… roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos, is een roos.
Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet?Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet? Of toch niet?
De besproken rozenparfums:
Les Tourterelles de Zelmis Oriza L Legrand
Rose Absolue Annick Goutal
Paris Yves Saint Laurent
Anni Venti Laura Tonatto
Rose Perfection Robert Piguet
Rose Etoile de Hollande Rose Mona dI Orio
Vergeten mee te nemen, want net gekocht:
Rose Royale Nicolaï
Let op: de chypre-roos hebben we niet meegenomen. Voor mij een aparte categorie, dus gaan we een keer apart behandelen.
Mousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.
Helemaal nieuw is het natuurlijk niet de roze chypres in aanmerking nemende die, na het verbod op te veel eikenmos in geuren, het oude chypre-gevoel opnieuw probeerden op te roepen met veelal nadruk op patchoeli en vanille. Generatie 2.0 kiest niet voor eikenmos maar voor mos. Een brede omschrijving waarachter je heel wat groene, bosachtige geurmoleculen kunt rangschikken.
Mousse de Chêne 30 heet ‘de langverwachte’ City Exclusive van Le Labo voor Amsterdam waarmee de hoofdstad olfactorisch wordt geëerd. En daar alleen te koop. Tubereuse 40 (2006) alleen in New York, Aldehyde 44 (2006) in Dallas, Vanille 44 (2007) in Paris), Poivre 23 (2008) in Londen, Musc 25 (2008) in Los Angeles, Gaiac 10 (2008) in Tokio, Baie Rose 26 (2010) in Chicago, Limette 37 (2013) in San Francisco, Cuir 28 (2013) in Dubai en Benjoin 19 (2013) in Moskou. Maar ik ken een ingewijde die verschillende uit de collectie vanachter haar laptop ‘vanuit ons landje achter de dijken’ heeft weten te kopen.
WAT DE MOUSSE DE CHÊNE 30 IK EIGENLIJK?
30 slaat dus op het aantal ingrediënten dat Daphnée Bugey heeft gebruikt om Mousse de Chêne 30 te laten ruiken zoals die nu ruikt. Zeven vermeldt ze. Mijn eerste indruk bijna een week geleden: ‘Begint wat braaf, eerst fris en groen, maar is toch donkerder dan verwacht. Als een soort schaduw van de boom, met wat peper erachter. Eerder het Amsterdamse bos, dan de stad. Maar wel interessant’. Bijna een week later: een schaduw van een bos met de kanttekening dat – positief – de peper aangenaam in de weer blijft om het ontbreken van echte het eikenmos te maskeren/compenseren. Negatief: de compositie blijft eenzijdig, een beetje aan de kale, koele kant. Merkwaardiger – of is het logischer? – doet denken aan Escentric Moleucules doordat één basisingrediënt onopgesmukt in al zijn ‘kaalheid’ wordt gepresenteerd.
Nog een keer: na een frisse flits ruik je iets dat doet denken aan bos, bladeren – wordt steeds sterker tot het moment waarop het echte mos en de echte patchoeli lijken op te gaan in hun synthetische gelijkgestemden: ‘kristalmos’ en blank hout. Het gevolg: het mos, het hout wordt niet echt warm, begint niet echt te smeulen. Ondanks de toegevoegde kaneel. En dit komt niet alleen door de peper. Zal me niets verbazen als er ook een ietsiepietsie calone (of andere watermolecuul) en minerale noot in de compositie zit (en zelfs wat coumarine, want het hout heeft ook iets hooiachtigs).
En van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.
Wat ik mis, en dit is ten onrechte, want de geur heet niet voor niets Mousse de Chêne 30, maar toch: een bloemenlaag. Die doet het altijd zo goed op een basis van eikenmos, die gaan daardoor leven, groeien en bloeien met een ‘echt parfum’-gevoel als resultaat. Dat ervaar je bloemenbeautifulmooi in Grossmiths Golden Chypre (2012) die qua prijs op hetzelfde niveau ligt, tenminste ik meen me te herinneren dat ik daarvoor toen € 315.00 betaalde (50ml). Achterafgezien te veel: voor hetzelfde geld meng je een aantal goedkopere op (eiken)mos gebaseerde geuren tot je Chypre Privé.
Ik ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.
Ik heb het al eerder geschreven en doe het weer: Brécourt is voor mij een van die huizen waarmee je bezoekers van de ketenparfumerie makkelijk(er) kunt overhalen over te stappen naar niche. De redenen nog een keer op een rij. Zijn er eigenlijk maar twee. Een: de uitstraling. Een mooie fusie tussen ‘anno nu’ en het verleden door de art deco-uitstraling. Twee: de composities. Die zijn goed zonder te vervallen in extremiteit en aanstellerij.
Hoewel enkele geuren van het huis voor mij niet voldoen aan niche (zie mijn ander besprekingen van Brécourt; deze maken de overstap nóg makkelijker) is daar bij deze nouveautés geen sprake van. Nou vooruit nog een reden: de prijs staat in verhouding tot het gebodene – dus niet duur. Namen van dit duo: cliché maar duidelijk en ‘iets’ wat klanten op zoek naar een nichegeur graag willen horen – de namen tickelen your fancy. Ook handig in dit geval: geen ellenlange uitweidingen over het hoe en waarom (captive betekent gevangene). Dus we schakelen direct door naar:
WAT SUBTILE & CAPTIVE IK EIGENLIJK?
