Sla ik door? Zie ik dingen die er niet zijn? Of, wil ik ze juist zien ter bevestiging van mijn (voor)oordeel? Met het ontploffen van de Epstein Files wordt mijn reeds lang aangehangen mening in ieder geval bevestigd: de mode- en beautywereld blijft maar doorgaan met het promoten van dubbelzinnige boodschappen en onmogelijke verlangens. In hoeverre de (gay)male gaze hier (on)bewust leidend is?
Kleding wordt gepromoot door te jonge, graatmagere verboden-te-voeren-modellen met hun ‘life sucks’-attitude die weigeren te lachen – zouden ze echt honger hebben? In de cosmetica is de ‘Lolatisering’ helemaal doorgeslagen. Door TikTok laten girls, ja echt meisjes van 12, zich inmiddels wijsmaken dat een dagelijks beautyritueel vanzelfsprekend is: ‘Een moisturizer nà een primer en vóór de dagcrème!’ Onderschat ook de invloed van K-beauty niet: de smetteloze huidjes van Zuid Koreaanse meisjes en jongens wordt door ‘inventieve’ Aziatische cosmetica gewoon smetteloos, gewoon perfect.
In de parfumindustrie is seksualisering van jong maagdelijk als lokmiddel vanzelfsprekend realiseer ik me steeds meer Esptein indachtig. Voorbeelden te over. Treffend recent: het model, of moeten we gewoon kindmeisje schrijven, of luxe moppie, dat Guerlain gebruikt ter promotie van Acqua AllegoriaPerle Nerolia Vetiver. Telt hoeveel jaren? 13, 14, 15? Had ook een ‘Epstein Girl’ kunnen zijn.
‘nothing’
Ontneemt me als ouwe geurzeur in ieder geval de zin me erin te verdiepen. Kijken anderen daardoorheen of zien ze deze (gay) male gaze letterlijk helemaal niet? Blijft ‘iedereen’ met een zwak voor beauty tegen beter weten geloven in de droom? Maakt niet uit wat voor een ideaal wordt neergezet die (labiele) anderen aanzet tot volgen – whatever the consequences. Één daarvan: vrouwen die zich er maar niet bij kunnen neerleggen dat ze ouder worden onder aanvoering van de 70+-actrices Isabelle Hubert, Isabella Adjani en een ietsiepietsie nog oudere Catharine Deneuve (met de 80something Dolly Parton als leading lady).
Doet me denken aan de campagne van Calvin Klein die (terugblikkend) deze Lolita-styling in gang heeft gezet. Voor zijn eerste jeanslijn gebruikte hij in 1980 de toen veertienjarige flink in de make-up gezette Brook Shields: ‘You want to know what comes in between me and my Calvins? Nothing’. Wat het met Shields deed, en met name door onze focus op forever young, lees je in een van haar vele boeken.
Is er dan helemaal geen hoop? Kwestie van goed blijven kijken om te zien wat je wilt zien. Opsteker: in recente (weliswaar ultra deconstructieve-decadente) shows van Maison Margiela blijven de gezichten van veel modellen verborgen achter maskers – nog steeds te bonestakerig mager dat wel.
Ik weet niet wie de term (en)shitification gemunt heeft. Ook niet diegene die voor het eerst crabification gebruikte. In zuiver Nederlands: verkuttificatie. Ben het met de in Amerika bedachte term eens: het misleiden van consumenten door hen te laten geloven dat een product of dienst beter of groter is, terwijl in werkelijkheid de omvang of kwaliteit (of beide) is verkleind en de verpakking in een reeks van één of meerdere stappen is aangepast om de winst te verhogen zonder toegevoegde waarde te bieden.
Kun je in wat bredere zin ook op parfum toepassen. En hoe! Neem de restyling en upgrading van merken (in presentatie, in formule, in concentratie). Zeker, het levert aandacht in (online)glossies op, alleen de consument niets omdat het meestal gepaard gaat met een niet in verhouding tot het product staande prijsverhoging. Ik volg in deze een van mijn favoriete vintage parfummerken Oriza L. Legrand: sinds de heropening in 2012 is het aan de vierde transformatie toe. Mais oui, de prijsverhoging hield gelijke tred: van € 102 naar € 180 (100ml).
Een andere manier van (en)shitification: als een parfummerk zijn ziel (en hebben en houden) verkoopt aan een multinational. Waar het merk voor stond verdwijnt in de shredder, een marketingteam wordt er vervolgens opgezet dat het merk in hapklare brokken herformuleert. Natuurlijk met plechtige inachtneming en respect voor de geschiedenis volgens een persbericht – bla, bla, bla, ha, ha, ha! Het gevolg: domme glamour-eenheidsworst verpakt als grensverleggend, creatief en eigenzinnig. Voorbeeld: Yves Saint Laurent Beauté in handen van L’Oréal.
Over dupes als verkuttificatie-verschijnsel heb ik het al vaker gehad. Nog niet over een nieuwe invulling van het begrip: een ‘bijproduct’ of basisingrediënt gebruikt bij parfumcomposities, wordt opgewaardeerd en vervolgens als bijzonder, als luxe, als volwaardige geur, als aangeprate toegevoegde waarde aangeboden. Passend voorbeeld: de onlangs geïntroduceerde Layer+-lijn van Skins: ‘fragrance enhancers’ bedoeld om te layeren.
Gelanceerd ter gelegenheid van het 25jarig bestaan van de keten. Phillip Hillige, oprichter, mocht een tijdje geleden een parfumpromotiepraatje houden in Volkskrant Magazine (een volger wees mij erop, zie pdf’s onderaan). Opgezocht en gelezen. Ik moest al lachen om de intro: ‘Zomaar een parfum opspuiten en gaan, daar kleeft een risico aan. Grote kans dat iemand in de omgeving hetzelfde ruikt, helemaal als je favoriet een publiekslieveling is’. Wat is dit voor girlglossy-getutteletut?
Hier wordt een niet bestaand luxeprobleem geconstateerd, gecreëerd. Want wat is het risico van ‘hetzelfde ruiken als een ander’? Het tegenovergestelde is eerder vaker het geval: (h)erkenning wordt vaak juist als bevestiging van goede smaak gezien. Als jij winkelend met je Chanel, Vuitton, Dior, Prada, Balenciaga, Chapal, Goyard, Le Tanneur, Longchamp, Hermès (of wat voor een tas dan ook) om je schouder verderop nog twee vrouwen (of mannen) met een dergelijk exemplaar ziet, loop je dan zo snel mogelijk door – oogcontact ontwijkend – of geef je een herkenbaar knikje (‘we hoeven elkaar niets uit te leggen’).
Ik dwaal af. ‘Veel van onze klanten zijn bezig met layeren’, aldus Hillege. ‘Bijvoorbeeld omdat ze balen dat hun favoriete parfum veel wordt gedragen. Op deze manier geef je een geur een persoonlijke twist. Nu gebruiken veel mensen daarvoor een ander parfum, maar twee parfums betekent ook vaak twee keer een flinke prijs’.
Dat lijkt me voor de gemiddelde Skins-klant geen probleem, die komt juist voor dure parfums uit het nichesegment wat de aanleiding ook moge zijn. Hij vervolgt: ‘Terwijl we bij een geurlaag bestaande uit één molecuul, zoals die van Layer+, de prijs lager kunnen houden (100 ml € 95, sample 10 ml € 25) en in samenstelling ook makkelijker te combineren zijn met andere geuren.’
Opmerking: alle geuren zijn makkelijk te mixen. Vraagje: ‘Waarom geen kleinere maten (30ml, 50ml) die je nog meer aanzetten tot layeren en kopen?’
