Ik ben mijn parfumatelier aan het verhuizen. Bij het in- en uitpakken van de dozen weer enkele geuren tegengekomen die ik louter voor de lol heb bewaard. Curieus, dat zeker. Serieus nemen ho maar. Ruiken ho maar.
Zo ook deze Man to Man. Ooit als grappig bedoeld souvenir meegenomen door een vriend tijdens zijn rondreis door Turkije einde vorige eeuw. Ik ben de verpakking kwijt. En op de flacon ontbreken details die kunnen leiden tot de producent.
Wat ik toen (en nu) dacht: weten de makers wel welke dubbele bodem je van de naam kunt afleiden? Of zie ik het alleen? Is dit een van de eerste ‘gay friendly’ geuren uit het Nabije Oosten? Mijn associatie: Man to Man als naam voor een schemerige homotent in een zijstraat, van een zijstraat, van een zijstraat, men neme, Istanbul. Geopend in de jaren tachtig vermoed ik.
De geur ademt ook deze periode: vol, beetje bot-viriel. Gelukkig zonder te verdrinken in welke huidige variatie op synthetische ambergris dan ook. Doet me denken aan de eerste mannengeur van Hugo Boss – Number One uit 1985 – toen het merk in zijn breedgeschouderde, bandplooibroek kostuum-fase zat. Zo’n bomvolle aromatische varengeur die alle kanten opgaat – going to the maxxxxx – en waarin je alles kunt ruiken wat je wilt ruiken.
Man to Man is wat magerder in vergelijk. Alsof er direct is bezuinigd is op kruiden en hout. Waar ik gezien de uitstraling vanuit ga. Maar nog steeds een bom. Echt onaangenaam kun je de compositie niet noemen. Vooral in vergelijk wat er nu aan populaire geuren op de smetteloze plankjes van de parfumketens staat. Ik moet denken aan een hybride tussen Guerlains Habit Rouge en Grey Flannel van Geoffrey Beene. Een geur zwevend tussen groen-zoet en kruidig zoet richting mos en hout.
Ik ga de uit het oog verloren vriend een keer écht, maar nu serieus, bedanken voor dit als camp bedoelde cadeau als ik hem weer eens zie.
De eerste van de tot nu toe 157 verschenen geuren van Hugo Boss
ONGEWONE COMBI DIE BIJ NADER INZIEN VANZELFSPREKEND WORDT
OP BEZOEK IN DE SOUK
CHYPRE IN DISGUISE
Ik vraag me wel eens af: bij al die talrijke bombastische explosies verkocht onder de noemer niche – denk aan Arabisch geïnspireerde parfums wel of niet geproduceerd in deze regio: wordt subtiliteit nog wel herkend? Neemt ‘men’ nog de tijd – door alle overrompelende oudh- en roosessences heen – dieper door te dringen tot een compositie? Of is het gewoon een kwestie ‘van horen zeggen’ (bij de kapper bijvoorbeeld of van een ‘influencer’), toeval (je verveelde je op het vliegveld en stapte ‘dan maar’ even een tax free binnen) of het overtuigende verkooppraatje van dienstdoende verkoper: ‘Die maar doen dan?’
Het is ook godsonmogelijk om tot je ware parfum(s) te komen gezien het – heb het al vaak gezegd – intimiderende aanbod. Binnen één merk is dit al bijna onmogelijk gezien velen daarvan een mini-parfumerie an sich zijn: je kunt nowadays je hele leven trouw zijn aan één merk zonder parfumtrends te missen.
En zo kom ik weer eens bij Ormonde Jayne (London) terecht. Opgericht door Linda Pilkington in 2002. Nooit begrepen waarom ze haar eigen naam niet als firmanaam heeft gebruikt. Pilkington was niche, voor niche echt big werd. Hoewel de presentatie slaapverwekkend saai en de inspiratie niet echt bijster origineel, is de inhoud vaak prachtig. Ze maakt ongewone combinaties, die bij nader inzien eigenlijk niet meer dan logisch zijn – niche in een notendop.
Ik onderga dit gevoel bij Sakura – met merkwaardigerwijze een ander olfactief profiel op het proefje dan op Ormonde Jayne’s officiële site. Althans, volgens mij heeft Ormonde Jayne de promotekst van Sakura per ongeluk verwisseld met Muscat. Heb een nette mail daarover gestuurd, maar nog geen antwoord gekregen.
Muscat (2021) is een eerbetoon aan de hoofdstad van het sultanaat Oman, ‘genesteld tussen het Hajargebergte en de grootste aaneengesloten zandwoestijn, een serene natuurlijke haven, gesierd door romantische dhows met enorme zeilen wapperend in de warme lucht, doordrenkt met een melange van kardemom, saffraan, kaneel, wierook, dadel en kruidnagel die vanuit de souk opstijgt. Al tweeduizend jaar een strategische haven, een schakel tussen Oost en West op de specerijenroutes’. Aldus het promopraatje. Zoals gezegd: niet bijster origineel zo’n specerijroute-geïnspireerde geur (valt ‘niet voor niets’ in de La Route de la Soie-serie). Zoals gezegd: de inhoud is prachtig.
Hier openbaart zich Pilkingtons gave: het zoeken naar niet vaak gebruikte ingrediënten passend bij de inspiratiebron die je het gevoel geven het idee nog intenser te beleven, het idee waarachtiger maakt. Iets wat ze deelt met Serge Lutens zij het iets braver.
Ik ben ooit in het Midden-Oosten geweest voor een parfumsnoepreisje. En dan weet je en ervaar je dat daar de ochtend niet crisp en fris van start gaat… de warmte blijft in de nacht gevangen, geeft het door aan de dageraad – dus is het eigenlijk onlogisch een geur in de opening te laten tintelen door citrusnoten. Wél door amberachtige accenten die smeulen aldus Pilkinton. In dit geval een melange van droog zoet-sensueel saffraan, een wolkje kaneel en dadel.
Laatste meen ik duidelijk te herkennen (ben er gek op, eet ze regelmatig van vers tot bijna uitgedroogd). De geur ervan nijgt naar vanille, maar met een meer intens zonnig en rum-achtige nuance… alsof je op bezoek in de souk bent. Hierbij voegt zich de roos, die niet straalt door de zon maar door rokerig wierook. En toch heeft de roos ook iets zoetigs. Dat komt op conto van halwa; de inmiddels bij ons ook soort van ingeburgerde ‘exotische’ suikergoedpasta gemaakt van bloem, boter, oliën, saffraan, rozenwater, melk, cacaopoeder en suiker.
