GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

UOMO SALVATORE FERRAGAMO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 25, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET U. Een reactie plaatsen

DOLCE FAR NIENTE & LA DOLCE VITA GECOMBINEERD

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 25/10/16

Neus: Aurélien Guichard Alberto Morillas

Ambassadeur: Ben Barnes

14875031_10154058447612709_733528106_nDilemma: welke geur vandaag recenseren? Qual der Wahl zoals de Duitsers het noemen. Een echt interessante nieuwkomer (wat zijn de maatstaven?) of een algemeen ‘geurgevalletje’ (wat zijn de maatstaven?). De oplossing: iemand anders de keuze laten maken. Een vriendin was op bezoek met nihil interesse voor parfum. Ze bestaan nog dat soort mensen – gelukkig. Ze spuit op wat ze cadeau krijgt. Er zijn dagen dat ze niet spuit omdat ze het gewoon vergeet. Ze pakte dus lukraak zonder op de merken en de verpakkingen te letten: Uomo van Salvatore Ferragamo.

Met deze geur wordt voor de zoveelste keer de Italiaanse cultuur gevierd, op een voetstuk geplaatst. Want ‘dolce far niente’ gecombineerd met ‘la dolce vita’ blijft een van beste exportproducten van Italië. Salvatore Ferragamo schroomt het cliché niet, want het luxe label ‘inspireert de eigentijdse man’. Hij is ‘een moderne heer met een typisch Italiaanse uitstraling: zeer charismatisch, creatief en stijlvol waar hij ook gaat’. Dit en meer feitjes en weetjes kun je lezen in de ‘Uomo Salvatore Ferragamo de krant voor de man’. Redactioneel wordt de meeste aandacht besteed aan ‘Scent of Life’ in combinatie met de Italiaanse manier van leven. En dat blijkt dus voor de Ferragamo-man ‘een houding, een staat van zijn; hoe hij het leven benadert waarbij hij altijd streeft naar het beste’.

Dus met ‘een dosis ironie en optimisme, een oog voor stijl en schoonheid’. Deze benadering vindt je volgens Ferragamo overal ter wereld, de reden dat het huis het ‘Scent of Life’-project lanceert die ‘jonge talenten uitnodigt een foto te nemen waarin hun Italian way of living naar voren komt’ – zie: www.parfums.ferragamo.com. Mocht je niet voldoende inspiratie hebben – Ben Barnes brengt je in de juiste stemming.

WAT UOMO IK EIGENLIJK?

14875165_10154058447542709_892361810_nIk vraag me je af hoe het overleg tussen de twee neuzen is gegaan. En hoeveel tijd de ontwikkeling van de geur in beslag heeft genomen. Ik denk: niet veel. Het is een ‘intikkertje’, een crowdpleaser die nu in de ketenparfumerie doorgaat voor chic-klassiek. Het is een volgens mij een kwestie van op een paar knoppen drukken om de nu zo geliefde ambroxan-sandel-kasjmier-houtbasis te voorzien van wat ‘onderscheidende’ smaakmakers.

Wel leuk: je kunt alle hoofdlijnen detecteren. Classificatie: een houtgeur met sensuele finish. Opening: fris-pittig. Een pingpongspel tussen zwarte peper en kardemon, bergamot en oranjebloesem die vloeibaar overgaat in de zojuist genoemde houtbasis. Die is strak en droog gelardeerd met tiramisu – hoe Italiaans. Dat moet je niet al te letterlijk nemen, het is de opgevoerde tonkaboon met op de achtergrond een aantal niet genoemde smaakmakers: een lactone-noot (denk aan de room van tiramisu) waaraan accenten van kaneel, nootmuskaat en cacao kleven.

Is dit toetje op, dan manifesteert zich de ambroxan-sandel-kasjmier-houtbasis helemaal zoals het hoort: stoer en mannelijk zonder de verfijning, ‘gladheid’ te verloochen. En dat is toch interessant; langer op de huid meen ik een lichte noot van oudh te herkennen. Het zal wel de som der delen zijn. Toch leuk.

14697311_10154058448517709_1250041473_o

KENZO WORLD

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 17, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET W, OPVALLEND PARFUMNIEUWS, PARFUM IN DE MEDIA. Een reactie plaatsen

BOODSCHAP V/S GEUR

CROWDPLEASER VOOR EEN FEMINISTISCH STATEMENT?

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 17/10/16

Neus: Francis Kurkdian

Model: Margaret Qualley

Visualisatie: Spike Jonze

Concept & realisatie: Carol Lim en Humberto Leon

kenzo-world-flacon

Opvallend: parfum haalt over het algemeen de pers niet vanwege de compositie, de inhoud. Wel door het ‘lifestylegedoe’ en de miljoenen-hurlyburly er omheen. Een greep: Dior huurt Versailles af voor promotieclip van J’adore. Lady Gaga die in de aanloop naar Fame bekent dat haar eerste geur naar een chique hoer moet ruiken (en niet wist waar te maken met haar pruttelparfummetje). Brad Pitt model van voor N° 5 (afgebrand maar ik vond het slim). Guerlain onderneemt voor zijn nieuwe parfumclip van Shalimar een reis van twee weken naar India (zonde van het geld). Dochter van Johnny Depp en Vanessa Paradis het nieuwe model van de nieuwe variatie van Chanel N° 5 (it runs in the family). Victoria Beckham tekent contract met Estée Lauder (ben benieuwd hoe anorexia-slank de flacons zullen zijn).

En bijna aan de lopende band wordt bekend gemaakt welke wereldberoemde regisseur een parfumpromoclip gaat verfilmen. De verrassing is inmiddels weg. David Lynch maakte ooit voor Yves Saint Laurent en Dior prachtige, mysterieuze clips, maar inmiddels zit hij gevangen in zijn eigen beeldtaal. Een al cliché. Het recent meest teleurstellende resultaat kwam uit de koker van Paolo Sorrentino, ja die van La Grande Belleza (2012). Hij deed het letterlijk nog eens heel dunnetjes over met een geur voor Missoni. Een erg povere interpretatie van deze inmiddels klassieke film: de overeenkomsten met de filmfeeststemming zijn talrijk, alleen de uitwerking erg pover en inspiratieloos.

Kenzo probeert met een spectaculaire promofilm de aandacht te vestigen op zijn nieuwe geur – World. En het feit dat het huis een creatieve transformatie heeft ondergaan. En dat terwijl vorig jaar nog door ‘hem’ Bennetons ‘après-la-lettre-united-colors-of-the-world’-concept de parfumerie in werd gestuurd: Totem, een trio voor millennials. Plus zes andere geuren. Plus Kenzo Wild – alleen verkrijgbaar in het taxfreecircuit.

En nààst World kun je dit jaar bij de Kenzo-counter of ketenparfumerie ook terecht voor de nouveautés Jeu d’Amour L’Elixir, Flower Eau Florale, L’Eau Kenzo Electric Wave en Flower in the Air Eau Florale. Ga er maar eens aan staan als beauty-advisor, als klant.

Dat regisseur, producer, scenarioschrijver en acteur Spike Jonze – bij het grote publiek vooral bekend van de films Being John Malkovich en Adaption – de geur World zou gaan ‘verfilmen’, ging wereldwijd niet ongemerkt voorbij. Inmiddels bijna vier keer miljoen gezien op Youtube. Inmiddels ook te bezichtigen als parodie. Ook het Parool (http://www.parool.nl/kunst-en-media/spike-jonze-maakt-parfumreclame-zoals-je-hem-nooit-zag~a4367929/) besteedde er aandacht aan. De krant schrijft ‘de film blijkt een regelrechte hit’ en ‘de reacties waren direct lyrisch. Hij werd door sommigen direct bestempeld als de beste parfumreclame ooit en ‘fantastisch’, ‘te gek’ en ‘geweldig; klinkt het op Twitter. Maar ook ‘verfrissend’, want dit is geen parfumreclame zoals we die gewend zijn’.

