Toen ik net in het vak zat, en internet nog in zijn kinderschoenen stond, hield ik een lijst bij van alle ooit gelanceerde parfums. Verzameld uit boeken, catalogi, naslagwerken en magazines uit de jaren 30, 40, 50 en ga zo maar door. Elke gek zijn gebrek.
Met het vorderen der jaren – internet was inmiddels bijna volwassen, ik ook – kwam online dus steeds meer oude info vrij. Ik las namen van ‘vergeten’ parfumhuizen waarvan ik nog nooit had gehoord met vaak allemaal even interessante geschiedenissen. Niet een stuk of tien maar honderden. Voornamelijk uit de 19de tot en met de jaren dertig van de 20ste eeuw.
Niet zo vreemd: in de 19de eeuw was door nieuwe technieken (geurmoleculen konden synthetisch gekopieerd worden – denk de befaamde hooinoot coumarine) de industrie niet meer afhankelijk van natuurlijke ingrediënten, wat een enorme verbreding van de markt betekende. Begin 20ste eeuw uitmondend in de eerste commerciële revolutie: in plaats van manueel en artisanaal werd parfum, net zoals de auto T uit 1908 van Henry Ford, een lopende band-product.
Door de parfumbusiness smaakvol, kunstzinnig, eigenzinnig dan wel doodserieus, dan wel humoristisch gepresenteerd om zo de koper het idee te geven dat het nog steeds een handmatig en zeer exclusief productieproces betrof – de prijs was gerechtvaardigd. Wat door de ver-marketing van de parfumindustrie op mondiaal niveau – de tweede commerciële revolutie – alleen maar is toegenomen: ik moet het eerste huis nog tegengekomen dat traditie, handwerk, ‘zorgvuldig geselecteerd’ en ‘exclusief ontwikkeld voor’ níet in zijn manifest met kroontjespen heeft gekalligrafeerd.
Je zou denken dat nu alle ooit opgerichte parfumhuizen wel zo’n beetje in kaart zijn gebracht en dat alle informatie daarover nu wel online is te vinden. Dus niet. Zo kocht ik onlangs op Marktplaats N°64 van Pierre Robert. Flacon ziet er chic uit met die vanzelfsprekende Franse flair. Alleen, dacht ik: ‘Au secours, mon Dieu, y avait-il 63 parfums avant celui-ci?’ Ofwel, ‘Hellup, mijn God, zijn er 63 geuren aan voorafgegaan?’ Hopelijk niet.
Even googelen dacht ik. Quelle déception. Zoek je op N°64 Pierre Robert, dan kom je eerst terecht bij een zo op het oog lekker Frans triple-crème fromage, vervolgens een componist (1618-1699), een Frans ijshockeyspeler, een snuifdoos uit tweede helft 18de eeuw (V&A Museum), een Duits ondergoedmerk en een LinkedIn-lid.
Als je parfum toevoegt, dan kom je vervolgens terecht bij de geur Elysées 64-83 (1946) van Pierre Balmain – een van de meest betekenisvolle geuren uit de vorige eeuw, niet opgenomen in de ge-upgrate Balmaincollectie van The Estée Lauder Companies – vervolgens op de site van het zichzelf weer ontdekte L.T. Piver en Pierre Guillaume. Pas als je naar ‘images’ gaat, verschijnt er iets: PR, naam van een sportgeur vernoemd naar zijn initialen. N°64 nergens te vinden.
Ik heb met de ‘unboxing’- ik snap nog steeds niet de lol van dit verschijnsel op de socials. Altijd hetzelfde want de meeste unboxers weten wat er inzit, want zelf gekocht dus gespeelde verbazing alom – van de nog verzegelde flacon gewacht totdat ik een gezamenlijke datum wist te vinden met nog twee parfumprofessoren/geurengekken (die anoniem wensen te blijven; het betrof een man en een vrouw).
We hadden nog net geen witte katoenen handschoenen aan, maar met een zekere plechtigheid ontdeden we in een restaurent de hals van het gouddraad, draaiden aan de stopper en streken voorzichtig de jus met de rechterhand op de bovenkant van de linker. Wat roken we? Alles schoot door ons heen. Lichte citrusnoten, bloemen, licht en beschaafd – lelie, ylang-ylang, roos en jasmijn. Dachten we. Het meest opvallende: een beschaafde injectie van aldehyden die als een sierlijke sluier over het geheel hangt. Niet spannend, eerder klassiek-saai, deftig. Zwevend tussen Madame Rochas en Calèche van Hermès. De vanille op het eind met wat kruidige toetsen – idem dito. Roken we ook sandelhout?
Kortom, brave bourgeois chic uit Parijs waarvan de statige flacon een waardiger inhoud had verdiend.
Soms wil ik nieuwe geur ontwijken. Dralend tussen teleurstelling, hoop en bevestiging – draai ik er een tijdje omheen. Excuses genoeg: het merk ‘is niet meer wat het was’, de zelfingenomenheid van de oprichter/naam, het storytellgeleuter, ‘alsof er niet genoeg geuren zijn’ en – niet onbelangrijk – de prijs. Drie die op mijn wel-of-niet-lijstje staan: Comète (Chanel), Bois Talisman (Dior) en Synthetic Jungle (Frédéric Malle).
De laatste moet er nu aan geloven. Toen ik er de eerste berichten over las in 2021 – kon ik de geur als het ware ruiken, hoefde hem eigenlijk niet te proberen (vandaar de vertraging). Ik rook hem helemaal toen ik de slogan van – de neus – Anne Flipo later las: ‘A dazzling floral tribute to the iconic fragrances of the seventies’.
Dit combinerend met de naam, dan kom je natuurlijk in de groene geurengolf van die tijd terecht. Men ruike: Private Collection, Diorella, Eau de Campagne, Eau Libre, Givenchy III en eentje die op het puntje van mijn tong ligt, maar er niet op kan komen – daar is-ie: N°19.
Ik was onlangs een paar dagen in Amsterdam en kon dus her en der wat testen. Opvallend: op de parfumerieafdeling van de Bijenkorf zag ik het ambigue personeel voornamelijk druk kijkend en druk toetsend op hun smartphone. Werkten ze nu wel of niet? Erg of niet? Geeft je in ieder geval de kans onbelemmerd te testen. Synthetic Jungle kon ik niet vinden.
Wat blijkt: heet sinds 2024 Synthetic Nature. Fascinerend zo’n beslissing. Zorgt deze meer ‘vertrouwenwekkende’ naam voor hogere omzet? En moet je dan de compositie niet aanpassen? Ik stel me olfactorisch bij een oerwoud iets ‘kleiners’ voor dan bij natuur. Of ben ik nu aan het geurzeuren?
In ieder geval: de compositie is een feest der herkenning – dus voor mij niets nieuws onder de horizon. Hoe te vergelijken dit déjà senti-gevoel? Alsof je mozzarella met eerste persing biologische olijfolie, biologische tomaten en basilicum, peper en zout wéér op de menukaart ziet van een net geopend trendy ogend restaurant.
Qua impressie is erg weinig synthetisch aan de geur, want Synthetic Nature komt zeer natuurlijk over. Niche onderscheidt zich van het masstige-vermaak door het hogere aandeel van natuurlijke ingrediënten (geen garantie voor beter en succesvol trouwens). En dat rechtvaardigt de hogere prijs zegt men – in dit geval € 225,00 50ml. Maar er komt ‘ook nog zoiets’ als creativiteit bij kijken.