Voor zowel halwa als dadel geldt: de geur wordt niet aan deze twee onttrokken maar zijn een compositie van bestaande geurmoleculen om zich dicht mogelijk in de buurt te komen van het ‘parfumprofiel’ van beide ingrediënten.
De afronding versterkt het oriëntaalse karakter subtiel: niet te veel oudh omringd door een krans van eikenmos, kardemom en vanille. Je moet trouwens flinks snuiven om de mos te detecteren. Maar eenmaal gespot, dan ga je zowaar denken dat je te maken hebt met een chypre in disguise, een chypre geboren in het Midden-Oosten.
En als je gelooft dat parfum sprookjesachtige taferelen oproepen, ga dan mee in de voorstelling van Ormonde Jayne zelf: ‘Draag Muscat met lichte zijde terwijl je je ongrijpbaar een weg baant door de medina, een bal of een soirée, en laat een emotionele, mysterieuze en betoverende geur achter’.
Los daarvan: Muscat is een mooie subtiele ‘alternatieve’ oosterse geur die je eveneens kunt dragen terwijl de temperatuur richting veertig graden gaat. Je laat een geur meegaan met de ‘gevoelstemperatuur’ of straft hem af met een koude douche – een eau de cologne. Met Royal Riesling (2009) bijvoorbeeld van 4711 – ook voor mij een van de betere geuren van het eerste decennium. Net weer ontdekt, een soort milde Ô van Lancôme. En lekker dat-ie is.
Ik stond in 2023 niet echt stil bij het feit dat herdacht werd dat de ‘la voix du siècle’ 100 jaar geleden werd geboren. Wèl dat er naar aanleiding daarvan een mallotig ‘live concert’ was dat je kon volgen in de bioscoop waarin ‘la divina’ optrad als hologram. Waardeloos. Een jaar later gevolgd door de film over de laatste levensjaren van ‘de grootste kunstenaar van de 20ste eeuw (dixit Meryl Streep) gespeeld door Angelina Jolie. Waardeloos. Het allerergste eerbetoon en dat van mij linea recta door het afvoerputje kon: Marina Abramović’s conceptuele ‘7 Deaths of Maria Callas’-project.
Maria Callas vervangen, nadoen is onmogelijk. Moet je niet willen. De pech die veel beroemdheden ‘overkomt’: hoe langer van hun dood verwijderd des te meer de nadruk op het privéleven. Viel Callas ook ten deel: ze is voor de massa inmiddels gereduceerd tot fashion icon met veel pech in de liefde. En daarnaast: er is film- en fotomateriaal te over waarmee je een overtuigende documentaire kunt maken – inmiddels diverse keren gedaan.
Een soort van operaliefhebber, weet ik redelijk veel over haar – Maria Callas is voor mij een zuivere versie van een kunstenaar (iemand die niet in de gaten heeft hoe uitzonderlijk en anders die is omdat ze hun gift natuurlijk, vanzelfsprekend vinden zonder daarover pocherig te doen).
Wat fijn: The Merchant of Venice tekende een licentieovereenkomst met de Maria Callas Estate (beheert de artistieke en persoonlijke nalatenschap en activiteiten stimuleert die haar artisticiteit en persoonlijkheid promoot) voor ‘het eerste parfum dat haar naam draagt en aan la Divina is opgedragen’ zo lees ik. Zat in een overvolle doos met proefjes en die ik bij www.parfumaria.com had besteld.
fashion icon
Als ik dit lees vrees ik het ergste: ‘Het creatieve team van The Merchant of Venice is met zorg te werk gegaan om de veelzijdigheid en tijdloosheid van de goddelijke Callas te weerspiegelen. Zelfs de flacon is een eerbetoon aan haar, een onmiskenbaar icoon van stijl en elegantie, geïnspireerd op haar meest iconische looks en accessoires’ – fashion icon told you. Laat ‘met zorg’ en ‘zelfs’ ook even inzinken.
Ik was er weer eens niet bij: de lancering op 5 december (2023) in het Gran Teatro La Fenice in Venetië – ‘waar Callas triomfen vierde en daarnaast een permanente tentoonstelling over haar herbergt’. Fijn allemaal en zo, maar je kunt je afvragen of dit wel had moeten gebeuren. Hoe ‘chic’ ook gepresenteerd, het blijft toch uitmelken van beroemdheden. Dat er een ‘directe’ link is met de producent en de stad wil nog niet zeggen dat…
Dit artikel wordt onderbroken door een commerciële boodschap: ‘Vrijwel recht tegenover het theater kunt u de boetiek The Merchant of Venice bezoeken in Campo San Fantin. Deze fantastische flagshipstore, werkelijk uniek, is gevestigd in een prachtige 17de-eeuwse apotheek die in 1846 in zijn huidige vorm werd ingericht door architect Gianbattista Meduna, verantwoordelijk voor de wederopbouw van het Teatro La Fenice na de brand van 1836’.
Maria Callas is een geur waar je niks op tegen kunt hebben: niche in hapklare brokken. Maar in het licht van het overstelpende aanbod, overbodig. Ik betwijfel ook of de echt Callas-fan de geur zal aanschaffen. Dit is Maria Callas in ieder geval niet: ‘Een geur die het klassieke chypre-akkoord herdefinieert’, zoals de begeleidende tekst vermeldt. Ik hou het op een intens-elegante houtgeur met zoetige nasleep.
Niet slecht en gelukkig met een serieuze insteek gemaakt (bijzonder voor een celeb-geur) door Yann Vasnier. De frisse opening is als een zuchtje door de dogestad: citroen en mandarijn pittig gemaakt door zwarte peper (ruik je goed) die later wordt opgetild door een zweem van groen-zoete frisheid. Denk zwarte bes vermengd met groene noten. Lekker.
Reclameboodschap
Dan ruik je de bedoeling van de geur: een krachtige roos-neroli-combinatie. Neroli geeft lucht en tempert de zoetheid van de roos, terwijl de groene noten blijven doorwerken. Tot dat die helemaal opgaan in een, ik zou bijna zeggen, stoere basis van patchoeli (in dit geval akigala, verantwoordelijk voor het amber-effect) omringd door cederhout die toch luchtig blijft. En dat komt weer op conto van georgy-hout: synthetisch cederhout met een luchtige, muntachtige ondertoon. Eindresultaat: een warme, ‘omarmende’ ambergeur.
