Ik ben mijn parfumatelier aan het verhuizen. Bij het in- en uitpakken van de dozen weer enkele geuren tegengekomen die ik louter voor de lol heb bewaard. Curieus, dat zeker. Serieus nemen ho maar. Ruiken ho maar.
Zo ook deze Man to Man. Ooit als grappig bedoeld souvenir meegenomen door een vriend tijdens zijn rondreis door Turkije einde vorige eeuw. Ik ben de verpakking kwijt. En op de flacon ontbreken details die kunnen leiden tot de producent.
Wat ik toen (en nu) dacht: weten de makers wel welke dubbele bodem je van de naam kunt afleiden? Of zie ik het alleen? Is dit een van de eerste ‘gay friendly’ geuren uit het Nabije Oosten? Mijn associatie: Man to Man als naam voor een schemerige homotent in een zijstraat, van een zijstraat, van een zijstraat, men neme, Istanbul. Geopend in de jaren tachtig vermoed ik.
De geur ademt ook deze periode: vol, beetje bot-viriel. Gelukkig zonder te verdrinken in welke huidige variatie op synthetische ambergris dan ook. Doet me denken aan de eerste mannengeur van Hugo Boss – Number One uit 1985 – toen het merk in zijn breedgeschouderde, bandplooibroek kostuum-fase zat. Zo’n bomvolle aromatische varengeur die alle kanten opgaat – going to the maxxxxx – en waarin je alles kunt ruiken wat je wilt ruiken.
Man to Man is wat magerder in vergelijk. Alsof er direct is bezuinigd is op kruiden en hout. Waar ik gezien de uitstraling vanuit ga. Maar nog steeds een bom. Echt onaangenaam kun je de compositie niet noemen. Vooral in vergelijk wat er nu aan populaire geuren op de smetteloze plankjes van de parfumketens staat. Ik moet denken aan een hybride tussen Guerlains Habit Rouge en Grey Flannel van Geoffrey Beene. Een geur zwevend tussen groen-zoet en kruidig zoet richting mos en hout.
Ik ga de uit het oog verloren vriend een keer écht, maar nu serieus, bedanken voor dit als camp bedoelde cadeau als ik hem weer eens zie.
De eerste van de tot nu toe 157 verschenen geuren van Hugo Boss
Vraag: worden geuren door AI dommer? Antwoord: weet ik – nog – niet. En: hoe definieer je dom, of correcter gezegd, onwetendheid? Ik zeg: vul zelf maar een keer in. Onduidelijk is in ieder geval hoe veel geuren nu al in samenwerking met deze ‘invasieve entiteit’ worden gemaakt. Wie te vragen? Je kunt dan vanachter je smartphone niet om AI heen, ervanuit gaand dat kennis over deze recente ontwikkelingen waarschijnlijk nog níet in boeken in bibliotheken is te vinden.
DeepSeek antwoordt mij (ingekort waar nodig): ‘Ja, AI creëert geuren. Het landschap is verdeeld tussen het experiment en de commercie, waar AI momenteel een krachtig assistent is in plaats van een volwaardige vervanging voor parfumeurs.’
Voorbeelden volgen: ‘Het MIT Media Lab heeft Anemoia Device ontwikkeld dat generatieve AI gebruikt voor op maat gemaakte geuren op basis van foto’s.’ Daarnaast ‘heeft het Institute of Science Tokyo een OG Diffusion ontwikkeld dat formules genereert op basis van eenvoudige beschrijvingen zoals houtachtig of bloemig (door mensen als ‘echte geuren’ herkend).
Tenslotte: ‘Grote producenten zoals Givaudan en IFF gebruiken AI-tools (Carto, Ernest, Jennie) om de ontwikkeling te versnellen, consumentenvoorkeuren te voorspellen en parfumeurs te ondersteunen’. En ‘startups zoals Osmo werken aan digitalisering ter creatie van gepersonaliseerde parfums.’ Let wel: dit is wat DeepSeek aanlevert, want er gebeurt veel meer op dit gebied (wordt wellicht vervolgd).
Testing, testing, testing
DeepSeek sluit geruststellend af: ‘De industrie benadrukt dat AI het proces stroomlijnt en is bedoeld ter ondersteuning van parfumeurs, niet ter vervanging. AI kan repetitieve taken overnemen en data-gestuurde inzichten leveren. De toekomst van parfum ligt in samenwerking tussen mens en AI’.
Dat klinkt gezellig. Toch twijfel ik bij dat laatste gezien parfumcompositie uiteindelijk een trucje is uit dezelfde trukendoos. Hoeveel nieuwe – misschien wel door AI bedachte – ingrediënten ook verschijnen: ermee ‘spelen’ met bestaande ingrediënten blijft een kwestie van repetitie: welke combinatie maak je, welke niet?
Als je als neus steeds dezelfde door AI gegenereerde info (die alleen maar in omvang zal toenemen, waarschijnlijk niet ‘in kennis’) krijgt voorgeschoteld, zal dat uiteindelijk dezelfde voorspelbare formules opleveren. En dat laatste gebeurt ook al heel lang zónder AI in een wereld die door marketing, niet door creativiteit wordt geleid.
Mocht door AI begrippen als ‘beleving’, ‘authenticiteit’ en ‘emotie’ verloren raken (begrippen die dezelfde marketing zo graag plakt op de klassiek gemaakte parfums): deze ‘karaktertrekken’ zijn er volgens mij in de meeste gevallen al uit gezeefd (ook bij de exclusieve nicheparfums).
Los daarvan: ‘verdomming’, vervlakking en inwisselbaarheid ligt nu sowieso op de loer gezien het luxeconcern Kering (van François-Henri Pinault) met zijn geurportfolio – Creed, Gucci, Bottega Veneta, Balenciaga, Matière Première, Alexander McQueen, Pomellato – onlangs een joint venture is aangegaan voor een periode van vijftig jaar (absurde tijdsspanne) met L’Oréal.
Hoe groot de diversiteit aan creativiteit bij deze cosmeticagigant ook moge zijn, AI zal zeker nodig zijn. Al was het alleen maar om te waarschuwen voor eenheidsworst, doublures én de door hem aangeleverde domheid. Ofwel, hapklare brokken eenzijdigheid en daardoor vervlakking van kennis en daardoor ‘more of the same’ omdat iedereen gebruik van hetzelfde maakt.
Trouwens, van sommige geuren hoop je dat die al door AI zijn gefabriceerd. Voorbeeld: van de week had ik Thomas een paar dagen te logeren. Een vriendje van mijn tweelingzus (beide verstandelijk beperkt). Trots liet hij mij zijn nieuwe geurtje zien. Niet echt nodig: de indringende wolk was hem vooruitgesneld: een olfactorische ontregellaar van heb ik jou daar. Zou je kunnen typeren als een domme geur. Daar valt als creatief en artisanaal parfumeur geen eer aan te behalen, dat gun je gewoon AI.
