde vijftien jaar onderzoek. Ontdekt in de archieven, gescand en tot in het kleinste detail gereproduceerd’. Vijftien jaar onderzoek? Hoe groot zijn die archieven en waar bevinden zich die? Ja, dikke doei! Ontdekt in de archieven: logisch lijkt me. Het bijgeleverde bewijs lijkt eerder op een nieuwe, oud gemaakte foto – bij Balenciaga houden ze van ‘gepatineerde charme’ veroorzaakt door het verstrijken der tijd; zo ogen de etiketten versleten.
Nog ouder?
In ieder geval, Le Dix is ook een van de tien nieuwe geuren maar heeft compositorisch niets vandoen met het origineel. De nieuwe wordt omschreven als ‘gerevitaliseerd door de combinatie van iris-absolue met innovatieve, geïsoleerde iris-aldehyden (nog nooit van gehoord en ook niet te vinden op www), versterkt door viooltjesblad-absolue en essentiële oliën van wierook’.
Volgens mij was er een reden om de geur te revitaliseren: de opvallende en lang aanhoudende korianderwolk in de opening. Lang geleden dat ik zo ‘overtuigend’ koriander heb geroken: stoffig, kruidig met een lichtzoete ondertoon (hier opgepept door citrusnoten). Maakt de geur op de een of andere manier actueel (denk Comme des Garçons). En te moeilijk volgens de ongeschreven parfumwetten van nu: fris, vriendelijk, roodfruitig met musky feel moet het zijn.
Hierachter verbergt zich een heerlijke aldehyden-sluier met een klassieke bloemencombi van sierlijke roos en sensueel ylang-ylang. Ruik je goed, maar het is ‘uiteindelijk’ het viooltje dat de meeste aandacht opeist. Zoet, fris en puur maar niet banketbakkerijzoet – terwijl de koriander nog resoneert. Eerder bescheiden langzaam verdwijnend in een volle sandelhoutachtige basis met vanille als hoofdcomponent. Eén en al elegantie – lekker trutty-tutti zo je wil.
Le Dix wordt door geuringewijden N°5 met viooltjes genoemd. De link door de aldehyden begrijp ik, die zijn alleen in Balenciaga minder opdringerig (en inmiddels in N°5 eveneens). En Le Dix is in vergelijk sierlijker. Hier volgt een cliché: waar Le Dix een ‘wervelende’ jurk van chiffon met linten, pailleten en ruches is, is N°5 dezelfde jurk maar dan met minder ‘overbodige’ frutsels.
Het is alweer een tijd geleden dat ik een Opus uit The Library Collection van Amouage heb ‘gelezen’. Even kijken in mijn eigen omvangrijke oeuvre. Hmm, ik loop acht hoofdstukken achter. Opus VIII was de laatste. 2014 alweer. Durf niet eens te denken wat ik allemaal gemist heb, want: alle geuren van Amouage zijn uitmuntend (ik gebruik deze omschrijving zelden). Alleen, Amouage treft hetzelfde euvel als zoveel merken: het lanceert gewoon te veel – hou daar eens mee op.
Kleine kans naar ik vrees, want ik vernam uit welingelichte kringen dat Amouage mondiale schaalvergroting aan het nastreven is. Wat betreft Nederland – eerst te koop bij een klein aantal onafhankelijke parfumerieën, nu ook bij Skins en de Bijenkorf. Nou, dan weet je het wel.
Een ander dingetje. Heb een tijdje geleden Amouage een email gestuurd naar aanleiding van hun nieuwe attar-collectie. Ik vermeldde bescheiden dat ik vanaf hun eerste geur veel over ze heb geschreven. Had wat (vertaalde) posts meegestuurd, gelardeerd met lofuitingen én het verzoek of ze mij een proefpakketje konden toesturen gezien het in Nederland niet te koop is – was bereid te betalen. Niet eens bevestiging van mijn verstuurde verzoek ontvangen. Hmm, zal wel. So much for being approachable online. Maar genoeg gegeurzeurd.
Wat is dat toch fijn, dat je vanaf de eerste spray weet dat je een goede geur in handen hebt. Je ruikt kwaliteit, verfijning en diepgang. Laatste is eigenlijk vreemd omdat van een geur te zeggen, maar op Opus VIII (2025) is het toch van toepassing. Komt natuurlijk door het hoofdbestanddeel: hout. Pak een tak, pak een onbewerkte plank, kneus het, wrijf erover en je ruikt gelaagde natuur met veel nuances.
Met Opus VIII lijkt of je door een arboretum loopt – door de felle zomer uitgedroogd dat wel. Tijdens het verpozen ruik je impressies van diverse soorten bomen – het hangt in de lucht dat gevoel van warm hout, ‘bejaard’ groen en zand – die samen een intens, rijk en tevredenstellend natuurgevoel oproepen.
Eerst een klein zuchtje frisheid van kardemon en lavendel die snel het houtthema oppikt door cipres – ook fris en kruidig maar dan meer richting dennennaalden. Dit is nog maar het begin.
Echt hout ruik je nog steeds niet: wel de ijle lucht van jeneverbes (vaak geassocieerd met de geur van duinen en branding), wierook (verbrand hout in feite) en ‘tranen van de spar’ – denk zoetig, honingachtig met een vleugje terpentijn. Het effect: een mengeling van fris, ijl, groen, droog en ‘zand’. Een bos waar door droogte brandgevaar op de loer ligt. Energiek, smeulend, loom-warm tegelijkertijd.
En dan bundelt zich dit alles samen geholpen door extra sterke houtinjecties: palo santo (zoet, mirre-achtig), sandelhout (warm met roosachtig effect), cederhout (zonnig droog) en patchoeli (warm, vochtig). Heel merkwaardig: alle vier verspreiden hun eigen specifieke geur, terwijl ze samen tot een geheel harmoniseren. Voor mijn gevoel resteert en overheerst de palo santo en sandelhout als dry down. Een heerlijk, warm, beetje zwoel rijk dichter-bij-de-natuur-gevoel.