Het is onbekend welke geuren Callas zelf gebruikte. Dit soort vragen stelde je natuurlijk als journalist niet in de ‘pre-glamour- en glossytijd’. Mocht het je al lukken een ‘termijn’ met haar te regelen. Ik denk dat ze de interviewer ongeloofwaardig zou hebben aangekeken: ‘Bent u niet voor iets anders gekomen?’
Het verhaal gaat dat ze Detchema (1953) van Revillon gebruikte (een flacon daarvan was te zien tijdens kijkdagen bij Sotheby’s veiling van haar memorabilia in 2015; kan de foto niet meer terugvinden) dat als een luchtiger en bloemiger versie van Chanel wordt gezien N°5 (1921)– dat ook een favoriet van haar zou zijn. Ik zou als ik The Merchant of Venice was geweest voor een aldehyde (nu weer helemaal hip) hebben gekozen. De mare gaat trouwens ook dat ze Hammam Bouquet (1872) van Penhaligon’s gebruikte.
Dit artikel wordt onderbroken door wéér een commerciële boodschap: ‘Laten we teruggaan naar 1950,’ zegt Julia Koeppen, algemeen directeur van Penhaligon’s. ‘De gevierde operazangeres, bereidt zich voor op een optreden in het Royal Opera House. Terwijl haar stem de bewondering van duizenden mensen over de hele wereld oogst, begint haar gezichtsvermogen haar in de steek te laten. Maar de show moet natuurlijk doorgaan: Callas parfumeert zijden zakdoeken met Penhaligon’s Hammam Bouquet – haar absolute favoriet, duidelijk – en legt ze precies op de plekken waar ze die avond moest zijn’. Terzijde: zou Callas haar medespelers hebben verzocht om tijdens uitvoeringen gelieve geen geuren te gebruiken…
Aan de kaptafel met Angelina Callas
Dit allemaal wetende is het toch vreemd dat in de film waarin Angelina Jolie Maria Callas speelt – vanzelfsprekend zorgvuldig gemaakt en het tijdsbeeld zo natuurlijk getrouw indachtig, ondanks de overdreven styling – de kaptafel van Callas het moet doen zonder haar naar overlevering favoriete geuren, maar met Guerlains Shalimar, (1925), Madame Rochas (1960) en de amfora van Dior die Miss Dior, Diorissimo of Diorama bevatte. De duivel zit in de details. Of was het nu god?
In ieder geval: waarom vertelt die Koeppen nou niet dat Callas deze geur waarschijnlijk heeft geroken bij haar vriend: regisseur Luchino Visconti – het was zijn favoriet. De omschrijving ervan die ik tegenkwam op www.theblacknarcissus.com maakt nieuwsgierig: ‘Een nogal vuile, androgyne, poederachtige geur – met een duidelijke zweem van zweet – van roos, iris en sandelhout. Het heeft zijn engelachtige kanten, maar het feit dat het gebaseerd is op de Turkse baden in Jermyn Street zegt veel over de waarschijnlijke, veel sensuelere oorsprong ervan.’
Ik vraag me af of je bij de huidige versie nog ‘dat vuile’ ruikt…
Als kenner ben je natuurlijk bevooroordeeld. En als het dan ook nog een van je favoriete ingrediënten is, dan is het oppassen geblazen. De eerste keer dat ik vetiver rook, weet ik niet meer. Ik denk zo rond mijn dertigste, toen ik me ging verdiepen in de basisingrediënten: lavendel, jasmijn, leer, hout, bloemen, enz., enz, en vetiver. De keuze was eigenlijk logisch: Vetiver (1965) van Guerlain, decennialang de standaard voor vetiver.
Een openbaring: droog, hooiig, zon, aarde. Fris maar ook sensueel en warm. Dit smaakte naar meer. Hoe meer ik erin dook, hoe meer ik begreep dat het een van de populairste mannengeuren is – misschien nu ingehaald door oudh – en dat dus elk ‘zichzelf respecterend’ merk wel een vetiver in zijn assortiment had/heeft.
Een ‘gemiddelde’ vetiver mixt frisse noten (opening) met hopelijk lots of vetiver in hart in de basis vastgehouden door hout. Aan de neus de vrijheid hier zijn eigen smaakmakers aan toe te voegen.
De neus van Mon Vetiver volgt dit traject plichtsgetrouw en voegt – moet gezegd – originele, onverwachte ingrediënten toe: het zelden gebruikte gentiaaan – über-ijl fris – met een schone lavendel die worden gekoppeld aan limoen en jeneverbes (terwijl je de vetiver al voorzichtig ruikt). Lekker! Het gevoel aldus de neus Bruno Jovanovic dat dit moet oproepen: een ginakkoord. Dat lukt dus altijd met jeneverbes.
IJl-fris gentiaan
Nu openbaart zich de vetiver – meer fris, dan droog – die voor mijn gevoel niet echt op gang wil komen (zoals ik gewend ben van de klassieke vetiver) en er niet echt uit wil springen. Hiervoor gaat het toch te snel op in de houten drydown van kasjmierhout en patchoeli. Met andere woorden: een beschaafde vetiver helemaal geschikt als office wear. Eerlijk gezegd: ik had meer verwacht. Wel fijn: de natuurlijke indruk van het geheel.
Als je de geur koopt, dan doe je indirect mee aan een goed doel: de gebruikte vetiver uit Haiti is gecertificeerd, verlaagt de impact op het milieu verlaagt en ondersteunt boerengemeenschappen op het door pech geteisterde eiland. Dit past trouwens is de filosofie van het merk die duurzaamheid en verantwoord produceren niet als een optie, maar als een noodzaak ziet.
Ook onderdeel van Essential Perfumes’ filosofie: ‘compromisloze kwaliteit waarin het natuurlijke wint het van het synthetische om te komen tot een voor iedereen toegankelijke parfumerie, want: een uitzonderlijke geur mag geen privilege zijn’. Vind ik persoonlijk nogal overdreven gesteld want dat is geur al lang niet meer en als je er langer over nadenkt: nooit geweest. Ik moet dan altijd denken aan de tweeliterflacons eaux de cologne die je sinds jaar en dag kunt kopen in de grote supermarkten in Frankrijk en Spanje. Voor een paar euro heb je een aangename en toegankelijke cologne.