Is dat zo? Ja, het model speelt inderdaad geen ‘bevrijde’ vrouw (Heidi Klum voor Chanel N° 5), geen chique, verveelde prostitute partygirl (Camille Row voor Diors Poison Girl), geen goddess on a mountaintop (Charlize Théron voor Diors J’adore), geen vrouw die de aan haar vastgeroeste ketens breekt (Julia Roberts voor La vie est belle van Lancôme), geen… ik stop nu. Het Parool: ‘Doordat de eigenzinnige vrouw zo afwijkt van het stereotype parfummeisje wordt hier en daar gehint op feminisme. Zo plaatste ook het Berlin Feminist Film Week de film op haar Facebookpagina’.

Gôh, en wat wil dat zeggen? Uiteindelijk wordt het niet-stereotype parfummeisje ook gewoon neergezet als aspiratiemodel, als ‘droom’, als  ‘verlangen’ met als doel: omzet. Niets mis mee. Alleen, bij een dergelijke ‘overdonderende’ clip leg je de lat wel hoog. Je verwacht dan dat de compositie ook iets van dit ‘feminisme’ in zich draagt. En dag gebeurt dus niet. Zeker niet als je de filosofie ‘achter’ World erop naleest. Dat is nogal wat.

Eerst krijg je te lezen dat het sinds 2011 door Kenzo ingehuurde creatieve duo – Carol Lim en Humberto Leon – de Kenzomode koppelt aan een community gevormd door filmmakers, musici, kunstenaars en acteurs. Het effect aldus het huis: het werd ontdekt door de millennials, de social media-generatie. Als symbool hiervoor gebruikt het duo ‘het nieuwe, inmiddels iconische Kenzo-motief’ het alziende oog. Staat voor spirituele bescherming die ‘van boven’ komt. Zie je direct aan de flacon. Een gestyleerd oog – ontworpen door Patrick Lee – samengesteld uit diverse materialen en kleuren die herinneren aan de mix & match-mode van Kenzo.

WAT WORLD IK EIGENLIJK?

Positieve draai: de geur roept herinneringen aan Kenzo’s beroemde, xxl-exotische bloemenprints. Het idee: een bloemeneuforie die steeds sterker wordt: van handgeplukt, naar een armvol tot een vol boeket dat luchthartig zoet, bloemen en sensualiteit verwerkt. Met andere woorden: een ‘rock nectar’ van pioenroos, Egyptische jasmijn omringd met rode bes-accenten ondergedompeld in ambroxan – goed te ruiken in the end by the way – die de bloemen hult in een fijnzinnige mist. Het eindeffect: ‘World is voluptueus en sensueel, ontstijgt het klassieke, stereotype vrouwenparfum’.

Was het maar waar. De compositie is niet meer en niet minder dan een bekende variatie op de populaire ‘girly geur’. Dus rood fruit, transparante bloemen verweven met sensuele noten met gourmandaccent. Voor mij: Angel (1992) van Thierry Mugler die een dagje ‘gezelli’ met vriendinnen naar een biologisch gedreven spa gaat.

Wat je misschien zou verwachten, hopen: een feministische boodschap olfactorisch vertaald. Kan dat? Ja. Dus op z’n minst een accent dat in eerste instantie bevreemdt, je direct duidelijk maakt dat je met een andere geur, en dus met een andere vrouw vandoen hebt. Gewoonlijk wordt dat gedaan door een stevig houtaccent in de basis. Maar dat blijkt toch niet zo lekker te liggen – zie het niet-succes van Sensuous (2011) van Estée Lauder.

Deze lijn doortrekkend: een geur die androgyn is maar meer naar mannelijk neigt (uitgaande van de klassieke sekse-ingrediëntindeling in parfumland). Maar dat is te moeilijk: Kenzo wil een miljoenenpubliek bereiken, zoekt niet ècht eigenzinnige vrouwen die, by the way, Kenzo echt niet nodig hebben om hun feministische boodschap – als ze dat al willen – via een geur uit te dragen.

Sommige daarvan gebruiken trouwens een geur die voor mij wèl Kenzo’s ‘empowerment-filosofie’ naar de letter interpreteert: Afrika Olifant (2015) van Nishane. Geen flowerbomb, maar een ‘stink-bomb’ waar mannen – denk Donald Trump – van zullen opkijken als die proberen ‘even gezelli’ in haar hals en nog verder te verdwijnen. Nee, dat ruikt niet naar onschuldige, versgeplukte bloemetjes of een cliché-verleidelijk oriëntaals elixir. De geur is een waarschuwing. Als hij die begrijpt, begrijpt hij de draagster ook: don’t mess around with me mister! Is er daarna sprak van een klik, dan kan er iets heel moois ontstaan. Trouwens, Kenzo heeft een geur in zijn collectie die dit emancipatorische verlangen beter vertaald: Jungle (1996) – toeval of niet ook gesymboliseerd door een olifant.

kenzo-logo

AVENUE MONTAIGNE BRECOURT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 14, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NICHE. Een reactie plaatsen

‘VINTAGE’ CHYPRE MET EEN NIEUW MILLENNIUM-TOUCH – HEERLIJK!

MEER ZON, MINDER MAAN

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 14/10/16

Neus: Emilie Bouge

avenuemontaigneredAch ja, die goede oude tijd toen een chypre nog een chypre was. Je nog zeker wist dat bergamot in de opening die vanzelfsprekende connectie zocht met eikenmos, patchoeli en cistus labdanum in de basis zocht, opgefleurd met bloemen in het hart en her en der in de compositie voorzien van accenten die elke chypre, nèt even een anders maakte.

Ach ja, die slechte oude tijd die erop volgde waarin de business je wijs wist te maken dat roze chypres en neo-chypres het gemis en/of het bijna-verbod op eikenmos in negen van de tien gevallen goed maakten, maar jezelf dacht: ‘Ech nie’, en je uit wanhoop/verraad de ‘bijna op’ vintage chypres die je nog had – in mijn geval Alliage (1973) van Estée Lauder, Parure (1975) van Guerlain en Mystère (1978) van Rochas – aan je neus zette.

En dan komt er ‘in ene’ een nieuwe geur voorbij met het effect van de tijdmachine van H.G. Wells: 2010, 2009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004… Emilie Bouge wil dat de klok blijft stilstaan in de jaren tachtig, want ze zegt: “Extremely influential women are a force to be reckoned with. What my eyes see during the golden triangle of the French couture, my nose remembered the freedom of the woman in the 80s and this inspired me to bring all these back today.” Beetje onhandig geformuleerd – see moet saw zijn, wat bedoelt ze met de gouden driehoek? – maar klassieke chypres bepaalden toen gedeeltelijk de toon.

brecourt-avenue-montaigne__88675-1299531883-345-400To name a few: Sonia Rykiel met haar Le Septième Sens (1979), Jean Louis Scherrer met zijn Scherrer (idem), Armani met zijn Giorgio (1982), Niki de Saint Phalle met haar gelijknamige geur (idem), Paco Rabanne met zijn La Nuit (1985), Catherine Deneuve met haar gelijknamige geur (1986). Alleen werden die nogal behoorlijk überpowered door heftige bloemenparfums. Men ruike: Giorgio of Beverly Hills (1982) en Poison van Dior (1985) en Beautiful (1986) van Estée Lauder. Not forget de zwaar-oosterse melanges zoals Coco (1984) van Chanel, Obsession (1985) van Calvin Klein, Roma (1987) van Laura Biagiotti en Byzance van Rochas (idem).

Door ruikend, laat ik de klok doortikken om ergens haperend te stoppen tussen 1953 en 1939. Want de naam bevestigt de allure en klasse waarmee een – klassieke – chypre wordt geassocieerd: Avenue Montaigne – waar Christian Dior in 1947 als een van de eerste couturiers zijn huis opende. Ik weet niet of de neus zich hiervan bewust is, maar door de naam komt direct een andere chypre-klassieker in herinnering – inderdaad Miss Dior (1947).

