BLIJ MEE? OF I HATE PRADA! I HATE LANCÔME, I HATE ZE ALLEMAAL?
Je hebt in ieder geval een ‘mediamomentje’ op de social media met de bekendmaking dat je huis nóg mooier, nóg chiquer is geworden. Zij het door een nieuwe lijn, zij het door een restyling. Hangt een prijskaartje aan. Moet je daar blij mee zijn? En: happy or sad: echt onbetaalbaar/belachelijk duur wordt het nooit.
Oud nieuws, ik weet het: Prada heeft zijn nichelijn – Prada Exclusifs anno 2003 – vorig jaar vervangen door Prada Olfactories. Tien nieuwe geuren, hupsakee! Was de oude lijn nog sober, dus tijdloos qua presentatie, en de namen simpel genummerd plus vermelding van het hoofdingrediënt, de nieuwe lijn heeft namen die nogal ‘on-niche’ zijn.
Daar heeft Miuccia Prada vast een goed, diepzinnig filosofisch verhaal over verzonnen. Sommige verwijzen – misschien – naar pophits (Purple Rain, Tainted Love, Heat Wave). Andere zijn ‘typiquement’ français: Un Chant d’Amour, Cargo de Nuit, Nue au Soleil. Marienbad is vernoemd naar de gelijknamige stad (en misschien naar de film L’Année dernière à Marinebad?). Resteren nog Pink Flamingos (ook naam van een campfilm) en Day for Night. Al met al: meer trendy dan degelijk klassiek, iets wat niche poogt te zijn. Misschien is dat het ‘filosofische’ grapje van Muccia. Prijs Prada Olfactories € 230.00. 100 ml. Prijs The Exclusifs 50 ml € 140.00.

Nieuw nieuws: Lancôme heeft voor de zoveelste keer weer gesleuteld aan zijn nichelijn. Wil zeggen een sextet toegevoegd: Les Parfums Grands Crus. Hiermee wordt hulde gebracht aan de oprichter, Armand PetitJean. Het bevat ook twee ‘oudjes’: L’Autre Ôud (2013) en Ôud Bouquet (2014). We gaan ervan uit dat de geuren van de vaak van samenstelling veranderde Maison Lancôme uit 2009 (nieuwe naam voor La Collection Lancôme uit 2005) blijft voortbestaan. Maar voor je het weet wordt besloten deze twee samen te voegen, direct de gelegenheid pakkend er enkele nieuwe aan toe te voegen en niet goed lopende terug te trekken, afgerond met een prachtige nieuwe naam.
Daarnaast is er een andere trend in nicheland: ‘de verbouwing’. Dat betekent meestal een upgrading van een merk. Het doel: meer veronderstelde verfijning, een veronderstelde rijkere uitstraling. To name a few in alfabetische volgorde: Christian Dior, Dyptique, L’Artisan Parfumeur, Mona di Orio, Parfum d’Empire, Profumo di Forte. Dat betekent dus in negen van de tien gevallen dat de prijs mee de lucht ingaat. Nadeel voor de verkopende partij: de oude versies mogen zelden in de aanbiedingenbank. Doe je dat toch dan wordt vaak met advocaten of het beëindigen van het contract gedreigd. Hoe leg je dit aan je klant uit?
Ik snap die kleine opknapbeurt-behoefte trouwens wel: door het über-aanbod – geen week voorbij of een nieuw nichehuis opent zijn deuren met een über-über-rijke overdonderende gepresenteerde collectie – moet je aantonen dat de prijs die je vraagt als reeds bekende naam gerechtvaardigd is. Je schijnt door de echte snobshopper ook niet serieus te worden genomen als je onder de ‘überluxe-norm’ blijft – die wil juist meer betalen anders voelt hij zich beledigd.
Míjn bezwaar: je wordt nu als consument juist beledigd, niet serieus genomen. ‘Afhankelijk’ als je bent van de grillen van de huizen, van overijverige marketingpiepeltjes die willen scoren. Ben je – net – vertrouwd met een bepaald concept, ‘moet die weer zo nodig’ aangepast worden. En hoe lang blijven de merken tevreden met de restyling – voor je het weet nemen ze wéér een nieuwe artistic director in dienst, met wéér een andere kijk op de rijke historie, de dna en meer van dat marketing gebla-bla-bla.
Niet zo vreemd dus, dat velen teleurgestelden (terug)keren naar merken die bekendstaan om hun standvastigheid opgebouwd in de loop der decennia, in de loop der eeuwen. Neem Chanel. Neem Robert Piguet. Vaste vormgeving waar zelden aan wordt gesleuteld. Guerlain in mindere mate want het hergroepeert constant zijn klassiekers en nichelijnen.