Nog een dingetje. Valt me nu pas op dat Mon ‘geschreven’ voor een product eigenlijk Ton wordt, wanneer een verkoper het je in de winkel overhandigt of het voor je in een postpakketje stopt. Mon Vetiver, devient Ton Vetiver.
Kan me niet herinneren dat ik deze geur eerder onder ogen heb gehad, maar kwam hem bij toeval tegen – op zoek naar een ander – proefje. Bij het bekijken van Parfums Quartana’s site vraag ik me inmiddels wel af: ben ik te oud en te wijs voor dit soort storytelling of is het narratief gewoon passé? Een serie ‘les potions fatales’ noemen, zet mijn gaapspieren direct in werking (twintig jaar geleden waarschijnlijk iets langzamer).
Want: hoezo cliché? Niet alleen in naam, maar eveneens in gedachte: het negental ‘fatale drankjes’ verkent aldus de oprichter ‘de verraderlijke schoonheid en intrigerende overlevering van ’s werelds giftigste bloemen. Verleidelijk en gevaarlijk, zijn ze door de geschiedenis heen voor duistere doeleinden gebruikt. Geef toe aan hun charmes, geef toe aan een geurige femme of homme fatale. Verleidelijk aan de buitenkant, maar uiteindelijk duister, sinister en dodelijk’.
Dat zijn dus volgens Parfums Quartana respectievelijk lelietje-van-dalen, alruin (mandrake), digitalis, wolfskers (belladonna), rode zijdeplant (bloodflower), wolfswortel of monnikskap (wolfbane), dolle kervel (hemlock), papaver (poppy) en datura. Ik heb ze allemaal wel eens voorbij zien komen, heb ze allemaal wel eens beschreven – in naam en in geur.
Maar vergeet niet: het zijn het sap, de fijngewreven bessen, bladeren of wortels die de gevaarlijke stoffen bevatten met ieder zo hun eigen merkwaardige bijwerking (koeien lijken dronken na het eten van dolle kervel – ik gun ze deze afwisseling). Het is dus níet de geur; de meeste van deze giftige planten verspreiden sowieso geen of nauwelijks waarneembaar aroma. Dus wat krijg je? Negen fantasiegeuren die met een andere naam ook dezelfde olfactorische uitwerking zouden hebben gehad. Je vindt ze lekker, aangenaam, fascinerend, draagbaar of niet.
Afgaande op site, kun je niet anders concluderen dat Parfums Quartana succesvol is, want overladen met prijzen en dus serieus genomen door de branche. De oprichter dwingt sowieso respect af door zijn nederigheid: ‘Na Six Scents, richtte ik in 2014 Parfums Quartana op voor het creëren van verbluffend unieke, meesterlijk gemengde conceptuele parfums van ’s werelds beste essentiële oliën en moleculen. Onze ethiek: eenvoudig en stevig. De parfumeur en ik brengen pas een geur uit wanneer die niet meer verder voor verbetering vatbaar is, of dat nu maanden of jaren duurt. Deze compromisloze toewijding aan uitmuntendheid heeft ons twee van prestigieuze awards opgeleverd: The Fragrance Foundation’s Perfume Extraordinaire (2017) voor Poppy Soma en de Art & Olfaction Independent Category Award voor Space-Age (2023)’.
Alruin in het wild
Jammer dan, en dus niet echt serieus te nemen (als grap vast niet bedoeld, gezien de ernst van de site) wanneer je op de ingrediëntenlijst van Mandrake onder meer een alruinbloem- én dodelijk verslavingsakkoord leest. Dat kan dus van alles zijn, of niets gezien deze twee akkoorden ‘stom’, reukloos zijn. En je weet dus niet wat deze twee toevoegen aan de verwerkte appel, berkenblad en -wortel, bergamot, patchoeli, rabarber, kardemom, suède, leer, vanille en sandelhout.
Neemt niet weg dat Mandrake fascinerend is. Ik noem het wel eens lekker scheel, wil zeggen de ingedriënten leveren een geur op die enigszins afwijkt van de norm. Niets hemelsbestormend, maar waarvan de doorsnee-ruiker toch even van opkijkt lijkt me. Scheel is hier volgens mij de combi van berkenblad en -wortel (zacht, zalvend, fris), appel (fris, zoet), rabarber (fris, zuur) en kardemom (fris groen). Ik wist niet dat berkenwortel iets olfactiefs oplevert, het zij zo.
Het geeft in ieder geval en groen-zurige opening die knispert en waar de zon overheen heeft geschenen. De overgang naar de basis is lekker langzaam en transformeert Mandrake tot een klassieke, ik zou bijna zeggen mannelijke houtgeur (een strakke patchoeli) met verzachtende ondertoon van suède, leer en sandelhout. Stoer-chique zonder testosteron-effect dankzij het achterwege blijven van welke synthetische variant op ambergrijs dan ook.
In mijn achterhoofd ruik ik Mandragore(2004) van Annick Goutal. De Franse naam voor alruin. Die is voor mij – om maar een parfumcliché te gebruiken – mysterieuzer. Zonet ‘ter controle’ weer even geroken. Anders fris, anders luchtig, anders zoet – wrang, bitterzoet. Zonder grote woorden, zonder imponeren in alle bescheidenheid gelanceerd, maar vanzelfsprekend. Een prachtig parfum. Kan de maker van Mandrake, Joseph Quartana, nog wat van leren.
Als je naar deze geur googelt dan verschijnt die al na de tiende letter: Mousse Aras… hiyama van Le Jardin Retrouvé. Heb natuurlijk al vaker over dit in 1975 opgerichte en zich als ‘first niche’ manifesterende merk gehoord. Alleen de naam hield me tegen: ben een beetje heel veel moe van al die geuren die de geheime deur/opening zijn naar wat voor een tuin dan ook.
En dan als mérk je naam/lot er helemaal aan verbinden… weet het niet, maar ik vergeef het ‘de hervonden tuin’ gezien de oprichtingsdatum. Toen had je nog niet zoveel geparfumeerde tuinen. Toch even checken op mijn overzichtslijst. Klopt dus. De meest vintage in deze: Dans le Jardin de mon Curé van Guerlain. 1895. Daarna: Un Jardin de Nuit van Arys. 1919. En toen: Chèvrefeuille en Jasmin van – inderdaad – Le Jardin Retrouvé. 1977.
