Een glaasje wijn is fijn. En één geur opgebouwd rondom leer vraagt om meer. Het blijft een van de wonderlijkste ingrediënten die maar niet de aandacht krijgt die het verdient naar mijn gevoel. Als je ze nauwelijks kunt kopen in de ketenparfumerie, dan is het niet vreemd dat het in het nichecircuit ook niet hoog op de agenda staat in vergelijk met oudh bijvoorbeeld.
Terwijl als je mensen die geur meer als cadeau-artikel zien (de gemiddelde consument), en niet als olfactorisch genoegen, aan een leergeur laat ruiken, dan vallen die meestal niet van hun stoel of hoge dan wel doorsneehakken. Maken geen kotsbewegingen. Dus er is nog een hele groep te winnen met leer- en suèdegeuren – zal ze leren! Zwevend tussen chic en ordi blijft een leergeur een van de spannendste ervaringen en hij wordt zo mooi één met de huid.
Besproken:
Onbekende chypre op leerbasis
Cuir de Russie Chanel (1924)
KnizeTen Knize (1924)
1902 Extrème Bois (2005)
Cuir Fétiche L’Artisan Parfumeur (2011)
Rien Etat Libre d Orange (2006)
Cuir X La Parfumerie Moderne (2013)
Leder 6 J. F. Schwartzlose (1921/2015)
Cuir de l’Aigle Russe Oriza L. Legrand (1892/2015)
Cuir Andalou Rania.J (2016)
Lover’s Tale Francisca Bianchi (2018)
En nog een paar worden aangestipt: Serge Lutens, Parfum d’Empire en Carner.
En de betekenis van Cuir de l’Aigle Russe die ik eerst niet kon lezen en later niet begrepen, ik heb het opgezocht. Leer van de Russische Adelaar. Snap’m niet. U? Ik bedoel een adelaar heeft geen leren kleed. De adelaar, of beter gezegd, dubbelkoppige adelaar was het symbool van de tsaren, maar dan nog niet… Of was het gewoon marketingtechnisch slim om de Russische adel te pleasen?
Tja, jaren, maar dan ook jaren geleden vond ik het leuk om een merk erop te ‘betrappen’ dat de naam van hun nieuwste geur al eerder was gebruikt. Nu denk ik: ‘Laat maar’, en ben ik in een iets mildere bui, dan: ‘De nieuwe geurmarketeers ontbreekt het aan historisch besef’. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds spontaan begin te briesen bij het horen van Joy (2018) van Dior – hup de gevangenis is, stelletje no-knowers, stelletje chique marketing parfumpooiers met als extra taakstraf: de benodigde jasmijn- en rozenblaadjes voor het recept van de echte Joy (van Patou) met de hand plukken. Stuk voor stuk. Zal ze leren…
Anyway, over reeds eerder gebruikte namen gesproken, bij deze Nuda (die als cadeautje tussen mijn bestelling bij www.parfumaria.com zat, waarvoor mijn dank, mijn grote dank, ik ben niet waardig enzovoort, enzovoort) verscheen voor mijn ogen die van Emanuel Ungaro. Effe checke: nee, dus. De geur heette Desnuda (uit 2001). Ik kan me daarvan herinneren dat deze geur een soort van niche-toets had door het feit dat bij de edp-versie een kwastje aan de flacon bevestigd zat waarmee je de jus over de ontklede huid kon strijken. Was een enorme flopperdeflop.
Anyway, Nuda als geur heb ik al eerder besproken, en wel die van Nassamoto uit 2010. Toeval of niet, uit hetzelfde jaar stamt ook die van Il Profvmo. Als je weet welke neus achter dit label schuilgaat dan weet je zeker dat Nuda zeer vrouwelijk wordt geïnterpreteerd. Ga maar na, een: ‘Afrodisiacum die stimuleert om van intimiteit te genieten die leidt tot extase en passie’. Tuurlijk. Iets dieper snuffelend op www voor deze geur, kom ik bij Olfactoria’s Travels (die ik een tijdje heb gevolgd) terecht. Wat blijkt? De vrouw achter deze site, heeft de stekker eruit getrokken – al sinds 29 oktober 2015. Vanwege a: een internettrol die haar stalkte, b: een ziekte en c: gewoon geen inspiratie meer, time to move on. Who’s next? Me? Katie Puckrick heeft haar neus ook al aan de wilgen gehangen.
Silvana Casoli vermeldt ook nog dat ‘de inspiratie komt van de geur die alleen de huid van de vrouw kan uitademen in zijn staat van extase. Nuda wordt gedragen als een tweede huid (op de foto door Jennifer Lopez en dat op 49jarige leeftijd, tjonge, tjonge, hoe doet ze het toch)… Nuda werkt als de sleutel tot verleiding en persoonlijkheid. Zijn afrodiserende kracht komt van kruidenferomonen met een vluchtige structuur’.
WAT NUDA IK EIGENLIJK?
Lang geleden dat ik een geur heb geroken die zo vreemd en ‘onverklaarbaar’ op gang komt. Kan natuurlijk aan moi-même liggen, maar toch. Eerste indruk: deze geur heeft zijn uiterlijke verkoopdatum overschreden – niet meer goed. Tweede ‘gevoelsgolf’: haarlak van moeder – minispritsjes van aldehyden. En dan: iets met bloemen, iets met kruiden gelardeerd met veel zoetigheden, iets hout-poederachtig. En dan uiteindelijk: ‘Koffie, koffie, lekker bakkie koffie, jongens wie wil er een kop?’ Ik had er niet meer naast kunnen zitten. En dan moet je weten dat ik Nuda al twee weken lang achterelkaar op mijn rechterpols spray…
Dit zit er allemaal in: rode bes, braam, druif, gember, honing, iris, wijngaardperzik, opium, musk, eikenmos en pistache. Met deze wetenschap nog een keer opgespoten. Het rode fruit haal ik er echt niet echt uit. Ik bedoel: dat moet je direct in de opening ruiken. Ik herken rode bes in combinatie braam direct – wie niet inmiddels? Wel vanaf het begin de gember die met een beetje fantasie ondergedompeld is honing. Dat poederige? Is dat iris?
