CONTRADICTIO IN TERMINIS: ‘VERLEIDEN ZONDER VERLEIDELIJK TE ZIJN’
WATER WORDT DRUPPEL
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 30/06/16
Neus: Dominique Ropion
Flaconontwerp: Todd Bracher
Wat hebben Geurengoeroe en Grace Jones gemeen? De ‘voornamen’ beginnen met een g, zijn allebei in hun vakgebied opvallende verschijningen, houden van lots of fun en… – tada! – zijn allebei verknocht aan L’Eau d’Issey (1992). Ja, u leest het goed: verknocht. Het is Jones’ companion waar ze ook verblijft – zoals onlangs in Amsterdam ter promotie van haar autobiografie en een journalist van De Volkskrant optekende dat een flacon van L’Eau d’Issey tijdens het interview op de tafel stond.
Geurengoeroe heeft al jaren een parfumextract en eau de toilette in zijn kabinet. Als hij even twijfelt bij het verschijnen van een – oh no, not again – frisse, transparante bloemengeur, dan pakt hij L’Eau d’Issey als referentie. De tevredenstellende conclusie die hij dan in negen van de tien gevallen maakt: vaak gekopieerd never nevernooitnietjamais geëvenaard.
Het fijne: dat vrijgevige gevoel van bloemen die als in een cascade – begeleid door een zachtzwoele wind – elegant hun waterige kant benadrukken. Was niche in 1992 ingeburged; L’Eau d’Issey was als zodanig geclassifieerd. Door Geurengoeroe in ieder geval.
Een nieuwe omschrijving anno 2016 van deze klassieker: ‘Een uitbarsting van emoties opent het kristalheldere universele water met een explosie van frisheid die zowel aquatisch als een nieuwe uiting van een aardse geur is. Eerst: het vochtige effect van rozenwater plus een akkoord van cyclaam – komen samen tot bloei door een verfrissende nevel van betoverende fresia. Intense, lichte pioenroos en witte lelie accentueren de noten van het kruidige anjer-hart. Vervolgens werken de bloemige middennoten samen met de basis van kostbare houtsoorten, musk en osmanthus die de warmte van de tuberoos versterken’.
Mijn impressie nog steeds: de zonet genoemde cascade door Issey Miyake in 1992 himself bij de lancering omschreven als ‘de mooiste, meest pure geur in de wereld: de geur van water op de huid van een vrouw’.
Dit klopt natuurlijk niet: ‘In 2016 brengt Miyake een nieuw leven in de familie, een tweede hoofdstuk in de L’Eau d’Issey-verhaallijn’. Want de variaties die in de loop der jaren zijn verschijnen, zijn talloos. Dit ‘vergevende’, is Geurengoeroe toch heel benieuwd, want het odyssee-water recreëert zichzelf, ‘stroomt vervolgens vredig als ‘de zuiverheid van een druppel op de huid van een vrouw’.
WAT L’EAU D’ISSEY PURE IK EIGENLIJK?
Vreemd eigenlijk dat zowel L’Eau d’Issey als L’Eau d’Issey Pure als een zuivere geur voor de vrouw wordt gepresenteerd. Voor mij hebben beide iets onbestemds, een prettig gevoel oproepend gevrijwaard van stereotypen. Dit vinden veel mannen ook plesant als je beide geuren zonder introductie introduceert. Ja ik weet, L’Eau d’Issey pour Homme (1994) is mannelijker door zijn duidelijke houtbasis, maar is voor mij eerder meer ‘marketing-Miyake’, dan echt Miyake.
Ik zit al dagen te snuifen aan L’Eau d’Issey Pure, en ik er ‘ga helemaal’ voor. Vooral door de opening: wat een prachtige lelietje-van-dalen (foto) bloeiend langs een klaterend, blauwhelder beekje. Alles wat je van dit bloemeke verwacht ruik je: groen, wit-bloemig, fris, krokant, beetje scherp en wordt pittig gecombineerd met een ‘cologne-kick’ van oranjebloesem. Dat cascade-klateren komt op conto van alweer een nieuw ontwikkeld zeemolecuul. Heet maritima, ofwel nomen est omen, ofwel de naam is een voorteken. Want dit lichte, maritieme gevoel ruik je door de hele compositie.