Interessant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.
Opvallend: het persbericht meldt met een * dat Subtile ‘natuurlijke essentiële olie van roos bevat’. Betekent dat de rest synthetisch is? Zou toch verdomde knap omdat de compositie zo natuurlijk aandoet. Zoals de flits van Siciliaanse bergamot – energiek, fris die de roos als het ware wakker kust. Er wordt ook melding gemaakt van ‘blaadjes van klaproos’ maar die verspreiden geen noemenswaardige geur. Van de gebruikte centifolie-roos (foto) ruik je goed vooral goed de fruitige toets, dat komt waarschijnlijk door moerbei maar die kan ik geurtechnisch niet goed plaatsen. Wel met een met mooi effect: tot confiture gekookt rijp rood fruit zonder plakkerig en synthetisch te worden. Elegant hoe alles in de basis samenkomt, je ‘voelt’ de roos uitrusten op een aangenaam bedje van vochtig patchoeli, warm en smeuïg amber met op de achtergrond een niet hinderlijke notie van witte musk.
Captive bewandelt heel slim het pad van de gourmandgeuren. Ook hier een asterik. Nu: ‘Bevat natuurlijke essentiële olie van neroli (foto)’… dat is heel mooi, alleen ruik je die in eerste instantie niet. Althans ik niet. De reden: je reukzin verdwaalt in een… (ah nu ruik ik’m gecombineerd met wat druppels jasmijn zo lijkt het: effect witte bloemenweelde met zonnig-warm effect) gourmandsensatie dus die doet denken aan een koekje, een madeleine (geen Proust-associatie hebben), want geleverd door heliotroop en amandel.
Of beter gezegd: amandelpoeder het fijnst vermalen denkbaar. Raar toch dat je direct een Angel-associatie hebt terwijl bij Captive ‘officieel’ geen sprake is van gourmand. Ook mooi om te ruiken hier: heliotroop dat ruikt naar vanille zonder de zoete volheid ervan. Beschaafder zou je kunnen zeggen.
Elegant is ook de afwerking, want de geur wordt uitgeleide gedaan door een subtiele ‘bewierookte’ leernoot (ondersteund door patchoeli). Brécourt vindt het zelf een parfum die je moet aanbrengen ‘op die plaatsen waar je wilt gekust worden’. Cliché, want geldt dat niet voor elk parfum als je dat wilt?
Nog twee omschrijvingen van Brécourt: ‘Weelderig en mysterieus’. Het eerste: zeker, het tweede: nee, gezien de gourmandlink. Ook mooi om te ruiken – langer op de huid komt de neroli weer naar boven, schittert in alle zonnigheid waardoor het gourmand-effect weer minder wordt. Ik zou het bijna een circulair parfum willen noemen, want de ingrediënten komen als in een karousel constant voorbij.
Ik overweeg Captive aan een van mijn zussen voor te stellen, een door dik en dunne trouwe Chanel N°5-fan (meer door gemak dan daadwerkelijk interesse in iets anders). Vraag haar dan ook wat de geur met haar doet. Ik ben benieuwd, haar impressie (en de gevolgen daarvan) zal ik op deze blog delen. Ik kon nog geen foto’s vinden van de flacons, ik weet ook niet meer wanneer ze precies verschijnen. In ieder geval voor de het avondje van Sinterklaas is gekomen dunkt me.
In aanloop naar mijn bespreking van ‘An evening with Andy Taurer’ afgelopen 23 september at http://www.parfumaria.com hier een oude, enigszins geupdate bespreking van een mijn Tauer-favorieten.
Wanneer spreek je anno 2010 van een goed parfum? Voor mij: als je het qua sensatie en gevoel terugbrengt naar de periode toen het samenstellen van parfums werd gezien als een kunstproces en gevrijwaard was van marktconforme wetten: de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw.
Creativiteit, fantasie en vakmanschap stonden toen in dienst van een hoger doel: het vervaardigen van parfums die minder inspeelden op het snobappeal van de koper, maar des te meer op zijn olfactieve behoefte. Kortom: parfums die emoties oproepen die je nauwelijks onder woorden kunt brengen. Gewoon ‘stil genieten’.
Dit ‘neo-vintage’-gevoel ervaar ik sinds kort ook op bijzonder aangename wijze met de geuren van Andy Tauer. Een autodidact die zijn huis in 2005 opende en heel langzaam, maar gestaag zijn oeuvre uitbreidt. Het leuke aan hem: hij is vrij van glamour, celebrities en ‘lifestyle’. Iets waar de parfumwereld zich de laatste decennia zo graag in wentelt.
Hij doet precies wat telt: klassiek vakmanschap koppelen aan moderniteit. Dus komen bij Tauer geuren op de eerste plaats. Dat zie je (de presentatie mag van mij iets ‘grootser’), maar ruik je vooral. En dan heb je geen overdreven en vergezochte verhalen nodig. Zijn storytelling – waar iedereen nu zo naar verlangt – is daarentegen wél interessant en oprecht. Want gevrijwaard van courant verplichte clichés in de parfumerie.
Ruik aan 08Une Rose Chyprée en de geur ‘vertelt’ zichzelf… er was eens een roos uit het Westen die zich lostrok uit zijn met chypre-noten doordrenkte aarde en vertrok naar het Nabije Oosten om zich daar te koesteren in de zon en zich te hullen in weelde en warmte… ze arriveerde en assimileerde. Haar bladeren begonnen te stralen, werden zoeter en sensueler zonder de groenigheid van haar roots te verloochenen…. en ze bloeide nog lang en gelukkig.
WAT ROSE CHYPRÉE IK EIGENLIJK?
Deze roos van Andy Tauer is ‘ruw’ prikkelend en verfijnd-elegant tegelijkertijd. Komt – na de opening van bergamot, citroen en clementine – door de fusie van een klassieke chypre (ongepolijst donker en aards groen) en een oriental (zacht, fluwelig) die een originele koers neemt door de verwerking van laurier, kaneel en geranium met roos in het hart. De eerste maakt haar donker, de tweede zoet en de derde groen. En al deze facetten worden versterkt door de basis van patchoeli (donker), cistus labdanum (aards-dierlijk) en vanille (zoet), eikenmos (bos, bos, bos) en vetiver (groen, aards).
Trouwens de roos in 08 Une Rose Chyprée is niet zomaar een roos, maar een melange van absoluut en essentiële olie van rosa damascena: elke flacon bevat één pond rozenblaadjes gedestilleerd op traditionele wijze. Dat ruik je! 08 Une Rose Chyprée valt in de serie Mémorables – ik weet niet of dat anno nu nog het geval is – die volgens Andy Tauer zijn ‘als een praline, aangeboden in een 15ml-flacon met de hand gebotteld en verpakt’.
Ook interessant: volgens oude ‘parfumwetten’ is de charme van een chypre gebaseerd op de connectie tussen bergamot in de opening en eikenmos in de basis. Die vormt als het ware de pergola waaraan de bloemen in het hart zich hechten. Ervaar je op bijzondere wijze in Une Rose Chyprée.
Als je sinds ongeveer een jaar in Amsterdam al je verzamelde plastic stort in een speciaal daarvoor gemaakte bak, dan bereik je de status van een oranjegekleurde plastic hero. Zo weinig hoef je tegenwoordig te doen om deze ‘felbegeerde’ status te bereiken. Applaus!
We schijnen behoefte aan helden te hebben, steeds meer waardoor het begrip nogal is geïmplodeerd. Overal kom je ze tegen, in alle maten, in alle soorten. Van ‘in aanmerking komend’ tot ‘dachtutniet’. Nog even en iedereen heeft een heldenstatus en wordt de enige achtergebleven loser die toevallig even niet oplette eigenlijk begerenswaardig en dus een nieuwe held, op een schild gehesen, een verlosser. Begint het ‘everyone-a-hero’-vicieuze cirkeltraject aan een volgende spannende ronde.
In de parfumwereld kom je de laatste jaren ook weinig helden ‘alive’ tegen – de mythische variaties in naam van Versace en Rabanne daargelaten. De ideale man in de parfumerie is nu een charmeur (Givenchy, Hugo Boss), zit vaak in filmbusiness (Dior, Chanel) en/of is zó mega-hunk en galant-hulpvaardig voor de vrouw dat het bijna voorspelbaar saai wordt.
Gelukkig zweeft er nog een held rond met een lekkere vette knipoog, die van Thierry Mugler. A*Men (1996) is geïnspireerd op helden uit Amerikaanse strips: über in al zijn doen en laten en met het vermogen zich aan alle (klimaat)omstandigheden aan te passen: van uiterst zwoel tot prikkelend koud. Hij kan om zichzelf lachen, want hij weet dat hij uiteindelijk slechts de boodschapper van de geur is.
In zijn allernieuwste rol van A*MenKryptomint ontwaakt hij uit een lange winterslaap en ‘bij het ontwaken aanschouwt hij een horizon vol beloftes, een oneindige hoeveelheid mogelijkheden. Op zijn succesvolle parcours biedt iedere dag de belofte van een nieuwe overwinning – het lot van een eigentijdse held’. Wat dat parcours inhoudt, kun je zelf invullen, misschien gewoon een kwestie van even naar de plastic container lopen…
WAT A*MEN KRYPTOMINT IK EIGENLIJK?
Alle meligheid daargelaten: wanneer Thierry Mugler beslist een ingrediënt over te doseren dan weet je bijna zeker dat ‘de rest’ over een tijdje zal volgen. Nu is het wel zo: munt is altijd al een graag geziene gast in – vooral – mannengeuren. Het maakt ze intens groen, fris en ijl. Doet denken aan menthol, tandpasta. Is in Kryptomint ook het geval en – ‘Mugler oblige’ – über the top.
Alleen anders dan je zou verwachten. Want Krypto betekent ‘verborgen’ en ‘geheim’ en staat in de nieuwe variatie voor dat de munt bevroren is én al zijn sensaties gedoseerd de vrije loop laat vanaf de opening.