En dan, en dan? Heel veel musk die zich alleen heel horizontaal, heel plat manifesteert. En die wordt voor mij niet echt bosachtig (eikenmos). De druif (die in het echt niet echt ruikt) en zijn buur wijngaardperzik – die zouden toch voor een zoetige transparantie moeten zorgen. Niet op mijn huid. Om maar te zwijgen van de pistache. Ik bedoel, dit ‘nouvel gourmand’-ingrediënt moet je toch ruiken, is toch een echte aandachtstrekker. Die werd opgevoerd in Guerlains La Petite Robe Noire Eau Fraîche (2015) en die rook je dus ook.
Nuda is voor mij onbestemd, onduidelijk, in ieder geval geen second skin-ervaring, en zeker geen erotische erupties veroorzakend elixer (om in lijn met Silvana Casoli te blijven). Tenslotte, ik zie op de homesite van Il Profvmo dat Nuda niet meer wordt aangeboden. Ben ik niet de enige die het niet begrepen heeft? En nu heb ik net Blanche Jacinthe van haar besteld omdat ik weer eens zin heb om van een pure hyacintgeur te genieten. Afwachten.
VERBONDEN IN DE OPENING VOOR TWEE MAKKELIJKE MUGLERS
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 29/03/19
Moet je maar net weten, want in de reguliere parfumerie vind je ze niet echt – ook niet bij http://www.sephora.com: de oud- en muskvariatie van Alien (2004). Vooral de eerste, ik wist van zijn bestaan, Alien Oud Masjestueux (2015), tickles my fancy. De site van Mugler ‘himself’ verwijst je naar een retail location. Doen we… In plaats van Gees (Drenthe) tik ik voor het gemak Amsterdam in.
Het antwoord: your search returned no results. Parfumpech onderweg. De die hard-Muglerfan zal ze zeker weten te vinden, maar jammer voor de reguliere Mulger-liefhebber; zou een leuke manier zijn om de gemiddelde consument kennis te laten maken met oud. Anders blijft het voorbehouden aan Rutte’s ‘witte wijn drinkende grachtengordelelite’.
Waarom vermeld ik dit allemaal? Vraag ik mezelf ook af, maar na wat langer te hebben nagedacht, kwam ik erachter. Het assortiment van Mugler is exemplarisch voor de huidige stand van zaken in de parfumwereld. Op alle fronten inzetten met als achterliggende gedachte: de aandacht voor de bestverkopende geuren vasthouden. Toch? Naast bovenstaande vermelde edities, heeft Mugler ook nog een tweede nichelijn, Les Exceptions (negen stuks inmiddels), en – kwam ik en passant achter – presenteerde ‘hij’ onlangs vier variaties op zijn Cologne uit 2001 (de enige cologne waarin voor mij witte musk op een volstrekt logische manier wordt verwerkt in de 2.0-versie van de klassieke eau de cologne).
Totaal: 2 + 9+ 4 = 15 Muglers waarvoor je ‘best wel’ moeite moet doen om die live ‘ergens’ te kunnen ruiken/kopen. In de reguliere ketenparfumerie worden naast Aura (2017) alleen Angel (1992) en Alien (2004) en alle variaties daarop aangeboden.
Het idee achter deze twee zomerse interpretaties: ‘In de Alien-woestijn vullen duinen zich met een glanzende, okerkleurige gloed – een haast oneindige horizon. In deze zee van zand wordt een bovennatuurlijke lichtstraal weerkaatst: het punt waar de zon en de maan samenkomen – dag en nacht versmelten met elkaar, er verschijnt een adembenemende eclips. Alien, parfum van het licht, laaft zich aan de eenwording van deze tegenpolen en onthult twee heerlijke geuren die, samen en ‘solo’, het spel van een betoverend contrast van warm en koud belichamen’.
WAT ALIEN FUSION IK EIGENLIJK?
Volgens mij is het eerder gebeurd, ken alleen de merken niet meer uit mijn hoofd: dat voor een vrouwelijke en mannelijke versie dezelfde ingrediënten worden gebruikt (maar alleen dan in andere verhoudingen). Bij Alien Fusion – vandaar de naam – ervaar je dat in de opening: gember en kaneel. Het bedoelde effect: een inslaande bliksem. Beetje overdreven, maar fris-pittig met zoet ondertoontje is het wel. Ruik je goed, alleen grappiger wijs, is de uitwerking in beide gevallen iets anders. Komt volgens mij door het hart dat erop volgt. In Alien Man Fusion (gemaakt door Jean-Christophe Hérault) ruikt het iets frisser, citrusachtiger.
Dan het verschil: Alien Fusion (gemaakt door Fanny Bal en Dominique Ropion) voor de vrouw is niet te vergelijken met de originele partituur gezien de jasmijn heeft plaatsgemaakt voor oranjebloesem en tuberoos. Je ruikt vooral de eerste heel goed, waarvan de bloemigheid wordt benadrukt zonder echt sensueel te worden, geldt ook voor de tuberoos. Het is allemaal erg gedoseerd, transparant en clean.
