Weer wat geleerd: Attar Al Has betekent ‘persoonlijke geur’ in het Arabisch; ‘attar’ is essentie, ‘al khasu’ privé of persoonlijk. Aldus de homesite.
Wel vreemd: ‘al khasu’ zie ik niet in de naam. Misschien door het merk zelf over het hoofd gezien in de nogal ronkende wervende teksten. Oordeel zelf: ‘Welkom bij Attar al Has, een internationaal geroemd merk dat synoniem staat voor de kunst van verfijnde geuren. Onze reis begon in Istanbul, toen twee visionaire vrienden, elk met 25 jaar diepgaande ervaring in de parfumindustrie, hun krachten bundelden om een nieuwe standaard voor olfactorische uitmuntendheid te creëren’.
Internationaal geroemd, visionair, diepgaand, nieuwe standaard, olfactorische uitmuntendheid… ik bedoel maar. Kan er nog wel bij: ‘eeuwenoude wijsheid’, ‘ongeëvenaard’, ‘tijdloze allure’, ‘met zorg’. Dat lees je achtereenvolgens in: ‘bij Attar al Has combineren we de eeuwenoude wijsheid van de oosterse parfumerie met de innovatie van de moderne tijd, wat resulteert in ongeëvenaarde geuren die de zintuigen betoveren en tijdloze allure oproepen. In samenwerking met gerenommeerde parfumeurs creëren we met zorg kenmerkende geuren die verfijning en luxe belichamen’.
Dan heb ik nog niet over de clichés gehad. Die laat ik maar achterwege. Nou vooruit twee: gerenommeerd, zorgvuldig. Wel opvallend: al zoveel noten op je zang hebben terwijl je als huis nog maar net om de hoek komt kijken. Opgericht in 2021 en – gaan we weer – dus ‘diepgeworteld in de rijke tradities van de oosterse parfumerie en inspiratie puttend uit de weelderige erfenis van het Ottomaanse Rijk en dit erfgoed combinerend met een moderne genderneutrale benadering’. Laatste is bijzonder omdat de meeste niche parfumhuizen dat vanzelfsprekend en dus niet noemenswaardig vinden.
Jezus, iemand moet een keer duidelijk maken dat je er als nieuw merk niet geloofwaardiger op wordt met het vermelden van je ‘onwrikbare toewijding aan uitmuntendheid, strenge normhantering in elk aspect van de bedrijfsvoering’.
Willen we dit weten, moeten we dit allemaal weten van een merk? En dit: ‘We vieren diversiteit en omarmen de rijkdom van individuele achtergronden en overtuigingen’. Mooi streven en mee eens, maar ik hoef het niet van elke fabrikant van (luxe) producten te weten. Een jaarlijkse Kerstkaart gekalligrafeerd met goede bedoelingen gewijd aan goede doelen voldoet.
Maar als de andere geuren van Attar al Has even goed zijn als Gold Sunset, dan is het typisch zo’n huis dat de laatste jaren zijn deuren hebben geopend, doelgroepend op de groeiende populariteit van nichegeuren onder een nieuwe, jonge generatie Gen Z-ers die nogal onder invloed lijken te zijn van Tiktokkende parfumpromoters. De kwaliteit is goed, maar voor de rest is het een en al cliché. Doet je afvragen of de gemiddelde klant dit wil en verwacht, en het merk – daardoor – niet voor een eigentijdse uitstraling durft te kiezen.
Op veilig spelen met inwisselbare geuren lijkt de maat der dingen geworden in nicheparfumland. Ook kun je je afvragen of hier nog wel sprake is van niche, en niet van massniche. Nog zoiets: zou een dergelijk merk met alle makkelijke pr- en communicatietechnieken van nu voorhanden, ook in het pre-socials tijdperk zo snel hebben kunnen groeien? Maar dat geldt voor honderden andere concurrenten. Attar al Has doet het aardig op dit TikTok; wordt nagepraat door honderden zelfbenoemde kenners – laatii.be krijgt in ieder geval de meeste likes bij zijn promotie: 952.
Nu de geur. Gold Sunset, uit 2022, werd samengesteld door Karine Vinchon Spehner (heeft veel ervaringen met oosterse geuren gezien haar bijdrages voor Amouage). En dat doet ze vakkundig. Mooie prikkelend-frisse noten bepalen de start, zij het bescheiden: zwevend tussen houtig-groen (kardemom, petitgrain), citrus (bergamot) en specerijen: peper en gember. De schoonheid openbaart zich in het hart: aangenaam om weer eens (voor mij dan) een duidelijk tuberoos- en ylang-ylang-combi te ruiken.
Volbloemig, smeuïg, boterachtig (veel tuberoosgeuren van nu zijn vlak en eendimensionaal), maar de euforie slaat niet door omdat de bloemen worden getemd door warm-aardse noten van cistus labdanum, papyrus, patchoeli en sandelhout waardoor de geur – als je dat zo mag stellen – minder vrouwelijk, meer mannelijk wordt.
Ofwel, stoer-strak versus elegant-zwoel. Een toefje vanille ‘verzacht’ het hout. En het hout blijft aangenaam lang nasmeulen als de tuberoos en ylang-ylang is uitgebloeid. Fascinerend: na een tijdje lijkt het als of de kardemon weer tot leven komt, de geur krijgt een subtiele luchtigheid. Wonderlijk.
Ben het trouwens niet met het idee/het gevoel dat Gold Sunset wil oproepen eens: ‘Een betoverende, frisse avondgeur – fris en warm parfum om te dragen na zonsondergang’ die je kunt vergelijken met ‘de rustige kusten van een Caribisch paradijs dat de essentie van de sereniteit van het eiland vastlegt’. Laten we het hier maar niet over hebben: ‘Elke noot harmoniseert om een rapsodie van zintuiglijke hoogstandjes te creëren en nodigt uit om de ultieme ontsnapping naar het paradijs te ervaren’. Zo kan-ie wel weer.
Grappig verhaal kort: de moeder – een kranige 90something-vrouw nog steeds op zichzelf wonend – van de ex van een zus, had een tijdelijke terugval. Belandde in het ziekenhuis. Mijn zus ontfermde zich over moeders kanariepietje Ranja die ik een half jaar terug bij haar thuis voor eerst zag. Zong erop los. Ik vond wel om aan te horen, maar niet om aan te zien.
Miniscuul k-kooitje, nauwelijks beweegruimte. Ik moest iets ondernemen – in het klein kun je dingen doen die staan voor grotere idealen: ontvoeren. Zo gezegd zo gedaan. We hebben thuis namelijk een grotere kooi – en nog grotere volière. Het enige kleinkind – mijn oudste neef – van de schoonmoeder – begon te mopperen en te foeteren toen hij ervan hoorde: ‘Die ome Erik, die doet altijd maar wat, zonder overleg’. Maar toen hij tijdens Kerstmis Ranja’s nieuwe luxeverblijf zag, viel alle irritatie weg.
Mijn goedertierendheid ging een stap verder: Ranja zingt de sterren de van de hemel (voornamelijk om een vrouwtje te lokken), dus besloten we een popje te kopen. Liefde op het eerste gezicht: Ranja en Kierewiet (bedacht door mijn neef) vormen een gelukkig paar – en grootmoeder kon haar blijdschap niet op bij het zien van de short.
En zo komen we bij geur. Bij het schoonmaken van de kooi, viel mij de geur van het schelpenzand op. Droog, mineraal, ‘zonnig’, minty, soort van lekker. Een associatie met poederige witte musk met zoet ondertoontje. Ik naar de verpakking van Jan Koopman for Pets en lees: ‘Een mengeling van wit zand, oester- en zeeschelpjes en anijs voor een frisse geur’.
De geur van zand komt voor mijn gevoel dicht in de buurt van ‘oer’, van heel lang geleden toen de aap net uit de boom was gekropen – die goede oude Steentijd. Een nogal vergezochte inspiratiebron voor geuren, maar in deze doorgedraaide parfumwereld is plaats voor iedereen. Dus ook voor Neandertal (anno 2018) opgericht door kunstenaar Kentaro Yamada.