Het effect: eerst ijzig groen met een licht ijlachtig effect dat een beetje doet denken aan de scherpte van hibiscus. In het hart wordt deze groene toon voortgezet, wordt alleen iets zachter. Komt op conto van geranium: ook groen alleen met een bloemachtige zweem met nuances van roos. Hoewel je in de opening de klassieke A*Men-gourmandstructuur al lichtjes waarneemt, komt die – logischerwijze – in de basis pas volledig tot ontplooiing met patchoeli en tonkaboon. Zonder dat het groene gevoel echt verloren gaat.
Het kan fantasie zijn of mijn verlangen naar warme, voorjaarstemperaturen (2017 gaat voor mij de boeken in als een van de meest teleurstellende lentes), maar zit Krypto A*Men langere tijd op de huid dan lijkt het net of je een gesmolten ijsje ruikt met restjes van munt, vanille en witte musk.
LELIETJE-VAN-DALEN: VAN MUURBLOEMPJE TOT THE ‘IT’-FLOWER?
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 03/02/17
Neus: Daniela Andrier
Een wonderlijk iets: het gebruik van het woord ouderwets. Met name in combinatie met bloemen. Sommige worden zo omschreven. Zal je maar gezegd worden als bloem die haar stinkende best doet ons te plezieren. En dan krijg je zoiets van ‘die had mijn oma ook’. Dus? Duh? Wat wil dat zeggen? Men bedoelt natuurlijk hiermee of een bloem in of uit is. De witte orchidee… nog steeds helemaal in tot vervelens toe. Zelfs Blokker siert er zijn etalages mee. Helemaal uit: lelietje-van-dalen. Stom, stom, stom! Je neus in een boeket gestopt met deze klaterende klokjes en de wereld begint te herleven na de winterdeken van zich te hebben afgeslagen. Fris, nieuw, blakend, groen, knisperend… wat is daar ouderwets aan?
Het lelietje-van-dalen herinnert je op elk moment dat er ruimte is voor hoop, verlangens en een stralende toekomst. Nu best wel handig gezien de geopolitieke ontwikkelingen. Roept bij velen de wens op even alles te vergeten, te verdwijnen in een wolk van louter leuke ervaringen, positieve vibes en lieve mensen. Zit je bij Miu Miu goed. Want haar L’Eau Bleue is poeslief wat inhoud en uitstraling betreft. Jaren vijftig-truttigheid en onschuld gezien door een modern prisma.
Miuccia Prada schetst treffend het gevoel L’Eau Bleue wil oproepen. Het is een beeld dat we allemaal herkennen: ‘Het jaarlijks terugkerende moment dat je je realiseert dat, schijnbaar uit het niets, de lente is gearriveerd. Een gevoel zo licht, zo delicaat – haast niet te vatten – dat door een sliertje lucht wordt gedragen. Het kan je overal overkomen: in bed met het raam open, rijdend over een landweg, op straat in de stad na een regenbui, blootsvoets in het ochtendgras in een vochtige tuin’.
Dat ‘Miu Miu’ grote verwachtingen van L’Eau Bleue heeft – terwijl het een flanker is van het twee jaar geleden verschenen Miu Miu – blijkt wel uit de advertentie die je nu in de abri’s tegemoet lacht. Iets wat Miuccia Prada nooit heeft gedaan met haar Prada-parfums. L’Eau Bleue is beschaafd en onschuldig tegelijk, clean zonder synthetisch effect. Het vraagt, gelijk alle andere ‘girly’ geuren uit het massprestige-segment, niet veel van de draagster. Ik kan me haast niet indenken dat door L’Eau Bleue het lelietje-van-dalen een crowdpleaser en de ‘it’-flower gaat worden voor de komende tijd, daarvoor is de compositie toch te ‘leeg’, te luchtig, te eendimensionaal. Maar dat is tegenwoordig eerder een garantie voor succes, dan voor een flop. Het is vooral de speelse campagne die de potentiële koopster naar de parfumerie moet trekken.
WAT L’EAU BLEUE IK EIGENLIJK
Parfumeur Daniela Andrier gaat trouwens mee in Miuccia’s sfeertekening: ‘L’Eau Bleue legt iets bloot dat vanbinnen beweegt. Een gevoel van een begin, van een frisse start, van kansen, hoop, opnieuw geboren worden. Het afschudden van het oude, en het diepe, onnoembare tintelen van opwinding over alles wat zou kunnen zijn. Dat is wat een geur doet, het raakt iets dat we vergeten waren. En aanraking zoveel meer dan een olfactorische gewaarwording; het veroorzaakt binnen een seconde een complete ervaring’.