Ik kreeg een ruime sample van Mary ter Heege toegestuurd. Misschien wel of niet bekend: ze is een fanatiek (in de goede zin van het woord) en verbazend goed op de hoogte zijn amateur-parfumkenner. Ze was een tijdje geleden bij mij op bezoek in mijn Geeser parfumatelier om te praten over een parfumpraatje dat ik binnenkort ga houden in het openbaar (we houden u op de hoogte).
De reden van het verzenden: tijdens ons geanimeerde gesprek liet ik ontvallen dat ik ooit zelf parfums ben gaan mengen omdat ik me soms afvroeg waarom bepaalde ingrediënten nog niet samen gebruikt zijn. Zoals wat me de laatste tijd bezighoudt: wierook en vijg – in combinatie met galbanum en nog meer (mos)groen. Zegt Ter Heege dat zoiets sort of al is gebeurd, en wel met, inderdaad: Mousse Arashiyama. Gelanceerd in 2019.
Opvallend, en dit gebeurt niet echt vaak: geur in combinatie met storytelling klopt. Ik wist het niet, want heb het land van de rijzende zon nog nooit bezocht, maar met Arashiyama wordt verwezen naar – met dank aan Wikipedia – ‘een natuurlijk bamboebos in Kyoto voornamelijk bestaand uit mōsō-bamboe toegankelijk voor publiek’. Helemaal hip: het ministerie van Milieu beschouwt het bos als een onderdeel van het geluidslandschap van Japan.
Zoals wellicht bekend: bamboe ruikt niet, maar het olfactorisch oproepen spreekt als het ware voor zichzelf: groen, fris, teder en sterk. Dat gaat dan zo. Eerst de inspiratie. Le Jardin Retrouvé vertelt: ‘Een uitnodiging tot contemplatie, sereniteit, spiritualiteit. Maxence Moutte (de parfumeur) geeft ons in deze creatie zijn poëtische visie van het bemoste kreupelhout van een Japans bamboebos, we raden groene tonen van mastiek, rijpe vijg, dauwparels’. Nu zij we echt in Japan: ‘Uit een tempel ontsnappen slierten van wierook en heilige houtsoorten worden versterkt door de frisheid van bergamot’.
En toen sloegen ze een beetje door – eigen aan parfumhuizen en parfumeurs: ‘Je wandelt in dit bos als ware het een heilige plaats. Gesust door de zachtheid van het mos, gehoorzamen je stappen aan een oeroud instinct, een diepe intuïtie. Bij de bocht in het pad vallen je ogen uiteindelijk op deze machtige boom waarvan je de naam niet kent maar wel weet. Je ziel, bevrijd van zwaarte, maakt zich subtiel los van de grond en blijft hangen om te genieten van eikenmos, patchoeli, mastiek en wierook’. Lijkt Rituals wel.
Mooi is de verstrengeling van groen en gerookt hout. Zonder al te diepzinnig te worden; Mousse Arashiyama gaat voorbij de oppervlakte, maar dat gebeurt al snel volgens mij als je geen bloemen toelaat: die maken geuren namelijk toegankelijker en ‘begrijpelijker’. Zulke zonderbloemencomposities vallen dan al snel in de categorie moeilijk/niche.
Ik moet trouwens eerder aan een beekje/stroompje denken dat zich door een bamboebos slingert (door de opvallende aquanoot) dan aan de omringende groene vegetatie. Want het is alsof deze groene smaakmakers door het water worden gewiegd – viooltjesblad, gras en groen-kruidige noten. Wel lekker hoor die vijg die ‘uit het water springt’ en geleidelijk door mastiek houtachtiger en door de wierook ingetogener, sereen wordt.
Al dieper ruikende moet ik denken aan een mist van Kenzo die – ooit – in de KenzoKi-lijn zat/zit: ook toen was bij mij de verwondering groot dat hoewel bamboe niet ruikt, je toch het ‘geurgevoel’ ervan mooi kunt vertalen. Het volgende ervaar ik niet; vraag me af of dit niet een geval van ‘wishful thinking, wishful smelling’ is: ‘Door jarenlang wetenschappelijk onderzoek (in samenwerking met Givaudan) geeft dit eau de parfum een energieboost’. Dat doen groene en citrusgeuren al ‘uit zichzelf’ vind ik.
Philip Freriks: ‘We zijn alweer bij de halve finale van De Slimste Neus. Caroline van der Plas wat weet je van Bourjois’. ‘Jeetje daar vraag je wat, iets met toneel, Molière?’ ‘Nee, dat is helaas fout, je bedoelt waarschijnlijk Le Bourgeois Gentilhomme?’ ‘Caroline, ja, gôh wat stom, heb het nog voor mijn lijst gelezen.’
‘Snel door naar Nikkie’: ‘Dat is voor mij een intikkertje. Bourjois staat voor mij voor make-up, poeder, theater, Parijs, glamour, parfum, Chanel.’ Freriks: ‘Allemaal goed. C’est Fantastisque. C’est Magnétique, C’est Formidable. Je bent een echte vakvrouw die haar geschiedenis kent. Maar kun jij het publiek uitleggen wat Chanel en Bourjois in hemelsnaam met elkaar verbindt, dat weten maar heel weinig mensen.’
Nikkie: ‘Nu ga ik wel erg verschrikkelijk-heftig de diepte in, iets wat over het algemeen niet met mij wordt geassocieerd, maar de latere eigenaren van Bourjois – by the way in 1862 begonnen door een acteur in Parijs die niet tevreden was met het toenmalige aanbod van theatermake-up – zijn ooit met Chanel in zee gegaan om haar parfums breder en commerciëler neer te zetten. Daar heeft ze later mega veel spijt van gekregen, maar dat is écht een ander onderwerp. Laat ik dan als laatste een leuk weetje vertellen. Zowel Chanel (in 1933) als Bourjois (in 1953) hebben een parfum met dezelfde naam, en waarmee ik automatisch geassocieerd wordt, op de markt gebracht: Glamour.’
Freriks: ‘Nikkie, dit is echt heel bijzonder al deze achtergrondinformatie – waarom begin je geen podcast met dit soort triviale, maar belangrijke historische weetjes?’ Nikki: ‘Ik kan weinig loslaten, maar… mijn beautiful lips are sealed…’
Te koop in iets andere flacon bij Bol.com
Waarom vind ik Bourjois zo leuk – en daarom de geuren ook? Ben ik op mijn oude dag aan het vertrutten, want het is toch vreemd: wel ageren tegen de mallotige aanhoudende aanvoer van nieuwe geuren, en Bourjois dan? Klopt als een bus en bewijst maar eens dat ieder mens een parfumvat vol tegenstrijdigheden is.