De geur in kwestie, blijkt aan de hand van de gescande foto: UdV Night Pour Homme. De afkorting staat voor Ulric de Varens (een ‘klassieke’ naam in ‘het-onderste-plankje-van-de -drogisterij’-segment). De wervende tekst: ‘Geïnspireerd op de charme van een feestelijke sfeer… ware verleiding, die de delicate geur van fruitige noten (ananas, appel) en de betoverende allure van cederhout en kaneel onthult, en onomwonden de essentie van de deugd van houtachtige tederheid en tonkaboon blootlegt. Een Casanova-geur met een teder hart’.
Geurengoeroe oordeelt: bijna letterlijk adembenemend deze overdosed spicebomb van appel, kaneel en tonkaboon gedragen door heel veel – uiteraard synthetische – grijze amber. Prijs: rond € 8,00 (100ml).
Volgens Le Monde wel. De Franse krant die net zoals zoveel kwaliteitskranten regelmatiger parfum als onderwerp heeft – niet als lifestyle maar vanuit sociaal-culturele hoek – hopende dat luxemerken nog meer in hun kranten gaan adverteren. Staat zo chic.
Le Monde zoekt het sinds enkele jaren met name in het analyseren van de consument. Het hangt daar allerlei theorieën aan op die – als de doelgroep het zou lezen – er zich over zou verbazen: ‘Wat een paar geurtjes al zo over mij zeggen’.
Nieuwe ontdekte doelgroep – lag in de lijn der verwachting: macho2.0. Ofwel, hij die zich laat beïnvloeden door masculiene influencers – denk Andrew Tate – opererend in de manosfeer. Volgens Wikipedia is dat ‘een heterogene groep websites, blogs en online fora die een bepaalde vorm van mannelijkheid en sterke oppositie tegen feminisme promoten’. Volgens Le Monde zien deze influencers geur ‘als wapen, als pantser, als manifest van kracht, als middel om iemands identiteit te bevestigen’.
Ja hoor, daar is het toverwoord van nu: identiteit. En dat combineer je natuurlijk met de socials – TikTok, Instagram – waar ‘onzekere’ jongemannen nu aldus Le Monde zoeken naar parfums als uiting van mannelijkheid en viriliteit. Op deze sociale media wordt gefocust op ‘projectie’, ‘prestatie’ en ‘kracht’. Er wordt bij parfumanalyses gesproken over ‘aura points’ (verwijst naar terminologie uit videogames) en ‘beast mode’ (uitdrukking in de fitnesswereld; ‘in een ultra-vastberaden modus gaan’).
Wees niet bang: de keuze voor een ‘mannelijk’ parfum is eerder performatief dan ideologisch, dus niet agressief – je hoeft niet te vrezen dat je in elkaar wordt gestompt als je de dragers complimenteert dan wel kritiseert. Gelukkig denk je dan, maar – let wel – volgens Le Monde is de tijd voorbij dat parfum wordt geassocieerd met intimiteit, subtiele verleiding of discrete verfijning.
Ik betwijfel dat – ik kijk nu met een Hollandse bril, maar geloof niet dat het voor de gemiddelde consument in Europa anders ligt. Geur zit voor heel veel mannen voornamelijk – as we speak – nog steeds in de Vaderdags-, feestdagen- en cadeautjessfeer (de ontvangers zijn misschien wel de vaders van deze parfumpantser-mannen).
Le Monde maakt alleen geen melding van een andere, eerder ‘verontrustender’ trend: hoe duurder hoe beter. Als op de verpakking een ‘gedistingeerde’ naam staat het liefst omringd met heraldieke symbolen, dan is het vaak vanzelfsprekend lekker. Van ‘subtiele verleiding’ of ‘discrete verfijning’ is hier inderdaad geen sprake. Het tegen elkaar opbieden, past dan weer wel perfect in deze nieuwe mannelijke consumentenanalyse. ‘Hoe duur was die van jou?’
Over smaak valt natuurlijk (niet?) te twisten, maar duur is dus per definitie niet lekkerder, origineler of eigenzinniger. En Le Monde ziet nog iets anders over het hoofd: groepsdruk. Veel generatiegenoten ruiken hetzelfde uit angst anders te zijn, en versterkt op onderbewust niveau het clan-gevoel – ook zo’n manosfeerbegrip – jij bent een van ons.
Zou het waar zijn? Op TikTok wordt aldus Le Monde bijna 60 procent van het parfumcontent bekeken door mannen. Aldus een medewerker van adviesbureau Présent (wat voor een adviezen geeft die en aan wie?). Zou kunnen. Maar om dan direct te spreken van een ‘doelbewuste toe-eigening van een gebied lange tijd als marginaal beschouwd voor traditionele mannelijkheid’. Vind ik nogal wat.
Toch wel grappig: deze plek werd voorheen ingenomen (of moet je hier eveneens toegeeigend of opgeëist schrijven?) door mannen die met weliswaar met dezelfde ‘macho-insteek’ naar geuren keken, maar zich niet als zodanig ‘mannelijk’ in doen en laten manifesteerden. Lees: trendsettende homo’s.
Terzijde: ik kan me nog herinneren toen ik mijn eerste schreden op het homosexuele pad zette – eind jaren zeventig – en ik in Amsterdam bivakkeerde bij een oom van een vriendin van me in verband met toelating tot de kunstacademie. Elke mondaine man droeg naast Geoffrey Beens Grey Flannel en Halstons 1-12 (beide uit 1976; helemaal uit Amerika dus extra chic). Plus: Lagerfelds Pour Homme (1978) – heet nu Classic – en Cerruti ‘s Pour Homme (1979). Guerlains Jicky (1889) – tijdloos populair in artistieke kringen – daargelaten.
Wel fascinerend om te zien als je gaat TikTokken: geuren worden door sommige macho’s2.0 getest alsof het een motor betreft, de intensiteit als ware het de cilinderinhoud van desbetreffende motor. En de ‘zwaarte’ van een geur wordt bewezen door de dop op de grond te gooien – ‘macho macho man i wanna be a macho man’. Geur krijgt nu dezelfde allure als die andere echte mannengagdets: auto’s, horloges, whisky of een knappe jaloersmakende chick in je armen.