Hiervoor plukte ze handenvol lelietjes-van-dalen. Figuurlijk dan. Want deze bloemekes zijn stom, de geur ervan kun je niet extraheren. Is een kwestie van het combineren van diverse geurmoleculen om het boeket tot leven te brengen. Het verschil met klassieke, dus ‘ouderwetse’ lelietje-van-dalengeuren zoals en Muguet du Bonheur (1934) en Diorissimo (1956): Daniela Andrier legt de nadruk op de groene kant (denk: de bladeren) en besprenkelt dit met koele, uit een stromend beekje geschepte druppels (denk: water- en luchtmoleculen). Het effect: het bloemeneffect overrompelt niet, het is eerder alsof de klokjes door de lucht bengelend zweven tussen de regendruppels door. That’s it in feite. De basis moet dit ongedwongen gevoel versterken – de denkbeeldige wortels van het lelietje-van-dalen zoeken contact met de vochtige, vitale rijkdom van de aarde die de wintersluimer van zich heeft afgeworpen. Opgeroepen met uit akigala-hout (geëxtraheerd uit patchoeli): warm met kruidige en bloemige nuances.
Miu Miu is by the way niet de eerste die het lelietje-van-dalen van trutty naar trendy probeert op te stuwen. Dior had Lily (1999), Guerlain deed het met Lilia Bella (2001) en Maison Francis Kurkdjian doet het met Aqua Universalis (2009).
‘EEN SENSATIE DIE GEDACHTEN ZO TRANSPARANT ALS DIAMANTEN MAAKT’
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 02/11/16
Neus: onbekend
Ik was van de ene kant very blij verheugd, van de andere kant anxious met de ontvangst van Patchouly versie 2016. Verheugd (plus hopende) dat alle Etro-klassiekers geleidelijk aan op deze manier opnieuw in the spotlights worden gezet. Ze zijn het waard. Angstvallig: een dergelijke herlancering houdt meestal in dat aan de compositie is gesleuteld.
Is het geval. Vooropgesteld: ik ben blij dat Etro het doet en zichzelf hiermee serieus neemt, en niet meegaat in de ‘plastic perfumesoup’-trend waardoor zoveel parfumhuizen worden gedreven. Van de andere kant: ik word een beetje moe (en dus van mezelf) van die geurscherpslijpers die voor ze een herformulering hebben geroken al hun degens kruizen: zal wel niets zijn, ‘tiseenschande’ en meer van dit klaaggezang.
Tip voor verongelijkten: er verschijnen zoveel, teveel geuren in de (mass)niche-sector die je al het verdriet over ‘verkrachte klassiekers’ doen vergeten – ook op ‘patchoeligebied’. Goed voorbeeld: Comme des Garçons Series, Luxe Patchouli (2007). Goed voorbeeld: Tom Ford Patchouly Absolu (2014). En vergeet de klassiekers niet: Patchouly (1970) van Reminiscence.
Etro introduceert zijn nieuwe patchoeli lyrisch: ‘Betovering heerst in de stilte van een tropische tuin. Bij zonsondergang, na een stormachtige middag, is er een hint van de aarde te ruiken die naar boven stijgt vanuit het gras. Onder de hemel van de eerste sterren rijzen de stengels van de wit en paars gevlekte patchoelibloemen bedekt met regendruppels en absorberen het maanlicht: een hymne aan schoonheid die harten vervult. Een sensatie die gedachten zo transparant als diamanten maakt’. Alsof je bladert door de Stille Kracht van Louis Couperus.
Weer wat geleerd, door het volgende: ‘In de eeuwenoude Tamiltaal betekent patchoeli groen blad’. Dus: patchaiellai: patchai (Tamil: பச்சை) (green), ellai (Tamil: இலை) (leaf). Het persbericht volgt met ‘groen, een zacht, houtachtig groen, is de geur die patchoeli onthult na een langzaam droogproces vervolgd door een destillatie die, met de kracht van stoom, zijn schitterende ziel laat zien. Toen patchoeli voor het eerst naar de Britse kust kwam in de negentiende eeuw werd de geurige plant direct een musthave voor intellectuelen en de haute bourgeoisie tijdens het Victoriaanse tijdperk. Op datzelfde moment arriveerden in Parijs kostbare kasjmiersjaals bezaaid met patchoelibladeren om die tijdens hun verscheping naar Frankrijk vanuit verre landen te beschermen tegen mot. De delicate stof werd ondergedompeld in een langhoudend parfum waardoor het luxueuze textiel nog sensueler en exotischer werd’.
Geurengoeroe licht toe. Het exacte jaartal is bekend: 1834. Het inspireerde Serge Lutens tot zijn patchoeliparfum Bornéo 1834. En de ‘kostbare kasjmiersjaals’ – op de foto op de achtergrond, inclusief het Paisley-motief van Etro, van de flacons te zien – werden ook naar Londen verscheept. Koningin Victoria was een fervent fan.
Etro ziet Patchouly als ‘authentieke belichaming van eigentijds nomadisme’ en ‘roept een zeker beeld van de Oriënt op – aan een geur die eeuwenlang de dromen van ontdekkingsreizigers vergezelden die de zeilroutes aflegden tussen Europa en China, het zuiden van India, Thailand, Madagaskar en Indonesië – landen waar deze plant, met zijn uitzonderlijke, balansherstellende eigenschappen, nog steeds wordt gekweekt’.
WAT PATCHOULY 2.0 IK EIGENLIJK?
