‘WALTZING MATHILDE’
UREN GESTOLD IN GEUREN
Jaar van lancering: 2009
Laatst aangepast: 16/09/17
Neus: Mathilde Laurent
Waar de meeste neuzen van dromen (ga ik vanuit), overkomt slechts weinige: een Frans luxemerk neemt je in dienst als ‘in-huis-parfumeur’ en je krijgt… holy moly… bijna carte blanche. Wil zeggen: je moet wél inspelen op trends wat betreft de massmarket-geuren; geeft die hopefully een eigen signatuur. Met daarnaast – ta-da! – de mogelijkheid je vakmanschap op zijn best te tonen, te laten bloeien met een nichelijn.
Ik weet, jullie weten, dat het aantal huizen dat deze mogelijkheid biedt beperkt is. Een van de eersten: Annick Goutal (anno 1980) en Isabelle Doyen zijn samen één. Hermès: Christine Nagel is Jean-Claude Ellena vorig jaar opgevolgd. Chez Chanel: zoon Olivier heeft de taak van zijn vader in 2013 overgenomen. François Demachy doet het voor Dior sinds 2010. Bij Guerlain zwaait sinds 2007 Thierry Wasser de parfumscepter. Oh ja, ik vernam onlangs dat Francis Kurkdjian de nichelijn voor Burberry doet.
Misschien ben ik er een of twee vergeten. Er zijn natuurlijk nog meer huizen met een nichelijn, maar de parfums worden door verschillende neuzen geleverd: Givenchy, Yves Saint Laurent, Lancôme. De ‘Italiaanse tak’ doet hetzelfde: Giorgio Armani (2004), Dolce & Gabbana (2011).
Het nadeel inmiddels: niche is geen garantie meer voor ware originaliteit omdat het zo big is geworden. Met het gevolg – het kan ook niet anders, de mogelijkheden blijven beperkt – veel variaties op hetzelfde thema. Neem daarbij het feit dat de concurrentie op nichegebied vanuit andere hoek enorm is toegenomen: ik ben gestopt met het tellen van de nieuwkomers die tegenwoordig uit alle windstreken aanwaaien.
Eén merk die zich – voor mij althans – onderscheidt is Cartier. De nichelijn Les Heures de Parfum – anno 2009 – is spannend, eigen, eigengereid en gaat voor mij net een stap verder dan de directe concurrentie uit de Franse hoofdstad. Met dank aan Mathilde Laurent. Als je haar ziet, dan weet je direct: een bijzondere vrouw, geen doorsneeneus. Voor mij is ze een kunstenaar en kan haar verhaal ook nog eens goed en doordacht etaleren.
Geen mediocre getrutterprutteldetrut over romantiek, love, seks en al die andere parfumverleidingsclichés. Want zij neemt niet de drager/draagster als uitgangspunt maar de ingrediënten – bij Les Heures de Parfum althans. Die juist door de ‘duidelijke’ combinaties die ze maakt, vaak linken met onze, vaak op onbewust niveau sluimerende emoties waarmee ze the power of perfume kracht bijzet.
En wat gebeurt er dan? Je krijgt als ‘ontvanger’ een prettig gevoel omdat Les Heures de Parfum dus allerlei, onverwachte gedachten, herinneringen en associaties oproepen (die voor iedere ‘ontvanger’ weer anders is gezien zijn geschiedenis). En dat is volgens mij de ware bedoeling van geur. Niet een mallotig marketingverhaal overdonderend gepresenteerd, geen ‘feestdagencadeau’. Wel parfum als handvat dat je leven mooier maakt en siert omdat het resoneert met jezelf.
Moet me wel van het hart en Mathilde Laurent kan er waarschijnlijk ook niets aan doen: de nieuwe ‘nomadische’ lijn Les Heures Voyageuses (2014). Puur ingegeven door commerciële belangen en de boot niet willen missen. Vijf keer word je getrakteerd op oud: Oud & Oud (leuke naam dat wel), Oud & Santal, Oud & Rose, Oud & Musc en Oud Radieux. Ik word niet echt geil, krijg niet de neiging om naar de eerste de beste Cartier-boetiek te snellen (daar worden ze verkocht). Want de voorgestelde combinaties worden al door zoveel, teveel parfumhuizen geleverd. Ik snap het wel – ‘its the economy stupid’ – maar voor mij toch meer ‘oud na de maaltijd’, want oud is so, so, so crowdpleasing. Cartier had dit adelaarshout eerder moeten ‘opnemen’ – zo rond 2000.