Het kan verkeren: ik über-enthousiast terwijl een vriendin van me droogjes opmerkte: ‘Doet de me denken aan Caran d’Ache’. Van de kleurpotloden. Ik snap de associatie, dat wel.
Amouage ziet de geur (van hout) als ‘de meest oeroude, meest natuurlijke vormen van kennis uit het verleden, terwijl het optimistisch blijft kijken naar de wijsheid die de toekomst nog zal brengen’.
JE RUIKT NIETS SCHERPS OF SCHEELS DAT WIJST OP SYNTHETISCH
‘Geurengoeroe wie of wat is Ojar?’ ‘Dank je voor de vraag. Ik lees op de homesite: opgericht door Sheikha Hind Bahwan, een alom gerespecteerde Omaanse persoonlijkheid en ondernemer, is Ojar voortgekomen uit haar diepe passie voor parfumerie en het rijke erfgoed en de cultuur van Oman. Verrijkt door de levendige contrasten, de warmte van de bevolking, de unieke ingrediënten en caleidoscoop aan kleuren, belichaamt Ojar de essentie van Oman.’ Alom gerespecteerd, warmte van de bevolking… fijn voor haar.
‘Nog een vraag?’ ‘Ja, betekent Ojar nog iets?’ ‘Ah, ik zie dat u een echte journalist bent – respect! Ojar is afgeleid van hojari, algemeen beschouwd als de fijnste kwaliteit wierook, afkomstig uit het Dhofar-gebergte in Oman. Met zijn rijke geschiedenis diepgeworteld in het sultanaat, heeft wierook een aanzienlijke culturele waarde en is het een belangrijk ingrediënt in collectie van Ojar’.
Ach ja, ik kijk er toch iets anders naar. Het merk is onderdeel van een algehele diversificatie in het Nabije Oosten: van olie naar van alles en nog wat met Dubai in de VAE als lichtend voorbeeld.
Parfum past Oman als een met geuren ingesmeerde handschoen, tenminste ervan uitgaand als je de oprichting van Amouage in 1983 als het startpunt beschouwt van niche (dat toen als begrip nog niet bestond) in deze regio met mondiale aspiraties. Inmiddels staat de teller van Omaanse merken op 25, allemaal recentelijk wat oprichtingsjaar betreft. Waaronder Ojar dus – van die ‘alom gerespecteerde Omaanse persoonlijkheid’.
Met onder andere Red Redemption (2022). Vind het nogal wat zo’n naam. Rode Verlossing. Wat moet ik me daarbij voorstellen – ik kan best wel filmisch denken, maar er komt geen beeld naar boven.
Het leuke aan het merk: het neemt zichzelf niet helemaal serieus in de zin dat je alle geuren kunt layeren. Ojar verwoordt het zo: ‘Met de Ojar-routine word je de regisseur van je eigen geurbeleving. Laat je meeslepen door de kunst van het combineren en meng de betoverende noten van Ojars uniseks-geuren tot een symfonie die jouw individualiteit weerspiegelt’.
Regisseur van je eigen geurbeleving, meeslepen, jouw individualiteit weerspiegelt… tut, tut, tut. Kan er ook nog wel bij: ‘Opmerkelijke veelzijdigheid, waardoor u een persoonlijke reis kunt beginnen en uw eigen unieke kenmerkende geur creëert.’ Alsof je een kunstcollectie cureert en/of een orkest dirigeert.
Dan de geur: Red Redemption is aldus de site ‘een gedurfde interpretatie van de ultieme mannelijke en krachtige roos. De topnoten van bloedsinaasappel en roze peper geven diepte aan de frisheid, terwijl de weelderigheid van amber en de mysterieuze intensiteit van vetiver de geur persoonlijkheid en kracht verlenen. Een charismatische combinatie, die de elegantie van de roos met haar vurige karakter combineert.’
Het leuke: de roos als ultiem mannelijk gepresenteerd. Inderdaad gewoon in Arabië, bij ons voor de gemiddelde parfumliefhebber nog steeds vrouwelijk. Het lekkere: de opening is prachtig – de bloedsinaasappel lijkt wel volgepropt met de roze peper, met een eigenaardig, ongewoon prikkelend-zoet effect. Dan komt de roos als het ware ‘vloeiend’ voorbij. Zoet, om niet te zeggen, superzoet met ‘bijsmaken’ van rood fruit vastgehouden door ‘witte’ amber.
Je moet diep de geur in om de ‘mysterieuze intensiteit’ van vetiver en eikenmos waar te nemen, maar op een gegeven moment ruik je door de zoete rozenweelde iets straks, droogs en donker die vervolgens verdwijnt in een bad van witte musk en vanille. Mooi ook: Red Redemption heeft een hoog natuurlijk gehalte. Je ruikt niets scherps of scheels dat wijst op synthetisch, mooi gemaskeerd dus. Ik had Red Redemption graag willen mengen, maar er zit geen ander proefje van Ojar in mijn ‘grabbelton’. Opvallend aan het proefje: geen spray, maar een roll-on (kun je ook met de absolute-versie ervaren). Soort van chic, soort van ‘tijd nemen voor’.
Gemaakt door Jordi Fernández. Even checken. Fragrantica: het bekende inwisselbare riedeltje: ‘senior parfumeur bij Givaudan. Geboren en getogen in Catalonië werd hij op jonge leeftijd aangetrokken wordt door de kunst van de parfumerie. In tegenstelling tot collega’s die een traditioneel pad volgden (ISIPCA Versailles), is Jordi autodidact.’ Ach gossie: ‘Hij haalt inspiratie uit zijn eigen emoties, dierbare herinneringen, mensen en voortdurende reizen’. Een lekkere woke-visie van hem als uitsmijter: ‘Parfumerie is een voortdurende vorm van creativiteit, een universele cultuur die alle diversiteiten verenigt.’
Opgepast: als een van laatsten in de rij creëerde hij onlangs voor Jean Paul Gaultier French Oud.
