NIEUWE FORMULE: HET RIJK-CHIQUE GEVOEL BLIJFT RESONEREN
MAAR ANDERS. OOK BIJ MANNEN EN… ANDERS DAN VERWACHT
Jaar van lancering: 1989
Laatst aangepast: 01/04/16
Neus: Olivier Cresp
Mijn ogen werden in eerste instantie misleid door de nieuwe dop, waardoor ik automatisch dacht dat de inhoud mee was gegaan in deze verandering. Niet dus. Maar begrijpen doe ik deze verandering niet. Het statige-sensuele karakter van de originele Femme-flacon verliest aan kracht en wordt voor mijn gevoel onbedoeld grappig en te tijdsgebonden trendy.
Het zal wel met kostenbesparing te maken hebben en de behoefte aan uniformiteit, want twee andere klassiekers van het huis worden nu op dezelfde manier gepresenteerd: Madame (1961) en Tocade (1989). En – stom, stom, stom – bij de herenafdeling zie ik nu op www.rochas.com dat een van de grote klassiekers van de 20ste eeuw Moustache (1949) met Monsieur (1969) uit het assortiment zijn verdwenen.
Afgelopen zomer kwamen zowel de vintage-versie van Femme als Moustache bij mij opnieuw in het vizier. Op een rommelmarkt in Brussel kocht ik van de eerste een 200ml flacon als eau de cologne, van de tweede een niet gebruikte 500ml-versie in originele verpakking. Helaas zat in de Femme-flacon nog maar een bodempje, maar het effect was er niet minder om. Het had nog steeds die kenmerkende, diepe basis van eikenmos die de geur zijn volle, donkere en bosachtige ondertoon gaf. Maar ‘alles bij elkaar’ kan ik begrijpen dat deze versie nu als oubollig, ouderwets overkomt.
Je kunt beide ‘vooroordelen’ vervangen door het inmiddels uitgeholde begrip vintage. Het gevoel blijft er niet minder om. Want de originele versie is naar huidige begrippen niet eenvoudig om ‘zo maar’ te dragen. Het heeft een presentie – gelijk de vintage-versie van Guerlains Mitsouko (1919) waarmee Femme vaak wordt vergeleken – die nogal overrompelend is. En daarom is de herformulering uit 1989 – gebaseerd op de herinneringen van Olivier Cresp van Femme gedragen door vrouwen uit zijn familie – nog helemaal zo slecht nog niet. Ik ben er echt even voor gaan zitten.
En toen nam het verhaal een heel andere wending. Zit zo: ik had met een vriend/collega, collega/vriend afgesproken in een restaurant met een collega van hem om te praten over een parfumproject. Zegt die vriend, een echte old school hetero en, fervent parfumliefhebber (deze combinatie komt meer voor dan je denkt, kwestie van even doorpraten): ‘Erik, wat ruik je lekker, wat heb je op?’
Ik ben er inmiddels aan gewend, omstanders niet echt: hij pakt mijn hand – die ik dus net had volgespoten om er even voor te gaan zitten – sluit zijn ogen, zet zijn neus er in en begint, diep, heel diep te snuiven. Is even stil. Opent zijn ogen en daarin zie je allerlei gedachten voorbij flitsen… Hij moest denken aan zijn klassieke favoriet, de leergeur in overdrive – Knize Ten (1924) – maar dan zachter. Hij schrok niet toen ik zei – hij heeft inmiddels een parfumstaat van dienst – dat het dus Femme was en vervolgens in kort bestek de geschiedenis uitlegde. En dan tijdens het eten er constant op terugkomen: ‘Erik, geef me je hand nog even’.
WAT FEMME IK EIGENLIJK?
En toen zag ik de dag daarna een vriendin. Ook een kenner. Ik zei: ‘Ruik eens’. Had Femme speciaal voor vertrek voor haar op mijn pols gespoten. En zij haalde direct het nieuwe ingrediënt er uit waarover op verschillende internationale parfumblogs veel ‘ophef’ is ontstaan: komijn (foto). Staat voor haar gelijk – ‘niet lekker’ – met zweet. En die associatie klopt.
Dat ruik je in het begin nog niet, maar voornamelijk in het eindspoor. In het begin gaan de oude en de nieuwe versie gelijk op. De direct herkenbare opening van limoen, rozenhout verpakt in aldehyden met daarachter het ‘signature fruit’ van de geur: zomerrijpe, druipende perzik en pruim waarachter zich langzaam het dierlijke chyprekarakter openbaart: roos en jasmijn die verdrinken in eikenmos, patchoeli, musk, civet en leer.
Alleen is de ‘Femme 1989’, minder ruig, minder voluptueus, minder ‘bont’ door een sterke nadruk op sandelhout en amber. Maakt het geheel gladder, zachter, meer ‘huid’, ‘makkelijker’. En dan natuurlijk de komijn, die legt over de basis dat zweterige nootje die de ‘onderdosering’ van eikenmos, leer en civet in vergelijk met ‘Femme Vintage’ mooi maskeert. En vergeet niet: het is een eau de toilette.