Helemaal terecht is mijn kritiek niet volgens sommige insiders: de prijsverhoging wordt ook ingegeven doordat grondstoffen en flaconfabricage duurder worden, en vergeet niet de alsmaar strenger wordende milieu-eisen. Maar waarom zie je deze verhoging dan niet over de hele linie?

Wat ik echt jammer vind: het wordt nooit té duur! Als Prada nu een 1 voor het bedrag van Olfactories had gezet: € 1230.00 in plaats van € 230.00. Dan onderscheid je je pas echt. Want nu blijft het prijstechnisch en visueel more of the same. Dit werd afgelopen zaterdagochtend bevestigd toen ik door Beauty World van de Amsterdamse Bijenkorf snelde, zoekende naar een Sinterklaascadeau.
Ook weet ik zeker dat ik bij een blinde test door de mand val. Dat ik een niche Bulgari verwar met niche Prada, niche Givenchy met niche Yves Saint Laurent. Want daarvoor lijken de geuren compositorisch toch te veel op elkaar, krijg je neus zelden een creatie geserveerd waarvan je spontaan begint te stotteren (woorden schieten te kort), je ogen beginnen te draaien (wat je ruikt weet je niet, maar je bent perplex) of spontaan op de grond valt: ‘Jezus-mind-fuck-nog-aan-toe, zo kan jasmijn dus ook ruiken!’


Ligt het nu aan het feit dat ik gisteravond al de hele avond Dirty Chai Tea dronk van Celestial Seasonings of was het alleen de geur Close up – met in mijn gedachten op de achtergrond
Deze frisheid golft in feite niet heen en weer, stroomt in één richting en wel naar het hart van deze dus eigenlijk gewoon klassiek opgebouwde geur. Wel leuk hoor deze eerste golf, vooral doordat de groene, onbestemd kruidige opening (van alles wat volgens mij: snufje anijs, snufje kaneel, snufje nootmuskaat, snufje kardemom, snufje kruidnagel, snufje dit, snufje dat) onverwacht bezoek krijgt van kers.
Denk niet bij bovenstaande dat ik aan het zweven ben. En ook nog (steeds) niet geabonneerd op Happinez. Er bevindt zich eveneens (nog) geen boeddhabeeld en/of -hoofd in mijn tuin, in mijn living. Wierookstokjes is ook niet echt mijn ding, en ik praat (nog) niet met muizen en omarm (nog) geen bomen.
Het wordt daarnaast al eeuwen verwerkt in lotions en parfums. Verbazingwekkend gezien de complexiteit dat het zo weinig verwerkt is in geuren. Prijsdingetje volgens mij. Opvallend, of beter gezegd wonderlijk (tenminste als het waar is): men heeft geprobeerd mastiek in andere landen te laten groeien. Flop.
Eigenlijk word ik in Lentisque twee keer getrakteerd, want naast mastiek ruik je, vooral in den beginne, overduidelijk galbanum. Wordt door 
Ik was onlangs weer bij parfumerie La Brune in Amsterdam. Kom er vaak vanwege de leuke, ‘verlichtende’ achtergrondinfo die ze altijd hebben en hun ervaringen op de winkelvloer. Alleen: Marion en Jeroen Graas stoppen er mee. Jammer. De reden volgens Jeroen Graas: ‘Omdat de verandering van de markt, de consument te veel van ons komt af te staan. Het gaat niet meer over luxe, beleving, kennis, service en goed advies. Daar zat, naast de liefde voor parfum, onze drive’. Ben benieuwd wat de Kinkerstraat ter compensatie krijgt. Een Ici Paris XL, een Douglas, een Mooi?
Als het goed is heb je ondertussen rood fruit geroken met nadruk op framboos. I know I raspberry when I smell one. Hier toch erg zwak, als een te uitgedunde, met te veel water aangelengde siroop zonder daadwerkelijk een pure, klaterende fruitsensatie op te roepen. Je ziet het teleurgestelde kind voor je dat zo’n glas krijgt voorgeschoteld. Ik zou als fram heel boos worden als ik zo slecht ‘natuuridentiek’ werd gekopieerd.
Ik was van de ene kant very blij verheugd, van de andere kant anxious met de ontvangst van Patchouly versie 2016. Verheugd (plus hopende) dat alle Etro-klassiekers geleidelijk aan op deze manier opnieuw in the spotlights worden gezet. Ze zijn het waard. Angstvallig: een dergelijke herlancering houdt meestal in dat aan de compositie is gesleuteld.
