GEURTERREUR MAAR DAN ANDERS
Trending topic: geuren koop je niet meer per ‘opgelegde’ droom door de maker, maar stel jezelf gewoon lekker zelf samen. Dit in het kader van de ‘persoonlijke smaak’, op maat gemaakte verfijning en andere lifestyleregels nu gepropageerd door (interieur)glossy’s. Die toeteren ook nog eens rond dat het heel belangrijk is je eigen gevoel en stijl te volgen – op alle gebied. Tenminste als je daarover beschikt. Het blenden van parfums past in deze lijn én wordt steeds democratischer en dus goedkoper: van niche naar bijna voor niets. Blij mee?
Hoor je best wel vaak en klopt eigenlijk niet: ‘Een parfumerie is voor mij alsof ik in een snoepwinkel ben’. Wordt bedoeld: zo’n gezellig, ouderwets knibbelknabbel-winkeltje van vroeger of zo’n uit kaneelstokken, suikerhartjes en zuurtjes opgebouwd droomoptrekje uit een feelgood (kinder)movie.
Was het maar! Snoepwinkels van tegenwoordig zien er niet uit: een grote uitstalling van plastic, synthetic & fantastic ‘hard en soft wear’. Eigenlijk is het een little shop of horrors die, bij overmatige frequentie, de kans op vroegtijdige ziekenhuisopnamen bevordert. Dat geldt ook voor de meeste parfumerieën: geen luxe beleving. Dag in dag uit schreeuwen spectaculaire kortingen je tegemoet, die bij nadere inspectie behoorlijk tegenvallen. Er wordt wat gerommeld met de ‘van-voor’-kortingen. En van een etalage is ook geen sprake meer: zoveel handiger één winkelruit beplakken met één grote opgeplakte reclameaffiche.
Maar het kan nog erger, is er wat ‘geurervaring’ betreft geen sprake van een little maar van een shopping mall of horrors. En daarvoor ga je naar de doe het zelf-ketens op industrieterreinen of naar tuincentra langs de rafelranden van de grote steden. Wat ik daar de afgelopen jaren voorbij zag komen aan misplaatste ‘geurgerelateerde’ producten: oliën, wierook, kaarsen. Die heten dan wel zo, maar doen niet wat ze ‘uit naam’ zouden moeten doen. Weinig echte parfumolie-, wierook- en kaarservaringen. Het ruikt allemaal zo kinderachtig, zo Jip en Janneke, zo Walt Disney, zo kermis.
Ik ga dan bijna weer in mijn samenzweringstheorie geloven: om ons te laten wennen aan synthetische componenten in echte geuren, sprayen geurproducenten dit in ruwe vorm over allerlei – bovengenoemde – producten (en andere; denk bijvoorbeeld aan thee) om ons ‘al vast’ te laten wennen. Waardoor nieuwe generaties niet meer weten en zich ook niet meer afvragen hoe geuren eigenlijk – horen te – ruiken. Let wel: ik ben een groot voorstander van synthetische ingrediënten. Als was het alleen maar vanuit natuurbehoudoogpunt. En ze vormen het geraamte van een parfum. Maar dat is een ander verhaal.
Maar er is een grens. En die is volgens mij bereikt én overschreden met de nieuwste geurhit in doe het zelf- en tuincentra: parfumchips. Tuincentrum Osdorp meldt op zijn site: ‘Geur doet veel meer met je dan je denkt. Het kan je opbeuren, activeren of juist ontspannen. Sommige geuren doen je denken aan ‘pas gemaaid gras’ en anderen weer aan ‘Kerst’. Wil je bijvoorbeeld het voorjaarsgevoel in huis halen of het Kerstgevoel ondersteunen? Gebruik ScentChips! Het zijn kleurrijke waxchips die een heerlijke en intense geur verspreiden wanneer je ze in een ScentBurner (brander) of ScentWarmer (elektrische warmer) plaatst. Er zijn verschillende geuren verkrijgbaar. Je kunt één basisgeur branden maar het lekkerst is om ze eindeloos met elkaar te combineren. Zo stel je jouw eigen geur samen!’ Fijn.
Praxis stelt daar CreaScents tegenover (onlangs gespot in de Coevordense vestiging) en wordt geproduceerd door – what’s in a name – Noviplast. Dit zijn eveneens chips ‘die een lekkere geur verspreiden wanneer je ze smelt in een brander’. En: ‘Je kunt de geuren ook mixen. Zo creëer je jouw eigen geur!’ Smaken verschillen en je kunt er – contrary popular belief – wél over twisten. In dit geval: lekker is heel erg anders. Heel misschien leuk voor peuters (let op brandgevaar!). Maar voor volwassenen… moet dat nou, deze naar goedkoop snoepgoed ruikende chips? Nog even en wc-verfrissers worden als prettig en aangenaam ervaren en voor persoonlijk lijfgenot gebruikt.