Wat ook opvalt, iets wat voor steeds meer geuren geldt: het hart van de compositie doet er steeds minder toe. Wat speelt is de opening die in harde sprint naar de basis rent, ondertussen wat bloemige sensaties meenemend. Wat Alien Fusion betreft – de ‘witte’ amber en vanille lijken eerst te fuseren met de openingsnoten voor ze een eigen leven gaan leiden. Wat voor geldt Alien Fusion, gaat ook op voor Alien Man Fusion: de eenvoud. Kun je positief en negatief interpreteren: ik bungel maar wat tussenbeide.
Ik verwacht meer van Mugler in de ketenparfumerie, zeker gezien ‘zijn’ bovengenoemde werk in het nichedepartement. Het is braaf, wel erg crowd pleasing. En ook bij Alien Man Fusion: kop en staart sturen de geur. De ‘gekaneelde’ gember gaat via een kortstondige weg versierd met bloemige nuances snel op in de (ingehouden) leernoot met warme, zalvende ondertoon. Ik herken osmanthus meestal direct als die in een geur zit verwerkt, hier pik ik haar de niet echt uit. Als het goed is ruik je ook ‘overdadig’ gerookt beukenhout en groene (dus ongebrande) koffie. Alleen overdadig kan ik het niet noemen en ook niet echt beuk. Wel hout, zacht hout. En daarnaast kan ik de me geur van ongebrande koffie niet echt voor de geest halen.
En wat ik voor mijn gevoel wel ruik, wordt niet vermeld: In Alien Fusion witte musk, in Alien Man Fusion een Iso e Super-achtige noot. Ofwel, synthetisch ambergris gelayerd met dito sandelhout. Maar dat laatste kan ook misschien het beukenhout zijn.
Het is een geliefd thema in de parfumerie, en daardoor bijna cliché. En inmiddels in het licht van @metoo ook rolbevestigend als je er dieper over nadenkt – kristallen plafond en dergelijke: de veronderstelde verkennings- en ontdekkingsdrift van de man.
Zowel letterlijk als symbolisch wat naam betreft wordt deze imaginaire reis meestal verbeeldt. Uit mijn hoofd: Voyageur van Patou, Globe van Rochas, Fahrenheit van Dior. Even opgezocht: Horizon van Guy Laroche, Nomade van d’Orsay, Nomad van Crabtree & Evelyn, Adventure van Gant, Adventure van Davidoff. Ga zo maar door. Chloé’s Nomadetoont aan dat op emancipatoir (parfum)gebied en kristallen muur (noem het emancipatie over dwars) er langzaam een andere (marketing)wind aan het waaien is.
Laten we de psychische en fysieke kant niet vergeten: hoeveel geuren verbeelden niet een innerlijke reis. Hugo Boss heeft er met zijn mannengeuren patent op zo lijkt het wel. Vaak zo cliché dat het aan het absurde grenst – waarvan ook de nieuwste Bottled Infinite getuigt. Helemaal doorgeslagen: zowel qua over-acting van de ambassadeur als verfilming: Sauvagevan Dior.
Toen ik deze door de importeur opgestuurde geur uitpakte, dacht ik: ‘Wat vreemd dat deze naam niet eerder is gebruikt, zo voor de hand liggend’. Toch even www-en: ik kwam alleen Explore tegen. Een productie van In Style Perfume, een als een smell-a-like van J’adore (flacon lijkt er in ieder geval op en de naam ‘rijmt ernaar’).
Montblanc ziet de ontdekkingsreiziger/explorer zo: ‘Hij kent geen grenzen tijdens zijn avonturen. Staat hij op de top van een berg, dan denkt hij al aan de volgende uitdaging’. En zo: ‘Een ode aan avontuur en het ontdekken van de wereld’.
Nu komt een stukje storytelling die ik grappig vind: ‘Dankzij de iconische vulpen van Montblanc – die nooit lekt hoe diep deze ook in een backpack verstopt zit – is het merk favoriet onder reizigers’. Laatste betwijfel ik gezien het alsmaar groeiende aantal (inclusief vliegschaamte-toeristen) én gezien het feit dat de meeste ‘ontdekkingsreizigers’ met de smartphone contact houden met het thuisfront. Brieven worden nauwelijks meer geschreven: ik schrijf eigenlijk alleen nog maar mijn handtekening.
Mooi is het feit dat Montblanc nadrukkelijk de herkomst van de hoofdingrediënten vermeld. De parfumindustrie was volgens mij een van de eerste industrieën die zich drukt maakte om zo weinig mogelijk footprints achter te laten tijdens de ontwikkeling van geuren – waarvan de synthetische ingrediënten getuigen. Daarnaast is het ze er alles aan gelegen om de verbouw van natuurlijke grondstoffen te waarborgen gezien het oprukkende urbanisme in ‘exotische oorden’.
Explorer is gemaakt door parfumgrondstoffen-producent Givaudan die met zijn Sourcing for Shared Value-programma nog een stap verder gaat in deze ontwikkeling. Givaudan heeft ingrediënten geïdentificeerd die essentieel voor parfums zijn en ondersteunt in deze lokale producenten (van bijvoorbeeld vetiver en patchoeli) wat betreft duurzaamheid en ethiek.
En deze ethische kijk gaat verder dan je denkt: zoals in dit geval de bouw van drie bibliotheken voor schoolkinderen in de regio’s Buton en Katoi op het eiland Sulawesi. Deze betrokkenheid sluit naadloos aan bij de filosofie van Explorer, inhoudende dat ‘reizen hand in hand gaat het verlangen om van de wereld een betere plek maken’ door – in dit geval – ‘een betere toekomst te creëren voor de lokale bevolking’. Ik juich het zeer toe, overweeg zelfs om mijn volgende verwegvakantie in het teken hiervan te laten staan door dergelijke sourcing-programma’s te bezoeken.