Daarnaast vraag ik: ‘Philip, waarom instrueer je je personeel niet beter?’ Er is zoveel keuze, zo niet te veel keuze, dat je je ‘balende klanten’ op tig andere geuren kunt attenderen die wellicht interessant zijn waardoor ze niet hoeven te ruiken naar hun (over)buurvrouw, beste vriend(in) of GBF en layeren dus overbodig is.
Het layeren wordt pas écht interessant als je dat met ‘volwaardige’ geuren doet. Is echt niet minder makkelijk. En dat hoeft ook niet echt een ‘flinke prijs’ te betekenen, gezien nu veel serieuze gebruikers over een uitgebreide collectie beschikken (ga voor de lol eens TikTokken en verbaas je over de collecties van consumenten die hopen op een influencersbestaan) en de prijs eigenlijk een non issue is.
Terzijde: binnenkort presenteert mijn indy perfume brand Re-Arrange ‘Classics meet Oud’. Waaronder Chanel Oud N° 5, Van Cleef & Arpels First Oud, Habit Oud Rouge van Guerlain en nog een paar. Een vriend van mij is ook lekker bezig: die wil de vintageversie van Rive Gauche (voor de vrouw) dieper en stoerder maken met de juiste dosering patchoeli. En wat dat laatste betreft: veel merken hebben vaak ‘solifleurs’ in hun nichepakket – dus hún visie op pure patchoeli, pure roos, puur cederhout, puur oudh, pure jasmijn, pure amber en ruik zo maar door – waarmee je kunt layeren.
De enhancers van Skins – ‘te combineren met andere parfums, maar ook op zichzelf en met elkaar gedragen kunnen worden’ – voldoen dus ook aan het predikaat en(shitification). Je verpakt een goedkoop basisproduct op aantrekkelijke wijze, doet alsof je aan een behoefte beantwoordt, presenteert het onder jouw voor kwaliteit staande naam – Skins – en het wordt het geloofwaardig en chic.
Wake-up call: enhancers zijn al twintig jaar te koop in de parfumerie: het is het succes van Escentric Molecules – viert dit jaar zijn twintigjarig bestaan – en Etro. Dit luxemerk presenteerde in 1989 al een volwaardige layercollectie. Grotendeels nog te koop met nog steeds prachtige composities.
Ook op lokale markten in Frankrijk worden deze enhancers al jaar en dag aangeboden. Mijn daar ooit gekochte Fique (in Perpignan bij de lokale drogisterij) kan nog steeds de vergelijking doorstaan met de klassieker van Dyptique. En de Musc – heeft alles wat ik niet prettig vind aan witte musk maar toch prachtig is door de zoet-bloemige omlijsting met name door heliotroop: Fique + Musc = MagniFique!
Dit geloof ik trouwens niet: Hillige zegt dat de enhancers geen klassieke piramideopbouw hebben, maar een cirkel ‘omdat we zijn uitgegaan van één molecuul, dat betekent niet slechts één geurnoot, dat zou te makkelijk en te vlak zijn’. Waarom geloof ik dat niet? Omdat alle geurmoleculen ‘gestuurd’ worden door hun gewicht. Gooi alle parfummoleculen in een flacon en na verloop van tijd komen eerste lichte (citrusnoten, groen), dan kruiden, bloemen- en bloesemmoleculen en als laatst de zwaardere moleculen (hout, harsen, leer, dierlijke noten) bovendrijven – top, hart, basis dus.
Terzijde: sommige ‘éénmoleculen’ in de parfumindustrie zijn al een geur op zichzelf – neem hedione van Firmenich (overgedoseerd in Diors Eau Sauvage). Heeft verder niets nodig. Neem het heerlijke paradisone van Firmenich – onder andere on Élixir 1(Atelier Rebul) en Can’t Stop Loving You (By Kilian). En het eerste succes van Escentric Molecules – 01 – heeft iso e super (65 procent!) als enhancer, het synthetische alternatief voor ambergris. Niets meer aan doen.
Er wordt meer door Hillege gefantaseerd, maar kan niet alles vermelden. Nou deze dan: ‘Bij de geuren is afgeweken van het traditionele parfumwiel, zoals florale of chypre-geuren’. Zou het? Want welk molecuul je ook kiest, ze draaien allemaal hun rondje in het wiel. Hillige vindt dat hij ‘helemaal out of the box’ is gegaan met Milky (romig en vanille-achtig). Is volgens hem niet eens officiële categorie – valt toch gewoon onder gourmand? Wat eveneens geldt voor geuren waarin veel fruit zit verwerkt. Ananas doet het voor de Skins Layer + Fruity geur. Het hiervoor toegepaste molecuul zou zomaar galbascone 95 van IFF kunnen zijn omdat per enhancer de producent op de flacon wordt vermeld – waarom niet de neus of de AI-assistent?
Ik had nog willen ingaan hoe je ‘dit soort geuren’ aanprijst in je winkel – toch soort van valse concurrentie. Én het mini-trendje dat niche-parfumerieën (Parfumaria, Perfume Lounge, Skins) co-creaties laten ontwikkelen (soms zo maar voor het geld, soms vanwege een jubileum). Én dat importeurs hun eigen onlinewinkels openen (vanwege winstmaximalisatie).
Volgens Le Monde wel. De Franse krant die net zoals zoveel kwaliteitskranten regelmatiger parfum als onderwerp heeft – niet als lifestyle maar vanuit sociaal-culturele hoek – hopende dat luxemerken nog meer in hun kranten gaan adverteren. Staat zo chic.
Le Monde zoekt het sinds enkele jaren met name in het analyseren van de consument. Het hangt daar allerlei theorieën aan op die – als de doelgroep het zou lezen – er zich over zou verbazen: ‘Wat een paar geurtjes al zo over mij zeggen’.
Nieuwe ontdekte doelgroep – lag in de lijn der verwachting: macho2.0. Ofwel, hij die zich laat beïnvloeden door masculiene influencers – denk Andrew Tate – opererend in de manosfeer. Volgens Wikipedia is dat ‘een heterogene groep websites, blogs en online fora die een bepaalde vorm van mannelijkheid en sterke oppositie tegen feminisme promoten’. Volgens Le Monde zien deze influencers geur ‘als wapen, als pantser, als manifest van kracht, als middel om iemands identiteit te bevestigen’.
Ja hoor, daar is het toverwoord van nu: identiteit. En dat combineer je natuurlijk met de socials – TikTok, Instagram – waar ‘onzekere’ jongemannen nu aldus Le Monde zoeken naar parfums als uiting van mannelijkheid en viriliteit. Op deze sociale media wordt gefocust op ‘projectie’, ‘prestatie’ en ‘kracht’. Er wordt bij parfumanalyses gesproken over ‘aura points’ (verwijst naar terminologie uit videogames) en ‘beast mode’ (uitdrukking in de fitnesswereld; ‘in een ultra-vastberaden modus gaan’).
Wees niet bang: de keuze voor een ‘mannelijk’ parfum is eerder performatief dan ideologisch, dus niet agressief – je hoeft niet te vrezen dat je in elkaar wordt gestompt als je de dragers complimenteert dan wel kritiseert. Gelukkig denk je dan, maar – let wel – volgens Le Monde is de tijd voorbij dat parfum wordt geassocieerd met intimiteit, subtiele verleiding of discrete verfijning.
Ik betwijfel dat – ik kijk nu met een Hollandse bril, maar geloof niet dat het voor de gemiddelde consument in Europa anders ligt. Geur zit voor heel veel mannen voornamelijk – as we speak – nog steeds in de Vaderdags-, feestdagen- en cadeautjessfeer (de ontvangers zijn misschien wel de vaders van deze parfumpantser-mannen).