Wat is zo mooi aan Avenue Montaigne: het idee dat je dus met een old school chypre vandoen hebt alleen geplaatst in een luchtig, transparant aura – meer anno nu dus. Ik ben niet de enige: heb al verscheidene chypre-fans Avenue Montaigne blind laten ruiken. En die zijn allemaal aangenaam verbaasd als je merk en jaar van lancering onthult.

HOE SPREEK IK CHYPRE EIGENLIJK UIT?

Nieuw: Geurengoeroe geeft les met behulp van anderen. Want waarom zelf doen, als anderen al het gedaan hebben. Vandaag les 1: hoe spreek ik chypre uit? Fonetisch zo ongeveer: cjjjiihiepre. Gaat dat niet lekker, kijk dan naar de videoclip.

WAT AVENUE MONTAIGNE IK EIGENLIJK?

Iets absurds. In de zin van: behalve patchoeli wordt er met geen enkel klassiek chypre-basisingrediënt gewerkt. En toch is het ‘parfum-thuiskomen’-gevoel er. Het ‘chypret’ vanaf het begin. Door de topnoten heen ruik je al de mossige basis. Die topnoten lijken op papier een beetje girly door framboos en braam. Maar in real valt die fruitige zoetheid mee: alsof ze samen met grapefruit als water dienen voor de vaas waarin een bos fresia’s zijn best doet – de bloemige frisheid hiervan bepaalt eigenlijk de toon, want wordt voorgezet in het hart: aan de vaas worden roos, jasmijn, tuberoos en gardenia toegevoegd. Een beproefde luxe combi die niet al te opulent is (zoals bij de klassieke chypre).

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE PAARSE FRESIADankzij de fresia dus, die nu gezelschap krijgt van de luchtige waterlelie (een fantasie-ingrediënt by the way). Gaat allemaal mooi over in de basis – zonder eikenmos en cistus labdanum. En toch denk je die te ruiken. Heel slim: de combi patchoeli en perzik – is bijna chypre. Warme aardheids gecombineerd met fruitige sensualiteit. Tenminste als je uitgaat van twee klassiekers. Mitsouko van Guerlain (1919) en Rochas’ Femme (1945). De eerste met zijn beroemde perziknoot, de tweede met zijn beroemde perzik- en pruimtoevoeging. Musk geeft een zwoel, warm behaaglijk randje. Maar ik drink de hele flacon van Avenue Montaigne leeg (100ml in dit geval, zoveel goedkoper in vergelijk met 50ml) als er niet meer ingrediënten in Avenue Montaigne zitten. En is de jasmijn geen hedione? Ik ben geen chemicus – word ik in een volgende leven. Tanja Deurloo even bellen.

Moet gezegd: Avenue Montaigne mist de rijkheid en mysterieuze diepte van vintage Mitsouko en Femme, maar het gevoel is er. Noem het chypre light maar dan in de goede zin van het woord. Meer zon, minder maan.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE BRECOURT LOGO

DIVINE DECADENCE MARC JACOBS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 9, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D. Een reactie plaatsen

SPRANKELENDE BLOEMENGEUR

EN: EEN BLOEM DIE ‘STOM’ IS MAAR TOCH ALS INGREDIËNT GEPLUKT

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 09/10/16

divine-decadenceVoor millennials die dit lezen en horen: decennia, decennia geleden in de tijd dat jullie (groot)ouders de discovloer onveilig maakten – ja, dat heette toen zo – deden ze dat ook regelmatig uit meligheid op de maten van Miggy’s eendagsvlieg-hit in 1981: ‘Annie, hou je me tassie effe vast want die gozer wil met me danse, Annie geef jij me tassie maar weer terug… ’. Nu is Decadence (2015) en de eerste inhoudelijke variatie Divine Decadence niet bepaald een geur waarmee je op een dance-event uit je dak gaat. Misschien alleen door de geur, maar dan wel zonder tassie. Want dat is toch wel het nadeel van beide en de nieuwernieuwste glitteringgolden limited edition-uitvoering Decadence Gold: de flacon ligt nogal zwaar op de hand en – mocht je het daadwerkelijk doen – om de schouder. ‘Marcie, hou jij je me luchie verpakt als tassie effe vast, want die…’.

De uiteindelijke consequentie en oplossing van dit ongemak: een tasverstuiver die ‘niet zwaar is’ en – wat je heel vaak over een dergelijke variatie in de glossy’s leest – ‘lekker in de hand ligt en zo handig in de tas past’. Ja, dûhhhhh, dat is de bedoeling dus! Ooit een tasverstuiver ontmoet die dat niet doet – en beviel het?

WAT DIVINE DECADANCE IK EIGENLIJK?

De geur is een verlangen/kwestie die neuzen al lang bezighoudt: hoe vertaal je de luxe noten, de sprankeling en het idee van champagne in een compositie? De meest logische optie: de frisheid van citrusvruchten (inclusief bittere sinaasappel) combineren met een aquanoot en de zachtheid, zoetigheid en fruitigheid van sappige, rijpe vruchten: abrikoos, perzik of het huwelijk uit deze twee, nectarine. ‘Voor de vorm’ wat bloemen – want anders denkt de klant dat het geen echte geur is. Met daaronder een constructie die dit vervliedende genot vasthoudt.

De onbekende neus koos voor Divine Decadence voor een mix van oranjebloesem, bergamot (door ‘Jacobs’ omschreven als romig; was hij tipsy?) – en ‘champagne’ in de opening. Overlopend in kamperfoelie, gardenia en hortensia. Op de bodem een droesem van amber, saffraan en vanille. De sprankeling klopt, de bloemen ook – in dit geval origineel: de frisse honingachtige zweem van kamperfoelie vermengd met de fluweligheid van gardenia die wordt versterkt en ‘opgezoet’ door de ambervanille-combi. Wel heel goed ruiken hoor naar de toegevoegde saffraan in de basis van deze stralende bloemengeur.

hortensiaAlleen een echt ploppend, bubbles ‘AbFab’-champagnegevoel in de opening, dat niet. Dat ruik je trouwens ook niet echt in Yvresse 1993 (voorheen bekend, in dit geval what’s in a name, als Champagne) van Yves Saint Laurent. Ruik dàn eens voor de lol aan Pink Molécule 090.09 (2014) van Zarkoperfume. En: ik schrijf het vaker, en doe het weer: deze ingrediënten maar dan van niche-kwaliteit levert een prachtparfum op – dus Marcie, wat dacht je van een extract? Natuurlijk in zakformaat. Is dat ‘probleem’ ook weer opgelost.

Nog iets: voor het eerst gebruikt volgens mij in een geur: hortensia. Lees eens wat  www.mooiwatplantendoen.nl erover meldt. Mijn ha-ha-ha! is daar geplaatst wanneer er uit de duim wordt gezogen en/of feiten het moet afleggen tegen gezellig getutschrijverij: ‘Laten we beginnen bij het begin. Daarvoor moeten we helemaal terug (ha-ha-ha!) naar 1739. In dat jaar gaf de plantkundige Grovonius deze bloem de Latijnse naam Hydrangea. Hij vond namelijk dat de vorm deed denken aan een oude waterkruik. Door de woorden ‘hydro’ (=water) en ‘angeion’ (=vat of kruik) samen te voegen, ontstond de naam Hydrangea. Een passende naam (ha-ha-ha!), aangezien alle Hydrangea-soorten veel water nodig hebben (ha-ha-ha!). Naast de chique (ha-ha-ha!) naam Hydrangea wordt deze uitbundige bloeier in de volksmond ook wel hortensia genoemd. Deze naam kwam voor het eerst voor (ha-ha-ha!) in het jaar 1771 en werd verzonnen (ha-ha-ha!) door de Franse plantkundige Philibert Commerson. Welke inspiratiebron hij daarvoor had is helaas niet helemaal duidelijk, maar het vermoeden bestaat dat hij de bloem naar een vrouw vernoemde. Wellicht heette zijn minnares zo of een bekende astronome uit zijn vriendenkring (ha-ha-ha!)? Het kan ook zo zijn dat deze naam werd ingegeven door dames uit de hogere kringen. Zo had hij warme banden met Hortense de Nassau, de dochter van de prins van Nassau, met wie hij eerder was teruggekeerd van een botanische expeditie. Los van eventuele verwijzingen naar een bepaalde dame (ha-ha-ha!), wordt er ook beweerd dat de naam hortensia voortkomt uit een vrije vertaling van het Latijnse ‘uit de tuin’ (ha-ha-ha!). Het Latijnse ‘hortus’ betekent namelijk ‘tuin’. En Commerson vond de hortensia, samen met allerlei andere bloemen en planten, in de tuin van de koning van Mauritius (ha-ha-ha!). Dat zou natuurlijk ook waar kunnen zijn… (ha-ha-ha!). Zoals we al zeiden; over de naamgeving van de Hydrangea dan wel hortensia kunnen we je veel vertellen. Wat de waarheid is? Dat is helaas niet meer te achterhalen (ha-ha-ha!) en blijft dus gissen… (ha-ha-ha!). Niet erg, zolang je maar geniet van al het moois dat de hortensia je te bieden heeft!’

