Vraagt Philippe Constantin – directeur de développement van Au Pays de la Fleur d’Oranger – aan mij tijdens de door Dany Diop georganiseerde perspresentatie in Amsterdam: ‘Welke van Les Inédits, vind je het mooist?’ Nou, dat is niet zo makkelijk omdat alle zeven wel ‘iets’ hebben.
Wat Bergamote Boisée, Figue Fruitée, Jasmin Rêvé, Lavande Ombrée, Tubéreuse Rosée (allemaal uit 2013), Rose Irisée en Violette Sacrée (beide 2014) verbindt, zijn de speelse namen, de prêt-à-porter–elegantie en het feit dat ze zo vanzelfsprekend Frans-chic zijn, maar dan wel met een verleden, met een soort van weemoed: je ruikt iets dat ooit synoniem stond met en zo vanzelfsprekend was voor de klassieke Franse haute parfumerie, maar steeds zeldzamer wordt. Blij mee dus.
Maar de geur die me direct opviel was Lavande Ombrée. Zoals ik bij de bespreking van Creeds Aqua Originale al opmerkte: lavendel lijkt, zij het in beperkte mate, herontdekt door de nichebranche. Niet als zoetige bloem, niet als eenvoudig colognewatertje uit de Provence, maar als een kruidige, donkere en intens eindigende sensuele geur.
Wat ik niet echt snap: de styling van de serie. Beetje verwarrend deze mix-match aan stijlen. Het model (zie foto onder): beetje boudoirnichterig cliché en zeker passé. En: de geuren hebben het helemaal niet nodig. De flacons staan haaks op deze supertrutty ‘bloemetjesromance’: less is more-design – bijna dutch. En de modern-sentimentele illustraties, die lijken geïnspireerd op tekeningen van de Franse schilder en plantkundige Pierre-Joseph Redouté (1759-1840), komen voor mijn gevoel het dichtst in de buurt van de ‘beleving en emotie’ die Au Pays de la Fleur d’Oranger wil overbrengen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Hoe langer ik aan Lavande Ombrée ruik, des te meer ik me afvraag of de naam wel de inhoud dekt. Want wat blijft hangen is de sterke leernoot in de basis. Wordt met ‘beschaduwd’ dan het leer bedoeld? De lavendel – heel zuiver en puur, bijna ‘bio’ van geur en daardoor gelukkig geen link met goedkoop badschuim – ruik je eigenlijk maar even in de opening begeleid door bergamot, want het cederhout in het hart begint eigenlijk direct te ‘schijnen’, mooi rond en zacht gemaakt door roos.
Kaneel zorgt voor een elegant kruidig-zoet randje die aan sterkte toeneemt als de basis begint te werken. En dat is een zeer krachtige ontmoeting tussen patchoeli en heel veel lagen leer dat souplesse en extra warmte krijgt door musk en amber. Maar de leernoot wint het van alles aan het eind: leer dat oud, versleten en vintage aandoet door zijn ‘strengheid’ en pittig-stoer gelardeerd is met specerij-achtige nuances (meer dan kaneel alleen).
Hoewel niche niet aan geslachtsdiscriminatie doet, is Lavande Ombrée de meest krachtige, dus mannelijke geur van Les Inédits. De naam van deze serie begrijp ik eigenlijk ook niet, want de geuren zijn toch uitgegeven? Of ziet Geurengoeroe het allemaal weer eens verkeerd?
Dat kan niet elke dochter zeggen: dat papalief speciaal voor haar een geur heeft gecrëerd die ook nog eens een interpretatie is van haar naam. Nino Amaddeo, deed het voor Rose en noemde het Love Rose. Hoe heeft zijn andere dochter – Lilla – dit gebaar opgevat? Stinkend jaloers? Of blij verheugd en zich tevreden stellend met de gedachte dat haar naam ook zonder problemen in een geur omgezet kan worden… we zullen het binnenkort wel of niet weten.
Is eigenlijk wel te verwachten want Love Rose vormt met White Tubereuse een nieuwe ‘tak’ – Histoire de Fleurs – binnen de gestaag uitdijende parfumcollectie van Reminiscence waarin het zich voor het eerst in zijn ‘geschiedenis’ laat inspireren waarmee het beroemd is geworden: ‘juwelen’. Dat zie je aan de doppen. Je zou verwachten dat die per geur qua setting verschillen. Afgestemd op de inhoud dus, maar dat is dus niet het geval: de ‘edelstenen’ verstrengeld met zilveren ringen zijn allemaal hetzelfde: onyx, turkoois, mandarijngranaat, ‘ivoor’, lapis lazuli en amethyst – het ‘juweel’ voor Lilla…
Voor Nino Amaddeo is deze collectie als een wandeling langs favorieten, langs materialen die een nieuwe pagina omslaan in zijn reisdagboek, een wereld vol bloemen, startend met twee creaties – White Tubereuse en Love Rose – die zijn ‘geboren uit uitmuntendheid en instinct’. Love Rose, ziet hij als een spontane rendez-vous met een ‘kostbare vrouw’, de centifoliaroos. En als een verrassende samensmelting van een vertrouwde en bekende wereld en een nog onontdekt speelveld.
En deze centifoliaroos betovert hem, want volgens hem de kostbaarste ter wereld. Geteeld in Grasse op een unieke en speciale ondergrond – geldt dat niet voor elke ondergrond? Met de hand geoogst om beschadiging te voorkomen en die hij associeert met alle kostbare dingen, tederheid en met de naam van zijn dochter: Rose. Of het heet ze nu ‘volledig’ Love Rose?
Om nogal geëxcalteerd te eindigen met: ‘Een aanvulling voor de ziel, de drijfkracht van alle Reminiscence-geuren’. By the way: als je Rose Amaddeo of Love Rose Amaddeo intikt op een www-zoekmachine, dan ‘ontmoet’ je haar niet. En op het familieportret (foto onder) is het ook gissen wie van de jonge generatie Rose is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Een ‘muskroos’. En een ‘in between’-roos. Ofwel, een roos die zweeft tussen masstige en niche. Het ruikt allemaal zeer ‘roos-vertrouwd’.