Le Monde maakt alleen geen melding van een andere, eerder ‘verontrustender’ trend: hoe duurder hoe beter. Als op de verpakking een ‘gedistingeerde’ naam staat het liefst omringd met heraldieke symbolen, dan is het vaak vanzelfsprekend lekker. Van ‘subtiele verleiding’ of ‘discrete verfijning’ is hier inderdaad geen sprake. Het tegen elkaar opbieden, past dan weer wel perfect in deze nieuwe mannelijke consumentenanalyse. ‘Hoe duur was die van jou?’
Over smaak valt natuurlijk (niet?) te twisten, maar duur is dus per definitie niet lekkerder, origineler of eigenzinniger. En Le Monde ziet nog iets anders over het hoofd: groepsdruk. Veel generatiegenoten ruiken hetzelfde uit angst anders te zijn, en versterkt op onderbewust niveau het clan-gevoel – ook zo’n manosfeerbegrip – jij bent een van ons.
Zou het waar zijn? Op TikTok wordt aldus Le Monde bijna 60 procent van het parfumcontent bekeken door mannen. Aldus een medewerker van adviesbureau Présent (wat voor een adviezen geeft die en aan wie?). Zou kunnen. Maar om dan direct te spreken van een ‘doelbewuste toe-eigening van een gebied lange tijd als marginaal beschouwd voor traditionele mannelijkheid’. Vind ik nogal wat.
Toch wel grappig: deze plek werd voorheen ingenomen (of moet je hier eveneens toegeeigend of opgeëist schrijven?) door mannen die met weliswaar met dezelfde ‘macho-insteek’ naar geuren keken, maar zich niet als zodanig ‘mannelijk’ in doen en laten manifesteerden. Lees: trendsettende homo’s.
Terzijde: ik kan me nog herinneren toen ik mijn eerste schreden op het homosexuele pad zette – eind jaren zeventig – en ik in Amsterdam bivakkeerde bij een oom van een vriendin van me in verband met toelating tot de kunstacademie. Elke mondaine man droeg naast Geoffrey Beens Grey Flannel en Halstons 1-12 (beide uit 1976; helemaal uit Amerika dus extra chic). Plus: Lagerfelds Pour Homme (1978) – heet nu Classic – en Cerruti ‘s Pour Homme (1979). Guerlains Jicky (1889) – tijdloos populair in artistieke kringen – daargelaten.
Wel fascinerend om te zien als je gaat TikTokken: geuren worden door sommige macho’s2.0 getest alsof het een motor betreft, de intensiteit als ware het de cilinderinhoud van desbetreffende motor. En de ‘zwaarte’ van een geur wordt bewezen door de dop op de grond te gooien – ‘macho macho man i wanna be a macho man’. Geur krijgt nu dezelfde allure als die andere echte mannengagdets: auto’s, horloges, whisky of een knappe jaloersmakende chick in je armen.
Het adviesbureau Présent is blijkbaar vergeten dat de cliché gentleman met zijn veronderstelde voorkeur voor auto’s, horloges en whisky al decennialang een inspiratiebron voor geuren is. Treurig/sneu is dan wel weer het uitpak-ritueel op TikTok – voor mijn gevoel een van de mallotigste randverschijnselen betreffende de self gratification van de spenderende consument in overdrive. Terwijl ik dacht – call me old fashioned, call me biased- dat dit een typisch vrouwending was.
Wat ook niet wordt behandeld door Le Monde: de dosering en wat dat op omstanders doet. Ik kan zomerse zaterdagavonden herinneren wandelend door de Leidsestraat in Amsterdam dat je bijna werd opgetild door een golf van Joop! Homme. Heftig, niet dat ik er agressief van werd. Zover ik me kan herinneren ben ik twee keer – bijna vijandig – aangesproken op mijn overdosering. Het betrof Salvador Dali’s Pour Homme (in een restaurant) en Knize Ten (in een café). Beide geuren zouden nu met gemak de manosfeer ingetrokken kunnen worden.
Anno nu, kom ik in Amsterdam af en toe onverwacht in een oudh-wolk terecht – van overrompelend, tot prettig aangenaam, van oké tot een ‘very poor interpretation’. Het lijkt wel of de dragers het aan elkaar doorgeven. Ik ben ‘altijd’ weer verrast: dat één soort geur zo populair-vanzelfsprekend is geworden. Maar agressief-masculien word ik er niet van – wel wanneer je een restaurant betreedt waar de geurstokjes met oudh uit de toiletten zijn doorgewaaid naar het eetgedeelte – verstikkend. Dan heb ik het gevoel dat ik in een intimiderend manosfeer-establissement terecht ben gekomen, waar je je moet ‘gedragen’. En als je je niet houdt aan de ongeschreven codes, kan een über-geparfumeerde testoronbom for whatever reason je lastig vallen. Agressief tegen agressief met conflicterende uitgangspunten.
In tijden van alternatieve feiten, samenzweringstheorieën en ‘historisch kersen plukken’, weet ik vaak niet meer of een verhaal nu echt of nep is. Zo dook ik een tijdje geleden online de boeken in om meer te weten over de relatie tussen parfum en antieke beelden – had ooit gelezen dat in de oudheid sculpturen werden besprenkeld met welriekende waters. Zou het waar zijn?
Toch soort van logisch: als er een link bestaat tussen religieuze verering (om goden aan te roepen, tevreden te houden) met behulp van brandend wierook, mirre en welriekende kruiden en houtsoorten dat in golvende slierten richting hemel stijgt – het woord parfum stamt tenslotte af van pro fumo en betekent ‘door rook’ -, kan ik me eveneens voorstellen dat beelden als teken van devotie werden ingesmeerd met parfumoliën – met nóg grotere kans op beantwoording van gebeden.
Stuit ik onlangs op het volgende: een studie uit 2025 (Oxford Journal of Archaeology) werpt licht op deze praktijk. Het blijkt uit geschriften van onder anderen Cicero (106 – 43 v Chr) en Plinius de Oudere (23-79 n Chr). De laatste vermeld in zijn Naturalis historia het parfumeren van beelden van goden en heersers. En de Griekse geleerde Callimachus (c.310 – c. 240 v Chr) merkt bijvoorbeeld op dat een standbeeld van de Egyptische koningin Berenice II (267 – c 266 – 221 v Chr) ‘nog nat was van het parfum’. Ze werd samen met haar echtgenoot als staatsgodin vereerd en als godin op zich aanbeden. Leuk detail betreffende devotie: ze offerde haar eigen haar.
Geur had een diepe betekenis in het leven van de oude Grieken en Romeinen, het is dan niet verwonderlijk dat het ook in de kunst werd geïntegreerd.
We zoeken verder in de Oxfordstudie: beeldhouwers uit de oudheid gebruikten diverse oliën, wassen, bloemen en kruiden om hun werk een olfactorische dimensie te geven, waarbij met name rozenparfum populair was. De werkwijze, die de oude Grieken kosmesis noemden, was als volgt: godenbeelden werden overdadig gedecoreerd met sieraden en textiel, en parfumeren was vaak onderdeel van dit ritueel.
Zo gebruikten gelovigen in de tempels op het Griekse eiland Delos een parfum genaamd myron rhodion, gemaakt van olie, bies en roos. Onder de bijna 3000 stenen inscripties die op dit eiland zijn gevonden, bevinden zich ingrediënten – spons, olie, sodacarbonaat, linnen, was en rozenparfum – voor rituele reiniging van de beelden van Hera en Artemis.
Ruiken en glanzen
De geuren op beelden kwamen ook van bloemenguirlandes (iets wat bij de Hindoes nu nog steeds gebruikelijk is). Hoewel de archeologische bewijzen voor dergelijke versieringen schaars zijn, zijn er in graven en op begraafplaatsen wel replica’s in lood, terracotta en goud gevonden. Een voorbeeld hiervan is het Romeinse festival Floralia, dat vanaf 173 v Chr. jaarlijks werd gehouden ter ere van Flora, de godin van de bloemen en de lente. Bloemen werden neergelegd bij het heiligdom van de godin als offer.