Bij het scrollen van zijn site vroeg ik me af: bestaat er een consument die alleen parfums koopt met kunst en filosofie als leidraad? Want de vragen die Yamada stelt, moet hij die zich wel stellen in relatie tot geur? Die zijn nogal ‘fundamenteel en existentieel’: ‘Waar komen we vandaan en waar gaan we heen?’ En ze zijn diepgaand: ‘Het bevraagt de status quo en de inherent egocentrische kijk van de mensheid op het universum en onze plaats daarin. Van de eerste mensachtigen die over de aarde liepen tot de onbekende toekomst in het ruimtetijdperk, Neandertal onderzoekt deze vragen’.
Them
Vervolgens een verhaal over het verdwijnen van de Neanderthaler waar ik persoonlijk van begin te pfff-en. De twee geuren Is (verwijst naar het oneindige heden in witte flacon) en Was (verwijst naar het traditionele verleden in donkere flacon) ‘onderzoeken de analogieën tussen de nagalm van ons verleden en olfactorische resonantie. Het resultaat zijn eigentijdse, originele en experimentele geurstructuren, vrij van de conventionele en traditionele normen van de parfumerie’.
Kan er ook nog wel bij: ‘De geuren nemen ons mee op een olfactorische reis diep in het verleden van de mensheid en geven een stem aan een verloren cultuur waarvan het DNA vandaag de dag alleen nog via ons voortleeft. Tegelijkertijd vieren ze een toekomst die ze zelf nooit hebben kunnen zien’. Ik haak af.
Interessant, maar waarom in zo’n moeilijk kader geplaatst. Je wordt namelijk op de proef gesteld. Je moet raden of Is of Was door kunstmatige intelligentie of door neuzen – Isaac Sinclair, Fanny Grau, Nikolaj Koralevich van Symrise – is gemaakt? En ruik je het verschil? En zo ja: doet het ertoe?
Jammer: Is en Was willen te veel op ‘echte’ geuren lijken. De ingrediënten klinken oud en vertrouwd. Voor Was: top (maté, bergamot, kardemom, nootmuskaat), hart (geranium, kruidnagel, cistus, iris), basis: vanille, cederhout, vetiver, patchoeli, sandel, styrax, amber, musk. Voor Is: top (nootmuskaat, mirte, galbanum, bergamot), hart (vijg, aldehyden, viooltje, chocolade), basis: (suède, vetiver, patchoeli, sandel, musk, perubalsem, vanille). De geuren zullen vast lekker zijn, maar blijven toch gewoon variaties op een thema al decennialang, wat zeg ik, eeuwenlang populair in de industrie.
Er zijn blijkbaar genoeg consumenten die vallen voor deze ingewikkelde, intellectueel-artistieke benadering: de twee zijn inmiddels uitgebreid met Us en Them. Of zou het toch in eerste instantie de onderscheidende vorm en de presentatie van de flacons – gebaseerd op vuurstenen en vuistbijlen uit Norfolk – zijn, die mensen naar het merk trekt?
EAU DU BETON
Eau Brut
Terugkomend op het schelpenzand. Dit ‘oermateriaal’ kun je voor mijn gevoel ook doortrekken naar nu. Want bij zeven hou je zand over. En dat is een belangrijk bestanddeel van – gewapend – beton. Een samenstelling van zand, grind of steenslag. En daar kun je je olfactorisch ook iets bij voorstellen: water, stof, cement – het wordt dan wel een basisgeur. Leuk als artistiek statement bij bijvoorbeeld de opening van een in beton gegoten gebouw. Of bij de nog net van de sloopkogel gespaarde kolos uit de ‘Brut-klasse’ – de ooit verguisde architectuurstijl die al een tijd in een ‘herwaarderingsroes’ verkeert.
Atelier Oblique dook in de wereld van Art Brut (2020) met een – ook hier weer – erg beproefde invulling en – ook hier weer – arti farti serieus: ‘Beton en poëzie. Ruwe schoonheid. Een huis als geur. Materiaal in overgang. Exterieur wordt interieur. Uitgestrektheid en vrijheid openen zich. Vorm volgt emotie. Emotie volgt zintuigen’.
Gevolgd door nog meer holle, bolle frasen artistiek ingekaderd: ‘Als een schilderij, een fantasie, omringd door radicale ruimte. Het geurbeeld – grote ruimtes gevuld met het geluid van groen, fluwelen bloemen en koel marmer. Architectuur ontmoet de natuur en spreekt poëzie’.
En de geur ruikt naar – in de opening – bamboe, kamille, bergamot en koriander. Het hart: viooltjesblad, saffraan en salie. Afgemaakt met leer, muskus, patchoeli en – zal wel niet – oud. Niet naar beton dat olfactorisch gewoon mogelijk moet zijn en een leukere uitdaging voor een neus of AI is lijkt mij, dan wat nu wordt voorgedragen.
En ondertussen voel ik me olfactorisch prettig gezind. Ik draag sinds een aantal dagen – lukraak uit een doos met klassiekers gepakt – Eau de Camille (1983) van Annick Goutal. Perfect timing blijkt. Heerlijk. Helder hemels op een bepaalde manier. Dauwfris. Kamperfoelie, jasmijn en andere lentetoetsen – een soort stimulans en aanmaning voor de natuur om de lente echt te laten uitbarsten en de temperatuur te laten stijgen.
Ben je in Londen: Neandertal heeft er zijn winkel. Arch 216, Ponsford Street London. Maan/vrijdag: 11.00 – 18.00. By appointment only.
Er was eens… een jongetje, genaamd Michal Gilbert Lach, die droomde om een parfum te creëren. Yawn, yawn. Snel verder: eenmaal volwassen begaf hij zich professioneel op het pad van de uiterlijke schoonheid. Begon als haar- en make-upartist, werd vervolgens salonhouder en – nu gaat het snel – kreeg succes als kledingontwerper met zijn modehuis BohoBoco – ik ben er niet achter gekomen waar de naam voor staat – in Warschau. Als ik het goed heb begrepen brachten zijn vanaf 2016 gelanceerde geuren (inmiddels 19 stuks) meer geld in het laatje dan zijn mode. Dus: doeidoei fashion, full focus on fragrance.
Gaat (on)gelukkigerwijze gepaard met bakken vol clichés. Hier volgen een paar. ‘Bohoboco is een verhaal over vrijheid, waarin geslacht, seksuele geaardheid, huidskleur, geloof of interesses er niet toe doen. Het parfum legt geen regels op, maar laat je je innerlijke tempel betreden en het pad van je leven ontdekken, in harmonie met jezelf. De geuren zijn diep persoonlijk – geboren uit innerlijke transformatie, spirituele groei en emotionele complexiteit. Elke geur vangt een dualiteit: licht en donker, kracht en kwetsbaarheid, chaos en rust’.
Whoa! Dit klinkt behoorlijk woke. Niets mis mee, maar marketingeblabla. Want: als geuren diep persoonlijk voor je zijn, waarom maak je ze dan voor anderen – hierdoor wordt het persoonlijke in één keer onpersoonlijk.
Kan er nog wel bij: ‘De parfums zijn ontworpen om zowel het hart als het intellect aan te spreken en verkennen thema’s als zelfacceptatie, intimiteit, trauma en transcendentie’. Hellup deel een!
Ook zoiets: ‘Geuren weerspiegelen de menselijke ervaring’. Come again? ‘Minimalistische esthetiek met maximale diepgang’. Inkoppertje! Tenslotte: ‘Veganistisch, diervriendelijk (luister Michal Gilbert Lach: dat zijn 99,99 procent van de geuren) met precisie vervaardigd in Grasse’ (lege huls beauty-vocabulaire).