Even terzijde: jammer en bevreemdend. De hortensia stelt eigenlijk teleur. Zo uitbundig bloeien en dan geen geur afscheiden? Flauw! Of doet ‘ze’ het ter compensatie? Misschien is de bloem in Divine Decadence symbolisch gebruikt. De overdaad in bloeien, de grootte van de ‘bloembollen’ – maar dat heeft niets met decadent en goddelijk te maken.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE MARC JACOBS LOGO

DRIE MAAL GIVENCHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 5, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D, GEURENALFABET G, MASSTIGE, NICHE. Een reactie plaatsen

NICHE MEER EEN VROUWENDING OF NIET?

EN: KUN JE EEN GEUR ‘WITWASSEN’?

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 05/10/16

Geuren: Iris Harmonique, Gentlemen Only Absolute, Dahlia Divin Le Nectar

iris-harmonique-givenchyWaar of niet? Niche blijft, ondanks verwoede pogingen het zo genderfree mogelijk in de etalage te zetten, grotendeels toch een ‘vrouwending’. In presentatie, in benadering, in woordgebruik, in connectie met de – hier volgt een lekker dom woord – eindgebruiker. Eindgebruikster dus.

Dat zie je vooral bij de luxe labels met een ‘coutureafdeling’ die als allerlaatsten met een nichelijn zijn gekomen: Yves Saint Laurent (2015): Le Vestiaire vertaalt de door de master populair gemaakte kledingitems voor de vrouw. Givenchy L’Atelier (2014) maakt nichegeuren als waren ze couturecreaties (trouwens Giorgio Armani, een van de allereersten, tapt ook uit een behoorlijk feminien niche-vaatje).

Zo heet de meeste recente toevoeging aan L’Atelier de Givenchy: Iris Harmonique. Ook hier: ‘Net zoals kledingstukken gemaakt van de meest kostbare stoffen, zijn de L’Atelier de Givenchy-geuren samengesteld uit luxueuze ingrediënten’.

En over het hoofdingrediënt de harmonische iris: ‘Deze creatie versterkt de witte iris met een breed spectrum aan facetten. Alle negen belangrijkste ingrediënten van de bestaande collectie onthullen een onverwachte perfect gebalanceerde olfactorische compositie’. Geurengoeroe’s Engelstalige alterego Pope of Perfumes zegt wel eens: ‘With iris you can’t go wrong’. Aan welke geur je het ook toevoegt, hij zal winnen aan poederig-houtachtige charme.

WAT IRIS HARMONIQUE IK EIGENLIJK?

Als je alle nichegeuren gaat ruiken waarin iris de hoofdrol speelt, dan ben je voorlopig niet uitgesneufd. Vergelijken heeft geen zin. Ook zinloos: je aan deze more of the same-trend ergeren, want elke nichecollectie ‘moet’ een irisparfum hebben, gelijk een neroli-, leer-, amber-, oudh- en ‘ga-zo-maar-door’-parfum. Aangenaam aan Iris Harmonique: alsof de iriswortel uit de grond wordt getrokken.

Als opening dan. Het effect: beetje aards, beetje koel, beetje vochtig en tegelijkertijd wat ­­­’gras’. Opgeroepen met een slimme dosering van neroli (denk cologne) en engelwortel (denk ‘musky groen’). Vervolgens worden de poederige noten van de iris aangesproken, die zweven even gewichtloos door de geur – een puur irisgevoel. Mooi.

Want dan wel onzin is: de witte iris scheidt geen ander aroma af dan zijn gekleurde familieleden. Het is de wortel die het’m doet. Het gevaar van een pure irisgeur – saaiheid, eendimensionaal – wordt door de anoniem gebleven neus voorkomen door hem vervolgens eerst te koppelen aan ylang-ylang. Goed voor een sensueel-bloemige noot. De iris blijft vervolgens maar ‘doorbloeien’ en dat – heel interessant – via twee nieuwe loten aan de wortelstam. Eén ‘grappig’ gourmand, één diep aards.

gentlemen-only-absolute-givenchyAltijd gevaarlijk een gourmandnoot toe te voegen aan een ‘serieuze’ nichegeur, want het gevaar om het als ‘tijdelijk trendy’ te ervaren ligt op de loer. Wordt voorkomen door de kokospopcorn-noot te verwarmen met een van de gourmandingrediënten van het allereerste uur: strobloem. Hierdoor wordt het ‘snoepgoed’ meer een corsage in plaats van een echte versierder. Daarnaast is er de diep-aardse noot die het nodige tegenspel levert. Lekker hoor: een beetje oudh, een beetje leer, een beetje guaiac op ‘hun beurt’ verwarmd door amber. Opvallend eindresultaat: Iris Harmonique is hierdoor minder vrouwelijk, eerder ‘stoer vrouwelijk’ richting mannelijk.

WAT GENTLEMEN ONLY ABSOLUTE IK EIGENLIJK

Ben je als vrouw gecharmeerd van deze ‘mannelijke’ interpretatie van iris, vraag dan even ‘aan hem’ of je Gentlemen Only Absolute mag proberen. Ik ga nu even voorbij aan alle tips die Givenchy je van hand doet om de absolute perfecte heer te worden. Tip van de sluier: Gentlemen Only Absolute is een goede stap in de richting.

Givenchy omschrijft de nieuwe variatie als ‘een buitengewone ervaring met een rode loper-allure die een sensueel spoor op de huid achterlaat met verslavende werking. Logisch gezien de houtachtig-oosterse opbouw. Ofwel, een kruidenexplosie (voorafgegaan door een zacht bergamotwindje) van droog-pittig nootmuskaat en zoet-poederig kaneel die een up to date-accent krijgt door het niche-ingrediënt du moment: saffraan.

Deze specerij geeft een zonnig, warm-sensuele gloed aan het geheel. In de basis wordt deze sensualiteit versterkt door een gulle dosis vanille en krijgt een masculien, ‘gentlemen’-accent door sandelhout. Alleen: door dit alles neem je toch een strakke, synthetische noot waar waardoor de compositie blijft hangen op in plaats van één te worden met de huid. Jammer.

Vraag me of dit de gemiddelde parfumketenklant als zodanig ervaart: die is inmiddels gewend geraakt aan dit soort composities; weet niet beter. Een manier om Gentlemen Only Absolute up te graden. Hé, da’s nou toevallig: Iris Harmonique. Die geeft de geur een poederig en ‘diep-houterig fond’, transformeert so to speak hem van een doorsneeman naar een gentleman.

dahlia-divin-le-nectarNu we toch bezig zijn: Dahlia Divin Le Nectar de Parfum is ook nieuw. Heel merkwaardig, en misschien wil ik het graag zo zien, maar het lijkt of Givenchy Dahlia Divin aan het witwassen is. Ik bedoel deze goddelijke creatie werd eerst ‘geambassadriest’ door Alicia Keys en nu door de blanker dan blank Candice Swanepoel. Zou het dan zo zijn dat black beauties als uithangbord voor parfums nog steeds niet werken – of ze moeten hun eigen lijn promoten, zoals Naomi Campbell, Mary J. Blige, Beyoncé – ook niet bij de zwarte gemeenschappen wereldwijd?