Gepakt uit mijn zelf gecreëerde geurgrabbelton: Secrets of Love. In kleiner corps en cursief geschreven Purple Love. Je zou er in slaap van vallen. Heb me ‘altijd’ verbaasd over het succes van de maker – M. Micaleff (maar dat heb ik wel met meer merken). Ik weet dat ik niet maatgevend ben en begrijp de uitstraling ook wel: ‘romantisch’, ‘chic’, ‘rijk’ en in cadeausfeer gepresenteerd – iets waar nog steeds veel vrouwen gevoelig voor zijn of denken dat ze er gevoelig voor moeten zijn – aangepraat door met geduldige ernst door de ‘Verenigde Parfumeurs’. Vraag niet waarom, maar ik associeer het merk op de een of andere manier met luxe hotels.
Dit schrijft Fragrantica: ‘M. Micallef werd in 1997 geïntroduceerd door Martine Micallef en Geoffrey Nejman in Grasse. Martine Micallef is kunstenaar en ontwerper die ook een schoonheidsinstituut in Cannes runt. Ze heeft 192 parfums in onze geurendatabase – de eerste 2002, de meest recente 2026’. Dat betekent gemiddeld acht per jaar, dat betekent dat het merk ook vastzit in de mallemolendoordraai-parfumindustrie.
Purple Love (gaap gaap) uit 2026 is een limited edition in de Secrets of Love-collectie (gaap gaap) en ontworpen ‘als een olfactorische verkenning van blijvende en intense genegenheid’ gepresenteerd in een dieppaarse, juweelachtige fles met gouden details, die de ambachtelijke en juwelen-geïnspireerde esthetiek weerspiegelt’ maar niet realiseert zou ik eraan willen toevoegen.
Wat ik me afvraag: gezien Martine Micaleff kunstenaar is, zou de presentatie van het geheel door haar gerealiseerd, haar artistieke visitekaartje zijn? In ieder geval aan de geur is niets arty-farty. Gewoon een brave invulling van een gourmand, dertien in een dozijn. Overheersende noten: amandel in de opening, chocolade en ylang-ylang in het hart, vanille in de basis. Banketbakkerijgenot dus. Er gebeurt natuurlijk meer: een flits van frisheid door bergamot en roze peper. In het hart valt eveneens een poeder- en biscuit-achtige noot op (M. Micallef houdt het op dat typische Franse koekje de madeleine) en de roos-oranjebloesemcombinatie. Maar verder, zal wel. Op naar de 193ste geur! En je kunt je ook afvragen of dit nog niche is.
Om het verhaal wat meer diepgang tegen, ging ik op zoek naar de symboliek van de kleur paars in geuren. Nou, en dat is dus het nadeel van www: je komt zoveel onzin tegen dat je de ‘waarheden’ omtrent paars ook niet meer echt serieus neemt. Zoals: ‘Paars in geur symboliseert luxe, verfijning en mysterie, en roept vaak een exotische of betoverende aantrekkingskracht op. Het wordt ook geassocieerd met creativiteit, wijsheid en kracht, wat een gevoel van elegantie en diepte weerspiegelt’ – aangeboden door AI die het heeft gekopieerd van: http://www.verywellmind.com rhinestonesu.com en http://www.mindbodygreen.com.
Als je niet meer in de grote stad woont, grote kans dat je trends mist. Op straat gebeurt meer dan je in de media leest. Gelukkig heb ik een vriendin die me af en toe wijst op opvallende nieuwe verschijnselen. Zoals de opkomst van Dubai-chocolade en de variatie daarop in ijssalons. Ik had ervan gehoord. De ontstaansgeschiedenis klinkt als een gelikte pr-campagne georganiseerd door de VVV van Dubai.
Ik lees min of meer hetzelfde in juichende onlineverhalen: ‘Het begon in het hart van Dubai, in de winkel Fix Desserts (hoeveel winkels de oprichter Sarah Hamouda inmiddels heeft is me onduidelijk), bekend om zijn unieke en luxueuze creaties, met als hoogtepunt de nu wereldberoemde Dubai Chocolate Bar. Begonnen als een exclusieve lekkernij gemaakt door chocolatiers voor lokale fijnproevers, groeide het uit tot een wereldwijde sociale media-sensatie. In 2024 gingen video’s viraal van mensen die hun eerste hap nemen van de knapperige, romige reep.’
Het recept: een mengsel van pistache, kadayif (traditioneel krokant Midden-Oostendessert bestaand uit deegdraden) en chocolade. Vergeet niet het belangrijkste ingrediënt: de prijs. Lekker duur, en dat prikkelt dus het snobappeal in combinatie met Dubai want dat staat voor een best wel grote groep consumenten gelijk met chic en duur.
Volgens die vriendin van mij bevindt zich in Slotervaart Amsterdam een ijssalon waar mensen ‘met de benen uithangen’ om de koude variatie op Dubaichocolade te bestellen.
Dubai Chocolate
Dat lekker duur heeft voornamelijk met de pistachenoot (ooit was pistache de duurste smaak in de ijssalon) zelf te maken: de laatste jaren enorm in prijs gestegen. De reden: hoewel al decennia te koop bij de gemiddelde notenbar, vormt nu de prijs geen belemmering meer. Van ‘doe maar 150 gram ongepeld’ naar een ‘pondje gepeld graag’.
Als regel geldt: hoe groener (die richting gifgroen-neon kan gaan) de pistache (oorspronkelijke habitat Iran, Afghanistan en omstreken waar ze nog steeds geteeld worden) des te duurder (let op namaak: door de populariteit worden nu ook kleurstoffen toegevoegd).
De Turkse variant uit Gaziantep kost zo’n € 45,00 euro per kilo, de Californische variant €15,00. De prijzen zullen in de nabij toekomst waarschijnlijk dalen omdat wijnboeren uit Spanje en Zuid-Frankrijk vanwege de klimaatverandering zijn overgestapt op het telen van pistache.
Terzijde: de pistachegekte heeft inmiddels ook de prijsvechters bereikt: bij Lidl kocht ik een pistachepasta (als variatie op pindakaas) met korting. Ik was niet onder de indruk.