Ik ben de laatste tijd om verschillende redenen in een chypre-stemming. Waarom? Het blijft toch mijn meest geliefde tak aan de parfumboom. Neem daarbij het feit dat recent de parfumindustrie er steeds beter in slaagt om zonder en/of met zo weinig mogelijk gebruik te maken van het ‘signatuuringrediënt’ – eikenmos – chypres weten te creëren die bijna een getrouwe kopie zijn van de klassieke formule. En hierdoor – praise the lord! – roze chypres overbodig maken.
WAT WHIP IK EIGENLIJK?
Nu is het Roberto Cavalli. De net aangestelde ontwerper Peter Dundas en regisseur Scott Cooper lieten zich voor de multimediacampagne van Uomo inspireren door het inmiddels mythische verblijf van de Rolling Stones aan de Cóte d’Azur in 1971.
Uumo is een ‘rock ‘n roll’-charmeoffensief in geur. Christophe Raynaud stelde zich een verleidelijke oriëntaalse melodie met sterke houtbasis voor die synchroon loopt met het uiterlijk en het leidmotief van de drager. Deze ‘bohemian rhapsody’ opent met de bloem die wordt geassocieerd met de dandy en tevens Raynauds geliefde ingrediënt is: het donkerpaarse naar zwart neigende viooltje.
Dilemma: welke geur vandaag recenseren? Qual der Wahl zoals de Duitsers het noemen. Een echt interessante nieuwkomer (wat zijn de maatstaven?) of een algemeen ‘geurgevalletje’ (wat zijn de maatstaven?). De oplossing: iemand anders de keuze laten maken. Een vriendin was op bezoek met nihil interesse voor parfum. Ze bestaan nog dat soort mensen – gelukkig. Ze spuit op wat ze cadeau krijgt. Er zijn dagen dat ze niet spuit omdat ze het gewoon vergeet. Ze pakte dus lukraak zonder op de merken en de verpakkingen te letten: Uomo van Salvatore Ferragamo.
Ik vraag me je af hoe het overleg tussen de twee neuzen is gegaan. En hoeveel tijd de ontwikkeling van de geur in beslag heeft genomen. Ik denk: niet veel. Het is een ‘intikkertje’, een crowdpleaser die nu in de ketenparfumerie doorgaat voor chic-klassiek. Het is een volgens mij een kwestie van op een paar knoppen drukken om de nu zo geliefde ambroxan-sandel-kasjmier-houtbasis te voorzien van wat ‘onderscheidende’ smaakmakers.


Ach ja, die goede oude tijd toen een chypre nog een chypre was. Je nog zeker wist dat bergamot in de opening die vanzelfsprekende connectie zocht met eikenmos, patchoeli en cistus labdanum in de basis zocht, opgefleurd met bloemen in het hart en her en der in de compositie voorzien van accenten die elke chypre, nèt even een anders maakte.
To name a few: Sonia Rykiel met haar Le Septième Sens (1979), Jean Louis Scherrer met zijn Scherrer (idem), Armani met zijn Giorgio (1982), Niki de Saint Phalle met haar gelijknamige geur (idem), Paco Rabanne met zijn La Nuit (1985), Catherine Deneuve met haar gelijknamige geur (1986). Alleen werden die nogal behoorlijk überpowered door heftige bloemenparfums. Men ruike: Giorgio of Beverly Hills (1982) en Poison van Dior (1985) en Beautiful (1986) van Estée Lauder. Not forget de zwaar-oosterse melanges zoals Coco (1984) van Chanel, Obsession (1985) van Calvin Klein, Roma (1987) van Laura Biagiotti en Byzance van Rochas (idem).
Dankzij de fresia dus, die nu gezelschap krijgt van de luchtige waterlelie (een fantasie-ingrediënt by the way). Gaat allemaal mooi over in de basis – zonder eikenmos en cistus labdanum. En toch denk je die te ruiken. Heel slim: de combi patchoeli en perzik – is bijna chypre. Warme aardheids gecombineerd met fruitige sensualiteit. Tenminste als je uitgaat van twee klassiekers. Mitsouko van Guerlain (1919) en Rochas’ Femme (1945). De eerste met zijn beroemde perziknoot, de tweede met zijn beroemde perzik- en pruimtoevoeging. Musk geeft een zwoel, warm behaaglijk randje. Maar ik drink de hele flacon van Avenue Montaigne leeg (100ml in dit geval, zoveel goedkoper in vergelijk met 50ml) als er niet meer ingrediënten in Avenue Montaigne zitten. En is de jasmijn geen hedione? Ik ben geen chemicus – word ik in een volgende leven. Tanja Deurloo even bellen.