Of zou het aan de geur zelf liggen, dat de compositie zelf eerder wordt geassocieerd – cliché – met rein, puur, ongeschonden en dus blank. En – een nog verschrikkelijker cliché – wild, woest, donker en ongetemd met een oosterse geur en dus donkere huidkleur? Heeft de marketing hierbij stilgestaan, gezien ‘whitewashing’ in Amerika nu erg gevoelig ligt – zie de consternatie rondom de biopic Nina (2016) over het leven van Nina Simone.

Anyway: de bloemen in Dahlia Divin Le Nectar de Parfum – mimosa, roos, jasmijn – krijgen niet zoals je door de naam misschien zou verwachten een extra injectie van mirabel, perzik, abrikoos pruim en andere fruitige zachtmakers – roos en jasmijn winnen het trouwens van de mimosa – maar een ‘nectar’ die meer zwoel is. Met name de tonkaboon ‘springt’ er uit, en die gaat een poederig verbond aan met witte musk. Vetiver en sandelhout moeten voor een contrast, of ‘in evenwicht trekken’ zorgen, alleen niet op mijn huid. En wat een verschil qua ‘beleving’ met Iris Harmonique – is appels met peren vergelijken. Ook hier: een paar spraytjes ervan op of onder Dahlia Divin Le Nectar de Parfum waardeert de compositie op. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling.

En de kans dat de vrouw die Dahlia Divin Le Nectar de Parfum koopt thuis een andere niche-iris heeft staan is klein. Want de ‘kloof’ tussen de gebruikers van masstige en massniche, en die van niche is nog steeds groter dan je denkt.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE GIVENCHY LOGO

N°5 L’EAU CHANEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 2, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

‘N°2016’: ODE AAN DE EENVOUD

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 02/10/16

Neus: Olivier Polge

Model: Lily-Rose – dochter van Johnny Depp en Vanessa Paradis – Depp

De kracht van een klassieker? Dat het zich probleemloos weet aan te passen aan heersende modes en codes zonder het ware karakter van de compositie te verloochenen. Zegt men. Heeft men ooit bedacht. Was het Coco Chanel zelf die niet zei: ‘Ik wil onderdeel zijn van datgene wat gaat komen’. Beweert ‘Chanel’ nu. De sinds 2014 aangestelde ‘in huis parfumeur’ Olivier Polge verdiepte zich in het geheim van N°5 en vertaalde dat naar een eigentijdse variatie voor een nieuwe generatie. Het resultaat: N°5 L’Eau. ‘Zo essentieel als water, puur, fris, mooi, universeel, een bron van leven’.

Is nodig, want het ‘algemene’ vooroordeel: N°5 is een mooi, alleen te zwaar voor ‘de nieuwe generatie’ consumenten. Dat ligt dus niet aan gebruikers, maar aan de manier waarop nu parfums worden geproduceerd en ‘vermarket’: licht, luchtig, transparant. Niet zwaar, vol en rijk. We hebben het dan wel over masstige-geuren – een samentrekking van massa en prestige, niet over niche. Want als je blind een jonge consument N°5 laat ruiken, zonder verhaal, zonder uitleg, grote kans dat ze de geur ‘best wel te pruimen’ vindt.

Hoe het ook weze moge, Chanel wil de aansluiting met de jonge consument niet missen. Wie niet in parfumland? Vandaar N°5 L’Eau. Het is recentelijk de tweede poging van het couturehuis om dé klassieker van de 20ste eeuw te verjongen. De vader – Jacques Polge – van Chanels huidig huisneus deed het in 2007 met Eau Première. Hij zei toen: ‘Ik wou het parfum een meer heldere en pure benadering geven zonder me te veel van het origineel te verwijderen’. Hoewel de ingrediënten in nieuwe verhoudingen gepresenteerd, bleef het typische kenmerk van N°5 overeind: de aldehyden.

Wat doet zijn zoon, Olivier, negen jaar later: ook hij ontleedde als een chiurg stuk voor stuk alle ingrediënten en presenteerde die eveneens in nieuwe verhoudingen. Alleen nòg meer in sync met de parfumcodes van het nieuwe millennium. Dus zorgeloos en transparant. Met andere woorden: ‘Een ode aan de eenvoud’. N°5 L’Eau is minder abstract en diffuus dan zijn voorgangers, is als compositie eenvoudiger te analyseren.

N°5, gelanceerd in 1921, staat bekend om zijn overdosis aan aldehyden. Een revolutionair synthetisch component – door Chanel als eerste toegepast samen met de neus Ernest Beaux – dat bloemen in een compositie voller en rijker laat bloeien, met een bijna metaalachtige finish. Deze aldehyden worden in N°5 L’Eau door Oliver Polge getemperd door ze te omringen met een fris en tintelend hesperide-boeket van citroen, mandarijn en sinaasappel. Je ruikt de aldehyden nog wel; present maar meer als ‘herinnering’ op de achtergrond. Een leuke ervaring in vergelijk met het eau de parfum. De bloemen in het hart blijven hetzelfde.

Alleen ook hier: de onderlinge verhoudingen veranderd. Sensuele roos en helder jasmijn bloeien zoals in N°5, alleen zorgt een groenere versie van ylang-ylang voor een meer modern-elegant geheel. Maar ook hier: een diffuus boeket als resultaat. De verrassing zit hem voor mij in de basis. Vetiver en cederhout garanderen een duidelijke houttoon – strak en droog – die door witte musk en katoen een frissere en transparante ondertoon krijgt. Zie daar het modern elan. Alleen: de reacties van doorgewinterde klassieke N°5-fans in mijn vriendenkring lopen nogal uiteen. Ik ga binnenkort een meer uitgebreide consumententest doen. We houden u op de hoogte.

Tenslotte, vergeet niet dat N°5 L’Eau geen eau de cologne, geen verwaterde versie is van het origineel, het is een nieuwe compositie helemaal toegepast op de geurcodes die nu spelen. Met de mediapremière N°5 L’Eau toont dat Chanel de wereld van social media perfect aanvoelt. Geen officiële persconferentie, maar gewoon via Instagram wereldkundig gemaakt – als opwarmertje. Gevolgd door een abri-campagne. Daarnaast werden invloedrijke bloggers, vloggers en ‘Instadrammers’ op de door Chanel beheerde roosplantages in de omgeving van Grasse uitgenodigd om de geur aan den lijve te ondervinden.

En kijk eens hoe de geur internationaal wordt ontvangen – ta-da! ‘the unboxing’ – door mindere ‘influential’ parfumbloggers! Zet je wel je wekker om de vijf minuten.

no-5-leau

 

 

SPLENDIA, DESIRIA – LE GEMME IMPERIALI – BVLGARI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 30, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET D, GEURENALFABET S, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

‘JADE-MAGNOLIA’S’

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 30/09/16

Neus: Daniela Andrier

le-gemme-2Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.

En datzelfde ervaar ik met Splendia en Desiria die me werden toegestuurd. Irina niet, dus daarvoor moet ik binnenkort weer even richting Rokin. Wat ze verbindt? Jade. Is de gemeenschappelijke naam voor twee mineralen die als edelstenen worden gebruikt: jadeït en nefriet. Deze ‘steen’ heeft verschillende kleurschakeringen: bruin, zwart, ‘wolkenwit’ en – de meest geliefde – groen. Jade werd oorspronkelijk gebruikt als gereedschap maar kwam tijdens de Han-dynastie in zwang als sieraad. Jade wordt gezien als een waardevolle steen die boze krachten weert. Als men een stuk lang op zijn lichaam draagt, verandert de kleur. Of dat gunstig dan wel negatief op de zielenheil werkt, is me onduidelijk.