WAT EXPLORER IK EIGENLIJK?
Explorer wordt gepresenteerd als een olfactorische reis. Wil je die persoonlijk afleggen, dan stel ik voor dat je een sabbatical inplant. Want je bent dan wel even onderweg: Italië, Duitsland, Zuid-Afrika, Indonesië en Haïti. Maar wees niet ongerust: je neemt een herinnering mee naar huis die eigenlijk niet ver weg is verwijderd van de klassieke mannengeur. Grappig om te zien hoe conservatief – tegen wil en dank – parfumeurs zijn. Het palet is ondanks alle innovatief beperkt. En dat vindt de gemiddelde man volgens mij helemaal niet erg. Die wil gewoon lekker ruiken.
Doe je met Explorer. Eerst naar Italië voor de bergamot. Om precies te zijn: voor de OrPur-variatie. Een door Givaudan bewerkte bergamot omschreven als een ‘ontploffing van bloemige, groene en intens frisse noten’. Dat laatste komt volgens mij door toevoeging van een waternoot die je in a way door de hele geur heen blijft ruiken. Extra groen wordt de bergamot gemaakt door salie – alleen te ruiken als je heel, heel goed door ruikt.
De moderne toets ruik je ‘iets verder’, niet in Duitsland maar in Zwitserland waar het hoofdkantoor van Givaudan zit en waar in het laboratorium pomarose werd ontwikkeld. Een ‘kruising’ tussen appel en roos (vandaar de naam) versterkt met fruitige nuances van gedroogde pruim en rozijn en die bijvoorbeeld zo goed te detecteren is in Paco Rabanna’s 1 Millionen laten we het niet vergeten in Montblancs Legend. En dan gaan we de oceaan voor de basis: een klassiek-mannelijke mix van vetiver, patchoeli, sandelhout en akigala-hout ondersteund door leer en grijze amber (ambrofix).
Mooi maar glad, in plaats van donker en aards. En dat komt omdat de natuurlijke vetiver (ook OrPur genoemd en afkomstig uit Haïti) en patchoeli (van Sulawesi waar een nieuwe variatie werd ontdekt…) zijn aangelengd met een synthetische variant van sandelhout en patchoeli – laatste ook wel akigala-hout genoemd. Een cleane houttoets zonder de kenmerkende kamferachtige noten eigen aan patchoeli. Eindeffect: een stoere natuurlijke houtgeur die geleidelijk aan zachter en schoner wordt.
Wat ik wel opvallend vind: merken als Montblanc (en Dunhill) gaan vaak creatiever en doel-groep-gerichter om met geur, met name de laatste jaren, dan de grote jongens boven hun: Dior, Saint Laurent, Hugo Boss, Giorgio Armani, Chanel en noem maar op. Explorer is een goed concept, duidelijke taal in duidelijk beelden, zonder aanstellerig en hysterisch te worden en zonder te verdrinken in hun eigen ambities en te verdwijnen achter hun enorme promotiecampagnes.
Tenminste… als je de promovideo van Explorer níet bekijkt. Die stelt dit beeld wel bij. Want dat is op de een of andere manier drama en kitsch met tranen. Lijkt wel een trailer van een nieuwe film over hoe een knappe hipster-baardsoldaat met woest-aantrekkelijke rimpels de gruwelen van de oorlog doorstaat… hij schrijft het allemaal op voor het thuisfront met een… Montblanc-pen. Er is goddank een sprankje hoop in de vorm van een aangekondigde zwangerschap opgeroepen met een kloppend hart die de maat van de (te) sfeervolle muziek bepaalt. Niet wat ik associeer met het plezier dat je aan geur kunt beleven.
EEN JAARTAL, EEN PRIJS (DIE BIJNA IEDEREEN IN DE BUSISNESS KRIJGT)
HAUTE COUTURE, PRÊT-À-PORTER OF ‘CRUISE’ WITTE MUSK?
Jaar van lancering: 2018/2019
Laatst aangepast: 16/03/19
Je moet een kluizenaar wezen, wil het je zijn ontgaan: Karl is niet meer. Achternaam: Lagerfeld. En die deed er eigenlijk ook niet meer toe. Want hij was onderdeel van het selecte gezelschap mensen waarvan de voornaam voldoet om te zeggen wie je bedoelt. Je hebt natuurlijk meerdere Karls, maar is er maar slechts één… bladibla, bladibla en ga zo maar door. En vond de pers dat Karl toch nog wat lauwerkranstoevoegingen toekwamen, dan kon die nog altijd voor koning, kaiser of Karl Chanel opteren. Terecht bewierookt, alleen op sommige punten kon je toch vragen stellen bij deze voor een groot gedeelte toch zelfbenoemd multi-talent-tasker.
Zoals: waarom maakte hij ook zoveel lelijks voor Chanel met name de laatste jaren? Dat vonden heel veel hoofdredacteuren ook maar schreven dat niet op want… Zoals: hij was geen fotograaf. Hij ‘stijlde’ voor camera ‘voor de vorm’ wat met haren en accessoires, zei wat wisecracks tegen model, fotograaf en de rest van de crew die vervolgens het betoverende plaatje afleverden. Zoals: waarom is het hem niet gelukt om na zijn eerste licentiehouder Unilever nooit meer echt succesvolle parfums af te leveren? Zoveel talent en er dan niet in slagen de juiste mensen om je heen te verzamelen om een overtuigend product af te leveren.
