Ik vind de kreet inmiddels behoorlijk sleets en doorgedraaid cliché: blij als een kind in de snoepwinkel. Toch spookte het door mijn hoofd, toen ik een doos – die me telefonisch was aangekondigd – kreeg ‘vol met oude geuren, dus die zullen waarschijnlijk niet meer goed zijn’ van de aangetrouwde tante Gerda (van mijn partner).
Die had de inhoud uit de nalatenschap van haar enkele jaren geleden overleden zus. Wat moest de familie ermee? Niemand was echt geïnteresseerd. Gerda dacht eigenlijk direct aan mij – ze had me een tijdje geleden al drie flessen j’adore gegeven, die ze had gekregen voor Moederdag. Vond ze niet lekker. Wel la vi est belle. Dat zei ze toen ik belde om haar te bedanken. Tijdens dit onderhoud vertelde ze dat haar zusters man voor zijn werk de hele wereld rondvloog en bij terugkeer altijd een geur voor haar meenam. Gezien haar eigen desinteresse in geuren, kon Gerda me niet vertellen wat de favorieten van haar zus waren geweest en welk ze ook nog ‘buiten de doos’ had gebruikt. Bij opening werd ik niet teleurgesteld – ik had al zo’n vaag vermoeden. In chronologische volgorde:
Arpège Lanvin (1927) extract
Ma Griffe Carven (1946) eau de toilette
Madame Rochas (1961) eau de toilette
Eleven Atkinsons (1964) eau de cologne
Rive Gauche Yves Saint Laurent extract & eau de toilette
Vivre Molyneux (1971) extract & eau de toilette
Farouche Nina Ricci (1973) eau de toilette
First Van Cleef & Arpels (1976) extract
Anaïs Anaïs Cacharel (1978) eau de toilette
Paris Yves Saint Laurent (1983) eau de toilette
Het fijne: sommige zijn ongeopend, andere wel maar nog niet gebruikt. Het fijne: gezien de badge-nummers aan de onderkant (sommige verpakkingen hebben er zelfs geen), betekent dat het originele formules betreft. Dat ruik je heel goed aan: Ma Griffe – dat was nog eens groen, de galbanum spettert je in de opening tegemoet. Ook Rive Gauche schittert zoals het hoort: een heldere bloemenweelde waarvan de bladeren lichtjes zijn besprenkeld met aldehyden. Anaïs Anaïs: ook zoiets. Je ruikt je de ware charme weer van de geur.
De zus van Gerda hield blijkbaar het meest/of het minst van Madame: haar man heeft het in ieder geval minstens zeven keer voor haar gekocht (vaak aan boord van een KLM-vlucht). Heel mooi qua verpakking: het extract van Vivre. Een goed voorbeeld dat je met plastic ook ‘modern artistiek verantwoord design’ kunt verenigen met de klassieke esthetiek die het parfum over het algemeen kenmerkt. De grootste verrassing is toch wel het extract van Rive Gauche. Ik wist van zijn bestaan. Ook nog niet gebruikt. Die ga ik snel met een echte geurengek officieel openen – het geheel zal gefilmd worden.
Ga denk ik binnenkort eens kijken, wat deze geuren doen op Ebay of andere sites. En wie met een goed argument komt, waarom zij/hij de vintageversie van Rochas’ Madame absoluut moet hebben: ik schenk een (misschien wel twee) aan diegene(n) die met ‘het juiste antwoord’ komt.
Als dank ga ik voor Gerda een upcycle parfum sur mesure maken, met la vi est belle als uitgangspunt, maar dan beter: dus een hele mooie iris ‘verwennen’ met witte bloemen omringd door gourmand- en amberachtige noten en geschraagd door aldehyden.
Een nieuwe geur van Hermès is spannend. De reden: het merk blijft toch het meest luxueuze ‘leerlabel’ dat de gemiddelde consument met een meer dan gemiddeld smaakbesef kent. Wel jammer: Hermès gaat ook doodleuk mee in de niet meer bij te houden fast forward fragrance-trend. De nieuwe in da house-nose – Christine Nagel – heeft het druk. Sinds ze Jean-Claude Ellena opvolgde in 2016, stelde ze er twaalf samen – correct me if I’m wrong.
Nu H24. Mensen bekend met Hermès hoef je waarschijnlijk niet uit te leggen waar de naam voor staat. Ik denk: H voor Homme en Hermès. En het cijfer verwijst natuurlijk naar het nummer aan de faubourg St. Honoré in Parijs waar de flagship store zich bevindt. De über-simpele naam (ligt zo voor de hand; waarom zag niemand dat eerder, vraag je je dan af) onderstreept direct het less-is-more-luxeprincipe en love-is-in-the-details-benadering van het merk. Zou ook nog kunnen – het persbericht ligt nog ongelezen naast me – dat er 24 ingrediënten zijn gebruikt, maar zoiets is al vaker gedaan.
Door wie of welke beweging komt het toch dat we op parfum al onze verlangens zijn gaan projecteren betreffende de ‘conduit’ van onze medemens? Zo lees ik op het ‘Avec nos Compliments’-kaartje dat voor Hermès ‘de filosofie van mannelijkheid innovatie en uitvinden is, en de man nooit te reduceren is tot een enkele identiteit’. Wel: ‘De belichaming van een vrije en betrokken houding ver van ieder model. Deze geest is gevangen is het nieuwe olfactieve signatuur H24 door Christine Nagel met een ecofriendly benadering’. That’s it. Inderdaad: less is more.
Dan volgt nog een beetje wat stemmingmakerij: ‘Swift, but unhurried. Quick, but precise. Joyful, serious, supersonic, forever hunting day, travelling across time zones’. Ik zie hem helemaal voor me lopen, runnen, deze Hermès-homme, die alleen, erg cliché weer verdwijnt in het niets: ‘Nothing stops me, unless I want to’, om – dat dan weer wel – poëtisch te eindigen: ‘Only you, wondrous ray of green between paving stones’. Hoewel mij dit doet denken aan een mannelijke interpretatie van Kenzo’s Flower, ben ik toch blij dat Hermès het platgetreden pad van parfum en romantiek, parfum en erotiek, parfum en dadendrang blijft vermijden.
WAT H24 IK EIGENLIJK?
Een flits uit het verleden, of is het puur toeval? H24 blind geroken, meen ik iets van een oudje, een fragrance-flop te herinneren: de geur waarvan ik de kleur ‘altijd’ – de laatste keer is heel, heel erg lang geleden – met neogroen associeer: Greenery, of Greenergy van Diesel. Even checke op mijn blog: heb’m niet besproken. Even www-en: minder ‘woordgrapperig’ dan ik dacht: Green Masculine uit 2001. Toch kan ik’m in gedachten nog ruiken, iets scherps groen dat neon aandeed; een soort combi van verbena, citronella en aldehyden plus een stoot aqua-moleculen. Nogmaals in mijn gedachten dan.