Daarnaast ‘ontstonden’ er geuren door normaal onderhoud: door conservering van beelden die werden ingewreven met was en olie, soms met toevoegingen zoals nardus (muskuswortel) die de beelden tegelijkertijd een ‘goddelijke’ schijn gaven.
Griekse en Romeinse beelden zijn duizenden jaren na hun ontstaan nog steeds ontzagwekkend. Veel exemplaren hebben de tand des tijds ondanks hun ‘gebreken’ doorstaan: zoals het ontbreken van lichaamsdelen en het verdwijnen van kleuren (het besef dat beelden én gebouwen oorspronkelijk polychroom waren, ontstond in de late 18de en 19de eeuw). Vóór die tijd werd aangenomen dat ze waren gemaakt van smetteloos marmer of steen.
Katholiek opgevoed, herinner ik me geen met geuren besprenkelde Mariabeelden, wél overdadig aangekleed en opgesmukt met ladingen sieraden.
Ik heb wel een keer een spirituele, olfactorische ervaring gehad (waarnaar ik niet op zoek was) met oude beelden. Ik moest van een bevriend kunsthandelaar eens een partij Afrikaanse houten ‘voorouderbeelden’ van zijn winkelgalery naar een opslagplaats vervoeren ergens in het Amsterdams havengebied. Het was drukkend warm, ik opende deur van de opslagruimte. Er kwam een golf van geuren over me heen. Allerlei nuances van hout, van droog naar zonnig, van kruidig naar zwoel. Overrompelend, bijna letterlijk adembenemend. Oudh in overdrive. Alsof je een tempel betrad. In één keer kon ik me het aanspreken van de goden tijdens een religieuze processie voorstellen te meer ik het idee had dat ik in een soort trance – een mengeling van verwondering en vervoering – terecht was gekomen die enige tijd aanhield.
Hoewel volgens recente cijfers de belangstelling voor religie groeiende is onder jongeren (met dank aan/met behulp van TikTok), is voor de meeste ouders religie toch verworden tot louter decoratie. Ik kan geen Boeddhabeeld meer zien. En voor de tot slaaf gemaakte consument die geur en ‘ik geloof niet, maar denk wel dat er iets meer is’, spiritueel en welriekend wil ervaren, wil ondergaan en wil beleven, levert de vermaakindustrie inmiddels geurkaarsen in de vorm van antieke bustes en beelden.
In een van de vorige posts beloofd: een verkenning / onderzoek naar de relatie tussen Tiktok en parfum. Niet echt zin in, gezien de hysterie waarmee alles wordt aangeprezen op dit kippenhokportaal: ‘OMG!’ dit, ‘OMG’ dat, ‘amazing’ en ander nietszeggend geheig dat doorgaan moet gaan voor wat. Ja voor wat eigenlijk?
Kennisoverdracht? Informatieuitwisseling? Kweenie. Door de überdrijving is het niet makkelijk de geurbespreking van een influencer te laten zinken als het bij esclamaties blijft, en by the way: geuren omschrijven is niet echt makkelijk tenminste als je verder wilt gaan dan adjectieven in overdrive met denkbeeldige uitroeptekens in drievoud.
Is het dan alleen infotainment die verkooppraatjes koppelt aan commercie wat TikTok zo populair maakt? Dat zeker. Maar hoe dat nu precies werkt, is me nog onduidelijk. Ik bedoel: als, let wel, áls Chanel je als influencer een doos geuren toestuurt wat doe je dan? Na eerst ‘the unpacking’ – evenaart vaak de spanningsboog van porno inclusief gegil; ‘what’s behind the zipper?’ – volgen the usual suspects van superlatieven.
De pech / het toeval / het lot wilde dat ik via een artikel in van Perfumer & Flavorist (een onlinevakblad over ontwikkelingen en trends in parfum en smaak) op de hoogte werd gebracht van de parfumpremière van Michelle Visage. Afgaande op de bijgeleverde foto dacht ik: travestiet die zijn beste dagen heeft gehad en met loads of make-up nog een beste überversie van zichzelf poogt neer te zetten. Waardoor ik níet direct doorklikte: het bijschrift van de geur, genaamd Monday, anti vanilla.
Benieuwd. Leuk. Michelle Visage googelen. Staat van dienst: vijftignogwat televisiepersoonlijkheid, zangeres, broadcaster, producer en actrice.
Ik zat er niet ver naast, haar naam en faam dankt ze grotendeels aan Ru Pauls Dragrace Show – Visage zat/zit in de jury. Nu ik een keer: ‘OMG!’ Als er iemand is die ik niet kan waarderen dan is ‘zij’ het wel. Hou me ten goede: ik heb niets-nada-niente tegen travestieten – heb zelf ook wel eens gezongen als Marlene Dietrich, in smoking welteverstaan – maar dat xxxl-en van alles bij Ru Paul (vooral dat valse-bitchy verondersteld lollige afzeiken) bezorgt me the creeps.
‘Geurengoeroe, zit je in neerwaatse spiraal? Kan het niet wat optimistischer, zo van ‘Jeetje, fantastic, wat fijn dat iemand de moeite doet om parfum op huis-, tuin- en keukenniveau uit te leggen, het te doen ontdoen van zijn ‘onbereikbare’ status?’
Spijt me, lukt me niet: ik wil niet door zo’n perfume personality geadviseerd worden. Blijkbaar honderduizenden anderen wel. Want Michelle Visage’s laatste bijdrage aan het economisch bestel: perfumeinfluencer op TikTok met 557,7 K volgers en 5,1 miljoen likes. I bow to her!
Haar eerste geur wordt echter nog niet echt über-bejubeld door anderen: 468, 964 en 3607 likes zie ik in de snelligheid. De laatste ‘shower’ is van Arielle Shoshana, eigenaar van nicheparfumerie Scented Luxuries in Washington (anno 2015) die ook de producent van de geur is die valt in een serie die de dagen van de week vult. Voor elke dag een ander parfum – Wednesday en Thursday zijn nog niet ingevuld.
Ik dus naar Michelle Visage op TikTok. Het eerste filmpje dat ik aanklik gebeurt volgens mij in samenwerking met Penhaligon’s. Geblinddoekt haalt ze een stopper omhoog, op het plateautje ligt… ‘pistachios, my god I love pistachios’. Ze zegt, schreeuwt dat ‘pistachios fragrances just have to smell like that!’ Gôh, wat toevallig Penhaligon’s Fortuitous Finley loopt ‘fortuitous’ over van pistache. Dus vraag ik op z’n Keuringsdienstvanwaarde-wantrouwig: heeft dit merk (dat goedkoop meelift op dierenkoppen-trend ingezet door Zoologist) haar de zijden blinddoek (Hermès?) voor of na het zien van de nu zo hippe, maar steeds duurder wordende noten omgedaan? Anyway: 195.6k keer geliket.
Volgende filmpje. Geurengoeroe in zichzelf: ‘No, amazing, this can’t be true!’ TikTok deelt mee dat Michelle Visage is overleden. Zou het echt? Ik vraag Google. AI antwoordt: ‘No, she’s is not dead; she is actively working as a judge on RuPaul’s Drag Race and posting on her social media, with her latest posts from late 2025 promoting Season 18 of Drag Race. Rumors of her death are false, likely confused with tributes she’s made for others in the Drag Race family.’
Gewoon verder: ‘Hé, babies, mama is here!’ – ik wil niet zo aangesproken worden. Visage is bezig met haar favorite thing: smelling perfume. Dat wisten we nog niet. Wederom mogelijk gemaakt door Penhaligon’s. Zo interessant: ze ontdekte de winkel toen ze een keer in Londen was. Vervolgens na veel promotieparfumgepruttel eindigend met dat ze verliefd is op het merk en het ging kopen. Ze heeft er al tien! ‘It’s so unapologetically Brittish’ – blablabla. 8205 likes.
