NICHE MEER EEN VROUWENDING OF NIET?
EN: KUN JE EEN GEUR ‘WITWASSEN’?
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 05/10/16
Geuren: Iris Harmonique, Gentlemen Only Absolute, Dahlia Divin Le Nectar
Waar of niet? Niche blijft, ondanks verwoede pogingen het zo genderfree mogelijk in de etalage te zetten, grotendeels toch een ‘vrouwending’. In presentatie, in benadering, in woordgebruik, in connectie met de – hier volgt een lekker dom woord – eindgebruiker. Eindgebruikster dus.
Dat zie je vooral bij de luxe labels met een ‘coutureafdeling’ die als allerlaatsten met een nichelijn zijn gekomen: Yves Saint Laurent (2015): Le Vestiaire vertaalt de door de master populair gemaakte kledingitems voor de vrouw. Givenchy L’Atelier (2014) maakt nichegeuren als waren ze couturecreaties (trouwens Giorgio Armani, een van de allereersten, tapt ook uit een behoorlijk feminien niche-vaatje).
Zo heet de meeste recente toevoeging aan L’Atelier de Givenchy: Iris Harmonique. Ook hier: ‘Net zoals kledingstukken gemaakt van de meest kostbare stoffen, zijn de L’Atelier de Givenchy-geuren samengesteld uit luxueuze ingrediënten’.
En over het hoofdingrediënt de harmonische iris: ‘Deze creatie versterkt de witte iris met een breed spectrum aan facetten. Alle negen belangrijkste ingrediënten van de bestaande collectie onthullen een onverwachte perfect gebalanceerde olfactorische compositie’. Geurengoeroe’s Engelstalige alterego Pope of Perfumes zegt wel eens: ‘With iris you can’t go wrong’. Aan welke geur je het ook toevoegt, hij zal winnen aan poederig-houtachtige charme.
WAT IRIS HARMONIQUE IK EIGENLIJK?
Als je alle nichegeuren gaat ruiken waarin iris de hoofdrol speelt, dan ben je voorlopig niet uitgesneufd. Vergelijken heeft geen zin. Ook zinloos: je aan deze more of the same-trend ergeren, want elke nichecollectie ‘moet’ een irisparfum hebben, gelijk een neroli-, leer-, amber-, oudh- en ‘ga-zo-maar-door’-parfum. Aangenaam aan Iris Harmonique: alsof de iriswortel uit de grond wordt getrokken.
Als opening dan. Het effect: beetje aards, beetje koel, beetje vochtig en tegelijkertijd wat ’gras’. Opgeroepen met een slimme dosering van neroli (denk cologne) en engelwortel (denk ‘musky groen’). Vervolgens worden de poederige noten van de iris aangesproken, die zweven even gewichtloos door de geur – een puur irisgevoel. Mooi.
Want dan wel onzin is: de witte iris scheidt geen ander aroma af dan zijn gekleurde familieleden. Het is de wortel die het’m doet. Het gevaar van een pure irisgeur – saaiheid, eendimensionaal – wordt door de anoniem gebleven neus voorkomen door hem vervolgens eerst te koppelen aan ylang-ylang. Goed voor een sensueel-bloemige noot. De iris blijft vervolgens maar ‘doorbloeien’ en dat – heel interessant – via twee nieuwe loten aan de wortelstam. Eén ‘grappig’ gourmand, één diep aards.
Altijd gevaarlijk een gourmandnoot toe te voegen aan een ‘serieuze’ nichegeur, want het gevaar om het als ‘tijdelijk trendy’ te ervaren ligt op de loer. Wordt voorkomen door de kokospopcorn-noot te verwarmen met een van de gourmandingrediënten van het allereerste uur: strobloem. Hierdoor wordt het ‘snoepgoed’ meer een corsage in plaats van een echte versierder. Daarnaast is er de diep-aardse noot die het nodige tegenspel levert. Lekker hoor: een beetje oudh, een beetje leer, een beetje guaiac op ‘hun beurt’ verwarmd door amber. Opvallend eindresultaat: Iris Harmonique is hierdoor minder vrouwelijk, eerder ‘stoer vrouwelijk’ richting mannelijk.
