GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

DIVINE DECADENCE MARC JACOBS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 9, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D. Een reactie plaatsen

SPRANKELENDE BLOEMENGEUR

EN: EEN BLOEM DIE ‘STOM’ IS MAAR TOCH ALS INGREDIËNT GEPLUKT

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 09/10/16

divine-decadenceVoor millennials die dit lezen en horen: decennia, decennia geleden in de tijd dat jullie (groot)ouders de discovloer onveilig maakten – ja, dat heette toen zo – deden ze dat ook regelmatig uit meligheid op de maten van Miggy’s eendagsvlieg-hit in 1981: ‘Annie, hou je me tassie effe vast want die gozer wil met me danse, Annie geef jij me tassie maar weer terug… ’. Nu is Decadence (2015) en de eerste inhoudelijke variatie Divine Decadence niet bepaald een geur waarmee je op een dance-event uit je dak gaat. Misschien alleen door de geur, maar dan wel zonder tassie. Want dat is toch wel het nadeel van beide en de nieuwernieuwste glitteringgolden limited edition-uitvoering Decadence Gold: de flacon ligt nogal zwaar op de hand en – mocht je het daadwerkelijk doen – om de schouder. ‘Marcie, hou jij je me luchie verpakt als tassie effe vast, want die…’.

De uiteindelijke consequentie en oplossing van dit ongemak: een tasverstuiver die ‘niet zwaar is’ en – wat je heel vaak over een dergelijke variatie in de glossy’s leest – ‘lekker in de hand ligt en zo handig in de tas past’. Ja, dûhhhhh, dat is de bedoeling dus! Ooit een tasverstuiver ontmoet die dat niet doet – en beviel het?

WAT DIVINE DECADANCE IK EIGENLIJK?

De geur is een verlangen/kwestie die neuzen al lang bezighoudt: hoe vertaal je de luxe noten, de sprankeling en het idee van champagne in een compositie? De meest logische optie: de frisheid van citrusvruchten (inclusief bittere sinaasappel) combineren met een aquanoot en de zachtheid, zoetigheid en fruitigheid van sappige, rijpe vruchten: abrikoos, perzik of het huwelijk uit deze twee, nectarine. ‘Voor de vorm’ wat bloemen – want anders denkt de klant dat het geen echte geur is. Met daaronder een constructie die dit vervliedende genot vasthoudt.

De onbekende neus koos voor Divine Decadence voor een mix van oranjebloesem, bergamot (door ‘Jacobs’ omschreven als romig; was hij tipsy?) – en ‘champagne’ in de opening. Overlopend in kamperfoelie, gardenia en hortensia. Op de bodem een droesem van amber, saffraan en vanille. De sprankeling klopt, de bloemen ook – in dit geval origineel: de frisse honingachtige zweem van kamperfoelie vermengd met de fluweligheid van gardenia die wordt versterkt en ‘opgezoet’ door de ambervanille-combi. Wel heel goed ruiken hoor naar de toegevoegde saffraan in de basis van deze stralende bloemengeur.

hortensiaAlleen een echt ploppend, bubbles ‘AbFab’-champagnegevoel in de opening, dat niet. Dat ruik je trouwens ook niet echt in Yvresse 1993 (voorheen bekend, in dit geval what’s in a name, als Champagne) van Yves Saint Laurent. Ruik dàn eens voor de lol aan Pink Molécule 090.09 (2014) van Zarkoperfume. En: ik schrijf het vaker, en doe het weer: deze ingrediënten maar dan van niche-kwaliteit levert een prachtparfum op – dus Marcie, wat dacht je van een extract? Natuurlijk in zakformaat. Is dat ‘probleem’ ook weer opgelost.

Nog iets: voor het eerst gebruikt volgens mij in een geur: hortensia. Lees eens wat  www.mooiwatplantendoen.nl erover meldt. Mijn ha-ha-ha! is daar geplaatst wanneer er uit de duim wordt gezogen en/of feiten het moet afleggen tegen gezellig getutschrijverij: ‘Laten we beginnen bij het begin. Daarvoor moeten we helemaal terug (ha-ha-ha!) naar 1739. In dat jaar gaf de plantkundige Grovonius deze bloem de Latijnse naam Hydrangea. Hij vond namelijk dat de vorm deed denken aan een oude waterkruik. Door de woorden ‘hydro’ (=water) en ‘angeion’ (=vat of kruik) samen te voegen, ontstond de naam Hydrangea. Een passende naam (ha-ha-ha!), aangezien alle Hydrangea-soorten veel water nodig hebben (ha-ha-ha!). Naast de chique (ha-ha-ha!) naam Hydrangea wordt deze uitbundige bloeier in de volksmond ook wel hortensia genoemd. Deze naam kwam voor het eerst voor (ha-ha-ha!) in het jaar 1771 en werd verzonnen (ha-ha-ha!) door de Franse plantkundige Philibert Commerson. Welke inspiratiebron hij daarvoor had is helaas niet helemaal duidelijk, maar het vermoeden bestaat dat hij de bloem naar een vrouw vernoemde. Wellicht heette zijn minnares zo of een bekende astronome uit zijn vriendenkring (ha-ha-ha!)? Het kan ook zo zijn dat deze naam werd ingegeven door dames uit de hogere kringen. Zo had hij warme banden met Hortense de Nassau, de dochter van de prins van Nassau, met wie hij eerder was teruggekeerd van een botanische expeditie. Los van eventuele verwijzingen naar een bepaalde dame (ha-ha-ha!), wordt er ook beweerd dat de naam hortensia voortkomt uit een vrije vertaling van het Latijnse ‘uit de tuin’ (ha-ha-ha!). Het Latijnse ‘hortus’ betekent namelijk ‘tuin’. En Commerson vond de hortensia, samen met allerlei andere bloemen en planten, in de tuin van de koning van Mauritius (ha-ha-ha!). Dat zou natuurlijk ook waar kunnen zijn… (ha-ha-ha!). Zoals we al zeiden; over de naamgeving van de Hydrangea dan wel hortensia kunnen we je veel vertellen. Wat de waarheid is? Dat is helaas niet meer te achterhalen (ha-ha-ha!) en blijft dus gissen… (ha-ha-ha!). Niet erg, zolang je maar geniet van al het moois dat de hortensia je te bieden heeft!’

Even terzijde: jammer en bevreemdend. De hortensia stelt eigenlijk teleur. Zo uitbundig bloeien en dan geen geur afscheiden? Flauw! Of doet ‘ze’ het ter compensatie? Misschien is de bloem in Divine Decadence symbolisch gebruikt. De overdaad in bloeien, de grootte van de ‘bloembollen’ – maar dat heeft niets met decadent en goddelijk te maken.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE MARC JACOBS LOGO

DRIE MAAL GIVENCHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 5, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D, GEURENALFABET G, MASSTIGE, NICHE. Een reactie plaatsen

NICHE MEER EEN VROUWENDING OF NIET?

EN: KUN JE EEN GEUR ‘WITWASSEN’?

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 05/10/16

Geuren: Iris Harmonique, Gentlemen Only Absolute, Dahlia Divin Le Nectar

iris-harmonique-givenchyWaar of niet? Niche blijft, ondanks verwoede pogingen het zo genderfree mogelijk in de etalage te zetten, grotendeels toch een ‘vrouwending’. In presentatie, in benadering, in woordgebruik, in connectie met de – hier volgt een lekker dom woord – eindgebruiker. Eindgebruikster dus.