Nog eentje. Drie geuren van Lush (waarvan de flacons wel érg lijken op ByRedo). Sticky Dates gaat Visage blenden met Brazilian Crush van Cheirosa 71(een mist van gekaramelliseerde vanille & macadamia). Haar conclusie: ‘That’s so good, that’s so delicious!’ Gevolgd door: ‘What a smart girl I am’, omdat ze het in een spray-flacon weet te gieten. 105.5K likes. Maar ze was toch anti vanilla?
Omdat het uit journalistiek oogpunt ( ;->) echt moet: toch maar naar haar eigen TikTok-pagina. Even scrollen: op de kapstoel – terwijl vloeibare pancake rijkelijk over haar gezicht wordt gesmeerd – bespreekt ze een geur, meegebracht door haar hairdresser Stephen – ‘Where did you get them, the Scent Room?’ En toen was ze weg. In ieder geval niets gezegd over de geur.
Nog een keer. 2755 likes dit keer. Terwijl ze weer wordt verzorgd door in dit geval twee ervaren make-upartiesten – lachen en gillen met elkaar, she’s so involved with the hairdressers community! – vindt Michelle Visage dat er een lekker ruikt. ‘You smell so good! It smells horny. And you know what it is? Chanel Le lion.’
Nu thuis in haar perfume closet: omdat ze een gek is, zoals ze zelf zegt, koopt ze nog steeds geuren die niet lang houden. Zoals Nightclubbing 200ml van Céline. Sigaretten, sigaren, alochol. ‘I like smelling like I’ve been partying all the time. It’s one of my favorite fragances of all time’ – hoe lang is die rij die dan wel niet? Ik ga het niet rechercheren – ik zelf kan er ook wel 200 noemen als het moet.
Anyway, het moet haar van het hart: ‘There’s no sillage, there’s no stay. But I’m obsessed with it.’ Niemand ruikt het op haar, ook zo iets, maar ze is zo stom om telkens weer een flacon te kopen. Ondanks dat ze weet dat By he Fireplace en Jazz Club (Replica Margiela) misschien beter zijn – they seem cliché but they are two of my favorites – komt ze steeds terug bij Nightclubbing.
Nu een openbaring met 3417 likes: ‘I think I’m a closeted rose fan!’ De geur in kwestie: Reine de Nuit van ByRedo. ‘Which I love. It’s a rose bomb. It’s a weird thing, this is the shocker of the day: I don’t hate it. It’s a dark rose. I even sprayed it on myself. It’s actually gorgeous! If you’re a rose lover, this is for you. If you’re a rose hater, like me, I love this – mind blown!’
Ik wou bijna afhaken, tot dat Visage vertelt dat ze proefjes heeft besteld bij Lucky Scent en dat ze van sommige merken de hype niet begrijpt en dat ze van andere juist direct een flacon wil kopen. Maar vermoeiend vind ik het wel om het allemaal aan te horen. Uiteindelijk is alles geweldig, buitengwoon, marvelous, one of my favorites of all the time en ga zo maar. Drie op een dag. Max. En dat beschouw ik als straf.
De pech / het toeval / het lot: door haar volgend, kom ik ook andere hysterische parfumpromoters tegen die, hoewel in eerste instantie weerstand oproepend, toch soort van prikkelen. Ben benieuwd of ik ooit nog een serieuze analist zie die zonder opgeklopte slagroomvlokken, ‘über-stated’ make-up en glitterregens, kan vertellen waarom een geur goed is, en mocht die slecht zijn, dan ook. Nou, zo kan-ie wel weer.
In mijn recente Facebookpost vergis ik me: ik dacht namelijk dat met de Big Smell de grote (mode)namen in de parfumwereld werden bedoeld, maar het blijkt te gaan om de producenten van de ingrediënten. The Economist meldde dat terwijl tijdens de Simppar-beurs – waar parfumeurs en ingrediëntenleveranciers topics behandelden zoals weersinvloeden en strengere regelgeving – er een ander onheil in de lucht hangt. Namelijk het antitrustonderzoek naar de vier wereldwijde parfumgiganten: IFF, Symrise, Givaudan en DSM-firmenich.
Samen domineren ze 58 procent van de wereldwijde parfum- en smaakstoffenmarkt (die zowel leveren aan de luxe- als massamerken) met een gemiddelde jaaromzet van $ 60 miljard. Maar hun dominantie staat nu onder druk: de autoriteiten van de EU, Zwitserland, VK en de VS onderzoeken vermeende prijsafspraken en marktverdeling, wat kan leiden tot civiele en collectieve rechtszaken.
Er zijn vermoedens dat deze bedrijven ‘hun prijsbeleid hebben gecoördineerd, hun concurrenten hebben verboden om aan bepaalde klanten te leveren en de productie van bepaalde geuren hebben beperkt’. Er is dan sprake van oligopolie.
Daarnaast wordt deze geurgiganten verweten dat ze niet als partners opereren – wel als poortwachters. Wanneer je aan hen ‘uitlevert’, koop je geen geur – je huurt toegang tot een black box die je nooit kunt openen. Onmogelijk bijvoorbeeld om te controleren of veranderingen in regelgeving worden nageleefd. Denk aan nieuwe gegevens wat betreft ingrediëntenveiligheid.
Grappig: zo kijk je toch anders naar de Instagram-pagina van Givaudan (die ik volg): wat hebben ze het toch allemaal leuk met elkaar bij de presentatie van de ‘teveelste’ flanker van Narciso Rodriquez.
Het tumult heeft inmiddels gevolgen: één invloedrijke CPG (Consumer Packaged Goods)-klant, Unilever, heeft drie van de giganten aangeklaagd en investeert tegelijkertijd € 100 miljoen in de ontwikkeling van eigen parfums. Dat laatste op zich is interessant: Unilever bezat ooit een bloeiende parfumtak (Calvin Klein, Nino Cerruti, Karl Lagerfeld, Elizabeth Taylor) maar verkocht die rond de millenniumwissel. Altijd een voorbeeld van kortetermijnpolitiek gevonden.
Los van de financiële consequenties, is er volgens The Economist ook sprake van reputatieschade: ‘De juridische problemen kunnen het merkvertrouwen schaden vooral omdat Generatie Z de vraag naar parfum aanwakkert’. Dat laatste snap ik niet. Hoe moet die generatie daar dan op reageren? Door geuren te kopen samengesteld door kleine onafhankelijke ingrediëntproducenten terwijl Generation Z over het algemeen gaat voor de grote namen – de Diors, de Chanels, de Gucci’s.
Gelukkig komt The Economist met een oplossing: steek als producent meer energie in customer experience-programma’s, implementeer NetPromoter-statistieken (maatstaf voor klantloyaliteit gebaseerd op ‘hoe waarschijnlijk is het dat u dit bedrijf aanbeveelt aan een vriend of collega?’ op een schaal van 0 tot 10), vergroot de transparantie en streef meer ethische innovatie na (iets wat merken/personen in gewetensnood wel vaker doen). Zal allemaal wel, want je vraagt je af of mensen (consumenten en opdrachtverleners) hierin echt geïnteresseerd zijn).
Wat The Economist niet vermeldt: het landschap verandert al. Transparantie wordt een concurrentievoordeel voor producenten die prioriteit geven aan gelijkgestemde partners, hun veiligheidsclaims valideren en parfum behandelen als een strategische asset – niet als een leveranciersrelatie. Veel nichemerken betrekken trouwens hun ingrediënten al van kleinere producenten en sommigen beginnen al hun eigen ingrediënten te kweken.