Daniela Andrier koos als olfactorisch symbool voor jade de magnolia – de bloem die vaak ‘op de een of andere manier’ met China wordt geassocieerd. En dat terwijl de struik, die kan uitgroeien tot een immense boom, zowel Azië als de Verenigde Staten als oorspronkelijke habitat heeft. Detail en toeval of niet: de ‘oude’ Chinezen noemden de Magnolia denudata de Jade-orchidee, en werd beschouwd als symbool van zuiverheid, en geteeld in tempeltuinen sinds de zevende eeuw.

Al met al heeft Daniela Andrier het goed getroffen. Want de magnolia-bloem is fragiel; bij aanraking valt die spontaan op de grond. Dan de geur – licht bloemig, beetje poederig (denk amandel) met een opvallend frisse citroenachtige ondertoon. Past perfect in de Gemme-filosofie dus. Ze zegt hierover: “Ik koos voor magnolia uit China als iconisch ingrediënt om de drie geuren te structureren en met elkaar te verbinden. Net als jade, is magnolia teder en sterk, delicaat en toch krachtig”.

WAT SPLENDIA & DESIRIA IK EIGENLIJK?

MAGNOLIA AT NIGHTSplendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.

Poederig, maar de aardse, minerale tonen worden er meer van benadrukt waardoor het fris-transparante karakter wordt voortgezet. Mooi de mos: zorgt voor een aardse ondertoon zonder dat de lichtheid verloren gaat. En als je heel goed door ruikt neem je de narcis waar; zorgt voor een bloemige sensualiteit maar anders dan de tuberoos.

Er zit natuurlijk meer in Splendia. Ik neem een soort lactone, melkachtige, poederige musk waar. Alsof die als een nevel over de hele compositie glijdt. Ook interessant: vaak wordt niche met duidelijke waarneembare geuren geassocieerd – overvloed, het niet besparen op ‘dure’ en ‘exclusieve’ ingrediënten. Splendia maakt duidelijk dat ‘less is better’ ook een aangename niche-ervaring kan zijn.

En dat geldt ook voor Desiria. Naam: idem overbodig. Ontloopt Splendia niet veel. Alleen is deze geur meer ‘musk-geharnast’. Wil zeggen: een poederige, eveneens lactone-achtige musk die zich als een bedje spreidt waarop de bloemen kunnen bloeien. De magnolia is hier minder present doordat ‘vol baan’ wordt gegeven aan de roos-tuberoosmelange. En in dit geval roos ondersteund door tuberoos. Met andere woorden: een roos lichtjes erotisch gemaakt door de tuberoos. Maar ook hier: niet overrompelend, want over het geheel van de compositie waait een lichte, frisse wind.

Alleen: ik kan me indenken – leve het vooroordeel – dat mensen meer verwachten van een juweliersnichelijn. Meer glinstering, meer glam(our). Dat doet Bvlgari dus niet. En dat vind ik mooi. Maar, krijg nou wat! Ik zie zonet dat de Gemme-lijn ook bij Sephora wordt verkocht – online te bestellen. Hoe zo exclusief? En hoe de lijn in het Midden-Oosten wordt gepresenteerd zie je op de clip.

le-gemme-3

LA PARFUMERIE MODERNE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 28, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET A, GEURENALFABET C, GEURENALFABET D, GEURENALFABET N, NICHE, PORTET. 2 reacties

DE ‘VERLOREN’, NOSTALGISCHE WERELD VAN LUXE HOTELS

‘CREATIES DIE DE TIJD EN TIRANNIE VAN DE CONSENSUS TROTSEREN’

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 28/09/16

Neus: Marc-Antoine Corticchiato

Concept & realisatie: Philippe Neirinck

Afgelopen vrijdag naar de open dag geweest van via K & Co geweest. Nicheparfums verdienen – niet elk natuurlijk, ‘hé, hallo!’ – een bij hun reputatie passende omgeving. Via K & Co zorgde voor een: Huis Barnaart in de grachtengordel van Haarlem. Een neoclassicistisch in Bentheim zandsteen opgetrokken stadspaleis – waar ooit in 1807 ‘onze’ koning Lodewijk Napoleon Bonaparte een tijdje resideerde.

Wat mij nog steeds verbaast: de moeite die de in België gesitueerde importeur de laatste jaren neemt om ook Nederland – retailers en pers – jaarlijks op de hoogte te brengen van nouveautés. Het leuke: via K & Co krijgt het voor elkaar telkens een paar van de oprichters van de merken die ze vertegenwoordig mee te nemen. Dit keer: Céline Verleure van Olfactive Studio, Valentine Pozzo di Borgo van het merk dat haar achternaam draagt en de ‘rechterneus’ van Marc-Antoine Corticchiato’s Parfum d’Empire – Alexis waarvan me de achternaam is ontschoten. Neem je als voormalig en huidig beautyredacteur, -blogger, -vlogger, -freelancer, -influencer, -funshopper (of hoe wordt tegenwoordig deze beroepsgroep eigenlijk omschreven?) de moeite te gaan, dan wacht je aan het einde een beautybag vol met ‘Sinterklaascadeautjes’.

la-parfumerie-moderne-bottles-1Via K & Co had ook een nieuw huis meegenomen waarvan ik weleens gehoord had. Werd me een tijdje geleden gepresenteerd door een parfumerie die het overwoog te verkopen: La Parfumerie Moderne. Waar ik het merk toen bij de eerste kennismaking totaal nevernooitjamaisniet mee associeerde was de wereld die ‘ons’ als zó begerenswaardig wordt voorgeschoteld, en waarvan ‘we’ weten dat die voor weinig mensen is weggelegd: de met vijf, soms wel met zes sterren gedoteerde hotels met legendarische status. Of zoals La Parfumerie Moderne het zelf omschrijft: ‘Het tijdperk van glamour, de legendarische hotels met hun tijdloze elegantie en hun chique reizigers uit heel de wereld’. Wat kenmerkt deze – tijdelijke – vijfsterrenverblijven? La Parfumerie Moderne: ‘Sommige oorden hebben een ziel, alsof ze verlicht worden door een onzichtbare maar sterk voelbare aanwezigheid’. Wordt vervolgd met: ‘Dat geldt ook voor de parfums van La Parfumerie Moderne. Met heldere lijnen en mooi getekende vormen onthult elke creatie andere texturen van grondstoffen, die de sfeer aankleden en vullen. Een elegante structuur en speelse verwijzingen naar de grote klassiekers van het begin van de twintigste eeuw. Ook dat is La Parfumerie Moderne’.

Alleen: ik associeer La Parfumerie Moderne niet met deze ‘À la recherche du temps perdu’-wereld. Niet in naam, niet in presentatie. Dan denk ik toch eerder aan de film Grand Hotel uit 1932 – die roept voor mij alles op Philippe Neirinck wat voor ogen had. Een gemiste kans, want de geuren zijn stuk voor stuk – hier volgt een cliché – juweeltjes. Niet zo vreemd als je weet dat Marc-Antoine Corticchiato de neus is. Het verschil met zijn eigen geuren voor Parfum d’Empire? De vintage toets, het oproepen van de vanzelfsprekende parfumweelde uit het verleden zonder te vervallen in ‘old school’ en ‘has been’. Als je ze draagt loop je niet het risico dat mensen zeggen, als ze het al durven: ‘Wat voor een oma-geur heb je nu op?’ Alleen, ik stel me er iets anders bij voor dan de ‘harde’ witte verpakking en de robuuste flacons. Eerder iets met ansichtkaarten van vroeger met daarop afbeeldingen van die verloren ‘hotelwereld’. Meer poëzie, meer ‘van toen’ dus.

la-parfumerie-moderne-bottles-2

De man achter het label, Philippe Neirinck, lichtte al de vier geuren persoonlijk toe. En een week later ruik ik ze in gedachten nog – geholpen door de blotters waarop je nog een echo van de compositie kunt ruiken. Zegt iets over de kwaliteit. En alle vier zijn mooie voorbeelden van hoe geuren hebben geroken tijdens de ‘gouden eeuw’ van de parfumerie: het interbellum.

