ER ZIJN MEER MUGLERS DAN JE DENKT
VERBONDEN IN DE OPENING VOOR TWEE MAKKELIJKE MUGLERS
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 29/03/19
Moet je maar net weten, want in de reguliere parfumerie vind je ze niet echt – ook niet bij http://www.sephora.com: de oud- en muskvariatie van Alien (2004). Vooral de eerste, ik wist van zijn bestaan, Alien Oud Masjestueux (2015), tickles my fancy. De site van Mugler ‘himself’ verwijst je naar een retail location. Doen we… In plaats van Gees (Drenthe) tik ik voor het gemak Amsterdam in.
Het antwoord: your search returned no results. Parfumpech onderweg. De die hard-Muglerfan zal ze zeker weten te vinden, maar jammer voor de reguliere Mulger-liefhebber; zou een leuke manier zijn om de gemiddelde consument kennis te laten maken met oud. Anders blijft het voorbehouden aan Rutte’s ‘witte wijn drinkende grachtengordelelite’.
Waarom vermeld ik dit allemaal? Vraag ik mezelf ook af, maar na wat langer te hebben nagedacht, kwam ik erachter. Het assortiment van Mugler is exemplarisch voor de huidige stand van zaken in de parfumwereld. Op alle fronten inzetten met als achterliggende gedachte: de aandacht voor de bestverkopende geuren vasthouden. Toch? Naast bovenstaande vermelde edities, heeft Mugler ook nog een tweede nichelijn, Les Exceptions (negen stuks inmiddels), en – kwam ik en passant achter – presenteerde ‘hij’ onlangs vier variaties op zijn Cologne uit 2001 (de enige cologne waarin voor mij witte musk op een volstrekt logische manier wordt verwerkt in de 2.0-versie van de klassieke eau de cologne).
Totaal: 2 + 9+ 4 = 15 Muglers waarvoor je ‘best wel’ moeite moet doen om die live ‘ergens’ te kunnen ruiken/kopen. In de reguliere ketenparfumerie worden naast Aura (2017) alleen Angel (1992) en Alien (2004) en alle variaties daarop aangeboden.
Het idee achter deze twee zomerse interpretaties: ‘In de Alien-woestijn vullen duinen zich met een glanzende, okerkleurige gloed – een haast oneindige horizon. In deze zee van zand wordt een bovennatuurlijke lichtstraal weerkaatst: het punt waar de zon en de maan samenkomen – dag en nacht versmelten met elkaar, er verschijnt een adembenemende eclips. Alien, parfum van het licht, laaft zich aan de eenwording van deze tegenpolen en onthult twee heerlijke geuren die, samen en ‘solo’, het spel van een betoverend contrast van warm en koud belichamen’.
WAT ALIEN FUSION IK EIGENLIJK?
Volgens mij is het eerder gebeurd, ken alleen de merken niet meer uit mijn hoofd: dat voor een vrouwelijke en mannelijke versie dezelfde ingrediënten worden gebruikt (maar alleen dan in andere verhoudingen). Bij Alien Fusion – vandaar de naam – ervaar je dat in de opening: gember en kaneel. Het bedoelde effect: een inslaande bliksem. Beetje overdreven, maar fris-pittig met zoet ondertoontje is het wel. Ruik je goed, alleen grappiger wijs, is de uitwerking in beide gevallen iets anders. Komt volgens mij door het hart dat erop volgt. In Alien Man Fusion (gemaakt door Jean-Christophe Hérault) ruikt het iets frisser, citrusachtiger.
Dan het verschil: Alien Fusion (gemaakt door Fanny Bal en Dominique Ropion) voor de vrouw is niet te vergelijken met de originele partituur gezien de jasmijn heeft plaatsgemaakt voor oranjebloesem en tuberoos. Je ruikt vooral de eerste heel goed, waarvan de bloemigheid wordt benadrukt zonder echt sensueel te worden, geldt ook voor de tuberoos. Het is allemaal erg gedoseerd, transparant en clean.
Wat ook opvalt, iets wat voor steeds meer geuren geldt: het hart van de compositie doet er steeds minder toe. Wat speelt is de opening die in harde sprint naar de basis rent, ondertussen wat bloemige sensaties meenemend. Wat Alien Fusion betreft – de ‘witte’ amber en vanille lijken eerst te fuseren met de openingsnoten voor ze een eigen leven gaan leiden. Wat voor geldt Alien Fusion, gaat ook op voor Alien Man Fusion: de eenvoud. Kun je positief en negatief interpreteren: ik bungel maar wat tussenbeide.
Ik verwacht meer van Mugler in de ketenparfumerie, zeker gezien ‘zijn’ bovengenoemde werk in het nichedepartement. Het is braaf, wel erg crowd pleasing. En ook bij Alien Man Fusion: kop en staart sturen de geur. De ‘gekaneelde’ gember gaat via een kortstondige weg versierd met bloemige nuances snel op in de (ingehouden) leernoot met warme, zalvende ondertoon. Ik herken osmanthus meestal direct als die in een geur zit verwerkt, hier pik ik haar de niet echt uit. Als het goed is ruik je ook ‘overdadig’ gerookt beukenhout en groene (dus ongebrande) koffie. Alleen overdadig kan ik het niet noemen en ook niet echt beuk. Wel hout, zacht hout. En daarnaast kan ik de me geur van ongebrande koffie niet echt voor de geest halen.
En wat ik voor mijn gevoel wel ruik, wordt niet vermeld: In Alien Fusion witte musk, in Alien Man Fusion een Iso e Super-achtige noot. Ofwel, synthetisch ambergris gelayerd met dito sandelhout. Maar dat laatste kan ook misschien het beukenhout zijn.


Het is een geliefd thema in de parfumerie, en daardoor bijna cliché. En inmiddels in het licht van @metoo ook rolbevestigend als je er dieper over nadenkt – kristallen plafond en dergelijke: de veronderstelde verkennings- en ontdekkingsdrift van de man.
Mooi is het feit dat Montblanc nadrukkelijk de herkomst van de hoofdingrediënten vermeld. De parfumindustrie was volgens mij een van de eerste industrieën die zich drukt maakte om zo weinig mogelijk footprints achter te laten tijdens de ontwikkeling van geuren – waarvan de synthetische ingrediënten getuigen. Daarnaast is het ze er alles aan gelegen om de verbouw van natuurlijke grondstoffen te waarborgen gezien het oprukkende urbanisme in ‘exotische oorden’.

Je moet een kluizenaar wezen, wil het je zijn ontgaan: Karl is niet meer. Achternaam: Lagerfeld. En die deed er eigenlijk ook niet meer toe. Want hij was onderdeel van het selecte gezelschap mensen waarvan de voornaam voldoet om te zeggen wie je bedoelt. Je hebt natuurlijk meerdere Karls, maar is er maar slechts één… bladibla, bladibla en ga zo maar door. En vond de pers dat Karl toch nog wat lauwerkranstoevoegingen toekwamen, dan kon die nog altijd voor koning, kaiser of Karl Chanel opteren. Terecht bewierookt, alleen op sommige punten kon je toch vragen stellen bij deze voor een groot gedeelte toch zelfbenoemd multi-talent-tasker.
Ik las over 1957 heen, want ik dacht dat ik 1954 zag, het jaar waarin Coco Chanel de schaar na 15 jaar weer oppakte. Als dank daarvoor werd haar comebackdefilé neergesabeld in Frankrijk vanwege haar, to put it mildly, niet zo vaderlandslievende stellingname tijdens de oorlog. Laatste word in een nieuwe documentaire van Jean Lauritano – Les guerres de Coco Chanel – pijnlijker dan voorheen duidelijk gemaakt. Met prachtige, voor mij voorheen onbekende beelden en ontluisterende en grappige feiten.
Hier valt dus 1957 op zijn plaats. In dat jaar neemt Chanel in Dallas de Neiman Marcus Fashion Award in ontvangst (hij begroet Chanel op bovenstaande foto). Ander grappig detail: tijdens een barbecue waarvoor ze was uitgenodigd als onderdeel van deze feestelijkheden liet ze de haar enorme opgediende steak stiekem onder de tafel verdwijnen – vreselijk zo’n lap volgens haar.
Ik geloof dat in dit geval toen (in de jaren vijftig) nog niet werd gesproken van texturen in relatie tot mode, maar het is een handig ‘geitenpaadje’ naar de compositie van 1957. Want dat geeft aldus hetzelfde persbericht ‘dit beeld perfect weer; een sensueel en subtiel bewerkt met een akkoord van witte musk’.



Hoelang is het geleden dat ik in Keulen aan de Glockengasse was voor een bezoek aan 4711? Tien, vijftien jaar geleden? Wat me altijd is bij gebleven: wat ik al wist van het merk werd toen me ter plekke nog eens bevestigd. Wat een rijke geschiedenis en wat een potentie die niet voldoende werd gebruikt! Next thing you know (weliswaar een paar jaar later) zette de toenmalige eigenaar Proctor & Gamble in de etalage.
Helemaal leuk: een parfumfontein waar constant ’s werelds beroemdste eau de cologne zijn boeket verspreidt. Pas als je je handen ‘wast’ met 4711, dan begrijp je direct de essentie van de eau de cologne weer: klaterend ‘parfumplezier’ – opwekkend, verkwikkend en verfrissend.
Een ander aspect: door deze nieuwe versies komt 4711 als merk in de buurt van het merk dat – als je het goed bekijkt – aan de haal is gegaan met de erfenis van kölnisches Wasser: Atelier Cologne (anno 2010). Maar moet gezegd: de bedenkers van deze formule (inmiddels gekocht door L’Oréal) deden wat 4711 als huis naliet: eau de cologne, water uit Keulen, vanzelfsprekend 2.0 te maken. Het echte verschil natuurlijk: Atelier Cologne levert eau de cologne in eau de parfum-sterkte. Dus niet echt een eau de cologne.
Myrrh & Kumquat doet ook iets vreemds. Talloos zijn de geuren in het nichecircuit waarin van mirre de millenniumoude kwaliteiten – warm, kruidig, zoetig, rokerig met lactone-achtige nuances – van deze hars worden benadrukt. Denk: richting oriënt en vol.
U vraagt (marketing), wij (Thierry Wasser) draaien. Deze gedachte bekruipt me de laatste tijd wel vaker bij Guerlain. Zou Wasser zich hebben gerealiseerd, toen hij contract tekende dat hem tot hoofdparfumeur van Guerlain maakte, dat hij ook werd geacht om aan de lopende band variaties op oude en nieuwe klassiekers te leveren van het huis dat dit jaar zijn 190-jarig bestaan viert? Ik weet, je moet meedoen met de ratrace – na een lancering van een edp ‘verplicht’ volgen met een edt, eau florale, eau verte, eau rosée en dan – de uitdaging – het extract.