Na een lichte citrussiddering – ‘als een zachte regen in de zomer die ruikt naar citrus en rozenblaadjes’ – openbaart zich de zoete centifoliaroos (foto) die eigenlijk een heel klassiek geuspoor afscheidt omdat ze wordt begeleid door jasmijn (zorgt voor een luchtige bloemigheid), terwijl de iris voor een fris-poederige noot zorgt die elegant overgaat in de basis van mos en leer. Dat ruikt naar ‘kom maar op, show it’. Maar dat ervaar je niet echt intens, want het mos is zeer bescheiden gedoseerd en de leernoot is opgebouwd uit, volgens het persbericht, kostbare musksoorten die met heel veel fantasie als leer opgevat kan worden.
Maar die zich in dit geval eerder ‘gedraagt als suède en ook heel bescheiden gedoseerd. Met andere woorden meer musk dan leer. De reden dus dat ik Love Rose als een muskroos, die behoorlijk clean en helder is, classifieer. En niet als een chypre zoals Reminiscence doet.
RUIK&VERGELIJK
Wat ik me wel eens afvraag: hoe groot zijn de velden van Grasse eigenlijk waar de centifoliaroos, die ‘aldaar’ rose de mai heet, wordt geteeld? Het lijkt wel of de percelen steeds meer uitdijen, want steeds meer parfumhuizen claimen exclusiviteit op dit gebied. Van Chanel is het bekend, het couturehuis heeft een partnership met de Mul-familie en gebruikt de rose de mai alleen voor het parfumextract van N° 5. Maar Dior schijnt ook inmiddels een aantal hectaren (Domaine de Manon) te bezitten, die het onder meer gebruikt voor het parfumextract van J’adore en de parfums uit de neo-nichelijn La Collection Privée de Christian Dior.
Als je er over nadenkt, is het eigenlijk vreemd dat Yves Saint Laurent sportgeuren op de markt brengt. Tenminste, afgaand op het leven van de couturier. Ik heb heel wat artikelen over hem geschreven en me dus in talloze boeken verdiept. Wat hier bij opviel: ik heb geen enkele foto van Yves Saint Laurent gezien waar hij werd ‘gepakt’ op een sportieve activiteit. Ik ken van hem een foto in een zwembroek, een foto met Yves achter het stuur van zijn Volkswagen Kever. Maar geen een waarop hij op een motor scheurt, zoals Olivier Martinez doet voor L’Homme Sport. Ik vond dat altijd een van zijn charmes. Zou toch stoer zijn als Yves Saint Laurent nu een mannengeur zou lanceren die eerder het echte leven van de couturier weet te vangen – we beperken ons tot de hectiek van Parijs, de rust van Marrakech, de champagne die stroomt, de lucht van sigaretten. Maar die in ieder geval de essentie van ‘all about Yves’ verbeeldt in een geur. Of beter gezegd: hoe hij mannelijk interpreteerde. Naam? Yventually (weet niet zo snel een betere).
Maar dat gebeurt niet omdat het huis als parfumlabel te groot is, en dus wordt gemikt op een zo’n breed mogelijk publiek. Voor echte niche en ‘inside’-parfums is geen plaats. En de Yves Saint Laurent-mode voor de man is nu ook onderdeel geworden van een (veronderstelde) geliefde lifestyle bij de modieuze (nog baardloze) man: rebels, seks, drugs en rock-‘n-roll. Maar zeer strak, zeer beschaafd en zeer clean gepresenteerd..
En ook hier weer opvallend: de jongemannen die Hedi Schlimane nu de catwalk opstuurt associeer je ook niet direct met een leven waarin sportbeoefening de verbindende schakel vormt in zijn overige activiteiten. Maar die wel, af en toe, zin heeft in ‘a thrilling ride. A man on the road for a ride between exhilaration and pleasure. Elegant, like every Yves Saint Laurent man. Powerful, he controls the situation. Virile, he is definitely sexy.A rebel who rides his bike with unstoppable force, always on the lookout for the next exhilarating adventure, his body, his energy, his fragrance are an invitation to exaltation’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maar ‘gelukkig’, ondanks de naam is L’Homme Sport minder sportief dan je misschien zou verwachten. Het ontstijgt de klassieke hesperide sportcologne geur door zijn kruidig spoor dat geleidelijk zachter, lichtjes sensueel wordt op een amber-houtachtige basis. De opening doet ongelooflijk fris aan. Komt doordat de citroen wordt ondergedompeld in een bad rijkelijk gevuld met aldehyden – met een koud, bijna metaalachtig effect tot gevold.
Maar direct ruikt de geur ook groen. Komt door fris verbena (met zijn groene zeep-effect) en kardemon (met zijn ‘stroef-groene’ frisheid) die weer van extra frisheid worden voorzien door elimi-hars. Fris, bijna etherisch maar met een warme balsemachtige nasleep. Van ijs-fris, naar groenig fris, van warm-groen naar een warme basis van amber en strak droog cederhout. En wil je weten hoe de twee neuzen zelf L’Homme Sport zien, en je bent de Franse taal een beetje machtig: zie bovenstaand interview.
RUIK&VERGELIJK
En voor ‘de man’ begon het met Yves Saint Laurent met:
MAGNOLIA BLOEIEND IN DE SCHADUW VAN EEN PATISSERIE
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 25/05/14
Neus: Anne Flipo, Dominique Ropion
Ambassadrice: Julia Roberts
Fotografie: Carter Smith
Flaconontwerp: Catherine Krunas
Lancôme is er ‘eindelijk’ weer in geslaagd een parfum te ontwikkelen met de potentie om uit te groeien tot een nieuwe klassieker. De reden van het succes van het in 2012 gelanceerde La vie est belle – bewust niet met hoofdletters geschreven om de vanzelfsprekendheid van de boodschap uit te dragen: Lancôme ‘herschrijft’ hiermee zijn eigen visie op de vrouw, op vrouw zijn en op vrouwelijkheid.
