AMOUAGE VOOR BEGINNERS
LA VIE EST BELLE OP NICHENIVEAU
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 02/03/17
Neus: onbekend
Concept & realisatie: Christopher Chong
Altijd ‘grappig’ hoe de geur van een bepaalde bloem in je gedachten zit en die dan vervolgens in een nieuw parfum te ruiken. Neem bijvoorbeeld de sering. Ik ruik denkbeeldig een zoetige, heldere bloem met een beetje impertinent karakter door de af en toe frisse toetsen die de neusvleugels prikkelen. Het is eigenlijk een struik/boom die qua boodschap een beetje bungelt tussen voorjaar (fris) en zomer (warm). Opvallend: de geringe hoeveelheid solifleurs waarin de Syringa vulgaris haar bovenal charmante boodschap mag verspreiden.
‘Kom maar op!’, dacht ik toen ik vernam van Lilac Love. Is de eerste geur van een nieuwe Amouage-serie: The Secret Garden Collection. Niet bijster origineel – zoveel parfumhuizen die geuren in een – vaak geheime – tuincollectie onderbrengen. Het eerste huis dat bij me opkomt: Acqua di Parma.
Amouage ziet zijn serie als een vorm van escapisme: ‘Een collectie van complexe, vrouwelijk geuren waar gevoelens, gedachten en ervaringen vrij worden verkend zonder de complicaties van het dagelijks leven. We zijn zo druk met ‘modern zijn’ dat we soms de simpele en traditionele dingen in het leven vergeten – en onszelf.’ Aldus, Christopher Chong.
Tja, ook cliché, maar hij heeft wel een punt. Alleen heb ik het idee dat we er ‘tegenwoordigs’ alles aan doen om eenvoud en traditie weer te vieren, in ere te herstellen. Er zelfs zijn glossy’s die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik kan het weten, ik ben onlangs verhuisd naar het platteland in Drenthe: de huisgemaakte confitures en in tuinen gehouden kippen en geiten vliegen je om de oren – gezelli!
WAT LILAC LOVE IK EIGENLIJK?
‘Grappig’, ik ruik geen sering zoals die ik voor me zie. Weet dat je de geur niet uit de trossen kunt extraheren. Het is een combinatie van een aantal bloemen(moleculen) die samen het kenmerkende boeket moet oproepen.
Elegant in Lilac Love: geen citrusfrisse introductie, maar een subtiele uitbarsting van verschillende bloemen. De hoofdrolspelers in den beginne: roos, jasmijn en gardenia gecombineerd met heel veel heliotroop. Het effect: een ‘impressionistisch bloemenportret’ uiterst kundig fijngestampt tot een zeer fragiel poeder. Heel leuk: de indolen van de jasmijn worden benadrukt, waardoor een licht animaal spoor in gang wordt gezet. Maar sering dat niet. Althans voor mij.
In de ‘overloop’ ervaar je hoe trendy Lilac Love eigenlijk is: gourmandnoten nestelen zich aan het parfumpoeder, zij het bescheiden maar toch duidelijk te onderscheiden de cacao en tonkaboon. Die zijn bedekt met een laagje iris – wat de poederige stemming alleen maar opvoert. In de afronding wordt dit voortgezet met sandelhout (ruik je goed), vanille en een cleane vorm van patchoeli. Die vormen samen een muskachtige finale terwijl de poederige bloemennoten blijven resoneren.
Raar maar waar, ik moet op de een of andere manier denken aan Lancôme’s La vie est belle (2012). Komt natuurlijk door de iris-cacaocombinatie. En dat is ook mijn ‘maar’. Ik vind Lilac Love iets te makkelijk voor een Amouage. Ik mis een gelaagdheid, een eigenzinnigheid, een niche-gevoel die ik gewend ben van het merk en dus de prijs rechtvaardigt. Ook een snufje wierook natuurlijk – het fetish-ingrediënt van het Arabische parfumhuis.
Lilac Love is een straight forward-geur volgens mij gericht om een nieuw publiek aan te boren. Maar ik kan me helemaal indenken dat bij ‘Amouage voor beginners’ de geur helemaal in de smaak zal vallen.


Was er een tijdje geleden al mee bezig: het beschrijven van de geur van de toen nog President Elect Donald Trump. De naam laat weinig twijfel toe: Succes uit 2012, gevolgd door Empire in 2015. Maar voor je het weet, val je in de strik waarin zoveel journalisten zijn gevallen: alles neerpennen/neersabelen – Dump Trump! – met dikke tonque in cheek.
Dat heeft ze gemeen met de kleindochter van Estée Lauder, Aerin, die handelt ook in schone zaken. Te zien op
Mediterranean Honeysuckle is meer trutty. Dat merk je al aan de promo-woorden: ‘Laat je keer op keer meevoeren naar de zonovergoten Middellandse Zee met zijn azuurblauwe water. Dompel jezelf onder in de weelderige bloemen, de glinsterende stranden en het heldere water, van Zuid-Frankrijk tot aan de Amalfikust. De geur is al even magisch en elegant als zijn inspiratiebron. Hij verovert je zintuigen vanaf het eerste moment en neemt je mee naar het Middellandse Zeegebied, een onovertroffen bestemming’. Of dit nu klopt of niet, in Mediterranean Honeysuckle krijgt kamperfoelie couture-allure, verliest het zijn sierlijke eenvoud. Gelijk met de citrusopening (grapefruit, bergamot) ruik je de kamperfoelie direct, alleen verliest die op een gegeven moment zijn ongecompliceerde ‘honingwaterige’ frisse zoetheid doordat ze wordt omringd door lelietje-van-dalen en gardenia.
Volgens mij een van de merkwaardigste dingen die je als mens kan overkomen – ik hoop het ooit mee te maken. Alleen heb je er meestal geen weet van, gebeurt meestal wanneer je het tijdelijke met het eeuwige verwisselt: dat je familienaam een wereldwijd begrip wordt. Het kan staan voor een techniek. Zoals silhouette, genoemd naar Étienne de Silhouette (1709–67). Voor een scherp flitsend maar niet zo prettig levenseinde met de guillotine, genoemd naar Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814). En bijvoorbeeld voor een levensbeschouwing, zoals sadisme. Vernoemd naar Donatien Alphonse François de Sade (1740–1814).
De compositie voldoet helemaal waaraan een nichegeur van nu volgens mij moet voldoen: krachtig, present, donker met een viezig randje en niet al te veel crowd pleasing. Met cistus labdanum (tekening) als hoofdrolspeler. Ik weet niet of het toedoet, maar de neus, Quentin Bisch, deinsde altijd terug voor het gebruik van deze hars.
Had de geur blind bij
Civet schijnt dus ook in de basis van Cuir Cuba Intense (2014) – geïnspireed op de humidor van Patricia Nicolaï’s familie – te zitten. Ook besteld – deze geur gedraagt zich ook divers op mijn huid. Gisteren nog leer gerold in tabaksbladeren en liatris – ook wel bekend als kattenstaart met zijn naar tabak ruikende aroma. Vol, smeuïg, warm, musky en lekker animaal gemaakt door komijn, koriander versterkt door koppig ylang-ylang. De magnolia ontgaat me.

Daarnaast is er een andere trend in nicheland: ‘de verbouwing’. Dat betekent meestal een upgrading van een merk. Het doel: meer veronderstelde verfijning, een veronderstelde rijkere uitstraling. To name a few in alfabetische volgorde: Christian Dior, Dyptique, L’Artisan Parfumeur, Mona di Orio, Parfum d’Empire, Profumo di Forte. Dat betekent dus in negen van de tien gevallen dat de prijs mee de lucht ingaat. Nadeel voor de verkopende partij: de oude versies mogen zelden in de aanbiedingenbank. Doe je dat toch dan wordt vaak met advocaten of het beëindigen van het contract gedreigd. Hoe leg je dit aan je klant uit?

Ligt het nu aan het feit dat ik gisteravond al de hele avond Dirty Chai Tea dronk van Celestial Seasonings of was het alleen de geur Close up – met in mijn gedachten op de achtergrond
Deze frisheid golft in feite niet heen en weer, stroomt in één richting en wel naar het hart van deze dus eigenlijk gewoon klassiek opgebouwde geur. Wel leuk hoor deze eerste golf, vooral doordat de groene, onbestemd kruidige opening (van alles wat volgens mij: snufje anijs, snufje kaneel, snufje nootmuskaat, snufje kardemom, snufje kruidnagel, snufje dit, snufje dat) onverwacht bezoek krijgt van kers.