Een wonderlijk iets: het gebruik van het woord ouderwets. Met name in combinatie met bloemen. Sommige worden zo omschreven. Zal je maar gezegd worden als bloem die haar stinkende best doet ons te plezieren. En dan krijg je zoiets van ‘die had mijn oma ook’. Dus? Duh? Wat wil dat zeggen? Men bedoelt natuurlijk hiermee of een bloem in of uit is. De witte orchidee… nog steeds helemaal in tot vervelens toe. Zelfs Blokker siert er zijn etalages mee. Helemaal uit: lelietje-van-dalen. Stom, stom, stom! Je neus in een boeket gestopt met deze klaterende klokjes en de wereld begint te herleven na de winterdeken van zich te hebben afgeslagen. Fris, nieuw, blakend, groen, knisperend… wat is daar ouderwets aan?
Miuccia Prada schetst treffend het gevoel L’Eau Bleue wil oproepen. Het is een beeld dat we allemaal herkennen: ‘Het jaarlijks terugkerende moment dat je je realiseert dat, schijnbaar uit het niets, de lente is gearriveerd. Een gevoel zo licht, zo delicaat – haast niet te vatten – dat door een sliertje lucht wordt gedragen. Het kan je overal overkomen: in bed met het raam open, rijdend over een landweg, op straat in de stad na een regenbui, blootsvoets in het ochtendgras in een vochtige tuin’.
Hiervoor plukte ze handenvol lelietjes-van-dalen. Figuurlijk dan. Want deze bloemekes zijn stom, de geur ervan kun je niet extraheren. Is een kwestie van het combineren van diverse geurmoleculen om het boeket tot leven te brengen. Het verschil met klassieke, dus ‘ouderwetse’ lelietje-van-dalengeuren zoals en 
Het spijt Geurengoeroe te moeten mededelen voor allen die er zo in geloven: La Parisienne bestaat niet, La Parisienne is een wishful thinking. Met dit keiharde feit ben ik in ieder geval al vroeg geconfronteerd. ‘Zestien lentes jong’ lifte ik met een vriend naar Zuid-Frankrijk. Parijs als tussenstop, want dat moest ik zien – absolument. Als petit gars had ik al een bovengemiddelde belangstelling voor goot et les choses die het leven ‘embelliseren’ in vergelijk met mijn drie broers en drie zusters. Dus ook voor la mode. In mijn gedachten kleedde elke Parisienne – in ieder geval in het eerste arrondissement – zich volgens ‘les derniers cris’ met chic-flair geklede en trots kraaiende Parijse haantjes aan hun zijde. Immens was de teleurstelling toen we métro Place de la Concorde uitstapten: geen enkele vrouw kwam in aanmerking. Wel af en toe een paar exemplaren van die ‘andere’ Parisienne: oud, ineengekrompen, make-upproof, iets voorovergebogen totaal gekleed in zwart – denk Edith Piaf. Volks, maar op een bepaalde manier toch smaakvol, in ieder geval niet storend, in ieder geval in vergelijk met nu.
Hoe komt het dan toch dat La Parisienne een begrip, een ideaal is geworden? En dat wereldwijd. Het staat sinds een paar decennia voor een combinatie van een über-knappe vrouw met duidelijke, maar subtiel verpakte sloeri-appeal die geloofd in zonovergoten romantiek, dag in dat uit in een roze wolk leeft en om de zoveel minuten een kus wil of wil geven. Dan heb je het over de Parisienne die vooral door Franse regisseurs tot leven werd gebracht. Men neme ‘dom blondje’ Brigit Bardot, haar ravissante meer ‘intello’ landgenote Jeanne Moreau en de very koel-afstandige bloedige Catherine Deneuve (alle drie te zien op de expositie in The Grand).
Er is één vrouw die ‘door de jaren heen’ la Parisienne op al deze manieren honderden keren heeft uitgebeeld. Bij het horen van haar voornaam weet je wie er wordt bedoeld: Kate Moss. Misschien zie je haar ook terug in de rondreizende en de gratis tentoonstelling die aan la Parisienne is gewijd die na Parijs en Londen Amsterdam aandoet en waarmee Sofitel tot uitdrukking brengt waarvoor de hotelketen staat – de Franse elegantie.
Waarom niet? Te commercieel? Veel merken zijn inderdaad onderdeel van multinationals met een bijna dictatoriaal pr-offensief. Wat ook een serieuze benadering in de wegstaat: de aanhoudende absurde stroom van pruttelprutterdeprutparfums. Maar wat dan nog? Alsof dat bijvoorbeeld ook niet voor uitgeverijen geldt. Die verdienen over het algemeen niet aan hun sterauteurs (niche), wel aan prietelatuur (biografieën en levensdocumenten van en over wel of niet terecht bekende figuren).
‘Dollar als kunstproject’ is een idee van de Amerikaanse kunstenaar Mike Bouchet. In samenwerking met Symrise ontwikkelde hij een geur gebaseerd op gebruikte dollarbiljetten die in een New Yorkse galerie werd onthuld. Naam van de geur Tender – betekent zowel teder als geld. Prijs $ 75.000. De koper krijgt hiermee het recht om de geur te produceren inclusief gratis ‘een onbeperkt aantal vullingen van een spuitflacon om Tender volop te kunnen verspreiden’.