Dat zie je vooral bij de luxe labels met een ‘coutureafdeling’ die als allerlaatsten met een nichelijn zijn gekomen: Yves Saint Laurent (2015): Le Vestiaire vertaalt de door de master populair gemaakte kledingitems voor de vrouw. Givenchy L’Atelier (2014) maakt nichegeuren als waren ze couturecreaties (trouwens Giorgio Armani, een van de allereersten, tapt ook uit een behoorlijk feminien niche-vaatje).

Zo heet de meeste recente toevoeging aan L’Atelier de Givenchy: Iris Harmonique. Ook hier: ‘Net zoals kledingstukken gemaakt van de meest kostbare stoffen, zijn de L’Atelier de Givenchy-geuren samengesteld uit luxueuze ingrediënten’.

En over het hoofdingrediënt de harmonische iris: ‘Deze creatie versterkt de witte iris met een breed spectrum aan facetten. Alle negen belangrijkste ingrediënten van de bestaande collectie onthullen een onverwachte perfect gebalanceerde olfactorische compositie’. Geurengoeroe’s Engelstalige alterego Pope of Perfumes zegt wel eens: ‘With iris you can’t go wrong’. Aan welke geur je het ook toevoegt, hij zal winnen aan poederig-houtachtige charme.

WAT IRIS HARMONIQUE IK EIGENLIJK?

Als je alle nichegeuren gaat ruiken waarin iris de hoofdrol speelt, dan ben je voorlopig niet uitgesneufd. Vergelijken heeft geen zin. Ook zinloos: je aan deze more of the same-trend ergeren, want elke nichecollectie ‘moet’ een irisparfum hebben, gelijk een neroli-, leer-, amber-, oudh- en ‘ga-zo-maar-door’-parfum. Aangenaam aan Iris Harmonique: alsof de iriswortel uit de grond wordt getrokken.

Als opening dan. Het effect: beetje aards, beetje koel, beetje vochtig en tegelijkertijd wat ­­­’gras’. Opgeroepen met een slimme dosering van neroli (denk cologne) en engelwortel (denk ‘musky groen’). Vervolgens worden de poederige noten van de iris aangesproken, die zweven even gewichtloos door de geur – een puur irisgevoel. Mooi.

Want dan wel onzin is: de witte iris scheidt geen ander aroma af dan zijn gekleurde familieleden. Het is de wortel die het’m doet. Het gevaar van een pure irisgeur – saaiheid, eendimensionaal – wordt door de anoniem gebleven neus voorkomen door hem vervolgens eerst te koppelen aan ylang-ylang. Goed voor een sensueel-bloemige noot. De iris blijft vervolgens maar ‘doorbloeien’ en dat – heel interessant – via twee nieuwe loten aan de wortelstam. Eén ‘grappig’ gourmand, één diep aards.

gentlemen-only-absolute-givenchyAltijd gevaarlijk een gourmandnoot toe te voegen aan een ‘serieuze’ nichegeur, want het gevaar om het als ‘tijdelijk trendy’ te ervaren ligt op de loer. Wordt voorkomen door de kokospopcorn-noot te verwarmen met een van de gourmandingrediënten van het allereerste uur: strobloem. Hierdoor wordt het ‘snoepgoed’ meer een corsage in plaats van een echte versierder. Daarnaast is er de diep-aardse noot die het nodige tegenspel levert. Lekker hoor: een beetje oudh, een beetje leer, een beetje guaiac op ‘hun beurt’ verwarmd door amber. Opvallend eindresultaat: Iris Harmonique is hierdoor minder vrouwelijk, eerder ‘stoer vrouwelijk’ richting mannelijk.

WAT GENTLEMEN ONLY ABSOLUTE IK EIGENLIJK

Ben je als vrouw gecharmeerd van deze ‘mannelijke’ interpretatie van iris, vraag dan even ‘aan hem’ of je Gentlemen Only Absolute mag proberen. Ik ga nu even voorbij aan alle tips die Givenchy je van hand doet om de absolute perfecte heer te worden. Tip van de sluier: Gentlemen Only Absolute is een goede stap in de richting.

Givenchy omschrijft de nieuwe variatie als ‘een buitengewone ervaring met een rode loper-allure die een sensueel spoor op de huid achterlaat met verslavende werking. Logisch gezien de houtachtig-oosterse opbouw. Ofwel, een kruidenexplosie (voorafgegaan door een zacht bergamotwindje) van droog-pittig nootmuskaat en zoet-poederig kaneel die een up to date-accent krijgt door het niche-ingrediënt du moment: saffraan.

Deze specerij geeft een zonnig, warm-sensuele gloed aan het geheel. In de basis wordt deze sensualiteit versterkt door een gulle dosis vanille en krijgt een masculien, ‘gentlemen’-accent door sandelhout. Alleen: door dit alles neem je toch een strakke, synthetische noot waar waardoor de compositie blijft hangen op in plaats van één te worden met de huid. Jammer.

Vraag me of dit de gemiddelde parfumketenklant als zodanig ervaart: die is inmiddels gewend geraakt aan dit soort composities; weet niet beter. Een manier om Gentlemen Only Absolute up te graden. Hé, da’s nou toevallig: Iris Harmonique. Die geeft de geur een poederig en ‘diep-houterig fond’, transformeert so to speak hem van een doorsneeman naar een gentleman.

dahlia-divin-le-nectarNu we toch bezig zijn: Dahlia Divin Le Nectar de Parfum is ook nieuw. Heel merkwaardig, en misschien wil ik het graag zo zien, maar het lijkt of Givenchy Dahlia Divin aan het witwassen is. Ik bedoel deze goddelijke creatie werd eerst ‘geambassadriest’ door Alicia Keys en nu door de blanker dan blank Candice Swanepoel. Zou het dan zo zijn dat black beauties als uithangbord voor parfums nog steeds niet werken – of ze moeten hun eigen lijn promoten, zoals Naomi Campbell, Mary J. Blige, Beyoncé – ook niet bij de zwarte gemeenschappen wereldwijd?

Of zou het aan de geur zelf liggen, dat de compositie zelf eerder wordt geassocieerd – cliché – met rein, puur, ongeschonden en dus blank. En – een nog verschrikkelijker cliché – wild, woest, donker en ongetemd met een oosterse geur en dus donkere huidkleur? Heeft de marketing hierbij stilgestaan, gezien ‘whitewashing’ in Amerika nu erg gevoelig ligt – zie de consternatie rondom de biopic Nina (2016) over het leven van Nina Simone.

Anyway: de bloemen in Dahlia Divin Le Nectar de Parfum – mimosa, roos, jasmijn – krijgen niet zoals je door de naam misschien zou verwachten een extra injectie van mirabel, perzik, abrikoos pruim en andere fruitige zachtmakers – roos en jasmijn winnen het trouwens van de mimosa – maar een ‘nectar’ die meer zwoel is. Met name de tonkaboon ‘springt’ er uit, en die gaat een poederig verbond aan met witte musk. Vetiver en sandelhout moeten voor een contrast, of ‘in evenwicht trekken’ zorgen, alleen niet op mijn huid. En wat een verschil qua ‘beleving’ met Iris Harmonique – is appels met peren vergelijken. Ook hier: een paar spraytjes ervan op of onder Dahlia Divin Le Nectar de Parfum waardeert de compositie op. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling.