Etro licht toe: ‘In tegenstelling tot de in 1989 ontwikkelde geur (een eau de toilette), heeft de nieuwe Patchouly (een eau de parfum) een warmer, minder droog accent. Na de opening, die doet denken aan de kracht van hout en citrus, wordt dit accent ronder en verwerft het binnen het web van geuren een fluweelachtige samenhang; sandelhout (dat de helderheid van patchoeli versterkt) is geënt op de zoete noten van tolubalsem, cistus labdanum, amber en tonkaboon, en het zwarte zaad (brenger van geluk), om uiteindelijk te eindigen in een spoor van vanille’.
Met minder droog wordt eigenlijk minder kamferachtig genoemd. Ofwel, stoffig, aards en muf (denk aan een oude, jarenlang ongeopende dekenkist) met ‘iets’ dat stinkt. Voor velen het kenmerkende en lekkere dan wel vieze, getverderrie effect van patchoeli. Grappig: als je goed je neus hebt gestoken in de nieuwe versie, neem je deze kamfernoot ook lichtjes waar. Alleen gemaskeerd/versierd door, ik zou het willen noemen, sensuele gladmakers.
Ofwel, het ambereffect opgeroepen met de hierboven genoemde harsen, boon en peul. Maakt het geheel zoeter en gaat op de een of ander manier richting gourmand. Voor mijn gevoel is deze Patchouly een meer afgeronde, gepolijste compositie geworden, gaat meer richting een echt oriëntaals parfum. Voor mijn gevoel alleen iets teveel vanille. Terwijl de eerste versie eerder ‘onaf’, ruw was, een geur ‘in de grondverf’, een basisingrediënt-parfum. Vraag me alleen af wat met het zwarte zaad wordt bedoeld?
Helemaal leuk: de nieuwste versie laat zich heel goed layeren – het oorspronkelijke uitgangspunt van alle Etro-geuren. Ik stel voor om te beginnen Marquetry(2015): een roos die verdrinkt in smeulende harsen.
Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.
En datzelfde ervaar ik met Splendia en Desiria die me werden toegestuurd. Irina niet, dus daarvoor moet ik binnenkort weer even richting Rokin. Wat ze verbindt? Jade. Is de gemeenschappelijke naam voor twee mineralen die als edelstenen worden gebruikt: jadeït en nefriet. Deze ‘steen’ heeft verschillende kleurschakeringen: bruin, zwart, ‘wolkenwit’ en – de meest geliefde – groen. Jade werd oorspronkelijk gebruikt als gereedschap maar kwam tijdens de Han-dynastie in zwang als sieraad. Jade wordt gezien als een waardevolle steen die boze krachten weert. Als men een stuk lang op zijn lichaam draagt, verandert de kleur. Of dat gunstig dan wel negatief op de zielenheil werkt, is me onduidelijk.
Daniela Andrier koos als olfactorisch symbool voor jade de magnolia – de bloem die vaak ‘op de een of andere manier’ met China wordt geassocieerd. En dat terwijl de struik, die kan uitgroeien tot een immense boom, zowel Azië als de Verenigde Staten als oorspronkelijke habitat heeft. Detail en toeval of niet: de ‘oude’ Chinezen noemden de Magnolia denudata de Jade-orchidee, en werd beschouwd als symbool van zuiverheid, en geteeld in tempeltuinen sinds de zevende eeuw.
Al met al heeft Daniela Andrier het goed getroffen. Want de magnolia-bloem is fragiel; bij aanraking valt die spontaan op de grond. Dan de geur – licht bloemig, beetje poederig (denk amandel) met een opvallend frisse citroenachtige ondertoon. Past perfect in de Gemme-filosofie dus. Ze zegt hierover: “Ik koos voor magnolia uit China als iconisch ingrediënt om de drie geuren te structureren en met elkaar te verbinden. Net als jade, is magnolia teder en sterk, delicaat en toch krachtig”.
WAT SPLENDIA & DESIRIA IK EIGENLIJK?
Splendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.
Poederig, maar de aardse, minerale tonen worden er meer van benadrukt waardoor het fris-transparante karakter wordt voortgezet. Mooi de mos: zorgt voor een aardse ondertoon zonder dat de lichtheid verloren gaat. En als je heel goed door ruikt neem je de narcis waar; zorgt voor een bloemige sensualiteit maar anders dan de tuberoos.
Er zit natuurlijk meer in Splendia. Ik neem een soort lactone, melkachtige, poederige musk waar. Alsof die als een nevel over de hele compositie glijdt. Ook interessant: vaak wordt niche met duidelijke waarneembare geuren geassocieerd – overvloed, het niet besparen op ‘dure’ en ‘exclusieve’ ingrediënten. Splendia maakt duidelijk dat ‘less is better’ ook een aangename niche-ervaring kan zijn.
En dat geldt ook voor Desiria. Naam: idem overbodig. Ontloopt Splendia niet veel. Alleen is deze geur meer ‘musk-geharnast’. Wil zeggen: een poederige, eveneens lactone-achtige musk die zich als een bedje spreidt waarop de bloemen kunnen bloeien. De magnolia is hier minder present doordat ‘vol baan’ wordt gegeven aan de roos-tuberoosmelange. En in dit geval roos ondersteund door tuberoos. Met andere woorden: een roos lichtjes erotisch gemaakt door de tuberoos. Maar ook hier: niet overrompelend, want over het geheel van de compositie waait een lichte, frisse wind.
