DE FLACON VERDIENT EEN WAARDIGER INHOUD
OOK ONLINE ONBEKEND, ONBEMIND
AANGENAAM VANILLE-ACHTIG PARFUM
BRAVE PARIJSE BOURGEOIS CHIC
Toen ik net in het vak zat, en internet nog in zijn kinderschoenen stond, hield ik een lijst bij van alle ooit gelanceerde parfums. Verzameld uit boeken, catalogi, naslagwerken en magazines uit de jaren 30, 40, 50 en ga zo maar door. Elke gek zijn gebrek.
Met het vorderen der jaren – internet was inmiddels bijna volwassen, ik ook – kwam online dus steeds meer oude info vrij. Ik las namen van ‘vergeten’ parfumhuizen waarvan ik nog nooit had gehoord met vaak allemaal even interessante geschiedenissen. Niet een stuk of tien maar honderden. Voornamelijk uit de 19de tot en met de jaren dertig van de 20ste eeuw.
Niet zo vreemd: in de 19de eeuw was door nieuwe technieken (geurmoleculen konden synthetisch gekopieerd worden – denk de befaamde hooinoot coumarine) de industrie niet meer afhankelijk van natuurlijke ingrediënten, wat een enorme verbreding van de markt betekende. Begin 20ste eeuw uitmondend in de eerste commerciële revolutie: in plaats van manueel en artisanaal werd parfum, net zoals de auto T uit 1908 van Henry Ford, een lopende band-product.
Door de parfumbusiness smaakvol, kunstzinnig, eigenzinnig dan wel doodserieus, dan wel humoristisch gepresenteerd om zo de koper het idee te geven dat het nog steeds een handmatig en zeer exclusief productieproces betrof – de prijs was gerechtvaardigd. Wat door de ver-marketing van de parfumindustrie op mondiaal niveau – de tweede commerciële revolutie – alleen maar is toegenomen: ik moet het eerste huis nog tegengekomen dat traditie, handwerk, ‘zorgvuldig geselecteerd’ en ‘exclusief ontwikkeld voor’ níet in zijn manifest met kroontjespen heeft gekalligrafeerd.
Je zou denken dat nu alle ooit opgerichte parfumhuizen wel zo’n beetje in kaart zijn gebracht en dat alle informatie daarover nu wel online is te vinden. Dus niet. Zo kocht ik onlangs op Marktplaats N°64 van Pierre Robert. Flacon ziet er chic uit met die vanzelfsprekende Franse flair. Alleen, dacht ik: ‘Au secours, mon Dieu, y avait-il 63 parfums avant celui-ci?’ Ofwel, ‘Hellup, mijn God, zijn er 63 geuren aan voorafgegaan?’ Hopelijk niet.
Even googelen dacht ik. Quelle déception. Zoek je op N°64 Pierre Robert, dan kom je eerst terecht bij een zo op het oog lekker Frans triple-crème fromage, vervolgens een componist (1618-1699), een Frans ijshockeyspeler, een snuifdoos uit tweede helft 18de eeuw (V&A Museum), een Duits ondergoedmerk en een LinkedIn-lid.
Als je parfum toevoegt, dan kom je vervolgens terecht bij de geur Elysées 64-83 (1946) van Pierre Balmain – een van de meest betekenisvolle geuren uit de vorige eeuw, niet opgenomen in de ge-upgrate Balmaincollectie van The Estée Lauder Companies – vervolgens op de site van het zichzelf weer ontdekte L.T. Piver en Pierre Guillaume. Pas als je naar ‘images’ gaat, verschijnt er iets: PR, naam van een sportgeur vernoemd naar zijn initialen. N°64 nergens te vinden.
Ik heb met de ‘unboxing’- ik snap nog steeds niet de lol van dit verschijnsel op de socials. Altijd hetzelfde want de meeste unboxers weten wat er inzit, want zelf gekocht dus gespeelde verbazing alom – van de nog verzegelde flacon gewacht totdat ik een gezamenlijke datum wist te vinden met nog twee parfumprofessoren/geurengekken (die anoniem wensen te blijven; het betrof een man en een vrouw).