In dit opzicht stelt de geur teleur, want het voegt niets toe aan de groene geurentak van de jaren zeventig. Wil niet zeggen dat hij slecht is, au contraire, maar ik had iets meer, iets anders, iets extra’s verwacht waardoor de jus meer in sync met nu is. En dit mag dan kek klinken als verantwoording – ‘een moderne, groene geur die de grenzen tussen het natuurlijke en het synthetische onderzoekt’ – alleen het zegt niets. Holle bolle marketing, want de parfumindustrie doet niet anders.
Synthetic Nature opent zich als een waaier. Bij de eerste spray kom je in een whirl van fris-kruidig knapperig groen terecht. Je ruikt wat je ruiken wil, en dat is bij mij mijn fetish-ingrediënt galbanum – wat harmoniseert dat toch lekker met het andere groen: basilicum. Geeft de galbanum een nóg prikkelender randje – en het lelietje-van-dalen is gretig om zich hierin te mengen.
Deze drie resoneren lekker met elkaar – met een toets van zwarte bes – alvorens de sprankelende jasmijn zich in het geheel mengt. Geeft de geur zijn bloemige, transparante signatuur. Ylang-ylang zorgt voor warmte. Je denkt: ‘Lente!’ Ik meen ook een lichte hyacint-noot te ruiken. Eindresultaat: het waaier-idee blijft bestaan maar dan omgekeerd: het lijkt of alle noten zich in patchoeli vastzuigen zonder hun eigen karakter te verloochenen.
Mooi, elegant groen maar toch: been there, smelled that. Ik heb vooral associaties met Estée Lauders Private Collection – dit door galbanum aangedreven bloemenfestijn op amberbasis. Dit brengt me tot de volgende overweging: iedere generatie heeft zijn eigen geurbeleving en krijgt dus zijn door de industrie voorgeschotelde geuren. Maar het blijft – logisch – vaak oude wijn in nieuwe zakken; de mogelijkheden van neuzen blijven ondanks de talloze nieuwe, synthetische ingrediënten die worden ontwikkeld beperkt.
En dat maakt – als je even doordenkt – vintage- en heritage-uitgaven soort van overbodig. In dit geval dus ook: Vent Vert – voor mij de galbanum der galbanumgeuren. En dat is nou toevallig: laat Balmain Parfums nou zijn opgekocht door The Estée Lauder Companies en die heeft – afgaande op de ingrediëntenlijst – Vent Vert niet ‘aangepast aan de eisen van de tijd’ zoals meestal wordt verteld bij verandering van compositie, maar verkracht.
Call it enshitification. En laat Frédéric Malle nu ook onderdeel zijn van The Estée Lauder Companies. Bij de counter van Estée Lauder in de Bijenkorf moet je echt zoeken naar Private Collection. Vraagprijs: € 117,00 50ml (via Bol.com trouwens € 38,15). Terwijl je voor mijn gevoel dezelfde geurervaring hebt. Zou de prijs meewegen bij Gen Z als je die wijst op de overeenkomsten tussen Private Collection en Synthetic Nature? Of wint het snobappeal?
De naam klinkt als een roman van Honoré de Balzac, Gustave Flaubert of Guy de Maupassant waarin de hoofdpersoon na een hobbelig traject van teleurstellingen, pure pech, bedriegerij en – nu we toch bezig zijn – níet beantwoorde liefdes uiteindelijk toch rust in zijn hoofd en hart vindt en zich zonder rancune tevredenstelt met zijn lot. Eén ding had hij gehouden: zijn onvoorwaardelijke – ik ontwijk het komende woord het liefst maar het kan niet anders – passie voor alles wat maar groeit en bloeit. Aangenaam of desastreus voor zijn neus – il s’en fout.
Toen nam de fantasie van Geurengoeroe een loopje, een time warp… We noemen hem Jérome. Hij had tijdens zijn turbulente leven al heel wat moois, vreemds en eigenzinnigs geroken. Maar de meeste indruk op Jérome maakte nog steeds toch ‘gewoon’ Moeder Natuur. Als hij in zijn buitenhuisje op het platteland even beneden Parijs – we schrijven 1883 – verbleef en door de velden en de bossen liep, en alles in zich opsnoof, dacht hij altijd: ‘Zo moet mijn privéparfum ruiken!’
Plus facile à dire qu’à faire: in Parijs had hij menig parfumeur bezocht, menig fles geroken, menig persoon olfactief onderzocht. Maar wat Jérome à la campagne gratis en voor niets rook, had hij nog nooit dans la cité gebottled gezien. Hij had de hoop al opgegeven zijn absolute parfum ooit nog een keer tegen te komen – hoe ouder, des te berustender. Tot het moment dat hij een keer aan het flaneren was met zijn beste vriendin – Yvette – over de boulevard des Italiens.
De avondzon zwoelde nog heerlijk na toen voor hen een paar innig verstrengeld liep – jeune, rêveur et amoureux. Los van het vertederende schouwspel, was het vooral de geur die het stel voor Jérome zo aantrekkelijk maakte: een aura van natuurlijke charme – zacht, lief en teder met toch een kordate finish.
Jérome keek Yvette aan. Zij wist al wat dit betekende, ze was het gewend dat hij af en toe wildvreemden vroeg naar de herkomst van het heerlijke, bizarre parfum dat hij of zij droegen. Le couple amoureux, was blij verrast, en zeiden tegen hem dat ze het vorige week bij een parfumerie, Divine, aan de boulevard Malesherbes hadden gekocht. Het leuke was, vonden ze, dat de vendeuse had gezegd dat hoewel de geur un nom destiné aux hommes heeft – l’Homme de Coeur – ook heel populair chez les femmes is. Dat zei Gabrielle, ze hadden inmiddels namen uitgewisseld.
‘Madame, vous permettez?’, vroeg Jérome. ‘Mais, naturellement’, antwoordde ze. Heel voorzichtig verdween hij in Gabrielle’s hals en ademde diep in en sloot zijn ogen. Opende ze vervolgens vol sprankeling. ‘Ik ruik zoveel. Lavendel, jeneverbes, iets citrusfris, iets warm-houtachtig, iets groens, iets poederigs, iets sensueels, maar niet te – si vous voyez ce que je veux dire’.
‘Pas mal’, zei Didier de lover van Gabrielle, ‘het is inderdaad die melange van fris-aromatische noten met groene en hout-poederige accenten die contrastrijk lijken, maar heel harmonieus samenwerken. Probeert u mijn hals eens om te ervaren of ik gelijk heb.’
Zo gezegd, zo gedaan. Jérome: ‘Ah, nu ruik ik het nog beter – in de opening direct die poederig-sensuele noot, kan haast niets anders zijn dan engelwortel. ‘Elegant hè’, hij keek Gabrielle diep in de ogen, ‘hoe de poederige iris in het hart alles in zich opneemt. Het viooltjesblad, de vetiver, de grijze amber, de musk… en de liatrix, hooi- en tabaksachtig, maakt de geur zo bescheiden toch heel fascinerend.’
Didier schouwde deze opsomming met argwaan aan, uit het hoofd geleerd, zo leek het wel. Hij werd in een keer wakker geschud. Was die ce jeune homme maar wat aan het oudenhoeren was om indruk te maken op Yvette? Hij wist het niet, toch had hij argwaan. Ze wisselden beleefd elkaars gegevens uit, waarvan Jérome alleen gebruik zou maken als Didier ‘de waarheid’ had gesproken.