Niet vreemd dus dat deze sensatie inmiddels in geur gevangen is. Voorheen voornamelijk als detail – en dat moet je dan net maar ruiken. Sinds kort als hoofdversierder: Yum Pistachio Gelato (2023) van Kayali Fragrances, Eclaire Pistache (idem) van Lattafa Perfumes en – what’s in a name – Odyssey Dubai Chocolat(2025) van Armaf.
Én: Sun Ice (2024) van Librery Parfum. Het merk – ook nieuw voor mij – behandel ik nu niet. Misschien als ik nog een geur van ze bespreek. Hoop eigenlijk van niet, want de zelfvoldaanheid en zelfbevestiging doet, al lezende, pijn aan de ogen.
Mijn eerste indruk: de geur lijkt in de war; alle smaken lopen door elkaar heen, zoals dat ook kan gebeuren als je een coup met te veel bolletjes hebt besteld. Alles smelt samen tot een sensuele-poederige ‘massa’. Ik snap het wel: voor zon neem je zoete, stralende noten, voor ijs iets frisse accenten en voor pistache raadpleeg je de banketbakker.
Na de kortstondige uitbarsting van frisse noten (zwarte bes, bergamot), ruik je al snel de pistache (niet uit de plant afkomstig maar een mix van geurmoleculen die samen pistache maken). Slim wordt die gekoppeld aan de heliotroop met zijn poederig-gourmandachtige noten. Toffee versterkt het gourmandeffect – ik heb de hele tijd het idee dat ik een macaron gelaagd met pistache ruik. De appel verklaart misschien de bescheiden fris-zure nuance.
De basis is klassiek vertrouwd: een oosterse melange van amber, tonkaboon, musk en vanille geschraagd door sandel- en cederhout. En daardoor ook voorspelbaar als de pistachesensatie is verdwenen. Het geheel had voor mij wel wat intenser en explicieter gemogen – zoals Mugler dat ooit als eerste met chocolade deed in Angel (1991).
De geur heeft zeker een gourmand-feel en is zonnig maar zonder ice-effect – want frisheid ervaar ik niet echt. Ik vraag me als provinciaal ondertussen af of Magnum inmiddels deze guilty pleasure ook in het koelvak heeft liggen – ja hoor.
Een column van Thomas van Luyn – zie foto onder – in het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag. Mailde mijn overbuurvrouw van 81 die gek is op de cabaretier, schrijver, acteur. Ze vroeg mijn mening gezien mijn kennis van zaken. Ik las het. Moet ik me hier druk om maken? In dit geval om de gespeelde onwetendheid en gemakzucht. Het is al zo warm. Toch wel.
Ik zeg: ontdek de clichés, de fouten, het politiek correcte en de flauwiteiten geserveerd over de ‘parfumhoofdstad van de wereld’: Grasse.
Hij begint met: ‘De hoofdstad van de parfumwereld is Grasse. Dat vinden althans de Fransen, die wel van meer dingen de hoofdstad menen te hebben. Zo vinden ze dat Bayonne de hoofdstad van de chocolade is en Marseille die van de zeep, producten waarvan de rest van de wereld de hoofdstad respectievelijk in Brussel en Aleppo plaatst’.
Mijn commentaar: hoe je het ook wendt of keert: Grasse is het gewoon, heeft geen zin om daar andere steden met ‘gelijkwaardige’ claims bij te halen. Mocht je het betwijfelen, dan kun je – politiek correct – aanvoeren dat het een nogal eurocentrische blik op de parfumwereld is, gezien Arabië en India even belangrijk zijn geweest. Europa rust op de schouders van deze twee. En misschien ook nog wel op deze: de eeuwenoude Chinese parfumcultuur – op dit moment opnieuw in de belangstelling – die door Mao en zijn ‘Gang of Four’ met de grond is gelijk gemaakt: ‘lekker willen ruiken’ stond tijdens het communisme gelijk met westerse decadentie.
Naar wordt beweerd: geparfumeerde handschoen van Marie-Antoinette
Van Luyn vervolgt: ‘Maar Grasse is inderdaad de bakermat van parfumerie op industriële schaal, deels dankzij het gunstige klimaat waarin lavendel en citrusbomen zich prettig voelen, deels dankzij de scheikunde waarin Frankrijk in de 18de eeuw vooropliep.’
Mijn commentaar: véél eerder vooropliep door de in Grasse al aanwezige leerindustrie (met name handschoenen). To be more specific: het handschoenmakersgilde behoorde in Frankrijk tot de belangrijkste en kreeg al in 1268 in Parijs een officiële status. Omdat bij het looiproces stinkende afvalstoffen vrijkwamen, moesten handschoenen en lederwaren geparfumeerd worden. Een belangrijk startpunt voor het ontstaan van de parfumerie in Grasse. Na de oogst werden de diverse essentiële oliën – al persend, al destillerend, al enfleurerend, al tincturerend – uit de bloemen geëxtraheerd en in het leer gewreven waardoor de stank verdween. Tot 1791 (toen gilden werden opgeheven) was gantier-parfumeur een veel voorkomend beroep.
En de ontwikkeling van de commerciële parfumindustrie kwam door doorbraken in de scheikunde inderdaad in een stroomversnelling, alleen een eeuw later. Door de uitvinding van synthetische ingrediënten konden geuren in grotere hoeveelheden geproduceerd worden. Coumarine – het molecuul ruikend naar vers gemaaid hooi drogend in de augustuszon met accenten van vanillezoet tonkaboon en tussen de vingers fijngewreven zoete klaver – in 1868 uitgevonden door William Henry Perkin wordt wel gezien het startpunt van de moderne parfumerie.
Van Luyn vervolgt: ‘En tenslotte dankzij ouderwets gewetenloos ondernemerschap; in Grasse zijn ze maar wát trots op Grassenaren zoals de parfumeur die volgens de legende in Keulen het recept voor eau de cologne stal van de uitvinder, en ook op de koloniale uitbuiter die plantages door de hele wereld opzette waar planten en bloemen gekweekt werden voor de exotische oliën. Ze weten wel dat een en ander geen schoonheidsprijzen verdient, maar daartegenover staat dat in de 19de eeuw de fabrieksrook nergens ter wereld lekkerder geurde dan die te Grasse’.