WAT LA PARFUMERIE MODERNE RUIK IK EIGENLIJK?

Kwaliteit. Geuren gevrijwaard van overduidelijk bespeurbare synthetische gladmakers. Ik draag nu al een paar dagen Années Folles (bevond zich in mijn beautybag). Een mooi voorbeeld van hoe elegant lavendel kan ruiken. Eerlijk gezegd ben in ik niet zo lavendel-fan, maar in de ‘gekke jaren’ gedraagt ze zich nìet als een wijd uitgestrekt lavendelveld in de Provence. Dat komt omdat lavendel op weg naar de basis van de geur in contact komt met kruidige noten (tijm en nootmuskaat) resulterend in een ruw-kruidig accent en houtachtige nuances uitmondend in een zalvende basis (lavendel-absolu, tonkaboon-absolu, benzoëhars, patchoeli).

Het hart van geranium en vetiver geeft de lavendel eerst een bloemig en groen accent voor de warmte tot leven komt. Heel merkwaardig: ik krijg juist door de basis een ‘Guerlainesk’ gevoel. En dat bedoel ik als compliment. Ook mooi: terwijl de patchoeli Années Folles die warme toon verschaft – geholpen door tonkaboon en benzoëhars – blijf je de lavendel ruiken. Overigens is het hotel in kwestie Belles-Rives in Juan-les-Pins – waar ooit de Amerikaanse schrijver Scott Fitzgerald woonde toen het nog geen hotel was.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE SERINGDésarmant is een ode op een bloem die al een tijdje uit de gratie is: sering. De bedoeling van deze ontwapende geur wordt mooi omschreven: ‘Schenkt de sering haar adelbrieven en haar raffinement terug’. Ook hier: elegantie ten volle uit. Je ziet de volle trossen van de sering zachtjes in de wind bewegen. Maar wel geplaatst in een verwilderde tuin omdat de sering niet lieflijk is, maar een onstuimig randje vertoont door styrax en enorm verrijkt wordt door een boeket weelderige noten opgebouwd uit ylang-ylang, roos en osmanthus. Niet als zodanig stuk voor stuk te ruiken. Het is meer de totaalimpressie.

No Sport. Leuke naam en knipoogt naar ‘een beroemd Londens art deco hotel ten tijde van de Blitz in Londen’. Een mix tussen flitsend groen, bloemen, hout, kruiden en tabak. Maar heel casual, luchtig gepresenteerd. Het beeld klopt; ruik je: ‘In de plantenbakken op de terrassen, rozestruiken met de citroen- en muntgeur van geranium’. Met andere woorden: een roos die niet als ‘de koningin van de tuin’ heerst maar wordt gekieteld door kruiden – roze peper, kruidnagel – en uiteindelijk zoetig-zacht (tonkaboon, sandelhout) wordt. Maar niet poeslief, daarvoor zorgt liatrix die het vermogen heeft om de geur van tabak op te roepen en als zodanig door Marc-Antoine Corticchiato al vaker is gebruikt.

Cuir X is een ‘soort van’ compilatie van diverse vooroorlogse leergeuren. Ik moet direct denken aan Cuir de Russie van Chanel en Knize Ten (beide 1924). Zelfs een vleugje Tabac Blond (1919) van Caron. Alleen wat zachter. Voor mij eerder suède dan leer. Komt door de poederig noten van iris en de ‘glijdende’ basis van tonkaboon, vanille en cistus labdanum. Als je goed door ruikt neem je ook saffraan waar. Versterkt het suède-gevoel. Het hotel in kwestie: groot en gesitueerd ‘bij de Tuilerieën dat koningen heeft zien passeren, de maîtresse van een keizer, een Catalaans genie (wie zou dat toch zijn? Salvador Dali? Pablo Picasso?) met een ocelot – tijgerkat – aan de leiband…’.

Mijn beschrijvingen doen de geuren te kort. Je moet ze zelf ondergaan en ‘beleven’. Jammer dus van de presentatie, had sterker en overtuigender gekund, maar ik sluit me helemaal aan bij de woorden van Philippe Neirinck: ‘Elegante, geraffineerde creaties die de tijd en de tirannie van de consensus trotseren’. Dat is toch mooi gezegd, en vat in een notendop de huidige ‘geest in de (parfum)fles’ samen.

la-parfumerie-moderne-logo

MAN EN PARFUMGEBRUIK TOT VOOR KORT MINDER NORMAAL DAN JE DENKT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 23, 2016
Geplaatst in: ACHTERGROND, CELEB FRAGRANCES, MOET JE ECHT RUIKEN, Uncategorized. Een reactie plaatsen

“I CRIED ALL THE WAY TO THE BANK”

PLUS: TOP TIEN ‘OLD SCHOOL’ MANNENKLASSIEKERS

Doordat Jan met de Pet sinds het begin van de jaren tachtig met volle teugen geurtjes test, sprayt en (tax free) koopt, zou je bijna denken dat in de decennia daarvoor je parfumeren als man alleen in bepaalde kringen vanzelfsprekend was. En dat klopt dus. Maar niet zoals je wellicht verwacht. Met wel heel merkwaardige gebeurtenissen tot gevolg.

liberace-in-the-fifties-1Bestaat toeval? In mijn behoefte aan een andere interpretatie van het vermaledijde story telling in de parfumerie en lifestylekringen, stuitte ik tijdens een avondje Wikipediaën – hobby van me: tik een naam in die je interesseert en kijk waar je drie uur later terechtkomt – op Liberace. Zoals bekend verondersteld: een van de meest flamboyante entertainers die de wereld ooit heeft gekend. Volgens mij is Lady Gaga zijn geestelijk – uitgedaagde – kleinkind, maar dat is een ander verhaal.

In goede smaak-kringen gold hij vanzelfsprekend als ongekend kitsch en über-über the top camp avant la lettre. Het mallotige: het ontkennen van Władziu Valentino Liberace (1919-1987) dat hij homoseksueel was. ‘Zo schattig!’ moet je dan tegenwoordig zeggen. Zijn hele leven heeft hij tegen dit ‘vermoeden’ bij het grote publiek gestreden. Met als een van de meest absurdistische hoogtepunten/dieptepunten à décharge/à charge – tismaarnet hoe je ernaar kijkt – die hij in stelling bracht tijdens een proces dat hij in London in 1956 aanspande vanwege aangedane smaad.

De link met geurf? Nog even geduld. In The Daily Mirror omschreef columnist Cassandra (William Connor) Liberace als – hier volgen slechts enkele high lights – “the summit of sex, the pinnacle of masculine, feminine, and neuter. Everything that he, she, and it can ever want… a deadly, winking, sniggering, snuggling, chromium-plated, scent-impregnated, luminous, quivering, giggling, fruit-flavoured, mincing, ice-covered heap of mother love”. Een omschrijving die duidelijk impliceerde dat hij… gay was.

Liberace antwoordde in eerste instantie telegrafisch met een zin die begint met “What you said hurt me very much” en eindigt met de legendarische en inmiddels door veel andere onberoemde en beroemde mensen geciteerd: “I cried all the way to the bank”. Tijdens het proces herhaalde Liberae dat ‘he was not homosexual and never had taken part in homosexual acts’. Hij won mede op basis van door Connors denigrerende omschrijving ‘fruit-flavoured’ – Amerikaans slang voor homo. De £8,000 schadevergoeding die hij kreeg, deed Liberace tegen de journalisten herhalen “I cried all the way to the bank!”