De ‘echte’ reden: de geschiedenis van het merk dat nog veel verder reikt dan bovenstaande informatie. Met name die link met Chanel die pas in 2014 officieel werd verbroken doordat de eigenaren van Bourjois (én Chanel) – de familie Wertheimer – het (met name nog om zijn cosmetica populaire) merk verkocht aan Coty.
Voor ik met het nieuwe geurtrio begin, nog even wat extra achtergrondinfo: Bourjois heeft bij kenners de reputatie van een gerespecteerd parfumhuis, als was het alleen maar omdat de neus van Chanel N° 5(1921) – Ernest Beaux – ook het beroemdste parfum van Bourjois creëerde: Soir de Paris (1929). En revolutionair binnen het vakgebied was dat aan de geur Mon Parfum (1924) een hele trits van beautyproducten werd gekoppeld: poeder, lippenstift, rouge, oogschaduw, toiletzeep, badzout en badpoeder.
Crisistip: mocht je de dit trio te duur vinden: op www.bol.com wordt een andere klassieker Kobako (uit 1936 ook gemaakt door Ernest Beaux) voor een ietsiepietsie minder verkocht: € 16,59 (50 ml).
Jeugdig en bescheiden
Wat ik met name leuk vind, zijn de namen: La Magnétique, La Fantastique, La Formidable. Ik bedoel maar: als je La voor een naam/woord zet, dat benoem je daarmee het ultieme; alle kwaliteiten komen dan in optima forma samen. Het klinkt lekker arrogant, en je kunt het moeilijk betwisten omdat er geen regels bestaan voor het toepassen ervan. Over smaak mag tegenwoordig niet meer getwist worden – ‘Iedereen is uniek en bijzonder op zijn/haar/hen wijze en schoonheid komt van binnenuit blablabla’ – maar er blijft natuurlijk een verschil tussen La Streisand en La Patty, La Callas en La Bloemen.
Over bloemen gesproken: die bloeien volop in dit trio. Alleen niet echt spectaculair, want wat opvalt is de vriendelijke en bescheiden uitstraling – het zijn geen flowerbombs. Noem het jeugdig – iets wat je nu direct met het merk associeert. Ik heb een beetje een macaron-gevoel (waarin het ook om subtiliteit gaat, tenminste als je de juiste koopt; niet die in het koelvak van de super) wat natuurlijk versterkt wordt door de presentatie.
In La Magnétique proef je in de opening de mandarijn duidelijk – zonnezoet en fris. Vervolgens een beproefd, dus zeer klassieke melange van roos en jasmijn die snel overgaan in without-vanillecombi waardoor de finish een amberachtig warmte krijgt.
In het hart van La Fantastique kloppen dezelfde bloemen als in La Magnétique alleen ademen die anders door roze peper in de opening en de toevoeging van peer die je goed waarneemt. ‘Voor een natuurlijke, groene aantrekkingskracht’; ik associeer peer nooit daarmee, eerder met sorbet en, hey daar-is-weer, macaron. De nasleep is iets poederig en clean door musk en kasjmierhout.
En dan LaFavorite van Geurengoeroe: La Formidable. Inderdaad een moderne chypre met zoet-zonnige fruitfacetten – in dit geval bergamot (die voor mij meer ‘op zijn Guerlains’ had mogen spetteren ) die een inleiding is tot een abstract bloemenhart gebaseerd op fresia en lavendel zo lijkt het, maar een beetje te diffuus voor mijn gevoel. Geldt ook voor de patchoeli die ik niet als ‘krachtig en rijk die diepte en intensiteit toevoegt’ zou omschrijven – eerder als een idee van droog hout.
Logisch dat de geuren zo licht van aard zijn: past bij de uitstraling, de doelgroep en de prijs natuurlijk: € 16,99 voor 50 ml zie ik op de Franstalige site.
Het gebeurt niet vaak dat ik drie geuren van hetzelfde merk – bijna – achter elkaar bespreek. You lucky devil Hermès! Here we go. Vraag: wanneer is de verrassing bij een nieuwe geur het grootst? Volgens mij dat je afgaande op de naam – in het geval wanneer die de ingrediënten ‘blootgeeft’ – een soort van verwachting hebt, maar dat die dubbel en dwars wordt waargemaakt. Sterker, je krijgt een soort plezierige overrompeling, voelt je gelukprikkels intensiveren, je krijgt bijna kippenvel.
Had ik dus bij Myrrhe Eglantine. Jeetje, die egelantier is echt geweldig. Helemaal als je weet dat je de geur van de wilde roos niet aan de bloemblaadjes kunt onttrekken. Correct me if I’m wrong. Daarvoor moet je het parfumlaboratorium in.
Het mooie en schone aan de wilde roos? Voor mij: het is de zoetige zaligheid van de roos met een ruw randje. Beetje ongepolijst. Het is geen koningin (geliefde cliché-omschrijving voor de roos), maar, hoe moet je het zeggen, een soort van lage adel die als hofdame voor de koningin werkt. En waar de koningin eigenlijk jaloers op is omdat ze heeft wat haar zelf ontbreekt: geen pregoratief tuthola-arrogantie, maar een ongedwongen charme die je wel of niet meekrijgt ‘van huis uit’.
Vertaald in geur: een ‘natuurlijke’ roos die een beetje houtig, beetje groenig ruikt, met een zweem van meidoorn, met een zweem van honing. En toch delicaat. Dat straalt de Eglantine allemaal uit. Eerlijk gezegd, ontgaat me de Myrrhe (inderdaad mirre) een beetje. Je voelt wel een soort van ‘huideigen’ warmte met een lichte vanille-toets maar dat kan ook allemaal in de wilde roos zitten. Heb eerder de neiging om de naam om te draaien Eglantine Myrrhe.
Ik weet ook dat achter deze twee namen, een palet aan andere ingrediënten schuilgaat, want als je bij www.dehekserij.nl mirre en roos zou bestellen en dat zou mengen, dan ben je er nog niet. Bij lange niet. Terwijl Myrrhe Eglantine door zijn ogenschijnlijke eenvoud dat wel doet vermoeden. Dat is dus knap. Is ongeveer hetzelfde wanneer mensen beweren dat kinderen ‘net zoals Picasso’ kunnen tekenen en schilderen. Zo werkt het dus niet. Gelukkig maar.