WAT GENTLEMEN ONLY ABSOLUTE IK EIGENLIJK
Ben je als vrouw gecharmeerd van deze ‘mannelijke’ interpretatie van iris, vraag dan even ‘aan hem’ of je Gentlemen Only Absolute mag proberen. Ik ga nu even voorbij aan alle tips die Givenchy je van hand doet om de absolute perfecte heer te worden. Tip van de sluier: Gentlemen Only Absolute is een goede stap in de richting.
Givenchy omschrijft de nieuwe variatie als ‘een buitengewone ervaring met een rode loper-allure die een sensueel spoor op de huid achterlaat met verslavende werking. Logisch gezien de houtachtig-oosterse opbouw. Ofwel, een kruidenexplosie (voorafgegaan door een zacht bergamotwindje) van droog-pittig nootmuskaat en zoet-poederig kaneel die een up to date-accent krijgt door het niche-ingrediënt du moment: saffraan.
Deze specerij geeft een zonnig, warm-sensuele gloed aan het geheel. In de basis wordt deze sensualiteit versterkt door een gulle dosis vanille en krijgt een masculien, ‘gentlemen’-accent door sandelhout. Alleen: door dit alles neem je toch een strakke, synthetische noot waar waardoor de compositie blijft hangen op in plaats van één te worden met de huid. Jammer.
Vraag me of dit de gemiddelde parfumketenklant als zodanig ervaart: die is inmiddels gewend geraakt aan dit soort composities; weet niet beter. Een manier om Gentlemen Only Absolute up te graden. Hé, da’s nou toevallig: Iris Harmonique. Die geeft de geur een poederig en ‘diep-houterig fond’, transformeert so to speak hem van een doorsneeman naar een gentleman.
Nu we toch bezig zijn: Dahlia Divin Le Nectar de Parfum is ook nieuw. Heel merkwaardig, en misschien wil ik het graag zo zien, maar het lijkt of Givenchy Dahlia Divin aan het witwassen is. Ik bedoel deze goddelijke creatie werd eerst ‘geambassadriest’ door Alicia Keys en nu door de blanker dan blank Candice Swanepoel. Zou het dan zo zijn dat black beauties als uithangbord voor parfums nog steeds niet werken – of ze moeten hun eigen lijn promoten, zoals Naomi Campbell, Mary J. Blige, Beyoncé – ook niet bij de zwarte gemeenschappen wereldwijd?
Of zou het aan de geur zelf liggen, dat de compositie zelf eerder wordt geassocieerd – cliché – met rein, puur, ongeschonden en dus blank. En – een nog verschrikkelijker cliché – wild, woest, donker en ongetemd met een oosterse geur en dus donkere huidkleur? Heeft de marketing hierbij stilgestaan, gezien ‘whitewashing’ in Amerika nu erg gevoelig ligt – zie de consternatie rondom de biopic Nina (2016) over het leven van Nina Simone.
Anyway: de bloemen in Dahlia Divin Le Nectar de Parfum – mimosa, roos, jasmijn – krijgen niet zoals je door de naam misschien zou verwachten een extra injectie van mirabel, perzik, abrikoos pruim en andere fruitige zachtmakers – roos en jasmijn winnen het trouwens van de mimosa – maar een ‘nectar’ die meer zwoel is. Met name de tonkaboon ‘springt’ er uit, en die gaat een poederig verbond aan met witte musk. Vetiver en sandelhout moeten voor een contrast, of ‘in evenwicht trekken’ zorgen, alleen niet op mijn huid. En wat een verschil qua ‘beleving’ met Iris Harmonique – is appels met peren vergelijken. Ook hier: een paar spraytjes ervan op of onder Dahlia Divin Le Nectar de Parfum waardeert de compositie op. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling.