In plaats van in te haken op wat de concurrentie doet – dus veel flankers na de niet helemaal geslaagde ‘grote lanceringen’ van de afgelopen jaren. En dat wordt inmiddels door vrouwen blijkbaar gewaardeerd én begrepen. Ze voelen bij Lancôme een connectie, een ‘antwoord’ op wat hen beweegt, maar dat ze zelf – nog niet – onder woorden kunnen brengen. Een cosmeticahuis als emotionele leidraad die de weg wijst naar – door het stellen van de vraag: wat willen vrouwen eigenlijk? – het recht op geluk. Volgens Lancôme ‘een beweging met universele dimensie’. Lancôme kiest voor deze weg samen met vrouwen die ervan overtuigd zijn dat zelfontplooiing een extra troef is – zo lang die maar niet resulteert in egocentrisch gedrag lijkt me – die het verschil kan maken.
Interessant dat een cosmeticahuis zich deze emancipatoire rol toebedeelt. Wat ik me in al mijn alpha male-onwetendheid afvraag: kiezen vrouwen echt voor La vie est belle omdat Lancôme ‘naar haar wensen luistert, met haar een oprechte relatie onderhoudt en elkaar vinden in het concept van een zelfzekere en gelukkige vrouwelijkheid waarin schoonheid van de dag centraal staat’. Aldus Françoise Lehmann (algemeen directrice internationaal). Terzijde: sinds wanneer is ‘zelfzekere en gelukkige vrouwelijkheid’ een concept?
Is het niet gewoon de campagne, de geur en misschien de achterliggende gedachte? Want alle cosmeticahuizen onderhouden dergelijke warme banden met vrouwen all over the world. Vertalen dat onder meer in parfums waarvan ze hopen dat zoveel mogelijk vrouwen het ‘aanvoelen’, begrijpen en dus kopen.
Alleen een parfum neerzetten dat lekker en figuurlijk begrepen wordt, vrouwen een prettig gevoel geeft is steeds moeilijker. Maar omdat nu ‘recht op geluk’ te noemen… Is het niet meer en niet minder (en genoeg) dat een huis een parfum maakt dat symbool staat voor ‘stralende vrouwelijkheid, een zalige uitnodiging het leven lief te hebben en daar ronduit voor uit te komen’ – de boodschap van La vie est belle L’Eau de Toilette.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Wanneer je een eau de toilette voorziet van ‘haar’ lidwoord, dan betekent dat het niet zo maar een eau de toilette is: het is een volwaardige geur naast de eau de parfum-versie. Nog sterker: La vie est belle L’Eau de Toilette heeft een eau de parfum-concentratie. Een andere reden waarom Lancôme het doet, is dat het huis voor het eerst in zijn geschiedenis een geur heeft gemaakt waarin de magnolia het stralende middelpunt is.
Lancôme verbindt hier een ‘naar verluidt’ aan die niet klopt. De boom, in volle bloei, zou ‘in de 18de eeuw de aandacht getrokken hebben van een plantkundige die het op een zeilboot meenam naar Europa. De boom belandde in de oranjerie van een kasteel waar hij vergeten werd en wegkwijnde. Toen de kasteelheer besloot hem weg te doen kon zijn vrouw hem overtuigen de magnolia in de tuin te planten… De zon wekte de knoppen tot leven en binnen enkele maanden kon de boom opnieuw pronken met zijn schitterende bloemenpracht’.
Dit klopt wel: de magnolia wordt voor het eerst beschreven in 1703 door de Franse botanist Charles Plumier (1606-1703) naar wie – ook weer interessant – een frangipane-soort is vernoemd die ook steeds meer wordt gebruikt in geuren: plumeria. Hij gaf de naam magnolia aan de ‘bloemgevende’ boom afkomstig van Martinique – lokaal talauma genoemd. Plumier noemde de soort naar zijn land- en vakgenoot Pierre Magnol (1638-1715).
De magnolia-familie telt meer dan 200 soorten met als oorspronkelijke habitat Zuid-Oost Azië, Amerika, en de Caribische eilanden. Wat al deze soorten verbindt: de fragiele en zacht-bloemige geur die doet denken aan met dauw bedekte, nog net niet ontloken rozen met een – dat wordt wel eens ‘over het hoofd gezien’ – frisse en sprankelende nuance die doet denken aan citrus. Net zoals het lelietje-van-dalen kondigt ze het voorjaar aan.
Lancôme typeert de geur treffend als ‘met frisse en bedwelmende toetsen met een delicate sensualiteit’. Het mooie: het licht de eau de parfum-partituur van La vie est belle op; de iris pallida wordt hierdoor minder ‘aarde’, meer ‘lucht’. En de witte bloemen – sambacjasmijn en oranjebloesem – worden hier door ook het ‘luchtruim’ ingestuurd. En het door de patchoeli geschraagde gourmandaccent – nu opgeroepen amandel, vanille, praline, ‘suikerdraad’ en tonkaboon – wordt door de magnolia minder ‘banketbakker’. Maar toch, het is een magnolia bloeiend in de buurt van een patisserie. Of is het een ‘magnolia-gebakje’ gemaakt van de fijnste suikerwaar…
RUIK&VERGELIJK
De magnolia leidt de laatste jaren een teruggetrokken bestaan in de parfumerie. Hoe zou dat toch komen…
Ik had nog nooit van haar gehoord: Jeanne Toussaint (1887-1976). Zie foto. Maar ben door haar spectaculaire levensloop direct geïntrigeerd. Ik ‘kwam tot haar’ toen ik meer wou weten over de ‘relatie’ tussen Cartier en de panter. Mag van mij verfilmd worden. Afkomstig uit de betere kringen van Charleroi, vertrok ze op jonge leeftijd naar Parijs.
Na amant te zijn geweest van diverse mannen uit de ‘betere kringen’ werd ze het van Louis Cartier (1875-1942) in 1914. Jeanne werd door hem La Panthère genoemd, en hiermee sloop dit sierlijke, vileine roofdier voor het eerst het atelier van Louis binnen. Hij wist ‘haar’ te temmen voor een polshorloge door haar te zetten met de meest uitzinnige juwelen, en groeide zo geleidelijk uit tot het symbool van Cartier. Ach gossie: Louis mocht van zijn familie vanwege haar vrijgevochten en dubieuze status als ‘irrégulière’ (ze was bevriend met Coco Chanel en Misia Sert, en gold als een belangrijk ‘style influential’ avant la lettre) niet met haar trouwen. Maar hij bezorgde haar wel een baan. Een schitterende en provocatieve zet.