Thuisgekomen – en toen liepen fictie en realiteit door elkaar heen – ging hij direct naar de site van Divine… Verdomd Didier bleek geen woord te hebben gelogen. Wat knap. Ook al was het praatje uit het hoofd geleerd. Dan Nog. Hij appte Yvette snel om te vragen of ze zin had binnenkort met de nieuwe parfumvrienden af te spreken bij Jovoy…
PS: dit jaar viert Divine zijn dertigjarig bestaan. De gelijknamige, eerste geur waarmee het allemaal begon en die het huis direct op de parfumkaart zette heb ik al een tijd geleden besproken.
Ik stond in 2023 niet echt stil bij het feit dat herdacht werd dat de ‘la voix du siècle’ 100 jaar geleden werd geboren. Wèl dat er naar aanleiding daarvan een mallotig ‘live concert’ was dat je kon volgen in de bioscoop waarin ‘la divina’ optrad als hologram. Waardeloos. Een jaar later gevolgd door de film over de laatste levensjaren van ‘de grootste kunstenaar van de 20ste eeuw (dixit Meryl Streep) gespeeld door Angelina Jolie. Waardeloos. Het allerergste eerbetoon en dat van mij linea recta door het afvoerputje kon: Marina Abramović’s conceptuele ‘7 Deaths of Maria Callas’-project.
Maria Callas vervangen, nadoen is onmogelijk. Moet je niet willen. De pech die veel beroemdheden ‘overkomt’: hoe langer van hun dood verwijderd des te meer de nadruk op het privéleven. Viel Callas ook ten deel: ze is voor de massa inmiddels gereduceerd tot fashion icon met veel pech in de liefde. En daarnaast: er is film- en fotomateriaal te over waarmee je een overtuigende documentaire kunt maken – inmiddels diverse keren gedaan.
Een soort van operaliefhebber, weet ik redelijk veel over haar – Maria Callas is voor mij een zuivere versie van een kunstenaar (iemand die niet in de gaten heeft hoe uitzonderlijk en anders die is omdat ze hun gift natuurlijk, vanzelfsprekend vinden zonder daarover pocherig te doen).
Wat fijn: The Merchant of Venice tekende een licentieovereenkomst met de Maria Callas Estate (beheert de artistieke en persoonlijke nalatenschap en activiteiten stimuleert die haar artisticiteit en persoonlijkheid promoot) voor ‘het eerste parfum dat haar naam draagt en aan la Divina is opgedragen’ zo lees ik. Zat in een overvolle doos met proefjes en die ik bij www.parfumaria.com had besteld.
fashion icon
Als ik dit lees vrees ik het ergste: ‘Het creatieve team van The Merchant of Venice is met zorg te werk gegaan om de veelzijdigheid en tijdloosheid van de goddelijke Callas te weerspiegelen. Zelfs de flacon is een eerbetoon aan haar, een onmiskenbaar icoon van stijl en elegantie, geïnspireerd op haar meest iconische looks en accessoires’ – fashion icon told you. Laat ‘met zorg’ en ‘zelfs’ ook even inzinken.
Ik was er weer eens niet bij: de lancering op 5 december (2023) in het Gran Teatro La Fenice in Venetië – ‘waar Callas triomfen vierde en daarnaast een permanente tentoonstelling over haar herbergt’. Fijn allemaal en zo, maar je kunt je afvragen of dit wel had moeten gebeuren. Hoe ‘chic’ ook gepresenteerd, het blijft toch uitmelken van beroemdheden. Dat er een ‘directe’ link is met de producent en de stad wil nog niet zeggen dat…
Dit artikel wordt onderbroken door een commerciële boodschap: ‘Vrijwel recht tegenover het theater kunt u de boetiek The Merchant of Venice bezoeken in Campo San Fantin. Deze fantastische flagshipstore, werkelijk uniek, is gevestigd in een prachtige 17de-eeuwse apotheek die in 1846 in zijn huidige vorm werd ingericht door architect Gianbattista Meduna, verantwoordelijk voor de wederopbouw van het Teatro La Fenice na de brand van 1836’.
Maria Callas is een geur waar je niks op tegen kunt hebben: niche in hapklare brokken. Maar in het licht van het overstelpende aanbod, overbodig. Ik betwijfel ook of de echt Callas-fan de geur zal aanschaffen. Dit is Maria Callas in ieder geval niet: ‘Een geur die het klassieke chypre-akkoord herdefinieert’, zoals de begeleidende tekst vermeldt. Ik hou het op een intens-elegante houtgeur met zoetige nasleep.
Niet slecht en gelukkig met een serieuze insteek gemaakt (bijzonder voor een celeb-geur) door Yann Vasnier. De frisse opening is als een zuchtje door de dogestad: citroen en mandarijn pittig gemaakt door zwarte peper (ruik je goed) die later wordt opgetild door een zweem van groen-zoete frisheid. Denk zwarte bes vermengd met groene noten. Lekker.
Reclameboodschap
Dan ruik je de bedoeling van de geur: een krachtige roos-neroli-combinatie. Neroli geeft lucht en tempert de zoetheid van de roos, terwijl de groene noten blijven doorwerken. Tot dat die helemaal opgaan in een, ik zou bijna zeggen, stoere basis van patchoeli (in dit geval akigala, verantwoordelijk voor het amber-effect) omringd door cederhout die toch luchtig blijft. En dat komt weer op conto van georgy-hout: synthetisch cederhout met een luchtige, muntachtige ondertoon. Eindresultaat: een warme, ‘omarmende’ ambergeur.
Het is onbekend welke geuren Callas zelf gebruikte. Dit soort vragen stelde je natuurlijk als journalist niet in de ‘pre-glamour- en glossytijd’. Mocht het je al lukken een ‘termijn’ met haar te regelen. Ik denk dat ze de interviewer ongeloofwaardig zou hebben aangekeken: ‘Bent u niet voor iets anders gekomen?’
Het verhaal gaat dat ze Detchema (1953) van Revillon gebruikte (een flacon daarvan was te zien tijdens kijkdagen bij Sotheby’s veiling van haar memorabilia in 2015; kan de foto niet meer terugvinden) dat als een luchtiger en bloemiger versie van Chanel wordt gezien N°5 (1921)– dat ook een favoriet van haar zou zijn. Ik zou als ik The Merchant of Venice was geweest voor een aldehyde (nu weer helemaal hip) hebben gekozen. De mare gaat trouwens ook dat ze Hammam Bouquet (1872) van Penhaligon’s gebruikte.
Dit artikel wordt onderbroken door wéér een commerciële boodschap: ‘Laten we teruggaan naar 1950,’ zegt Julia Koeppen, algemeen directeur van Penhaligon’s. ‘De gevierde operazangeres, bereidt zich voor op een optreden in het Royal Opera House. Terwijl haar stem de bewondering van duizenden mensen over de hele wereld oogst, begint haar gezichtsvermogen haar in de steek te laten. Maar de show moet natuurlijk doorgaan: Callas parfumeert zijden zakdoeken met Penhaligon’s Hammam Bouquet – haar absolute favoriet, duidelijk – en legt ze precies op de plekken waar ze die avond moest zijn’. Terzijde: zou Callas haar medespelers hebben verzocht om tijdens uitvoeringen gelieve geen geuren te gebruiken…
Aan de kaptafel met Angelina Callas
Dit allemaal wetende is het toch vreemd dat in de film waarin Angelina Jolie Maria Callas speelt – vanzelfsprekend zorgvuldig gemaakt en het tijdsbeeld zo natuurlijk getrouw indachtig, ondanks de overdreven styling – de kaptafel van Callas het moet doen zonder haar naar overlevering favoriete geuren, maar met Guerlains Shalimar, (1925), Madame Rochas (1960) en de amfora van Dior die Miss Dior, Diorissimo of Diorama bevatte. De duivel zit in de details. Of was het nu god?