Het adviesbureau Présent is blijkbaar vergeten dat de cliché gentleman met zijn veronderstelde voorkeur voor auto’s, horloges en whisky al decennialang een inspiratiebron voor geuren is. Treurig/sneu is dan wel weer het uitpak-ritueel op TikTok – voor mijn gevoel een van de mallotigste randverschijnselen betreffende de self gratification van de spenderende consument in overdrive. Terwijl ik dacht – call me old fashioned, call me biased- dat dit een typisch vrouwending was.
Wat ook niet wordt behandeld door Le Monde: de dosering en wat dat op omstanders doet. Ik kan zomerse zaterdagavonden herinneren wandelend door de Leidsestraat in Amsterdam dat je bijna werd opgetild door een golf van Joop! Homme. Heftig, niet dat ik er agressief van werd. Zover ik me kan herinneren ben ik twee keer – bijna vijandig – aangesproken op mijn overdosering. Het betrof Salvador Dali’s Pour Homme (in een restaurant) en Knize Ten (in een café). Beide geuren zouden nu met gemak de manosfeer ingetrokken kunnen worden.
Anno nu, kom ik in Amsterdam af en toe onverwacht in een oudh-wolk terecht – van overrompelend, tot prettig aangenaam, van oké tot een ‘very poor interpretation’. Het lijkt wel of de dragers het aan elkaar doorgeven. Ik ben ‘altijd’ weer verrast: dat één soort geur zo populair-vanzelfsprekend is geworden. Maar agressief-masculien word ik er niet van – wel wanneer je een restaurant betreedt waar de geurstokjes met oudh uit de toiletten zijn doorgewaaid naar het eetgedeelte – verstikkend. Dan heb ik het gevoel dat ik in een intimiderend manosfeer-establissement terecht ben gekomen, waar je je moet ‘gedragen’. En als je je niet houdt aan de ongeschreven codes, kan een über-geparfumeerde testoronbom for whatever reason je lastig vallen. Agressief tegen agressief met conflicterende uitgangspunten.
Soms zie je bij dumpshops merken waarvan je denkt: ‘Gôh, bestaan die nog?’ En: ‘Maken ze nog steeds geuren? Ik heb het in dit geval over French Connection United Kingdom (anno 1972). Afgekort beter bekend: FCUK. Ik droeg tijdens mijn onschuldige jaren prachtige, strakke lichtblauwe jeans met twee hippe ritsen op de kontzakken toen het merk zijn naam nog voluit schreef. Mijn eerste kennismaking. Mijn tweede: de lancering van hun eerste, tweede of derde geurduo. Weet het niet meer.
Wel de slogan: ‘scent to bed’. Gecombineerd met de merknaam die velen echter lazen als fuck – waaronder ik. Dat pastte zo 2003, 2004, 2005 goed-geil in de porno-chictrend (aangewakkerd door Tom Ford ten tijde van Gucci). Ik had tot voor kort een tastbaar bewijs van de geuren: het kdootje bij het persbericht: twee groot uitgevallen kussenslopen met op de een ‘scent to bed for him’ en op de ander ‘scent to bed for her’. Pas vorig jaar vanwege doorslijten in de textielbak gestopt.
Bij die Grenze – filiaal Hoogeveen – zag ik dus FCUK Friction Oud. Lekker ouderwets: een voor hem, een voor haar. Prijs: ramsjcategorie. Vijf euro nog wat. 100 ml. Ik ruiken, ruiken en nog eens ruiken. De rij bij de kassa was lang genoeg om me erin te verdiepen – als je hiervan kunt spreken. Oud was in geen velden of wegen te bekennen. Ik rook iets vaags donker dat op hout lijkt begeleidt door veel synthetisch, iets groens, iets kruidigs en iets oosters (want oud).
De klassieke, overrompelende sensatie die ook mainstream-oudh kan hebben – denk Montale – dat niet. Ik moest aan een eenpersoons uitgelekt theezakje denken dat de smaak van zijn inhoud al lang heeft prijsgegeven en dat je nog een keer – uit pure armoe – in een mok met heet water dompelt hopende dat…
Zijn mijn neusgaten verstopt? Want ik lees op www.beautybase.com dat ‘geïnspireerd door de rijkdom van oud, het diepe, houtachtige, kruidige en oriëntaalse noten combineert voor een warm en sensueel aroma’. Voorafgegaan door een ‘pittige kick van zwarte peper en citrus, gevolgd door aromatische lavendel en aards oud. De basis is rijk en verleidelijk met warm amber, musk en romige vanille’. Volgens mij moet ik met parfumpensioen.
Komt niet vaak voor dat Fragrantica een geur niet vermeldt. Ik vermoed dat de lancering zo rond 2020 zal zijn geweest. Want FCUK is en/of was altijd een merk dat wat parfums betreft altijd achter de laatste trends aanholt. Dat dan weer wel: de eerste geur van FCUK die Friction heet, stamt uit 2012. Bij het zien vraag je je wel af waar Dries van Noten ter inspiratie is gegaan voor zijn parfumflacon.
In ieder geval: de geur is waardeloos, als luchtverfrisser op het toilet nog te dulden. Dit is een ‘oud’ die achter in de rij moet gaan staan en eigenlijk uit schaamte ongezien moet verdwijnen. U zult het begrijpen dat ik me me hierdoor niet aangespoord voelde FCUK Friction Oud Her te proberen.
Ongeveer een jaar geleden kreeg ik ongevraagd mail van een blijkbaar nieuw parfumblog. De naam: A Hundred Million Bottles. Wie erachter zit, weet ik niet en interesseerde me eigenlijk ook niet, gezien bij de mail een vriendelijke ‘koopverplichting’ zat. Het eerste verhaal was free, daarna moest ik lid worden voor meer. Doen we niet. Toch kreeg ik vervolgens het ene na het andere verhaal in mijn postbus.
Een paar dingen stoorden me bij het lezen: het uitventen van zijn/haar/hen kennis plus de veronderstelde interessante en intellectuele invalshoeken die voor mijn gevoel de gemiddelde parfumliefhebber vermoeid doet afhaken (ervaring heeft me dat geleerd).
Wat het meest irriteerde: geen humor. Alles vaardig geschreven dat wel, maar waarbij ik me toch bleef afvragen: ‘Wat wil je nu?’ Indruk maken bij con-cullega’s die met hetzelfde aplomb hun scherpzinnigheid zó (lees: té) literair weten te verwoorden op de internationale online parfumpodia?
Bij een recente post van hem/haar/hen werd het me te kwaad. Wat wil het geval: met terugwerkende kracht én met de kennis en het inzicht van nu een couturier schuld in de schoenen schuiven voor een ooit gelanceerd parfum. A Hundred Million Bottles vond de naam fout, want daarachter schuilde zoveel leed. Sterker, de dus verachtelijke naam verheerlijkte het koloniale verleden van Frankrijk.