Want vergeet niet: vrouwen hadden toen eigenlijk nog maar één recht, inderdaad het… Eerst op de accessoireafdeling in 1918, gevolgd door de functie ‘directeur juwelen’ in 1933. Onder haar leiding nam Cartier geleidelijk afscheid van de abstracte art deco-stijl, werden de juwelen speelser, exotisch en meer figuratief.
Het verhaal gaat dat het verliefde stel tijdens een reis door Afrika een panter spotten. Haar reactie: ‘Onyx, diamant, smaragd – een broche!’ Haar originaliteit blijkt ook uit het volgende. Tijdens de bezetting van Parijs door de Duitsers vroeg ze haar collega Peter Lemarchand in 1940 een broche te ontwerpen die in de kleuren van de Franse vlag – de ‘Tricolore’ – een gekooide vogel verbeeldde die ze plaatste in de etalage van de Cartierboetiek aan rue de la Paix. Verzet op zijn chic.
Moest op order van de bezetter verwijderd worden. Na de bevrijding verscheen de broche weer in de etalage. Nu met geopende kooi en ‘luid zingend’. Prachtige symboliek. In 1948 bereikt de panter bij Cartier een artistiek hoogtepunt wanneer ze wordt gevangen in een driedimensionale broche – in opdracht gemaakt voor de hertogin van Windsor (foto). Jeanne Toussaints verdiensten voor en invloed op juwelen en modern design werd in 1955 door de Franse overheid onderkend door haar te onderscheiden met het Grootkruis van het Légion d’Honneur.
Als Cartierparfum verschijnt de panter voor het eerst in 1987. En is conform de smaak van die tijd zowel qua presentatie en inhoud rijk, voluptueus en overdreven – bling-bling avant-la-lettre. 2014: nieuwe tijden, nieuwe vormen, nieuwe esthetiek.
Dat zie je direct aan de flacon die voortvloeit uit de nieuwe panter-geïnspireerde ontwerpen van Cartier van de afgelopen jaren: less is more. De panter verbergt zich ‘van binnenin’ als een totem gegraveerd in de kern van een blok glas – zowel op de voor- als achterkant (maar bekijk de flacon ook eens van de zijkant).
De kop in rechte hoeken geciseleerd, de ogen schuin geplaatst en teruggebracht tot het essentiële: een gestroomlijnde, in facetten geslepen gelaatsuitdrukking – gelijk een farao – in een stralend amberoranje aura. Deze flacon met eveneens chique, slim verborgen verstuiver-applicatie moet heel veel prijzen in de wacht slepen.
Wat anders: mag je anno 2014 de vrouw nog met een panter vergelijken? Is dat niet ‘male chauvinist’-cliché? En als je dat doet, moet ze dan een blanke of negroïde huidskleur hebben? Ik ga voor het laatste. Yves Saint Laurent had in de jaren tachtig een ‘Yvette’ die met haar smagardgroene-vlammende ogen een koninklijke uitstraling had waar het menig huidig royalty aan ontbreekt: Rebecca Ayoko (foto). Iman Bowie (née Mohamed Abdulmajid) kon er ook wat van. Alek Wek idem. Naomi Campbell en Tyra Banks hadden het soms.
En op dit moment komt Beyoncé dicht in de buurt. Maar die is al zo vaak gebruikt als parfumambassadrice. Verder ben ik niet echt meer op de hoogte van ‘who’s hot, who’s not’ in die verdomde keiharde, bitchy next topmodel-wereld. Ik wil alleen maar zeggen: het was eigenzinniger geweest als Cartier had gekozen voor een black beauty in plaats van Erin Wasson.
En waarom wordt ze in de promoclip niet spookachtig achtervolgd – ‘hoor ik nu wel of geen gevaarlijk tred, geen woest-aantrekkelijk gegrom?’ – door een panter, mogelijk haar nieuwe partner, die het op haar voorzien heeft…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Feit is dat vooral parfumhuizen met niche-allure de gardenia (foto) plukken als symbool voor ‘vrouwelijke onvoorspelbaarheid’, ‘gracieuze rebellie’ en ultieme parfumverfijning. De inspiratie van Mathilde Laurent voor La Panthère: ‘Elke vrouw heeft een vilein aspect en elke bloem heeft een verborgen animale essence’. Het resultaat: ‘Een hedendaags, tijdloos bijna paradoxaal akkoord: een wilde bloemengeur. Een zuivere afdruk van de gardenia met hypnotiserende krachten op de grens van het dierlijke’.
De geur wordt ingedeeld in de chypre-categorie. Alleen, daarvoor is de geur voor mijn gevoel toch te sierlijk. Wordt niet echt impertinent. De gardenia bloeit, zoals we haar kennen: delicaat, vol, ‘lichtjes geroomd’, lichtjes gekruid. Als een vloeibare sluier verspreidt ze zich.
De opening is heel ‘slim’, want de huidige parfumcodes volgend: groenachtig met een wasem van fruitachtige noten van rabarber, framboos, appel en abrikoos zonder het pats-boem-effect van rood fruit. Hierachter begint de gardenia te bloeien. Maar het is eerder een gardenia die groeit in een hortus botanicus dan in het wild.
Statig en chic. De basis van La Panthère met ketone-musk en eikenmos maakt haar iets wilder en aardser, maar blijft net zoals de panter in de flacon ‘gevangen’ en dus getemd in een Europees net. Je ruikt een zekere animale noot, maar die had voor mij wat meer uitgesproken mogen zijn, waardoor je nog meer het kroelende purrrrr-fect-idee van de ‘panter als vrouw’ ervaart. Er is inmiddels een extract – iets wat Cartier als een van weinige haute parfumeurs’plichtsgetrouw’ doet.
RUIK&VERGELIJK
Dat de gardenia geen ketenparfumerie-versierder is, blijkt wel uit onderstaande lijst. Marc Jacobs heeft het drie maal geprobeerd met Marc Jacobs (2001), Essence (2003) en de cologne-versie Gardenia (2008). En de poging van Philosophy – Gardenia Blossom (2013) – blijft te clean en te white musky. La Panthère gaat de concurrentie aan met:
Wat onderscheidt niche van masstige? Behalve de (niet altijd waargemaakte) vanzelfsprekende uitzonderlijkheid van de ingrediënten, de benadering. In deze verfijnde en exquise wereld van goede smaak wordt eigenlijk nooit gerefereerd aan romantiek, liefde en sensualiteit – dat zijn vre-se-lijke clichés waar alleen massmarket-merken mee verleiden.
