EEN ELEGANT BLOEMIG HOUTPARFUM
TUSSEN ZELFOVERSCHATTING EN EIGENDUNK
TIKTOK PARFUMHUIS

Weer wat geleerd: Attar Al Has betekent ‘persoonlijke geur’ in het Arabisch; ‘attar’ is essentie, ‘al khasu’ privé of persoonlijk. Aldus de homesite.
Wel vreemd: ‘al khasu’ zie ik niet in de naam. Misschien door het merk zelf over het hoofd gezien in de nogal ronkende wervende teksten. Oordeel zelf: ‘Welkom bij Attar al Has, een internationaal geroemd merk dat synoniem staat voor de kunst van verfijnde geuren. Onze reis begon in Istanbul, toen twee visionaire vrienden, elk met 25 jaar diepgaande ervaring in de parfumindustrie, hun krachten bundelden om een nieuwe standaard voor olfactorische uitmuntendheid te creëren’.
Internationaal geroemd, visionair, diepgaand, nieuwe standaard, olfactorische uitmuntendheid… ik bedoel maar. Kan er nog wel bij: ‘eeuwenoude wijsheid’, ‘ongeëvenaard’, ‘tijdloze allure’, ‘met zorg’. Dat lees je achtereenvolgens in: ‘bij Attar al Has combineren we de eeuwenoude wijsheid van de oosterse parfumerie met de innovatie van de moderne tijd, wat resulteert in ongeëvenaarde geuren die de zintuigen betoveren en tijdloze allure oproepen. In samenwerking met gerenommeerde parfumeurs creëren we met zorg kenmerkende geuren die verfijning en luxe belichamen’.
Dan heb ik nog niet over de clichés gehad. Die laat ik maar achterwege. Nou vooruit twee: gerenommeerd, zorgvuldig. Wel opvallend: al zoveel noten op je zang hebben terwijl je als huis nog maar net om de hoek komt kijken. Opgericht in 2021 en – gaan we weer – dus ‘diepgeworteld in de rijke tradities van de oosterse parfumerie en inspiratie puttend uit de weelderige erfenis van het Ottomaanse Rijk en dit erfgoed combinerend met een moderne genderneutrale benadering’. Laatste is bijzonder omdat de meeste niche parfumhuizen dat vanzelfsprekend en dus niet noemenswaardig vinden.
Jezus, iemand moet een keer duidelijk maken dat je er als nieuw merk niet geloofwaardiger op wordt met het vermelden van je ‘onwrikbare toewijding aan uitmuntendheid, strenge normhantering in elk aspect van de bedrijfsvoering’.
Willen we dit weten, moeten we dit allemaal weten van een merk? En dit: ‘We vieren diversiteit en omarmen de rijkdom van individuele achtergronden en overtuigingen’. Mooi streven en mee eens, maar ik hoef het niet van elke fabrikant van (luxe) producten te weten. Een jaarlijkse Kerstkaart gekalligrafeerd met goede bedoelingen gewijd aan goede doelen voldoet.
Maar als de andere geuren van Attar al Has even goed zijn als Gold Sunset, dan is het typisch zo’n huis dat de laatste jaren zijn deuren hebben geopend, doelgroepend op de groeiende populariteit van nichegeuren onder een nieuwe, jonge generatie Gen Z-ers die nogal onder invloed lijken te zijn van Tiktokkende parfumpromoters. De kwaliteit is goed, maar voor de rest is het een en al cliché. Doet je afvragen of de gemiddelde klant dit wil en verwacht, en het merk – daardoor – niet voor een eigentijdse uitstraling durft te kiezen.
Op veilig spelen met inwisselbare geuren lijkt de maat der dingen geworden in nicheparfumland. Ook kun je je afvragen of hier nog wel sprake is van niche, en niet van massniche. Nog zoiets: zou een dergelijk merk met alle makkelijke pr- en communicatietechnieken van nu voorhanden, ook in het pre-socials tijdperk zo snel hebben kunnen groeien? Maar dat geldt voor honderden andere concurrenten. Attar al Has doet het aardig op dit TikTok; wordt nagepraat door honderden zelfbenoemde kenners – laatii.be krijgt in ieder geval de meeste likes bij zijn promotie: 952.