Genoeg cynisme. Want als alle geuren zijn zoals Dark Vinyl • Musk, dan zeg ik: ‘Niet verkeerd’. Polish Potatoes en Wild Carrot Oud bijvoorbeeld klinken even absurd als intrigerend. De inspiratie is kenmerkend voor de huidige parfumstand van zaken: over the top en aanstellerig. ‘De jazzy geur van zwart vinyl en omhullende musk vormen een metafoor voor mooie en moeilijke momenten, voor hoogte- en dieptepunten die ons vormen. Deze compositie symboliseert de ervaring en hoop dat verandering onlosmakelijk verbonden is met ons leven en dat je uiteindelijk altijd herboren wordt als een nieuw mens – een nieuwe dag breekt aan, een nieuw jaar – het begin van iets onbekends en spannends – als de wervelende hypnose van het leven’. Hellup deel twee.
Dark Vinyl • Musk mixt op aangename wijze diepaardse natuurlijke noten met synthetische smaken. En gedraagt zich als een flipperkast; de ingrediënten pingpongen alle kanten op. ‘Ping, kleng, katsjoem, bang, boem! Wat er wel direct uitspringt is de musk: poederig en tegelijkertijd scherp en licht animaal. Soort van akelig irritant, maar best wel lekker. De leernoten ontgaan me een beetje, de amber-balsamachtige noten niet. Die spelen een spelletje met de cistus labdanum, wierook en styrax. Mooi. En dan af en toe een zoete golf van roos- en sandelhoutachtige noten. Idem.
Doorruikend kun je stellen dat de geur eigenlijk honderd procent niet-natuurlijk is. Doorruikend lijken ook de leer-noten meer tot ontplooiing te komen, hoewel ze zich als synthetische suède gedragen. Dark Vinyl • Musk is een geur die je lange tijd zal blijven verrassen omdat er telkens iets anders gebeurt. Het duurt een tijdje duurt voordat die zich aan je hecht en díe ingrediënten laten pulseren die het beste bij je passen. Kortom, aangenaam verrast. In gedachten ruik ik trouwens Asphalt Flower van MAC – ooit ook zo’n aangename samensmelting van nep en echt.
EEN RIJKE AMBER ZOALS BIJNA ALLE ANDER (NEO)NICHE AMBERS
INWISSELBARE CHIC
De geschiedenis van amber is rijk, daarover zijn boeken vol geschreven. Waarom? Het komt natuurlijk door de herkomst, de mythologie, de magie en de schoonheid (zowel puur als bewerkt) waarmee het is omringd en de veronderstelde helende werking als je het als sieraad/amulet draagt.
En natuurlijk amber als geur. Amber Alert: dat laatste doet barnsteen (het Nederlandse woord voor amber) dus niet. De miljoenen jaren geleden versteende hars van naaldbomen verspreiden een niet noemenswaardige geur. Alleen verwarmd en dan alleen onder de juiste omstandigheden, verwordt de steen tot olie die dan gecombineerd met salpeterzuur tot een ‘kunstmatige’ musk-parfumsensatie leidt. Althans zo gebeurde het in het oude China.
Nu wordt met een amberparfum een geur bedoeld die rijk, vol, warm, aards, houtachtig, zoetig, kruidig richting zwoel is. De bedoeling: comfort, openhaard, security blanket. En daarmee word je tegenwoordig als het ware doodgegooid. Diegene die de huidige amberparfums in het nichesegment blind van elkaar weet te onderscheiden, die krijgt van mij de prijs die zich op hetzelfde niveau begeeft als de Oscar.
Grappig, of boeiend zoals de je wilt: ik ben pas in de loop der jaren amber gaan waarderen als parfum. Het begon in 2004 met Giorgio Armani’s Ambre Soie. Een van zijn eerste, en een van de eerste house hold names die niche aan het grote publiek presenteerde. Ik was onder de indruk. En daardoor kwam ik erachter dat velen Armani waren voorgegaan – de echte nichemerken dus: Dyptique en L’Artisan Parfumeur. Over doodgooien gesproken: ik zie dat Armani zijn Ambre Soie heeft uitgebreid met met Ambre Orient (2010) en Ambre Eccentrico (2015).
gefossiliseerdamber
Ambergeuren in het (mass)niche-segment onderscheiden zich door het pure, zeg maar basic gevoel. Dus bijna geen citrusfrisse intro en weinig bloemetjes in het hart; de basis wordt direct opgesoupeerd. Dat onderga je dus ook in Ambre d’Alexandrie.
Die onderscheidt zich toch enigszins door zijn licht animale ondertoon – grijze amber, musk en een lichte leernoot (styrax?) – die mooi contrasteert met de zoet-kruidige noten. Beter gezegd: de vanille (in toom gehouden door benzoë) zuigt alle kruidige nuances – ik meen kruidnagel, tabak en nootmuskaat te bespeuren – in zich op. Een hoofdrol is weggelegd voor cistus labdanum (dat eigenlijk synoniem staat voor amber). Die is hier donker, kruidig en aards met die merkwaardige lichte bloemige ondertoon.
Mooi en zo, maar zoals gezegd inwisselbaar. Dit blijkt wel uit mijn Google-zoekerij: ik bleef maar Van Cleef & Arpels invullen in plaats van Boucheron. En eveneens uit de alternatieven die www.wikiparfum.com voorstelt (zie foto onder). Wel weer grappig: hoe ik ook google – nergens een toelichting van het juweliershuis zelf te bespeuren – ook niet op www.boucheron.com. Ergens één zinnetje: ‘geïnspireerd door de stad Alexandrië, een flamboyant en weelderig kruispunt van handel en cultuur’. Dat kun je natuurlijk zeggen van elke stad met een groots verleden. Ambre d’Allepo?
Vreemd: alleen verkrijgbaar in 125ml. Best wel veel. Net zoals de andere geuren uit The Collection. Eveneens – hoe origineel, hoe chic – vernoemd naar historische steden: Oud de Carthage, Cuir de Venise en Neroli Isaphan.
WEER EEN NIEUW LABEL BIJNA VERDRINKEND IN MARKETING EN STORYTELLING
HOE RUIKT EEN ‘OUTSIDER ART’-GEUR EIGENLIJK?
CONVENTIONELER DAN JE DENKT
HOE RUIKT EEN ‘OUTSIDER ART’-GEUR EIGENLIJK?
Het wordt steeds moeilijker om met een open, vooroordeelvrije blik een nieuw merk te beoordelen. Wijt het aan leeftijd, wijt het aan ervaring, wijt het aan de pret om nieuw opgelaten luchtballonen (gevuld met goede bedoelingen verpakt in marketingbla-bla-bla) door te prikken.
Tegelijkertijd kan ik soms een vleugje bewondering niet onderdrukken vanwege de schaamteloosheid waarmee als smaakvol en ‘exclusief’ veronderstelde onderwerpen ‘parfumwaardig’ (lees: salonfähig) worden gemaakt. Dus toen ik Art Brüt zag voorbijkomen, dacht ik: ‘WTF, moet dat nu?’, ‘Shit, is dan ook niets meer heilig?’
Voor de nog onwetenden: Art Brut (niet te verwarren met Art Brutalisme) is geen stijl, maar zijn niet aan een bepaalde periode gebonden werken van meestal autodidacten (waarvan sommigen in inrichtingen verbleven; nee, Vincent van Gogh is een geval apart) die de regels van de conventionele kunstwereld negeren of afwijzen en buiten de marges daarvan min of meer geobsedeerd hun eigen vormentaal en thematiek verbeelden. Een meer populaire classificatie nu: outsider art.
Het was wijnhandelaar-kunstschilder Jean Dubuffet die het begrip Art Brut in 1948 met zijn Compagnie de l’Art Brut introduceerde in de kelders van de Galerie René Drouin op de Place Vendôme Parijs. Zijn bedoeling: ‘kunst (tekeningen, schilderijen, haakwerken, gemodelleerde of gesculpteerde figuren) met een spontaan en inventief karakter, die zo weinig mogelijk afhankelijk is van de gewone kunst of van culturele voorschriften en die komen van duistere personen vreemd aan de professionele artistieke milieus’.