Misschien moet ik Christine Nagel maar ‘weer eens’ bellen om te vragen wat ze allemaal heeft gedaan om tot dit ‘casual-chic’-resultaat te komen. En of ze Kelly Calèchein gedachten heeft meegenomen – ik ruik een soort van verwantschap. Effe opscheppen: we waren een tijdje on speaking terms – ‘Salut Christine, je te vois encore? J’ai quelques questions spécifiques’ – omdat ik haar zo vaak tegenkwam op lanceringen. Christine: ‘Quel Erique? Je ne me souviens plus vraiment de lui.’
Wat me altijd aan haar/van haar is bijgebleven: de eerste geur van Mauboussin: een slimme en elegante variatie op het gourmandparfum. En haar bijdrage aan Muglers B*Men – een van de eerste keren dat rabarber in een geur werd toegepast en ze me uitlegde hoe ze dat voor mekaar heeft gekregen.
MEER DAN (DOOR MOLENS) GEMALEN PEPER, KRUIDNAGEL EN KANEEL
WARM SPECERIJPARFUM MET NICHE-ALLURE
Toen ik deze geur op mijn Instagram-account voorbij zag komen, begonnen mijn wenkbrauwen vanzelf te fronsen. Ik heb het niet zo op merken die een vette knipoog/middelvinger richting de ‘echte’ parfumbranche wijzen – voorbeeld: A lab on Fire, Escentric Molecules. Of die een zogenaamde gekte/afwijking als subversieve naam en anti-kijk op de business gebruiken om hun producten aan de man te brengen – Nasomatto. Van de Zotte past ook in deze categorie.
Dacht ik. Not dus. Het blijkt een soort van ‘cherry picking’ uit de achternamen van de initiatiefnemers van dit project: grafisch ontwerper Ferry ZOmerdijk en designer Joeri HoTTEntot. En voor het echte Hollandse effect: VAN DE vóór de naam. Et voilà: Van de Zotte.
Leuk om te zien hoe in Nederland ook steeds meer independent merken een kans wagen op de overbezette plank van de parfumerie. Joeri Hottentot kwam op het idee omdat hij ook schuilgaat achter het horlogemerk Hot&Tot (de naam spreekt nu voor zichzelf neem ik aan). Die worden (grotendeels) van hout gemaakt die zowel online (www.hottot.nl) als in winkels worden verkocht (Europa, VS). Waaronder de houtzaagmolen op de Zaanse Schans. De verkoop loopt lekker doordat toeristen volgens Hottentot waarschijnlijk het idee hebben dat de horloges daadwerkelijk in deze molen zijn gezaagd en gemaakt, én omdat Hottentot merkte dat er vraag was naar souvenirs die het gemiddelde aanbod van toeristenshit-winkels ontstijgen.
don’t be fooled by the name
Zo ontstond het idee voor dit eerste parfum Mills. Storytelling: ‘We koesteren molens en hun molenaars en we zijn betoverd geraakt door de ambachtelijke geuren die je tegemoetkomen wanneer je een Nederlandse windmolen binnenstapt. Die mix van hout, specerijen, jute en eeuwen van ambacht hebben we gevangen in een flacon. Opmerking: vraagt iemand zich wel eens af ‘Wat ruikt het hier ambachtelijk?’
Dan het dragersprofiel: ‘Voor de moedige mannen die niets uit de weg gaan, die de strijd met de elementen aangaan, maar genieten van hun oogst, hun wind en hun regen. Herinneringen en geuren van een rijke historie komen samen in dit parfum, gemaakt van specerijen die vroeger door de molens werden gemalen. Mills is onze manier van terug in de tijd reizen naar de Gouden Eeuw’. Opmerking: heel erg cliché, die mannen dan en daarbij: ik vind de geur beyond gender.
Grappig aan dit verhaal: je weet juist niet of je het met een knipoog moet lezen (met name het profiel) en je kunt dus stellen dat de geur (op aangename wijze) not woke is. Dat verkleint de afzetmogelijkheden wellicht. Jammer, want deze geur zou niet misstaan in de winkel van Het Rijksmuseum. Maar ‘Het geweten van Nederland’ spreekt inmiddels niet meer van de Gouden Eeuw, want dat was een ‘Fouten Eeuw’ (mijn woke-invulling). Ik geloof dat ze het nu over de 16de en 17de eeuwse kunst hebben. Correct met if I’m wrong.
Maar toch, ik word wel moe van dat constante terugkijken naar ons rijke verleden (zijn we dan zo bang voor de toekomst?). Daar word je mee al jaren doodgegooid door musea (De Nachtwacht komt mijn neusgaten uit) en tv-programma’s (Wie wordt de nieuwe Rembrandt, Vermeer en over een tijdje de nieuwe Mondriaan?).
Als je niet oppast word je met je oh zo mooie product op één hoop gegooid met stroopwafels en kaas. Moet je maar net willen. En dat is trouwens wel het laatste waar je bij Mills aan denkt. De geur staat op zichzelf, heeft van zichzelf bestaansrecht door de serieuze invulling (welke geur wordt in een houten kistje aangeboden?) en het laatste waar ik wel aan denk is ‘Ik hou van Holland, landje aan de Zuiderzee’. Zing in gedachten maar verder mee.
Nu de geur. Met alleen door molens gemaalde peper, kruidnagel en kaneel daarmee red je het niet. Saai. Dus in de opening, ruik je samen met de peper (aangenaam in overdrive) een sprankelende bergamot, met een gepeperde frisheid tot gevolg.
En dan doen de specerijen hun werk. Peper, kruidnagel en kaneel alleen kunnen een ontbijtkoek/kerstmispudding-gevoel geven maar dat is hier niet het geval dankzij – volgens mij – a: vetiver en b: saffraan. A schraagt het geheel, geeft de compositie wortels (ik vermoed trouwens nog meer niet vermelde vasthouders in de basis) en b is de chique factor van het geheel – lichtjes gezoet hier met een leerachtige ondertoon die voor mij versterkt wordt door tabak. Eindresultaat: een smeuïg-chique en warme geur die aangenaam present is.
