‘ALTERNATIEVE’ MAAR ELEGANT-OOSTERSE WARMTE
ONGEWONE COMBI DIE BIJ NADER INZIEN VANZELFSPREKEND WORDT
OP BEZOEK IN DE SOUK
CHYPRE IN DISGUISE
Ik vraag me wel eens af: bij al die talrijke bombastische explosies verkocht onder de noemer niche – denk aan Arabisch geïnspireerde parfums wel of niet geproduceerd in deze regio: wordt subtiliteit nog wel herkend? Neemt ‘men’ nog de tijd – door alle overrompelende oudh- en roosessences heen – dieper door te dringen tot een compositie? Of is het gewoon een kwestie ‘van horen zeggen’ (bij de kapper bijvoorbeeld of van een ‘influencer’), toeval (je verveelde je op het vliegveld en stapte ‘dan maar’ even een tax free binnen) of het overtuigende verkooppraatje van dienstdoende verkoper: ‘Die maar doen dan?’
Het is ook godsonmogelijk om tot je ware parfum(s) te komen gezien het – heb het al vaak gezegd – intimiderende aanbod. Binnen één merk is dit al bijna onmogelijk gezien velen daarvan een mini-parfumerie an sich zijn: je kunt nowadays je hele leven trouw zijn aan één merk zonder parfumtrends te missen.
En zo kom ik weer eens bij Ormonde Jayne (London) terecht. Opgericht door Linda Pilkington in 2002. Nooit begrepen waarom ze haar eigen naam niet als firmanaam heeft gebruikt. Pilkington was niche, voor niche echt big werd. Hoewel de presentatie slaapverwekkend saai en de inspiratie niet echt bijster origineel, is de inhoud vaak prachtig. Ze maakt ongewone combinaties, die bij nader inzien eigenlijk niet meer dan logisch zijn – niche in een notendop.
Ik onderga dit gevoel bij Sakura – met merkwaardigerwijze een ander olfactief profiel op het proefje dan op Ormonde Jayne’s officiële site. Althans, volgens mij heeft Ormonde Jayne de promotekst van Sakura per ongeluk verwisseld met Muscat. Heb een nette mail daarover gestuurd, maar nog geen antwoord gekregen.
Muscat (2021) is een eerbetoon aan de hoofdstad van het sultanaat Oman, ‘genesteld tussen het Hajargebergte en de grootste aaneengesloten zandwoestijn, een serene natuurlijke haven, gesierd door romantische dhows met enorme zeilen wapperend in de warme lucht, doordrenkt met een melange van kardemom, saffraan, kaneel, wierook, dadel en kruidnagel die vanuit de souk opstijgt. Al tweeduizend jaar een strategische haven, een schakel tussen Oost en West op de specerijenroutes’. Aldus het promopraatje. Zoals gezegd: niet bijster origineel zo’n specerijroute-geïnspireerde geur (valt ‘niet voor niets’ in de La Route de la Soie-serie). Zoals gezegd: de inhoud is prachtig.
Hier openbaart zich Pilkingtons gave: het zoeken naar niet vaak gebruikte ingrediënten passend bij de inspiratiebron die je het gevoel geven het idee nog intenser te beleven, het idee waarachtiger maakt. Iets wat ze deelt met Serge Lutens zij het iets braver.
Ik ben ooit in het Midden-Oosten geweest voor een parfumsnoepreisje. En dan weet je en ervaar je dat daar de ochtend niet crisp en fris van start gaat… de warmte blijft in de nacht gevangen, geeft het door aan de dageraad – dus is het eigenlijk onlogisch een geur in de opening te laten tintelen door citrusnoten. Wél door amberachtige accenten die smeulen aldus Pilkinton. In dit geval een melange van droog zoet-sensueel saffraan, een wolkje kaneel en dadel.
Laatste meen ik duidelijk te herkennen (ben er gek op, eet ze regelmatig van vers tot bijna uitgedroogd). De geur ervan nijgt naar vanille, maar met een meer intens zonnig en rum-achtige nuance… alsof je op bezoek in de souk bent. Hierbij voegt zich de roos, die niet straalt door de zon maar door rokerig wierook. En toch heeft de roos ook iets zoetigs. Dat komt op conto van halwa; de inmiddels bij ons ook soort van ingeburgerde ‘exotische’ suikergoedpasta gemaakt van bloem, boter, oliën, saffraan, rozenwater, melk, cacaopoeder en suiker.