Mijn commentaar: gewetenloos ondernemerschap? Hoe gaat dat in zijn werk? Daarnaast: wie de uitvinder is van Keuls water, daar verschillen de meningen. Waar de wetenschappers het over eens zijn: het was geen ‘Grassenaar’, eerder een Italiaan. On dit: Johan Paul de Feminis. Men zegt: Johann Maria Farina.
Ook makkelijk inkoppen: met terugwerkende kracht een stad verwijten dat het mede verantwoordelijk is voor slaaf gemaakten. De maat meten met postkoloniale argumenten. Verplichte verontwaardiging met humor opgediend. Pff. Ik zeg: uitbuiting zonder gewetensnood was toen het leidend principe in heel Europa – goedgekeurd door Rome. De Verlichting was nog niet tot iedereen doorgedrongen. En ‘koloniale uitbuiters van plantages’ konden er ter plekke – lees: Grasse en omgeving – ook wat van. Voor een paar sous moesten lokale ‘verworpenen der aarde’ bij dageraad lelietje-van-dalen, roos, jasmijn, tuberoos en wat dies meer zij plukken om decadent Versailles van Lodewijk XIII tot en met Lodewijk XVIII olfactorisch op te beuren.
Van Luyn vervolgt: ‘Het Musée International de la Parfumerie de Grasse is dan ook een bezoekje waard, al was het maar omdat de Provence verder eigenlijk best wel saai is’.
Mijn commentaar: Bezoekje. Verkleinwoord. Leg uit. Eigenlijk best wel saai. Leg uit. Cabaretpubliek wil lachen om mallotige vooroordelen, maar ook een verklaring daarvoor waardoor het nog harder kan bulderen: ‘Heb u dat nou ook, je komt Musée International de la Parfumerie de Grasse binnen en…’
Van Luyn vervolgt: ‘Voor parfumliefhebbers is het een waar bedevaartsoord. Hier kan men ruiken aan echt vetivergras, zich aan levende patchouliplanten vergapen en synthetische luchtjes als aldehyde en ambroxan in zuivere vorm opsnuiven’.
Mijn commentaar: patchoeli verkeerd geschreven. Tant pis, maar afgezien daarvan: ‘een waar’, ‘vergapen’, ‘luchtjes’, ‘opsnuiven’. Wat een cliché-getut.
Van Luyn vervolgt: ‘In vitrines staan talloze – stoflap – olfactorische artefacten, van vijfduizend jaar oude Egyptische parfumkruikjes tot het allereerste flesje Chanel No. 5 met onderin de originele ingedikte bruine drab’. Drab, duidelijk hoe Van Luyn in het verhaal staat – wordt in weldoorrookte kringen residu en bezinksel genoemd.
Van Luyn vervolgt: ‘Het flesje alleen al is prachtig, een revolutionair stukje minimalisme als je het ziet staan naast alle pompeuze, versierde frutselflesjes die daarvóór kwamen. Ik vond het diep ontroerend’.
Mijn commentaar: Flesjes? In de parfumerie wordt gesproken over flacons. En die mogen voor Van Luyn gefrutseld overkomen. Ik noem slechts één naam: René Lalique. Die heeft aangetoond dat de door zijn art nouveau geïnspireerde bloemen, druiven en reptielen attractief (inmiddels ook museumwaardig) art décoratif gefrutsel heeft opgeleverd. Hoeft niet je smaak te zijn, kwaliteit heeft het zeker. Ik noem Soir Antique (1927) – een poëtische gedachte geplakt op een No. 5-flacon. ‘Diep ontroerend’- wink, wink.
Van Luyn vervolgt: ‘Ook mocht ik er aan ingrediënten ruiken die inmiddels verboden zijn omdat ze gewonnen werden door dieren te pijnigen. Tegenwoordig bestaan daar synthetische alternatieven voor, maar wellicht dat die niet lang meer nodig zijn.’
‘Frutselflesje’ van Lalique
Nu wordt de cabaretier in hem wakker: ‘Want kweekvlees zit eraan te komen. Dat hoeft zich immers niet te beperken tot kipfilet. Ik verheug mij al enige tijd op diervriendelijke krokodillenbiefstuk, olifantenribbetjes en brilslangfilet, en daar in het museum zag ik in een flits voor me hoe ook de anaalklieren van een bever in een petrischaaltje gekweekt kunnen worden om castoreum te maken, het originele ingrediënt van Guerlains beroemde parfum Shalimar, alsmede de genitale klieren van het muskushert voor Kiehl’s Original Musk. Let op mijn woorden, dit gaat echt gebeuren’.
Mijn commentaar: bij mijn (en ander) weten zit er in Shalimars originele formule geen bevergeil, wel echte musk en civet. Ik kan me vergissen. Original Musk. Ook zo iets. Meer een kwestie van storytelling dan historisch correct: Kiehl’s beweert dat het voor het eerst werd gemaakt in de jaren 20, herontdekt in de jaren 50 en vervolgens opnieuw gelanceerd in 1963. Geen officiële documentatie die dit ondersteunt, alleen verhalen van Kiehl’s. Ik verwacht niet van Van Luyn dat hij dit allemaal onderzoekt, maar klakkeloos iets overnemen omdat je van het onderwerp geen weet hebt, en dus het gebodene voor waar aanneemt… ik weet het niet. Je kunt het ook niet vermelden.
Van Luyn vervolgt: ‘In de museumwinkel lag natuurlijk Het parfum van Süskind, het boek waarin de hoofdpersoon op lugubere wijze probeert de geur van jonge vrouwen te extraheren. Gedachteloos pakte ik het op, en op dat moment zag ik in een flits de volgende, onvermijdelijke ontwikkeling van kweekvlees: mensenvlees! Natuurlijk! De ultieme decadentie! Wie is er niet benieuwd hoe het smaakt? Alleen strenge, religieus-ingegeven wetten kunnen dat tegenhouden, iets wat het liberale Europa niet zal toelaten. En daarna is het nog maar een kleine stap naar een handtasje van mensenleer. Of een lampenkap, zoals in The Texas Chainsaw Massacre. Of een heel pak van mensenhuid, zoals in The Silence of the Lambs. En dan kan Urbanus eindelijk, zoals hij zingt in Madammen met een bontjas, champagneflessen stoppen met madammentenen. Of parfumflesjes! Ha!