Het is ‘niet te doen’: alle geuren tegelijkertijd van Les Heures behandelen. Ik weet dat ik al vaker heb aangekondigd het te doen, maar kwam er gewoon niet van. Terwijl het kennismakingspakketje met tien proefflesjes me al een tijdje geleden door de juwelier is toegestuurd.
Naam is goed gekozen, want passend bij het product waarmee Cartier bij het grote publiek over het algemeen mee wordt geassocieerd: horloges. En het vervlieden, vervliegen van de tijd heeft altijd iets poëtisch. Juist in combinatie met parfum – ook een tijdelijk voorbijgaand genot waaraan je (zoals met de meeste geneugten)zo vaak over kunt geven als je maar wilt.
WAT LES HEURES IK EIGENLIJK?
Ik pak er lukraak twee: VI L’Heure Brillante en XIII La Treizième Heure (beide 2009). De eerste: een schalkse, frisse en limoengroene opening met ‘shaken not stired’-cocktail-effect die inderdaad schittert, knalt, ‘brille’ heeft. Wat een citrusexplosie! De inspiratie: de energie van het neongekleurde nachtleven. De geur heeft een hoge herkenbaarheidsgraad – klassieke knisperende citrus – en brengt je in een verwachtingsvolle, opwaartse stemming en wordt gecombineerd met ‘nu’. Het is eigenlijk een neo-cologne met neo-groene schittering alleen met een vasthoudendheid schommelend tussen eau de toilette en eau de parfum.
Het effect: VI L’Heure Brillante voelt aan als – ik haat de omschrijving; moet maar – vloeibaar fluweel. De compositie heeft zwaarte, beklijft, gaat niet direct de lucht in. Laatste komt op conto van aldehyden die je door de fris-energieke noten ruikt. Aangenaam en elegant en mooi de hoge concentratie aan natuurlijke citrusessences. Ook verwerkt: lijnzaad, maar dat ruik ik niet als zodanig. Mijn herkenning trouwens: Ginn Fizz (1955/2009) van Lubin. Kan trouwens wel indenken dat mensen gezien de prijsproductverhouding zullen afvragen of dit niet wat veel geld is voor een ‘sterke cologne’. Maar vergeet niet: er zijn ook heel veel mensen die zich deze vraag niet – hoeven te – stellen als ze zich ‘weer eens’ willen trakteren op een nichegeur.
XIII La Treizième Heure: direct helemaal mijn ding. Een doorgerookte leergeur, as is verbrande turf, dat werk. Zo moet niche-leer zijn voor mij. Niet in de lak gezet, maar ruig, in pure staat, onbewerkt. Laurent noemt het zelf een ‘olfactieve bedriegerij, een misdaad met voorbedachten rade’. Wat is er mis aan deze daad? Niets. Eerder hulde. Heel even ruik je bergamot en dan maakt het leer – berkenteer vermoed ik, of de synthetische variant – zich vrij – lijkt direct te komen uit een looierij, het walmt je tegemoet.

Toch treedt er een zekere verfijning op: het leer mengt zich met de groen-rokerige noten van maté. Geeft de compositie een idee van lucht en ‘gespeelde helderheid’ want de maté is van de sterkste soort en hecht zich vervolgens in de basis aan een vrijgevige, pure patchoeli beplakt met een paar druppels vanille. Ik heb heel lang moet ruiken om narcis te detecteren.
Niet gelukt. Terwijl het een van mijn geliefde narcotische bloemen is. In ieder geval: ik word blij van deze duistere leerexercitie. En als je VI L’Heure Brillante en XIII La Treizième Heure mengt en even met elkaar laat samenwerken krijg je een leergeur gekieteld door limoen en citroen. Mijn eerste associatie met het dertiende uur qua bewuste niet-geraffineerdheid: Cuir (2010) van Mona di Orio alleen wordt die meer soapy op het einde.
Nu we toch zo enthousiast bezig zijn, nog eentje gepakt: II L’Heure Convoitée (2012). Wat een lekkere naam waarvan bijna niemand meer die geen Frans in zijn leerpakket heeft gehad de betekenis weet : het begeerde uur. L’Heure Attendue – het verwachte uur, de tijd waarnaar wordt uitgezien – was vanzelfsprekender geweest, maar die naam hoort nog steeds bij Jean Patou. De couturier lanceerde dit parfum in 1946 om het einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren.
Wat moet je ruiken? Hoop in een flacon lijkt me. Wat krijg je? Blinde, eerste impressie: een überzoet, sentimenteel en ‘romantisch’ parfum geschakeerd rondom een boeket van ‘ouderwetse’ anjer omlijst met iris, viooltje en rood fruit ‘afgepoeierd’ met zachte, poederige musk. Tweede impressie: lipstick. Derde impressie: een voorstelling tijdens het belle époque in Palais Garnier in Parijs. Ik zit er niet helemaal naast. In mijn hoofd zit alleen de viooltje-iriscombinatie te veel in de weg, want de anjer ruik ik niet zo gekruid ‘zoals het hoort’. Het rode fruit doet me een beetje denken aan Délices (2006) van Cartier maar is slechts een accent dat juist de zuurtjes-associatie met het viooltje versterkt. Niet gemaakt door Mathilde Laurent maar Christine Nagel.
II L’Heure Convoitée is chic, verfijnd maar… niet echt verrassend. Wil zeggen: zoetgevooisde ‘boudoirgeuren’ is een gegeven in de nichewereld. Mijn directe associatie: Misia (2015) van Chanel en Love in Black (2009) van Creed. Op naar de volgende uren.


Het verhaal gaat dat na het verplichte vertrek van Joséphine de Beauharnais (op het schilderij met een – door haar? – geplukt paleistuinboeketje) uit het leven van Napoléon Bonaparte – zij kon hem geen troonopvolger verschaffen dus week hij uit naar oud, degelijk blauw bloed; de dochter van de Oostenrijkse keizer – de vertrekken van de officiële Franse residenties waarin zij had verkeerd nadien nog jaren roken naar haar favoriete parfumsoort: musk.
Zo ook in Le Musc & La Peau. Mooie naam. Legt de onlosmakelijke band vast tussen parfum en huid. En dat doet in feite alleen een goed parfum – zoveel geuren tegenwoordig die er niet íngaan maar zich als een ondoordringbare laklaag aan de huid hechten.
Patrick Munsters, oprichter van het modemerk Scotch & Soda, kiest met zijn nieuwe label voor een hoger niveau. Salle Privée is voor mannen op zoek naar de elegantie en tijdloze waarden van de klassieke herenkleding.
De eerste geur van Salle Privée, samen met parfumontwerper Tanja Deurloo ontwikkeld, huldigt dezelfde ‘waarden’ zoals je dat tegenwoordig in luxe jargon noemt. Naam: Le Temps Perdu. Maar, jeetjeohjehemeltjemarialief, die naam kan echt niet meer anno 2017. Zoveel mensen in parfumland die ernaar gezocht hebben en maar naar blijven zoeken. Maar de volledige romancyclus waaraan gerefereerd wordt lezen, ho maar!
In sommige opzichten begin ik op een heremiet te lijken, in ieder geval lifestylewise: kijk geen glossy meer in. Behalve halfjaarlijks bij de tandarts en begin dan na een paar pagina’s bladeren te gapen – inwisselbare mensen met inwisselbare diepgravende interviews – was deze uitgave nu uit 2017, 2012 of 2005?
Niet dat ze het verantwoord weet in te pakken: ‘The new fragrant pair of equals represents man and woman that are reunited in an identical vision. She could be him, he could be her. She is an absolute woman, he is an absolute man. There is not an obvious definition of relationship between them. They could be lovers, friends, or even strangers. Both have multiple identities’.
WAT L’HOMME Ik EIGENLIJK?
Altijd ‘grappig’ hoe de geur van een bepaalde bloem in je gedachten zit en die dan vervolgens in een nieuw parfum te ruiken. Neem bijvoorbeeld de sering. Ik ruik denkbeeldig een zoetige, heldere bloem met een beetje impertinent karakter door de af en toe frisse toetsen die de neusvleugels prikkelen. Het is eigenlijk een struik/boom die qua boodschap een beetje bungelt tussen voorjaar (fris) en zomer (warm). Opvallend: de geringe hoeveelheid solifleurs waarin de Syringa vulgaris haar bovenal charmante boodschap mag verspreiden.
Tja, ook cliché, maar hij heeft wel een punt. Alleen heb ik het idee dat we er ‘tegenwoordigs’ alles aan doen om eenvoud en traditie weer te vieren, in ere te herstellen. Er zelfs zijn glossy’s die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik kan het weten, ik ben onlangs verhuisd naar het platteland in Drenthe: de huisgemaakte confitures en in tuinen gehouden kippen en geiten vliegen je om de oren – gezelli!
Een wonderlijk iets: het gebruik van het woord ouderwets. Met name in combinatie met bloemen. Sommige worden zo omschreven. Zal je maar gezegd worden als bloem die haar stinkende best doet ons te plezieren. En dan krijg je zoiets van ‘die had mijn oma ook’. Dus? Duh? Wat wil dat zeggen? Men bedoelt natuurlijk hiermee of een bloem in of uit is. De witte orchidee… nog steeds helemaal in tot vervelens toe. Zelfs Blokker siert er zijn etalages mee. Helemaal uit: lelietje-van-dalen. Stom, stom, stom! Je neus in een boeket gestopt met deze klaterende klokjes en de wereld begint te herleven na de winterdeken van zich te hebben afgeslagen. Fris, nieuw, blakend, groen, knisperend… wat is daar ouderwets aan?
Miuccia Prada schetst treffend het gevoel L’Eau Bleue wil oproepen. Het is een beeld dat we allemaal herkennen: ‘Het jaarlijks terugkerende moment dat je je realiseert dat, schijnbaar uit het niets, de lente is gearriveerd. Een gevoel zo licht, zo delicaat – haast niet te vatten – dat door een sliertje lucht wordt gedragen. Het kan je overal overkomen: in bed met het raam open, rijdend over een landweg, op straat in de stad na een regenbui, blootsvoets in het ochtendgras in een vochtige tuin’.
Hiervoor plukte ze handenvol lelietjes-van-dalen. Figuurlijk dan. Want deze bloemekes zijn stom, de geur ervan kun je niet extraheren. Is een kwestie van het combineren van diverse geurmoleculen om het boeket tot leven te brengen. Het verschil met klassieke, dus ‘ouderwetse’ lelietje-van-dalengeuren zoals en 
Geurengoeroe was een week in Parijs. Niet zozeer vanwege een fragrance-affaire, meer voor een familiefeestje. Toch ‘moest’ hij, mede op verzoek van enkele familieleden, wel iets ‘aan parfum doen’.
Totaal iets anders: Rose van Zara. Rook ik iets verder op de Champ-Elysées. Ik was op een bepaalde manier verbluft. Er bestaan sites waarop te zien/te lezen valt welke geuren van Zara zijn geïnspireerd op/gejat van populaire geuren uit het masstige-segment. Rose gaat een niveau hoger.
Een nieuwe omschrijving anno 2016 van deze klassieker: ‘Een uitbarsting van emoties opent het kristalheldere universele water met een explosie van frisheid die zowel aquatisch als een nieuwe uiting van een aardse geur is. Eerst: het vochtige effect van rozenwater plus een akkoord van cyclaam – komen samen tot bloei door een verfrissende nevel van betoverende fresia. Intense, lichte pioenroos en witte lelie accentueren de noten van het kruidige anjer-hart. Vervolgens werken de bloemige middennoten samen met de basis van kostbare houtsoorten, musk en osmanthus die de warmte van de tuberoos versterken’.
In het kielzog van het lelietje-van-dalen volgen de damascusroos – zoet, fruitig, lichtjes gekruid – die ondersteund door jasmijn je een volle, bijna klassieke bloemsensatie bezorgt zonder dat de waterige toets verloren gaat – wederom dankzij maritima.
Ik Ik was Nina Ricci uit het oog verloren: wil zeggen producent Puig stuurt me geen Ricci-nieuws meer. Dit heb ik dus gemist: Mademoiselle Ricci (2012), Nina L’Eau (2013), Mademoiselle Ricci L’Eau (2013), La Tentation de Nina (2014), Les Délices de Nina (2015), Moet ik hierom treuren? Tja, kweenie hoor, echnie. Toen ik vorig jaar in de Brusselse abri’s de campagne van L’Extase zag, kon mijn neus in ieder geval een gaap niet onderdrukken. Laat maar. Want een van de meest platte parfumverleidingstechnieken – maar dan wel zoals we het gewend zijn van de luxe-industrie zeer bevallig gebracht – wordt weer eens in stelling gebracht: L’Extase een parfum dat je seksuele fantasieën vrijmaakt (las ik ergens op internet).
Dat werd me vandaag op een andere manier bevestigd in Brussel. Ik zag een foto in de etalage van een Planet Perfume-winkel, en dacht: ‘Toch maar proberen’. Ik naar binnen. De beauty-advisor spoot de geur op een blotter. We begonnen te praten. Ik zei dat ik de compositie wel erg in lijn vond met al die andere lichtgepoederde gourmandgeuren. Ze beaamde het en zei dat ze deze geur even gemakkelijk onder een naam van de concurrent kon verkopen als het moest.