En de kans dat de vrouw die Dahlia Divin Le Nectar de Parfum koopt thuis een andere niche-iris heeft staan is klein. Want de ‘kloof’ tussen de gebruikers van masstige en massniche, en die van niche is nog steeds groter dan je denkt.


Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.
Splendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.
Via K & Co had ook een nieuw huis meegenomen waarvan ik weleens gehoord had. Werd me een tijdje geleden gepresenteerd door een parfumerie die het overwoog te verkopen: La Parfumerie Moderne. Waar ik het merk toen bij de eerste kennismaking totaal nevernooitjamaisniet mee associeerde was de wereld die ‘ons’ als zó begerenswaardig wordt voorgeschoteld, en waarvan ‘we’ weten dat die voor weinig mensen is weggelegd: de met vijf, soms wel met zes sterren gedoteerde hotels met legendarische status. Of zoals La Parfumerie Moderne het zelf omschrijft: ‘Het tijdperk van glamour, de legendarische hotels met hun tijdloze elegantie en hun chique reizigers uit heel de wereld’. Wat kenmerkt deze – tijdelijke – vijfsterrenverblijven? La Parfumerie Moderne: ‘Sommige oorden hebben een ziel, alsof ze verlicht worden door een onzichtbare maar sterk voelbare aanwezigheid’. Wordt vervolgd met: ‘Dat geldt ook voor de parfums van La Parfumerie Moderne. Met heldere lijnen en mooi getekende vormen onthult elke creatie andere texturen van grondstoffen, die de sfeer aankleden en vullen. Een elegante structuur en speelse verwijzingen naar de grote klassiekers van het begin van de twintigste eeuw. Ook dat is La Parfumerie Moderne’.
Désarmant is een ode op een bloem die al een tijdje uit de gratie is: sering. De bedoeling van deze ontwapende geur wordt mooi omschreven: ‘Schenkt de sering haar adelbrieven en haar raffinement terug’. Ook hier: elegantie ten volle uit. Je ziet de volle trossen van de sering zachtjes in de wind bewegen. Maar wel geplaatst in een verwilderde tuin omdat de sering niet lieflijk is, maar een onstuimig randje vertoont door styrax en enorm verrijkt wordt door een boeket weelderige noten opgebouwd uit ylang-ylang, roos en osmanthus. Niet als zodanig stuk voor stuk te ruiken. Het is meer de totaalimpressie.
Geurengoeroe was een week in Parijs. Niet zozeer vanwege een fragrance-affaire, meer voor een familiefeestje. Toch ‘moest’ hij, mede op verzoek van enkele familieleden, wel iets ‘aan parfum doen’.
Totaal iets anders: Rose van Zara. Rook ik iets verder op de Champ-Elysées. Ik was op een bepaalde manier verbluft. Er bestaan sites waarop te zien/te lezen valt welke geuren van Zara zijn geïnspireerd op/gejat van populaire geuren uit het masstige-segment. Rose gaat een niveau hoger.
Dit ‘vooroordeel’ van mij wordt versterkt als je de dramatische introductiedans ziet, als je naar de homesite gaat. Met dien verstande: ik hou niet echt van ballet. ‘Vervelend’: de site laat verder weinig los over het hoe en waarom, en de mensen behind te scenes. Ik zie één naam: Philippe de Méo, ff googelen. Twijfel slaat toe: stond hij mij personally te woord tijdens de presentatie…
Want door de contrastrijke frisgroene openingsnoten heen – pittig shiso, musky-groen engelwortel, bloemfris bergamot en zoet-prillelend gember – ruik je direct wat ‘we’ nu onder oudh verstaan geaccentueerd door een vleugje vies. Vervolgens trekt de geur via het fruit-zoetige vijgenhart (sorry, ik ruik de vijg niet echt, geldt ook voor davana) omringd door alsem (wel goed te ruiken) en een zoet-poederig spoor (iris, idem). Ik ben een enorme fenegriek-fan, maar die neem ik ook niet waar. Ben ik op weg naar het stadium van geur-seniliteit? Wel: de romige, zachte uittocht. Lactone-tonen worden als slagroom (ethyl laitone) over het geheel‘gespoten’ (met behulp van cashmeran), die een licht dierlijk-sensueel ondertoon krijgt door ambroxan.