In ieder geval: waarom vertelt die Koeppen nou niet dat Callas deze geur waarschijnlijk heeft geroken bij haar vriend: regisseur Luchino Visconti – het was zijn favoriet. De omschrijving ervan die ik tegenkwam op www.theblacknarcissus.com maakt nieuwsgierig: ‘Een nogal vuile, androgyne, poederachtige geur – met een duidelijke zweem van zweet – van roos, iris en sandelhout. Het heeft zijn engelachtige kanten, maar het feit dat het gebaseerd is op de Turkse baden in Jermyn Street zegt veel over de waarschijnlijke, veel sensuelere oorsprong ervan.’
Ik vraag me af of je bij de huidige versie nog ‘dat vuile’ ruikt…
Grappig verhaal kort: de moeder – een kranige 90something-vrouw nog steeds op zichzelf wonend – van de ex van een zus, had een tijdelijke terugval. Belandde in het ziekenhuis. Mijn zus ontfermde zich over moeders kanariepietje Ranja die ik een half jaar terug bij haar thuis voor eerst zag. Zong erop los. Ik vond wel om aan te horen, maar niet om aan te zien.
Miniscuul k-kooitje, nauwelijks beweegruimte. Ik moest iets ondernemen – in het klein kun je dingen doen die staan voor grotere idealen: ontvoeren. Zo gezegd zo gedaan. We hebben thuis namelijk een grotere kooi – en nog grotere volière. Het enige kleinkind – mijn oudste neef – van de schoonmoeder – begon te mopperen en te foeteren toen hij ervan hoorde: ‘Die ome Erik, die doet altijd maar wat, zonder overleg’. Maar toen hij tijdens Kerstmis Ranja’s nieuwe luxeverblijf zag, viel alle irritatie weg.
Mijn goedertierendheid ging een stap verder: Ranja zingt de sterren de van de hemel (voornamelijk om een vrouwtje te lokken), dus besloten we een popje te kopen. Liefde op het eerste gezicht: Ranja en Kierewiet (bedacht door mijn neef) vormen een gelukkig paar – en grootmoeder kon haar blijdschap niet op bij het zien van de short.
En zo komen we bij geur. Bij het schoonmaken van de kooi, viel mij de geur van het schelpenzand op. Droog, mineraal, ‘zonnig’, minty, soort van lekker. Een associatie met poederige witte musk met zoet ondertoontje. Ik naar de verpakking van Jan Koopman for Pets en lees: ‘Een mengeling van wit zand, oester- en zeeschelpjes en anijs voor een frisse geur’.
De geur van zand komt voor mijn gevoel dicht in de buurt van ‘oer’, van heel lang geleden toen de aap net uit de boom was gekropen – die goede oude Steentijd. Een nogal vergezochte inspiratiebron voor geuren, maar in deze doorgedraaide parfumwereld is plaats voor iedereen. Dus ook voor Neandertal (anno 2018) opgericht door kunstenaar Kentaro Yamada.
Bij het scrollen van zijn site vroeg ik me af: bestaat er een consument die alleen parfums koopt met kunst en filosofie als leidraad? Want de vragen die Yamada stelt, moet hij die zich wel stellen in relatie tot geur? Die zijn nogal ‘fundamenteel en existentieel’: ‘Waar komen we vandaan en waar gaan we heen?’ En ze zijn diepgaand: ‘Het bevraagt de status quo en de inherent egocentrische kijk van de mensheid op het universum en onze plaats daarin. Van de eerste mensachtigen die over de aarde liepen tot de onbekende toekomst in het ruimtetijdperk, Neandertal onderzoekt deze vragen’.
Them
Vervolgens een verhaal over het verdwijnen van de Neanderthaler waar ik persoonlijk van begin te pfff-en. De twee geuren Is (verwijst naar het oneindige heden in witte flacon) en Was (verwijst naar het traditionele verleden in donkere flacon) ‘onderzoeken de analogieën tussen de nagalm van ons verleden en olfactorische resonantie. Het resultaat zijn eigentijdse, originele en experimentele geurstructuren, vrij van de conventionele en traditionele normen van de parfumerie’.
Kan er ook nog wel bij: ‘De geuren nemen ons mee op een olfactorische reis diep in het verleden van de mensheid en geven een stem aan een verloren cultuur waarvan het DNA vandaag de dag alleen nog via ons voortleeft. Tegelijkertijd vieren ze een toekomst die ze zelf nooit hebben kunnen zien’. Ik haak af.
Interessant, maar waarom in zo’n moeilijk kader geplaatst. Je wordt namelijk op de proef gesteld. Je moet raden of Is of Was door kunstmatige intelligentie of door neuzen – Isaac Sinclair, Fanny Grau, Nikolaj Koralevich van Symrise – is gemaakt? En ruik je het verschil? En zo ja: doet het ertoe?
Jammer: Is en Was willen te veel op ‘echte’ geuren lijken. De ingrediënten klinken oud en vertrouwd. Voor Was: top (maté, bergamot, kardemom, nootmuskaat), hart (geranium, kruidnagel, cistus, iris), basis: vanille, cederhout, vetiver, patchoeli, sandel, styrax, amber, musk. Voor Is: top (nootmuskaat, mirte, galbanum, bergamot), hart (vijg, aldehyden, viooltje, chocolade), basis: (suède, vetiver, patchoeli, sandel, musk, perubalsem, vanille). De geuren zullen vast lekker zijn, maar blijven toch gewoon variaties op een thema al decennialang, wat zeg ik, eeuwenlang populair in de industrie.
Er zijn blijkbaar genoeg consumenten die vallen voor deze ingewikkelde, intellectueel-artistieke benadering: de twee zijn inmiddels uitgebreid met Us en Them. Of zou het toch in eerste instantie de onderscheidende vorm en de presentatie van de flacons – gebaseerd op vuurstenen en vuistbijlen uit Norfolk – zijn, die mensen naar het merk trekt?
EAU DU BETON
Eau Brut
Terugkomend op het schelpenzand. Dit ‘oermateriaal’ kun je voor mijn gevoel ook doortrekken naar nu. Want bij zeven hou je zand over. En dat is een belangrijk bestanddeel van – gewapend – beton. Een samenstelling van zand, grind of steenslag. En daar kun je je olfactorisch ook iets bij voorstellen: water, stof, cement – het wordt dan wel een basisgeur. Leuk als artistiek statement bij bijvoorbeeld de opening van een in beton gegoten gebouw. Of bij de nog net van de sloopkogel gespaarde kolos uit de ‘Brut-klasse’ – de ooit verguisde architectuurstijl die al een tijd in een ‘herwaarderingsroes’ verkeert.
Atelier Oblique dook in de wereld van Art Brut (2020) met een – ook hier weer – erg beproefde invulling en – ook hier weer – arti farti serieus: ‘Beton en poëzie. Ruwe schoonheid. Een huis als geur. Materiaal in overgang. Exterieur wordt interieur. Uitgestrektheid en vrijheid openen zich. Vorm volgt emotie. Emotie volgt zintuigen’.
Gevolgd door nog meer holle, bolle frasen artistiek ingekaderd: ‘Als een schilderij, een fantasie, omringd door radicale ruimte. Het geurbeeld – grote ruimtes gevuld met het geluid van groen, fluwelen bloemen en koel marmer. Architectuur ontmoet de natuur en spreekt poëzie’.