In het kielzog van het lelietje-van-dalen volgen de damascusroos – zoet, fruitig, lichtjes gekruid – die ondersteund door jasmijn je een volle, bijna klassieke bloemsensatie bezorgt zonder dat de waterige toets verloren gaat – wederom dankzij maritima.
Op de bodem krijgt (als je zo wilt) de geur een licht mannelijke toets dankzij ‘mineraal en dierlijk’ ambergris. Maar zeer bescheiden gezien het wordt geflankeerd door de ‘zachthout’-maker par excellence cashmeran. Langer op de huid krijgt het geheel een licht poederige ondertoon dankzij musk.
Over de flacon zegt Todd Bracher: ‘L’Eau d’Issey is wat alle andere parfums niet zijn: een sfeer van eenvoud en puurheid gebaseerd op een simpel idee over water. Ik geloof dat we voor L’Eau d’Issey Pure het meest elementaire beeld van water hebben gevangen: een druppel – die symboliseert de geur en wordt de flacon’. Ik zou zeggen: een zich steeds langer uitstrekkende druppel die het uiteindelijk van de zwaartekracht verliest: ‘Plons!’
Dominique Ropion over L’Eau d’Issey: ‘Ik was overdonderd! In die tijd was de combinatie van bloemige en aquatische geurnoten uniek. Het trio van lelietje-van-dalen, roos en narcis – een ongebruikelijke combinatie – kreeg een nieuwe dimensie door middel van calone, een molecuul met zeewater-effect, een hintje anijszaad, maar ook groene en honingachtige noten die de compositie voller maakte – vergelijkbaar met een zeebries. Het was direct een meesterwerk en dat is het tot op de dag van vandaag.’
Over L’Eau d’Issey Pure: ‘Een zeer gestructureerde geur, met een vrij compacte formule. Net als L’Eau d’Issey is het een luchtige geur voor overdag met een iets sterkere sensuele touch. Dat komt door cashmeran, een zacht en warm molecuul, balancerend tussen houtachtige en muskgeurnoten. L’Eau d’Issey Pure is een energieke geur in de kern versterkt door ambergris voor de minerale, dierlijke twist. De compositie heeft een duidelijk ‘tweede huid’-effect – een originele zuiverheid. De geur verleidt je, zonder verleidelijk, zonder opdringerig te zijn – geeft op een gracieuze, simpele manier meer energie.’


Mona di Orio had van zichzelf een bohemienne uitstraling. Maar dan wel ‘à la facon parisienne’, beetje fin de siècle vorige eeuw. Dus eigenzinnig, maar bestudeerd. Maar niet aanstellerig gecultiveerd. Verfijnd met een rafelig beau chic, beau genre-randje. Dat was/is ook het dna van haar meeste geuren: ruw, ongeciviliseerd, aards maar toch in connectie met ‘het hemelse’; creaties niet gladgestreken door interventies van marketingpiepeltjes en testpanels. Wat krijg je dan? Geuren die door velen ‘best wel’ als moeilijk worden ervaren omdat ze net iets meer vragen van de consument.
Men neme: 
Er wordt al een tijd gesproken over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens mij van alle tijden. Met dit verschil dat rijken nu zonder al te veel inspanning hun vermogen ‘gezelli snel’ exorbitant zien groeien. Met name in de amusementsindustrie. Ik bedoel: Beyoncé hoeft maar een keer te niezen en ziet haar bankconto ‘per direct’ verhoogd met een bedrag waar jan met de pet 365/24/7 voor moet zwoegen.
Deze gapende kloof ‘zie’ je ook al lang in de parfumwereld. Voor het gewone volk worden namen bedacht die bijna iedereen direct begrijpt. Alleen wordt de spoeling steeds dunner; dergelijke namen raken ‘op’. Dus worden die steeds meer gerecycled: eerst Horizon (1993) van Guy Laroche, nu van Davidoff (2016). Eerst Manifesto (2000) van Isabella Rossellini, nu van Yves Saint Laurent (2012). Eerst Wanted (2009) van Helena Rubinstein, nu – dat is snel! – Azzaro (2016). En ga zo maar door.