Erg leuk merk hoor, dan niet van. Maar ‘jeetjeminamariamijnmoederlief’ het lanceert wel erg veel geuren – niet de enige – en raakt steeds meer verwijderd van zijn uitgangspunt: de eau de cologne (vanaf 2010) op moderne wijze het nieuwe millennium in loodsen. Atelier Cologne is daar samen trouwens ‘onder aanvoering van’ Thierry Mugler – zijn
Even ‘dikke doei’: kersenbloesem mag dan daadwerkelijke bloeien in Jinhae (nog nooit van gehoord, zo leer je weer eens wat, blijkt een district in Changwon, Zuid Korea bekend om zijn overvloed aan kersenbomen en dus kersenbloesemfestivals – foto), maar is en blijft een ‘interpretatie’. Wil zeggen: het is een mix van diverse geurmoleculen (denk roos, amandel, musk, bloemnoten).
Want: deze mimosa gecultiveerd in India is ondergedompeld – lichtjes geïntroduceerd door citrusnoten – in een zoetzachte basisweelde van voornamelijk (veel) sandelhout ‘op smaak gebracht’ door vanille en musk. ‘uiteindelijk’ verpakt in een bijna vloeibaar wit leer-akkoord.
Poivre Electrique: wat een prettige en ‘geruststellende’ opening. Zo aangenaam klassiek, maar… opgeroepen met ingrediënten hiervoor gewoonlijk niet gebruikt. Voor mij geen elektrische, maar eerder een groene peper ‘in den beginne’ opgeroepen met oranjebloesem. Maar ik denk juist de takken en het gebladerte ervan te ruiken – dus neroli.
De gebruikte zwarte thee uit Ceylon is minder donker dan verwacht, eerder groen. Komt door door groene variant uit Sri Lanka. Bergamot en munt doen de rest; maken van Philtre Ceylan een geur die het dichtst in de buurt komt van een cologne. Ik heb trouwens moeite om de iris (helemaal uit China!), de komijn (helemaal uit India!), het guaiac (helemaal uit Paraquay!) en de papyrus (ook uit het verre India) er uit te pikken, aangezien de frisgroene golven van thee, munt en bergamot het meest present blijven.
Soms kan een gedachte zich hardnekkig in je langzaam aan inkrimpende hersenpan vastklitten. Hoe het er is gekomen? Mag Joost weten. Zal wel komen door de overdosis aan de worldwideweb in- en onzininfo die dagelijks over je heen wordt gekieperd. ‘Recycled vomit’ zoals Patsy het ooit treffend verwoordde in Ab(solutely) Fab(ulous). Informatiestromen golven over en door elkaar heen, waardoor je soms niet meer weet of iets ‘waar’ is, of dat het louter aan elkaar ‘gekopiete & gepaste’ onzinberichten betreft.
Van de andere kant waar hebben we het over: onlangs werd Vladimir Putin gehonoreerd met een geur – Leaders Number One (2015). Schijnt goed te verkopen in… Rusland. Estée Lauder presteerde het zelfs een – inmiddels afgebroken – perfume agreement aan te gaan met The Trump. De naam: Donald Trump, The Fragrance Experience. Gevolgd door Success (2012) – dit keer een collaboratie tussen The Trump Organization en Five Star Fragrance Company. Laatste werd met zéér, zéér gemengde gevoelens ontvangen; werd zelfs gepoogd te verbieden – Dump Trump! – gezien zijn niet zo gezellige uitlatingen over moslims, Mexicaanse ‘treasure hunters’ en omdat deze botte knuppel in het Republikeinse hoenderhok vond/vindt dat de discussie over de ophanden zijnde klimaatverandering (het regent nu wel erg aanhoudend lang dit voorjaar) maar klinkklare onzin was/is. Bloomberg Businessweek serveerde de geur af met: ‘Success smells like soap and is reminiscent of a fashion magazine that contains too many perfume ads’.