Is dit ook het uitgangspunt voor een nieuw parfumlabel, dan: alle remmen los. Dat ervaar je dus op de site van Art Brüt. De ronkende intro: ‘Onze parfums zijn manifestaties van momenten, zowel vluchtig als onvergetelijk. Ze vangen de essentie van het leven in al zijn facetten – van diepe melancholie tot extatische vreugde. Onze parfums zijn er om de onuitgesproken gevoelens die ons definiëren sensueel te consolideren en de wereld in te brengen. Elke geur vertelt een verhaal en is een unieke creatie waarvan het idee diep in de menselijke ziel graaft. Het gaat om de vrijheid om jezelf te uiten, indien mogelijk zonder compromissen, om jezelf te vinden’.
Echt, nog nooit gehoord: ‘vluchtig als onvergetelijk’, ‘elke geur vertelt een verhaal en is een unieke creatie’ en – hou je vast, nu het cliché der clichés – ‘de vrijheid om jezelf te uiten’.
Als je je echt in deze wereld wilt storten, prijs je dan gelukkig. Art Brüt is een totaalconcept: dus je kunt AI-kunst kopen (wat volgens mij haaks staat op de filosofie van Art Brut), is er een blog, FAQ en kun je het muzikaal ondergaan: Art Brüt werkt namelijk samen met de popgroep Tocotronic.
Dat wordt toegelciht met nog zo’n parfumcliché: ‘In de muziek, net als in de parfumerie, spreken we van noten, akkoorden en composities. Beide kunstvormen streven naar een harmonieuze balans – een melodie voor de neus, een geur voor de oren. Net zoals een liedje zich langzaam ontvouwt, van de eerste noot tot de laatste echo, ontwikkelt een parfum zich over uren en laat een spoor achter dat nog lang nagalmt’.
Dit klinkt wel heel erg seventies Yves Rocherparfumromantiek. Dus moet het wat meer hard core: ‘Elke geur heeft zijn eigen soundscape – daarom creëren we voor elke geur een unieke soundtrack – een echo van wat het oproept wanneer het gedragen wordt’. Tuurlijk.
Vraag van Geurengoeroe: ‘Het is me niet allemaal helemaal duidelijk, kun je nog iets meer over je drijfveren vertellen?’ Hij leest in ‘Who we Are: ‘Onze parfums zijn het resultaat van een ongebreidelde, bijna kinderlijke nieuwsgierigheid ontsnapt aan de conventieregels. We flirten met dilettantisme, die wonderlijke onvolledigheid die ons bevrijdt. We willen grenzen verleggen, niet creëren.’
Verder nog iets? ‘Luxe is voor ons geen vies woord. Onze parfums zijn niet elitair en bedoeld om toegang te bieden – een open deur voor iedereen die erdoorheen wil stappen. We streven naar een zintuiglijke ervaring die zich openbaart aan onafhankelijke persoonlijkheden zonder hen te verstikken in gelijkvormigheid. Ons doel: niet de loutere bevestiging van het verwachte, maar de onverwachte verbazing – een meedogenloos spel met het denkbare’.
Pffffff… bla-bla-bla. Het zal allemaal wel. Wat mij irriteert is dat de geuren – Angst, Disko Disko, Chasing Ghosts, Weltschmerz en Am I Jesus, Eau My God – worden gemaakt met de klassieke, conventionele ingrediënten: ik heb bij geen enkele geur een vreemd, gek of maf aroma gezien. Niks ‘buiten de marges’ of ‘geobsedeerde vormentaal en thematiek’. Er wordt braaf binnen de lijntjes gecomponeerd door de parfumeurs van Flair Paris. Dat is niet zomaar een samenwerking maar een uit ‘echte passie’ en ‘wederzijds respect’ met als ‘doel het perfecte parfum te creëren door het samenspel van expertise, creativiteit en een diepgaand begrip van de kunst van het parfum maken’. Ja, zo kan-ie wel weer.
Niet zo vreemd dat Art Brüt mij doet denken aan Der Duft en J.F. Schwarloze Berlin: allemaal afkomstig uit Duitsland, en alle drie heel erg arty-farty geïnspireerd dat bijna verdrinkt in de marketing en storytelling. Ben benieuwd wat het gaat doen. Tenslotte: is 50ml vanaf € 60,00 en 100ml vanaf € 120,00 niet elitair en toegankelijk?
Kan me niet herinneren dat ik deze geur eerder onder ogen heb gehad, maar kwam hem bij toeval tegen – op zoek naar een ander – proefje. Bij het bekijken van Parfums Quartana’s site vraag ik me inmiddels wel af: ben ik te oud en te wijs voor dit soort storytelling of is het narratief gewoon passé? Een serie ‘les potions fatales’ noemen, zet mijn gaapspieren direct in werking (twintig jaar geleden waarschijnlijk iets langzamer).
Want: hoezo cliché? Niet alleen in naam, maar eveneens in gedachte: het negental ‘fatale drankjes’ verkent aldus de oprichter ‘de verraderlijke schoonheid en intrigerende overlevering van ’s werelds giftigste bloemen. Verleidelijk en gevaarlijk, zijn ze door de geschiedenis heen voor duistere doeleinden gebruikt. Geef toe aan hun charmes, geef toe aan een geurige femme of homme fatale. Verleidelijk aan de buitenkant, maar uiteindelijk duister, sinister en dodelijk’.
Dat zijn dus volgens Parfums Quartana respectievelijk lelietje-van-dalen, alruin (mandrake), digitalis, wolfskers (belladonna), rode zijdeplant (bloodflower), wolfswortel of monnikskap (wolfbane), dolle kervel (hemlock), papaver (poppy) en datura. Ik heb ze allemaal wel eens voorbij zien komen, heb ze allemaal wel eens beschreven – in naam en in geur.
Maar vergeet niet: het zijn het sap, de fijngewreven bessen, bladeren of wortels die de gevaarlijke stoffen bevatten met ieder zo hun eigen merkwaardige bijwerking (koeien lijken dronken na het eten van dolle kervel – ik gun ze deze afwisseling). Het is dus níet de geur; de meeste van deze giftige planten verspreiden sowieso geen of nauwelijks waarneembaar aroma. Dus wat krijg je? Negen fantasiegeuren die met een andere naam ook dezelfde olfactorische uitwerking zouden hebben gehad. Je vindt ze lekker, aangenaam, fascinerend, draagbaar of niet.
Afgaande op site, kun je niet anders concluderen dat Parfums Quartana succesvol is, want overladen met prijzen en dus serieus genomen door de branche. De oprichter dwingt sowieso respect af door zijn nederigheid: ‘Na Six Scents, richtte ik in 2014 Parfums Quartana op voor het creëren van verbluffend unieke, meesterlijk gemengde conceptuele parfums van ’s werelds beste essentiële oliën en moleculen. Onze ethiek: eenvoudig en stevig. De parfumeur en ik brengen pas een geur uit wanneer die niet meer verder voor verbetering vatbaar is, of dat nu maanden of jaren duurt. Deze compromisloze toewijding aan uitmuntendheid heeft ons twee van prestigieuze awards opgeleverd: The Fragrance Foundation’s Perfume Extraordinaire (2017) voor Poppy Soma en de Art & Olfaction Independent Category Award voor Space-Age (2023)’.
Alruin in het wild
Jammer dan, en dus niet echt serieus te nemen (als grap vast niet bedoeld, gezien de ernst van de site) wanneer je op de ingrediëntenlijst van Mandrake onder meer een alruinbloem- én dodelijk verslavingsakkoord leest. Dat kan dus van alles zijn, of niets gezien deze twee akkoorden ‘stom’, reukloos zijn. En je weet dus niet wat deze twee toevoegen aan de verwerkte appel, berkenblad en -wortel, bergamot, patchoeli, rabarber, kardemom, suède, leer, vanille en sandelhout.