Alleen: ik kan me indenken – leve het vooroordeel – dat mensen meer verwachten van een juweliersnichelijn. Meer glinstering, meer glam(our). Dat doet Bvlgari dus niet. En dat vind ik mooi. Maar, krijg nou wat! Ik zie zonet dat de Gemme-lijn ook bij Sephora wordt verkocht – online te bestellen. Hoe zo exclusief? En hoe de lijn in het Midden-Oosten wordt gepresenteerd zie je op de clip.
Doordat Jan met de Pet sinds het begin van de jaren tachtig met volle teugen geurtjes test, sprayt en (tax free) koopt, zou je bijna denken dat in de decennia daarvoor je parfumeren als man alleen in bepaalde kringen vanzelfsprekend was. En dat klopt dus. Maar niet zoals je wellicht verwacht. Met wel heel merkwaardige gebeurtenissen tot gevolg.
Bestaat toeval? In mijn behoefte aan een andere interpretatie van het vermaledijde story telling in de parfumerie en lifestylekringen, stuitte ik tijdens een avondje Wikipediaën – hobby van me: tik een naam in die je interesseert en kijk waar je drie uur later terechtkomt – op Liberace. Zoals bekend verondersteld: een van de meest flamboyante entertainers die de wereld ooit heeft gekend. Volgens mij is Lady Gaga zijn geestelijk – uitgedaagde – kleinkind, maar dat is een ander verhaal.
In goede smaak-kringen gold hij vanzelfsprekend als ongekend kitsch en über-über the top camp avant la lettre. Het mallotige: het ontkennen van Władziu Valentino Liberace (1919-1987) dat hij homoseksueel was. ‘Zo schattig!’ moet je dan tegenwoordig zeggen. Zijn hele leven heeft hij tegen dit ‘vermoeden’ bij het grote publiek gestreden. Met als een van de meest absurdistische hoogtepunten/dieptepunten à décharge/à charge – tismaarnet hoe je ernaar kijkt – die hij in stelling bracht tijdens een proces dat hij in London in 1956 aanspande vanwege aangedane smaad.
De link met geurf? Nog even geduld. In The Daily Mirror omschreef columnist Cassandra (William Connor) Liberace als – hier volgen slechts enkele high lights – “the summit of sex, the pinnacle of masculine, feminine, and neuter. Everything that he, she, and it can ever want… a deadly, winking, sniggering, snuggling, chromium-plated, scent-impregnated, luminous, quivering, giggling, fruit-flavoured, mincing, ice-covered heap of mother love”. Een omschrijving die duidelijk impliceerde dat hij… gay was.
Liberace antwoordde in eerste instantie telegrafisch met een zin die begint met “What you said hurt me very much” en eindigt met de legendarische en inmiddels door veel andere onberoemde en beroemde mensen geciteerd: “I cried all the way to the bank”. Tijdens het proces herhaalde Liberae dat ‘he was not homosexual and never had taken part in homosexual acts’. Hij won mede op basis van door Connors denigrerende omschrijving ‘fruit-flavoured’ – Amerikaans slang voor homo. De £8,000 schadevergoeding die hij kreeg, deed Liberace tegen de journalisten herhalen “I cried all the way to the bank!”
Let wel: hij droeg toen nog niet – net zoals zijn collega Elvis Presley – de more is better glitter- en glamoutfits, maar gewoon een klassieke smoking tijdens zijn optredens. Dit werd door een voormalig journalist van de Daily Mirror – Revel Barker – gebruikt als titel van zijn boek waarin hij het proces minutieus op basis van transcripties, rechtbankverslagen en interviews beschrijft: Crying All the Way to the Bank (2009). Een gedeelte van het proces werd voor een uitzending van de BBC serie Reputations ‘nagehoorgespeeld’.
Zie en luister vanaf 17.10. En dan in het bijzonder vanaf 19.03 waarin Liberace vragen moet beantwoorden over zijn eau de toilette-gebruik. Herhaal dit nog een keer. Herhaal dit nog een keer. Dan realiseer je je pas dat je eigenlijk niet weet wat je hoort. Je krijgt eerder de eerder indruk in een sketch van Monty Python’s Flying Circus te zijn beland in plaats van een doodserieuze rechtszaak. Je vraagt je af waarom the beat generation niet eerder is begonnen te meppen op de gevestigde orde – wat een partij verstikkende en geborneerde saaiheid in het naoorlogse Great Britain.
Met welke cleane geur toiletteerde Liberace zich in those days? Had ik graag willen weten. Want tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw was geurgebruik bij mannen alleen in bepaalde kringen populair: de elite. Getuige de speciale made to measure-colognes die onder meer de Creeds en de Guerlains voor diverse mannen maakten waar blauw bloed door de aderen stroomde. En natuurlijk ‘mannen uit artistieke kringen’ – lees : homo’s – waarvan sommige natuurlijk ook van adel waren.