En de kans dat de vrouw die Dahlia Divin Le Nectar de Parfum koopt thuis een andere niche-iris heeft staan is klein. Want de ‘kloof’ tussen de gebruikers van masstige en massniche, en die van niche is nog steeds groter dan je denkt.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE GIVENCHY LOGO

N°5 L’EAU CHANEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 2, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

‘N°2016’: ODE AAN DE EENVOUD

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 02/10/16

Neus: Olivier Polge

Model: Lily-Rose – dochter van Johnny Depp en Vanessa Paradis – Depp

De kracht van een klassieker? Dat het zich probleemloos weet aan te passen aan heersende modes en codes zonder het ware karakter van de compositie te verloochenen. Zegt men. Heeft men ooit bedacht. Was het Coco Chanel zelf die niet zei: ‘Ik wil onderdeel zijn van datgene wat gaat komen’. Beweert ‘Chanel’ nu. De sinds 2014 aangestelde ‘in huis parfumeur’ Olivier Polge verdiepte zich in het geheim van N°5 en vertaalde dat naar een eigentijdse variatie voor een nieuwe generatie. Het resultaat: N°5 L’Eau. ‘Zo essentieel als water, puur, fris, mooi, universeel, een bron van leven’.

Is nodig, want het ‘algemene’ vooroordeel: N°5 is een mooi, alleen te zwaar voor ‘de nieuwe generatie’ consumenten. Dat ligt dus niet aan gebruikers, maar aan de manier waarop nu parfums worden geproduceerd en ‘vermarket’: licht, luchtig, transparant. Niet zwaar, vol en rijk. We hebben het dan wel over masstige-geuren – een samentrekking van massa en prestige, niet over niche. Want als je blind een jonge consument N°5 laat ruiken, zonder verhaal, zonder uitleg, grote kans dat ze de geur ‘best wel te pruimen’ vindt.

Hoe het ook weze moge, Chanel wil de aansluiting met de jonge consument niet missen. Wie niet in parfumland? Vandaar N°5 L’Eau. Het is recentelijk de tweede poging van het couturehuis om dé klassieker van de 20ste eeuw te verjongen. De vader – Jacques Polge – van Chanels huidig huisneus deed het in 2007 met Eau Première. Hij zei toen: ‘Ik wou het parfum een meer heldere en pure benadering geven zonder me te veel van het origineel te verwijderen’. Hoewel de ingrediënten in nieuwe verhoudingen gepresenteerd, bleef het typische kenmerk van N°5 overeind: de aldehyden.

Wat doet zijn zoon, Olivier, negen jaar later: ook hij ontleedde als een chiurg stuk voor stuk alle ingrediënten en presenteerde die eveneens in nieuwe verhoudingen. Alleen nòg meer in sync met de parfumcodes van het nieuwe millennium. Dus zorgeloos en transparant. Met andere woorden: ‘Een ode aan de eenvoud’. N°5 L’Eau is minder abstract en diffuus dan zijn voorgangers, is als compositie eenvoudiger te analyseren.

N°5, gelanceerd in 1921, staat bekend om zijn overdosis aan aldehyden. Een revolutionair synthetisch component – door Chanel als eerste toegepast samen met de neus Ernest Beaux – dat bloemen in een compositie voller en rijker laat bloeien, met een bijna metaalachtige finish. Deze aldehyden worden in N°5 L’Eau door Oliver Polge getemperd door ze te omringen met een fris en tintelend hesperide-boeket van citroen, mandarijn en sinaasappel. Je ruikt de aldehyden nog wel; present maar meer als ‘herinnering’ op de achtergrond. Een leuke ervaring in vergelijk met het eau de parfum. De bloemen in het hart blijven hetzelfde.

Alleen ook hier: de onderlinge verhoudingen veranderd. Sensuele roos en helder jasmijn bloeien zoals in N°5, alleen zorgt een groenere versie van ylang-ylang voor een meer modern-elegant geheel. Maar ook hier: een diffuus boeket als resultaat. De verrassing zit hem voor mij in de basis. Vetiver en cederhout garanderen een duidelijke houttoon – strak en droog – die door witte musk en katoen een frissere en transparante ondertoon krijgt. Zie daar het modern elan. Alleen: de reacties van doorgewinterde klassieke N°5-fans in mijn vriendenkring lopen nogal uiteen. Ik ga binnenkort een meer uitgebreide consumententest doen. We houden u op de hoogte.

Tenslotte, vergeet niet dat N°5 L’Eau geen eau de cologne, geen verwaterde versie is van het origineel, het is een nieuwe compositie helemaal toegepast op de geurcodes die nu spelen. Met de mediapremière N°5 L’Eau toont dat Chanel de wereld van social media perfect aanvoelt. Geen officiële persconferentie, maar gewoon via Instagram wereldkundig gemaakt – als opwarmertje. Gevolgd door een abri-campagne. Daarnaast werden invloedrijke bloggers, vloggers en ‘Instadrammers’ op de door Chanel beheerde roosplantages in de omgeving van Grasse uitgenodigd om de geur aan den lijve te ondervinden.

En kijk eens hoe de geur internationaal wordt ontvangen – ta-da! ‘the unboxing’ – door mindere ‘influential’ parfumbloggers! Zet je wel je wekker om de vijf minuten.

no-5-leau

 

 

SPLENDIA, DESIRIA – LE GEMME IMPERIALI – BVLGARI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 30, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D, GEURENALFABET S, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

‘JADE-MAGNOLIA’S’

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 30/09/16

Neus: Daniela Andrier

le-gemme-2Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.

En datzelfde ervaar ik met Splendia en Desiria die me werden toegestuurd. Irina niet, dus daarvoor moet ik binnenkort weer even richting Rokin. Wat ze verbindt? Jade. Is de gemeenschappelijke naam voor twee mineralen die als edelstenen worden gebruikt: jadeït en nefriet. Deze ‘steen’ heeft verschillende kleurschakeringen: bruin, zwart, ‘wolkenwit’ en – de meest geliefde – groen. Jade werd oorspronkelijk gebruikt als gereedschap maar kwam tijdens de Han-dynastie in zwang als sieraad. Jade wordt gezien als een waardevolle steen die boze krachten weert. Als men een stuk lang op zijn lichaam draagt, verandert de kleur. Of dat gunstig dan wel negatief op de zielenheil werkt, is me onduidelijk.

Daniela Andrier koos als olfactorisch symbool voor jade de magnolia – de bloem die vaak ‘op de een of andere manier’ met China wordt geassocieerd. En dat terwijl de struik, die kan uitgroeien tot een immense boom, zowel Azië als de Verenigde Staten als oorspronkelijke habitat heeft. Detail en toeval of niet: de ‘oude’ Chinezen noemden de Magnolia denudata de Jade-orchidee, en werd beschouwd als symbool van zuiverheid, en geteeld in tempeltuinen sinds de zevende eeuw.

