Zomerzon in een flacon
Zo moet oranjebloesem-neroli ruiken
Puur natuur uit vroeger tijden
Alsof het in je eigen tuin groeit, zo ‘dichtbij’
Alsof je het net hebt geplukt

Onlangs kennissen op bezoek met nada, niente, niets interesse in geur. Ik stuur zelden gezellige small talk-gesprekken (dit keer onder beschutting van de vijgenboom plus high tea & trocken Henkel-bubbels) richting ‘toch wel’ mijn favoriete onderwerp (door veel mensen abusievelijk als ‘passie’ ingeschaald). Gezien de tropische temperaturen kon ik mijn aanhoudende fascinatie voor geuren dit keer tóch makkelijk inkoppen. Legde dus het geur- en lichaamsgenot van eau de cologne uit en dat dat grotendeels op conto van oranjebloesem komt (en de van haar afgeleide variaties: neroli, petitgrain, absolu). Dat slechts één bloempje al de intense sensatie van eau de cologne geeft – blijft nog steeds wonderlijk.
Ik liet ze het ruiken. Niet echt onder de indruk. Ik vervolgde – zat op mijn praatstoel, de bubbels verhoogden mijn enthousiasme – dat oranjebloesem ook heel sensueel, zelfs (een beetje) viezig kan ruiken. Ik zei dat ik dat ooit had ervaren in India en (als de dag van toen herinner ik het me) terplekke een soort van openbaring had: de realisatie dat ‘de lucht bezwangerd zijn kan van’.
Jeetje, wat een bloemige zwoelheid wiegde door de ruimte bij ondergaande zon – een ansichtkaart waardig: Geurige groeten uit Chennai, Tamil Nadu. Ze waren nog steeds niet echt onder de indruk. Pfff. Dat veranderde – typical – toen ik zei dat sommige oranjebloesemhaters dat viezige vergelijken met kattenpis. Zie in deze: Orange Blossom. Ik had dat (voor mij aangename) gevoel ook een beetje bij de eerste sporen van Tryst. Vanaf de opening zo’n zalige frisse wolk met een subtiel warm ondertoontje dat ik associeer met ‘vies’, zo je wil kattenpies.
Tryst in kort staccato: schurend, warm, groen, fris, knisperend, zoetig, bloemig, zon inclusief een viezig sliertje beplakt met honingdruppels… Ik kan ook op het parfumorgel losgaan. Doen we. Fascinerend om te bedenken dat ver weg vroeger – voor de opkomst van de commerciële, synthetische parfumindustrie – composities als Tryst schering en inslag waren omdat men toen gewoon niet anders kon. Je ruikt als het ware puur natuur uit vroeger tijden. Maar Tryst ruikt ook zo fris en ‘vers’ – alsof het in je eigen tuin groeit, zo ‘dichtbij’ alsof je het net hebt geplukt.
Er had er van mij ook wel wat echte civet in gemogen – zuiver voor het historische effect – om te ervaren wat dat oplevert. Maar dat mag niet meer en is ook niet echt in lijn met de filosofie van de oprichter volgens mij.
In ieder geval, goed door ruikend bespeur ik ook iets groens – kan dat alleen niet thuisbrengen. Het temt voor mij in eerste instantie de klaterende frisheid van oranjebloesem en neroli die knetteren en ‘zwoelen’ vervolgens lekker door – een mix van eau de cologne-fris (oranjebloesem), zwoelte (neroli) en zoetigs (sinaasappel). Tel daar een (imaginaire) hooi-sensatie bij op. Dit alles gaat onder in een zoetige sensatie (met zelfs lichtkruidige accenten) die inderdaad aan honing en zomer doet denken. Hoe Hiram Green dat voor elkaar gekregen heeft…
Altijd leuk bij hem: de namen die hij voor zijn geuren kiest. Los van clichés. En als het een cliché is, dan verwoordt de naam het elegant en omfloerst. Tryst: a meeting between two people who are having a romantic relationship, especially a secret one. Vrijvertaald: een geheime ontmoeting tussen twee mensen verwikkeld in een romantisch avontuur. Een keer wat anders dan Secret Rendez-Vous of variaties hierop.