Na hem een week dag in dag uit gedragen te hebben, ben ik er nog niet uit. H24 is een makkelijke en tegelijkertijd moeilijke geur. Makkelijk: de eerste kennismaking is vriendelijk, groen, of beter groenig op zijn moderns. Wil zeggen, geen zware houtachtige basis richting chypre. In plaats van richting aarde, richting hemel. Het moderne zit’m in de tussennoot: groen, plantaardig, zuurstof. Hier doet de gemiddelde man niet moeilijk over in de parfumerie, maar het kan ook zijn dat hij meer verwacht, want in potentie succesvolle geuren, zijn geuren die knallen: pats, boem, hallo, hier ben ik.
Moeilijk: als je door ruikt, neem je meer waar. Na de enigszins bittere opening van salie in een halo van frisheid, wordt de geur intenser. Is dat de narcis? Omschreven als ‘vermaard groen, knisperend en edgy met een zekere herinnering aan nachtelijk tabak’. Ik ruik het allemaal, maar vreemd genoeg doet het me niet aan narcis denken. Die kan ook dieper en sensueel ruiken met sterk narcotisch effect – zoals in het triple extract van Santa Maria Novella. Mijn gedachten gaan aan alle kanten op, als Nagel zegt dat ze de narcis ‘verzacht heeft zonder het van zijn levendigheid te strippen en door het te co-destilleren met ander ingrediënt’ zonder die bij naam te noemen.
Tja, wat moet je hiermee? Dat hebben de neuzen de laatste jaren ook gedaan met de tuberoos (van botergeil naar gourmandzoet) en de lelie (waarvan de bladeren en de stengels ook worden ‘meegenomen’). Het effect: tamme boel, beide bloemen ontdaan van hun verbluffende natuurlijke oproepingskracht. ‘Verzachten’ blijkt vaak een eufemisme voor het meegaan van de parfumindustrie in de veronderstelde afkeer van al te heftige geurervaringen van de parfumerieketenconsument.
Dit geklaagd hebbende, vind ik de bitterheid van de salie gelinkt aan de narcis wél werken; het geeft H24 iets neon-achtig, iets fel schijnend zonder dat het pijn doet – Nagel omschrijft het liever met ‘het patina van een klassieker’. En als je de geur heel diep in je opneemt ervaar je dat nog sterker. Je ruikt een soort vochtig ‘sous-bois’, ondefinieerbaar voorjaar, mineralen, water, Iso E Super, de onderstroom van een beekje in een natuurgebied.
H24 is een goed voorbeeld van een geur die op een nieuwe manier naar de natuur kijkt. Werd die voorheen vooral opgeroepen met synthetische componenten, nu wordt er gewerkt met een nieuwe generatie moleculen en eco-friendly enzymen (denk aan schimmel en bacteriën). En hiermee wordt slim ingespeeld op de veranderende eis van de consument: die wil meer puur natuur en echtheid.
Nog even dit: narcis en tabak – ruik dan voor de lol eens aan Tabac Tabou van Parfum d’Empire. En dat narcis ook fris en onstuimig kan resoneren: Eau de Narcisse Bleue van – inderdaad – Hermès.
Adverteren doet begeren. Tegen ieder familielid, vriend, vriendin, kennis etc. etc. van plan Florence te bezoeken, zeg ik: ‘En dan moet je zeker naar Officina Profumo Farmaceutica di Santa Maria Novella.’ Want als je er nou één winkel is waar je ervaart dat fysiek shoppen ‘olfactieverwijs’ zoveel leuker is dan online, dan is het, inderdaad deze oerversie van de flagship store aan de Via della Casa 14.
Iedere ziel gevoelig voor nostalgie en ‘smaakvolle’ historie vindt hier een balsem voor zijn ziele- en geurenheil Waarom? De geuren (en ‘accessoires’ er rondom heen) die deze ‘werkplaats’ maakt zijn zo ongelooflijk naturel, natuur en vanzelfsprekend. Ik weet niet of de presentatie van het geheel dit gevoel versterkt of bevestigt, want reken maar van yes dat alle gebruikte ingrediënten not allemaal van natuurlijke oorsprong zijn – dat is ook niet relevant.
Anyway, ik was gisterochtend op bezoek bij een vriendin en die herinnerde me aan mijn ooit aan haar gedane toeristische aanbeveling, en kwam naast een kloek lekker stuk zeep vol trots en blijdschap aanzetten met Eva – haar keuze na in de Officina tig geuren te hebben geprobeerd. Een goed keuze, zoals elke keuze bij Officina. Een spray en je waant je in een rijk van hemelse kwaliteit en aardse evenwichtigheid. Eerste indruk: fris, groen, droog.
Tweede indruk na langer op de huid: minder fris, groener en droger plus iets wat lijkt op spicy. Nog langer op de huid: droog, prikkeling, droog hout (overduidelijk ceder) met toch een zachte toets. Ofwel, lekker die vetiver met peper. Droog en toch groen, met af en toe zo lijkt het, een verdwaalde citrusdruppel uit de opening die op de basis valt.
Totaalplaatje: hoogzomer in alle rust ‘geluidloos’ genieten van de zon ergens in een lommer- en schaduwrijke plek beneden de Alpen. Ter ondersteuning van dit idee: Eva, die lang op de huid blijft hangen, liet ik ongeveer een uur later aan een goede vriend (eveneens gek op geuren) ruiken.
Zoals gewoonlijk doet hij dat met de ogen dicht, en ik zag vervolgens een prettig gevoel over hem neerdalen. Toen hij ze opende straalden die… een en al tevredenheid. Ik moest ook aan een gedicht denken van Goethe (uit 1780), maar dan zonder de droevige eindconclusie van de laatste strofe. Vond hij een beetje overdreven:
Über allen Gipfeln Ist Ruh, In allen Wipfeln Spürest du Kaum einen Hauch; Die Vögelein schweigen im Walde. Warte nur, balde Ruhest du auch.
Dat je wat voor een beschrijving dan ook voor een geur kunt geven, bewijst wel de wonderlijke toelichting van Officina Profumo Farmaceutica di Santa Maria Novella zelf: ‘Eva, de naam van een vrouw voor een mannelijke of uniseksgeur die gedragen moet worden als een Prince of Whales-patroon.’ Let op de schrijffout: Whales. Maar dan goed begrepen: hoe draag je zo’n Prins of Wales-patroon? Patroon in de betekenis van motief (van een stof) waarvan kleding wordt gemaakt. Zoiets (of welke stof met welk motief dan ook; denk paisly, denk pied de cocq) draag je toch zonder (bij)bedoelingen, maar eerder om het comfort en esthetisch genoegen?