Mijn commentaar: hier is Van Luyn waar hij moet zijn. Grappend voorziet hij een actueel onderwerp – kweekvlees – van ludiek commentaar en gaat vervolgens van de ene absurditeit – mensenvlees – naar de andere vervreemding: lampenkamp.
Het laatste – Urbanus, parfumflesjes – ontgaat me, maar ik voeg een ander visioen toe. Het zal me niet verbazen dat in de zoektocht naar ultieme decadentie bloemen – Kim Kardashian en haar één procent vriendenkring moeten toch wat – met behulp van de enfleuragetechniek weer in reuzel worden gestopt zoals weleer. Ik ben heel niewsgierig of de uiteindelijk verkregen absolue (het is een arbeidsinstensief proces slaven gemaakt waardig) de jasmijn bijvoorbeeld anders doet ruiken.
ONGEWONE COMBI DIE BIJ NADER INZIEN VANZELFSPREKEND WORDT
OP BEZOEK IN DE SOUK
CHYPRE IN DISGUISE
Ik vraag me wel eens af: bij al die talrijke bombastische explosies verkocht onder de noemer niche – denk aan Arabisch geïnspireerde parfums wel of niet geproduceerd in deze regio: wordt subtiliteit nog wel herkend? Neemt ‘men’ nog de tijd – door alle overrompelende oudh- en roosessences heen – dieper door te dringen tot een compositie? Of is het gewoon een kwestie ‘van horen zeggen’ (bij de kapper bijvoorbeeld of van een ‘influencer’), toeval (je verveelde je op het vliegveld en stapte ‘dan maar’ even een tax free binnen) of het overtuigende verkooppraatje van dienstdoende verkoper: ‘Die maar doen dan?’
Het is ook godsonmogelijk om tot je ware parfum(s) te komen gezien het – heb het al vaak gezegd – intimiderende aanbod. Binnen één merk is dit al bijna onmogelijk gezien velen daarvan een mini-parfumerie an sich zijn: je kunt nowadays je hele leven trouw zijn aan één merk zonder parfumtrends te missen.
En zo kom ik weer eens bij Ormonde Jayne (London) terecht. Opgericht door Linda Pilkington in 2002. Nooit begrepen waarom ze haar eigen naam niet als firmanaam heeft gebruikt. Pilkington was niche, voor niche echt big werd. Hoewel de presentatie slaapverwekkend saai en de inspiratie niet echt bijster origineel, is de inhoud vaak prachtig. Ze maakt ongewone combinaties, die bij nader inzien eigenlijk niet meer dan logisch zijn – niche in een notendop.
Ik onderga dit gevoel bij Sakura – met merkwaardigerwijze een ander olfactief profiel op het proefje dan op Ormonde Jayne’s officiële site. Althans, volgens mij heeft Ormonde Jayne de promotekst van Sakura per ongeluk verwisseld met Muscat. Heb een nette mail daarover gestuurd, maar nog geen antwoord gekregen.
Muscat (2021) is een eerbetoon aan de hoofdstad van het sultanaat Oman, ‘genesteld tussen het Hajargebergte en de grootste aaneengesloten zandwoestijn, een serene natuurlijke haven, gesierd door romantische dhows met enorme zeilen wapperend in de warme lucht, doordrenkt met een melange van kardemom, saffraan, kaneel, wierook, dadel en kruidnagel die vanuit de souk opstijgt. Al tweeduizend jaar een strategische haven, een schakel tussen Oost en West op de specerijenroutes’. Aldus het promopraatje. Zoals gezegd: niet bijster origineel zo’n specerijroute-geïnspireerde geur (valt ‘niet voor niets’ in de La Route de la Soie-serie). Zoals gezegd: de inhoud is prachtig.
Hier openbaart zich Pilkingtons gave: het zoeken naar niet vaak gebruikte ingrediënten passend bij de inspiratiebron die je het gevoel geven het idee nog intenser te beleven, het idee waarachtiger maakt. Iets wat ze deelt met Serge Lutens zij het iets braver.
Ik ben ooit in het Midden-Oosten geweest voor een parfumsnoepreisje. En dan weet je en ervaar je dat daar de ochtend niet crisp en fris van start gaat… de warmte blijft in de nacht gevangen, geeft het door aan de dageraad – dus is het eigenlijk onlogisch een geur in de opening te laten tintelen door citrusnoten. Wél door amberachtige accenten die smeulen aldus Pilkinton. In dit geval een melange van droog zoet-sensueel saffraan, een wolkje kaneel en dadel.
Laatste meen ik duidelijk te herkennen (ben er gek op, eet ze regelmatig van vers tot bijna uitgedroogd). De geur ervan nijgt naar vanille, maar met een meer intens zonnig en rum-achtige nuance… alsof je op bezoek in de souk bent. Hierbij voegt zich de roos, die niet straalt door de zon maar door rokerig wierook. En toch heeft de roos ook iets zoetigs. Dat komt op conto van halwa; de inmiddels bij ons ook soort van ingeburgerde ‘exotische’ suikergoedpasta gemaakt van bloem, boter, oliën, saffraan, rozenwater, melk, cacaopoeder en suiker.
Voor zowel halwa als dadel geldt: de geur wordt niet aan deze twee onttrokken maar zijn een compositie van bestaande geurmoleculen om zich dicht mogelijk in de buurt te komen van het ‘parfumprofiel’ van beide ingrediënten.
De afronding versterkt het oriëntaalse karakter subtiel: niet te veel oudh omringd door een krans van eikenmos, kardemom en vanille. Je moet trouwens flinks snuiven om de mos te detecteren. Maar eenmaal gespot, dan ga je zowaar denken dat je te maken hebt met een chypre in disguise, een chypre geboren in het Midden-Oosten.
