‘EEN HYMNE AAN SCHOONHEID DIE HARTEN VERVULT’
‘EEN SENSATIE DIE GEDACHTEN ZO TRANSPARANT ALS DIAMANTEN MAAKT’
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 02/11/16
Neus: onbekend
Ik was van de ene kant very blij verheugd, van de andere kant anxious met de ontvangst van Patchouly versie 2016. Verheugd (plus hopende) dat alle Etro-klassiekers geleidelijk aan op deze manier opnieuw in the spotlights worden gezet. Ze zijn het waard. Angstvallig: een dergelijke herlancering houdt meestal in dat aan de compositie is gesleuteld.
Is het geval. Vooropgesteld: ik ben blij dat Etro het doet en zichzelf hiermee serieus neemt, en niet meegaat in de ‘plastic perfumesoup’-trend waardoor zoveel parfumhuizen worden gedreven. Van de andere kant: ik word een beetje moe (en dus van mezelf) van die geurscherpslijpers die voor ze een herformulering hebben geroken al hun degens kruizen: zal wel niets zijn, ‘tiseenschande’ en meer van dit klaaggezang.
Tip voor verongelijkten: er verschijnen zoveel, teveel geuren in de (mass)niche-sector die je al het verdriet over ‘verkrachte klassiekers’ doen vergeten – ook op ‘patchoeligebied’. Goed voorbeeld: Comme des Garçons Series, Luxe Patchouli (2007). Goed voorbeeld: Tom Ford Patchouly Absolu (2014). En vergeet de klassiekers niet: Patchouly (1970) van Reminiscence.
Etro introduceert zijn nieuwe patchoeli lyrisch: ‘Betovering heerst in de stilte van een tropische tuin. Bij zonsondergang, na een stormachtige middag, is er een hint van de aarde te ruiken die naar boven stijgt vanuit het gras. Onder de hemel van de eerste sterren rijzen de stengels van de wit en paars gevlekte patchoelibloemen bedekt met regendruppels en absorberen het maanlicht: een hymne aan schoonheid die harten vervult. Een sensatie die gedachten zo transparant als diamanten maakt’. Alsof je bladert door de Stille Kracht van Louis Couperus.
Weer wat geleerd, door het volgende: ‘In de eeuwenoude Tamiltaal betekent patchoeli groen blad’. Dus: patchaiellai: patchai (Tamil: பச்சை) (green), ellai (Tamil: இலை) (leaf). Het persbericht volgt met ‘groen, een zacht, houtachtig groen, is de geur die patchoeli onthult na een langzaam droogproces vervolgd door een destillatie die, met de kracht van stoom, zijn schitterende ziel laat zien. Toen patchoeli voor het eerst naar de Britse kust kwam in de negentiende eeuw werd de geurige plant direct een musthave voor intellectuelen en de haute bourgeoisie tijdens het Victoriaanse tijdperk. Op datzelfde moment arriveerden in Parijs kostbare kasjmiersjaals bezaaid met patchoelibladeren om die tijdens hun verscheping naar Frankrijk vanuit verre landen te beschermen tegen mot. De delicate stof werd ondergedompeld in een langhoudend parfum waardoor het luxueuze textiel nog sensueler en exotischer werd’.
Geurengoeroe licht toe. Het exacte jaartal is bekend: 1834. Het inspireerde Serge Lutens tot zijn patchoeliparfum Bornéo 1834. En de ‘kostbare kasjmiersjaals’ – op de foto op de achtergrond, inclusief het Paisley-motief van Etro, van de flacons te zien – werden ook naar Londen verscheept. Koningin Victoria was een fervent fan.
Etro ziet Patchouly als ‘authentieke belichaming van eigentijds nomadisme’ en ‘roept een zeker beeld van de Oriënt op – aan een geur die eeuwenlang de dromen van ontdekkingsreizigers vergezelden die de zeilroutes aflegden tussen Europa en China, het zuiden van India, Thailand, Madagaskar en Indonesië – landen waar deze plant, met zijn uitzonderlijke, balansherstellende eigenschappen, nog steeds wordt gekweekt’.
WAT PATCHOULY 2.0 IK EIGENLIJK?
Etro licht toe: ‘In tegenstelling tot de in 1989 ontwikkelde geur (een eau de toilette), heeft de nieuwe Patchouly (een eau de parfum) een warmer, minder droog accent. Na de opening, die doet denken aan de kracht van hout en citrus, wordt dit accent ronder en verwerft het binnen het web van geuren een fluweelachtige samenhang; sandelhout (dat de helderheid van patchoeli versterkt) is geënt op de zoete noten van tolubalsem, cistus labdanum, amber en tonkaboon, en het zwarte zaad (brenger van geluk), om uiteindelijk te eindigen in een spoor van vanille’.