Al met al heeft Daniela Andrier het goed getroffen. Want de magnolia-bloem is fragiel; bij aanraking valt die spontaan op de grond. Dan de geur – licht bloemig, beetje poederig (denk amandel) met een opvallend frisse citroenachtige ondertoon. Past perfect in de Gemme-filosofie dus. Ze zegt hierover: “Ik koos voor magnolia uit China als iconisch ingrediënt om de drie geuren te structureren en met elkaar te verbinden. Net als jade, is magnolia teder en sterk, delicaat en toch krachtig”.

WAT SPLENDIA & DESIRIA IK EIGENLIJK?

MAGNOLIA AT NIGHTSplendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.

Poederig, maar de aardse, minerale tonen worden er meer van benadrukt waardoor het fris-transparante karakter wordt voortgezet. Mooi de mos: zorgt voor een aardse ondertoon zonder dat de lichtheid verloren gaat. En als je heel goed door ruikt neem je de narcis waar; zorgt voor een bloemige sensualiteit maar anders dan de tuberoos.

Er zit natuurlijk meer in Splendia. Ik neem een soort lactone, melkachtige, poederige musk waar. Alsof die als een nevel over de hele compositie glijdt. Ook interessant: vaak wordt niche met duidelijke waarneembare geuren geassocieerd – overvloed, het niet besparen op ‘dure’ en ‘exclusieve’ ingrediënten. Splendia maakt duidelijk dat ‘less is better’ ook een aangename niche-ervaring kan zijn.

En dat geldt ook voor Desiria. Naam: idem overbodig. Ontloopt Splendia niet veel. Alleen is deze geur meer ‘musk-geharnast’. Wil zeggen: een poederige, eveneens lactone-achtige musk die zich als een bedje spreidt waarop de bloemen kunnen bloeien. De magnolia is hier minder present doordat ‘vol baan’ wordt gegeven aan de roos-tuberoosmelange. En in dit geval roos ondersteund door tuberoos. Met andere woorden: een roos lichtjes erotisch gemaakt door de tuberoos. Maar ook hier: niet overrompelend, want over het geheel van de compositie waait een lichte, frisse wind.

Alleen: ik kan me indenken – leve het vooroordeel – dat mensen meer verwachten van een juweliersnichelijn. Meer glinstering, meer glam(our). Dat doet Bvlgari dus niet. En dat vind ik mooi. Maar, krijg nou wat! Ik zie zonet dat de Gemme-lijn ook bij Sephora wordt verkocht – online te bestellen. Hoe zo exclusief? En hoe de lijn in het Midden-Oosten wordt gepresenteerd zie je op de clip.

le-gemme-3

LA PARFUMERIE MODERNE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 28, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET A, GEURENALFABET C, GEURENALFABET D, GEURENALFABET N, NICHE, PORTET. 2 reacties

DE ‘VERLOREN’, NOSTALGISCHE WERELD VAN LUXE HOTELS

‘CREATIES DIE DE TIJD EN TIRANNIE VAN DE CONSENSUS TROTSEREN’

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 28/09/16

Neus: Marc-Antoine Corticchiato

Concept & realisatie: Philippe Neirinck

Afgelopen vrijdag naar de open dag geweest van via K & Co geweest. Nicheparfums verdienen – niet elk natuurlijk, ‘hé, hallo!’ – een bij hun reputatie passende omgeving. Via K & Co zorgde voor een: Huis Barnaart in de grachtengordel van Haarlem. Een neoclassicistisch in Bentheim zandsteen opgetrokken stadspaleis – waar ooit in 1807 ‘onze’ koning Lodewijk Napoleon Bonaparte een tijdje resideerde.

Wat mij nog steeds verbaast: de moeite die de in België gesitueerde importeur de laatste jaren neemt om ook Nederland – retailers en pers – jaarlijks op de hoogte te brengen van nouveautés. Het leuke: via K & Co krijgt het voor elkaar telkens een paar van de oprichters van de merken die ze vertegenwoordig mee te nemen. Dit keer: Céline Verleure van Olfactive Studio, Valentine Pozzo di Borgo van het merk dat haar achternaam draagt en de ‘rechterneus’ van Marc-Antoine Corticchiato’s Parfum d’Empire – Alexis waarvan me de achternaam is ontschoten. Neem je als voormalig en huidig beautyredacteur, -blogger, -vlogger, -freelancer, -influencer, -funshopper (of hoe wordt tegenwoordig deze beroepsgroep eigenlijk omschreven?) de moeite te gaan, dan wacht je aan het einde een beautybag vol met ‘Sinterklaascadeautjes’.

la-parfumerie-moderne-bottles-1Via K & Co had ook een nieuw huis meegenomen waarvan ik weleens gehoord had. Werd me een tijdje geleden gepresenteerd door een parfumerie die het overwoog te verkopen: La Parfumerie Moderne. Waar ik het merk toen bij de eerste kennismaking totaal nevernooitjamaisniet mee associeerde was de wereld die ‘ons’ als zó begerenswaardig wordt voorgeschoteld, en waarvan ‘we’ weten dat die voor weinig mensen is weggelegd: de met vijf, soms wel met zes sterren gedoteerde hotels met legendarische status. Of zoals La Parfumerie Moderne het zelf omschrijft: ‘Het tijdperk van glamour, de legendarische hotels met hun tijdloze elegantie en hun chique reizigers uit heel de wereld’. Wat kenmerkt deze – tijdelijke – vijfsterrenverblijven? La Parfumerie Moderne: ‘Sommige oorden hebben een ziel, alsof ze verlicht worden door een onzichtbare maar sterk voelbare aanwezigheid’. Wordt vervolgd met: ‘Dat geldt ook voor de parfums van La Parfumerie Moderne. Met heldere lijnen en mooi getekende vormen onthult elke creatie andere texturen van grondstoffen, die de sfeer aankleden en vullen. Een elegante structuur en speelse verwijzingen naar de grote klassiekers van het begin van de twintigste eeuw. Ook dat is La Parfumerie Moderne’.

Alleen: ik associeer La Parfumerie Moderne niet met deze ‘À la recherche du temps perdu’-wereld. Niet in naam, niet in presentatie. Dan denk ik toch eerder aan de film Grand Hotel uit 1932 – die roept voor mij alles op Philippe Neirinck wat voor ogen had. Een gemiste kans, want de geuren zijn stuk voor stuk – hier volgt een cliché – juweeltjes. Niet zo vreemd als je weet dat Marc-Antoine Corticchiato de neus is. Het verschil met zijn eigen geuren voor Parfum d’Empire? De vintage toets, het oproepen van de vanzelfsprekende parfumweelde uit het verleden zonder te vervallen in ‘old school’ en ‘has been’. Als je ze draagt loop je niet het risico dat mensen zeggen, als ze het al durven: ‘Wat voor een oma-geur heb je nu op?’ Alleen, ik stel me er iets anders bij voor dan de ‘harde’ witte verpakking en de robuuste flacons. Eerder iets met ansichtkaarten van vroeger met daarop afbeeldingen van die verloren ‘hotelwereld’. Meer poëzie, meer ‘van toen’ dus.

la-parfumerie-moderne-bottles-2

De man achter het label, Philippe Neirinck, lichtte al de vier geuren persoonlijk toe. En een week later ruik ik ze in gedachten nog – geholpen door de blotters waarop je nog een echo van de compositie kunt ruiken. Zegt iets over de kwaliteit. En alle vier zijn mooie voorbeelden van hoe geuren hebben geroken tijdens de ‘gouden eeuw’ van de parfumerie: het interbellum.