En de geur ruikt naar – in de opening – bamboe, kamille, bergamot en koriander. Het hart: viooltjesblad, saffraan en salie. Afgemaakt met leer, muskus, patchoeli en – zal wel niet – oud. Niet naar beton dat olfactorisch gewoon mogelijk moet zijn en een leukere uitdaging voor een neus of AI is lijkt mij, dan wat nu wordt voorgedragen.
En ondertussen voel ik me olfactorisch prettig gezind. Ik draag sinds een aantal dagen – lukraak uit een doos met klassiekers gepakt – Eau de Camille (1983) van Annick Goutal. Perfect timing blijkt. Heerlijk. Helder hemels op een bepaalde manier. Dauwfris. Kamperfoelie, jasmijn en andere lentetoetsen – een soort stimulans en aanmaning voor de natuur om de lente echt te laten uitbarsten en de temperatuur te laten stijgen.
Ben je in Londen: Neandertal heeft er zijn winkel. Arch 216, Ponsford Street London. Maan/vrijdag: 11.00 – 18.00. By appointment only.
Sla ik door? Zie ik dingen die er niet zijn? Of, wil ik ze juist zien ter bevestiging van mijn (voor)oordeel? Met het ontploffen van de Epstein Files wordt mijn reeds lang aangehangen mening in ieder geval bevestigd: de mode- en beautywereld blijft maar doorgaan met het promoten van dubbelzinnige boodschappen en onmogelijke verlangens. In hoeverre de (gay)male gaze hier (on)bewust leidend is?
Kleding wordt gepromoot door te jonge, graatmagere verboden-te-voeren-modellen met hun ‘life sucks’-attitude die weigeren te lachen – zouden ze echt honger hebben? In de cosmetica is de ‘Lolatisering’ helemaal doorgeslagen. Door TikTok laten girls, ja echt meisjes van 12, zich inmiddels wijsmaken dat een dagelijks beautyritueel vanzelfsprekend is: ‘Een moisturizer nà een primer en vóór de dagcrème!’ Onderschat ook de invloed van K-beauty niet: de smetteloze huidjes van Zuid Koreaanse meisjes en jongens wordt door ‘inventieve’ Aziatische cosmetica gewoon smetteloos, gewoon perfect.
In de parfumindustrie is seksualisering van jong maagdelijk als lokmiddel vanzelfsprekend realiseer ik me steeds meer Esptein indachtig. Voorbeelden te over. Treffend recent: het model, of moeten we gewoon kindmeisje schrijven, of luxe moppie, dat Guerlain gebruikt ter promotie van Acqua AllegoriaPerle Nerolia Vetiver. Telt hoeveel jaren? 13, 14, 15? Had ook een ‘Epstein Girl’ kunnen zijn.
‘nothing’
Ontneemt me als ouwe geurzeur in ieder geval de zin me erin te verdiepen. Kijken anderen daardoorheen of zien ze deze (gay) male gaze letterlijk helemaal niet? Blijft ‘iedereen’ met een zwak voor beauty tegen beter weten geloven in de droom? Maakt niet uit wat voor een ideaal wordt neergezet die (labiele) anderen aanzet tot volgen – whatever the consequences. Één daarvan: vrouwen die zich er maar niet bij kunnen neerleggen dat ze ouder worden onder aanvoering van de 70+-actrices Isabelle Hubert, Isabella Adjani en een ietsiepietsie nog oudere Catharine Deneuve (met de 80something Dolly Parton als leading lady).
Doet me denken aan de campagne van Calvin Klein die (terugblikkend) deze Lolita-styling in gang heeft gezet. Voor zijn eerste jeanslijn gebruikte hij in 1980 de toen veertienjarige flink in de make-up gezette Brook Shields: ‘You want to know what comes in between me and my Calvins? Nothing’. Wat het met Shields deed, en met name door onze focus op forever young, lees je in een van haar vele boeken.
Is er dan helemaal geen hoop? Kwestie van goed blijven kijken om te zien wat je wilt zien. Opsteker: in recente (weliswaar ultra deconstructieve-decadente) shows van Maison Margiela blijven de gezichten van veel modellen verborgen achter maskers – nog steeds te bonestakerig mager dat wel.
De wereld heeft schrijnend behoefte aan parfumfluisteraars: onbevooroordeelden die makers – neuzen, creatievelingen, marketeers – af en toe nederigheid, bescheidenheid en realiteitszin influisteren en ze beschermen tegen en waarschuwen voor zelfoverschatting. Als ze dan niet willen luisteren, vraag ze dan in ieder geval – gezien de korte tijdsspanne van de gemiddelde lezer – hun wervende teksten in te korten. It’s all #perfume #tiktok these days.
Moest hieraan denken bij het ontstaansverhaal van Orens (anno 2018). Ongeveer 650 woorden op hun site. Welke geurengek leest dit in hemelsnaam? Afgezien van de lengte, zijn het de aanstellerigheid en de clichés die irriteren. Vraag me af of ik het moet delen? Me beperken tot de hoogtepunten? Nou vooruit, twee alinea’s enigszins ingekort.
Een: ‘Er wordt verteld dat vier professionals, die elkaar niet kenden, aan vier ontdekkingsreizen begonnen die één ding gemeen hadden: passie voor parfum. Deze experts, gespecialiseerd in verpakkingsontwikkeling, ontwerp, verkoop, marketing en geuren, waren elk op een zakelijke missie om antwoorden te vinden in de wereld van de parfumerie’.
Twee: ‘Het lot bracht hen samen. Naast avonturen onderweg, wisselden de reizigers verhalen uit over hun passie en kennis van parfums, en bespraken projecten en ambities, waardoor ze de hele nacht wakker bleven. Parfumerie was het belangrijkste gespreksonderwerp, totdat het woord ‘Orens’ viel’.
Lang verhaal kort: ‘Het afgelegen Orens, bekend als geheime tuin met verbazingwekkende, eeuwenoude zuilen en ongeëvenaarde selectie zeldzame bloemen en mystieke planten, werd door velen bezocht, maar slechts door enkelen bereikt’. Geruststelling of teleurstelling: Orens kun je niet googelen gezien het een imaginaire tuin is – de zoveelste in de parfumerie. Er volgt nog heel wat parmantig blablabla. Ook wat het beschrijven van de composities betreft.
Nila Douce (2025) – als ik me niet vergis betekent het vrij geïnterpreteerd donkerblauw – is als een quasi-poëtische fluistering van blauw ‘waar de hemel verlangen ontmoet’, wat dat ook mag betekenen. Ook lekker cliché-dromerig: ‘Nila Douce nodigt uit het onbekende met finesse te verkennen – een diepblauw als een geheim gedragen, een geurjuweel dat een zacht en onvergetelijk spoor achterlaat’.
Doet denken aan de zuilen van de Orens-tuin
Pff, nu in klare Geurengoeroe-taal. Nila Douce is degelijke niche. Wil zeggen je ruikt kwaliteit, maar de verwachtingen die het merk oproept, maakt het niet waar. Kun je ook niet als je zo aan het ronken bent, typerend voor de nicheparfumerie in het algemeen. Te grote beloften, te weinig concrete ‘bewijzen’.
Zit te denken: ‘Wie zou ik dit parfum aanraden?’ De geur is namelijk moeilijk in de zin van ‘donker hout’, dat je met een beetje fantasie kunt associëren met te sterke, chique geurstokjes op toiletten in restaurants. En dat is toch een probleem: de ‘betere’ horeca heeft oudh en andere donkere houtsensaties zó omarmd, grote kans dat je ruikt naar de geurverspreider op het toilet. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.