Met minder droog wordt eigenlijk minder kamferachtig genoemd. Ofwel, stoffig, aards en muf (denk aan een oude, jarenlang ongeopende dekenkist) met ‘iets’ dat stinkt. Voor velen het kenmerkende en lekkere dan wel vieze, getverderrie effect van patchoeli. Grappig: als je goed je neus hebt gestoken in de nieuwe versie, neem je deze kamfernoot ook lichtjes waar. Alleen gemaskeerd/versierd door, ik zou het willen noemen, sensuele gladmakers.
Ofwel, het ambereffect opgeroepen met de hierboven genoemde harsen, boon en peul. Maakt het geheel zoeter en gaat op de een of ander manier richting gourmand. Voor mijn gevoel is deze Patchouly een meer afgeronde, gepolijste compositie geworden, gaat meer richting een echt oriëntaals parfum. Voor mijn gevoel alleen iets teveel vanille. Terwijl de eerste versie eerder ‘onaf’, ruw was, een geur ‘in de grondverf’, een basisingrediënt-parfum. Vraag me alleen af wat met het zwarte zaad wordt bedoeld?
Helemaal leuk: de nieuwste versie laat zich heel goed layeren – het oorspronkelijke uitgangspunt van alle Etro-geuren. Ik stel voor om te beginnen Marquetry (2015): een roos die verdrinkt in smeulende harsen.


Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.
Splendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.
Bestaat toeval? In mijn behoefte aan een andere interpretatie van het vermaledijde story telling in de parfumerie en lifestylekringen, stuitte ik tijdens een avondje Wikipediaën – hobby van me: tik een naam in die je interesseert en kijk waar je drie uur later terechtkomt – op Liberace. Zoals bekend verondersteld: een van de meest flamboyante entertainers die de wereld ooit heeft gekend. Volgens mij is Lady Gaga zijn geestelijk – uitgedaagde – kleinkind, maar dat is een ander verhaal.
Was ik dus onlangs bij
Maar dit gezever van mijn kant kan ook een luchtweerspiegeling zijn in mijn gedachten. Zie ik het verkeerd? Ja, het is waar, ik moet oppassen dat ik niet cynisch word. Niet makkelijk als je een persbericht te lezen krijgt waarin staat vermeld dat de nieuwe geur is bestemd ‘voor de vrouw die niet bang is om haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Cliché van het zuiverste water.
Wat vond ze ervan? Lekker fris en pittig in de opening. Maar het was vooral de zacht-bloemige noot die haar beviel. En het allerlekkerste: het idee dat Bottega Veneta’s eerste geur erin viel te bespeuren. There you have de compositie in a nutshell.
Geurengoeroe heeft een bloggerprobleem. Hij is niet de enige. Wat wil: schrijven is ‘not’. filmpje, vlogje maken is ‘hot’. Zei onlangs de oprichter van Facebook himself via een… videomessage. Mensen hebben geen zin meer in ellenlange fijngeslepen en fijn geschreven bloggersuitwijdingen over het hoe en waarom. In zijn geval geur. ‘Zal wel’ denken de meesten. Je kunt het ook verwoorden in een clip van een, twee of drie minuten. Gebeurt natuurlijk al: duizenden plaatsen hun geurrecensies – die weliswaar vaak te lang door dralen – op internet via Youtube en andere kanalen. De meesten blijven steken in platitudes en/of van über-enthousiasme overlopende lofuitingen die garanderen dat ‘de merken’ geuren ‘ter beoordeling’ blijven toesturen.
Zoals: film & fragrance. Als hij het had geweten, en zijn agenda beter had gepland dan was Geurengoeroe nu in Berlijn. Daar wordt geëxperimenteerd – in de vorm van een festival – met onder andere films waarbij geuren op de achtergrond het verhaal sturen. Doel: de totaalbelevenis groter maken. Met andere woorden ‘story telling’ die het zintuig reuk actief betrekt bij de zintuigen gehoor en zicht. Andere onderdelen: Wolfgang Georgsdorf, uitvinder van het elektronische geurorgel Smeller 2.0, geeft première van geurcomposities die solo of in combinatie geluid, muziek, film en literatuur de bezoekers een geheel nieuw artistieke ervaring bezorgen.

Geurengoeroe was een week in Parijs. Niet zozeer vanwege een fragrance-affaire, meer voor een familiefeestje. Toch ‘moest’ hij, mede op verzoek van enkele familieleden, wel iets ‘aan parfum doen’.
Totaal iets anders: Rose van Zara. Rook ik iets verder op de Champ-Elysées. Ik was op een bepaalde manier verbluft. Er bestaan sites waarop te zien/te lezen valt welke geuren van Zara zijn geïnspireerd op/gejat van populaire geuren uit het masstige-segment. Rose gaat een niveau hoger.