Kortom: Femme uit 1944 verhoudt zich tot Femme uit1989, zoals de nacht versus de dag. Het zou interessant zijn, gezien de opmars van nieuwe chypres (die nu heel dicht bij de originele chypres komen zonder overdosis eikenmos), om kennis te maken met een nieuwe interpretatie. En ik dacht door die nieuwe dop, dat dat ook het geval was. En: mijn oude beschrijving van Femme verander ik niet – hoe meer je ruikt, hoe meer je leert en hoe anders je dus geuren interpreteert.
Tip: ik raad de branche aan om de geur hoog op de plank te zetten. Niet in het verdomhoekje. Vintage is hot zoals dat heet. Maar daar gebruik van. Als je de geur goed toelicht, en de klanten goed laat ruiken; voor je het weet verkoop je een flacon of meer. Nog steeds twijfel? Je kunt Femme nu ook goed koppelen aan de warme, ambergloedvolle geuren. En over story telling gesproken – schijnt de consument behoefte aan te hebben – Femme heeft geschiedenis.
Even terzijde: opvallend dat recente geuren niet op www.rochas.com worden vermeld. En dat zijn er nogal wat. Zelfs Rochas goes oud: Secret de Rochas Oud Mystère (2014)


Jane Birkin had al haar tas – dé Hermès’ Birkin Bag; een uitvergrote versie van de Kelly-tas – maar nog niet haar geur. Ach, gossie. Even Hermès misschien nog een keer bellen? Niet dus. Ze moest wachten tot het moment dat ze Lyn Harris ontmoette. Tot 2006 konden alleen mensen die erg intiem met Birky (moi?) waren ervan genieten, daarna ging de geur in de brede verkoop onder de naam l’Air de Rien. Dit lees ik op de site van Milller Harris: ‘Challenging the conventional, Jane sought to evoke the nostalgia of dusty libraries and old books. Lyn masterfully conjures this essence with rich notes of oak moss, Tunisian neroli, sweet musk, amber and vanilla. As indefinable as it is alluring, l’Air de Rien captures the essence of Jane’s inimitable style’.
Interessant: l’Air de Rien is vanaf het ‘iedereen-kan-ervan-genieten’-moment un succès fou en geleidelijk aan een moderne klassieker geworden. Logisch. De naam is natuurlijk een understatement pur sang én een trucje voor het oproepen van een voorspelbare verbazing: l’Air de Rien betekent letterlijk vertaald de Schijn van Niets. Maar beoogt natuurlijk het tegenovergestelde: het is alles! Voor mij blijft de geur zeer aangenaam tussen beide hangen. Want deze schijnbaar, nietszeggende en eenvoudige compositie heeft een waarlijk wonderlijke diepgang.
En die is dus, dus, dus niet, niet, niet fris crisp en cologne-knetterend maar eerder beetje viezig – de indolen van de neroli/oranjebloesem gaan mooi hun gang met de ambernoten. Ik moet niet aan oude huizen denken. Eerder aan een ongewassen lichaam, beetje bezweet ter ‘maskering’ besprenkeld met talkpoeder in plaats van afgedroogd met een schone handdoek. Je moet eigenlijk onder de douche maar vindt het eigenlijk wel lekker zo.
In 1981 werd White Musk gelanceerd. Vanaf de lancering een klassieker. Bijzonder: niet te koop in de gewone parfumerie, maar in de winkels van de toen snel uitbreidende, nieuwe formule op ondernemerschap: niet alleen willen omzetten uitpuur winstbejag, maar ook verantwoordelijkheid nemen op gebied van het milieu, de natuur, mens en dier. En het daadwerkelijk doen in plaats van het bij wensen en goede voornemens laten.
Ben je dus gewend aan frisgewassen eendimensionale ‘katoenmusk’-geuren, dan schrik je wellicht van White Musk. Niet alleen om het animale aspect – heel bescheiden gedoseerd weliswaar -, maar ook om de gelaagdheid van de compositie die in de olie-variatie (meer aards, meer hout, meer iris) nog beter tot zijn recht komt.
Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.
Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.
Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.
















Waarvan getuigen: Envol (1981), Création (1984), Fantasme (1992), maar daarna werd parfum ook ‘in naam van hem’ meer marketing dan inspiratie. Waarvan getuigen: ExciTed uit 2005 (voel je hem?), White Soul (2010), Black soul (2011). En waarom ook niet White Soul Gold & Diamonds (2013). En goh wat leuk en origineel: de meest recente geur Alcazar (2014) zit in een blik.
En dan, zoals bij zovele klassieke chypres en oriëntaalse geuren, leads kruidnagel the way. Maakt de klassieke bloemen – roos, jasmijn, iris – pittig, kruidig, warm, zwoel en lekker loom. Origineel voor die tijd: de toevoeging van honing die het geheel een zoete zweem geeft.