Tegenwoordig moet je alles kunnen duiden, moet je bijvoorbeeld de symboliek van een bloem door iemand ‘aangehaald’, kunnen verklaren. Geurengoeroe fronste zijn wenkbrauwen toen van ‘de neo-romanticus uit de Nederlandse politiek’ – inderdaad Thierry Baudet – in de pers berichten verschenen dat hij zou hebben gezegd dat hij zo dol op de geur van lavendel is. Baudet heeft ze zelfs wel eens geplukt in zuid Frankrijk, naar ik heb vernomen. De geur laat hem wegdromen. En dat is dus een eigen leven gaan leiden; heeft zelfs tot een nieuw begrip geleidt in de Tweede Kamer: lavendelpolitiek. Dat staat voor de waarden en normen van Forum voor Democratie. Ik vind deze ‘consternatie’ wel entertaining – ik had zelf een andere geur bij Baudet in gedachten, iets meer in de richting van Special for Gentleman van Le Galion, de voorloper van Guerlains Habit Rouge, waarin een mooie frisse lavendelnoot de opmaat is voor een zwoele geur met licht animale facetten.
Ik verbaasde me over de bloemkeuze van Baudet, omdat dit – feitelijke – kruid in Amerika bijvoorbeeld nog steeds een soort van negatieve connotatie heeft (en als all round literair intellectueel zou Baudet dit toch moeten weten, toch?). Zou dat komen door het begrip ‘lavender lads’, door senator Everett Dirksen herhaaldelijk gebruikt als synoniem voor homoseksuelen. In 1952 zei hij dat een Republikeinse overwinning bij de verkiezingen de verwijdering van ‘de lavendeljongens’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken zou betekenen. De uitdrukking ‘lavender lads’ werd daarnaast ook gebruikt door het tijdschrift Confidential, gespecialiseerd in roddel en achterklap betreffende de ‘seksuele oriëntatie’ van prominente politici en Hollywoodsterren.
Wat een lange intro om mijn ‘herwaardering’ voor deze geurende ansichtkaart uit de Provence te verkondigen. Zoals ik al aangaf in Shalimar Philtre de Parfum, maakt lavendel duidelijk dat het met gemak het ‘zeep’- en ‘cadeautjes’-gehalte kan overstijgen. Op een bepaalde manier wordt met lavendel een ‘terug naar de natuur’- en ‘terug naar puur’-sentiment, opgeroepen die juist de essentie van de geur – fris, gewassen – niet bevestigd, maar als agent gebruikt om andere ingrediënten ‘opnieuw’ tegen het licht te houden. Guerlain had dat in 1999 al in de gaten. In Lavande Velours (Acqua Allegoria) ervaar je hoe chic lavendel kan worden door het te omringen met viooltje en iris. Niet aangeslagen. En dat lavendel en roos een prachtduo is, bewijst bijvoorbeeld Hamman Bouquet van Penhaligon’s.
Dat lavendel ook uitgedroogd en naar ‘warm zand’ kan ruiken: neem de proef op de som met Serge Lutens’ Gris Clair. Het heeft me een paar jaar geduurd eer ik de charme van Jersey van Chanel ‘onder de knie’ had. Mijn mooiste lavendel-niche-ervaring tot nu toe: Lavande 44 van Rania J (let wel: Moonlight Serenade uit The Alchemist Garden van Gucci heb ik nog niet geroken). Het valt me op dat ik in mijn beschrijving van Lavande 44 ook al aan het ratelen ben over mijn lavendel-vooroordeel, maar lees’m er nog maar eens op na.
En ik dacht dat ik het nooit zou zeggen: maar the good old English Lavender van Yardley kan me weer bekoren, weliswaar op dit moment in de vorm van zeep: ‘Voel de kalmerende eigenschappen van de beste lavendel en geniet van haar verfijnde geur iedere keer als u zich afwast’ lees ik op www.da.nl. Twee dingetjes: lavendel is mannelijk en als mens was je je toch niet af? Ik kwam trouwens op het idee om het over lavendel te hebben, bij het zien van bovenstaande advertentie in Modes & Travaux uit 1934. Yardley(’s Lavande) was toen echt beroemd, ook in Frankrijk waarvan het toenmalige adres van hun winkel getuigt: 24, Avenue de l’Opéra Parijs getuigt.
Ter afsluiting: ik trof een paar jaar geleden in de Tweede Helmerstraat in Amsterdam een halve inboedel bij de vuilnis aan, waarschijnlijk van een overleden Fransman, Française, want alles was Frans. De (kook)boeken (meegenomen), de peulvruchten (meegenomen), de homemade confiture (meegenomen), een heel mooi schilderijtje op linnen (meegenomen) en… een niet geopende (heet nu vintage) 250ml flacon van Eau de Lavande van Yves Rocher begin jaren zeventig.
In mijn hoedanig als neus van het allereerste upcycle parfumhuis – Le Bienaimé – heb ik er 10ml uitgehaald en vervangen door Obsessive Oudh van Al Haramain. Het idee: een kudde schapen die door lavendelvelden loopt en her en der hun behoefte doen. Met andere woorden: door de lavendelwolk heen neem je een dierlijke, ‘obsessieve’ nuance waar. Velen associëren het bij ruiken als poep. Ik niet. Het is waar: de lavendel krijgt een zwoelheid, een warmte die we niet meer gewend zijn. En toch: ik heb de geur ook verkocht veel jonge meisjes die normaliter voor cleane-crisp bloemengeuren gaan.
Ondertussen benieuwd naar: Scotch Lavender van Oriza L. Legrand. Op basis van een oud recept? Ben groot fan van dit merk en de geur lijkt zwoel te eindigen – de nieuwe weg die lavendel inslaat. Terwijl ik dit schrijf moet ik plotseling denken aan Hypnôse for Men uit 2007 alweer. Ik schreef onder meer: ‘Valt op door zijn gewaagde gebruik van een kruid dat eigenlijk een parfum op zichzelf is en in de haute parfumerie een beetje in de vergetelheid is geraakt: lavendel. Lancôme geeft aan dit ‘ouderwetse’ ingrediënt een nieuwe, moderne interpretatie.’ En: ‘In de basis zorgen patchoeli, musk en amber dat het sensuele karakter van lavendel wordt benadrukt – denk fluweel.’
Dus de conclusie moet eigenlijk zijn: lavendel zit eigenlijk op een rotonde. En wie draait daar ook een rondje: L’Homme de la Nuit (2006) van Yves Saint Laurent, waarin lavendel ook zwoel en zalvend wordt gemaakt. En achter hem walmen nog meer warme lavendels die ik ben vergeten… l’histoire se repète, lavande se repète.
ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE OF ARTISTIEKE INTELLIGENTIProfumo quo vadis? Uit recente artikelen en interviews in (vak)tijdschriften en kranten met neuzen, wetenschappers, creative directors en marketeers van zowel de ingrediëntproducenten als de merken, blijkt dat er veel van artificial intelligence (AI) en door data aangestuurde algoritmes wordt verwacht. Het gebruik ervan staat nog in de kinderschoenen. Maar wat wil de business het toch graag toepassen. Bij gebrek aan… een daadwerkelijke innovatieve ontwikkeling? Of just because iedereen het erover heeft en daardoor een ‘participatieplicht’ voelt?