Trouwens, ik ben me ook in het verdiepen in de Big Frag – want je kunt je inmiddels afvragen of de klanten – L’Oréal, Shiseido, LVMH, The Estée Lauder Companies, Chanel, Coty, Puig – van deze vier geurgiganten inmiddels niet een te groot marktaandeel hebben. En net zoals Google het de concurrentie extra moeilijk maakt een gezond marktaandeel te krijgen. Zie het monotone en ‘monopolistische’ aanbod van Ici Paris XL en Douglas, en je weet eigenlijk genoeg. Wordt vervolgd.
Ik dacht onlangs nog – hoe kom je er in hemelsnaam op, kun je je ook afvragen – hoe zou het met Crabtree & Evelyn gaan? Ik had ooit een mooie rozengeur van dit van oorsprong Amerikaanse merk (anno 1971).
Zoals: bevindt de winkel zich nog in de Kalverstraat? Check: Nee, zit nu op de Hogehilweg 7M in Amsterdam. Alleen kantoor vermoed ik. Dubbel check: maakt het nog geuren? Afgaande op hun huidige site: not really. Voornamelijk bodyproducten en allerhande ‘waarom-in-hemelsnaam’-accessoires. De werkelijkheid blijkt weer ernstiger: de oprichters verkochten de keten in 1996. Daarna meerdere malen doorverkocht, zoals aan de Nan Hai Corporation (Hongkong).
Parfumpech onderweg: de fysieke winkels werden minder winstgevend – talrijke sluitingen in 2009. In 2018 alle retail- en groothandelsactiviteiten stopgezet. En toen: in 2019 gelanceerd als online-only retailer. En toen: de Amerikaanse en Europese websites stopten 2022 met alle verkopen. Zo kan het dus gaan. Wat resteert is een vage ‘Aziatische’ verkoopsite: www.crabtree-evelyn.com.
Next thing you know, sta ik bij de kassa in een tweedehandswinkel (Kampen), zie ik een aantal afgedankte geuren. Toch maar gekeken, toch maar gekocht. Comme une Evidence van Yves Rocher, 50ml edp € 3,50. Vintage (!) Vent VertBalmain, 30ml edt €1,00. Deze twee waren te lezen zonder bril.
Bij de andere twee zag ik alleen Somerset Meadow (60ml edt € 3,50) en Eau de Cologne (100ml € 2,95) op de flacons. Ik kon ter plekke dus alleen maar ruiken. Somerset Meadow: niet verkeerd zoals dat heet. Goede kwaliteit. Groen, voorjaar, knisperend, lentewei. Dat gevoel. Eau de Cologne: eerder een mist op basis van petitgrain en zoete sinaasappelachtige sensaties.
Met de bril op thuis bleek de eerste dus van Crabtree & Evelyn, de tweede wéér een voor mij nog onbekende eau de cologne van Nederlandse makelij: Acoh Wijk bij Duurstede 100ml € 2,95.
Somerset Meadow stamt uit 2013 en omschreven als een bloemig-fruitige geur voor vrouwen. Het is een soort van idylle. Stel je voor: ontspannen dwalend door met ‘wilde’ bloemen begroeide weiden en zachtgroene velden. De drie ijsheiligen hebben we gehad, de aarde is herboren. Opvallende noten: klimop, teder-ruw maar hardnekkig en zijdezachte waterlelie. Ze vormen de kern, het geraamte, present van begin tot eind waardoor het een licht maar toch verkwikkende, groen getinte bloemenstructuur krijgt.
Maar eerst een opening met pittige citrusvruchten; laat het groen sprankelen, terwijl braam fruitigheid toevoegt. Een briesje waait om ons heen terwijl we verder door het zachte gras lopen begroet door bloemige noten.
Klassiekers in dit geval: een robuuste roos barstend uit haar knop, vergezeld door jasmijn geaccentueerd met hints van sering en narcis. Mooi hoor. En als je het dieper op je laat inwerken bespeur je viooltje. Hoewel het groene gevoel blijft, met de bloemen die komen en gaan, is de afronding puur, licht. Een mooie balans tussen musk en hout zonder dat het grasachtige groen verloren gaat.
Fascinerend om te zien dat sommige bedrijven/geuren toch voor altijd verloren gaan in het grote niets doordat ze niet door het www zijn opgenomen, vermeld, gesignaleerd. Geldt dus voor de Eau de Cologne van Acoh (Wijk bij Duurstede). Schakel je Google hiervoor in dan kom je bij de lokale Albert Heijn terecht, en AI Overview stelt: ‘Acoh staat waarschijnlijk voor ‘Algemeen Christelijk Onderwijs Hilversum’, maar dit is niet gevestigd in Wijk bij Duurstede. Wijk bij Duurstede is een gemeente in de provincie Utrecht, bekend om zijn rijke geschiedenis als Dorestad en de huidige trekpleisters zoals de vesting, de Kromme Rijn, en de omliggende dorpen Cothen en Langbroek’. Nou moet ik zeggen dat er niet veel verloren is gegaan met deze eau de cologne. Ik ben het bedrijf wel één keer tegengekomen op www.delper.nl.
Tenslotte de Vent Vert is goed gebleven, en hoe! De galbanum spettert je geweldig tegemoet – doet bijna pijn aan je ogen – verweeft zich duidelijk maar sierlijk met de bloemen. Is voor mij weer een bevestiging dat dit een van de beste parfums aller tijden is.
Scherp, niet aanstellerig-pleasing maar soort van op proef stellend, de gebruiker uitdagend. Ik durf alleen niet aan de nieuwste versie te ruiken. De hele parfumafdeling van Balmain is trouwens gerestyld.
Ziet me er allemaal te gelikt, te monotoon, te ‘Kim Kardashian’ uit. De drie key-notes van Vent Vert zijn nu: groene mandarijn, jasmijn, zwarte bes. Hellup! Come again? Absurde prijzen ook hier weer: 50ml € 190,00. Donder op! Refill 150ml € 400,00. Fuck you! Drie maal € 190,00 is € 570,00. € 170,00 korting! Joepie!
En de andere klassiekers – Jolie Madame,Monsieur Balmain, Miss Balmain – zijn in het vuilnisvat gestopt – Carbone, Ivoire, Ébène gelukkig niet maar zullen ook aangepast zijn – en vervangen door nieuwkomers met nietszeggende clichénamen: Rouge, Blue Infini en Sel d’Ambre. Niet zo vreemd: de licentie is in handen gekomen van The Estée Lauder Companies; deze naam is inmiddels helaas een garantiebewijs voor inwisselbare Kim Kardashian glam-esthetiek geworden.
Ik heb een zwak voor uitdrukkingen en gezegden. Spitsvondig of dom, maakt me niet uit. Als er maar een soort levenswijsheid in zit verborgen. Neem deze, eeuwenoude uit het Duitse taalgebied die ik geregeld prevel wanneer ik iets verneem waarvan ik nog nooit eerder had gehoord: ‘Mann wird alt wie eine Kuh und lernt immer noch dazu’. Hoewel dat tegenwoordig voor de meeste koeien niet meer geldt, is de boodschap duidelijk.
Ik had het onlangs met de siererwt/reukerwt (lathyrus). Een van mijn favoriete parfumblommekes: zacht, lieflijk met poederige ondertoon. Symbool voor zomer en sentimentaliteit.
Zit zo: tot mijn stomme verbazing en oh heerlijke vreugd hebben sommige van de vorig jaar gezaaide lathyrus de winter overleefd. Opvallend: van de rijke diversiteit aan kleuren, resteren nu alleen wit en paars. En die zag ik reeds, enigszins jaloers, bij onze overburen jaar in, jaar uit terugkeren (ik woon dit jaar ‘al weer’ negen jaar op het platteland). Nu dus eindelijk in mijn eigen tuin. Hierbij moest ik een teleurstelling incasseren: deze overwinteraar ruikt niet noemenswaardig. Je ruikt iets vaags, maar niet echt de kenmerkende poederzachte bloemennoot.