Couturier in kwestie: Jean Patou (een van de origineelste couturiers zeker op parfumgebied). Parfum in kwestie: Colony (nooit geroken dit ananas-chypre-leer-parfum). Het verwijt: ‘Toen Colony in 1938 uitkwam was het voor velen duidelijk dat oorlog dreigde in Europa. In die context kunnen Patou’s cocktails aan het strand opgevat worden als een olfactorische reclame voor de koloniale gebieden, waar degenen met geld een toevluchtsoord vonden tegen de naderende storm. Voor die niet konden vluchten, gaf Colony misschien op zijn minst een gevoel van optimisme, een zonnige cocktail van een geur om de naderende duisternis te verlichten’.
Dat is me nogal een, zeg maar ‘woke-verwijt’. De blogger gaat helemaal voorbij aan het feit dat tijdens het interbellum het verschil tussen de klassen nog (soort van) vanzelfsprekend was – ik durf te stellen – in heel de wereld. Dat je als land koloniën had, daar waren de meeste inwoners trots op. Was een vanzelfsprekendheid. ‘Bij ons’ gold toch ook: ‘Indië verloren, rampspoed geboren’.
Je kunt de elite van toen dus niet verwijten dat ze letterlijk vluchtgedrag vertoonden. Als ze dat al aan de dag legden en het konden – wat ik overigens betwijfel. Het feit dat de geabdiceerde Edward VIII met zijn Wallis Simpson in 1940 gouverneur van De Bahama’s werd – toen een niet bepaald te benijden positie – bevestigt onder meer mijn vermoeden in deze.
Even doordenken: een vrouw die een couturejurk in 1938 koopt bij Jean Patou, wat verwijt je haar? Dat ze oppervlakkig is, geen kranten leest, geld in overvloed heeft, haar personeel misschien wel kleineert? Terzijde: wat zou de blogger denken van de Kardashian-clan in deze rumoerige, oorlogsdreigende tijden?
De ‘J’accuse’-aanklacht is nog niet over: Jean Patou, nog beroemder vanwege zijn Joy(‘het duurste parfum ter wereld’ – door de International Fragrance Foundation in 2000 uitgeroepen tot het beste en mooiste parfum van de twintigste eeuw) lanceerde dit in 1930 toen de Grote Depressie toesloeg. A Hundred Million Bottles: ‘Dit kan worden gezien als een gebrek aan sociaal geweten. We zouden Colony in hetzelfde licht kunnen interpreteren; het beeldde een visie op koloniale luxe uit alleen toegankelijk voor de elite. En misschien de lakeien uit de middenklasse die ernaar streefden om als bestuurder of politieagent een stukje van het imperium te proeven’.
Tut. Tut. Tut. Ik stel hier tegenover: Jean Patou was niet wereldvreemd, hij wist dat er meer speelde buiten zijn ‘couture-coterie’ in het eerste arrondissement van Parijs – ik vermoed dat hij ook wel eens sprak met zijn modinettes. Hiervan getuigt – olfactorisch gesproken – het in 1936 gelanceerde Vacances dat de door de vakbonden bedongen doorbetaalde vakanties van werknemers vierde.
Dit soort commitment/humor is tegenwoordig bij luxemerken ondenkbaar – Dior die ‘de gele hesjes’ sponsort met een parfum en hen aanmoedigt voort te gaan met de strijd?
Ondenkbaar. Luxemerken ondersteunen voornamelijk fotogenieke popsterren, modellen, acteurs, sporthelden en tot tranen toe sentimentele goede doelen die het qua ‘like’, ‘respect’, ‘humble’, ‘grateful’ verdomde goed doen op de socials.
Door filosoferend met het verwijt van A Hundred Million Bottles indachtig: zoveel parfums zijn terugblikkend zo verschrikkelijk fout. Open de patrijspoorten! Neem – we beginnen met de opkomst van de moderne parfumindustrie – Eau de Cologne Impériale van Guerlain. Uit 1853. Een ‘eaubade’ op de vrouw (keizerin Eugénie de Montijo) van Napoleon III die het jaar daarvoor middels een staatsgreep aan de macht was gekomen. Foei!
Of pak al die parfums op maat gemaakt door Guerlain, Creed, Houbigant, Atkinsons en andere huizen die voor leden van een koninklijk huis – driewerf foei! Zouden de onderdanen het beter hebben gehad als deze customized geuren níet waren geproduceerd?
Come to think of it: met Opium (1977) was ook heel veel mis. Daar moest zelfs een rechter ingeschakeld worden – kort door de bocht: de Chinese gemeenschap voelde zich beledigd – die uiteindelijk in het voordeel van Yves Saint Laurent besloot.
Hoe te eindigen? Heb ik geen leuke uitsmijter? Misschien deze: hoe verder we verwijderd van het origineel raken, des te platter, armoediger (in lifestylekringen heet dat dan minimalistisch) klassieke geuren over het algemeen worden gepresenteerd. Zie de werdegang van Colony.
Maar misschien ze we de geur (en andere Patou’s) binnenkort in al zijn (hun) oude glorie (of treurige ‘nieuwe zakelijkheid’) terug. Patou heeft zijn deuren als modemerk (onderdeel geworden van LVMH) weer geopend. Dan moeten de geuren ook wel volgen – daar wordt het geld uiteindelijk mee verdiend.
Patou presenteert zich nu nog bescheiden: de luxe consument wordt langzaam voorbereid. Het luxeconglomeraat heeft binnenkort wel een nieuwe ster nodig, aangezien Dior (heeft net de ontwerper van Loewe binnengehaald) nu wel over zijn hoogtepunt heen is en Loewe (ook LVMH) minder ‘Gucci’ schittert dan verwacht, en concurrenten als Valentino (daar heeft de ontwerper van Gucci net plaatsgenomen), Balenciaga (die is net verhuisd naar Gucci en die van Valentino is net binnengekomen) en met name Schiaparelli de meeste aandacht opeisen.
Ik had een paar jaar geleden wat betalende klanten die ik adviseerde over geuren. Kwam erop neer dat ik voorstellen gaf wat betreft hun formules in ontwikkeling: beetje meer van dit, beetje minder van dat. Het waren veelal jonge entrepreneurs die, als je ze dieper in hun ziel keek, dollartekens in hun ogen kregen. Mee gestopt toen ik erachter kwam dat ze ‘uiteindelijk’ kopieën wilden van succesnummers in de parfumerie. WTF! Teleurgesteld? Nee, want origineel zijn de meeste beginners – en ook arrivés – niet bepaald; ze doen exact wat de prestigemerken sinds jaar en dag als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen: copycatten.