Voor zowel halwa als dadel geldt: de geur wordt niet aan deze twee onttrokken maar zijn een compositie van bestaande geurmoleculen om zich dicht mogelijk in de buurt te komen van het ‘parfumprofiel’ van beide ingrediënten.
De afronding versterkt het oriëntaalse karakter subtiel: niet te veel oudh omringd door een krans van eikenmos, kardemom en vanille. Je moet trouwens flinks snuiven om de mos te detecteren. Maar eenmaal gespot, dan ga je zowaar denken dat je te maken hebt met een chypre in disguise, een chypre geboren in het Midden-Oosten.
En als je gelooft dat parfum sprookjesachtige taferelen oproepen, ga dan mee in de voorstelling van Ormonde Jayne zelf: ‘Draag Muscat met lichte zijde terwijl je je ongrijpbaar een weg baant door de medina, een bal of een soirée, en laat een emotionele, mysterieuze en betoverende geur achter’.
Los daarvan: Muscat is een mooie subtiele ‘alternatieve’ oosterse geur die je eveneens kunt dragen terwijl de temperatuur richting veertig graden gaat. Je laat een geur meegaan met de ‘gevoelstemperatuur’ of straft hem af met een koude douche – een eau de cologne. Met Royal Riesling (2009) bijvoorbeeld van 4711 – ook voor mij een van de betere geuren van het eerste decennium. Net weer ontdekt, een soort milde Ô van Lancôme. En lekker dat-ie is.















Is de Replica-lijn niche? Inhoudelijk zeg ik masstige – een samentrekking van mass en niche. Want ook te koop bij de ketenparfumerie. Qua invulling zeer zeker, zij het dat het nu wel voorspelbaar aan het worden is. Maar toch: mag ook wel (nog) een keer worden geschreven: Maison Margiela is een van de eersten die het de in übernichekringen ontstane storytelling – denk Serge Lutens, denk Comme des Garçons- naar een breder, toegankelijker horizon heeft geplaatst.
Bij storytelling ligt het iets ‘moeilijker’, wordt iets meer fantasie toegevoegd en dus meer gevraagd van de koper die, dat dan weer wel, juist op zoek is naar iets anders, minder mainstream.
Feit blijft dat de Replica-serie een slimme manier is om populaire geurconcepten te verpakken op een andere, meer belevende, storytelling manier. Neem Under the Lemon Trees (het verhaal is grappig genoeg heel summier; de naam zegt bijna alles behalve de geografische aanduiding).

Die persberichtschrijvers op de hoofdkantoren van de luxe merken toch. Die verliezen zichzelf steeds meer in lyriek en quasi literaire omschrijvingen. Alsof ze dingen naar de Pullitzer Prijs terwijl bij – ook vluchtige – analyse slechts met één speldenprik… Die van Etro kan er ook wat van: ‘De samensmelting van landen en culturen vormt de basis voor een verrassend esthetisch parfum dat volledig trouw is aan zichzelf’. Ik bedoel: klinkt indrukwekkend maar tegelijkertijd zeg je niets. En hoe kan een parfum ‘dat nog maar net komt kijken’ trouw aan zichzelf zijn. Het is toch geen levende entiteit met een ziel die kan reflecteren?


Tis me ook wat. Word je toch maar even met je onderscheidende, door velen gewaardeerde neus op de feiten gedrukt. Ik wou dus Guilty Absolute Pour Femme vers van de pers ruiken, ik dus Gucci mailen met vriendelijke, edoch dringende verzoek: ‘Waar blijft-ie?’ Krijg antwoord, per direct dat wel: ‘We mogen de geur alleen sturen naar een paar influencers die ‘Gucci FH’ selecteert’. Wat the f*ck betekent FH? Forgotten Hope, Full House, Future Husband, F*cking Hell of iets in de zin van ‘business and institutions?