Neemt niet weg dat Mandrake fascinerend is. Ik noem het wel eens lekker scheel, wil zeggen de ingedriënten leveren een geur op die enigszins afwijkt van de norm. Niets hemelsbestormend, maar waarvan de doorsnee-ruiker toch even van opkijkt lijkt me. Scheel is hier volgens mij de combi van berkenblad en -wortel (zacht, zalvend, fris), appel (fris, zoet), rabarber (fris, zuur) en kardemom (fris groen). Ik wist niet dat berkenwortel iets olfactiefs oplevert, het zij zo.
Het geeft in ieder geval en groen-zurige opening die knispert en waar de zon overheen heeft geschenen. De overgang naar de basis is lekker langzaam en transformeert Mandrake tot een klassieke, ik zou bijna zeggen mannelijke houtgeur (een strakke patchoeli) met verzachtende ondertoon van suède, leer en sandelhout. Stoer-chique zonder testosteron-effect dankzij het achterwege blijven van welke synthetische variant op ambergrijs dan ook.
In mijn achterhoofd ruik ik Mandragore(2004) van Annick Goutal. De Franse naam voor alruin. Die is voor mij – om maar een parfumcliché te gebruiken – mysterieuzer. Zonet ‘ter controle’ weer even geroken. Anders fris, anders luchtig, anders zoet – wrang, bitterzoet. Zonder grote woorden, zonder imponeren in alle bescheidenheid gelanceerd, maar vanzelfsprekend. Een prachtig parfum. Kan de maker van Mandrake, Joseph Quartana, nog wat van leren.
Misschien een vreemde associatie. Ik ben een groot van The X Files: surrealistische en bovennatuurlijke verhalen op intelligente en esthetische wijze aantrekkelijk uitgelegd. De titels van de afleveringen waren vaak verrassend, want vaak niet Engels – wat de mystiek en de vervreemding vergrootte. Vier waren Duits: en die verwoorden perfecte het unheimische gevoel van de inhoud: Unruhe, Sein und Zeit, Herrenvolk, Die Hand die Verletzt – heerlijk.
Dat zelfde gevoel ervaar ik ook, zij het minder sterk, bij sommige namen van J.F. Schwarzlose – zouden ook titels van The X Files kunnen zijn: Zeitgeist (2012) en Rausch bijvoorbeeld. Beide uit 2012 alweer (hebben die zolang in mijn monstervoorraad gelegen?).
Leuke geuren in de zin van très toegankelijk, très draagbaar maar toch duidelijk anders dan de mainstream middelmaat uit de ketenparfumerie. Dat komt op het conto van de ingrediënten, die zijn net was anders zijn ‘dan je gewend bent’, of ‘nieuw’.
Onderga je goed in Zeitgeist. Het verhaal: ‘De frisse geur belichaamt de moderne kant van het verenigde Berlijn dat tegenstellingen samenbrengt. Denk de nieuwe architectuur van het voormalige grensgebied (zoals Potsdamer Platz), denk de bossen en parken’. J.F. Schwarzlose spreekt niet van top, hart en basis, maar classificeert in stemmingen. In Zeitgeist zijn dat dus respectievelijk ‘sexiness’, ‘variabiliteit’ en ‘avant garde’. Met een interessante uitkomst die ik typeer als aquatisch amber.
‘Sexiness’ is warm door ‘extreem amber’ met daaronder een koele stroom van calone en algenabsoluut. Het effect geen koel helder fris water, maar een frisgroene sensatie dat naar de ‘variabiliteit’ doorstroomt – inspiratie: de uitgestrekte wateroppervlakten van de Wannsee en Müggelsee. Waar het zich mengt met een ‘moscomplex’ (wat het groene effect versterkt) en ‘huideigen’ musks. Met een synthetisch en toch weer niet synthetisch effect. Zit er tussenin : poederig, warm met een cleane finish zonder wasmiddel-effect.
Dit gaat soepel over in – ‘avant garde’ – een donkere, warme noot opgeroepen met ‘leatherwood’. Slimme naam, want met wat fantasie ruik je leer en hout. En toch blijft de lichte toets bewaard. Dat snap ik dan weer niet, vooral het laatste woord: ‘Leatherwood staat voor puristisch en modern vanwege de symbiose van veranderlijkheid en duurzaamheid’.
Rausch Stimmung
Maakt niet uit, goede geur. Voor hem, voor haar, maar ik denk – een vooroordeel onderweg naar u – dat Zeitgeist eerder de eerste zal bekoren. Want vrouwen hebben over het algemeen moeite met duidelijke houtgeuren, maar dan weer niet met oudh – voor velen het meest intense hout dat je je maar kunt voorstellen.
En dat ruik je in Rausch: J.F. Schwarzlose Berlins eerste geur niet gebaseerd op een oude, ooit gebruikte naam als ik het goed heb begrepen. Ik ben er nooit geweest, maar ken uit tweede hand wel de wilde verhalen: de Berlijnse club Berghain waarin dingen gebeuren die het daglicht niet kan velen.
Dezelfde neus van Zeitgeist, Véronique Nyberg, dook er ook in onder ter inspiratie. De uitkomst: een donkere geur cirkelend rondom een elegante variatie op oudh. Al vaker gedaan, maar het blijft fascinerend: peper in de opening. Geeft aan deze oudh een mooi ijl effect. Het zou zo maar kunnen zijn dat er geen enkele druppel gecertificeerde oudh in Raus voorkomt, want met een goede kwaliteit cypriol, sandelhout en patchoeli kom je aardig in de buurt van een milde oudh-sensatie.
Deze oudh wordt in toom gehouden, getemd door vanille en amber. Aangenaam, maar voor een ‘werkelijk bedwelmend resultaat’ (aldus Schwarloze) ontbreekt er voor mijn gevoel iets: zweet. En dat kun je zo makkelijk oproepen met komijn of met old fashioned dierlijke ingrediënten (in de synthetische variant weliswaar) als bevergeil en civet.
Dan kom je werkelijk in Rausch-achtige sferen, iets wat Tom Ford voorstelde met zijn Engelse variant Rush – met name de For Men-versie uit 2000. De naam schijnt geïnspireerd te zijn op de klassieker onder de poppers die veel in het nachtcircuit wordt gesnuifd terwijl je je in het zweet danst. Nou dan weet je…
Dat de inhoud van een flacon er steeds minder toedoet, kom je te weten als je deze long read tot het einde leest. In de geur die ik bespreek, komt veel samen: de geschiedenis, de geschiedenis van een parfumhuis, het ermee pronken en tegelijkertijd het niet respecteren ervan door de ‘opkopers’. En dan alle clichés gepaard gaand rondom het herontdekken van een voor eeuwig gesloten gewaand huis. Plus: een onverwachte kennismaking met een verrassende geur – meer door de geschiedenis, dan de compositie.
Ik ontdekte Sketch ongeveer een jaar geleden op een, voor mijn gevoel, erg ‘jaren tachtig/negentig klassieke parfumreclame’-manier. Wil zeggen: had het idee alsof ik in een commercial terecht was gekomen. Denk: Estée Lauder, denk Yves Saint Laurent. Denk: upcoming old grey man verward door een parfum dat hij ruikt. Wie is die vrouw? Waar komt deze ‘belle of the ball’ vandaan? Hoezo alweer verdwenen in het niets, iedereen verwarrend achterlatend, gelijk het parfum… dat vervolgens in beeld verschijnt met een outro: ‘For the woman who thought she had everything’. Zoiets.
Zat zo: was uitgenodigd voor een verjaardagsboottochtje over de Amstel en zat met een aantal mensen benedendeks te keuvelen, toen mijn neus richting wenteltrap ging. Concentratie in optima – parfum – forma, want ik ervaarde een klassiek-heerlijk geval van ‘parfum snelt draagster vooruit’. Ik nam een enorme wolk waar ‘gedragen door twee benen’ die sierlijk de trap afkwamen.