Zodra er een weer nieuw parfum van een concurrerend luxeconglomeraat in de schappen ligt, koopt een producent een flesje – ‘Is het voor een cadeautje?’ – en laat die analyseren in zijn laboratoria. In no time heeft hij de lijst van gebruikte ingrediënten. Blijkt de aankoop ‘un succès fou’ (dus ‘het cadeautje’ doet het mondiaal niet verkeerd), wordt een vergelijkbare – maar nèt niet-identieke kloon geprepareerd. Het door de marketingpiepeltjes – ‘Doe maar iets met een verboden liefde en die andere iets met een oude bibliotheek’ – goedgekeurde eindresultaat kan dan in licentie worden gegeven aan een merk dat vaak onder de paraplu van hetzelfde luxeconglomeraat valt, hopende op dito succes.
Klonen is niets nieuws: Tosca (1921) van Muelhens werd beschouwd als de huishoudsterversie Chanel N° 5 (1921). Het beroemdste nummer werd vaker geïmiteerd, niet alleen in naam maar nog vaker in geur. Legendarisch voorbeeld: Arpège (1927) van Lanvin. Coco Chanels reactie hierop: ‘Gekopieerd worden is de mooiste vorm van vlijerij’.
Yves Saint Laurents Rive Gauche (1971) leek verdacht veel op Rabanne’s Calandre (1969) – grappig: gemaakt door dezelfde neus. Iets verderop: in 1980 klaagde Edmond Roudnitska dat parfums ‘schandalig en meerdere malen worden gekopieerd zodra ze op de markt komen’. Een van de redenen waarom het op steeds grotere schaal gebeurde: in 1975 oordeelde het Franse Hof van Cassatie (het hoogste rechtscollege) dat parfum, in tegenstelling tot muziek of literatuur, niet het werk is van een menselijke geest en dus niet onder het auteursrecht valt. Het gevolg: welkom in de wereld van vrije handel en jatterij: ‘Dit is onze Opium, dit is onze L’Eau d’Issey, dit is onze Pleasures’. Een tijdje ook wel een ‘me too’-er genoemd in vakkringen.
Ondertussen werden op parfumscholen leerlingen braaf getraind om klassieke parfums te recreëren. Vergelijkbaar met kunstacademiestudenten die je nog sporadisch in musea oude meesters ziet kopiëren om zodoende ‘het geheim van de meester’ te ontdekken. Maar toen GCMS (Gas chromatography–mass spectrometry) verscheen, dat een parfum kan opsplitsen in geurmoleculen en aangeven in een grafiek, was ontcijferen kinderspel; zo kon de sleutel van een formule in elk flesje worden gevonden. Het opsluiten in een kluis van je composities, zoals Jacques Guerlain begin van de twintigste eeuw deed, had geen zin meer.
Deze kopiedrift had/heeft ook een nadeel: de prikkel nieuwe en originele werken te creëren neemt af. Interessant in dit opzicht: veel geuren van Tom Ford lijken heredities van bij het grote publiek niet bekende niche avant la lettre geuren. Bij Gucci had hij er al last van. Op weg naar de lancering van Gucci’s Envy for Men (1999) vroeg de importeur aan mij: ‘Hoe denk je dat die zal ruiken?’ Ik antwoord: ‘Als hij slim is, heeft hij zich laten inspireren door Jicky van Guerlain. Zij verbaasd: ‘Hoe weet jíj dat?’ Ik: ‘Tja… inlevingsvermogen’.
Neem je nog de moeite iets grensverleggend te maken dan staat de concurrentie direct klaar met een door GCMS geduide versie. M7 van Yves Saint Laurent bijvoorbeeld was het tijdens de lancering. Bedacht door dezelfde Ford die weliswaar op zijn beurt het idee had afgekeken van oudhparfums uit Arabië, denk Montale.
Deze parfumpiraterij vindt niet alleen tussen de luxehuizen plaats, ook merken zelf – Armani, Gucci, Guerlain, Givenchy noem maar op – blijven aan de lopende band variaties op eigen succesnummers maken – en deze kopieën van kopieën van kopieën durven ze soms ook nog limited editions te noemen.
Dus de geur met de meeste hitpotentie is nu een kloon van een topper waaraan je je eigen toeters en bellen toevoegt die twee doelen dient. Ten eerste: het dient als vijgenblad om het plagiaat te verbergen. Ten tweede: het geeft de koper een reden jouw versie van dezelfde basisformule te kopen in plaats van het origineel omdat je nieuw in de parfumerie bent.
De prijs speelt natuurlijk ook een rol en de naam die de originele versie na-aapt. Koop je the real stuff of een dupe (die je toch echt vaak van de echte kunt onderscheiden) van Baccarat Rouge 540 uit 2015 van Maison Francis Kurkdjian? Deze geur is een treffend voorbeeld dat het echt de spuigaten uitloopt wat bootlegs betreft.
Google je ‘dupes Baccarat Rouge 540’ dan volgen er tientallen namaakgeurensites – instapprijs van een GCMS-parfumplagiaatapparaat is $ 30,000 – die je voorstellen doen. Waar ze het allemaal over eens om zijn: Cloud van Ariana Grande (2018) die is goed. Monte Carlo van Noted Aromas schijnt ook niet verkeerd te zijn. Maar als kopiëren fout is, is Cloud dan minder erg dan Monte Carlo? Neem in je oordeel mee dat Noted Aromas het jatwerk ruiterlijk erkent, Grande niet.
Niet vergeten: de klones die Zara en Lidl de wereld braaf instuurt. Je hebt nu een dagtaak aan om alle neppers met de echters te vergelijken. Je struikelt op Youtube over kanalen van die zich erin verdiepen. Mijn advies: koop direct het origineel – tijd is geld.
Het gevolg van dit alles: de creativiteit wordt niet meer uitgedaagd – zie mijn artikel Overwegingen. Naast lef zijn ideeën noodzakelijk en die zijn moeilijk te vinden, iets wat blijkt uit het enorme hoeveelheid parfums dat in de aanbiedingenbak verdwijnt.
Ook de kwaliteit neemt ‘zienderogen’ af (dito). Geen nieuws natuurlijk voor wie voor vintageparfums kent; moderne parfums lijken hiermee vergeleken vaak deodorantversies. De jus zelf vormt een steeds kleiner onderdeel van het budget, nu gemiddeld 1 dollar op een budget van 100. De resterende miljoenen geeft de luxebranche uit liever uit aan promotie: neem de mallotige commercial van Miss Dior. Natalie Portman vraagt de kijker: ‘What would you do for love?’ ‘Bemoei je met je eigen zaken, moppie!’