Je komt bij het in kaart brengen wel uit op de klassieke top tien van old school mannengeuren plus twee gender free. Of gebruikte Liberace, net zoals Sergei Diaghilev, Guerlains Mitsouko (1917) ‘by the dozen’?
Was ik dus onlangs bij www.parfumaria.com – ter gelegenheid van de introductie van twee nieuwe merken; Sammacro en Parfum Sartori. Kom ik nog op terug. Of niet? Want daar had ik het met ‘Maria van Geuren’ over in verband met mijn ‘transitieperiode’ als Geurengoeroe. Ze gaf me als advies: besteed alleen aandacht aan lanceringen, merken die je echt interessant vindt. Kaf van het koren scheiden dus. En er is me tegenwoordig toch veel van het laatste – ook in het nichesegment. Zelfs op de Pitti, zo vernam ik uit diverse bronnen, moet je steeds meer tussen als paddenstoelen uit de grond pop-uppende nichebomen goed zien of het parfumbos nog wel bestaat. ‘Oh Lord have Pitti on our pour perfume souls!’
Wat is volgens u dan kaf? Hoewel er vaak op de kwaliteit niets is aan te merken, val ik in slaap, wordt bijna kwaad van alle merken die hun identiteit steeds meer opgeven om maar dat extra graantje te kunnen meepikken. Wat krijg je: inwisselbare chic. Dus, waarom ook niet, een, twee, drie, vier, vijf, etc., etc., creaties op de markt zetten die je meevoeren naar het Midden-Oosten waar in het zinderende woestijnzand caravans bepakt met oudh op weg zijn naar eeuwenoude parfumateliers. Even zoeken de kameeldrijvers beschutting en koelte bij een oase. Palmen wuiven, dadelbomen bezwijken onder hun vruchten, een kortstondige regen – een fata morgana? – verdampt in aanraking met het hete zand; ‘Hé, weer een idee voor een geur! Noteren niet vergeten’.
Maar dit gezever van mijn kant kan ook een luchtweerspiegeling zijn in mijn gedachten. Zie ik het verkeerd? Ja, het is waar, ik moet oppassen dat ik niet cynisch word. Niet makkelijk als je een persbericht te lezen krijgt waarin staat vermeld dat de nieuwe geur is bestemd ‘voor de vrouw die niet bang is om haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Cliché van het zuiverste water.
Je vraagt je af waarom het in alle opzichten nieuwe luxe-label Bottega Veneta voor deze benadering kiest. Tuurlijk: het wil natuurlijk dat zoveel mogelijk consumenten op de hoogte worden gebracht van Eau Sensuelle. Alleen de Bottega Veneta-klant is niet ‘iedereen’. Het Italiaanse label ontleent zijn kracht juist aan het uitzonderlijke. En de geuren vragen, zeker in vergelijk met het aanbod in de ketenparfumerie, nèt iets meer van de consument. Ik ken er een. Ze woont in Zwolle. Een vrouw van middelbare leeftijd, met een artistieke achtergrond en niet op de hoogte van niche en wat dies meer zij. Toen ik haar voor het eerst ontmoette drie jaar geleden, en we het dus – mijn roem was me vooruitgesneld – al snel over geuren hadden, vertelde ze mij hoe blij ze was met die van Bottega Veneta. Haar woorden: voorbij de middelmaat, van vroeger, mooie, volle, echte geuren, chypre – haar favoriete groep. Bij toeval ontdekt en nu een ware fan. Haar dus even gebeld naar aanleiding van Eau Sensuelle. En ja hoor, ze had hem al.
WAT EAU SENSUELLE IK EIGENLIJK?
Wat vond ze ervan? Lekker fris en pittig in de opening. Maar het was vooral de zacht-bloemige noot die haar beviel. En het allerlekkerste: het idee dat Bottega Veneta’s eerste geur erin viel te bespeuren. There you have de compositie in a nutshell.
De opening komt op conto van bergamot en met name roze peper – die zorgt voor een aangename prikkel met, zo komt het mij voor, een lichte gembernuance op de achtergrond (zal de bergamot wel zijn). Het Eau Sensuelle-hart: een elegante combinatie van fluwelig gardenia (tekening) die extra zacht wordt door perzik. Jasmijn versterkt het bloemengeheel. En dan het leer. Mooi op de achtergrond, maar niet al te prominent door het lang aanhoudende effect van perzik. Het chypre-karakter van de geur komt tot wasdom in de basis: patchoeli met een toefje vanille.
Kortom, een mooie neo-chypre. Niche in de ketenniche. Niet masstige, maar massniche. Hoewel cliché, klopt deze constatering in het persbericht: ‘Discrete elegantie, tijdloze verfijning’. Mocht dit niet voldoende overtuigen hier het droombeeld van Bottega Veneta’s artistiek directeur, Tomas Meier: ‘Het zonovergoten platteland van Veneto, waarin de rijke geuren van de Italiaanse natuur zich mengen met de soepele lederwaren van het modehuis’.
En over de doelgroep: ‘Eau Sensuelle zal een andere vrouw aanspreken dan Signature Bottega Veneta eau de parfum – iets jonger, in leeftijd en/of in mind’ en – here we go again – ‘niet bang haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Mijn vraag: zijn vrouwen daar bang voor?