Nu de geur. Gold Sunset, uit 2022, werd samengesteld door Karine Vinchon Spehner (heeft veel ervaringen met oosterse geuren gezien haar bijdrages voor Amouage). En dat doet ze vakkundig. Mooie prikkelend-frisse noten bepalen de start, zij het bescheiden: zwevend tussen houtig-groen (kardemom, petitgrain), citrus (bergamot) en specerijen: peper en gember. De schoonheid openbaart zich in het hart: aangenaam om weer eens (voor mij dan) een duidelijk tuberoos- en ylang-ylang-combi te ruiken.
Volbloemig, smeuïg, boterachtig (veel tuberoosgeuren van nu zijn vlak en eendimensionaal), maar de euforie slaat niet door omdat de bloemen worden getemd door warm-aardse noten van cistus labdanum, papyrus, patchoeli en sandelhout waardoor de geur – als je dat zo mag stellen – minder vrouwelijk, meer mannelijk wordt.
Ofwel, stoer-strak versus elegant-zwoel. Een toefje vanille ‘verzacht’ het hout. En het hout blijft aangenaam lang nasmeulen als de tuberoos en ylang-ylang is uitgebloeid. Fascinerend: na een tijdje lijkt het als of de kardemon weer tot leven komt, de geur krijgt een subtiele luchtigheid. Wonderlijk.
Ben het trouwens niet met het idee/het gevoel dat Gold Sunset wil oproepen eens: ‘Een betoverende, frisse avondgeur – fris en warm parfum om te dragen na zonsondergang’ die je kunt vergelijken met ‘de rustige kusten van een Caribisch paradijs dat de essentie van de sereniteit van het eiland vastlegt’. Laten we het hier maar niet over hebben: ‘Elke noot harmoniseert om een rapsodie van zintuiglijke hoogstandjes te creëren en nodigt uit om de ultieme ontsnapping naar het paradijs te ervaren’. Zo kan-ie wel weer.
















Terwijl de kleding onder leiding van Alessandro Michele steeds gewoner, ‘rommelmarkt- en vintagewinkel-herkenbaar’ (maar niet bepaald goedkoper) wordt, zien we op geurengebied een tegenovergestelde ontwikkeling bij Gucci: crowd pleasers worden opgestuwd in de hogere vaart der volkeren: van masstige naar prestige.
Een misvatting van groen in geur: kan alleen worden opgeroepen met vers gemaaid gras, kruiden, stengels en bladeren. Maar er is een andere manier, gewoon door in het water te duiken met groene tonen vermengd met ingetogen citrustinten. Hoe doet Alberto Morillas het? Hij behandelt de gardenia alsof ze bloeit met groene in plaats van witte en crèmekleurige bloemblaadjes. Hij stelde zich een vroege zomerochtend voor, waar boomgaarden met rijp fruit bedekt zijn met dauw. De eerste indruk die je krijgt terwijl je Gorgeous Gardenia Emerald ruikt: sappige peer en koud aandoend watermeloen bedekt met de kleinste citroendruppels die zachtjes op de gardeniablaadjes vallen, waardoor ze groener worden.
Parfumnicht: zo werd/wordt wel eens man omschreven met overdreven aandacht voor geuren. Dit compliment is mij nog nooit toegeworpen – althans niet in mijn aanwezigheid. Wel werd ik een keer voor bokkenpoot ‘uitgescholden’ toen ik stond te wachten op de tram met een doos vol boodschappen.
Op zijn site lees ik over het idee achter Gay, en kan er geen touw aan vastknopen. Als ik het goed heb begrepen is Pregoni ook schrijver en is de geur genoemd naar zijn boek Il Vangelo secondo Gay. Ofwel, Het Evangelie volgens Gay. En dat is volgens hem ‘de meest schokkende waarheid in de geschiedenis’ en ‘zeker een klein meesterwerk met antropologische en fantasierijke implicaties, dat het verhaal in ons dagelijks leven doet zinken, de wijdverspreide gedeelde moraliteit omkeert, maar ons het zeldzame voorrecht toekent om te denken met ons hoofd’. Tuurlijk, en ook zo fijn: ik zit dus helemaal op het verkeerde spoor.
WAT GAY IK EIGENLIJK?