De parfumindustrie is verslaafd aan celebs. Als ik nu de nieuwe uit de duim gezogen, marketing-storytelling van Lancôme’s Trésor hoor word ik bijna kwaad – ‘moven bitch’ verzin eens wat anders! Jeetje wat origineel: Penolope Cruz haalt – blablaba – jeugdherinneringen op aan de geur uit haar jeugd en bejubelt ondertussen in een andere reclame ook de voordelen van vliegtuigmaatschappij Emirates.
En dat terwijl er bijna niemand meer interesse heeft in dit soort storytelling, iets wat bij de grote spelers maar niet schijnt door te dringen. Het levert natuurlijk veel likes op, maar of het de verkoop daadwerkelijk omhoogstuwt blijft de vraag gezien bijna ieder ‘zichzelf respecterend’ merk om het seizoen wel een aankomend of gearriveerde ster inhuurt voor de promotie. Kate Moss is net 50 geworden, welk parfum is er dit jaar ook 50 jaar jong…
Moraal van het verhaal: het idee is niet om een goede geur te maken, het idee is om goed geld te verdienen. Ook al doe je het zo bescheiden mogelijk – de indruk die nieuwe nichehuizen graag willen wekken – je hebt toch echt een goede backer nodig die gelooft in je tienjarenplan en alleen met je in zee gaat als je een variatie op een parfumhuis levert. En die vind je nog steeds gezien de potentie die het financieel heeft.
Daarom respect voor de makers die geuren maken uit ware bezieling – de indie-parfumeurs over het algemeen. Zolang ze het meest geërodeerde begrip in lifestylekringen – passie – maar niet in hun promotiepraatjes hanteren.
Bij deze, zich ook maar alsmaar uitbreidende, groep lijkt geld slechts bijzaak, maar ondertussen zij zullen ook moeten onderkennen dat bezieling geen garantie is voor originaliteit en creativiteit: mallotige storytelling gaat ook een keer vervelen.
Daarnaast zijn ze over het algemeen afhankelijk van dezelfde ingrediënten. Voor je het weet ga je als klant – helemaal doorgedraaid van alles – weer op safe en koop je in plaats van de indie-geur, L’ambre trouvé dans une Poubelle, toch maar L’Eau Ambre Extrême van L’Artisan Parfumeur.
Het grootste compliment dat je nu kunt krijgen als parfumhuis is natuurlijk dat je níet wordt gekopieerd. Kan liggen aan het feit dat niemand je kent, of wilt leren kennen of je geuren niet begrepen worden of gewoon niet goed genoeg – Tiktokwaardig – zijn.
Het is maar wat je hindert: de geur vrijkomend bij stofzuigen. Wij hebben zo’n semiprofessioneel geval van Nilfisk. Míj́ hinderen meer de decibellen van dit zich overal tegen opstotend monster en het te lange snoer dat zich niet automatisch terugtrekt na een druk op een daarvoor bestemde knop. Mijn partner daarentegen ergert zich meer aan de stoffige geur die zich vrijmaakt na het starten: muffig richting vies (zou zo maar de nieuwe geur van Balenciaga kunnen zijn).
Dankzij onze fantastische consumptiemaatschappij heeft de industrie een oplossing bedacht voor dit olfactorisch euvel – wanneer de eerste het daglicht zag weet ik niet: anti-stank ‘geurkussentjes’ voor stofzuigers. Voorheen hadden we er een ruikend naar lelietje-van-dalen. Ik was niet onder de indruk. Voor mij toch eerder categorie ‘overbodige luxe’. Vooral vanwege het tijdelijke karakter van de ondervonden ergernis.
Mijn partner denkt daar echt anders over: hij heeft volgens mij een stankfobie. Wij verschillen nogal van mening over wat lekker of vies ruikt – kaas bijvoorbeeld. Als hij het gevoel heeft dat er al een tijdje een lijk in de bijkeuken ligt, dan weet ik dat de natuurlijke opwaardering van mijn uitgezwete camembert zijn voltooiing heeft bereikt. Van nietszeggende plofcamembert van de buurtsuper naar schimmelschuimende Fauchon-delicatesse
Pas op: lijken op mints
In ieder geval: hij wou een nieuw setje ‘geurzakjes’ voor de stofzuiger. Alsof de winkel het wist: bij het Onderdelenpaleis in Emmen pronkten op de toonbank ‘scented pellets’, ofwel ‘duftgranulat, ofwel ‘granulés parfumés’. Geen Nederlandse benaming. Google translate je het, dan krijg je geurkorrels. We kochten de citrusvariant.
Vervolgens even www-ent, ging er een wereld voor me open. Ik had het kunnen weten. Wat een über-aanbod aan stofzuigerparfumkorrels. De mooiste, de ‘lifestylste’, zo niet de geilste: het merk SøckMyBallz. Doet eerder denken aan een very niche kinky pornosite. Maar dit terzijde. Het beweert: ‘Met fijne geuren uit je stofzuiger wordt het schoonmaken weer een stukje leuker. We gebruiken gerecycled papier en verpakkingen’.
Volgt nu een aanbeveling of een waarschuwing? ‘De ballz in Nederland zijn met de hand geproduceerd door mensen met een beperking’. Ik bedoel maar: wat voor een beperking (of uitdaging) wordt bedoeld? Anosmie? Afsluitend: ‘In de verpakking vind je 30 ballen, genoeg om heel erg lang van te genieten. Past in elke stofzuiger ook stofzakloze. Je zuigt een balletje op en de geur zal ontsnappen’.
Onderdelenpaleis Emmen
En wat een niche-aandoende variaties: ‘Black Tea een heerlijke oriëntaalse melange met tonen van hout, zwarte peper, luxe musk en jasmijn. Beleef een poederig zacht en schone omgeving’.
‘Happy spices: een ingetogen bloemige opening van Damascusroos met een hint van lavendel. Daarna in het hart een exclusieve warme kruidenmix van kaneelbast, kardemom en zwarte peper’. En ga zo maar door. Prijs: €18,95.
Ik eindig flauw. We wachten op de eerste stofzuigergeurzakjes van Hermès, Louis Vuitton, Prada, Fendi en vul uw ontbrekende favo luxelabel maar in. Remember: White Linen van Estée Lauder was ooit ook eenmalig te koop als waspoeder – vond ik toen een geweldige marketingstunt. Weliswaar met gevaar. Een luxeproduct degraderen tot huishoudartikel/schoonmaakmiddel kan door de ‘serieuze’ consument als belediging worden opgevat. Dat was in de jaren tachtig van de vorige eeuw, maar anno nu is het toch wel opvallend dat veel geuren uit de luxesector qua geursensatie inmiddels zijn verworden tot schoonmaakmiddel. Vooral sommige verkrachtingen – chique herinterpretaties genoemd – van eens populaire geuren.
