EEN VOOR MIJ ONBEKENDE, MASSMARKET-KLASSIEKER
VLOEIEND CEDERHOUT
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 24/05/17
Neus: onbekend
Bij Sylvia Witteman denk ik geurtechnisch aan twee dingen. Haar ooit voor mij en vele andere landgenoten nog steeds krenkende omschrijving van de hyacint (in haar Volkskrantcolumn) en aan ck one van Calvin Klein. Zag ik haar een keer afrekenen bij ‘mijn’ Etos in Amsterdam. Ik vermoed dat ze laatste voor haar zoon kocht, misschien voor zichzelf. Ik associeer haar parfumvoorkeur, als ze die heeft, eerder met iets eigenzinnigs. Een bepoederd viooltjesboeket dat je direct doet verlangen om in haar hals te verdwijnen – Misia van Chanel – of een met tabak gevuld vintageparfum – Carons Tabac Blond.
Komt nu een derde bij: Pitralon. Ze beschreef een tijdje geleden in haar Volkskrantcolumn hoe ze deze geur voor haar vader online had gekocht. Waarvoor mijn dank. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt; nog nooit van gehoord. Ik het internet op op zoek naar de importeur van deze in bijna heel Europa nog steeds verkrijgbare massmarketklassieker. Blijkt in Breda te zitten. Nee, dat kon dus niet: een flacon sturen ter beoordeling. Wat een zeikerd.
Verder www-en, Wikipedia. Een speciale pagina wordt aan de geur gewijd. Wat een info, kun je op promoveren. Basisinfo Google-vertaald: Pitralon werd in 1927 uitgevonden in Duitsland na een ontwikkelingsperiode van acht jaar en sindsdien geproduceerd en gedistribueerd door verschillende fabrikanten in verschillende landen en met verschillende samenstellingen. Het heeft een grote reputatie in heel Europa en wordt daarom keer op keer genoemd in boeken, films en liedjes. Het woordmerk Pitralon werd geregistreerd in 1919, vóór de uitvinding of marktrijpheid van de latere aftershave. De handelsmerkbescherming voor de naam verloopt op 30 april 2019’.
Het volgende is volgens mij alleen N°5 (1921) van Chanel overkomen: ‘Sinds 1921 is de formule het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek in verschillende disciplines, zoals bedrijfskunde, biologie, scheikunde, psychologie, sociologie, diergeneeskunde, virologie en tandheelkunde. Dan de naam: Pitral ‘wordt de gezuiverde, geurloze en kleurloze naaldhoutolie van oorspronkelijk geelbruin en oliehoudend naaldhoutteer genoemd’.
De notoire RAF-terrorist Andreas Baader gebruikte Pitralon in de jaren zestig en zeventig als aftershave. Had ik wel getuige van willen zijn: hij kocht het aantoonbaar op de vlucht in een apotheek in Frankfurt en liet het later meerdere malen afleveren aan de gevangenis Stuttgart-Stammheim. Ik zeg altijd: ‘Stick to your classics’. En à la Esquire : ‘Style never goes out of date’. Leuk: in 1982 wekt Paul Breitner opzien door in het kader van het WK voetbal mee te doen aan een reclamecampagne voor Pitralon. Hij toucheerde 150.000 DM. Naar toenmalige maatstaven astronomisch. Helaas niet te vinden op Youtube. Wel op ‘oud papier’
WAT PITRALON IK EIGENLIJK?
De volgens www.pitralon.com via www.barbieredifigaro.nl in Nederland te kopen geur, heeft meer in zich dan je met de blote neus waarneemt. De site vermeldt dat in de kop groene noten plus citroen, bergamot, mandarijn, lavendel en ananas vrijkomen. In het hart een melange van salie, peper, koriander, cyclaam, roos, lelietje-van-dalen, jasmijn, orchidee, iris en kruidnagel. Ondersteund door cederhout, vetiver, patchoeli, sandelhout, leder, eikenmos en musk.
Ik wou dat ik het allemaal kon ruiken, de compositie duidt duidelijk op een klassieke chypre-structuur en heeft gemeen met ander for-the-common-man-raffinement dat die vaak alleen als aftershave werd verkocht – denk Brut, denk Pino Silvestro, denk Irisch Moos.
Ik ruik een fris-wrang-groene blast met een cleane, platte citruskick, vervolgens een licht zoet spoor van bloemen. Meer een som der delen dan dat er een of twee al samenwerkend echt uitsteken. Als het er een is dan misschien cyclaam, bij twee gok ik op lelietje-van-dalen. In de basis is het met name het cederhout dat zijn droog-strakke nuances verspreidt, heel, heel lichtjes besmeerd met musk. Meer kan ik er niet van maken.