Wie is dat? Toen herkende ik haar – ik wist dat ze erg van parfums hield. Een zakenpartner van de jarige jet. Wou in haar nek verdwijnen – mocht ik, deed ik. Jeetje, wat is dat toch lekker die intieme combinatie van huid en haar ‘gelardeerd’ met in dit geval een parfum van oosterse allure. Bekend, vertrouwd en toch weer niet – flarden van Shalimar en Musc Ravageur. Aangezien ik de naam had onthouden – Sketch klinkt origineel én zo voor de hand; nog niet zo heel lang geleden de eerste twee voorwaarden voor commercieel succes – ging ik googelen en werd overvallen door een sombere bui. Waarover later meer.
Een jaar later: spreek de draagster weer. Ik geef haar een proefje van Musc Ravageur – dit verhaal wordt nu onderbroken door een commerciële boodschap – en een 20ml flacon van Vanille Vilaine, een geur uit mijn nieuwe upcycle parfumlijn Re-Arrange. Een melange van niche, weliswaar monotone vanillegeuren met een über-injectie aan korianderolie plus patchoeli- en jasmijnolie (op de kop getikt op een rommelmarkt). Vol, zwoel en stoer-kruidig. Drie jaar gerijpt en – grappig – onlangs in mijn WeekendWinkel gekocht door een jonge zeer parfum-kritische vrouw uit Bahrein. Einde commercial.
De oprichters
De draagster in kwestie geeft mij ‘in ruil’ een proefje van De Geur. Hoe ontdekt? Bij Skins. Waarom? Deed haar denken aan Shalimar dat haar moeder altijd gebruikte. Inmiddels heeft ze Musc Ravageur gekocht en heb ik haar een proefje gegeven van Bal à Versailles – want als je van diep-sensuele parfums met animale nasleep houdt, dan moet je die ook ontdekken.
Los van de geur, viel ik met Sketch in een andere verbazing: wéér een vergeten parfumhuis uit de mottenballen gehaald. In dit geval door drie jonge mannen – Anthony, Paul, Victorien; kan geen achternamen vinden – die elkaar ontmoeten op de École Supérieure du parfum en in al het eerste studiejaar – ‘gepassioneerd, onbevreesd en vooral heel zorgeloos’ – besluiten een eigen parfummerk te creëren. Lang verhaal kort: hun ‘niet aflatende liefde voor parfums begin 20ste eeuw en interesse in vintagegeuren dreef ze, zonder het te weten, naar de Reine des Abeilles-parfumerie die ze tijdens hun onderzoek waren tegengekomen’. Et voilà: ‘De restauratie van Maison Violet leek ons voor de hand liggend’. Zelf noemen ze Reine des Abeilles (bijenkoningin) op hun site Queen Bee – nou dat zal Beyoncé zeker ter ore zijn gekomen.
Het trio blaast nogal hoog van de toren met de bewering dat ‘door klassieke schema’s te moderniseren, hebben we het neoklassieke genre opnieuw uitgevonden, een parfumerie afgestoft die nooit meer verouderd zal zijn. Het bewijs dat vintageparfumerie het modernisme is dat de industrie ontbeert’. Het is wel GoogleTranslate, maar toch: weer die opgeblazen overdrijving – laten we het typisch Frans luxe vocabulaire noemen.
Interessant en verrassend: de overeenkomsten tussen Violet en Guerlain. De bij als logo (had Guerlain die ook vanaf het begin?). Nog een: hetzelfde oprichtingsjaar: 1828. Nog een: het pleasen van de nieuwe elite door net gestarte parfumhuizen. In dit geval van de door een staatsgreep (1853) aan de macht gekomen Napoleon III en zijn vrouw keizerin Eugénie. Zowel Guerlain als Violet eerden haar. De eerste met het nu ‘legendarische’ Eau de Cologne Impériale (1853) en Violet met Eau de Beauté de Sa Majesté L’Impératrice en Fleur de Riz Rosée (een anti-alle-huidaandoeningen-rijstpoeder).
Maar het smeichelen bij de ‘nieuwe wereldorde’ door Maison Violet begon al eerder. Namelijk bij de oom van Napoléon III, de echte Napoléon. Want het eerste parfum – sommige historici noemen 1806 als oprichtingsdatum van Maison Violet in plaats van 1828 – dat het presenteerde, heette Joséphine, vernoemd naar de eerste vrouw van Napoléon Bonaparte. Van wie Violet trouwens het symbool van de bij had overgenomen (Guerlain wellicht ook). De toen nog jonge keizer, koos dit insect vanwege de associatie met onsterfelijkheid en wederopstanding, en het voor de usurpator een manier was om te breken met de lelie, sinds de Merovingers (de eerste Franse koninklijke dynastie) symbool van het Franse koningshuis.
Het inlikken moet hebben gewerkt, want niet lang daarna kreeg Violet goedkeuring van keizerin Joséphine elle-même en werd het huis uitgeroepen tot hofleverancier. Vanaf 1828 gebruikte het parfumerie Violet als bedrijfsnaam (vandaar de verwarring wellicht betreffende oprichtingsjaar) met als ondertitel A la Reine des Abeilles.
Er zijn ook historici die beweren dat voor de naam Violet werd gekozen omdat het de favoriete parfumbloem van de keizerin was – als een verhuld bedankje. Is volgens mij klinkklare onzin omdat Napoléon I na de slag van Waterloo in 1815 voorgoed was verbannen naar St Helena en daar in 1828 overleed (Joséphine ‘al’ in 1814 in Rueil-Malmaison). Nog zoiets: volgens overlevering was Joséphine’s lievelingsgeur musk: nog jaren naar haar dood zouden haar vertrekken in het Louvre, Versailles en Malmaison ernaar hebben geroken.
In ieder geval, als je denkt dat alleen Creed en Guerlain de Europese hoven voorzagen van reukwaters, weet dan dat Violet voor de Russische keizerin (heel onzorgvuldig: welke wordt niet vermeld) Brises de Mai creëerde, Gouttes de Violette voor koningin Victoria, Champaka voor haar oudste zoon Edward en door koningin Isabella II van Spanje werd aangesteld als hofleverancier.
Nu dan de geur Sketch. De compositie is gebaseerd op een formule uit 1900 (heette Ambre Royal) en de naam op de gelijknamige geur uit 1924. Klinkt in eerste instantie verwarrend, ongeveer hetzelfde wanneer in 2123 bij het herontdekken van Yves Saint Laurent als parfumhuis ze de formule Opium stoppen in de flacon van Paris.
Hoe zien de ‘re-oprichters’ Anthony, Paul en Victorien de creatie? Ta-da: ‘De rijkdom wordt slechts geëvenaard door de elegantie van zijn ontwaken. Het is de schets van een potloodstreep op bladgoud. Diep, sensueel en geruststellend, het is het theater van alle mogelijkheden. Aan het einde van de show, verbluft het door zijn nederige dwaasheid. Een juweel, een bijzondere versiering, een stralende halsketting voor de ziel’.
Ze gaan nog even door: ‘Sketch is mysterie, een woody amber, spelend met de codes en zijn olfactorische familie herinterpreteert. Zijn mix van chypre en patchoeli met zijn vluchtige nootmuskaat en overvloedige tuberoos zijn de definitie van moderniteit en erfgoed. Deze cult-paradox (come again?) wordt gestreeld door pittige bergamot en peper. Alles verpakt in een muskachtige cocon. Een historisch-eigentijdse geur’. Zo nu jullie weer.
Maar toch, door deze zelfverheerlijking heen ruik je toch een bijzondere geur – heb inmiddels een royale proef van een parfumfan toegestuurd gekregen – gemaakt door alles-kunner Nathalie Lorson. In a nutshell: top – nootmuskaat, roze peper, bergamot; hart – tuberoos, roos; basis – vanille, patchoeli en tonkaboon. Maar er gebeurt zoveel meer.