We hadden nog net geen witte katoenen handschoenen aan, maar met een zekere plechtigheid ontdeden we in een restaurent de hals van het gouddraad, draaiden aan de stopper en streken voorzichtig de jus met de rechterhand op de bovenkant van de linker. Wat roken we? Alles schoot door ons heen. Lichte citrusnoten, bloemen, licht en beschaafd – lelie, ylang-ylang, roos en jasmijn. Dachten we. Het meest opvallende: een beschaafde injectie van aldehyden die als een sierlijke sluier over het geheel hangt. Niet spannend, eerder klassiek-saai, deftig. Zwevend tussen Madame Rochas en Calèche van Hermès. De vanille op het eind met wat kruidige toetsen – idem dito. Roken we ook sandelhout?
Kortom, brave bourgeois chic uit Parijs waarvan de statige flacon een waardiger inhoud had verdiend.









Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?


Er wordt al een tijd gesproken over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens mij van alle tijden. Met dit verschil dat rijken nu zonder al te veel inspanning hun vermogen ‘gezelli snel’ exorbitant zien groeien. Met name in de amusementsindustrie. Ik bedoel: Beyoncé hoeft maar een keer te niezen en ziet haar bankconto ‘per direct’ verhoogd met een bedrag waar jan met de pet 365/24/7 voor moet zwoegen.
Deze gapende kloof ‘zie’ je ook al lang in de parfumwereld. Voor het gewone volk worden namen bedacht die bijna iedereen direct begrijpt. Alleen wordt de spoeling steeds dunner; dergelijke namen raken ‘op’. Dus worden die steeds meer gerecycled: eerst Horizon (1993) van Guy Laroche, nu van Davidoff (2016). Eerst Manifesto (2000) van Isabella Rossellini, nu van Yves Saint Laurent (2012). Eerst Wanted (2009) van Helena Rubinstein, nu – dat is snel! – Azzaro (2016). En ga zo maar door.
Maar dan niet zoals bijvoorbeeld de eilandgeuren van Michael Kors, de tuinen van Hermès of de ‘tussenlandingen’ (Escales) van Dior. Hurlant letterlijk vertaald: schreeuwend, joelend. In dit geval in overdrachtelijke zin. Het metaal is hier ‘afkomstig’ van een Harley Davidson op volle toeren, de rubberen wielen schurend over het asfalt terwijl de bebaarde, getatoeëerde en ‘ge-Ray-Ban-de’ bestuurder door Arizona scheurt ‘geplaagd’ door een hete wind tijdens zijn tour over Route 66.
Een In eerste opzichten vreemd, maar heerlijk uitdagende geur, die na verloop van de motorrit steeds ‘logischer’ wordt. Pierre Guillaume vat de geur in drie woorden samen: musk, leer en benzine. Het vreemde alleen: in eerste instantie had ik een ‘oudh’-gevoel. Maar me daarvan losgemaakt, waan ik me in een garage voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van mijn auto (die ik niet meer heb; ben nu geabonneerd op 
Culminerend in de bijna letterlijk niet te vermijden wereld van ‘ordinaire producten’-reclame: bijvoorbeeld die van de schoonmaakmiddelenindustrie. Zeefdrukte Andy Warhol dat verdomde handige keukenhulpje Brillo, Jeremy Scott transformeert een ‘Glassex-spuitfles’ – ‘Handig, maar wat jammer van de strepen die het achterlaat op de ramen’ – tot een echt parfum. De ironische boodschap is duidelijk en wordt versterkt door de naam – Fresh Couture. Kun je tegelijkertijd interpreteren als een frisse kijk op mode en geur. Én slaat natuurlijk op de inhoud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?