Let wel: hij droeg toen nog niet – net zoals zijn collega Elvis Presley – de more is better glitter- en glamoutfits, maar gewoon een klassieke smoking tijdens zijn optredens. Dit werd door een voormalig journalist van de Daily Mirror – Revel Barker – gebruikt als titel van zijn boek waarin hij het proces minutieus op basis van transcripties, rechtbankverslagen en interviews beschrijft: Crying All the Way to the Bank (2009). Een gedeelte van het proces werd voor een uitzending van de BBC serie Reputations ‘nagehoorgespeeld’.

Zie en luister vanaf 17.10. En dan in het bijzonder vanaf 19.03 waarin Liberace vragen moet beantwoorden over zijn eau de toilette-gebruik. Herhaal dit nog een keer. Herhaal dit nog een keer. Dan realiseer je je pas dat je eigenlijk niet weet wat je hoort. Je krijgt eerder de eerder indruk in een sketch van Monty Python’s Flying Circus te zijn beland in plaats van een doodserieuze rechtszaak. Je vraagt je af waarom the beat generation niet eerder is begonnen te meppen op de gevestigde orde – wat een partij verstikkende en geborneerde saaiheid in het naoorlogse Great Britain.

Met welke cleane geur toiletteerde Liberace zich in those days? Had ik graag willen weten. Want tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw was geurgebruik bij mannen alleen in bepaalde kringen populair: de elite. Getuige de speciale made to measure-colognes die onder meer de Creeds en de Guerlains voor diverse mannen maakten waar blauw bloed door de aderen stroomde. En natuurlijk ‘mannen uit artistieke kringen’ – lees : homo’s – waarvan sommige natuurlijk ook van adel waren.

Je komt bij het in kaart brengen wel uit op de klassieke top tien van  old school mannengeuren plus twee gender free. Of gebruikte Liberace, net zoals Sergei Diaghilev, Guerlains Mitsouko (1917) ‘by the dozen’?

Fougère Royale Houbigant (1881)

Jicky Guerlain (1889)

Blenheim Bouquet Penhaligon’s (1902)

Mouchoir de Monsieur Guerlain (1904)

Colonia Acqua di Parma (1916)

Knize Ten (1924)

Pour un Homme Caron (1934)

Snuff Elsa Schiaparelli (1937)

Special for Gentlemen Le Galion (1947)

Moustache Rochas (1949)

Eau Fraîche Christian Dior (1953)

Pour Monsieur Chanel (1954)

liberace-and-elvis-in-the-fifties

L’ENVOL CARTIER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 18, 2016
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

OP VLEUGELS VAN

‘EEN GODDELIJK MIDDELTJE OM U EVEN EEN GOD TE WANEN’

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 18/09/16

Neus: Mathilde Laurent

Geurengoeroe heeft zich voorgenomen om tijdens zijn ‘long(d)read’ bespiegelingen niet meer de bedoelingen van de het merk mee te nemen. He lets the perfume speak. Niet altijd even makkelijk. Vooral als hij een flacon ziet waarvan hij ‘per direct’ denkt: why and why so difficult? L’Envol van Cartier dus. Eerste indruk – Cartier vergeef me! – Hugo Boss. Komt door de dop en het rode ‘Hugo’-labeltje. Tweede indruk: een hoog test tube-gehalte. En dat past natuurlijk naadloos in de ‘lab-trend’ van nu, en ooit begonnen met Le Labo. Zeg maar een ‘alpha male’-benadering. Niet de droom, de illusie (dat is voor ‘de vrouwtjes’), maar de chemie/wetenschap die dit allemaal mogelijk maakt. En dat terwijl de naam dit verlangen wel in zich draagt. L’Envol betekent De vlucht.

Ik fantaseer dat Cartier liever Envol (1981) had gebruikt, maar deze naam ‘is’ nog steeds bezit van Ted(je) Lapidus. De juwelier spreekt zelf van ‘een knap staaltje techniek; een ongeziene combinatie van traditionele glasblazerij (ampul) en de uitmuntendheid van de glasblazerij van de tafelkunst (glaskoepel)’. Snap u het? Geurengoeroe niet. Wat is er traditioneel aan de ampul, wat wordt verstaan onder tafelkunst? Nog zoiets: de glaskoepel is van plastic. Nog zoiets: ‘deze gebarentaal van mannelijke mechanica’ doet Geurengoeroe denken aan het helaas niet zo goed inhoudelijk uitgevoerde idee van een ‘directe’ Cartierconcurrent: Histoire d’Eau (2002) van Mauboussin (inmiddels verdwenen).

Dat dan weer wel: de ampul is navulbaar. Wil zeggen: wordt deze L’Envol je nieuwe klassieker, dan koop je een nieuwe volle ampul ‘die op zichzelf kan reizen’ en  zich leent tot diverse gebruiken: ‘nomadisch of sedentair’. Doe maar duur! Sedentair: ‘een vaste woonplaats, verblijfplaats of standplaats hebbend’. Maar deze sedentaire mogelijkheid geldt alleen voor de 100 ml-referentie. Die heb ik, durf’m alleen niet los te draaien. Beter gezegd: lukt me niet.

Cartier gebruikt een chique doelgroepomschrijving die, als je even doordenkt, op bijna elke man kan slaan: de ondernemer, de hedonist, de ‘technofiel’, de terughoudende. En de naam: wel, je moet werkelijk over geen graantje gevoel of verbeelding beschikken om er niets mee te kunnen. L’Envol is een goed voorbeeld van hoe de consument door de uitgekiende marketing van de moderne parfumindustrie geur de laatste 50 jaar is gaan ervaren.

Er zit ook nog een stukje story telling bij L’Envol – er wordt gerefereerd aan een van de eerste ‘luchtacrobaten’ van de vliegtuigindustrie: Alberto Santos Dumont (1873-1932) een van de beroemdste vliegtuigpioniers rond de vorige eeuwwisseling én vriend van de Cartierfamilie. Om tijdens zijn heldhaftige pogingen ieder moment te weten of hij weer een record zou breken, vroeg Santos Louis Cartier in 1906 een klokje te ontwerpen dat niet aan een ketting zou hangen. Et voilà: volgens Cartier was het eerste polshorloge geboren dat in 1911 commercieel werd geproduceerd. Nog steeds in de collectie: Santos (1981).

WAT L’ENVOL IK EIGENLIIJK?

Heel veel als je het wilt. Zoals alle Cartiergeuren is ook L’Envol goed gemaakt. Dat is vanzelfsprekend: ‘haute jouaillerie oblige’. Alleen frappeert de geur niet in de zin van dat je reukzin een hoge vlucht neemt. Is toch meer marketing dan daadwerkelijk de gebruiker meenemen op een duizelingwekkende olfactorische escapade. Hiervoor moet je bij Cartier bij Les Heures – de nichelijn – zijn. Kom ik binnenkort echt een keer op terug.

De geur moet aangenaam vertrouwd ruiken voor de gemiddelde ketenparfumerieklant: een amberachtig met een fris halo. Het heeft voor mij een hoog jaren negentig feel. De opgegeven ingredriënten: ‘vernevelde’ musk, guaiac-hout, honing, iris, amber. Deze vernevelde musk garandeert een frisheid de gelukkig verder gaat dan de gemiddelde platte witte musk. Poederig (iris) zonder vrouwelijk te worden. Het hout is ook goed te ruiken. Beetje rokerig, beetje musky. En de amber is luchtig – beetje aards (patchoeli), beetje vanille-achtig, beetje tonkaboonachtig inclusief de honingzachte noten. Ofwel, een fusie tussen warm en fris, water en vuur.

lenvol-de-cartier-1

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • THE SWAN BOTANICEA 
    • ISOLA VERDE ROJA LONDON
    • NUDO MORPH
    • LUCI ED OMBRE MASQUE MILANO
    • Ô DE LANCÔME 
    • LAURETTA DANNY SUPRIME
    • BALENCIAGA 2025
    • CLUBS OF IRIS RÊVERIE RÉGALIEN 
    • EIGEN GEUR(EN) EERST?
    • COMÈTE CHANEL
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....