Nu nog het bruggetje, geitenpaadje naar Chanel. Even nadenken. Nou deze: waarom is Chanel nooit zijn geuren gaan maken? Het huis deed het ook in het verleden voor Emanuel Ungaro. Het mogelijke antwoord: te druk met eigen productie. Zoals recent een intense versie van Coco Mademoiselle (Intense 2018), een ‘parfumextract’ van Blue de Chanel, Les Eaux (beide 2018), een nieuwe variatie op Chance Eau Tendre (eau de parfum-versie 2019) en 1957.
Ik las over 1957 heen, want ik dacht dat ik 1954 zag, het jaar waarin Coco Chanel de schaar na 15 jaar weer oppakte. Als dank daarvoor werd haar comebackdefilé neergesabeld in Frankrijk vanwege haar, to put it mildly, niet zo vaderlandslievende stellingname tijdens de oorlog. Laatste word in een nieuwe documentaire van Jean Lauritano – Les guerres de Coco Chanel – pijnlijker dan voorheen duidelijk gemaakt. Met prachtige, voor mij voorheen onbekende beelden en ontluisterende en grappige feiten.
Zoals het ‘bewijs’ dat ze met haar eigen geuren (zie foto helemaal onder) zou komen wanneer de Wertheimers (producenten en huidige eigenaars van het huis Chanel) geen betere licentiepercentages wouden garanderen. Zoals dat Amerikaanse soldaten na de bevrijding van Parijs in 1944 bij haar aan de rue Cambon niet in de rij stonden om parfums te kopen maar gratis drie flacons mochten meenemen voor hun vriendinnen/vrouwen/amants.
Wroeging of calculatie om de goede naam die Chanel in Amerika nog steeds had hiermee subtiel te ‘influencen’? In ieder geval onthaalde Amerika de collectie als eigentijds en modern-minimalistisch (en dus praktisch) én een welkom antwoord op de volgens Coco Chanel en vele Amerikaanse vrouwen terug-in-de-tijd New Look-korsetcreaties van Christian Dior.
Grappig detail: Amerikaanse vrouwen gingen zelfs de straat op om hiertegen te protesteren, al was het ‘alleen maar’ vanwege de enorme hoeveelheid stof nodig om zelf zo’n creatie te maken. Hoogtepunt in deze: de actie van de Little-Below-the-Knee Club in Chicago.
Hier valt dus 1957 op zijn plaats. In dat jaar neemt Chanel in Dallas de Neiman Marcus Fashion Award in ontvangst (hij begroet Chanel op bovenstaande foto). Ander grappig detail: tijdens een barbecue waarvoor ze was uitgenodigd als onderdeel van deze feestelijkheden liet ze de haar enorme opgediende steak stiekem onder de tafel verdwijnen – vreselijk zo’n lap volgens haar.
De laatste twee cijfers refereren ook aan de straat waar de eerste Chanelboutique in New York werd geopend: 57th Street. Die werd verbouwd, vertimmerd en vorig jaar heropend (eerste foto). En naar aanleiding daarvan werd 1957 ter plekke onthuld.
Nóg een grappig detail dat Chanel vanzelfsprekend niet vermeld: drie jaar eerder werd de prijs uitgereikt aan de grootste (vooroorlogse) concurrent van Chanel: Elsa Schiaparelli. Het huis van de l’Italienne (zoals Chanel haar noemde) is recent weer heropend (herlanceringen van haar frivole chic-parfums are on their way). En eveneens aan de nu helemaal onterecht vergeten (gezien haar staat van dienst ook op parfumgebied) Lily Daché. Netflix-seriewaardig wat mij betreft, Schiaparelli ook, of als het niet anders kan: Wars of Couture – the rivalry between ‘Schiap’ and ‘Coco’.
We gaan nog door: in 1956 werd de Neiman Marcus Fashion Award (amongst others) uitgereikt aan ‘schoonheidskoningin’ Elizabeth Arden, Clare Plotter (Amerikaans designer) en Carmel Snow (hoofdredacteur van Harper’s Bazaar die de eerste collectie van Dior zijn ‘historische duiding’ heeft gegeven met de opmerking ‘It’s such a new look!’). Dit plaatst Coco’s onderscheiding in een ander perspectief.
Anyway, als Chanels marketingafdeling op deze manier ‘jaren’ in het leven van Coco Chanel gaat gebruiken voor de Les Exclusifs-geuren dan kunnen ze nog even. Ik pik er twee lukraak uit. 1915, blijkt het jaar waarin Chanel haar eerste boetiek in Biarritz opende. 1961 – voor Delphine Seyrig ontwierp Chanel de (echt, echt, echt, prachtige) haute couture voor haar rol in de zwartwit gedraaide l’Année dernière à Marienbad (regisseur Alain Resnais). Voor de fans: deze met de Gouden Leeuw van het Festival van Venetië onderscheiden film is met behulp Chanel vorig jaar gerestaureerd.
WAT 1957 IK EIGENLIJK?
In het persbericht valt te lezen naar aanleiding van de Fashion Neiman Marcus Award: ‘Het talent van Coco Chanel wordt over de hele wereld geprezen. Haar creaties zijn het resultaat van durf om zich meester te maken van zorgvuldig gekozen zeldzame texturen en deze opnieuw uit te vinden en naar een hoger niveau te tillen’.
Ik geloof dat in dit geval toen (in de jaren vijftig) nog niet werd gesproken van texturen in relatie tot mode, maar het is een handig ‘geitenpaadje’ naar de compositie van 1957. Want dat geeft aldus hetzelfde persbericht ‘dit beeld perfect weer; een sensueel en subtiel bewerkt met een akkoord van witte musk’.