Het ‘voel-wat-ik-bedoel’-idee: Rio de Janeiro badend in een gouden zonlicht tijdens het ochtendgloren in de buurt van het beroemde, naar mijn gevoel een ietsiepietsie te megalomane uitgevoerde beeld van ‘the one and only’. Beter bekend als Jezus Christus (Nazaret (?), circa 5 v.Chr.- Jeruzalem, ca. 30 n.Chr.). In overdrachtelijke zin: ‘Een vibrerend parfum met de belofte van een dag, vol van licht vol van beweging’.
Anyway deel drie: eerst een citrusopening du premier rang: een energieke, zuivere blend van yuzu (iets zoetzachter dan de Europese citroen) mooi gekieteld door citroen en met name gember (die lekker schuurt en prikkelt). Als je goed doorruikt pik je ook de munt en de mandarijn op – beide goed voor een groene toets.
Mona di Orio had van zichzelf een bohemienne uitstraling. Maar dan wel ‘à la facon parisienne’, beetje fin de siècle vorige eeuw. Dus eigenzinnig, maar bestudeerd. Maar niet aanstellerig gecultiveerd. Verfijnd met een rafelig beau chic, beau genre-randje. Dat was/is ook het dna van haar meeste geuren: ruw, ongeciviliseerd, aards maar toch in connectie met ‘het hemelse’; creaties niet gladgestreken door interventies van marketingpiepeltjes en testpanels. Wat krijg je dan? Geuren die door velen ‘best wel’ als moeilijk worden ervaren omdat ze net iets meer vragen van de consument.
Men neme: 
Colonia Quercia: ‘Bevat de kracht van een majestueuze boom die op een symbolische manier een universum uitdrukt’. Hiermee wordt gezinspeeld op de eikenboom. Is nog meer dan een nobele en majestueuze, een heilige boom. Als ik hier verder op in zou gaan, dan ben ik over vier uur, vier dagen, vier jaar nog niet uitgeschreven. Maar met betrekking tot de geur: voor de oude Germanen was de eik een tempel en alles daar op wat groeide, zoals bijvoorbeeld de maretak had een heilige symboliek.
De geur wordt wel eens vergeleken met zwarte inkt. Eikenmos wordt tegenwoordig met name in Slovenië, Bosnië en andere landen in het zuiden van Centraal-Europa in het wild geoogst dat vervolgens in laboratoria wordt verwerkt tot absolues en concrètes.
Hier achter houdt zich de geranium schuil (roosachtig en zoet), maar duidelijk detecteerbaar. Op zijn beurt gekieteld door fris-wrang en groen kardemon. Begeleid – ook goed ‘apart’ te ruiken – door strak, gedroogd cederhout. Een voorbode voor de houtachtige en groen gestemde basis. Eikenmos (foto) dus, elegant in balans gebracht met patchoeli die samen het ‘bos- en kreupelhout-gevoel’ goed weet op te roepen. Als ‘zoethoudertje’ is tonkaboon toegevoegd die Colonia Quercia een licht oriëntaalse toets geeft.
Wist ik nog niet: Penhaligon’s is eigendom van Puig. Bijna teleurstellend om te vernemen dat zo’n all over British heritage label inmiddels ook in ‘vreemde handen’ is. Het is niet de enige: Atkinsons wordt sinds 2013 gerund door een Italiaans bedrijf. Eigenlijk is Penhaligon’s een vreemde eend in Puigs portofolio gezien hun andere licenties – de belangrikste: Carlonina Herrera, Prada, Paco Rabanne, Nina Ricci en Valentino. En sinds kort ook: Jean Paul Gaultier. En wist ik ook niet: L’Artisan Parfumeur.