In ieder geval, een vriendelijke opening. Meer groen door (een wel heel mooie) davana-noot, dan citrusfris (earl grey thee met dus bergamot) als spritz, als een flits want het draait om het bonbonnetje in het hart (een melange van tonkaboon en bonbon) sensueel ondersteund door cistus labdanum en krachtig gemaakt door het houtachtige cypriol (ook wel bekend als nagarmotha). Vervolgens wordt een enorme vuurpijl afgeschoten – gevuld met cederhout, sandelhout en iets oudh-achtig – die landt in een fond van de banketbakker: romig vanille en poederig musk. Laten we de iris niet vergeten – een elegante schakel tussen hart en basis. Maar om het nu ‘een krachtige, verslavende en diep sensuele geur’ te noemen? Bescheidenheid is een deugd.
Bij de flacon is sprake van een ‘kunstwerk dat in zijn tube-vorm doet denken aan de zuilen van de Orens-tuin’. Je koopt de geuren van Orens in een 2 x 50ml-pakketje -‘een symbool van reislust, een handig reisaccessoire dat voor altijd de wereld zal blijven rondreizen’ en, schrik niet, ‘de patronen zijn geïnspireerd op aanwijzingen die tijdens het avontuur van de reiziger zijn verzameld en een plaats en tijd vertegenwoordigt waarin herinneringen zijn ontstaan’.
Ik weet niet wie de term (en)shitification gemunt heeft. Ook niet diegene die voor het eerst crabification gebruikte. In zuiver Nederlands: verkuttificatie. Ben het met de in Amerika bedachte term eens: het misleiden van consumenten door hen te laten geloven dat een product of dienst beter of groter is, terwijl in werkelijkheid de omvang of kwaliteit (of beide) is verkleind en de verpakking in een reeks van één of meerdere stappen is aangepast om de winst te verhogen zonder toegevoegde waarde te bieden.
Kun je in wat bredere zin ook op parfum toepassen. En hoe! Neem de restyling en upgrading van merken (in presentatie, in formule, in concentratie). Zeker, het levert aandacht in (online)glossies op, alleen de consument niets omdat het meestal gepaard gaat met een niet in verhouding tot het product staande prijsverhoging. Ik volg in deze een van mijn favoriete vintage parfummerken Oriza L. Legrand: sinds de heropening in 2012 is het aan de vierde transformatie toe. Mais oui, de prijsverhoging hield gelijke tred: van € 102 naar € 180 (100ml).
Een andere manier van (en)shitification: als een parfummerk zijn ziel (en hebben en houden) verkoopt aan een multinational. Waar het merk voor stond verdwijnt in de shredder, een marketingteam wordt er vervolgens opgezet dat het merk in hapklare brokken herformuleert. Natuurlijk met plechtige inachtneming en respect voor de geschiedenis volgens een persbericht – bla, bla, bla, ha, ha, ha! Het gevolg: domme glamour-eenheidsworst verpakt als grensverleggend, creatief en eigenzinnig. Voorbeeld: Yves Saint Laurent Beauté in handen van L’Oréal.
Over dupes als verkuttificatie-verschijnsel heb ik het al vaker gehad. Nog niet over een nieuwe invulling van het begrip: een ‘bijproduct’ of basisingrediënt gebruikt bij parfumcomposities, wordt opgewaardeerd en vervolgens als bijzonder, als luxe, als volwaardige geur, als aangeprate toegevoegde waarde aangeboden. Passend voorbeeld: de onlangs geïntroduceerde Layer+-lijn van Skins: ‘fragrance enhancers’ bedoeld om te layeren.
Gelanceerd ter gelegenheid van het 25jarig bestaan van de keten. Phillip Hillige, oprichter, mocht een tijdje geleden een parfumpromotiepraatje houden in Volkskrant Magazine (een volger wees mij erop, zie pdf’s onderaan). Opgezocht en gelezen. Ik moest al lachen om de intro: ‘Zomaar een parfum opspuiten en gaan, daar kleeft een risico aan. Grote kans dat iemand in de omgeving hetzelfde ruikt, helemaal als je favoriet een publiekslieveling is’. Wat is dit voor girlglossy-getutteletut?
Hier wordt een niet bestaand luxeprobleem geconstateerd, gecreëerd. Want wat is het risico van ‘hetzelfde ruiken als een ander’? Het tegenovergestelde is eerder vaker het geval: (h)erkenning wordt vaak juist als bevestiging van goede smaak gezien. Als jij winkelend met je Chanel, Vuitton, Dior, Prada, Balenciaga, Chapal, Goyard, Le Tanneur, Longchamp, Hermès (of wat voor een tas dan ook) om je schouder verderop nog twee vrouwen (of mannen) met een dergelijk exemplaar ziet, loop je dan zo snel mogelijk door – oogcontact ontwijkend – of geef je een herkenbaar knikje (‘we hoeven elkaar niets uit te leggen’).
Ik dwaal af. ‘Veel van onze klanten zijn bezig met layeren’, aldus Hillege. ‘Bijvoorbeeld omdat ze balen dat hun favoriete parfum veel wordt gedragen. Op deze manier geef je een geur een persoonlijke twist. Nu gebruiken veel mensen daarvoor een ander parfum, maar twee parfums betekent ook vaak twee keer een flinke prijs’.
Dat lijkt me voor de gemiddelde Skins-klant geen probleem, die komt juist voor dure parfums uit het nichesegment wat de aanleiding ook moge zijn. Hij vervolgt: ‘Terwijl we bij een geurlaag bestaande uit één molecuul, zoals die van Layer+, de prijs lager kunnen houden (100 ml € 95, sample 10 ml € 25) en in samenstelling ook makkelijker te combineren zijn met andere geuren.’
Opmerking: alle geuren zijn makkelijk te mixen. Vraagje: ‘Waarom geen kleinere maten (30ml, 50ml) die je nog meer aanzetten tot layeren en kopen?’
Daarnaast vraag ik: ‘Philip, waarom instrueer je je personeel niet beter?’ Er is zoveel keuze, zo niet te veel keuze, dat je je ‘balende klanten’ op tig andere geuren kunt attenderen die wellicht interessant zijn waardoor ze niet hoeven te ruiken naar hun (over)buurvrouw, beste vriend(in) of GBF en layeren dus overbodig is.
Het layeren wordt pas écht interessant als je dat met ‘volwaardige’ geuren doet. Is echt niet minder makkelijk. En dat hoeft ook niet echt een ‘flinke prijs’ te betekenen, gezien nu veel serieuze gebruikers over een uitgebreide collectie beschikken (ga voor de lol eens TikTokken en verbaas je over de collecties van consumenten die hopen op een influencersbestaan) en de prijs eigenlijk een non issue is.
Terzijde: binnenkort presenteert mijn indy perfume brand Re-Arrange ‘Classics meet Oud’. Waaronder Chanel Oud N° 5, Van Cleef & Arpels First Oud, Habit Oud Rouge van Guerlain en nog een paar. Een vriend van mij is ook lekker bezig: die wil de vintageversie van Rive Gauche (voor de vrouw) dieper en stoerder maken met de juiste dosering patchoeli. En wat dat laatste betreft: veel merken hebben vaak ‘solifleurs’ in hun nichepakket – dus hún visie op pure patchoeli, pure roos, puur cederhout, puur oudh, pure jasmijn, pure amber en ruik zo maar door – waarmee je kunt layeren.
De enhancers van Skins – ‘te combineren met andere parfums, maar ook op zichzelf en met elkaar gedragen kunnen worden’ – voldoen dus ook aan het predikaat en(shitification). Je verpakt een goedkoop basisproduct op aantrekkelijke wijze, doet alsof je aan een behoefte beantwoordt, presenteert het onder jouw voor kwaliteit staande naam – Skins – en het wordt het geloofwaardig en chic.