Kreeg’m uiteindelijk begin deze week persoonlijk overhandigd. En de geur stelt niet teleur. De opening: een explosie van rood fruit. Ben zelf niet zo’n zoetekauw, maar moet gezegd: in Guilty Absolute Pour Femme is die heerlijk en dat komt omdat het effect, zoals Gucci terecht opmerkt, ‘puur, sappig en succulent’ is én je op de achtergrond al een hint ruikt van de donkere basis.
En ik er maar altijd van uitgaan dat Laura Biagiotti – ken je haar nog die knitwearkoningin uit bella Italia of was ze nu de queen of cashmere? Kweetunietmeer – na Venezia (1992) en Roma (1988) wel een keer op de proppen zou komen met Milano of op zijn minst Florence (die zij natuurlijk op z’n Italiaans had geschreven gewoon omdat ‘we’ dat over het algemeen chiquer vinden). Als ze (of de marketingafdeling) slim was geweest had ze zich heel Italië geurgeografisch toegeëigend en dus getrademarket, was ze de concurrentie met hun honderden naar al die in de Middellandse ronddrijvende pittoreske eilandjes ruikende geurtjes vóór geweest.
Laura Biagiotti is een goed voorbeeld dat je het als merk met heel veel inzet max twintig jaar uithoudt. De weg naar vergetelheid/niet meer serieus worden genomen gaat nog sneller als marketing het helemaal van de oprichter overneemt – wie kent nu nog Guy Laroche, Ted(je) Lapidus. Laroche? Lapidus? Wie of eerder wat is dat inmiddels voor een nieuwe generatie.
Ondertussen in Florence ‘gaat de zon onder met een laatste explosie van karmozijn en goud. Als zij de tuin vol delicate geuren inloopt, lijkt die haar te volgen – het verlicht het pad dat ze betreedt. De door de nacht versterkte geuren van de natuur strelen haar fluwelen huid en ravenzwarte haar…’.
Maar waar zijn de bloemen in de geur die een stad eert met een ‘bloemrijke’ geschiedenis – ik meen een lichte hint van witte bloemen te bespeuren. Eigenlijk is Florence als een stroom, een glijden van fruitige en zoete nuances die in de basis wordt verwarmd door amber, ‘bepoederd’ door musk en geschraagd door patchoeli (die je pas later op de huid iets van zijn ware karakter laat zien: een lichte, kamferachtige noot). Beetje braaf voor mijn gevoel, beetje onbestemd, beetje te weining Cavalli-overdaad.
Als je als modeliefhebber vindt dat ‘your own initials are enough’ en je houdt van understated, ‘labelloze’ chic dan moet je volgens Tomas Maier – hij preekt voor eigen parochie gezien zijn creatieve directeurschap bij het Italiaanse luxemerk – je kleding en accessoires kopen bij… Bottega Veneta.
Alle smartsmalltalk op een stokje: ik moet bij Knot Eau Absolue ‘constant’ aan denken Guerlain. Want gul en rijk. Zo had 
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.
Ik werd vanochtend wakker en dacht: gelukkig ik leef nog! Vervolgens als Geurengoeroe: ik heb me niet aan mijn nieuwe belofte gehouden – beschrijf alleen nog parfums die opvallen en zich echt onderscheiden. Ik dacht dat ik hierdoor voornamelijk niche zou recenseren. Maar ziet: heb het de laatste tijd weer verdomde vaak over ketenparfumeriegeuren.
Met dank aan de huidig artistic director Sarah Burton (McQueens voormalig assistent; ja die van de trouwjurk van expected Brittish queen to be) die er volgens mij scherp heeft op toegezien dat McQueens erfenis geen geweld is aangedaan. Overtuigend gepresenteerd in de ‘gloomy’ mood-foto en de flacon – de grote aandachtstrekker. Niche, rijk, vintage, ‘historiserend’, mooi gedetailleerd. Soort van tijdloos, in ieder geval geen modern-doenerij. Logisch, want Alexander McQueen dweepte met gotiek (als stylingelement) en met romantiek (als kunstvorm). Komt elegant samen in deze goud gepatineerde gevederde/bebladerde duistere flacon gebaseerd op parfumflacons uit de archieven van het V&A Museum in Londen.
Van de klassieke norm – 