SCHIJN BEDRIEGT
EEN VOL, ‘CHIC-VIES’ PARFUM
Jaar van lancering: 2006
Laatst aangepast: 05/03/06
Neus: Lyn Harris
Jane Birkin had al haar tas – dé Hermès’ Birkin Bag; een uitvergrote versie van de Kelly-tas – maar nog niet haar geur. Ach, gossie. Even Hermès misschien nog een keer bellen? Niet dus. Ze moest wachten tot het moment dat ze Lyn Harris ontmoette. Tot 2006 konden alleen mensen die erg intiem met Birky (moi?) waren ervan genieten, daarna ging de geur in de brede verkoop onder de naam l’Air de Rien. Dit lees ik op de site van Milller Harris: ‘Challenging the conventional, Jane sought to evoke the nostalgia of dusty libraries and old books. Lyn masterfully conjures this essence with rich notes of oak moss, Tunisian neroli, sweet musk, amber and vanilla. As indefinable as it is alluring, l’Air de Rien captures the essence of Jane’s inimitable style’.
Maar hoe definieer je dan haar stijl? Hippie de luxe – alternatief, beau-chic-beau-genre qua uitstraling, die het zonder de fijne dingen des levens met daarop een lekker veilig-chic logo geplakt niet kan stellen. Eigenlijk een verwend nest dus als je even doordenkt, niet beseffende dat ze in haar eigen ‘far from the madding crowd’-biotoop leeft.
Interessant: l’Air de Rien is vanaf het ‘iedereen-kan-ervan-genieten’-moment un succès fou en geleidelijk aan een moderne klassieker geworden. Logisch. De naam is natuurlijk een understatement pur sang én een trucje voor het oproepen van een voorspelbare verbazing: l’Air de Rien betekent letterlijk vertaald de Schijn van Niets. Maar beoogt natuurlijk het tegenovergestelde: het is alles! Voor mij blijft de geur zeer aangenaam tussen beide hangen. Want deze schijnbaar, nietszeggende en eenvoudige compositie heeft een waarlijk wonderlijke diepgang.
En ja haar, tot het moment dat Jane Birkin Lyn Harris ontmoette, hield ze eigenlijk niet van geuren. Spreek uit op zijn ‘franglais’: ‘I jamais aimé perfumes, I always preferré de porter potpourri dans mon sac. It was a very interesting exercice de trouver hetgeen je n’aime pas. Tout les choses associées avec stubborn, dark-haired femmes – hyacinth, tuberose and lily-of-the-valley – made me vomit when they were enclosed in a bouteille. So this l’Air de Rien is much more me – I wanted a petit peu of my brother’s hair, la pipe de mon père, floor polish, empty chest of drawers, vieilles maison obliées’. Geurengoeroe à Birky: ‘Je t’adoooooooorrrrrrreh!’
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De magie van parfum. Met zo weinig zóveel weten op te roepen. Ik vind het knap. Zit er alleen maar neroli, oranjebloesem, patchoeli, eikenmos, amber, musk en vanille in? Zo ja, dan moeten die stuk voor stuk composities op zichzelf zijn – want zo rijk geschakeerd is de het geheel. De ouverture: schiet als pijl door de lucht met een alcoholzoet spoor waar de neroli/oranjebloesem (tekening) uitspringt.
En die is dus, dus, dus niet, niet, niet fris crisp en cologne-knetterend maar eerder beetje viezig – de indolen van de neroli/oranjebloesem gaan mooi hun gang met de ambernoten. Ik moet niet aan oude huizen denken. Eerder aan een ongewassen lichaam, beetje bezweet ter ‘maskering’ besprenkeld met talkpoeder in plaats van afgedroogd met een schone handdoek. Je moet eigenlijk onder de douche maar vindt het eigenlijk wel lekker zo.
Oude boekenkast? Prima. Maar dan wel gevuld met een nog oudere voorraad door de jaren heen ingedikte likeuren, aperitieven en digestieven – het ambereffect. Mooi toch weer hoe de amber – hier een mix van minder vanille en meer erg aards cistus labdanum – en de oranjebloesem elkaar afwisselen in het op de voorgrond treden, alsof het een afgesproken schema betreft. Af en toe schiet de musk ook nog eens voorbij waarvan het dierlijke aspect lijkt te worden wakker gekust door de oranjebloesem-indolen. Nog zo’n afgesproken schema lijkt het wel: de wisseling tussen droog (musk) en smeuïg (amber).
En als je denkt, ik ruik iets door de hele compositie heen, maar kan het niet echt detecteren, iets dat balanceert tussen groen en bruin? Dat is dan de eikenmos – die geeft l’Air de Rien een kreupelhout-achtige, vermolmde onderlaag. De geur eindigt op mijn huid als fijngewreven verbrand papier. Armeens papier om precies te zijn. Toeval of niet: een hitje dit ‘hot paper’ in Frankrijk in 2006, in verband toen met het daar gevierde Armeense Jaar én voor Guerlain reden Bois d’Arménie te lanceren in de L’Art et la Matière-reeks.
Tenslotte: l’Air de Rien is goed voorbeeld hoe Fransen in vergelijk met Amerikanen tegen geur en verleiding aan kijken. Weliswaar cliché, maar toch interessant: duiken de laatsten pas de koffer in na een douche – clean en fris; de eersten geloven dat een onopgemaakt bed waar je een week in hebt geslapen, de ware geur van jezelf (en de ander) en je intimiteit (en die van de ander) prijsgeeft. Douchen ho maar!


In 1981 werd White Musk gelanceerd. Vanaf de lancering een klassieker. Bijzonder: niet te koop in de gewone parfumerie, maar in de winkels van de toen snel uitbreidende, nieuwe formule op ondernemerschap: niet alleen willen omzetten uitpuur winstbejag, maar ook verantwoordelijkheid nemen op gebied van het milieu, de natuur, mens en dier. En het daadwerkelijk doen in plaats van het bij wensen en goede voornemens laten.
Ben je dus gewend aan frisgewassen eendimensionale ‘katoenmusk’-geuren, dan schrik je wellicht van White Musk. Niet alleen om het animale aspect – heel bescheiden gedoseerd weliswaar -, maar ook om de gelaagdheid van de compositie die in de olie-variatie (meer aards, meer hout, meer iris) nog beter tot zijn recht komt.
Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.
Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.
Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.
















Waarvan getuigen: Envol (1981), Création (1984), Fantasme (1992), maar daarna werd parfum ook ‘in naam van hem’ meer marketing dan inspiratie. Waarvan getuigen: ExciTed uit 2005 (voel je hem?), White Soul (2010), Black soul (2011). En waarom ook niet White Soul Gold & Diamonds (2013). En goh wat leuk en origineel: de meest recente geur Alcazar (2014) zit in een blik.
En dan, zoals bij zovele klassieke chypres en oriëntaalse geuren, leads kruidnagel the way. Maakt de klassieke bloemen – roos, jasmijn, iris – pittig, kruidig, warm, zwoel en lekker loom. Origineel voor die tijd: de toevoeging van honing die het geheel een zoete zweem geeft.