Zeker een compliment: Ik heb een associatie met Vetivervan Hiram Green (die ik nu heel veel gebruik). Met partner had exact hetzelfde gevoel. Ik hoop dat Mills nog meer verkooppunten krijgt, want dit is zo’n geur waarmee je ‘beginners op parfummarkt’ kunt overtuigen dat die marketinggeuren van de grote jongens (Dior, Armani en al die anderen) eigenlijk te boring, te veilig en te saai voor woorden zijn.
Soms zit iets zo vast ik in je gedachten, ben je als het ware iets aan het framen, dat een andere optie onmogelijk lijkt. Had ik met Meander. Was direct getriggerd door de naam. Want gezien het aanhoudende parfumbombardement (waarvan vele met precisie-targeting; als je bijvoorbeeld eenmaal Dior hebt geliked, dan laat die je niet meer los) origineel en verbeeldingsvol.
Althans mijn fantasie wordt op vleugels meegenomen, vliegt omhoog en beschouwt vanuit vogelperspectief een kringelend beekje omringd door grazige groen greiden. Greiden is Fries voor weilanden en – nu volgt een leuk ‘privé’-weetje: mijn achternaam Zwaga is Fries en betekent grazige groen greiden. Hoe mooi kun je het hebben?
Anayway de flacon van Meander is groen, dus liep ik onlangs in Bijenkorf Amsterdam recht op mijn doel af. Alleen kwam erachter ná de groene flacon gepakt te hebben, dat ik de verkeerde had. Geen Meander (2020) maar Haltane (2021) van Parfums de Marly (blijkt een zogenaamde ‘exclusive’ voor Harrods – vandaar de kleur?) en met dezelfde uitstraling. Uitstraling? Misschien iets te veel eer voor een simpele groen gekleurde flacon.
Ik ga er dan direct vanuit dat de inhoud dus ook groen is. In dit geval ja (Meandre) en nee (Haltane). Sterker wat een verschil. Haltane – ik kom er maar niet achter wat de naam betekent. Zie ook geen naam van een paard, iets wat ten grondslag aan de filosofie van De Marly. En zag nu pas voor het eerst duidelijk staan op de flacon: since 1743. Dus not.
Oh David van Michelangelo, hoe kom jij hier terecht?
Zo oud is het door Julien Sprecher opgerichte huis niet, maar refereert volgens mij aan het onthullingsjaar van de standbeelden van de paarden van Marly (waarvan sommige nu op het Place de la Concorde staan in Parijs) op het terrein van het gelijknamige, in 1806 gesloopte kasteel dat Lodewijk XIV in 1679 liet optrekken om te ‘ontsnappen’ aan het rigide protocol van Versailles.
Heb het al vaker gemeld: ik ben inmiddels behoorlijk ‘boudoirmoe’ – dat gratuite gekoketteer met de pracht en praal van Versailles en dat de barok- en/of rococostijl zo chic is en het summum van verfijning. Dat komt bij De Marly ook tot uiting in de omschrijving van de geuren, in dit geval door mij ingekort om perk en paal te stellen aan de overdrijving – ook een typisch boudoir-parfumomschrijving-dingetje.
Haltane: ‘De samenstelling bevat een mix van zeldzame en nobele ingrediënten die de traditie van het 18de eeuwse Franse parfummaken opnieuw beleven. De oogverblindende frisheid en kruidige toptonen zorgen voor een warm en zacht leergevoel met een symfonie van kostbare houtsoorten. Zacht en zoet, begeleid door saffraan, het praline-akkoord geeft een ultramoderne draai aan het mythische oudh-hout, dat naar voren komt in deze sluier van contrasten en drukt een lichtgevende verfijning op de huid voor langdurig comfort. Een voorrecht dat draait om sensatie’. Voel je wat ik bedoel?
Wat ik wel interessant vind: De Marly is heel populair bij ‘echte’ mannen die Acqua die Parma behoorlijk boring en braaf vinden. Mijn eerste associatie-sensatie: Mugler-gourmand. Ik heb me bijna volgespoten in de Bijenkorf verbaasd als ik was over ‘Mugler’, de prijs: 125ml € 273,00 (absurd) en de vasthoudenheid – vervliegt nogal snel.
Kabbelde je maar voort
De opening gaat lekker, want oh zo herkenbaar. Dat dan weer wel: de salie springt leuk uit de bergamot en lavendel. En dan, het hart. ‘Mugler’ dus. De toegevoegde saffraan maakt de bonbons niet gek. Terwijl ik het effect van deze combi me wel kan voorstellen.
Moet ook weer gezegd: om de basis te voorzien van oud, maakt het het gourmand-effect wel spannend. Door het broeierige zou je verwachten dat de bonbons gaan smelten, ingaan op het hout. Gebeurt alleen niet. Oud + cederhout geven die distinctieve niche-noot aan het geheel, terwijl op de achtergrond de bonbons (inmiddels verworden tot een vanille-achtige sensatie) blijven naprutttelen.
Meander (2020) neemt een andere bocht. Wist ik een proefje van te krijgen. Het kan aan mij liggen: ik vind de eau de parfums de laatste tijd zo licht, eerder eau de toilette naderend. Het kan beroepsdeformatie zijn en misschien verwacht ik te veel, maar Meander had voor mij wat langer mogen doorstromen, naar de kern so to speak.
Mooi en chic-stoer is de geur wel en dat komt zeker door de originele mix van ‘grondstoffen’. Toch een soort van verfijning: een geur niet openen met frismakers. De neus Mackenzie Reilly koos voor een pittige opening: stoffig en droog wierook die een injectie krijgt van roze en zwarte peper. Dan het hart: chic en slim: de fascinerende mix van iris en wortel (denk poederig zoet) die verzacht wordt door roos die op haar beurt weer wordt getemd door cypriol.
Très chic: de narcis die om de hoek komt kijken. Maakt het geheel, ik kan het niet anders omschrijven, lush. De basis: no worries. Superzacht sandelhout zorgt ervoor dat de opnieuw opgevoerde wierook samen met rokerig vetiver niet te present worden, gaan als het ware in het sandelhout op en geven het een mooie zwoele, donkere sensatie.
Maar zoals gezegd: had heftiger gemogen. Iets anders: Meander is een geur waarover je je vaker zou moeten buigen, want er valt volgens mij meer te ontdekken. Alleen, u kent het probleem: tig andere geuren schreeuwen om de aandacht. Maar, we houden hem in gedachten.