Ik moet lachen om ‘zorgvuldig gekozen zeldzame texturen’. Want: onzorgvuldig en veel voorkomende texturen (lees ingrediënten) kunnen óók leiden tot een ‘sensueel akkoord van witte musk, doorregen met bloemige, houtachtige, honingachtige en poederige noten’.
Waarschuwing vooraf: ik ben geen groot liefhebber van witte musk. Het is naast clean (de meest geprezen attributie) ook scherp, bleek, hard en koud. Je moet als neus veel doen om het (voor mij) elegant en ‘volwaardig’ te maken.
Goede geslaagde voorbeelden voor mij: Musc (1970) van Reminiscence en Musc (2010) Mona di Orio. Waarom? Beide zijn vloeiend, zacht en geven een cocon, security blanket-gevoel. Ik zie waarschijnlijk andere over het hoofd – legitiem gezien mijn (voor)oordeel.
Olivier Polge, de neus, laat voor mij musk tussen clean en cocon zweven. Elegant in drie stappen, want vooropgesteld dat is 1957. Eerst musk gehuld een groenig, licht pittige waas (roze peper en koriander). Dan neroli die de musk laat zon-schitteren met een bloemig accent, dan iris die de musk laat ‘verpoederen’, dan in de basis musk ingekaspeld in zoetige, honingachtige noten.
Maar toch het blijft witte musk – ik althans blijf een harde, ‘onaardse’ (lees synthetische) noot ruiken. Is dat erg? Helemaal niet – ik ben niet de gemiddelde consument. Maar millions, billions and zillions houden inmiddels van deze cleane, frisgewassen kijk op parfum. In zoveel geuren kom je in no time in een witte musk-basis terecht (met de nieuwe eau de parfum-versie van Chance Eau Tendre zit je wat dat betreft ook goed).
1957 is de meest toegankelijke dus meest commerciële editie in Les Exclusifs. En dat is mijn probleem: 1957 is geen niche, geen masstige, maar prestige. Geen haute couture, geen prêt-à-porter maar ‘cruise’ (benaming voor ‘tussendoorcollecties’ met een zomers karakter) witte musk. Een niet-verrassend thema dat je al zo lang ruikt in de ketenparfumerie (neem alleen de zich steady uitbreidende Musc-variaties van Narciso Rodriguez) en ver daarbuiten.
1957 zal dus heel succesvol worden. Of niet, zijn er ‘ook nog’ mensen die olfactorisch meer van Chanel verwachten, dat het de weg wijst. Een niche-musk anno nu is ook dirty, speelt, verwondert, heeft meer lagen, en laat de klant twijfelen en uiteindelijk overtuigen dat wat zij/hij eigenlijk ‘stiekem’ vies vindt, eigenlijk best wel lekker is.
Ik was helemaal vergeten dat dit parfumpraatje ook nog in de pijplijn zat, want opgenomen tijdens www.(tisweervoorbij)diemooiezomer.nl. Interessant merk dat we bespreken en een beetje door de gemiddelde parfumerie buiten beschouwing wordt gelaten: Tiziana Terenzi:. Ik snap wel waarom: heel veel andere geuren zouden hierdoor in ‘het grote niets’ verdwijnen. Spannende facetten, continue progressie… Guerlain waarom maken jullie niet meer van deze geuren… Is vervolgens www.parfumaria.comhet verschil van hoe Italianen en Fransen naar het parfummetier kijken.
Ik verafschuw het begrip, want te pas en onpas gebruikt, maar bij Tiziana Terenzi ruik je een passie voor parfums, geen je laten meeslepen door marketing. Ik heb Kaffal besproken op en V Cantoook. Laatste lijn – daar moet je eigenlijk zo’n kennismakingssetje van aanschaffen. Kun je je gewoon een weekend verdiepen in mooie ‘instapniche’-geuren en dan een, twee, drie of allemaal aanschaffen voor en na de feestdagen. De witte en zwarte serie ken ik nog niet van Terenzi.
DAAR HEEFT BLIJKBAAR ‘IEDEREEN’ ZO ZIJN EIGEN GEDACHTEN OVER
Wat is een zoet, wat is een fris parfum? Wat is kruidig, wat is bloemig? Voor neuzen en kenners is dat duidelijk. En er bestaat zoiets als een ‘officiële’ indeling voorheen ook wel bekend als ‘parfumboom’ en ‘families’.
Maar de ‘gemiddelde’ consument denkt daar helemaal niet aan tijdens het kopen van een geur. Die gaat af op de naam, op de campagne, op ‘de snob’, op wat die bij iemands heeft geroken (en – ja dat gebeurt ook – ‘op’ pure fascinatie gecombineerd met ervaring). En dat leidt soms tot verwarring. Nou en daar hadden www.parfumaria.com en www.geurengoeroe.com het over tijdens een van de tropische dagen deze zomer in een tuin in Drenthe. En af en toe trilt de tafel.
Een beetje mosterd na de maaltijd voor diegenen die eau de cologne als typisch zomers beschouwen. Maar het zonnetje schijnt vandaag nog redelijk, dus. En iets anders: volgens trendwatchers – ik vermeldde het al eerder geloof ik – wordt de eau de cologne het nieuwe eau de parfum, de meest verkochte concentratie tot nu toe.
De reden: het schijnt zo te zijn dat millennials lichte watertjes prefereren boven het zwaardere werk. Nog een voordeel: door het snel vervliegen kun je vaker splashen en/of sprayen waardoor je vaker een parfumgevoel hebt. Lekkrrrrr!