Doe je dit als nicher, dan lever je eigenlijk een faux pas-parfum, word je niet serieus genomen. Want de nichesector geeft parfum een (niet altijd even geslaagd) intellectueel, filosofisch en artistiek aura. Personen, belangrijke data, herinneringen en stemmingen bepalen de toon. Laatste ‘ruik’ je steeds meer in nichegeuren. Deze inspiratie lijkt rechtstreeks afkomstig uit de modewereld waarin moodboards met foto’s, tekeningen en kreten vaak het schetsmatige startschot vormen voor een collectie. Door dit ‘anders benoemen’ geef je populaire geurconcepten een extra laagje, krijgen ze een nieuwe betekenis. Dat hoopt de branche althans.
Goed voorbeeld: Lazy Sunday Morning van Maison Martin Margiela. Roept iets op wat in de ketenparfumerie inmiddels zijn beste tijd heeft gehad en wat ik zelf als een van de mooiste sensaties beschouw: na een douche tussen frisgewassen en kreukloos gestreken lakens in bed stappen. Dat ervaar je het beste in een hotel en verwacht je helemaal in een luxehotel elke dag van je verblijf opnieuw.
Dit ondervond Louise Turner ook. Voor haar is Lazy Sunday Morning een ‘herinnering aan een zijdeachtige huid in gekreukte linnen lakens met de geruststellende geur van vers gewassen beddengoed’. Haar uitdaging: hoe transfomeer je de impressie van kleur naar geur? In het begin was er wit – helder, maagdelijk, onaangetast. De herinnering van haar verpozen in een Florentijns hotel – eindeloze witheid, ramen wijd open met zicht op de Boboli-tuinen – gaf haar de aanzet.
Dit ‘oneindige’ wit combineerde Turner met een zich op de huid neervlijende heldere frisheid van een witte bloemengeur met weldadig en sereen effect. Want door Lazy Sunday Morning ‘wordt tijd onbelangrijk – alleen herinneringen en indrukken doen er toe’. Ik ben trouwens benieuwd of de lakens van Hotel Martin Margiela aan de rue Goujon in Parijs sinds de introductie van deze geur er naar ruiken.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maar dan resteert de vraag, wil je dat je favoriete geur ruikt naar witte was dat net uit de wasmachine komt en plooi- en vouwloos is gestreken? Het antwoord: heel veel mensen. En steeds meer lijkt het wel. Ik dacht dat witte musk met zijn ‘katoenen’ geur over zijn hoogtepunt heen was. Not dus. Er ruiken nog zoveel geuren naar bloemen ‘gewassen’ in witte musk.
Er ruiken nog zoveel geuren naar voor mij veredelde shampoos en wasmiddelen. Fris, veilig, verzorgd, netjes. Office wear fragrances. Dat kun je je als nichemerk niet veroorloven. En dat ruik je goed in Lazy Sunday Morning. Het boeket is net wat rijker, net wat gelaagder. Het geheim in volgorde van opkomst: lelietje-van-dalen (foto), iris en ambrette.
De eerste kan ontzettend clean en scherp ruiken. Wil je haar meer diepte geven dan zorg je dat je de bloemige noot (meestal een combinatie van roos-, jasmijn- en ylang-ylangmoleculen) wordt versterkt. Aldus geschiedt in Lazy Sunday Morning door de aldehyden, die maken het meiklokje voller en ronder zonder haar frisheid te temperen. Dit idee van witheid en ongereptheid wordt in het hart gekoppeld aan de iris. Poederig, maar tegelijker ook fris en helder doordat hij wordt vermengd met oranjebloesem – de citrus-bloemige frismaker bij uitstek. En deze iris zorgt er ook voor dat de heldere en witte musk van de basis gemaskeerd wordt, niet de kans krijgt zijn ‘wasprogramma’ af te ronden.
En ‘hij’ wordt ook nog geholpen door ambrette, het zaadje met zijn bijna natuurindentieke zachtzwoele muskgeur. Maakt de witte musk direct chiquer, zachter, crèmekleuriger. Ik vraag me alleen af wat de – uitgepuurde – patchoeli doet in de ingrediëntenlijst. Ik ruik haar niet tussen de lakens.
RUIK&VERGELIJK
Nog een paar voorbeelden van witte musk zwevend tussen masttige en mass-niche.
Je kunt bijna niets tegen de persberichten van Guerlain inbrengen. Alles klopt, alles wordt altijd in een breder poëtisch parfumperspectief geplaast. Zo ook wat betreft de bewieroking van de 31ste (!) Aqua Allegoria: ‘Bedauwde bloemblaadjes, zonovergoten fruit, ruisende bladeren, teergroen gras… De levensvreugde van de zonnige dagen spat uit Aqua Allegoria, een collectie geurende gedichten losjes samengesteld door een dichter verliefd op zowat alle tuinen. De lichte, heldere en opgewekte geuren zijn klaar om geplukt te worden bij de eerste lentedagen – zoals een boeket bloemen. Een droom onder een prieel of een mooi tropisch avontuur…Elke Aqua Allegoria is een ode aan de natuur in al haar facetten’.
Nu meer specifiek wat betreft Limon Verde: ‘Het groen van een weelderige tropische tuin. De heerlijke frisheid van een waterval in de jungle. De dansende uitbundigheid van een Braziliaans feest. Deze lente geniet u van een caipirinha onder de citroenbomen op de oevers van de Amazone… Het geheim is een onverwachte, onweerstaanbare combinatie van natuurlijke en van nature feestelijke toetsen’.
En dan ‘vergeef je’ deze constatering, want boven alle twijfel verheven, toch: ‘Enkel uitzonderlijke grondstoffen kunnen de essentie van het Latijns-Amerikaanse continent tot leven brengen’. De ware Guerlain-adept moet door voorafgaande toch direct denken aan – ik doe het althans – aan Homme uit 2008, de derde geur die Wasser voor Guerlain maakte. Het verschil: Limon Verde is zoeter, dus minder mannelijk als je zo wilt.