Anyway, bovengenoemde arti-farty kunstparfums doen mij verlangen naar een goed verhaal van, een expositie over bijvoorbeeld Guerlains Mitsouko (1919). Naast uitleg over de revolutionaire compositie en de inspiratiebron van Jacques Guerlain (foto onder) – de roman La Bataille van Claude Farrière uit 1909 – ook de interessante storytelling van fanatieke gebruikers – Jean Harlow, Marlene Dietrich, Ingrid Bergman, Charlie Chaplin, Sergei Diaghilev (van Les Ballets Russes). Plus de vraag wat een parfum nu erotisch maakt.
Zweetvoeten… je moet ervan houden. Meer mensen dan je vermoedt by the way. Ik dacht altijd dat het een kwestie was van te weinig ventilatie in je schoeisel – en dat betekent vaak schoeisel van povere kwaliteit in combinatie met te dikke sokken waarin/waarop je te lang hebt rondgelopen. Koop je kwaliteit dan heb je daar nauwelijks last van – goede schoenen ademen namelijk. En dat op steeds ingenieuzere wijze. Er zijn zelfs merken die zich erop laten voorstaan – zoals Geox. En voor de betere sportmerken – Nike, Adidas, Puma – is het inmiddels ook vanzelfsprekend.
Hangt er natuurlijk wel vanaf wélke handschoenen. Ik dacht niet aan die tegen de kou, maar wel aan ‘gants’ die vrouwen ooit droegen als accessoire bij bezoek aan theater en opera. Zoals op het portret hiernaast van Mademoiselle Caroline Rivière geschilderd door Jean Auguste Dominique Ingres in 1806 (te bewonderen in het Louvre). Is een beetje uit de mode geraakt, maar gaat – mark my words – weer een ‘must wear’ worden; must be a must wear! Ze zijn meestal- ach gossie – gemaakt van het dunste hertenleer. Denk Bambi.
Mij was de lancering ontgaan en Guerlain deed er volgens mij in 2007 pr-technisch niet veel aan. Daarnaast had ik een soort van desinteresse vanwege de 2000-versie van de in 1959 gelanceerde Vetiver. Volgens Guerlain was er bij deze millenniumswitch alleen sprake van een visuele verandering – de compositie bleef ongedeerd. Heb ik nooit geloofd en geloof het nog steeds niet. De vintage Vetiver zit in mijn geheugen gegrift – het was naast Jicky (1889) mijn tweede kennismaking met een Guerlain.
Volgens mij een van de merkwaardigste dingen die je als mens kan overkomen – ik hoop het ooit mee te maken. Alleen heb je er meestal geen weet van, gebeurt meestal wanneer je het tijdelijke met het eeuwige verwisselt: dat je familienaam een wereldwijd begrip wordt. Het kan staan voor een techniek. Zoals silhouette, genoemd naar Étienne de Silhouette (1709–67). Voor een scherp flitsend maar niet zo prettig levenseinde met de guillotine, genoemd naar Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814). En bijvoorbeeld voor een levensbeschouwing, zoals sadisme. Vernoemd naar Donatien Alphonse François de Sade (1740–1814).
De compositie voldoet helemaal waaraan een nichegeur van nu volgens mij moet voldoen: krachtig, present, donker met een viezig randje en niet al te veel crowd pleasing. Met cistus labdanum (tekening) als hoofdrolspeler. Ik weet niet of het toedoet, maar de neus, Quentin Bisch, deinsde altijd terug voor het gebruik van deze hars.
Had de geur blind bij
Civet schijnt dus ook in de basis van Cuir Cuba Intense (2014) – geïnspireed op de humidor van Patricia Nicolaï’s familie – te zitten. Ook besteld – deze geur gedraagt zich ook divers op mijn huid. Gisteren nog leer gerold in tabaksbladeren en liatris – ook wel bekend als kattenstaart met zijn naar tabak ruikende aroma. Vol, smeuïg, warm, musky en lekker animaal gemaakt door komijn, koriander versterkt door koppig ylang-ylang. De magnolia ontgaat me.

Vreemd maar waar: op een ander gebied is er sprake van een merkwaardige positieve seksediscriminatie waar ze blijkbaar geen moeite mee heeft omdat ze vrouw is. Sterker, ze doet het met liefde. Gebeurt in de parfumerie en drogisterij. Recent onderzoek – de Volkskrant berichtte er deze week ook over – door de New York City Department of Consumer Affairs toont namelijk aan dat vrouwen meer betalen in deze winkels dan mannen in 42 procent van de onderzochte producten.
Opvallend: grote parfummerken weigeren hierop te reageren volgens CNN-reportage die ook onlangs aan dit onderwerp aandacht besteedde. Dior, Lancôme, Giorgio Armani. Vreemd, terwijl veel van deze parfumlabels so verdomde ontzettend committed zijn met ‘women’s issues’ – emancipatie, gender equality, ondersteunen van minderbedeelde lotgenotes in derdewereldlanden en meer van dit soort hartverwarmende initiatieven.