Profumo quo vadis? Uit recente artikelen en interviews in (vak)tijdschriften en kranten met neuzen, wetenschappers, creative directors en marketeers van zowel de ingrediëntproducenten als de merken, blijkt dat er veel van artificial intelligence (AI) en door data aangestuurde algoritmes wordt verwacht. Het gebruik ervan staat nog in de kinderschoenen. Maar wat wil de business het toch graag toepassen. Bij gebrek aan… een daadwerkelijke innovatieve ontwikkeling? Of just because iedereen het erover heeft en daardoor een ‘participatieplicht’ voelt?
Zo vervangt AI al testpanels om te achterhalen hoe met name mensen – lees: consumenten – aangezet kunnen worden meer te kopen door geur-beïnvloeding. Denk aan winkels: welke geur in een lingeriezaak of witgoedwinkel garandeert meer omzet? Natuurlijk wordt een dergelijke manipulatie al langer toegepast zonder hulp van computers. Denk aan auto’s: een interieur dat de geur van leer, metaal en ‘warm’ textiel verspreidt, schijnt de verkoop te stimuleren. Denk aan huizen: de geur van appeltaart maakt plaats voor versgebakken brood.
Japan was hierin in de jaren negentig van de vorige eeuw voorloper en onderzocht hoe je bijvoorbeeld met scent activation niet consumenten, maar arbeiders kon stimuleren/reguleren tijdens hun werkweek. Inmiddels wordt onderzocht hoe je mensen/menigten ‘olfactieverwijs’ rustig kunt houden. In gevangenissen schijnt de sfeer met de juiste verspreide geuren er ‘gezelliger’ op te worden.
Een recente interessante toepassing: Dmitrijs Dmitrenko (universiteit van Sussex) onderzocht hoe je met geurverspreiders (denk aan Arbre Magique) zelfrijdende auto’s veiliger maakt. Dmitrenko bewees dat bestuurders veel responsiever waren (en omzichtiger reden) wanneer bepaalde geuren kort in de auto werden gezogen om te waarschuwen. Lavendel zet chauffeurs aan langzamer te rijden, pepermunt wijst op het feit dat de bestuurder te dicht op de ander zat, en citroen gaf aan wanneer een auto wilde invoegen.
AI wordt nu al proefsgewijs ingezet als vervanger van testpanels. Producenten gebruiken die al decennia om te zien of geuren in de ketenparfumerie zullen aanslaan. Sterker, zonder een dergelijke ‘doorsnee-beoordeling’ komen ze vaak niet eens op de plank. Nog sterker, geuren worden hierdoor vaak ‘dood getest’; alle eigenheid wordt eruit gezeefd, waardoor inwisselbaarheid optreedt. ‘Lekker die nieuwe van Yves Saint Laurent, of was het nu die Givenchy, of Dior… Gucci?’
Of AI daadwerkelijk de menselijke norm met succes kan vervangen, blijft natuurlijk een kwestie van de input van data. Als die niet goed is (te weinig of onkundig gesystematiseerd of vol met aannames zit door degene die de AI voedt), dan is de uitkomst navenant. En een kwestie van geld: het gebruik van AI wordt nog als zeer kostbaar gezien (ik ken de prijzen niet).
De reden dat met name de grote tech-reuzen in AI – kunnen – investeren. Zoals Google: traint computers om geuren op basis van hun moleculaire structuur te determineren. Wetenschappers hebben hiervoor een moleculenbibliotheek ontwikkeld (parfum is niet meer dan een optelsom van diverse geurmoleculen) die door neuzen van de juiste labels werd voorzien, gebruikmakend van het bestaande geurvocabulaire – ‘bloemig’, ‘zoet’, ‘fruitig’, etc, etc. Dit kan uiteindelijk leiden dat AI door ‘machine learning’ – hoe meer input, hoe meer ‘kennis, hoe meer mogelijkheden – zelf geuren gaat ‘bedenken’. Of in ieder geval assisteren in het ontwikkelingsproces door te voorspellen hoe bepaalde moleculen zullen ruiken, door aanpassingen aan formules voor te stellen, zoals manieren om een roos nog roziger te laten ruiken. Mijn vraag: weten neuzen dat nóg steeds niet?
Carto
Zo heeft Givaudan (belangrijk ingrediëntproducent) nu een AI-aangestuurd systeem – Carto – dat de manier waarop parfumeurs creëren herdefinieert door op ‘intelligente wijze’ (vraag: kun je zoiets ook niet intelligent doen?) gebruik te maken van de ingrediënten’ van Givaudans Odor Value Map om het olfactieve effect in het eindresultaat te maximaliseren. Een voorbeeld: de formule van Etat Libre d’Orange’s geur She Was An Anomaly werd door AI voorgedragen aan parfumeur Daniela Andrier die zij vervolgens evalueerde en perfectioneerde. Vraag: hoe had She Was An Anomaly geroken zonder tussenkomst? Minder lekker? Lekkerder? Opvallend: in de communicatie op de site van ELO wordt bij deze geur met geen woord gerept over de ‘interventie’ van de AI.
Gemiste kans, want ik denk dat AI voorlopig vooral als marketingtool voor de klant kan worden ingezet. Blijkt wel door Givaudans overname van Myrissi; dit bedrijf heeft een AI-technologie ontwikkeld ‘die geuren vertaalt in kleurpatronen en afbeeldingen relevant voor de consument en die de emotionele reactie van de eindconsument kan voorspellen.’
Givaudans directeur, Maurizio Volpi, ligt toe: ‘Deze expertise zal ons ondersteunen bij het aanbieden aan onze klanten – lees: de merken – van nieuwe visuele en verbale storytelling voor consumenten. Onze missie: klanten te ondersteunen de geur van hun producten op de meest inspirerende manier op te roepen en consumenten te helpen het product te kiezen dat het beste bij hun voorkeuren past.’
Echt waar?
Zou Coty hier al gebruik van maken in Argentinië? Ik lees op http://www.cosmeticdesgin-europe.com: ‘Klanten met een virtual realilty-hoofdset kunnen kiezen uit zeven parfumstenen met elk een uniek olfactief territorium (vraag: wordt zo’n hoofdset telkens na gebruik schoongemaakt? Met welk middel, wel of niet welriekend?). Hierna betreedt de gebruiker een meeslepend universum dat het specifieke territorium tot leven brengt’ met de steen, 3Dvisuals en geluid.’ Hopende dat door een dergelijk opschalen van de ‘retail journey’ consumenten geprikkeld raken geuren te blijven kopen.
Coty speekt van een ‘amazing succes’. Voor mij doet deze AI-toepassing toch beheurluk old school aan: blind ruiken met een making of-verhaaltje erbij van de verkoper, levert hetzelfde resultaat op omdat de belanghebbende (Coty in dit geval) ook resultaat wil: omzet.
Symrise (ook een belangrijk ingrediëntproducent) ontwikkelde met IBM Research de Philyra. In de Griekse mythologie godin van het parfum, schoonheid en schrijfkunst – sounds like me. Deze AI analyseert duizenden bekende parfumformules om patronen te identificeren, te herkennen en innovatieve geurcombinaties te ontdekken. De algoritmen versnellen het geurcreatieproces door nog nooit eerder vertoonde formules te creëren. Vraag: gaan geuren hierdoor anders ruiken? Want twee verschillende formules kunnen hetzelfde eindresultaat opleveren.
Daarnaast valt deze omarming van AI voor mij in de categorie wishful thinking. Net zoals ook op psychologie en kleuren gebaseerde tests in het verleden niet echt op enthousiast onthaal konden rekenen bij de consument bij het kiezen van een geur, doet het allemaal erg omslachtig aan. En: wanneer je geuren te rationeel benadert, dus met veronderstelde werkende programma’s (vanzelfsprekend gepresenteerd in een hightech ambiance), dan staat dat een spontane ontvankelijkheid en associatie in de weg. En vergeet niet: een geur kopen valt voor de meeste mensen in de categorie funshoppen, dus dan moet je dit niet met al te veel poespas en quasi intellectueel-doenerij omringen. En vergeet niet: veel mensen kopen een geur waarmee ze via via hebben kennisgemaakt; maken hun keuze niet gebaseerd op een wel of niet do AI aangedreven ‘vooronderzoek’.
Wil je als parfum-business andere manieren ontwikkelen om consumenten verrassend en innovatief te verleiden een product (dat in de loop van millennia behalve de verpakking nauwelijks is veranderd) te kopen, dan moet je AI anders interpreteren. Geen Artificial Intelligence, maar Artistic Intelligence! Daar is het wat het nu aan ontbreekt. Bijna alle merken houden elkaar in de gaten: aan de lopende band ruik en zie je schaamteloze copy & paste. En tóch wordt iedere geur afzonderlijk weer als een unieke ervaring geblablablaat.
In hun eigen strenge, cultachtige marketing-geloof denken de merken eveneens uniek te zijn, maar veel klanten ervaren het uiteindelijke product niet zo, is het niet meer dan een ‘lekker luchie’ van Yves Saint Laurent, of was het nu die Givenchy, of Dior… Gucci?’
DIY-kit
Veel parfumhuizen hebben daarnaast nog geen antwoord op de do-it-yourself-ontwikkeling die in feite hun uiteindelijke overbodigheid illustreert. Het enige antwoord dat de marktleiders hierop vooralsnog kunnen verzinnen: door über-marketing en overdonderende campagnes op alle mediafronten je eigen belangrijkheid onderstrepen. Een exemplair voorbeeld: Dior. Is in alle opzichten een groot geurgrossier geworden. Tuurlijk, onder de nichegeuren zitten prachtige presentaties – mag ook wel, maar gewoon te veel! 25, 26, 27? I lost count. ‘Jongens, we zetten Joy even op de markt, want Poison Girl werd toch niet wat we… oh, ja gelukkig hebben we onze blockbusters J’adore en Miss Dior – twee verschillende doelgroepen, hoe fijn! Let’s go crazy: J’adore in Joy. Oeps, Johnny Depp is een beetje negatief in het nieuws geweest, lassen we een mediastilte in voor Sauvage, maar, gelukkig is daar nog Dior Homme.’
Oude clip over de neus van Dior
Om deze fast forward fragrance frenzy een aura van artisticiteit en kunst te geven worden wereldwijd Dior haute couture-tentoonstellingen georganiseerd waar natuurlijk ook aandacht aan de geuren wordt besteed die dan, hopende, qua vakmanschap, handwerk en ‘aantal uren’ op één lijn met de kleding worden gesteld. De naam Dior zal zich, net zoals Chanel, nog dieper in het collectieve onbewuste nestelen. Covid19? No worries, maken we toch even een interessante documentaire of over een van ’s werelds saaiste neuzen.
Ja dus, over de in da house nose of Dior François Demachy. Naam: Nose. Volgens WWD ‘offering viewers a behind-the-scenes look at one of the most mysterious professions – that of perfumer.’ Grap: juist door het do-it-yourself-fenomeen is het beroep neus van zijn mysterie ontdaan, ‘bevrijd’. Maar gelukkig zijn daar wereldwijd ook nog de duizenden andere glossy’s. Die zullen deze film met evenveel parfumpassie hun lezeressen aanraden, want LVMH (waar Dior onderdeel van is) adverteert regelmatig. Iedereen blij. Toch? Ben benieuwd of ‘binnen parfumkringen’ commentaar op deze film zal komen. Of is echt iedereen gedrogeerd door de marketingoorlogsvoering – op niveau, dat wel, dat spreekt voor zich – van Dior?
De lichtgroene tint ligt als een transparante vernis over de flacon, dat doelt – althans daar ga ik vanuit – op de inhoud van de flacon. Dus groene noten. Alleen groen, heeft het ondanks het feit het hip & happening is – denk aan de ‘groenende’ belangstelling voor bio-producten en het greenwashing van milieuonvriendelijke producten – moeilijk in de parfumerie.
Sterker, het ligt op het ‘verdoemplankje’. Dit tot grote teleurstelling van de schrijver deez’ artikel. Viel me afgelopen dagen weer op tijdens het reorganiseren van mijn privé-parfumatelier: al afstoffende, viel het me op dat ik juist die flessen weer opende waarin groene waters met diepere gronden zaten – chypres dus.
Omdat ik niet rook wat ik zag, en ik het persbericht over het hoofd had gezien, ging ik www-en. Kom ik direct bij Marc Jacobs himself terecht. Hij zegt over Daisy Love Spring: ‘A feminine scent, with delicate pink peony wrapped in the sweet and creamy smoothness of fig and fig milk.’ (Moet ik het nog vertalen?)
Hierin ga ik slechts voor een gedeelte in mee. Want ik ruik niet echt vijg. Niet het wrang-groene van het blad, niet de zoetige melknoot van als je in de schil van een niet rijpe vijg prikt, niet het volzoete, sappige aroma van de vrucht op zijn aller rijpst. Nu we het er toch over hebben: de pioenroos ruik ik ook niet echt. Die heeft van nature (tenminste, de ‘nieuwe generatie’ pioenroos is zo goed als geurloos) een roosachtige noot met een kruidig randje (in het beste geval nijgend naar anjer).
Wat ik wel ruik: iets zoets, iets very zoets. Dat kún je associëren met bloemen, maar doet mij eerder denken aan grenadine of een soort van limonadesiroop. Vreemd toch hoe in de masstige-sector gericht op de adolescent/jonge vrouw, geuren steeds minder naar ‘echte’ geuren ruiken. Je ruikt iets onbestemds met een vaag vermoeden van bloemen dat kleine meisjes lekker vinden en dat ze meestal vinden in een Walt Disney-geurtje of ander speelgoedkameraadje met lijnextensies.
Doet me denken aan een vriendin waarvan de kinderen zich te pletter schrokken van de pizza en hamburger die ze zelf een keer voor ze had bereid gemaakt van verse producten – die leken helemaal niet op en smaakten helemaal niet naar die van Domino’s en McDonalds – niet lekker.