En als je gelooft dat parfum sprookjesachtige taferelen oproepen, ga dan mee in de voorstelling van Ormonde Jayne zelf: ‘Draag Muscat met lichte zijde terwijl je je ongrijpbaar een weg baant door de medina, een bal of een soirée, en laat een emotionele, mysterieuze en betoverende geur achter’.
Los daarvan: Muscat is een mooie subtiele ‘alternatieve’ oosterse geur die je eveneens kunt dragen terwijl de temperatuur richting veertig graden gaat. Je laat een geur meegaan met de ‘gevoelstemperatuur’ of straft hem af met een koude douche – een eau de cologne. Met Royal Riesling (2009) bijvoorbeeld van 4711 – ook voor mij een van de betere geuren van het eerste decennium. Net weer ontdekt, een soort milde Ô van Lancôme. En lekker dat-ie is.
Voor mij nog steeds een van lekkerste instantverfrissers: 4711 – eau de ‘coologne’
Ik meen het echt: hoe warmer hoe beter. Wat temperatuur betreft dan. Alleen wat ik dan niet wil zoals nu: door de media – televisie, krant, online – te worden aangesproken als een klein kind of bejaarde met actieve herinneringsbelemmeringen. Hitteprotocol; oppassen geblazen! Mijn God, wat een constante stroom aan geprutteltut. ‘Trek luchtige kleding aan’, ‘Smeer je goed in’, ‘Drink voldoende’, ‘Code oranje’, ‘Is dit het nieuwe normaal?’ Enz. Enz.
Wat ik wél wil en dus heel vaak doe: me overgieten met een strakke, witte musk-vrij eau de cologne. Na een fietstocht vanochtend van een uur, liep ik thuis naar de badkamer, ontkleedde me, splashte 4711 over mijn bezwete lijf en leden en, smeerde dat goed uit met een ijskoud natgemaakt washandje. Heerlijk – ik ruik nu nog de citrus en rozemarijn. Herhaal naar believen – ik ga het morgen doen met Clarins’ Eau Ressourçante: terugruikend toch een van de betere geuren uit de jaren nul van dit nieuwe millennium.
Bergamotplant, hanenkam, monardo
Vóór mijn fietstocht, was ik de tuin aan besproeien. Met name de nieuwe planten. Nu hoop ik toch zo dat de drie aangeschafte hanenkammen volgend jaar weer zullen ‘kraaien’. De tot nu toe gekochte exemplaren heb ik niet meer teruggezien. Een tante van mij had vroeger hele grote struiken ervan in de achtertuin staan. Vond het prachtig.
Ik stond toen als klein kind niet stil bij de geur. Het was voornamelijk de naam (die ‘klopt’) en de statige bloeiwijze. Toen ik járen later de plant terugzag in de tuin van mijn schoonmoeder, zei ik: ‘Ah, wat leuk, hanenkammen!’ ‘Nee’, zei ze enigszins teleurgesteld (op de hoogte van mijn professionele parfumactiviteiten), ‘het is de bergamotplant, ruikt naar eau de cologne!’
Dat wist ik inmiddels – frappant nog steeds als je je neus erin zet: je ruikt iets wat lijkt op bergamot. Maar het heeft bij lange na niet de subtiliteit en verfijning van the real bergamot – reden wellicht dat de bergamotplant ook wel bekend is als wilde bergamot (en natuurlijk als monarda en als hanenkam).
En toen schoot me weer een vreemd voorval te binnen. Ik gaf jaren geleden eens een parfumpraatje voor een groep tuinliefhebbers. Ik had een verhaal bedacht over een ‘chronologisch’ parfum. Ofwel, een parfum gemaakt van de verschillende bloemen die ‘het seizoen volgen’, te beginnen met vergeet-me-nietje, eindigend met een ‘herfstroos’.
The real bergamot
Komt een vrouw na afloop naar mij toe en begint te praten over het plezier dat zij altijd had van bergamot. Ik keuvel gezellig mee en zeg dat je die citrusvrucht nog zo mooi en puur ruikt in openingen van sommige klassieke Guerlainparfums – met name Shalimar. Ze keek me vreemd aan. Nee dat bedoelde ze niet. Ze had het over die plant, ja hanenkam, en dat daar dus eau de cologne van wordt gemaakt. Pff, where do I begin? Ik voorzichtig zeggen dat dat niet zo is, dat de geur van bergamot afkomstig van de citrusvrucht… u kent het wel.
Ging er bij haar niet in. En het was ‘ook zo lekker in earl grey thee’. Ik nog een keer: ‘Mevrouw, monarda mag dan wel ruiken naar bergamot, het kan er alleen niet aan onttrokken worden en vervolgens als essentiële olie gebruikt in parfums, thee’ (en inmiddels ook in allerlei culinaire verwennerijen). Ze liep weg met een verongelijkte blik in haar ogen. Je zag haar denken ‘oplichter, charlatan, en die wordt er nog voor betaald ook om dit soort ‘alternative fragrance facts’ de wereld in te slingeren.
Zal wel weer niet, wist het nog niet, of beter gezegd: stond er niet bij stil. De bergamotplant (oorsprong Noord-Amerika waar de natives het gebruikten als smaakmaker en medicijn) wordt nu conform de voedselbos- en alternatieve, inmiddels salonfähige vegan restaurants verwerkt in salades, gelei, frisdranken, thee en culinair decoratiemateriaal.
Tenslotte, tijdens het verhuizen van mijn parfumatelier, kom ik heel wat oude bekenden tegen. Naast mijn zoektocht naar eau de cologne – hitteprotocol volgen! – zie ik ook Vetiver van Etro. Flacon uit 1989 en nog niets van charme verloren: ‘Lekker, droog, gras, hooi’. Vergelijkbaar met de vintageversies van Guerlain en Annick Goutal. Ik liet hem mijn geregistreerde partner proberen, zo van: ‘Ruik eens.’ Wat blijkt een dag later: hij vindt’m lekkerder dan die van Parfum d’Empire die ik dit jaar voor zijn verjaardag had gekocht.