Maar tegelijkertijd is deze Aqua Allegoria eigenlijk de eerste van Wassers’ hand met een meer androgyn karakter en komt daardoor dichter in de buurt van het oorspronkelijk uitgangspunt van deze lijn. Terzijde: dit jaar wordt ook gevierd dat Terracotta dertig jaar bestaat. Wordt onder meer gevierd met de limited edition Terracotta le Parfum die – nu komt het – níet te koop is in Nederland en nauwelijks in België. Toch vreemd in de huidige online-wereld.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De meest exotische Aqua Allegoria tot nu toe. En dit klopt: ‘Het akkoord van cachaça (rum gemaakt van witte rietsuiker), rietsuiker en limoen is van een ontwapenende eenvoud’. Die wonderwel werkt en net anders citroenfris is. En dat komt dus door de limette. Een limoensoort die, aldus het persbericht, door Thierry Wasser in Mexico werd ontdekt. Geloof ik niet echt. De geur van de limette is in professionele parfumkringen namelijk al lang bekend. Moet hem vertrouwd in de neus hebben geroken toen hij vanille aan het verzamelen – ook zoiets – was voor Shalimar Ode à la Vanille sur la Route du Mexique … ? Werd door hem in ieder geval bewerkt om de levendigheid en explosiviteit ervan aan te scherpen en daardoor meer geparfumeerd lijkt. En dat ruik je goed. Want de opening is als een knallende hesperide-ontploffing, die iets scherper en groener is dan gemiddeld.
Maar snel ruik je het ‘rietsuiker-idee’ dat zich hier achter schuilhoudt: zoet, maar niet té doordat de opening lang blijft resoneren en samengaat met een ondefinieerbare fruitnoot die zweeft tussen vijg en tropisch fruit. En als geurcomponent ‘zelfstandig’ blijft bestaan, zelfs wanneer de zoetzwoele tonkaboon (foto) uit de basis tot ontwikkeling komt. Samen doet het, met een flinke scheut fantasie weliswaar, denken aan een caipirinha-cocktail. Laat je deze ‘drank-link’ los, dan is Limon Verde een tropische mist van citroenfrisse, groene en zoete noten die nooit ‘sensueel-plakkerig’ wordt, die zijn klaterende frisheid behoudt.
RUIK&VERGELIJK
Van de 31 Aqua Allegoria-geuren die sinds 1999 zijn verschenen, groeiden vier uit tot klassiekers, dus nog steeds te koop en met dien verstande dat Pamplune en Herba Fresca door Thierry Wasser iets zijn aangepast.
En: onderstaande geur lijkt – ondanks de verschillen in details – bijna een fotokopie van Limon Verde. Maar je kunt natuurlijk ook beweren: Limon Verde is een fotokopie van:
SHOWTIME VOOR EEN KOSMOPOLITISCH, FRUITIG ROZENPARFUM
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 25/03/14
Neus: Thierry Wasser
Animatie: Kuntzel+Deygas
Muziek: Nancy Sinatra sings The boots are made for…
Thierry Wasser ziet zichzelf als de Pygmalion (van de draagster) van La Petite Robe Noire. Even ter herinnering voor de nót musicalliefhebbers: Pygmalion (in de gedaante van professor Higgins) is de beschermster van Eliza Doolittle: een jong, plat pratend geval uit de arbeidersklasse die hij transformeert tot een chique lady die het algemeen beschaafd Engels perfect beheerst en zich daarnaast ontpopt tot fashion icon. Of was het nu een fashion victim?
Naam van de musical: My Fair Lady (première 1956) dat gebaseerd is op het toneelstuk Pygmalion (première 1913) van George Bernard Shaw dat weer was geïnspireerd op de – gelijknamige – prins/beeldhouwer uit de Griekse mythologie die zijn wens in vervulling ziet gaan: zijn gemaakte beeld (Galatea) van ivoor waar hij verliefd op is, wordt door Aphrodite tot leven gewekt. Deze mythe leidde in de middeleeuwen tot de gedachte dat perfecte vrouwelijkheid alleen kan bestaan dankzij mannelijke scheppingskracht.
Kijk, en dat verheldert dus een beetje de rol van Thierry Wasser zich heeft toebedeeld: de ‘beschermheer’ van een denkbeeldige Parisienne die hij met behulp van La Petite Robe Noire transformeert tot een dancing queen. In La Petite Robe NoireCouture neemt haar danszin een professionele wendig: ze wordt gepromoveerd tot act in de Folies Bergère. Ze laat zich het succes van haar bewonderaars smaken. Ze drinkt het met volle teugen. En voor deze optredens is haar kleine zwarte jurkje ingeruild voor iets meer chique én meer uitdagende modellen: eentje opgebouwd uit parels, eentje met een queue met waaier-effect – die als ze zin heeft langzaam, plagerig uittrekt.
Maar een echte zogenaamde striptease-act zoals Britney Spears, Beyoncé, Kylie Minogue, Madonna en – hellup! – Miley Cyrus het op de planken brengen, zal het niet worden. Daarvoor is La Petite Robe Noire Couture te Paris en Guerlain te Frans – toch?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De couturetoetsen in deze nieuwe versie zijn subtiel. Bij de eerste whiff denk je misschien: ‘What’s new?’ Dezelfde roodfruitige uitbarsting, maar ruik je even door dan proef je ‘alleen’ de duidelijke ‘bepoedersuikerde’ framboos-noot fris gemaakt door bergamot. Gelukkig: deze framboos is niet te zoet en wordt daardoor niet te plakkerig. Nog een verschil: de amandel en zoethout zijn eveneens verdwenen uit de opening.
En dat zou je de couturebehandeling kunnen noemen, want hierdoor ruikt La Petite Robe Noire Couture minder boudoir, minder gourmand en krijgt de roos in het hart meer kans om haar zoet-fruitige boeket te verspreiden. Dat gebeurt bijna terloops. Toch goed ruiken, want deze roos is heel vol die een beetje een groene, aardse ondertoon krijgt – alsof het blad en de wortels zijn meegenomen in de compositie (of het idee daarvan vertaald). Wat mij alleen ontgaat is de chyprebasis: ik ruik niet echt de houtachtige structuur patchoeli, vetiver en mos. Dat staat voor mij niet gelijk met het voor mij groene accent van de roos.