WAT LA PARFUMERIE MODERNE RUIK IK EIGENLIJK?

Kwaliteit. Geuren gevrijwaard van overduidelijk bespeurbare synthetische gladmakers. Ik draag nu al een paar dagen Années Folles (bevond zich in mijn beautybag). Een mooi voorbeeld van hoe elegant lavendel kan ruiken. Eerlijk gezegd ben in ik niet zo lavendel-fan, maar in de ‘gekke jaren’ gedraagt ze zich nìet als een wijd uitgestrekt lavendelveld in de Provence. Dat komt omdat lavendel op weg naar de basis van de geur in contact komt met kruidige noten (tijm en nootmuskaat) resulterend in een ruw-kruidig accent en houtachtige nuances uitmondend in een zalvende basis (lavendel-absolu, tonkaboon-absolu, benzoëhars, patchoeli).

Het hart van geranium en vetiver geeft de lavendel eerst een bloemig en groen accent voor de warmte tot leven komt. Heel merkwaardig: ik krijg juist door de basis een ‘Guerlainesk’ gevoel. En dat bedoel ik als compliment. Ook mooi: terwijl de patchoeli Années Folles die warme toon verschaft – geholpen door tonkaboon en benzoëhars – blijf je de lavendel ruiken. Overigens is het hotel in kwestie Belles-Rives in Juan-les-Pins – waar ooit de Amerikaanse schrijver Scott Fitzgerald woonde toen het nog geen hotel was.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE SERINGDésarmant is een ode op een bloem die al een tijdje uit de gratie is: sering. De bedoeling van deze ontwapende geur wordt mooi omschreven: ‘Schenkt de sering haar adelbrieven en haar raffinement terug’. Ook hier: elegantie ten volle uit. Je ziet de volle trossen van de sering zachtjes in de wind bewegen. Maar wel geplaatst in een verwilderde tuin omdat de sering niet lieflijk is, maar een onstuimig randje vertoont door styrax en enorm verrijkt wordt door een boeket weelderige noten opgebouwd uit ylang-ylang, roos en osmanthus. Niet als zodanig stuk voor stuk te ruiken. Het is meer de totaalimpressie.

No Sport. Leuke naam en knipoogt naar ‘een beroemd Londens art deco hotel ten tijde van de Blitz in Londen’. Een mix tussen flitsend groen, bloemen, hout, kruiden en tabak. Maar heel casual, luchtig gepresenteerd. Het beeld klopt; ruik je: ‘In de plantenbakken op de terrassen, rozestruiken met de citroen- en muntgeur van geranium’. Met andere woorden: een roos die niet als ‘de koningin van de tuin’ heerst maar wordt gekieteld door kruiden – roze peper, kruidnagel – en uiteindelijk zoetig-zacht (tonkaboon, sandelhout) wordt. Maar niet poeslief, daarvoor zorgt liatrix die het vermogen heeft om de geur van tabak op te roepen en als zodanig door Marc-Antoine Corticchiato al vaker is gebruikt.

Cuir X is een ‘soort van’ compilatie van diverse vooroorlogse leergeuren. Ik moet direct denken aan Cuir de Russie van Chanel en Knize Ten (beide 1924). Zelfs een vleugje Tabac Blond (1919) van Caron. Alleen wat zachter. Voor mij eerder suède dan leer. Komt door de poederig noten van iris en de ‘glijdende’ basis van tonkaboon, vanille en cistus labdanum. Als je goed door ruikt neem je ook saffraan waar. Versterkt het suède-gevoel. Het hotel in kwestie: groot en gesitueerd ‘bij de Tuilerieën dat koningen heeft zien passeren, de maîtresse van een keizer, een Catalaans genie (wie zou dat toch zijn? Salvador Dali? Pablo Picasso?) met een ocelot – tijgerkat – aan de leiband…’.

Mijn beschrijvingen doen de geuren te kort. Je moet ze zelf ondergaan en ‘beleven’. Jammer dus van de presentatie, had sterker en overtuigender gekund, maar ik sluit me helemaal aan bij de woorden van Philippe Neirinck: ‘Elegante, geraffineerde creaties die de tijd en de tirannie van de consensus trotseren’. Dat is toch mooi gezegd, en vat in een notendop de huidige ‘geest in de (parfum)fles’ samen.

la-parfumerie-moderne-logo

MAN EN PARFUMGEBRUIK TOT VOOR KORT MINDER NORMAAL DAN JE DENKT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 23, 2016
Geplaatst in: ACHTERGROND, CELEB FRAGRANCES, MOET JE ECHT RUIKEN, Uncategorized. Een reactie plaatsen

“I CRIED ALL THE WAY TO THE BANK”

PLUS: TOP TIEN ‘OLD SCHOOL’ MANNENKLASSIEKERS

Doordat Jan met de Pet sinds het begin van de jaren tachtig met volle teugen geurtjes test, sprayt en (tax free) koopt, zou je bijna denken dat in de decennia daarvoor je parfumeren als man alleen in bepaalde kringen vanzelfsprekend was. En dat klopt dus. Maar niet zoals je wellicht verwacht. Met wel heel merkwaardige gebeurtenissen tot gevolg.

liberace-in-the-fifties-1Bestaat toeval? In mijn behoefte aan een andere interpretatie van het vermaledijde story telling in de parfumerie en lifestylekringen, stuitte ik tijdens een avondje Wikipediaën – hobby van me: tik een naam in die je interesseert en kijk waar je drie uur later terechtkomt – op Liberace. Zoals bekend verondersteld: een van de meest flamboyante entertainers die de wereld ooit heeft gekend. Volgens mij is Lady Gaga zijn geestelijk – uitgedaagde – kleinkind, maar dat is een ander verhaal.

In goede smaak-kringen gold hij vanzelfsprekend als ongekend kitsch en über-über the top camp avant la lettre. Het mallotige: het ontkennen van Władziu Valentino Liberace (1919-1987) dat hij homoseksueel was. ‘Zo schattig!’ moet je dan tegenwoordig zeggen. Zijn hele leven heeft hij tegen dit ‘vermoeden’ bij het grote publiek gestreden. Met als een van de meest absurdistische hoogtepunten/dieptepunten à décharge/à charge – tismaarnet hoe je ernaar kijkt – die hij in stelling bracht tijdens een proces dat hij in London in 1956 aanspande vanwege aangedane smaad.

De link met geurf? Nog even geduld. In The Daily Mirror omschreef columnist Cassandra (William Connor) Liberace als – hier volgen slechts enkele high lights – “the summit of sex, the pinnacle of masculine, feminine, and neuter. Everything that he, she, and it can ever want… a deadly, winking, sniggering, snuggling, chromium-plated, scent-impregnated, luminous, quivering, giggling, fruit-flavoured, mincing, ice-covered heap of mother love”. Een omschrijving die duidelijk impliceerde dat hij… gay was.

Liberace antwoordde in eerste instantie telegrafisch met een zin die begint met “What you said hurt me very much” en eindigt met de legendarische en inmiddels door veel andere onberoemde en beroemde mensen geciteerd: “I cried all the way to the bank”. Tijdens het proces herhaalde Liberae dat ‘he was not homosexual and never had taken part in homosexual acts’. Hij won mede op basis van door Connors denigrerende omschrijving ‘fruit-flavoured’ – Amerikaans slang voor homo. De £8,000 schadevergoeding die hij kreeg, deed Liberace tegen de journalisten herhalen “I cried all the way to the bank!”

Let wel: hij droeg toen nog niet – net zoals zijn collega Elvis Presley – de more is better glitter- en glamoutfits, maar gewoon een klassieke smoking tijdens zijn optredens. Dit werd door een voormalig journalist van de Daily Mirror – Revel Barker – gebruikt als titel van zijn boek waarin hij het proces minutieus op basis van transcripties, rechtbankverslagen en interviews beschrijft: Crying All the Way to the Bank (2009). Een gedeelte van het proces werd voor een uitzending van de BBC serie Reputations ‘nagehoorgespeeld’.

Zie en luister vanaf 17.10. En dan in het bijzonder vanaf 19.03 waarin Liberace vragen moet beantwoorden over zijn eau de toilette-gebruik. Herhaal dit nog een keer. Herhaal dit nog een keer. Dan realiseer je je pas dat je eigenlijk niet weet wat je hoort. Je krijgt eerder de eerder indruk in een sketch van Monty Python’s Flying Circus te zijn beland in plaats van een doodserieuze rechtszaak. Je vraagt je af waarom the beat generation niet eerder is begonnen te meppen op de gevestigde orde – wat een partij verstikkende en geborneerde saaiheid in het naoorlogse Great Britain.

Met welke cleane geur toiletteerde Liberace zich in those days? Had ik graag willen weten. Want tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw was geurgebruik bij mannen alleen in bepaalde kringen populair: de elite. Getuige de speciale made to measure-colognes die onder meer de Creeds en de Guerlains voor diverse mannen maakten waar blauw bloed door de aderen stroomde. En natuurlijk ‘mannen uit artistieke kringen’ – lees : homo’s – waarvan sommige natuurlijk ook van adel waren.

Je komt bij het in kaart brengen wel uit op de klassieke top tien van  old school mannengeuren plus twee gender free. Of gebruikte Liberace, net zoals Sergei Diaghilev, Guerlains Mitsouko (1917) ‘by the dozen’?

Fougère Royale Houbigant (1881)

Jicky Guerlain (1889)

Blenheim Bouquet Penhaligon’s (1902)

Mouchoir de Monsieur Guerlain (1904)

Colonia Acqua di Parma (1916)

Knize Ten (1924)

Pour un Homme Caron (1934)

Snuff Elsa Schiaparelli (1937)

Special for Gentlemen Le Galion (1947)

Moustache Rochas (1949)

Eau Fraîche Christian Dior (1953)

Pour Monsieur Chanel (1954)

liberace-and-elvis-in-the-fifties

L’ENVOL CARTIER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 18, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

OP VLEUGELS VAN

‘EEN GODDELIJK MIDDELTJE OM U EVEN EEN GOD TE WANEN’

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 18/09/16

Neus: Mathilde Laurent

Geurengoeroe heeft zich voorgenomen om tijdens zijn ‘long(d)read’ bespiegelingen niet meer de bedoelingen van de het merk mee te nemen. He lets the perfume speak. Niet altijd even makkelijk. Vooral als hij een flacon ziet waarvan hij ‘per direct’ denkt: why and why so difficult? L’Envol van Cartier dus. Eerste indruk – Cartier vergeef me! – Hugo Boss. Komt door de dop en het rode ‘Hugo’-labeltje. Tweede indruk: een hoog test tube-gehalte. En dat past natuurlijk naadloos in de ‘lab-trend’ van nu, en ooit begonnen met Le Labo. Zeg maar een ‘alpha male’-benadering. Niet de droom, de illusie (dat is voor ‘de vrouwtjes’), maar de chemie/wetenschap die dit allemaal mogelijk maakt. En dat terwijl de naam dit verlangen wel in zich draagt. L’Envol betekent De vlucht.

Ik fantaseer dat Cartier liever Envol (1981) had gebruikt, maar deze naam ‘is’ nog steeds bezit van Ted(je) Lapidus. De juwelier spreekt zelf van ‘een knap staaltje techniek; een ongeziene combinatie van traditionele glasblazerij (ampul) en de uitmuntendheid van de glasblazerij van de tafelkunst (glaskoepel)’. Snap u het? Geurengoeroe niet. Wat is er traditioneel aan de ampul, wat wordt verstaan onder tafelkunst? Nog zoiets: de glaskoepel is van plastic. Nog zoiets: ‘deze gebarentaal van mannelijke mechanica’ doet Geurengoeroe denken aan het helaas niet zo goed inhoudelijk uitgevoerde idee van een ‘directe’ Cartierconcurrent: Histoire d’Eau (2002) van Mauboussin (inmiddels verdwenen).

Dat dan weer wel: de ampul is navulbaar. Wil zeggen: wordt deze L’Envol je nieuwe klassieker, dan koop je een nieuwe volle ampul ‘die op zichzelf kan reizen’ en  zich leent tot diverse gebruiken: ‘nomadisch of sedentair’. Doe maar duur! Sedentair: ‘een vaste woonplaats, verblijfplaats of standplaats hebbend’. Maar deze sedentaire mogelijkheid geldt alleen voor de 100 ml-referentie. Die heb ik, durf’m alleen niet los te draaien. Beter gezegd: lukt me niet.

Cartier gebruikt een chique doelgroepomschrijving die, als je even doordenkt, op bijna elke man kan slaan: de ondernemer, de hedonist, de ‘technofiel’, de terughoudende. En de naam: wel, je moet werkelijk over geen graantje gevoel of verbeelding beschikken om er niets mee te kunnen. L’Envol is een goed voorbeeld van hoe de consument door de uitgekiende marketing van de moderne parfumindustrie geur de laatste 50 jaar is gaan ervaren.

Er zit ook nog een stukje story telling bij L’Envol – er wordt gerefereerd aan een van de eerste ‘luchtacrobaten’ van de vliegtuigindustrie: Alberto Santos Dumont (1873-1932) een van de beroemdste vliegtuigpioniers rond de vorige eeuwwisseling én vriend van de Cartierfamilie. Om tijdens zijn heldhaftige pogingen ieder moment te weten of hij weer een record zou breken, vroeg Santos Louis Cartier in 1906 een klokje te ontwerpen dat niet aan een ketting zou hangen. Et voilà: volgens Cartier was het eerste polshorloge geboren dat in 1911 commercieel werd geproduceerd. Nog steeds in de collectie: Santos (1981).

WAT L’ENVOL IK EIGENLIIJK?

Heel veel als je het wilt. Zoals alle Cartiergeuren is ook L’Envol goed gemaakt. Dat is vanzelfsprekend: ‘haute jouaillerie oblige’. Alleen frappeert de geur niet in de zin van dat je reukzin een hoge vlucht neemt. Is toch meer marketing dan daadwerkelijk de gebruiker meenemen op een duizelingwekkende olfactorische escapade. Hiervoor moet je bij Cartier bij Les Heures – de nichelijn – zijn. Kom ik binnenkort echt een keer op terug.

De geur moet aangenaam vertrouwd ruiken voor de gemiddelde ketenparfumerieklant: een amberachtig met een fris halo. Het heeft voor mij een hoog jaren negentig feel. De opgegeven ingredriënten: ‘vernevelde’ musk, guaiac-hout, honing, iris, amber. Deze vernevelde musk garandeert een frisheid de gelukkig verder gaat dan de gemiddelde platte witte musk. Poederig (iris) zonder vrouwelijk te worden. Het hout is ook goed te ruiken. Beetje rokerig, beetje musky. En de amber is luchtig – beetje aards (patchoeli), beetje vanille-achtig, beetje tonkaboonachtig inclusief de honingzachte noten. Ofwel, een fusie tussen warm en fris, water en vuur.

lenvol-de-cartier-1

‘OH DEAR LORD HAVE PITTI ON OUR POUR PERFUME SOULS!’

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 14, 2016
Geplaatst in: ACHTERGROND, GEURENALFABET E, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN, Uncategorized. 1 reactie

KAF VAN HET KOREN

EN: EAU SENSUELLE BOTTEGA VENETA

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 14/09/16

Neus: Michel Almairac, Mylène Alran

Concept & realisatie: Tomas Maier

pitti-fragranzeWas ik dus onlangs bij www.parfumaria.com – ter gelegenheid van de introductie van twee nieuwe merken; Sammacro en Parfum Sartori. Kom ik nog op terug. Of niet? Want daar had ik het met ‘Maria van Geuren’ over in verband met mijn ‘transitieperiode’ als Geurengoeroe. Ze gaf me als advies: besteed alleen aandacht aan lanceringen, merken die je echt interessant vindt. Kaf van het koren scheiden dus. En er is me tegenwoordig toch veel van het laatste – ook in het nichesegment. Zelfs op de Pitti, zo vernam ik uit diverse bronnen, moet je steeds meer tussen als paddenstoelen uit de grond pop-uppende nichebomen goed zien of het parfumbos nog wel bestaat. ‘Oh Lord have Pitti on our pour perfume souls!’

Wat is volgens u dan kaf? Hoewel er vaak op de kwaliteit niets is aan te merken, val ik in slaap, wordt bijna kwaad van alle merken die hun identiteit steeds meer opgeven om maar dat extra graantje te kunnen meepikken. Wat krijg je: inwisselbare chic. Dus, waarom ook niet, een, twee, drie, vier, vijf, etc., etc., creaties op de markt zetten die je meevoeren naar het Midden-Oosten waar in het zinderende woestijnzand caravans bepakt met oudh op weg zijn naar eeuwenoude parfumateliers. Even zoeken de kameeldrijvers beschutting en koelte bij een oase. Palmen wuiven, dadelbomen bezwijken onder hun vruchten, een kortstondige regen – een fata morgana? – verdampt in aanraking met het hete zand; ‘Hé, weer een idee voor een geur! Noteren niet vergeten’.

eau-sensuelle-bottega-veneta-modelMaar dit gezever van mijn kant kan ook een luchtweerspiegeling zijn in mijn gedachten. Zie ik het verkeerd? Ja, het is waar, ik moet oppassen dat ik niet cynisch word. Niet makkelijk als je een persbericht te lezen krijgt waarin staat vermeld dat de nieuwe geur is bestemd ‘voor de vrouw die niet bang is om haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Cliché van het zuiverste water.

Je vraagt je af waarom het in alle opzichten nieuwe luxe-label Bottega Veneta voor deze benadering kiest. Tuurlijk: het wil natuurlijk dat zoveel mogelijk consumenten op de hoogte worden gebracht van Eau Sensuelle. Alleen de Bottega Veneta-klant is niet ‘iedereen’. Het Italiaanse label ontleent zijn kracht juist aan het uitzonderlijke. En de geuren vragen, zeker in vergelijk met het aanbod in de ketenparfumerie, nèt iets meer van de consument. Ik ken er een. Ze woont in Zwolle. Een vrouw van middelbare leeftijd, met een artistieke achtergrond en niet op de hoogte van niche en wat dies meer zij. Toen ik haar voor het eerst ontmoette drie jaar geleden, en we het dus – mijn roem was me vooruitgesneld – al snel over geuren hadden, vertelde ze mij hoe blij ze was met die van Bottega Veneta. Haar woorden: voorbij de middelmaat, van vroeger, mooie, volle, echte geuren, chypre – haar favoriete groep. Bij toeval ontdekt en nu een ware fan. Haar dus even gebeld naar aanleiding van Eau Sensuelle. En ja hoor, ze had hem al.

WAT EAU SENSUELLE IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE GARDENIAWat vond ze ervan? Lekker fris en pittig in de opening. Maar het was vooral de zacht-bloemige noot die haar beviel. En het allerlekkerste: het idee dat Bottega Veneta’s eerste geur erin viel te bespeuren. There you have de compositie in a nutshell.

De opening komt op conto van bergamot en met name roze peper – die zorgt voor een aangename prikkel met, zo komt het mij voor, een lichte gembernuance op de achtergrond (zal de bergamot wel zijn). Het Eau Sensuelle-hart: een elegante combinatie van fluwelig gardenia (tekening) die extra zacht wordt door perzik. Jasmijn versterkt het bloemengeheel. En dan het leer. Mooi op de achtergrond, maar niet al te prominent door het lang aanhoudende effect van perzik. Het chypre-karakter van de geur komt tot wasdom in de basis: patchoeli met een toefje vanille.

Kortom, een mooie neo-chypre. Niche in de ketenniche. Niet masstige, maar massniche. Hoewel cliché, klopt deze constatering in het persbericht: ‘Discrete elegantie, tijdloze verfijning’. Mocht dit niet voldoende overtuigen hier het droombeeld van Bottega Veneta’s artistiek directeur, Tomas Meier: ‘Het zonovergoten platteland van Veneto, waarin de rijke geuren van de Italiaanse natuur zich mengen met de soepele lederwaren van het modehuis’.

En over de doelgroep: ‘Eau Sensuelle zal een andere vrouw aanspreken dan Signature Bottega Veneta eau de parfum – iets jonger, in leeftijd en/of in mind’ en – here we go again – ‘niet bang haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Mijn vraag: zijn vrouwen daar bang voor?

eau-sensuelle-bottega-veneta-bottle

GEUR BREIDT ZIJN ACTIERADIUS UIT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 12, 2016
Geplaatst in: ACHTERGROND, Uncategorized. 4 reacties

PARFUMBLOGGEN IS VERLEDEN TIJD?

‘SMELLODIE’ IS DE TOEKOMST (IN DE CINEMA)?

Laatst aangepast: 13/09/16

De snel veranderde internetregels stelt bloggers voor een probleem. Of niet? En: parfum spreidt zijn vleugels uit en bezoekt oorden waar je het niet op de eerste plaats verwacht.

smeller-2-0-1Geurengoeroe heeft een bloggerprobleem. Hij is niet de enige. Wat wil: schrijven is ‘not’. filmpje, vlogje maken is ‘hot’. Zei onlangs de oprichter van Facebook himself via een… videomessage. Mensen hebben geen zin meer in ellenlange fijngeslepen en fijn geschreven bloggersuitwijdingen over het hoe en waarom. In zijn geval geur. ‘Zal wel’ denken de meesten. Je kunt het ook verwoorden in een clip van een, twee of drie minuten. Gebeurt natuurlijk al: duizenden plaatsen hun geurrecensies – die weliswaar vaak te lang door dralen – op internet via Youtube en andere kanalen. De meesten blijven steken in platitudes en/of van über-enthousiasme overlopende lofuitingen die garanderen dat ‘de merken’ geuren ‘ter beoordeling’ blijven toesturen.

Slechts enkele becommentariëren met kunde en vakmanschap. Alleen autoriteit en specialisme van de eerste generatie bloggers met een gids- en duidingsinvalshoek (op welk gebied dan ook) doen er steeds minder toe. Who cares? Het moet gezellig blijven. Conclusie: bloggers maken  steeds meer pas op de plaats voor influencers. Is dit erg? Nee. Eerder een logische ontwikkeling van het toenemende gebruikersgemak van internet. Nu alleen de vraag: hoe pas je je aan in deze nieuwe situatie? Geurengoeroe denkt daar al een tijdje over na, is aan het oefenen geslagen met fragrance-filmpjes, maar is nog niet tevreden met het resultaat. Wordt vervolgd. Voor het zover is, korte geurbeschrijvingen en – hij kan het niet laten – langdradige onderwerpen die het begrip geur verder trekken, zoals vorige week aangekondigd.

polyesterZoals: film & fragrance. Als hij het had geweten, en zijn agenda beter had gepland dan was Geurengoeroe nu in Berlijn. Daar wordt geëxperimenteerd – in de vorm van een festival – met onder andere films waarbij geuren op de achtergrond het verhaal sturen. Doel: de totaalbelevenis groter maken. Met andere woorden ‘story telling’ die het zintuig reuk actief betrekt bij de zintuigen gehoor en zicht. Andere onderdelen: Wolfgang Georgsdorf, uitvinder van het elektronische geurorgel Smeller 2.0, geeft première van geurcomposities die solo of in combinatie geluid, muziek, film en literatuur de bezoekers een geheel nieuw artistieke ervaring bezorgen.

Hiermee lijkt het door Richard Wagner in gang gezette ‘Gesamtkunstwerk’ – begin 19de eeuw vervolmaakt door de Russische componist Alexander Nikolayevich Scriabin – pas echt ‘totaal’ te zijn geworden. En geluidskunstenaar Carl Stone – beter bekend als ‘the king of sampling’ – geeft een live performance van elektro-akoestische-geurcomposities.

Helemaal nieuw is het niet trouwens, film en geur. Bij het kopen van de ticket voor de megazwarte komedie Polyester (1981), kregen bezoekers een scentstrip als gimmick mee – genaamd Odoroma – met verschillende geuren – die bij het op het doek aangekondigde momenten – gescratched moesten worden. Hier was het vooral de meligheid die de boventoon voerde; de odeurs die je onderging stonden haaks op wat de gemiddelde filmfan zich erbij voorstelde. Geen bloemetjes en bijtjes, wel de aroma’s ‘geëxtraheerd’ uit de beerputten van onze maatschappij.

En iets van een andere orde: in 2009 werd in het Guggenheim Museum de eerste ScentOpera uitgevoerd. Geconcipieerd door Stewart Matthew die hiervoor samenwerkte met de componisten Nico Muhly en Valgeir Sigurdsson, en de neus Christophe Laudamiel. Werd onder meer gesponsored door Thierry Mugler Parfums voor wie Laudamiel in 2006 Le Parfum Secret samenstelde. Vijftien geuren geïnspireerd op de teleurstellende (vindt Geurengoeroe) verfilming – ging dat jaar in première – van Patrick Süskinds Das Parfum.

Eén van de films die tijdens het Berlijnse Osmodram Festival begeleid worden door een ‘smellodie’ is Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht. Daar komt veel bij kijken zoals blijkt: de Smeller 2.0 weegt 1,6 ton, heeft 64 geurkanalen die door gestuurde ventilatie geuren in de bioscoop verspreiden. De neus van deze smellodie is Geza Schoen van Escentric Molecules.

Geurengoeroe is benieuwd, alleen vraagt hij zich af of de aanhoudende ‘verparfumering van de wereld’ wel zo nodig is. Zo gebeurt het steeds vaker dat tentoonstellingen in musea worden opgefleurd worden met geuren. Was het tot voor kort gewoon dat kunstwerken zo neutraal mogelijk werden gepresenteerd – dus zo veel mogelijk gevrijwaard van geur en geluid zodat je je ongestoord kunt concentreren op de kunst – dat wordt nu in het kader van ‘totaalbeleving’ losgelaten. Zo biedt de MET (Metropolitan Museum of Art) in New York sinds een tijdje ‘multisensory booklets’ die zijn uitgevoerd met een ‘touch-activated’ geluiden en geuren. Het idee: de tijd ‘oproepen’ waarin de kunst werd gemaakt.

Geurengoeroe vraagt zich in deze ook af: geuren zijn ‘van alle tijden’. Stank is altijd hetzelfde geweest, prettige geuren ook. Wat ‘moet’ ik ruiken (wil ik het ruiken?) als ik in het Rijksmuseum kijk naar Het Melkmeisje van Johannes Vermeer? Melk, brood, het hout van de vloer, de gepleisterde muren? Het raam is dicht, dus de geur van stad is dus beperkt – isolatiemateriaal en dubbele beglazing was nog niet gebruikelijk. En stel dat je deze mogelijkheid bij elk kunstwerk wordt geboden? Verlaat je ‘geurgek’ het museum. Wat interessanter is: een parfumeur die zich laat inspireren door een kunstwerk, zoals Spiros Drosopoulos van Baruti.

Zijn Melkmeisje (2014) opent het gesloten venster en laat je de sensaties en de verwachtingen die het voorjaar ‘tijdens onze Gouden Eeuw’ oproepen olfactorisch ervaren. Onverwacht en origineel, en geeft je de gelegenheid elke keer dit gevoel op te roepen – als je wilt (bij aankoop van de geur). Heel wat beter en ‘langhoudender’ dan al die prullaria-onzin die je in ‘shopping mall’ van het Rijksmuseum kunt kopen.

MELKMEISJE VERMEER

 

 

MAN BLACK ORIENT BVLGARI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 7, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET M, MASSNICHE. Een reactie plaatsen

man-black-orient-bvlgari-2Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 07/09/16

Neus: Alberto Morillas

Man Black Orient is een goed voorbeeld dat masstigegeuren meer en meer beïnvloed worden door niche. In feite niche maakt heel veel geuren geleverd door dezelfde producenten overbodig. In Bvlgari’s geval: Bvlgari Man (2010). Alhoewel oudh tot vervelens toe is gebruikt, maakt Alberto Morillas de geur interessant door deze Europese geur te maken alsof die alleen wordt gedragen door mannen uit het Midden Oosten – die zijn niet bang om naar rozen te ruiken. De tuberoos vind ik moeilijk om te detecteren. Niet de ‘vintage-rum’ – in de opening even opgefrist door kardemom – en zeker niet de oudh die mooi wordt gelayerd door leer. Als de tuberoos meer geprononceerd was geweest – dus die geil-romige bloemennoot – dan was Man Black Oriënt gewaagder geweest en ‘vanzelf’ niche geworden.

 

 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 126 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....