Grappig is dat de geur op www.perfumemaster.com (een site die geuren voor de business analyseert), in de omschrijving geen melding maakt van vijg of pioenroos. Die draait als het ware om de brei heen: ‘An aroma highlighted by a bouquet of fragrant fresh, green and milky scented tones that will bring a soft, inviting and comforting perfumed sensation. Examining it closer once applied you will notice a lingering quality of softer fragranced bitter, fruity and floral hints that hide an essence of pleasing, natural and fresh feelings.’
Nou vooruit en dank je wel Google Translate: ‘Een aroma dat wordt benadrukt door een boeket van geurige frisse, groene en melkachtige geurende tonen die een zacht, uitnodigend en geruststellend geparfumeerd gevoel zullen geven. Het nader examinerend, zul je een aanhoudende kwaliteit van zachtgeurige, bittere, fruitige en bloemige hints opmerken die een essentie van aangename, natuurlijke en frisse gevoelens verbergen.’
Pleasing… ja, in de zin van niet hinderlijk. Natural… come again? Fresh… niet in de zin van sprankelend en opbeurend. Eerder flauw en lauw. The upshot being: Marc Jacobs, young girls deserve better, take them more serious!
Ik heb veel boeken over het leven van Coco Chanel gelezen en documentaires gezien. De films over haar leven interesseren me op de een of andere manier niet: vaak te geromantiseerd en te über-bewonderend.
Tijdens dit verdiepen in haar leven ontkom je natuurlijk niet aan haar opmerkelijke quotes. Die zijn vaak zó touché waardoor je weet dat Chanel iemand was die heel goed kon observeren: niet alleen hoe de mens zich kleedde, of in haar optiek eerder niet, maar ook hoe de mens zich gedroeg in al zijn wederwaardigheden.
Google je ‘famous quotes Chanel’, dan passeren de bekende ‘onontkoombaarheden’ de revue. Haar scherpste voor mij: ‘Le luxe ce n’est pas le contraire de pauvreté mais celui de la vulgarité’.
In het persbericht van Le Lion kom ik een voor mij geheel onbekende quote tegen: ‘Ik ben een leeuw en net zoals hij sla ik mijn klauwen uit om niet gekwetst te worden. Maar geloof me, ik heb meer last van het krabben dan dat ik word gekrabd.’ Klinkt bijna te mooi – eigenlijk te toepasselijk in dit geval – om waar te zijn, eerder apocrief. Mocht ze het toch uitgesproken hebben, dan klinkt daar toch een zekere teleurstelling/argwaan tegenover de mens uit – lees over haar leven en je zult moeten concluderen dat dit een understatement is.
In ieder geval, de leeuw werd haar symbool puur om het feit volgens mij omdat ze onder dit sterrenbeeld is geboren – zoals zovelen stervelingen. Dat Chanel er ook haar persoonlijk symbool van maakte, bewijst wel haar grafsteen in Lausanne: onder vijf – inderdaad haar geluksgetal – identieke gebeeldhouwde leeuwenkoppen staat alleen wat ertoe doet: Gabrielle Chanel 1883 – 1971.
Maar ze was natuurlijk niet de enige: in veel culturen wordt aan de leeuw een symbolische betekenis toegekend. In verband gebracht met de zon en de maan, met het licht en het donker, met het goede en met het kwade. Zijn kracht wordt gezien als afspiegeling van de warmte van de zon als van de hitte van de strijd. En veel mensen die belangrijk waren, of het zich waanden, sierden hun wapenschild met op zijn minst één leeuw en/of flankeerden de entrée ermee naar hun domein (dat soms tot grote verrassing een tweeondereenkap woning blijkt te zijn).
Het persbericht van Le Lion refereert ook aan de – gevleugelde – leeuw die Venetië op het San Marco-plein bewaakt. Toen Chanel deze dogestad in 1920 voor het eerst bezocht maakte die een grote indruk op haar, en de kunst en cultuur die ‘la Serenissima’ symboliseert (en waardoor ze zich liet inspireren). Meer weten: zie Coco Noir.
Mocht je het niet weten: het is dit jaar 50 jaar geleden dat Chanel overleed – een tentoonstelling over haar bijdrage aan de mode in Parijs is door corona tot nader order niet toegankelijk. Het is dit jaar 100 jaar geleden dat N° 5 het licht zag. Ben benieuwd hoe dat gevierd wordt. Mijn ideaal: een limited edition van de originele receptuur uit – inderdaad – 1921.
WAT LE LION IK EIGENLIJK?
Nu Le Lion. Na Boy en 1957 weer een Les Exclusifs die meer beroep doet op je olfactieve ‘incasseringsvermogen’ dan op je hang naar labelluxe. Niet dat Chanel nieuw terrein verkent. Integendeel, huisparfumeur Olivier Polge creëerde een klassieke geur van opening, naar hart, naar basis van een geruststellende kwaliteit. Alleen dit keer niet transparant en luchtig, maar sierlijk donker; een oriëntaalse verfijning gevrijwaard van haar gewoonlijke zwoelheid.
Daarom kun je Le Lion een soort van stoer noemen, niet cliché-vrouwelijk, eerder mannelijk. Maar dat is binnen het Les Exclusifs-universum vanzelfsprekend: je koopt als vrouw, als man een van de inmiddels 17 geuren omdat de compositie je bevalt, of beter gezegd: iets met je doet. Niet omdat een geur gendergebonden zou zijn – dat is zó’n ketenparfumerie-keuze, zó burgerlijk.
De opening: een klaterende cascade van bergamot en citroen – zuiver, zonnig en ‘oprecht’, zoals het hoort, maar je steeds minder vaak ruikt. Ik bedoel: ik heb de laatste toch wat geuren geroken die citrusfris moeten openen, maar vlak en bewerkt hun werk doen. Alsof de ziel er is uitgetrokken, alsof ze op 60 graden zijn voorgekookt.
Dan het hart: ook zo’n ingrediënt dat ondanks de belofte tam kan uitpakken (zoals in de nieuwe eau de parfumversie van Eternity for Men uit 2019). We hebben het over cistus labdanum. Wel eens omschreven als ‘natuurlijke musk’ – in zijn puurheid aards, ruw, leerachtig en ‘onbehouwen’, maar toch ook met een zalvende, warm balsemachtig effect – een parfum op zichzelf.
Chanel raffineert dit met vanille waardoor de ruwheid getemperd wordt, maar de aardse noot niet verloren gaat, en naadloos overloopt in een even donker-heldere melange van sandelhout en patchoeli. Samen geeft dit op míjn huid een stempel van leer met kruidige accenten die lang blijft hangen, en dan weer de vochtigheid van patchoeli, dan weer de zachtheid van sandelhout laat opleven. Qua gevoel balanceert Le Lion voor mij tussen Coromandel en Cuir de Russie.