Historici en andere specialisten zullen waarschijnlijk pas over honderd jaar (of zelfs nog later) mijn gedachte kunnen bevestigen of ontkrachten dat wanneer een andere ‘designer du jour’ in plaats van Alessandro Michele bij Gucci de creatieve arbeid van Frida Giannini had overgenomen, Guilty Cologne ook wel was verschenen en for that matter ook The Alchemist Garden – de spectaculaire retro-retro-retro-nichelijn van Gucci.
Wat fijn dat er nog neuzen zoals Maria Candida zijn. Een vrouw met een mooi klein bescheiden huis die gewoon prachtige parfums maakt. Ook zo’n neus waarvan je je afvraagt waarom de grote spelers in de markt haar niet eens vragen voor een compositie. Dat levert volgens mij een eigenzinnig, ‘draagbaar’ en ‘trendy’ resultaat op.
‘Geurengoeroe, waar zie je elk jaar naar uit wat nouveautés betreft?’ ‘Dat is al járen hetzelfde: de nieuwe Aqua Allegoria’s. Hoeveel zijn het, volgen ze een trend, gaat er een wellicht een trend zetten, welke is eenmalig, welke blijft in het assortiment en welke ingrediënten spelen de hoofdrol – altijd weer benieuwd’. Ik tref het dit seizoen: een trio van – ik citeer het persbericht – ‘opgewekte stijloefeningen waarin zowel de geur als de frisheid blijven duren’. Leuk omschreven.
Ik heb het al eerder vermeld: ik vind het jammer dat Aqua Allegoria in de loop der jaren van genderneutraal steeds ‘vrouwvriendelijker’ is geworden. Wat nog eens werd versterkt doordat alle klassieke versies in het assortiment – zoals Herba Fresca en Pamplelune; nog steeds mijn favorieten – zijn ‘herschreven’ en dus meer poederig en (white) musky zijn geworden.
Wat ik prettig vind: de afdaling wordt niet ingezet met witte musk, maar met cederhout. Strak en zonnig en de prikkeling van opening en hart met zich meedragend. Pas later komt de witte musk zijn aandeel opeisen, en dan ook echt opeist. Maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren.
De meest commerciële, de meest makkelijke: Flora Cherrysia. Thierry Wasser: ‘De inspiratie voor deze postkaart-geur haalde ik uit Japan inspiratie op het moment van de Sakura – het ontluiken van de kersenbloesems in maart inspireerde ons tot een vluchtige bloemengeur die reikt naar de hemel en delicaat gestreeld wordt door de wind. Het is poëtisch, alsof het beeld van de kersenbloesem delicaat flou pastelkleurig is, als een aquarel’.
Who the fragrancef*ck is Jacques Fath? Olfactieve opa vertelt: Lieve parfumvrienden en geurvriendinnen, lang geleden toen haute couture nog vraiment haute couture was, en de ‘daaruit voortvloeiende’ parfums zonder tussenkomst van marketingafdelingdirectors en storytellingdepartementexecutives direct richting consument werden gestuurd, waren er naast de nu bij het grote publiek bekende huizen (Balmain, Chanel, Dior, Givenchy, Lanvin), een hele trits aan concullega-couturiers.
In zijn korte komeetachtige carrière (geboren in 1912 overleed hij in 1954 aan leukemie) werd hij, zoals dat heet, op handen gedragen vanwege zijn frivole, maar altijd smaakvolle stijl. Het leverde hem beroemde klanten op. In a way the usual suspects van Hollywood en omstreken – hij verzorgde ook de kostuums voor veel glamour-films: Greta Garbo, Ava Gardner en Rita Hayworth.
WAT GREEN WATER IK EIGENLIJK?
‘Grappig’ in deze: ik meen een bloemige noot te bespeuren die heel, heel, heel lichtjes aan ‘geklaarde’ tuberoos doet denken. Ik moet het anders zeggen: de nieuwe generatie tuberoosgeuren gedragen zich zo. Daarvan wordt nu de meer groenige noot benadrukt – chique gezegd: ‘a deconstructed tuberose’ – om de jonge consument maar niet de stuipen op het lijf te jagen. Men neme: Stella McCartney’s Pop (2016), men neme Miu Miu Eau Argentée (2018). Ik heb de nieuwe Maison Margiela – Mutiny (2018) – nog niet geroken waarin de tuberoos ook een discutabel procedé moet ondergaan om maar niet tuberoos-totaal-brutaal te worden.