Maar… Océan Mystique Granulés Parfumés wordt vast en zeker nóg een verkoopsucces voor Dior. Het zal in ieder geval veel likes genereren op social media. En dat is nog het enige dat tegenwoordig telt zo lijkt het wel – sprak de oude geurzeur.
Dit merk kwam een tijdje heel vaak voorbij op mijn Insta-pagina – tot irriterends toe: mine perfume lab. Op het eerste oog dacht ik: een dupe-brand en/of een slimme jongen/meid die heel goed gekeken heeft naar het zogenaamde handwerk-merk Le Labo (anno 2006; 2014 overgenomen door The Estée Lauder Companies).
Het doet alles wat nu verplicht is: begint al akelig voorspelbaar met de storytelling: ‘Voor wie droomt, romantisch en idealistisch, genereus en optimistisch is. Voor wie intens leeft, onvoorwaardelijk liefheeft, die herinneringen tegenkomen en soms verdwalen en weer een beetje verdrietiger en een beetje meer levend terugkomen. Voor wie houdt van bladeren door een fotoalbum, in plaats van ze te bekijken op een mobiele telefoon. Voor wie brood koopt bij de bakker en een stukje ervan eet zodra hij/zij/het buiten is wanneer het nog warm en geurig is’ – blablabla enz. Dat doet me denken aan de ‘ansichtkaarten’ van Atelier Cologne (anno 2009; 2016 overgenomen door L’Oréal) die de geuren vergezelden (weet niet of ze het nog doen).
Deze slogan komt trouwens wel binnen, best wel confronterend: ‘Blijf weg van etiketten die nep en muf ruiken. Wij verwijderen alle franjes – wat overblijft is de essentie van de dingen’. Tjonge, tjonge, ik trek het niet meer dit marketing-gemiep – ben niet geabonneerd op de Happinez. Laat maar, ook al is de neus achter het merk (anno 2017) nu behoorlijk aan het prijs dumpen. Kan me trouwens niet indenken dat een van de big boys hem, Massimo Annunziata de oprichter, zal over nemen. Daarvoor is het Mine toch te veel een ‘van-alles-wat’-merk.
En toen was ik voor boodschappen in Coevorden en ging onder meer naar een van mijn favoriete winkels: Medikamente Die Grenze. Voorheen heette die winkel Op = Op. Het grossiert voornamelijk in uiterste verkoopdatum overschreden levenswaar. Als je aan de kassa afrekent, heb ik altijd het gevoel alsof ik in de jaren zeventig aan het winkelen ben geweest – ‘een droom’. En in het directe umfeld van de vriendelijke kassière geen snoep & chocolade-verleidingen, maar zinnige producten zoals batterijen, handgel en geuren.
Zoals, heel schattig een sextet-display van het mij totaal onbekende merk (heb ik trouwens ook met heel veel merken in de nichesector) Sentio Blomicci. Even googelen; ben benieuwd. En verdomd: www.bol.com verkoopt het ook, maar www.meeuwenberg.nl geeft meer uitkomst.
Het is misschien wel de producent van Sentio Blomicci en tig andere ‘never heard of’-merken (een stuk of tien, Hello Kitty daargelaten, die kennen we natuurlijk allemaal). Heel bescheiden lees ik rechtsboven in op de site: ‘Goede parfum hoeft niet duur te zijn’.
Met deze slogan ben ik het natuurlijk helemaal eens. De display van Die Grenze zie ik niet terug op deze site, het verklaart wellicht waarom het bij de prijsstunter terechtgekomen. Over de prijs hebben we het niet: 15ml edp € 1,00. Even doorzoeken: een Duitse aanbieder geeft aan dat onder Sentio Blomicci de geuren Azure,Poudre, Blanche, Noir, Violet en Vert vallen. Ik kies gezien mijn geurgeschiedenis natuurlijk voor de laatste.
Not bad, not bad at all. Een eau de parfum-belevenis dat dan weer niet, en zeker geen niche. Toch benieuwd als je de geur blind zou laten testen door een smaakpanel. Als de trend nog bestaat die voorschrijft dat geuren nergens naar mogen ruiken, dus bijna ‘onzichtbaar’ zijn, dan heb je aan Green een goede. Op een bepaalde manier toch knap gedaan.
Ik ruik – daar ging ik wel vanuit – niets citrus-fris, wel is iets hooiachtigs, wel – kan het niet anders omschrijven – gedroogde bloemen en kruiden met toefjes poeder en zoet. Denk er een stralende, wolkenloze hemel bij. En het meest opvallende: geen scherpe witte – was op zestig graden – musk-finish. Daar ging ik ook vanuit. Eerder iets dat op hout lijkt én hout blijft, en dus niet verdwijnt in een nietszeggende zachtheid. Als ik weer in de buurt ben, gaan we die anderen ook proberen – Violetzeker.
En ik beloof: de volgende post behandel een lekker vet geprijsde geur. Een vriend heeft me er al op geattendeerd. En heb er links en rechts al van gehoord. We gaan er samen naar toe, maar als er een rij voor de deur staat – in de PC Hooftstraat – dan haak ik af. Dat vind ik zo armoedig; alsof je moet wachten op je ‘gunmaal’ geserveerd door de Voedselbank, het Rode Kruis of een andere stichting die het goed voorheeft met de medemens met pech.
Ooit was ik fan van Trussardi. Waarom? Sommige dingen kun je niet uitleggen. Kan het zijn dat ik ooit voor mijn deur – toen ik nog in De Pijp woonde – een gestolen, leeggeroofde weekendtas van Trussardi voor mijn deur vond zonder tag met de naam van de eigenaar en de politie hem niet wou innemen? Dat hebben we alvast.
Was het omdat ik een paar keer bij ze in Milaan ben geweest voor een parfumpremière – en zo gezellig heb gebabbeld met broer en zus Trussardi. Of puur omdat ze mooie spullen maken? Ik weet het niet meer.
Wanneer is mijn interesse opgehouden? Parfumtechnisch gezien, toen ze de een na de andere geur afscheidden die stuk voor stuk heel serieus met echte storytelling werden gepresenteerd, maar zó serieus dat het ongeloofwaardig werd. Zo ben ik nog in hun geur getrapt die zich had laten inspireren door de slowfood-beweging: Essenza di Tempo (2008). Vond ik een interessant uitgangspunt – werd weldra gevolgd door weer fast food fragrances: Inside Delight (2008) en Inside Iced for Men (2009).