Wake-up call: enhancers zijn al twintig jaar te koop in de parfumerie: het is het succes van Escentric Molecules – viert dit jaar zijn twintigjarig bestaan – en Etro. Dit luxemerk presenteerde in 1989 al een volwaardige layercollectie. Grotendeels nog te koop met nog steeds prachtige composities.
Ook op lokale markten in Frankrijk worden deze enhancers al jaar en dag aangeboden. Mijn daar ooit gekochte Fique (in Perpignan bij de lokale drogisterij) kan nog steeds de vergelijking doorstaan met de klassieker van Dyptique. En de Musc – heeft alles wat ik niet prettig vind aan witte musk maar toch prachtig is door de zoet-bloemige omlijsting met name door heliotroop: Fique + Musc = MagniFique!
Dit geloof ik trouwens niet: Hillige zegt dat de enhancers geen klassieke piramideopbouw hebben, maar een cirkel ‘omdat we zijn uitgegaan van één molecuul, dat betekent niet slechts één geurnoot, dat zou te makkelijk en te vlak zijn’. Waarom geloof ik dat niet? Omdat alle geurmoleculen ‘gestuurd’ worden door hun gewicht. Gooi alle parfummoleculen in een flacon en na verloop van tijd komen eerste lichte (citrusnoten, groen), dan kruiden, bloemen- en bloesemmoleculen en als laatst de zwaardere moleculen (hout, harsen, leer, dierlijke noten) bovendrijven – top, hart, basis dus.
Terzijde: sommige ‘éénmoleculen’ in de parfumindustrie zijn al een geur op zichzelf – neem hedione van Firmenich (overgedoseerd in Diors Eau Sauvage). Heeft verder niets nodig. Neem het heerlijke paradisone van Firmenich – onder andere on Élixir 1(Atelier Rebul) en Can’t Stop Loving You (By Kilian). En het eerste succes van Escentric Molecules – 01 – heeft iso e super (65 procent!) als enhancer, het synthetische alternatief voor ambergris. Niets meer aan doen.
Er wordt meer door Hillege gefantaseerd, maar kan niet alles vermelden. Nou deze dan: ‘Bij de geuren is afgeweken van het traditionele parfumwiel, zoals florale of chypre-geuren’. Zou het? Want welk molecuul je ook kiest, ze draaien allemaal hun rondje in het wiel. Hillige vindt dat hij ‘helemaal out of the box’ is gegaan met Milky (romig en vanille-achtig). Is volgens hem niet eens officiële categorie – valt toch gewoon onder gourmand? Wat eveneens geldt voor geuren waarin veel fruit zit verwerkt. Ananas doet het voor de Skins Layer + Fruity geur. Het hiervoor toegepaste molecuul zou zomaar galbascone 95 van IFF kunnen zijn omdat per enhancer de producent op de flacon wordt vermeld – waarom niet de neus of de AI-assistent?
Ik had nog willen ingaan hoe je ‘dit soort geuren’ aanprijst in je winkel – toch soort van valse concurrentie. Én het mini-trendje dat niche-parfumerieën (Parfumaria, Perfume Lounge, Skins) co-creaties laten ontwikkelen (soms zo maar voor het geld, soms vanwege een jubileum). Én dat importeurs hun eigen onlinewinkels openen (vanwege winstmaximalisatie).
Er was eens… een jongetje, genaamd Michal Gilbert Lach, die droomde om een parfum te creëren. Yawn, yawn. Snel verder: eenmaal volwassen begaf hij zich professioneel op het pad van de uiterlijke schoonheid. Begon als haar- en make-upartist, werd vervolgens salonhouder en – nu gaat het snel – kreeg succes als kledingontwerper met zijn modehuis BohoBoco – ik ben er niet achter gekomen waar de naam voor staat – in Warschau. Als ik het goed heb begrepen brachten zijn vanaf 2016 gelanceerde geuren (inmiddels 19 stuks) meer geld in het laatje dan zijn mode. Dus: doeidoei fashion, full focus on fragrance.
Gaat (on)gelukkigerwijze gepaard met bakken vol clichés. Hier volgen een paar. ‘Bohoboco is een verhaal over vrijheid, waarin geslacht, seksuele geaardheid, huidskleur, geloof of interesses er niet toe doen. Het parfum legt geen regels op, maar laat je je innerlijke tempel betreden en het pad van je leven ontdekken, in harmonie met jezelf. De geuren zijn diep persoonlijk – geboren uit innerlijke transformatie, spirituele groei en emotionele complexiteit. Elke geur vangt een dualiteit: licht en donker, kracht en kwetsbaarheid, chaos en rust’.
Whoa! Dit klinkt behoorlijk woke. Niets mis mee, maar marketingeblabla. Want: als geuren diep persoonlijk voor je zijn, waarom maak je ze dan voor anderen – hierdoor wordt het persoonlijke in één keer onpersoonlijk.
Kan er nog wel bij: ‘De parfums zijn ontworpen om zowel het hart als het intellect aan te spreken en verkennen thema’s als zelfacceptatie, intimiteit, trauma en transcendentie’. Hellup deel een!
Ook zoiets: ‘Geuren weerspiegelen de menselijke ervaring’. Come again? ‘Minimalistische esthetiek met maximale diepgang’. Inkoppertje! Tenslotte: ‘Veganistisch, diervriendelijk (luister Michal Gilbert Lach: dat zijn 99,99 procent van de geuren) met precisie vervaardigd in Grasse’ (lege huls beauty-vocabulaire).
Genoeg cynisme. Want als alle geuren zijn zoals Dark Vinyl • Musk, dan zeg ik: ‘Niet verkeerd’. Polish Potatoes en Wild Carrot Oud bijvoorbeeld klinken even absurd als intrigerend. De inspiratie is kenmerkend voor de huidige parfumstand van zaken: over the top en aanstellerig. ‘De jazzy geur van zwart vinyl en omhullende musk vormen een metafoor voor mooie en moeilijke momenten, voor hoogte- en dieptepunten die ons vormen. Deze compositie symboliseert de ervaring en hoop dat verandering onlosmakelijk verbonden is met ons leven en dat je uiteindelijk altijd herboren wordt als een nieuw mens – een nieuwe dag breekt aan, een nieuw jaar – het begin van iets onbekends en spannends – als de wervelende hypnose van het leven’. Hellup deel twee.
Dark Vinyl • Musk mixt op aangename wijze diepaardse natuurlijke noten met synthetische smaken. En gedraagt zich als een flipperkast; de ingrediënten pingpongen alle kanten op. ‘Ping, kleng, katsjoem, bang, boem! Wat er wel direct uitspringt is de musk: poederig en tegelijkertijd scherp en licht animaal. Soort van akelig irritant, maar best wel lekker. De leernoten ontgaan me een beetje, de amber-balsamachtige noten niet. Die spelen een spelletje met de cistus labdanum, wierook en styrax. Mooi. En dan af en toe een zoete golf van roos- en sandelhoutachtige noten. Idem.
Doorruikend kun je stellen dat de geur eigenlijk honderd procent niet-natuurlijk is. Doorruikend lijken ook de leer-noten meer tot ontplooiing te komen, hoewel ze zich als synthetische suède gedragen. Dark Vinyl • Musk is een geur die je lange tijd zal blijven verrassen omdat er telkens iets anders gebeurt. Het duurt een tijdje duurt voordat die zich aan je hecht en díe ingrediënten laten pulseren die het beste bij je passen. Kortom, aangenaam verrast. In gedachten ruik ik trouwens Asphalt Flower van MAC – ooit ook zo’n aangename samensmelting van nep en echt.
Volgens Le Monde wel. De Franse krant die net zoals zoveel kwaliteitskranten regelmatiger parfum als onderwerp heeft – niet als lifestyle maar vanuit sociaal-culturele hoek – hopende dat luxemerken nog meer in hun kranten gaan adverteren. Staat zo chic.
Le Monde zoekt het sinds enkele jaren met name in het analyseren van de consument. Het hangt daar allerlei theorieën aan op die – als de doelgroep het zou lezen – er zich over zou verbazen: ‘Wat een paar geurtjes al zo over mij zeggen’.
Nieuwe ontdekte doelgroep – lag in de lijn der verwachting: macho2.0. Ofwel, hij die zich laat beïnvloeden door masculiene influencers – denk Andrew Tate – opererend in de manosfeer. Volgens Wikipedia is dat ‘een heterogene groep websites, blogs en online fora die een bepaalde vorm van mannelijkheid en sterke oppositie tegen feminisme promoten’. Volgens Le Monde zien deze influencers geur ‘als wapen, als pantser, als manifest van kracht, als middel om iemands identiteit te bevestigen’.
Ja hoor, daar is het toverwoord van nu: identiteit. En dat combineer je natuurlijk met de socials – TikTok, Instagram – waar ‘onzekere’ jongemannen nu aldus Le Monde zoeken naar parfums als uiting van mannelijkheid en viriliteit. Op deze sociale media wordt gefocust op ‘projectie’, ‘prestatie’ en ‘kracht’. Er wordt bij parfumanalyses gesproken over ‘aura points’ (verwijst naar terminologie uit videogames) en ‘beast mode’ (uitdrukking in de fitnesswereld; ‘in een ultra-vastberaden modus gaan’).
Wees niet bang: de keuze voor een ‘mannelijk’ parfum is eerder performatief dan ideologisch, dus niet agressief – je hoeft niet te vrezen dat je in elkaar wordt gestompt als je de dragers complimenteert dan wel kritiseert. Gelukkig denk je dan, maar – let wel – volgens Le Monde is de tijd voorbij dat parfum wordt geassocieerd met intimiteit, subtiele verleiding of discrete verfijning.
Ik betwijfel dat – ik kijk nu met een Hollandse bril, maar geloof niet dat het voor de gemiddelde consument in Europa anders ligt. Geur zit voor heel veel mannen voornamelijk – as we speak – nog steeds in de Vaderdags-, feestdagen- en cadeautjessfeer (de ontvangers zijn misschien wel de vaders van deze parfumpantser-mannen).
Le Monde maakt alleen geen melding van een andere, eerder ‘verontrustender’ trend: hoe duurder hoe beter. Als op de verpakking een ‘gedistingeerde’ naam staat het liefst omringd met heraldieke symbolen, dan is het vaak vanzelfsprekend lekker. Van ‘subtiele verleiding’ of ‘discrete verfijning’ is hier inderdaad geen sprake. Het tegen elkaar opbieden, past dan weer wel perfect in deze nieuwe mannelijke consumentenanalyse. ‘Hoe duur was die van jou?’
Over smaak valt natuurlijk (niet?) te twisten, maar duur is dus per definitie niet lekkerder, origineler of eigenzinniger. En Le Monde ziet nog iets anders over het hoofd: groepsdruk. Veel generatiegenoten ruiken hetzelfde uit angst anders te zijn, en versterkt op onderbewust niveau het clan-gevoel – ook zo’n manosfeerbegrip – jij bent een van ons.
Zou het waar zijn? Op TikTok wordt aldus Le Monde bijna 60 procent van het parfumcontent bekeken door mannen. Aldus een medewerker van adviesbureau Présent (wat voor een adviezen geeft die en aan wie?). Zou kunnen. Maar om dan direct te spreken van een ‘doelbewuste toe-eigening van een gebied lange tijd als marginaal beschouwd voor traditionele mannelijkheid’. Vind ik nogal wat.
Toch wel grappig: deze plek werd voorheen ingenomen (of moet je hier eveneens toegeeigend of opgeëist schrijven?) door mannen die met weliswaar met dezelfde ‘macho-insteek’ naar geuren keken, maar zich niet als zodanig ‘mannelijk’ in doen en laten manifesteerden. Lees: trendsettende homo’s.
Terzijde: ik kan me nog herinneren toen ik mijn eerste schreden op het homosexuele pad zette – eind jaren zeventig – en ik in Amsterdam bivakkeerde bij een oom van een vriendin van me in verband met toelating tot de kunstacademie. Elke mondaine man droeg naast Geoffrey Beens Grey Flannel en Halstons 1-12 (beide uit 1976; helemaal uit Amerika dus extra chic). Plus: Lagerfelds Pour Homme (1978) – heet nu Classic – en Cerruti ‘s Pour Homme (1979). Guerlains Jicky (1889) – tijdloos populair in artistieke kringen – daargelaten.
Wel fascinerend om te zien als je gaat TikTokken: geuren worden door sommige macho’s2.0 getest alsof het een motor betreft, de intensiteit als ware het de cilinderinhoud van desbetreffende motor. En de ‘zwaarte’ van een geur wordt bewezen door de dop op de grond te gooien – ‘macho macho man i wanna be a macho man’. Geur krijgt nu dezelfde allure als die andere echte mannengagdets: auto’s, horloges, whisky of een knappe jaloersmakende chick in je armen.
Het adviesbureau Présent is blijkbaar vergeten dat de cliché gentleman met zijn veronderstelde voorkeur voor auto’s, horloges en whisky al decennialang een inspiratiebron voor geuren is. Treurig/sneu is dan wel weer het uitpak-ritueel op TikTok – voor mijn gevoel een van de mallotigste randverschijnselen betreffende de self gratification van de spenderende consument in overdrive. Terwijl ik dacht – call me old fashioned, call me biased- dat dit een typisch vrouwending was.
Wat ook niet wordt behandeld door Le Monde: de dosering en wat dat op omstanders doet. Ik kan zomerse zaterdagavonden herinneren wandelend door de Leidsestraat in Amsterdam dat je bijna werd opgetild door een golf van Joop! Homme. Heftig, niet dat ik er agressief van werd. Zover ik me kan herinneren ben ik twee keer – bijna vijandig – aangesproken op mijn overdosering. Het betrof Salvador Dali’s Pour Homme (in een restaurant) en Knize Ten (in een café). Beide geuren zouden nu met gemak de manosfeer ingetrokken kunnen worden.
Anno nu, kom ik in Amsterdam af en toe onverwacht in een oudh-wolk terecht – van overrompelend, tot prettig aangenaam, van oké tot een ‘very poor interpretation’. Het lijkt wel of de dragers het aan elkaar doorgeven. Ik ben ‘altijd’ weer verrast: dat één soort geur zo populair-vanzelfsprekend is geworden. Maar agressief-masculien word ik er niet van – wel wanneer je een restaurant betreedt waar de geurstokjes met oudh uit de toiletten zijn doorgewaaid naar het eetgedeelte – verstikkend. Dan heb ik het gevoel dat ik in een intimiderend manosfeer-establissement terecht ben gekomen, waar je je moet ‘gedragen’. En als je je niet houdt aan de ongeschreven codes, kan een über-geparfumeerde testoronbom for whatever reason je lastig vallen. Agressief tegen agressief met conflicterende uitgangspunten.