Moet jij eens ruiken als je deze drie gaat layeren… Hoeft natuurlijk niet, Le Lion staat op zichzelf, zoals een stoere, gebeeldhouwde leeuw op een zuil. Sommigen zien deze manier van do-it-youselfen nog steeds als heiligschennis. Niet verder vertellen: Le Lion en 1932 … pas mal, pas mal du tout. Le jasmin du dernier devient charnel… En layer Le Lion daarna eens met Beige – ook een wonderlijke transformatie.
Ik zit niet meer zo erg ‘op’ de mode, zoals tien jaar terug. Ik kijk naar het geheel met een meestal van tevoren al vermoeide blik. Als ik niet oppas, gaat het wat mijn fascinatie voor geur betreft dezelfde kant op. Misschien zit ik al in deze transitie, alleen wil ik het nog niet onderkennen.
Ik herken deze vorm van ‘geurjeuk’ meestal wanneer een merk wéér met een geur komt die de liefde omarmt en de vrijheid toejuicht. Ik vraag me dan af, 1: wil je de consument dit? Het antwoord ‘ze kopen het toch?’, is niet voldoende, gezien bijna alle merken meegaan in deze romantisering en ‘liberale’ promotie van het parfum. En gezien er bijna geen andere invalshoek is in de ketenparfumerie – de natuur met al haar olfactorische verwondering daargelaten – rest de volgzame klant met kudde-achtig gedrag weinig anders. Vraag 2, die eigenlijk de eerste had moeten zijn: welk merk, lanceerde in welk jaar voor het eerst een parfum met een romantische en vrijheidslievende boodschap? Is dat belangrijk?
Neem alleen dit mee: als je met deze boodschap in gedachten een geur koopt, ervaar je die dan ook zo? Zou dat ook voor het nieuwe Guilty Love Edition-duo gelden? Ik bedoel, als nu de inspiratie ‘verre oorden’ was geweest, zou zij, zou hij; zouden ze samen er dan anders van genieten? En welke plek op de globe zouden ze dan aanwijzen?
Mag ik zou zo vrij zijn: Guilty Love Edition Pour Femme: ergens in de Toscane, bloemen geuren na, rusten uit bij een ondergaande voorjaarszon achter een poederige nevel van musk-toetsen. Mijn impressie met de blote neus: een ‘non offensive’ bloemengeur. Als je niet zo’n ingrediëntenkenner bent, en je leest ‘het hart bepaalt de complexiteit. Sering contrasteert met roos- en viooltjestoetsen gelaagd met geranium’, dan denk je ‘lekker’. Ben je wel een kenner, dan: ‘Had wel pittiger gemogen, puurder, meer uitgesproken, want sering met roos en viooltje kan een ‘flowerbomb’ tot gevolg hebben.
Want dat bevreemdt me ook aan de geur: ik ruik de nasleep niet zoals bedoeld blijkbaar. Volgens Gucci een ‘een diep natuurlijk duet van patchoeli-oliën gecombineerd met ambernoten’. Volgens mij eerder andersom: meer amber – kan ook een poederig gevoel oproepen – dan ‘diepe patchoeli’; ik ruik niet echt die typische combinatie van aarde, vocht en bos.
Guilty Love Edition Pour Homme plaats ik iets noordelijker, iets hoger qua klimaatgrens – alhoewel die tegenwoordig ook steeds vaker schommelt. In ieder geval meer gesitueerd in een bos gezien de drydown. Wat daaraan voorafgaat, ‘verkent’ de mix van oranjebloesem en lavendel – waarmee volgens Gucci ‘niemand minder dan vrouwenversierder Casanova zijn liefdesbrieven parfumeerde’. De lavendel dus. Samen kunnen die voor een über-fris gevoel zorgen, die nu alleen door drydown getemperd wordt. Sterker, de drydown verwarmt, maakt voor mijn gevoel deze klassieke bloemencombi ‘stoerder’.
Aan de geuren is niets ambigu – iets waar de creative director Alessandro Michele zich in combinatie met het promoten van zijn niet standaard-beauty laat vooropstaan; sterker zich lijkt te hebben toegeëigend. Guilty Love Edition Pour Femme is typisch vrouwelijk. Guilty Love Edition Pour Homme is typisch mannelijk. Wat ze wel verbindt: beide zijn mild; ze laten de ingrediënten als het ware uitrusten in plaats van ze een oppepper te geven.
Voor ik het vergeet: deze love edition heeft een poëtische boodschap. Lees je op de flacons. Op die van hem: ‘we should be together, but we are not’. Op die van haar: ‘we are not together, but we should be’. Zal wel refereren aan, maar niet bij naam genoemde coronacrisis. Of zie ik dat erin? Maar je kunt beide slogans ook op beide geuren letterlijk toepassen aldus Gucci: ‘Apart van elkaar zijn ze al heerlijk, maar samen als partners zijn ze een onverslaanbaar team’.
Hiermee wordt ingespeeld op de visie van Alessandro Michele – hierin staat hij niet alleen, velen gingen hem voor en volgden hem – dat geuren in feite beyond gender (fluïde is trouwens de meest recente omschrijving van de unisekscategorie) en mengbaar zijn. En wat als je de twee geuren daadwerkelijk layert? Welke verhouding je ook kiest, het effect blijft: een beetje van hem, een beetje van haar. Hij wordt er niet vrouwelijker door, zij niet mannelijker. Mocht je daar bang voor zijn. En als volgend jaar Love Edition 2022 verschijnt, dan denk ik dat Guilty de Gucci’s Eternity wordt wat ‘flanker-frequentie’ betreft.
Erg populair tegenwoordig naar het schijnt: conspiratie-theorieën. Ik heb het begrip nu al zo vaak gehoord dat ik denk dat het ook de wereld van parfums heeft geïnfecteerd. Maar al veel langer als je goed doordenkt. Maar wie doet dat nou? Geuren zijn toch gewoon gezelli, niet moeilijk over doen? Toch? Weet je wel, weet je niet. Ga ik heel ver in mee tegenwoordig, alleen wat de veronderstelde samenzwering betreft alleen ‘gezien’ door mij, neem dit inzicht, dit ‘woke’-moment toch even mee: heel veel nieuwe nichehuizen zijn eigenlijk helemaal geen nichehuizen.
De presentatie mag dan ‘rijk en overdreven’ zijn en de inhoud eveneens (vanzelfsprekend samengesteld met de best verkrijgbare ingrediënten denkbaar). Maar als je dan de moeite neemt ze te ruiken, dan kun je vaak niet anders concluderen dan: doodgewone niche-middelmaat mee huppelend op trends. Fake news, fake fragrances in feite. Ja, oké, ze ruiken net iets voller en gelaagder dan de gemiddelde parfumerieketengeur. Maar daar is niet zoveel voor nodig. Maar om ze nu uitzonderlijk, buitengewoon en ander met elkaar concurrerende superlatieven te noemen: nou nee.