Mooi om te ruiken, dat een neus een keer een duidelijk nootmuskaat-noot durft te gebruiken, want als je je neus dieper in de specerij steekt, neem je meer waar dat alleen het bekende kruidige aspect; wordt ‘een beetje grijs’ en krijgt een zoetige ondertoon. Dan ruik je door de nootmuskaat even een frisse whiff van bergamot en roze peper om vervolgens ruim baan te geven aan – in dit geval – een erg milky-creamy tuberoos die de nootmuskaat mooi in zich opzuigt. En op een bepaalde manier ook spettert – Tubéreuse Criminelle spookt door mijn hoofd door een mentholachtige noot. De tuberoos begint vervolgens warm te worden, te smeulen zoals je wilt, begint zich op te maken voor de amberbasis.
En die is ever so chic. Komt door de patchoeli die door zijn houtachtige ‘vochtigheid’ garandeert dat de oosterse ambiance niet plat en eendimensionaal blijft – vaak het geval bij vanille en tonkaboon (die zijn van een topkwaliteit en ook verantwoordelijk voor de poederachtige en lichte gourmand-cocon op het eind). Mooi is ook de roos die subtiel naast de tuberoos bloeit – geeft een extra bloemige zoetheid, rijkdom én tegelijkertijd zo’n lekker tut-gevoel (positief bedoeld). Klassiek, degelijk, veilig – moet denken aan operabezoek. Sketch is van nu maar heeft voor mij een retro-vintage vibe – zwevend tussen (niet schrikken) Yves Rocher en Chanel. Dat komt omdat ik ook sliert aldehyden ‘met anijs’ waarneem (denk in dit geval haarlak) die voor mij het veilige chic-gevoel oproept.
Het venijn zit’m in de staart. Niet in de geur, maar in mijn kritiek. Want, jongens wat is de presentatie toch pover in vergelijk met het oorspronkelijk vormgegeven Sketch. Wat een subtiliteit in de advertentie en flacon – met de judaspenning als uitgangspunt. En dan het lettertype! Écht over nagedacht. Vergeet niet dat in die tijd (les années folles de la jeunesse dorée) de concurrentie in de parfumindustrie even moordend was als nu en dat dat juist een aanzet was om met gedurfde en onderscheidende esthetiek je handtekening onder een product te zetten.
Daar is weinig van terug te zien in de slaapverwekkende standaardflacon en dito dop. Alleen de verpakking komt petite, petite, ietsiepietsie in de buurt van wat Violet ooit uitstraalde. Mag het ietsje meer zijn? En dat Violet goed naar de concurrentie (of eigenlijk het belangrijkste merk in de luxe parfumindustrie) heeft gekeken, zie je bij de teaser op Youtube (nog niet eens 600 views): wel heel erg geënt op de promofilmpjes van Chanel.
Ontzettend onfatsoenlijk – en mensen tolereren het: tijdens een interview je zonnebril ophouden. Anne Wintour (American Vogue) heeft er een handje van. Ik haak af. Ook bij zorgvuldig gestylde fotoportretten van whomever, denk ik: ‘Laat maar.’ Dus toen ik het parfumproefpakketje van Der Duft openmaakte en ik de oprichter op de foto niet in de ogen kon kijken… de eerste horde-hindernis was er.
Horde twee: wéér een nieuw label dat uit een bekend vaatje tapt: een persoon – Anselm Skogstad – die elke geur van zijn septet presenteert ‘als een narratief, gecreëerd in samenwerking met exceptionele parfumeurs die hij enorm bewondert, ondanks hun associatie met verschillende genres’.
Ik kan het woord narratief niet meer horen. ‘Exceptioneel’. ‘Bewondert’. Toe maar. Ook zoiets: ‘Ik creëerde een huis met een eenvoudige boodschap voor iedereen geïnteresseerd in geur. Verdere uitleg of ingewikkelde verhalen zijn niet nodig. Der Duft is to the point. Het is de bedoeling dat elk parfum zijn eigen verhaal en associatie creëert voor degene die het draagt.’
Verdere uitleg of ingewikkelde verhalen zijn niet nodig… Come again? De laatste zin vind ik nogal… daarnaast krijgen de verschillende neuzen ruim baan hun – voor de buitenstaander – creatieve (door veel mensen als ingewikkeld geïnterpreteerd) verhaal toe te lichten. Van de zeven ken ik er twee – Miguel Matos en Nathalie Festhauer. De andere zie ik voor het eerst. Loop ik achter? Zou zo maar kunnen.
Oh, ik vergis me blijkt, excuses, zie nu in het begeleidende boekje dat de neus zonder zonnebril achter de geur Monopteros ook de oprichter (en tevens Duits-Amerikaans kunstenaar en fotojournalist) is.
Ik probeer me dit merk op de winkelvloer voor te stellen. Moet ik als klant dan bij kennismaking de zeven verschillende verhalen aanhoren, voor ik een keuze kan maken? Bij verhaal vier begint mijn geduld op te raken. Dan moeten de geuren wel erg intrigeren, wil je niet verder lopen. Online, kun je de tijd nemen, maar dan weer niet ruiken.
Niet makkelijk. En dat is nu juist het probleem en tegelijkertijd het wonderlijke: dat nieuwkomers nog steeds een plek op de plank weten te veroveren – maar er vallen natuurlijk ook regelmatig ‘nieuwkomers’ van af.
Zal wel niet… Maria van Geuren verkoopt dus sinds kort ook Der Duft. Dus een paar vragen.
Aan wat voor een soort klant stel je dit merk voor?
‘Aangezien ik alleen op afspraak werk, weet ik al snel wie ik dus voor me heb. Bij Der Duft gaat dat snel. Niet aan ‘klassieke klanten’ – denk secretaresse, dokter-assistente.’
Aan wie dan wel?
‘Geurkenners – mensen die namen van neuzen kennen -, yuppen (denk le labo-klanten), klanten met geld die anders willen ruiken dan de rest. Je maakt immers met je geur een statement.’
Wat zeg je over de filosofie van het merk, de gedachte achter de geuren?
‘Doe ik niet. Verhaal is vaak niet interessant, vindt de klant vaak vervelend om te horen. Het wordt dan te snel een verkooppraatje.’
Waarom voor Der Duft gekozen?
‘Op een bepaalde manier tóch vernieuwend. De geuren worden verbonden door een groene, frisse noot. En dat past wel bij de marketing. Ik verwacht veel van dit merk. Het is anders en de prijzen zijn ook redelijk.’
Behandel je elke geur? Zeven in dit geval.
‘Hangt ervan af. Is een kwestie van gevoel, de juiste vragen stellen en echt goed luisteren. Ik vraag vaak bij een nieuw merk, of klanten hun ogen willen sluiten waardoor ze ‘open’ in verschillende geuren kunnen stappen.’
‘Als ik merk dat het te veel wordt, vraag ik gewoon of ze het nog wel leuk vinden. ‘Doet het wat me je?’ Ik wil geen geuren aansmeren.’
‘Ook altijd leuk om te vragen: ‘Welke drie geuren gaan mee naar een andere planeet’?’
‘Trouwens, het valt me op dat veel klanten via via aan hun favorieten komen. Zo rook ik bij iemand Escapade Gourmande van Maison Mataha. Moest ik hebben. Verkoop hem nu. Niet aan te slepen.’
Hier Geurengoeroe weer. Dat van die over het algemeen lichte toon klopt. Maar wel een die voorbij de klassieke citrusopening gaat. Act van Prin Lomros, blijft wat dat betreft daarbij het dichtst in de buurt, maar krijgt vervolgens een soort ‘mannelijke’ ondertoon door tabak, cipres en mos. Moet denken aan de vintage jaren vijftig mannengeuren (Rochas) door die nog steeds boeiende combinatie van soapy en hout; blijft warm (en droog) zonder dat het te clean wordt.