Naar Hollands muisje
Hoe kan dat nou? Ik begon een beetje te mijmeren en een beetje te googelen. Bracht me tot de volgende conclusie: als de lathyrus orodatus de winter overleeft dan transformeert hij tot de reukloze lathyrus tuberofus. En als je de laatste gaat googelen, dan kom je interessante ‘alte Kuh’-info (ofwel Aha-Erlebnis) tegen.
Hiervoor gaan we terug in de tijd. ‘In de volksmond’ wordt de lathyrus tuberofus aardaker genoemd. Maar het zijn niet de bloemen waarom hij toen geliefd was, maar de knolletjes – die stonden eeuwen geleden al op het menu. Dat valt af te leiden uit de Nieuwe Herbarius van J. Fuchs (1543) en het Cruijdtboeck van Rembertus Dodonaeus of Dodoens (1608).
Hierin wordt de aardaker al vermeld, maar ook onder andere fantasievolle namen. Zoals eerdamandelen, muijsen met steerten, Zeeuwse castanien en eerdvijghen. In Zeeuws-Vlaanderen werd ze aardmuis genoemd, in Vlaanderen meisjes en jongens, en bloemkorfkens. In de Betuwe was ze bekend als muizen-met-staarten en aardnoot. De Van Dale neemt de aardaker voor het laatst in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (8e druk, 1961) op, zij het ‘als onkruid in de bouwlanden en slechts bij uitzondering aangekweekt’. Het zij zo.
Via www.permacultuur.org leer ik dat vroeger (zonder tijdspecificatie) de aardakker als groente werd gegeten en – we zijn weer thuis – er parfum uit werd gewonnen. Geteeld in de omstreken van Bergen op Zoom, op Overflakkee en de Zeeuwse eilanden, en geëxporteerd naar Frankrijk.
Je kunt je iets bij de naam voorstellen
Vandaar de naam: Hollands muisje. De knolletjes kook je als aardappels of pof je als tamme kastanjes. Daarnaast wordt vermeld dat de bolletjes tot plantaardige olie verwerkt kunnen worden. De bloemen, jonge scheuten en zaadpeultjes zijn ook eetbaar – dat verbaast me niets: ze zijn namelijk verwant aan peultjes/doperwten.
Ik moet volgens mij nog een paar seizoenen wachten eer ik zoveel knollen kan oogsten dat ik ze kan serveren. Maar de omschrijving van de smaak, maakt nieuwsgierig: zweemt naar die van amandelen.
Terzijde: vertaal je Hollands muisje in het Frans dan krijg je ‘souris hollandaise’. Google je dat vervolgens dan begint de zoekmachine te haperen en verschijnt alleen maar ‘sauce hollandaise’ op het menu. Of… beschuit met muisjes. Als je dan er dieper op ingaat, kom je via de Franse Wikipedia erachter dat ‘souris de Hollande’ een ‘gesse tubéreuse’, dus een plantensoort is. Geen link met zijn rijke, voedzame verleden.
Op welk parfumhuis zijn deze kwalificaties van toepassing?
1: de kwaliteit van ingrediënten: het nog niet genoemde huis gebruikt hoogwaardige, vaak natuurlijke ingrediënten. Dit zorgt voor een rijkere geurbeleving en langere houdbaarheid op de huid.
2: artistieke creaties: elk parfum is zorgvuldig samengesteld met een duidelijk verhaal of inspiratiebron, vaak gebaseerd op de Parijse levensstijl, kunst of emoties. Dit geeft elk parfum karakter en diepgang.
3: unieke geurcomposities: het nog anonieme huis combineert klassieke parfumerie met een moderne twist. De geuren zijn vaak origineel en onderscheiden zich van mainstreamparfums, wat ze aantrekkelijk maakt voor niche-liefhebbers.
4: langdurige sillage: de parfums blijven lang ruikbaar hebben vaak een goede projectie; anderen kunnen de geur ook goed waarnemen zonder overheersend te worden.
5: esthetische presentatie: de flacons zijn strak, stijlvol en minimalistisch – iets wat past bij de luxe niche-ervaring.
David B(ene)D(e)K
Het betreft niet … (vul maar in), maar BDK. Echt waar? Yep. Het had natuurlijk ieder ander relatief nieuw parfumhuis kunnen zijn. Maar ik heb ChatGPT de boel dit keer laten uitzoeken. Geen zin. Waar ik nu volgens mij het meest voor moet vrezen, is dat lezers – gaan – denken, dat Geurengoeroe de tekst zelf heeft geschreven. Nog erger: het heel erg goed vinden. Als ik dan op deze manier zou doorgaan, en likes zou blijven krijgen, dan is mijn lot bezegeld.
In de zin van: monotonie en clichés krijgen de bovenhand (want direct begrepen), ‘dure’ en ‘chique’ woorden worden verward met intelligent en creatief taalgebruik. Ik kan de deur sluiten. Terzijde: ik kreeg onlangs een opmerking waarom ik ‘zo moeilijk’ schreef? Nou daarom.
Voorspelbaarheid dreigt een must te worden, anders begrijpen de lezers het wellicht niet meer. Iets wat in de beautybranche sowieso al decennia schering en inslag is: die heeft voor zichzelf – zonder het te weten – al een AI gecreëerd door trouw decennialang persberichten – het liefst letterlijk – te copy en te pasten.
Moet gezegd: de volgende vraag die ik stelde, scheelde mij veel ‘eigenlijk-geen-zin-in-zal -wel’-zoekwerk: wie is de man achter BDK Parfums? Wat ChatGPT mij antwoordt, heb ik ingedikt (lees: standaardclichés weggelaten). Here we go: de man achter BDK Parfums is David Benedek, geboren in Parijs in 1989. Hij groeide op in een familie diepgeworteld in de parfumeriewereld. Zijn grootouders, afkomstig uit Transsylvanië, waren in de jaren 1950 pioniers in de distributie Worth en Dior in Parijs. Ze openden hun eerste parfumerie nabij het Palais-Royal in 1959.
Hoewel David aanvankelijk economie studeerde en ervaring opdeed in Beijing en New York, keerde hij terug naar Parijs in 2012 om aan het Institut Français de la Mode de specialisatie parfumerie & cosmetica te volgen. Gevolgd door studies bij Givaudan en Cinquième Sens. 2016: oprichting BDK Parfums eveneens gevestigd aan het Palais-Royal’. Terzijde: in de parfumerie van zijn familie?
Het beauty brabbel-brabbel-idioom dat volgt, verdraag ik niet meer: ‘het merk staat bekend om zijn unieke geurcreaties die verhalen en emoties tot leven brengen. David beschouwt BDK Parfums als een moderne olfactorische bibliotheek, waarbij elke creatie verhalen bevat die de grenzen van interpretatie en verbeelding opzoeken’.
Het gaat maar door: ‘Benedek’s benadering van parfumerie is diep persoonlijk en artistiek. Hij beschouwt parfum als een onzichtbaar kledingstuk dat emoties en herinneringen oproept. Zijn creaties zijn geïnspireerd door de veelzijdigheid van Parijs en de rijke geschiedenis van zijn familie in de parfumeriewereld’. Terzijde: ‘Oh la la, la grande vie à Paris!’