Ondertussen ben ik een aantal long reads aan het voorbereiden, gezien er een aantal interessante ontwikkelingen plaatsvinden waar ik me even goed moet in verdiepen. Het heeft te onder meer te maken met algoritmes en kunstmatige intelligentie. Verder in pijplijn: een ‘trend’ bij sommige merken die aan het doorslaan zijn wat de ontstaansgeschiedenis van en de filosofie achter hun nieuwe geuren betreft. Ik heb er een paar onder ogen gehad waar ik behoorlijk depri van werd. Maar met een spray cologne begint de zon weer te schijnen, en kan ik weer verder.
CONTRASTERENDE NOTEN MODERN & EIGENZINNIG GEBOTTLED
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 21/10/18
Hoelang is het geleden dat ik in Keulen aan de Glockengasse was voor een bezoek aan 4711? Tien, vijftien jaar geleden? Wat me altijd is bij gebleven: wat ik al wist van het merk werd toen me ter plekke nog eens bevestigd. Wat een rijke geschiedenis en wat een potentie die niet voldoende werd gebruikt! Next thing you know (weliswaar een paar jaar later) zette de toenmalige eigenaar Proctor & Gamble in de etalage.
Ik had het graag willen kopen, alleen het al even Duitse Mäurer & Wirtz bekend van de midprice-klassieker Tabac Original(1955) was me voor in 2007. En die deed wat ik ook zou hebben gedaan: 4711 het nieuwe millennium inloodsen, hiermee inhakend op de groeiende populariteit van de eau de cologne als brenger van instant frisheid. En wel met Acqua Colonia in 2009. Van de eerste vijf zijn er twee me bij gebleven en bij me gebleven, want ik heb en draag ze nog steeds: Lemon & Ginger (nog steeds te koop) en de mooiste voor mij, en achteraf gezien eigenlijk niche Royal Riesling. Niet echt begrepen toen wellicht – een echte nieuwe sensatie weten op te roepen en ‘oh zo lekker’ Duits – niet meer te koop.
Afgelopen week was ik er weer. Ik zeg het niet vaak, maar het was alsof ‘een droom uitkwam’. In de zin van dat nieuwe eigenaren goed op weg zijn om 4711 als eau de cologne en als merk – weer de status terug te geven die het verdient: als grondlegger van de moderne parfumindustrie. Dat zie je in de nieuwe flagship store-inrichting: modern en ‘open’ waarin op creatieve wijze het verleden, heden en toekomst samenvloeit.
Helemaal leuk: een parfumfontein waar constant ’s werelds beroemdste eau de cologne zijn boeket verspreidt. Pas als je je handen ‘wast’ met 4711, dan begrijp je direct de essentie van de eau de cologne weer: klaterend ‘parfumplezier’ – opwekkend, verkwikkend en verfrissend.
Inmiddels zijn we vele Acqua di Colonia-versies verder waarin een aantal dingen opvallen. De nieuwe edities doen in feite wat Guerlain met zijn Aqua Allegoria niet meer doet: twee basis-ingrediënten laten samenkomen waarvan je in eerste instantie denkt ‘kan dat wel?’, maar na ruiken wonderwel werken. En natuurlijk geleverd met een eau de cologne-kick.
Laatste vormt ook een ‘probleem’: veel mensen weten de oorspronkelijke werking, bedoeling van een eau de cologne (nog steeds) niet. Het effect is kortstondig en dat is ook de bedoeling. Want geen eau de toilette en helemaal geen eau de parfum. En dat effect bereik je het beste door te splashen. Mijn 1 literflacon van 4711 heeft dus deze zomer zijn inhoud behoorlijk zien slinken. Ik raad het iedereen aan na bezoek aan zwembad, sportschool of welke lichamelijke inspanning dan ook: na het douchen je lichaam volgooien en je voelt je nóg beter.
Een ander aspect: door deze nieuwe versies komt 4711 als merk in de buurt van het merk dat – als je het goed bekijkt – aan de haal is gegaan met de erfenis van kölnisches Wasser: Atelier Cologne (anno 2010). Maar moet gezegd: de bedenkers van deze formule (inmiddels gekocht door L’Oréal) deden wat 4711 als huis naliet: eau de cologne, water uit Keulen, vanzelfsprekend 2.0 te maken. Het echte verschil natuurlijk: Atelier Cologne levert eau de cologne in eau de parfum-sterkte. Dus niet echt een eau de cologne.
Nog steeds leuk in deze: het inmiddels bestverkopende eau de parfum van Tom Ford – Neroli Portofino uit 2007 – is in feite een intense, uitgepuurde versie van 4711met inmiddels verschillende flankers waaronder Neroli Portofino Acqua (2016), ofwel in a way 4711.
WAT SAFFRON & IRIS, MYRRH & KUMQUAT IK EIGENLIJK?
What you read (on the bottle) is what you get. Maar waarom ben ik zo enthousiast? Na lang, lang, lang nadenken weet ik het: veronderstelde niche-ingrediënten worden onder een koude douche gestopt met als resultaat dat de kenmerkende aroma’s níet in het putje verdwijnen, maar een soort regen van jeugdigheid over zich krijgen.