Want JezusMariemoedertjehebmelief! Wat komt er allemaal niet dagelijks voorbij op mijn Instagram-account. Vorige week, ben de dag kwijt, waren dat For Men Silver Lake (Bentley, ja het automerk), Bojnokopff (Fort & Manle). A.E.O.M All Eyez On Me (A.E.O.M), 001, 002, 003 (Hudsons), Greatest (Ministry of Oud), Tsuki (diser.essentia), Anima Mundi (Lhasa), Le Sillage Blanc (Dusita), Mon Vetiver (Essential Parfums), Imperia (Rowan Row). Toen vond ik het wel genoeg. Als ik nu mijn Insta-account open, zullen er ongevraagd nieuwe creaties van recent opgerichte merken verschijnen geselecteerd door een kunstmatige intelligentie op basis van mijn interesses en Google-zoektochten. En die mij toch niet goed kent.
Worden deze (voor mij meestal) nieuwkomers ook op YouTube besproken? Even checken. Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja. En hoe denk je? Kritisch in de zin van een geur op zijn kwaliteit en originaliteit beoordelen? Dikke doei. Is dat een probleem? Tuurlijk niet. Alleen, al deze (on)afhankelijke en enthousiaste parfumpromotors (die misschien stiekem dromen om een tweede of derde Jeremy Fragrance te worden) zorgen ervoor dat je als zoekende bijna alleen maar goede geuren worden aangeraden.
Afgaande op deze zelfbenoemde ‘parfumprofessoren’ (zijn er eigenlijk ook door officiële instanties benoemde professoren) kun je eigenlijk geen slechte geur meer kopen. En dat is ook weer niet leuk, want toch een van de leukste dingen op parfumgebied: een niet lekker vinden en dat uiten op de manier zoals jij dat wilt en/of voelt.
Als je vervolgens even goed doordenkt, dan kun je eigenlijk geen Beste Geur van het Jaar meer uitreiken. In welke categorie dan ook. Want allemaal even… (vul je eigen kwalificaties maar in). En gegeven het feit dat het het eveneens onmogelijk (en overbodig) is geworden al deze nicher-dan-niche-creaties te testen, te beoordelen en vervolgens uit te verkiezen, overweeg ik een nieuwe prijs in het leven te roepen: The Best Fragrance Unboxing. Want daaraan wordt tegenwoordig, zo lijkt het wel, meer tijd besteed dan aan het beoordelen van de inhoud.
Wie maakte een geur het beste, het leukste en het ontroerendste open in 2020? Moeilijk. Moeilijk. En kan hier een televisie-format aan verbonden worden? ‘Naar een idee van Linda de Mol’ desnoods. Ik verlang namelijk, vooral nu in corona-tijden, naar een waardige opvolger van Eurovision (sò gay!, sò nineties!, sò dreary!), wat serieuze meligheid, dronken jolijt en oprechte camp betreft. Mag van mij op anderhalve meter. Twee desnoods. Bij drie word ik echt kwaad, ga ik naar de Dam.
Dat is dan wel weer leuk: afgelopen dagen zag Geurengoeroe een enorme stroom bezoekers richting de site. Zal wel met Sinterklaas te maken hebben. Ook leuk, maar dan meer in de categorie ontroerend (niet schattig): een vrouw mailde me dat ze binnenkort 50 jaar Diorissimo gebruikt. ‘Overdag eau de toilette, ‘s avonds het parfum. Ik kreeg mijn eerste fles op mijn 31ste verjaardag. Ik sla geen dag over, want dan voel ik mij ‘nude’. Mijn omgeving herkent mij aan deze geur en ik heb altijd positieve reacties gehad.’
Ze eindigt met twee vragen: ‘Bestaat er zoiets als een geurverslaving?’ ‘Of is het meer een van mijn persoonlijke vrienden geworden?’ Ik heb haar gemaild of ze contact met me wil opnemen. Ben benieuwd of ze in die halve eeuw de geur heeft ‘zien’ veranderen. En ik moet voor elkaar zien te krijgen of Christian Dior haar een felicitatiefles kan schenken.
Nu de geur: Talc Gourmand van dat merk met die lange naam en nog langere geschiedenis. Guerlain, apetrots dat het ‘depuis 1828’ bestaat en dat pak’m beet sinds twee decennia op zijn label zet: eat your heart out: Farmacia SS Annunziata gaat 267 jaar verder terug. En net zoals Guerlain voelt dit Florentijnse merk goed trends aan, waarvan deze geur dus ook getuigt door de omarming van het gourmandprincipe.
Het leuke aan de geur is dat talk, normaal droog van substantie, nu ‘vloeibaar’ wordt gemaakt en je daardoor als het ware het klassieke talkpoeder ervaart zoals je die kent van je (groot)moeder en -vader, of als je het zelf gebruikt. Die kans is/wordt steeds kleiner omdat talkpoeder uit de gratie is geraakt. Vroeger onderdeel van veel parfumlijnen, nu nog maar zelden dat een merk een talkpoeder-variatie aan een populaire geur koppelt. Als je het googelt, dan is het eerste merk dat bij de ads verschijnt Estée Lauder met White Linen en Beautiful. Gevolg door Yardley, Woods of Windsor en andere mid- en lowpricemerken. Maar geen Chanel N° 5, geen Shalimar – www.tismewat.nl.
WAT TALC GOURMAND IK EIGENLIJK?
Toch moet bij velen, ruikend aan de geur, een gevoel van herkenning optreden, tenminste als moeder- en vaderlief je tijdens je eerste jaren je billen droogmaakte met Zwitsal-babypoeder. Dat gebeurt eigenlijk al vanaf de eerste spray: een wolk van talk valt op je neer, maar dat zijn meer de poederachtige noten van heliotroop die je waarneemt door zijn ‘tactiele’ geur-eigenschap.
Maar er gebeurt meer, maar daar moet je wel – letterlijk – even de tijd voor nemen. Want het nadeel/voordeel van gourmandgeuren: het lijkt alsof je in één keer de hele compositie geserveerd krijgt – wat in feite ook de bedoeling is. Want jammer maar waar: ook in de nichesector zie je steeds meer een ‘verticalisering’ van geuren optreden: what you smell is what you get! In plaats van de klassieke driestapsopbouw – een harmonieus vervloeien van top, naar hart naar basis.
Geldt ook voor Talc Gourmand: alsof je een bonbon met één hap in je mond stopt en na het kraken van het chocolade-omhulsel de verschillende smaken van het vulsel proeft. Maar met een beetje doorproeven kun je in feite drie smaken los van elkaar ervaren. Een: honing/caramel (gourmand). Twee: talkpoeder/heliotroop/sandelhout (goed voor de poeder-amandelachtige ondertoon). Drie: tonkaboon/vanille (de klassieke oosterse zoetmakers).
Op het einde overheerst de talkpoeder/heliotroop/sandelhout-combi die het talk-idee van de geur waarmaakt – alsof de talk op de huid achterblijft. Goed gemaakt, ‘vol’, yummy-yummy als je zo wilt – letterlijk smaakvol maar niet echt bijzonder in de zin van dat het een beproefd recept is dat bijna door ieder (mass)niche parfumhuis met succes is (na)gemaakt.