In eerste instantie dan. Later, langer op de huid, lijkt of de groene noten – met name salie – zich prominenter manifesteren. Over salie gesproken – net opnieuw gekweekt in mijn groentetuin – bij kauwen op het blad ruik ik ansjovis. Maar het meest opvallende is toch het cederhout – dat wordt sterker, sterker en sterker met een zalvend-warme noot op de achtergrond. Dat lees je ook op sommige sites als compliment.
En ík hoorde het van vrienden met wie ik onlangs de Assense pendant van de dubbelexpositie Amerikaanse Realisme in Emden (Duitsland) bezocht. Gezeten op een terras – waar god beter het geen klassieke Kartoffelsalat werd geserveerd – raakten die helemaal enthousiast over Pitralon (net bij de lokale drogisterij voor vier euro nog wat gekocht) en voor aanvang van de lunch rijkelijk over me had gesprayd. Want in Emdenheim, het net over de grens gelegen Duitse walhalla van grootgrutters waar ik regelmatig kom, had de lokale apotheek hem niet – ‘Na, sowas!’


Daar stond ik in 1986 nog helemaal niet bij stil: niche. Moest als begrip op geur nog toegepast worden, stond pas in de steigers. Wie had er buiten Parijs al van Annick Goutal gehoord? Hoefde ook niet direct per se, want de klassieke leveranciers hadden allemaal nog een ‘soort van’ beroepseer. Dus vanzelfsprekende kwaliteit leveren zonder pochere borstklopperij, constante zelffelicitaties en te mooi uitgegeven persberichten die je lange tijd maar niet durfde weg te gooien.
Het is voor hem een schok. Zo kunnen parfums dus ook ruiken. Hij neemt ontslag, gaat terug naar zijn wortels (Bretagne) en koopt daar in Dinard een petite parfumerie én creëert er zijn eerste parfum Divine dat in de smaak valt ‘bij veel vrouwen die niet willen dragen wat iedereen al draagt’. Door het succes van het parfum Divine werd de naam ook de naam van het huis met een inmiddels mooi assortiment. Mooi wil zeggen: niet te veel en overzichtelijk. Zes voor haar, zes voor hem volgens de homesite
Goddelijk? Ach ja, waarom niet. Divine komt ‘zo gezellig vertrouwd’ binnen. Want klassiek in alle vezels, geen spoor van synthetische ingrediënten terwijl… Alles glijdt zo lekker in elkaar over. Als je niet oppast, verval je in clichés. Zoals: alle bloemen lijken met gelakt met goud en andere edele metalen (doet aldehyden vermoeden). Zoals: present zonder opdringerig te zijn. Zoals: ik zie een chique geklede dame voor me met gehaarlakt kapsel. En toch is de geur niet tuttig.
Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?




Ik ben de laatste tijd om verschillende redenen in een chypre-stemming. Waarom? Het blijft toch mijn meest geliefde tak aan de parfumboom. Neem daarbij het feit dat recent de parfumindustrie er steeds beter in slaagt om zonder en/of met zo weinig mogelijk gebruik te maken van het ‘signatuuringrediënt’ – eikenmos – chypres weten te creëren die bijna een getrouwe kopie zijn van de klassieke formule. En hierdoor – praise the lord! – roze chypres overbodig maken.
WAT WHIP IK EIGENLIJK?
Eén van mijn favoriete merken, valt nog niet zo makkelijk te verkopen, vertelde
Zoveel. Dit zijn de ingrediënten: ‘wilde’ munt, salie, ‘wilde’ venkel, ‘groene scheuten’, galbanum, engelwortel, hooi, ‘wilde’ klaver’, viooltjesblad, vetiver, dennennaalden, eikenmos, paddestoelen, humus, geroosterde kastanje, leer en cistus labdanum. Ik plaats wild tussen aanhalingstekens omdat het geureffect volgens mij niet anders is dan de ‘getemde’ en ‘geconfectioneerde’ varianten. En ik ga er vanuit dat geroosterde kastanje (foto), paddestoel en humus bij de lancering in 1914 nog niet als ingrediënt als zodanig bestonden. Het is meer het idee dat met allerlei geurmoleculen – nu en toen – wordt/werd opgeroepen.
Nog vijf jaar te gaan en dan:
Dit klopt zoals vermeld in het persbericht: ‘Dankzij aldehyden konden parfumeurs voortaan rijke en edele parfums creëren die symbolen van klassieke vrouwelijkheid werden’. Want dat is de essentie van dit synthetische ingrediënt dat van ‘zichzelf’ stinkt maar bloemen een enorme opwaardering kunnen geven waardoor een vol en diffuus boeket ontstaat dat wordt geassocieerd met luxe, rafiennement en rijkdom. Het allerbeste bewijs: 
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.