Dit ‘vooroordeel’ van mij wordt versterkt als je de dramatische introductiedans ziet, als je naar de homesite gaat. Met dien verstande: ik hou niet echt van ballet. ‘Vervelend’: de site laat verder weinig los over het hoe en waarom, en de mensen behind te scenes. Ik zie één naam: Philippe de Méo, ff googelen. Twijfel slaat toe: stond hij mij personally te woord tijdens de presentatie…
Want door de contrastrijke frisgroene openingsnoten heen – pittig shiso, musky-groen engelwortel, bloemfris bergamot en zoet-prillelend gember – ruik je direct wat ‘we’ nu onder oudh verstaan geaccentueerd door een vleugje vies. Vervolgens trekt de geur via het fruit-zoetige vijgenhart (sorry, ik ruik de vijg niet echt, geldt ook voor davana) omringd door alsem (wel goed te ruiken) en een zoet-poederig spoor (iris, idem). Ik ben een enorme fenegriek-fan, maar die neem ik ook niet waar. Ben ik op weg naar het stadium van geur-seniliteit? Wel: de romige, zachte uittocht. Lactone-tonen worden als slagroom (ethyl laitone) over het geheel‘gespoten’ (met behulp van cashmeran), die een licht dierlijk-sensueel ondertoon krijgt door ambroxan.
Ik liep gisteren Sephora in de shoppingmall I2 van Place d’Italie (Parijs) binnen. Ligt in het dertiende arrondissemen. Is zo’n – veronderstelde – xxl shopping fun experience waar je je de hele dag kunt vermaken, mocht je zin hebben. En mocht je de overdaad aan hebbedingen in de opruiming – soldes! 70% discount! – teveel worden, dan is er nog altijd de vertrouwde Hema. In Sephora – om de suggestie van topdrukte te wekken, was er maar één kassa geopend – hing die ‘klasieke’ onbestemde lucht van met elkaar in onmin levende, te kwistig rond gespoten geuren. Een soort van strakke, harde witte musk met doffe bloemnoten als ‘eindbestemming’ die in zichzelf is gestikt door het ontbreken van een echt goede ventilatieinstallatie.
Met die presentatie zit het dus wel snor: typiquement Saint Laurent en niet cliché rockchick dellerig als Black Opium (2012) plus variaties. Maar: boringly voorspelbaar. Dit wordt volgens mij nu onder international lifestyle & taste for the billions verstaan. De flacon (mooie, strakke variatie op Paris uit 1984) is onderste boven gefotografeerd – symbolisch voor het effect denken we maar.
Erg leuk merk hoor, dan niet van. Maar ‘jeetjeminamariamijnmoederlief’ het lanceert wel erg veel geuren – niet de enige – en raakt steeds meer verwijderd van zijn uitgangspunt: de eau de cologne (vanaf 2010) op moderne wijze het nieuwe millennium in loodsen. Atelier Cologne is daar samen trouwens ‘onder aanvoering van’ Thierry Mugler – zijn
Even ‘dikke doei’: kersenbloesem mag dan daadwerkelijke bloeien in Jinhae (nog nooit van gehoord, zo leer je weer eens wat, blijkt een district in Changwon, Zuid Korea bekend om zijn overvloed aan kersenbomen en dus kersenbloesemfestivals – foto), maar is en blijft een ‘interpretatie’. Wil zeggen: het is een mix van diverse geurmoleculen (denk roos, amandel, musk, bloemnoten).
Want: deze mimosa gecultiveerd in India is ondergedompeld – lichtjes geïntroduceerd door citrusnoten – in een zoetzachte basisweelde van voornamelijk (veel) sandelhout ‘op smaak gebracht’ door vanille en musk. ‘uiteindelijk’ verpakt in een bijna vloeibaar wit leer-akkoord.
Poivre Electrique: wat een prettige en ‘geruststellende’ opening. Zo aangenaam klassiek, maar… opgeroepen met ingrediënten hiervoor gewoonlijk niet gebruikt. Voor mij geen elektrische, maar eerder een groene peper ‘in den beginne’ opgeroepen met oranjebloesem. Maar ik denk juist de takken en het gebladerte ervan te ruiken – dus neroli.
De gebruikte zwarte thee uit Ceylon is minder donker dan verwacht, eerder groen. Komt door door groene variant uit Sri Lanka. Bergamot en munt doen de rest; maken van Philtre Ceylan een geur die het dichtst in de buurt komt van een cologne. Ik heb trouwens moeite om de iris (helemaal uit China!), de komijn (helemaal uit India!), het guaiac (helemaal uit Paraquay!) en de papyrus (ook uit het verre India) er uit te pikken, aangezien de frisgroene golven van thee, munt en bergamot het meest present blijven.