Eau Ressourçante: een van de betere geuren uit de jaren nul
Zal toch wel niet? Die beroemdste balletdanseres uit de geschiedenis na zoveel jaar weer met een parfum vereerd. De geur – The Swan uit 2024 – heeft ook een ondertitel: Never Lost or Forgotten. Het laatste is misschien waar, het eerste niet. Daar is volgens mij helemaal geen sprake van.
Wie moet Anna Pavlova dan níet verloren hebben? Zo toch maar even Wiki-pediaën. De geur is in ieder geval geproduceerd door Botanicae – het merk met eveneens een ondertitel: expressions. ‘Whatever!’ denk ik dan.
De ‘interessante klinkende’ firmanaam is bedacht, want het woord bestaat niet. Wel botanica, en dat behoeft geen uitleg. Ik word bijna kwaad als ik de beweegredenen lees inzake de oprichting. Come on! Maakt de nieuwe generatie niche-geurmakers allemaal gebruik van dezelfde marketingschool? Inwisselbare interessantdoenerij.
Want: ‘We zijn altijd al reizigers, ondernemers en nieuwsgierigen geweest’. Gôh, je meent het: ‘In 2012 begonnen we onze reis in de parfumindustrie en hadden we het geluk onze kennis in het Midden-Oosten verder te kunnen ontwikkelen. Parfum is daar cultuur en in elk huis worden ingrediënten en hun mengsels van generatie op generatie doorgegeven’. Zou’t echt?
Gaap, gaap: ‘Emiraten, Iran, Saoedi-Arabië, Oman, Libanon, India, Pakistan… Onze ervaring groeide. We reisden door Oost-Afrika en Zuid-Azië. Een spannende periode die ons leerde onze ogen te openen voor andere culturen, hun geuren en tradities. Eind 2018 riep de Middellandse Zee ons terug en keerden we terug naar huis. Van daaruit blijven we reizen en wortel schieten.’
Povere flacon voor ‘zulk een groot kunstenaar’
Dit is wel heel erg: ‘Nu distilleren we onze verhalen om hun essentie te extraheren en te bewaren via onze parfums’. Inside barf of outside barf?
‘Met multinationals – vraag: welke? – werken we met de historische merken – vraag: welke? – van de regio – vraag: welke? Voor hen coördineren we de formulering en leveren we parfums (ik snap er niets van). Dan de laatse zin: ‘Terwijl we eindeloos met elkaar praten onder het genot van een kop thee’.
Opvallend: Anna Pavlova – geboren 1881 – moet wel heel belangrijk voor de oprichters zijn: ze is de enige persoon in de 22 geuren tellende collectie vernoemd naar een celebrity avant la lettre. Leuk weetje ‘voor ons’: ze overleed in Den Haag in 1931. Haar doorbraak: in 1907 met de vertolking van De stervende zwaan – een speciaal voor haar gemaakte choreografie. Men zegt Pavlova dit ongeveer 4.000 keer heeft uitgevoerd. Meer weten: Anna Pavlova
Toch wel een dingetje: hoe interpreteer je een bekend persoon olfactorisch? In het begin, in het begin van niche dus, vond ik het wel leuk wat Histoires de Parfums en Parfums d’Empire deden (allebei doorgegroeid en gestopt met aan historische personen gerelateerde geuren). Inmiddels is het bijna gratuit en bijna absurd geworden. Want echt in een persoon verdiepen doet de parfumindustrie pas tellement.
Geldt ook voor de compositie van The Swan – concentratie: elixir de parfum. Wel aardig, maar niet verpletterend (hoeft natuurlijk ook niet). Het laatste waar ik echter aan denk is Anna Pavlova. De geur had voor hetzelfde geld vernoemd kunnen worden naar Isadora Duncan, Margot Fonteyn, Martha Graham. En dan had ik toch iets anders willen ruiken: tulle, talk, veertjes en zweet omringd met bombast (zware fluwelen toneelgordijnen en toegeworpen bloemen). Zoiets.
Toen parfum adverteren nog een ‘dagelijkse’ uitstraling had
Toch even beschrijven: donker en sensueel-kruidig met frisse flitsen. Opening: groene mandarijn. Altijd lekker. Dan het hart, de uit den treuren gebruikte strobloem. Denk donker, denk een warm-kruidige melange van honing, hooi, amber en tabak. Beetje rokerig. Prachtig nog steeds.
Ook in The Swan – valt merkwaardiger wijze in the Great Yourneys Collection – ruik je dit. Alleen wat vlakker, minder voluptueus en eendimensionaler in vergelijk met de klasssieker op dit gebied: Sables van Annick Goutal uit 1985. Dat komt voor een deel op conto van de basis – een beetje cliché-oosters: witte musk, vanille, amber en cederhout die de rijkdom van de strobloem doet verdwijnen. Moet wel gezegd: ceder zuigt de oriëntaalse noten mooi in zich op zonder zijn strakke houtspoor op te geven.
Iets anders: als tiener hoorde ik van de lancering van PavlovaParis 1922 (1977) en er werd volgens mij mee geadverteerd in ‘de bladen’. Nooit geroken. Geproduceerd door het cosmeticamerk Payot waarvan ik – ook als tiener – de mannengeur Piment had gekocht in zijn mooie grijze verpakking. Ik vond PavlovaParis 1922 – toen al – in de Avon-categorie thuishoren (met name door de dop). Alleen kon ik het toen niet onder woorden brengen. Sinds een aantal decennia wel: wanneer je iets te letterlijk neemt – in dit geval ballerina in rustende toestand, gelijk stervende zwaan – en de verbeelding geen kans geeft, wordt het vaak kitsch.
Iets anders: ik zie ‘plotsklaps’ bij Parfums Nicolaï een parfum met dezelfde naam. Het betreft een naar Pavlova genoemd dessert, ooit bedacht ter ere van haar tournee down under in de twintiger jaren. Ofwel, een meringue ‘traditioneel’ versierd slagroom en vers fruit (kiwi, passievrucht, aardbei). Parfums Nicolaï vertaalt dat met een compositie van ananas, passievrucht, kokosnoot, frambroos, vanille, musk, ceder- en sandelhout. Gaan we, als de kans zich voordoet, binnenkort eens proberen.