Men neme Saffron & Iris. Beter was volgens mij Iris & Saffron geweest, want ik ruik meer iris dan saffraan. Maar, hoe leuk is dat, je ruikt echte iris (denk aan de standaard-iris-nichegeur Iris Silver Mist (1992) van Serge Lutens. Saffron & Iris heeft dezelfde kilte, maar dan afgezwakt. Wil zeggen: in eau de cologne-sterkte eigen aan de filosofie van Acqua di Colonia. Saffraan legt er een elegante sluier van zachte, ‘stoffige’ zoetheid over. Ik raak des te meer enthousiaster, puur om het feit dat de rondom de pure iriswortel geconcentreerde ‘comeback’-geur van Tiffany & Co (2017) mij tot nu toe geen pure iris-sensatie heeft gegeven, terwijl dat de bedoeling zou moeten zijn.
Myrrh & Kumquat doet ook iets vreemds. Talloos zijn de geuren in het nichecircuit waarin van mirre de millenniumoude kwaliteiten – warm, kruidig, zoetig, rokerig met lactone-achtige nuances – van deze hars worden benadrukt. Denk: richting oriënt en vol.
Ik vind het grappig/boeiend/interessant dat Acqua di Colonia het koppelt aan een voor veel westerlingen nog steeds exotische sinaasappelvariant: kumquat. Merkwaardige luchtje verspreidt dit vruchtje. Ik kan het weten want ik gebruik het weleens als topping voor mijn klassieke met kweepeergelei doordrenkte cake. Bitter, zoet, fluwelig met een vreemd scherp kruidig nootje (ik moet aan nootmuskaat denken) vaag op de achtergrond.
Ook nieuw (althans voor mij): de limited editions zoals Vanille & Chestnut en Blackberry & Cacoa (beide 2018). Met andere woorden (in dit geval): Jo Malone eat your heart out (als je’m vat). En ook hier weer: slim en leuk gedaan voor een eau de cologne op eau de cologne-sterkte. De eerste geeft een luchtig vanille-effect gedragen door een aangenaam houtnuance die ik alleen niet als ‘typisch’ kastanje ervaar. En hebben we het dan over paardenkastanje en of de tamme variant? De tweede heeft het gourmandprincipe als uitgangspunt: bramen drijvend in cacaowater.
Vreemd: bij Saffron & Iris, Myrrh & Kumquat zien we ‘droomtekeningen’ van vrouwen, terwijl Acqua di Colonia toch duidelijk als androgyn wordt neergezet en dat zeker voor deze twee opgaat. De limited editions van 2018 zijn daarentegen eerder ‘vrouwelijk’ – alhoewel mannen ook al lang niet meer schrikken van gourmand.
U vraagt (marketing), wij (Thierry Wasser) draaien. Deze gedachte bekruipt me de laatste tijd wel vaker bij Guerlain. Zou Wasser zich hebben gerealiseerd, toen hij contract tekende dat hem tot hoofdparfumeur van Guerlain maakte, dat hij ook werd geacht om aan de lopende band variaties op oude en nieuwe klassiekers te leveren van het huis dat dit jaar zijn 190-jarig bestaan viert? Ik weet, je moet meedoen met de ratrace – na een lancering van een edp ‘verplicht’ volgen met een edt, eau florale, eau verte, eau rosée en dan – de uitdaging – het extract.
Maar is het nog wel echt leuk, in hoeverre speelt creativiteit een rol, of is het meer een kwestie van automatische piloot? Hoelang werkte hij bijvoorbeeld aan deze tigste variatie – om precies te zijn, zijn vijfde souffle en zijn elfde versie in totaal op Shalimar? Vijf dagen, vijftig uur, vijf uur, vijf minuten, vijf drukken op de knop? Ik heb de vorige souffles niet geroken, heb er ook niet om gevraagd. Shalimar Souffle de Lumière werd me zowaar toegestuurd.
Wasser heeft inmiddels zoveel ervaring dat hij voor inspiratie zich niet een maand hoefde terugtrekken in een airbnb in de omgeving van de Taj Mahal.
In het kort wordt de variatie omschreven ‘als een zonnige geur waarin jasmijn de stralende bergamot en de heerlijke vanille omarmt’. Iets langer: ‘Een bloemenversie van het vanillethema waarop Shalimar al sinds 1925 gebouwd is en een passionele ode aan de jasmijn, de betoverende heldere noot die hier in overdosis aanwezig is’. Onder deze jasmijn ‘straalt lichtjes een donkere vanilletoets’.
Eerst voorafgegaan door ylang-ylang in een aura van bergamot. Laatste mag natuurlijk in welke Shalimar-versie dan ook niet ontbreken. Alleen, alleen, de totaalcompositie heeft voor mij weinig met dé oosterse klassieker van de twintigste eeuw gemeen. Het is geen echo, geen schaduw, geen zuchtje, geen briesje… het is een op zichzelf staande geur. Om twee redenen: de ylang-ylang, geliefd om zijn volbloemige noot stuurt de geur in het begin een heel andere kant op, maakt de bergamot als het ware sensueel.
De jasmijn straalt inderdaad overvloedig in het hart. Die mag dan wel uit Calabrië – Thierry Wasser heeft daar de teelt ervan nieuw leven in geblazen – maar maakt hem niet per definitie anders – gewoon plezant zonnig. Doet denken aan de sprankelende over cascades springende jasmijnblaadjes in Acqua di Parma’s Gelsomino Nobile (2011). Deze geur is me hierdoor altijd bij gebleven.
In Shalimar gaat de zwoele zon onder, in Shalimar Souffle de Lumière komt de zon op.
Maar wat de geur helemaal anders maakt – de tweede reden – is de basis, want naast de vanille (en een mooi behandelde witte ‘frisdroge’ musk) is het de benzoë die een mooie, beetje melk-balsemachtige sluier legt over het geheel met poederige accenten. Transparant, zwevend tussen fris en zwoel met toch een oosterse toets.