Van Riflesso Blue Vibe (2019) kreeg ik een proefje van een kennis – originele naam zeg! Het verhaal? Zal toch wel niet: ‘Vertegenwoordigt een introspectieve reis naar de mannelijke psyche vol dualiteit en verleidelijke ondertonen. Creativiteit wordt zowel het wapen als de veilige schuilplaats van de hedendaagse man met een vrije geest die zich weet te buigen voor de discipline van het dagelijks leven’.
Daarvan is in deze geur in ieder geval op geen enkele manier gebruik van gemaakt. Wat een schijnvertoning, wat een invuloefening terwijl de ingrediënten ‘niet verkeerd’ op papier staan – zoals zo vaak het geval bij designergeuren: rum, yuzu and davana (opening), hazelnoot, geranium en alsem (hart), amberhout, leer en tabak.
Maar ligt het nu aan mij: ik heb het gevoel dat ik direct in een emmer met vanille-ambroxan ben gevallen – en wel een van de goedkoopste soort. Ja, amahoela, dit gaat echt niet gebeuren: ‘Contrasten van warm en koel, rationeel en emotioneel, elegant en subversief, zoet en scherp.’ Ik ga’m straks thuis nog één keer proberen… (wordt vervolgd). En ondertussen lees ik dat, als een van de laatsten, Trussardi ook met een nichelijn is gekomen: Le Vie de Milano – in 2020 – waar elke geur een bepaald aspect van Milaan oproept – tuurlijk, zal wel niet.
Nog een keer Riflesso Blue Vibe geprobeerd. Dus: ik ruik iets zoetigs wat voor rum plus hazelnoot zou kunnen doorgaan – je ervaart een soort gourmand-feel op basis van aangelengde vanille. Wordt inderdaad, maar dan heel snel, bloemig door geranium, met op de achtergrond al een frisse scherpte die onaangenaam aandoet (is dat een goedkope alsem-variant?) en voor mij reminiscenties oproept met Axe-deodorant – om vervolgens te duiken in een bad van veronderstelde zwoelte.
Maar ik ervaar het amberhout, het leer en de tabak niet echt. Het is dat het gezegd wordt, maar blanke patchoeli had ik ook geloofd. De ambroxan-ervaring is nu minder heftig, maar elegant wil het allemaal niet worden. Er blijft die scherpte. Plat. Joop Homme Light zoiets. Gewoon niet langer over nadenken. Er wachten andere geuren.
12 Noir Absolu Collection Prestige van JC Parfums is een treffend voorbeeld van hoe ‘echte niche’ steeds moeilijker te onderscheiden lijkt van ‘nepniche’. I love it, want het onderstreept des te meer dat ‘alles’ waar niche zich op beroept – exclusiviteit en allerbeste kwaliteit van ingrediënten en eigenzinnige en gewaagde composities – eigenlijk marketingonzin is. Maar wel een zeer goed geslaagde. Chapeau!
De ‘kenners’ moeten misschien denken aan La Collection Privée van Christian Dior – ik in ieder geval. Hoewel je je natuurlijk kunt afvragen of La Collection Privée wel ‘echte niche’ is, hebben beide merken dezelfde uitstraling. Want hoewel de een zwart, de ander wit gepresenteerd, is de etikettering, omdoos, gewicht van de flacon en dop, en presentatie bijna een laken van hetzelfde pak.
En de geur dan? Flauw (of niet) om te zeggen, maar blind geroken zou ik er – ik gebruik deze omschrijving niet graag in verband met geur, maar het is het eerste wat in me opkwam – in zijn gestonken; ‘Niche!” 12 Noir Absolu is warm, vol, gul en schommelt olfactorisch tussen Ambre Nuit en Patchouly Impérial met een vleugje Oud Isaphan.
Het verhaal achter de geur, klinkt wat vreemd en af en toe onbedoeld grappig, maar dat ligt hoogstwaarschijnlijk aan de vertaling: ‘Dit metaforische sap dompelt je onder in een onverwacht en vreemd concentraat van donkere bossen en witte bloemen. Deze geuren stuwen je soms op een reis naar de donkerste bossen met patchoeli, agarhout, dierlijk hout, zwarte bes, soms in een reis onberispelijk door jasmijn en narcissen. Het hele gebeuren is absoluut verontrustend tot het punt dat het bijna onwerkelijk wordt’. Let op het gebruik van soms.
De opgegeven ingrediënten. Top: zwarte bessensiroop, aquatische noten, hart: cyclaam, narcis, sambacjasmijn, roos, en basis; oud, patchoeli, wierook en benzoïne.
Eerlijk gezegd: het komt er allemaal niet uit wat erin zit. Aan de opening ontbreekt de sprankeling die deze twee kunnen oproepen met name als je zwarte bes onderdompelt in waternoten. Mijn maat der dingen wat frisse zwarte bes betreft: Hermès’ Amazone Eau Fraîcheur. Gebeurt niet.
Het hart is echt ‘spannend’ door de originele combi van (het weinig) gebruikte cyclaam en (dito) narcis. Ik ruik het alleen niet echt. Dus geen patsboem-effect van mierzoete cyclaam (think pink) en supergele, supergeile narcis. Samen moet dat iets ‘meeslepends sensueels’ opleveren. Gebeurt niet echt.
Dat komt voor een groot gedeelte op conto van de basis. De ingrediënten daarvan lijken overgedoseerd waardoor je er als het ware direct mee in aanraking komt, zonder opening en hart mee te krijgen. Dat is vaak de makke met oud-angehauchte geuren, de basis eist te snel de aandacht op.
Maar dat zullen waarschijnlijk – hier volgt een vooroordeel – de meeste gebruikers juist prettig vinden. Die zitten niet echt te wachten op – hier volgt er nog een – een bedwelmende ontmoeting tussen cyclaam en narcis. Wel op een gulle en krachtige geur – en nog een – en dat wordt tegenwoordig geassocieerd met niche.
Laten we de boel eens omdraaien: wat zou Dior gedaan hebben met deze ingrediënten? Ik vermoed en ik hoop dat het een verzwelgende bloemengeur zou zijn geworden gesmoord door oriëntaals hout. Nog iets: ik denk ook niet dat de liefhebber van La Collection Privée op zoek is naar JC Parfums. Andersom wel. Of is dit ook een vooroordeel?
Lees net dat 12 Noir Absolu is ‘ontleend’ aan Matière Noire van Louis Vuitton. Interessant. Gemaakt door Jacques Cavallier. Nu denk ik dat ik mijn gewenste verzwelgende bloemengeur aangereikt zal krijgen.