Zou dat komen omdat de roos wordt ‘overschaduwd’ door een van de fetishingrediënten van Guerlain: het naar rum en vanille ruikende tonkaboon? Zou dat komen omdat de framboos zelfs tot de basis weet door te dringen en eigenlijk van geen wijken weet? Zelfs als de geur langer dan een uur op de huid zit? En nu ik al een paar dagen zit te ruiken aan La Petite Robe Noire Couture, wordt me eigenlijk een ding steeds duidelijker: dit is eigenlijk een rozengeur. Niet pastoraal en puur, maar ‘gelakt’ en kosmopolitisch.
RUIK&VERGELIJK
Het kleine zwarte jurkje kent inmiddels diverse uitvoeringen…
DRIE NICHE-TRENDS GEBOTTELD IN DRIE SUPERBE PARFUMEXTRACTEN
Jaar van lancering: 2011
Laatst aangepast: 12/03/14
Neus: James Heeley
Concept & realisatie: James Heeley
Doet het altijd goed en staat zogenaamd chic om je eigen visie op ‘de dingen des levens’ te onderstrepen met een observatie van een personality geliefd om zijn elitaire, snobby, cynische en humoristische kritiek. Dan heb je aan Oscar Wilde een goede. Elke denkbare karaktertrek (met name in de categorie ‘ijdelheid’) zette hij om in treffende constatering. ‘It is only the shallow who do not judge by appearences’, zei hij ooit en vormt de leidraad voor de Extrait de Parfum-collectie uit 2011 van James Heely dus.
Maar wat hij hier precies mee wilt zeggen? Ik heb geen zin om hem te mailen. Zal wel. Ter verduidelijking voegt Heeley er aan toe dat ‘hoewel onzichtbaar, parfum over stemmingen, seizoenen, houding, textuur, kleur en context gaat. Het is onderdeel van onze persoonlijkheid en verschijning’. Open deur voor drie geuren die enkele van zijn favoriete ingrediënten ‘in een hoge concentratie presenteren voor een meer intens en luxueus gevoel’, eindigend met een voor mij eveneens geheel onbegrijpelijk ‘er is tijd en plaats voor alles’. En dan te bedenken dat James Heeley een voormalig filosofiestudent is…
In ieder geval Agarwoud, L’Amandière en Bubblegum Chic geven een mooi, actueel overzicht van de ‘de staat van de niche-parfumerie’ omdat het drie geurconcepten vertegenwoordigt die het nu goed doen. Respectievelijk – here we go again – oud, ‘licht gourmand in het voorjaar’ en het witte bloemenparfum.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik had me voorgenomen om 2014 uit te roepen tot ‘oud-vrij’-jaar. Maar dat staat eigenlijk gelijk aan politieke parfumzelfmoord… Mijn ‘narrow escape’-excuus bij Heeley: Agarwoud verscheen in 2011. Om in de stemming te komen moet je volgens hem denken aan ‘extrait de devotion, serenity, eagle, prayer, space, meditation, temple, prince, Siddhartha, gold, dark, wood, forest, power, mind, fertility, mist, rising, control, wealth, poverty, spirit, forever’. Voor mij is het geen puur oud, maar eerder ‘rozenhout’ (voorafgegaan door een ‘soort van’ zoete, melkachtige noot). Dus meer roos dan oud. Het is een volle en zoete Bulgaarse roos geënt op de stam van de aquilaria-boom. Je ruikt het oud door de rozenblaadjes heen.
Hierdoor is het oud ook minder meeslepend en verzengend Arabisch, wat nog eens versterkt wordt door een, ik kan het niet anders omschrijven, zeer elegant-zachte amberbasis met een nadruk op benzoïne waardoor de afronding helder en open blijft. Warm zonder te smeulen. Zon zonder verbrandingsgevaar. Met andere woorden: Agarwoud is oud prêt-à-porter zonder ‘bang’ te moeten zijn dat de hele wereld naar je kijkt als je voorbijloopt – iets waar de kans groot op is als je met de ouds van Montale op pad gaat.
L’Amandière is heel mooi, heel delicaat. Een fantasienaam (ik hou het op amandelplukster) voor een fantasierijk parfum en tegelijkertijd ‘a portrait of spring’ aldus Heeley. I couldn’t agree more. Dit is precies wat je je voorstelt bij het voorjaar: onschuldig fris en bloemig, en ogenschijnlijk simpel van structuur. Not dus. Want deze amandelplukster loopt door een prachtige, beetje verwilderde tuin annex boomgaard waar je die typische geur van vruchtenboombloesems kunt ruiken. Beetje weeïg, beetje zoet, beetje fris.
Het ‘gevoel’ van groene amandelbloesem ruik je heel goed; het vormt als het ware het poederig-zoete geraamte van de geur. En neemt de fris-groene hyacint en dito wilde hyacint (bluebell) die onder de amandelboom bloeien heel elegant in zich op. Eveneens het gras, want er zit heel even een hele subtiel groene, niet-bloemige noot in de opening. Om het bloemige karakter te versterken ruik je ‘in de verte’ ook een nog een verwilderde roos en boerenjasmijn.
En om het groene, zonnige voorjaarsgevoel verder te accentueren, dwarrelt boven dit alles een regen van pollen- en honingachtige lindebloesem. Van een basis is nauwelijks sprake. L’Amandière is er eigenlijk in één keer vanaf het begin. Maar ik vermoed een delicaat poeder van witte musk, amandel en vanille. De sfeer die James Heeley wil oproepen: ‘Kissing in a French country orchard’. En dat is hem heel goed gelukt.
De naam ligt in de lijn van Frédéric Malle Lipstick Rose (2000) en ook moet ik denken aan de humoristische namen van Etat Libre Orange. Bubblegum Chic combineert de genoegens van het kindvrouwtje Lolita die in haar Barbie-boudoir wacht (verveeld kauwgombellen blazend) op haar verboden amant die ook de amant van mama blijkt te zijn. Maar dat weet de laatste nog niet. Hopelijk heeft hij Bubblegum Chic alleen aan dochterlief geschonken, want als ‘moeders’ deze geur ook bij haar ruikt dat zijn de rapen gaar.