Maar dan niet zoals bijvoorbeeld de eilandgeuren van Michael Kors, de tuinen van Hermès of de ‘tussenlandingen’ (Escales) van Dior. Hurlant letterlijk vertaald: schreeuwend, joelend. In dit geval in overdrachtelijke zin. Het metaal is hier ‘afkomstig’ van een Harley Davidson op volle toeren, de rubberen wielen schurend over het asfalt terwijl de bebaarde, getatoeëerde en ‘ge-Ray-Ban-de’ bestuurder door Arizona scheurt ‘geplaagd’ door een hete wind tijdens zijn tour over Route 66.
Een In eerste opzichten vreemd, maar heerlijk uitdagende geur, die na verloop van de motorrit steeds ‘logischer’ wordt. Pierre Guillaume vat de geur in drie woorden samen: musk, leer en benzine. Het vreemde alleen: in eerste instantie had ik een ‘oudh’-gevoel. Maar me daarvan losgemaakt, waan ik me in een garage voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van mijn auto (die ik niet meer heb; ben nu geabonneerd op 
Er verschenen de laatste jaren in het niche-circuit enkele pure lelietjes-van-dalengeuren. Waaronder het kristal-groene Muguet Fleuri (1925/2014) van Oriza L. Legrand. Maar die kregen pr-technisch minder aandacht dan Muguet Porcelaine van Hermès. Hoe zou dat nou komen?
Over Muguet Porcelaine zegt Jean-Claude Ellena: ‘De natuur naar eigen hand zetten, zo ziet men mijn beroep van parfumeur. Het lijkt wel eens op hinkelen. Als je al hinkelend na vele testen ‘de hemel’ bereikt, heerst er vreugde, is het feest. In lelietje-van-dalen zit zoveel subtiliteit, dat ik ervan droomde deze bloem te sublimeren. Ik heb me verdiept in de geur, tot ik mijn andere zintuigen vergat, om de schoonheid en de soepele verleidelijkheid van deze bloem, fragiel als porselein, weer te geven’.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt ook op élegance’. Want de geur is elegant, in al zijn eenvoud alle facetten van het lelietje-van-dalen benadrukkend: fris, groen, knapperig startend, snel overlopend in de kenmerkende helder-subtiele bloemengeur. C’est tout. U leest het goed: that’s it.
‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Het leven is een reis hoor je mensen wel eens, eigenlijk heel vaak heel veel mensen, zeggen. Bekijk de interviews van Oprah Winfrey met de famous & celebs: het was me toch een reis om te komen waar ik nu ben, maar elke afgelegde kilometer – for bad, for good – was de moeite waard. Het heeft me gebracht waar ik nu ben.
Wat mij triggert: het idee van zijde. Want hoe meer me ik in de geur verdiep, hoe goed dit beeld blijkt te kloppen. En het is nodig om de naam van de geur bij de beoordeling met je ‘mee te nemen’.
Gaïac Mystique is een ‘haute parfum’ dat de haute couture-collecties van de huidige huisontwerper Riccardo Tisci heel dicht benadert. Nog sterker dan de inmiddels uit de schijnwerpers verdwenen Dahlia Noir (2011). Ofwel: zijn neo-gothic chic couture gepresenteerd in donkere, bijna heilige ambiance. Voor de een reli-kitsch, voor de ander adembenemend. Givenchy noemt het zelf treffend ‘dark romanticism’.
Door deze rijkheid, is het niet zo gek dat guaiac een geliefd ingrediënt is in nicheparfums. Voor ‘veel’ geld, krijg je veel terug. Vooral als het echt van de levensboom wordt getapt – is nogal pittig qua prijs.Er is ook veel nep te koop: vaak een vage variatie op ‘gezoet’ patchoeli.
Na twee geuren, waarin de Davidoff-man zat gevangen in clichés rondom mannelijkheid, gepresenteerd in gadgets die de man van nu echt niet weer wil, maar nog steeds inclusief variaties op de homesite worden aangeboden – Champion (2010) en The Game (2013) – kiest het nu voor het zekere voor het onzekere: dus klassiek, dus vertrouwd met een hedendaagse twist.
Strange: still no mention of Blue Noir at 