De door mij niet gevraagde uitsmijter aan ChatGPT, meldt: ‘vandaag de dag wordt BDK Parfums wereldwijd erkend en is verkrijgbaar in meer dan 30 landen, verspreid over zo’n 200 exclusieve winkels. De meest recente geur van BDK Parfums is Impadia, uitgebracht in 2025. Deze uniseksgeur is een verfijnde combinatie van citrus, florale en houtachtige noten, geïnspireerd op de levendige Parijse tuinen. Italiaanse mandarijn, bergamot en peer openen de geur, gevolgd door een hart van roos- en oranjebloesemabsolu. De basis bestaat uit akigala, vanille-absolu en sandelhout, wat zorgt voor een warme en sensuele afronding.’
Dit kan er ook nog wel bij volgens ChatGPT: ‘een andere recente lancering is Rouge Smoking Extrait, uit 2024. Deze geur is een intensere en sensuelere versie van de originele Rouge Smoking. Met een concentratie van 30 procent combineert het de zoetheid van Napoleon-kers met de rijkdom van zwarte vanille, tonkaboon en witte musk, wat resulteert in een fluweelzachte en verslavende geurbeleving. Beide geuren illustreren de voortdurende innovatie en creativiteit van BDK Parfums in het creëren van unieke en boeiende geurcomposities’. Terzijde: tja.
Het is not done om als eerlijke natuur- en landbouwliefhebber te constateren: glyfosaat ruikt best lekker. Toch zeg ik het. Natuurlijk moet je ook ‘geen gezicht’ zeggen die kale landbouwakkers aanschouwend – bezaaid met wortelrestanten van maïs en andere niet voor de menselijke consumptie gebruikte groenten – bij ons om de hoek die, as we speak, door glyfosaat nu verkleuren.
Maar als je in alles schoonheid kunt zien (kan ik), dan zeg je met optimistische BinnensteBuiten-verwondering: ‘Prachtig dat Van Goghgeel (links op de sfeervideo), hoe sfeervol dat Rembrandt-roestbruin’ (rechts op de feel good-video). En dan die geur dus: heeft iets. Terpentijn-achtige scherpte, met vleugjes ozon, beetje stro-achtig en onbestemde zoete noten. Bottel het, label het met Comme des Garçons, et voilà: ‘Un nouveau parfum disruptif est né’.
Ik weet niet of Tom Ford het aandurft zijn stempel op iets dergelijks te zetten, maar als hij het Fucking Fabulous Part II zou noemen: zeg nooit, nooit. Want bijna alles wat Ford nu in geuren omzet, wordt succesvol. En opvallender: hij bedient niet alleen meer de verfijnde niche-consument (die haalt inmiddels zijn neus voor hem op). Tom Ford is er voor iedereen. Voorbeeld 1: onze schoorsteenveger gebruikt Oud Wood. Hij vroeg mij onlangs waarom het zo duur is. Ik antwoordde: ‘Omdat u het wil’. Hij keek me vol verwondering aan.
Zelfde ervaring met een ‘aangetrouwde’ neef: ‘Erik raad eens welke geur ik draag?’ Nou, de harde houttonen van Oud Wood kondigden zich aan voor hij binnen was. ‘Duur hè!’ Zei het trots. Maar toch ook hier: ‘Waarom Erik?’ Hetzelfde antwoord. Een zoon (16) van een vriendin van me kreeg Vanille Tobacco voor zijn verjaardag omdat al zijn vriendjes ook Tom Ford hebben. De moeder: ‘Maar de geur is dan ook erg lekker.’ Volgens haar is – op mijn navraag – Neroli Portefino onder zijn klasgenoten het populairst, maar let wel: al die Tom Fords zijn er voor speciale gelegenheden (inclusief 1 Million van Paco Rabanne). Voor daags is er Acqua di Giò. Ze eindigt haar Signalbericht met #verwendekutkinderen.
En dan nog even Tom Ford op de winkelvloer: een vriend van me kocht een nieuwe flacon (zijn derde) van Lalique’s Encre Noire – een van de beste donkere vetivers die ik ken (en goedkoopste). Even tussendoor: hoe ooit een sportversie van deze geur verscheen… Doet onrecht aan het concept, weer een treffend voorbeeld van domme marketing. Maar het ‘probleem’ nu: de geur is wederom goed. Encre Noire Sport heeft niets fladderdeflats citrus-sportiefs (behalve een sprits in de opening). Het is gewoon een light-versie die een beetje doet denken aan de slechte, geflopte 1999 Vetiver-versie van Guerlain (indertijd serieus gepresenteerd als de nieuwe update-versie van de klassieker uit 1959).
In ieder geval, die vriend kreeg van de ‘beauty-assistant’ twee proefjes mee. Hij werd toen hij verslag deed weer kwaad. ‘Koop je een donkere geur, vertel je over je voorkeuren, krijg je Guilty pour Homme van Gucci en Costa Azzura van Tom Ford mee… dan heb je toch niet geluisterd, en zo maar wat gedachteloos uit de lade gepakt. Kun je het net zo goed online kopen.’ Guilty deed hem denken aan de wc-verfrisser die bij hem op het toilet staat (een Hugo Boss) en Tom Ford gaf hij aan mij ter beoordeling. Want hij heeft niets met citrusgeuren. Ik wel.
Met Costa Azzura is niets mis. De sfeer: een en al cliché. De geur zelf: mooie heldere zonnige noten, gelardeerd met aromatisch groen en warme houtachtige ondertonen – geen witte musk-frisheid. Het persbericht: ‘Een zeebriesje mengt zoute lucht met de geur van duinen – een knapperige melange van cipres, eik en aromatische kruiden. Als zonlicht op een natte huid fleurt citrus de dennenappels en -naalden van de geur op. De amberkleurige facetten van cistus-absoluut maken de Costa Azzurra-ervaring compleet’. Ford zelf aan het woord: ‘Ik heb altijd van geuren gehouden met een transportieve kwaliteit’. Transportief… dat klinkt chic. ‘Costa Azzurra vangt de ontspannen en sexy sfeer van de Middellandse Zee – voor mij voelt het als de ultieme ontsnapping’.
Alleen is Costa Azzura voor mij geen niche, eerder massniche of anders masstige. Dit recept is al zó vaak gebruikt voor de middelste regionen van de parfumerie. De ene keer wat droger, de andere keer wat frisser, de andere keer wat groener en ga zo maar door (check double check: ik heb zelf voor mijn minimerk Re-Arrange een drieliterflacon met eaux de cologne die ik bijvul als de verkoop goed gaat met nieuwe versies die ik krijg/koop – het effect van deze transformatieve / transportieve Re-Cologne is navenant).
De ingrediënten van Costa Azzura mogen dan misschien duurder en exclusiever zijn dan het middensegment – selderijzaad, zeewier, mirte, mastiek, eik, olijfboom, oudh, wierook, ambrette – de uitkomst ontstijgt door de andere aroma’s – citroen, kardemom, lavendel, drijfhout, vetiver, vanille – het middensegment niet.
De echte niche-kenner zou met Costa Azzura geen genoegen – moeten – nemen. De prijs staat niet in verhouding tot de kwaliteit. Lange niet. Maar dat geldt inmiddels voor zoveel nichegeuren. De beginnende Tom Ford-fans zullen het hoogstwaarschijnlijk blind kopen. Tom Ford heeft een andere aantrekkingskracht: Tom Ford is vet duur, voor een nieuwe generatie vaak de enige aanleiding tot koop. En pa lijkt hierdoor een beetje zieliger, met wéér een fles van Sauvage – let’s go crazy SauvageElixir – die hij voor Vaderdag kreeg.
Ik vraag me af hoe ik toen was. Geuren bestonden, toen opa in zijn adolescente jaren was, gewoon niet op het schoolplein, ook niet op de werkvloer. Ik kreeg Antaeus van Chanel toen ik achttien was, de eerste indruk en daarna algemene ontvangst was bij mij verpletterend! Wat een volle geur, zo gelaagd, zo geraffineerd. Brutaal en toch chic. Eén van de redenen om me serieus in geuren te verdiepen.