Grappig (of interessant zoals je wilt) is dat ik de handtekening – warm, aards, zwoel, duidelijk – van Miguel Matos direct herken in de twee door hem geleverde geuren. Pride (lekker geil-sensueel door die slimme bloemschikking van jasmijn en narcis die lekker broeierig wordt door de diepe basis). Gaat iets meer de diepte in dan Cinematic. Ook broeierig, maar dan chiquer en statiger – flarden jaren dertig amberparfums komen voorbij zonder dat het muf wordt – en dat komt weer door die vriendelijk-moderne opening van petitgrain, gember en kardemom.
Ik geloof dat Match (Anne-Sophie Behaghel) mijn favoriet is. En dat komt doordat ik me de laatste tijd aan het verdiepen ben in komijn – met zijn vermogen om menselijk zweet olfactief op te roepen. Wordt lekker gelinkt aan peper om daarna onder te gaan in een houtbasis (sandel, ceder, vetiver, ‘karmahout’) zacht gemaakt door suède en smeuïge irisboter. En toch opgetild door gember en grapefruit waardoor de geur niet dichtslaat.
Canvas door Freddie Albrighton wordt flink in de grondverf gezet door een overvloedige combi van appel, framboos, rabarber op een vreemde manier lekker zoet gemaakt door anijs, honing en zoethout. Ik heb het idee dat ik het allemaal ruik, voor je kennismaakt met het echte schilderswerk: een zoet bloemenhart omringd door pittig-kruidige nuances. De ‘final touch’ – vetiver, patchoeli – schraagt het geheel, en hier ook weer: het geheel blijft mooi zweven tussen licht boven en donker beneden.
Privilege loopt eveneens over van de smaakmakers. Beetje te veel misschien. En lichter van toon dan je op basis van de basis zou verwachten. Door een groen-zoete sluier (geleid door galbanum en zwarte bes onder begeleiding van rabarber, wortelzaad, lelietje-van-dalen, marine- en minerale noten) is het de iris die er voor mij uitspringt, is als het ware springlevend en blijft lekker ‘fris’ hangen zonder dat de poederigheid verloren gaat.
Monopteros van de oprichter – is een lekkervreemd. Lekker: de aldehyden die de rest – koffie, neroli, framboos, komkommer, roos, nootmuskaat, zwarter peper, kardemon – ondersteunt. Alleen is het moeilijk deze ingrediënten te herkennen. Ik ‘proef’ de koffie vermengd met peper, nootmuskaat en kardemom. Framboos: not. Komkommer: not. Wat je krijgt is een goed voorbeeld van een abstracte geur – je ruikt iets, of je ruikt niets. Wat is het eigenlijk? Een sfeer, een impressie, nietszeggend maar dan positief bedoeld.
Schijnt zo te zijn, dat hippe connaisseur-consumenten van nu nergens naar willen ruiken, maar dat moet dan wel een nichegeur zijn. Daar past dan Der Duft goed bij. Ze weten eigenlijk niet wat ze ruiken, en dat hoeft ook niet. Ze ruiken in ieder geval iets prettigs. En daar gaat het om.
‘VERWARRENDE’, VERBAZINGWEKKENDE GEUREN DOELGROEPTECHNISCH GEZIEN DAN
DAAROM BLIJFT HET PARFUMVAK INSPIREREND
Een van mijn Marc Jacobs-recensies – Daisy Love Spring – had als uitsmijter: ‘Marc Jacobs, young girls deserve better, take them more serious! Twee en een half jaar later, zeg ik: ‘Je neemt ze nu wel héél serieus!’ Want het Daisy Paradise-trio 2023 heeft inhoudelijks niets vandoen met de ‘happy-frolic-girls-walking-in-meadows-enjoying-summerfelt’-experiences die je als ‘typisch Jacobs’ en ‘typisch Daisy’ kunt typeren. Dus geen vrolijk-fruitige, lichtbloemige geuren met een lichte gourmand- dan wel witte musktoets in de afronding.
Nee, this is different cookie; dit is andere koek. De drie gaan richting niche, of zijn eigenlijk niche wat mij betreft. Je zou bijna denken dat Coty (de licentiehouder) een fout heeft gemaakt; verwisseld met de nieuwe mainstreamers van Bottega Veneta, Tiffany & Co en MiuMiu? Wat deze drie betreft: zijn die er al of nog?
Dan neem je de marketing voor lief. Zal wel – het trio ‘legt de vrije allure vast van een zonsondergangwandeling door een veld bloeiende bloemen in een fenomenaal landschap’. De daaropvolgende omschrijving, komt dichter in de buurt van de ‘waarheid’: ‘Elke geur heeft roze en paarse getinte noten die het comfortabele gevoel oproepen van de warme aarde gestreeld door de zon’.
Dit slaat – wat ‘kleurgevoel’ betreft – onder meer op de verwerkte (niet-natuurlijke, maar bewerkte) versies van roze peper, lavendel en iris. Maar níet op: attar mitti, patchoeli, slagroom, papaver, ‘eikenchips’ (ik denk dat de bast van de boom wordt bedoeld).
Geen frisse, lichte of wat voor een bloemen dan ook, het trio heeft eerder iets aards, iets ‘stoffigs’ met houtaccent. Ik dacht bij de eerste kennismaking: ‘Ruik ik nu zo slecht, ik ruik alleen de nasleep. Maar steek je je neus er dieper in, dan ruik je meer. Zij het licht, zij het – hoe omschrijf je zo’n gevoel – aarzelend.
Neem Daisy Eau So Fresh Paradise. Ik moet bekennen: blind had ik het er ze niet direct uitgehaald. Maar door het lezen van de ‘fact check’ ruik ik inderdaad roze peper – prikkelend, kruidig met een lichtbloemige toets. Daar past de lavendel goed bij. Die ruikt niet alleen zoals we hem kennen: fris, bloemig met zoete nasleep, maar eerder droog, stoffig, soort van aards. En dat komt op conto van – en dat is wel héél interessant – attar mitti.
Diegenen die mijn Ici India XL verhaal hebben gelezen, weten wat ik bedoel. Hoewel bescheiden, ervaar je hier een basis die anders is (moet je er wel bij willen stilstaan). Dus niet de usual suspects – witte musk, without, blanke patchoeli, gourmand – maar een ‘nieuwe’ vorm van aardsheid, een nieuwe vorm van warmte. Nog een keer: zie mijn beschrijving van attar mitti in Ici India XL. Ook hier te bescheiden, maar toch: chapeau!
Even interessant: Daisy Love Paradise. Indien intenser, had deze mix ook van Serge Lutens kunnen zijn. Dan was de droge zoetheid van iris het gevecht aangegaan met de sompig-vochtige aardse noot van patchoeli. Nu blijft het meer bij een ‘vermoeden’, een sfeer, maar nog steeds een andere kijk op geur. Als kers op de taart, is er een slagroom-finish. Niet vol en romig, maar bescheiden.
De geur die ik het minst begrijp, of beter gezegd: ik weet niet wat ik ruik, ‘moet’ ruiken is Daisy Marc Jacobs Paradise. Naar mijn idee is (de opening) papaver (maanzaad) reukloos. Ik ga komend najaar goed opletten bij de oogst van de buren; die hebben me toch grote papaverbloemen – zo groot als de bloem op Daisy Love. De eikenchips (hart) denk ik te ruiken. Althans ik ruik een idee van hout, dat voor hetzelfde geld kastanje- of beukenchips had kunnen zijn.
Maar het is de basis die ik direct herken, en verdomde snel zijn plaats opeist: ambrox – yep de ‘veganistische’ variant van grijze amber. Waardoor Daisy Marc Jacobs Paradise qua ‘maak de basis je hoofdattractie’ in de buurt komt van Escentric Molecules.
Ik kan – doe het nog een keer – niet anders zeggen: boeiend, gewaagd uitgaande van de – tot nu toe – onschuldige uitstraling van de Daisy-geuren. Ben benieuwd of dit het startschot is van deze alternatieve kijk op geuren, of dat het een eenmalig uitje betreft. I hope the first.