Denk niet bij bovenstaande dat ik aan het zweven ben. En ook nog (steeds) niet geabonneerd op Happinez. Er bevindt zich eveneens (nog) geen boeddhabeeld en/of -hoofd in mijn tuin, in mijn living. Wierookstokjes is ook niet echt mijn ding, en ik praat (nog) niet met muizen en omarm (nog) geen bomen.
Het wordt daarnaast al eeuwen verwerkt in lotions en parfums. Verbazingwekkend gezien de complexiteit dat het zo weinig verwerkt is in geuren. Prijsdingetje volgens mij. Opvallend, of beter gezegd wonderlijk (tenminste als het waar is): men heeft geprobeerd mastiek in andere landen te laten groeien. Flop.
Eigenlijk word ik in Lentisque twee keer getrakteerd, want naast mastiek ruik je, vooral in den beginne, overduidelijk galbanum. Wordt door 
Ik was van de ene kant very blij verheugd, van de andere kant anxious met de ontvangst van Patchouly versie 2016. Verheugd (plus hopende) dat alle Etro-klassiekers geleidelijk aan op deze manier opnieuw in the spotlights worden gezet. Ze zijn het waard. Angstvallig: een dergelijke herlancering houdt meestal in dat aan de compositie is gesleuteld.
Ik ben de laatste tijd om verschillende redenen in een chypre-stemming. Waarom? Het blijft toch mijn meest geliefde tak aan de parfumboom. Neem daarbij het feit dat recent de parfumindustrie er steeds beter in slaagt om zonder en/of met zo weinig mogelijk gebruik te maken van het ‘signatuuringrediënt’ – eikenmos – chypres weten te creëren die bijna een getrouwe kopie zijn van de klassieke formule. En hierdoor – praise the lord! – roze chypres overbodig maken.
WAT WHIP IK EIGENLIJK?
Ach ja, die goede oude tijd toen een chypre nog een chypre was. Je nog zeker wist dat bergamot in de opening die vanzelfsprekende connectie zocht met eikenmos, patchoeli en cistus labdanum in de basis zocht, opgefleurd met bloemen in het hart en her en der in de compositie voorzien van accenten die elke chypre, nèt even een anders maakte.
To name a few: Sonia Rykiel met haar Le Septième Sens (1979), Jean Louis Scherrer met zijn Scherrer (idem), Armani met zijn Giorgio (1982), Niki de Saint Phalle met haar gelijknamige geur (idem), Paco Rabanne met zijn La Nuit (1985), Catherine Deneuve met haar gelijknamige geur (1986). Alleen werden die nogal behoorlijk überpowered door heftige bloemenparfums. Men ruike: Giorgio of Beverly Hills (1982) en Poison van Dior (1985) en Beautiful (1986) van Estée Lauder. Not forget de zwaar-oosterse melanges zoals Coco (1984) van Chanel, Obsession (1985) van Calvin Klein, Roma (1987) van Laura Biagiotti en Byzance van Rochas (idem).
Dankzij de fresia dus, die nu gezelschap krijgt van de luchtige waterlelie (een fantasie-ingrediënt by the way). Gaat allemaal mooi over in de basis – zonder eikenmos en cistus labdanum. En toch denk je die te ruiken. Heel slim: de combi patchoeli en perzik – is bijna chypre. Warme aardheids gecombineerd met fruitige sensualiteit. Tenminste als je uitgaat van twee klassiekers. Mitsouko van Guerlain (1919) en Rochas’ Femme (1945). De eerste met zijn beroemde perziknoot, de tweede met zijn beroemde perzik- en pruimtoevoeging. Musk geeft een zwoel, warm behaaglijk randje. Maar ik drink de hele flacon van Avenue Montaigne leeg (100ml in dit geval, zoveel goedkoper in vergelijk met 50ml) als er niet meer ingrediënten in Avenue Montaigne zitten. En is de jasmijn geen hedione? Ik ben geen chemicus – word ik in een volgende leven. Tanja Deurloo even bellen.