Want deze tuberoos laat niets aan de verbeelding over, ervan uitgaand dat je gelooft in het erotiserende karakter van deze fatale bloem – I do. Vol, sensueel, warm, zongekuste huid en ‘lekker romig’ -alsof de tuberoos in de boter is gelegd om het parfum ervan te extraheren. Opvallend is de scherpe, medicinale opening. Groen als je zo wilt. Weliswaar als een flits, maar toch. Ik vind dat aangenaam, anders zit je direct in de geile, erogene zone van de geur, het hart.
Tuberoos dus. Eerst fel, alle aandacht opeisend om vervolgens zachter en bloemiger te worden door een gulle dosis frisse jasmijn. En die komen na verloop van tijd in een elegant-erotische balans. Opvallend en aangenaam: de witte musk in de basis is weliswaar scherp en linkt mooi met de opening, maar wordt geleidelijk aan katoenpluiziger en blijft – hoera! – gelukkig gevrijwaard van een te cleane laundry-finish.
Dit is natuurlijk de zoveelste tuberoosgeur in een rij en ik zal Bubblegum Chic waarschijnlijk verwarren met de concurrentie tijdens een blindtest. Maar het is gewoon goed gemaakt. Wat ik vooral leuk vind: de sluier van rood fruit die zich door de hele geur fluisterend manifesteert. Hier geldt hetzelfde als voor de witte musk: gedoseerd zonder een ‘explosie’-effect. Iets wat tegenwoordig zo vaak gebeurt met framboos, lychee, aardbei, veenbes en rode bes. James Heeley heeft bij Bubblegum Chic één soort vrouw in gedachten: een drop dead gorgeous. Wie dat is? Laten moeder en dochter er maar om vechten…
RUIK&VERGELIJK
Ik denk er over om te stoppen met Ruik&Vergelijk, want daar is tegenwoordig eigenlijk geen beginnen meer aan. Voor je het weet beledig ik iemand door te vergelijken. Iedereen die mij volgt weet inmiddels dat de meeste geuren variaties op een thema zijn. En dan is het meer een kwestie van of je vindt dat of wel God, of wel de duivel ‘in the details’ zit.
Soms doet een toevoeging aan een parfumnaam afbreuk aan het fantasiebeeld dat zich in je hoofd heeft gevormd. Heb ik dus met Luna Rossa Extreme… moet ik denken aan een brandende zon die dovend, smeltend en sissend ondergaat in de oceaan. En dat terwijl de naam gewoon verwijst naar de naam van het zeilschip waarmee Prada volgens het persbericht ‘is uitgegroeid tot een van de bekendste en meest gerespecteerde deelnemers aan de oudste en meest prestigieuze trofee in de sportwereld: de America’s Cup’.
Kleeft niets poëtisch aan. Het is, weer het persbericht, ‘een stoere mannenwereld, van grootmeesters in hun vakgebied bestaande uit zeilers, designers, botenbouwers, analisten plus een kustteam die op alles op alles zet om hun gemeenschappelijke doel’ te realiseren: ‘op onbevreesde wijze de overwinning behalen’.
Dat het modernistische Prada een van de meest ouderwetse clichés in de parfumerie uit de kast haalt – gedenk Old Spice van Shulton uit 1936 – om de man tot aankoop te verleiden, bewijst weer eens hoe conservatief de gemiddelde man geuren beleeft. Graag niet te moeilijk: zowel qua boodschap, zowel qua inhoud.
De boodschap: mannelijkheid en broederschap: ‘Samen strijden tegen de weerelementen en de competitie; elk bemanningslid moet op zijn instinct vertrouwen en behendig anticiperen op onverwachte situaties’. Want help: ‘De wind kan draaien en onstuimig zijn, golven en getij zijn vaak intens. Focus en controle zijn essentieel’.
En nu komen dichter bij de naam van de geur: ‘De wereld van extreme sailing betekent extreme omstandigheden. Dan neemt de mentale preparatie het over: messcherpe reacties en bijna telepathisch teamwork liggen aan de basis van de prestatie van het team’.
Want: ‘De kracht van de wind en golven bepalen dat je in fracties van seconden moet beslissen welke koers gevaren moet worden. Maar wanneer je slaagt deze elementen van de natuur te beheersen, dan zorgt dat voor pure euforie’.
De inhoud: die is het tegenovergestelde van niet te moeilijk – zou dat de verrassing van Prada zijn? Want Luna Rossa Extreme heeft niets nautisch, is eerder aards doordat de kenmerkende ‘lavendelsignatuur’ wordt gekoppeld aan een stevige, bijna viriele leernoot.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En dat sluit dan wel weer aan bij de mannelijke boodschap van deze krachtige leergeur. Interessant: het feit dat lavendel (over het algemeen geassocieerd met zonnig, schoon en gewassen) wordt gekoppeld aan leer (over het algemeen geassocieerd met animaal, seksualiteit, broeierig). Ik vind Luna Rossa Extreme een echte parfumconstructie die heel slim ‘hippe’ ingrediënten vermengd met klasssieke.
Ruik je in de opening: het nu hippe zwarte peper (foto) verleent de zonnig-bloemig-citrusachtig bergamot een prikkelende frisheid waardoor de lavendel een beetje etherisch aandoet. Ook etherisch: jeneverbes. Vormt de overloop naar het hart waarin amber ronddrijft die animaal wordt door leer (opgeroepen met intens en uitgepuurd cistus labdanum) en ook ‘de donkere kant’ van jeneverbes.
Die versterkt in dit geval de stroefheid van cistus labdanum, maar toch niet te overheersend. Hiervoor verantwoordelijk: zoete, maar niet te zoete vanille. En ook weer knap: door dit alles heen ruik je de lavendel, zacht maar ‘veramberd’, zacht maar ‘verleerd’.
RUIK & VERGELIJK
Leer blijft nog steeds erg niche-angehaucht. Ik had verwacht dat leergeuren eerder naar de ketenparfumerie zouden druppelen dan de oud-parfums. Maar het gaat dus andersom: