MAIS(ON) FRANCIS(KE) KURKDJIAN QU’EST-CE QUE TU AS CRÉE?
SEXTASE? SEXTEASE? NO WAY!
Jaar van herlancering: 2015
Laatst aangepast: 23/05/16
Neus: Francis Kurkdjian
Model: Laetitia Casta
Foto- en videografie: Dusan Reljin
Flaconontwerp: geïnspireerd op een clutch uit het Ricci-archief
Ik Ik was Nina Ricci uit het oog verloren: wil zeggen producent Puig stuurt me geen Ricci-nieuws meer. Dit heb ik dus gemist: Mademoiselle Ricci (2012), Nina L’Eau (2013), Mademoiselle Ricci L’Eau (2013), La Tentation de Nina (2014), Les Délices de Nina (2015), Moet ik hierom treuren? Tja, kweenie hoor, echnie. Toen ik vorig jaar in de Brusselse abri’s de campagne van L’Extase zag, kon mijn neus in ieder geval een gaap niet onderdrukken. Laat maar. Want een van de meest platte parfumverleidingstechnieken – maar dan wel zoals we het gewend zijn van de luxe-industrie zeer bevallig gebracht – wordt weer eens in stelling gebracht: L’Extase een parfum dat je seksuele fantasieën vrijmaakt (las ik ergens op internet).
Smaakvol, maar in alle opzichten inwissel- en voorspelbaar: het model, haar blik, de campagne, de flacon en de inhoud. Of vergis ik me nu: ‘Een parfum gecreëerd voor de sensuele vrouw die vrijgevochten, vastberaden en mysterieus is. Deze creatie weerspiegelt de droom van een vrouw die zich verzoend heeft met haar meest secret desires. Deze vrouw straalt sensualiteit uit met elke vezel in haar lichaam. Vrouw zijn. Hier en nu’. Laat ze het niet horen, maar L’Extase kan net zo goed afkomstig zijn van Esteé Lauder. Of Lancôme. Ook goed. Of van wie niet eigenlijk in de masstige-sector?
WAT L’EXTASE IK EIGENLIJK?
Dat werd me vandaag op een andere manier bevestigd in Brussel. Ik zag een foto in de etalage van een Planet Perfume-winkel, en dacht: ‘Toch maar proberen’. Ik naar binnen. De beauty-advisor spoot de geur op een blotter. We begonnen te praten. Ik zei dat ik de compositie wel erg in lijn vond met al die andere lichtgepoederde gourmandgeuren. Ze beaamde het en zei dat ze deze geur even gemakkelijk onder een naam van de concurrent kon verkopen als het moest.
En wat nu zo jammer is: van Francis Kurkdjian verwacht ik iets meer. Maar net zoals bij ‘zijn’ My Burberry (2015) ontbreekt ook in L’Extase een originele noot die het accent net even verschuift en waardoor je denkt: ‘Leuk’. Of: ‘Grappig’. Of: ‘Hé, wat origineel!’. Niets daarvan. Gewoon dertien in een dozijn. Als hij hier langer dan een uur mee bezig is geweest… Nou vooruit, de geur kent geen klassieke citrusopening. Hiervoor in de plaats de prikkelende, energieke geur van roze peper. Gevolgd door een onbestemd hart van witte bloemen. Niet dat je de jasmijn, de roos – er is sprake van een ‘Presque Rose’, een ‘bijna-roos’ dus – en oranjebloesem er uit pikt: het is meer een idee van bloemtonen. Benzoïne (uit Siam natuurlijk) in combinatie met een behoorlijk vanillegezoete ambernoot zorgt voor het gourmand-effect. Musk voor het poedereffect. Cederhout voor een zekere ‘houtvast’. Ik moest vooral denken aan Bulgari’s Omnia Crystalline (2013) en aan Valentino’s Valentina (2011) en natuurlijk aan Lancôme’s La Vie est belle (2012).
Ter ‘compensatie’ gaf de beauty-advisor me de eerste variatie ter beoordeling: L’Extase Caresse de Roses (2016). Wordt geclassificeerd als Eau de Parfum Légère. Merkwaardig: waarom zo moeilijk/interessant doen, is toch gewoon een eau de toilette ‘die je draagt als een uniek en erotisch juweel’ die een lichte interpretatie is van inderdaad. L’Extase wordt hierin gestreeld door een duidelijke waarneembaar boeket waarin de roos – gechaperonneerd door pioenroos en viooltje – het meest voor het zeggen heeft. En met een duidelijk accent van witte musk (fris, clean, katoen) in de basis. Gemaakt door Francis Kurkdjian toen hij na een uur klaar was met L’Extase volgens mij. Laat hij het niet horen.
Wil je echt dat je in extase raakt van L’Extase, dan stel ik voor dat je de geur een basis, een lekkere stoot geeft met de door Kurkdjian voor zijn eigen maison gemaakte Absolue pour le Soir (2010). Nog even over de flacon: een clutch. In Frankrijk een minaudière genoemd. In de jaren dertig van de vorige eeuw bedacht, naar wordt beweerd, door Charles Arpels van Van Cleef & Arpels. Het woord is afgeleid van minaudier wat bekakt, aanstellerig, dikdoenerig, gekunsteld, geaffecteerd betekent. En deze tongue-in-cheek, deze typische Franse ‘zelfspot’/elegant fun vind ik leuk.
Terzijde, en laat ‘Nina’ het niet horen, maar de campagne lijkt verdomdbestwelveeleigenlijk op Nina Ricci’s Premier Jour (2001). Of vergis ik me nu?


Net zoals je eerst met een aantal verschillende geuren (en de daaruit voortvloeiende ervaringen) kennis gemaakt moet hebben om de ware te vinden (en het daaruit voortvloeiende eigen, persoonlijke smaakbesef), moet je ook een aantal mannen verslijten, voor de one & only, je ideaal zich aandient. Net op het moment dat je alle hoop al had laten varen en je gelukkig geen genoegen hoeft te nemen met Jan Modaal. Echt makkelijk is het niet voor vrouwen: zie hun ‘ha-ha-ha-had-je-maar’-hordenloop bij de cologne-versie van vorig jaar.
Het geheim van deze intense versie: volgens mij dat de amandel een halt is toegezegd – ‘En nou effe dimme! Begrepe?’ Die speelt niet de hoofdrol maar werkt samen met 1: de roos, 2: leer, 3: wierook, 4: sandelhout en 5: vanille. En dat allemaal in de juiste proporties. Dat wil zeggen na de klassieke frisse Guerlainopening: een zuivere bergamot die al een beetje van wat komen gaat in zich draagt, ruik je een bitterzoete amandelnoot (ik gok op een combi heliotroop, kruidige noten en vanille) waarvan de gourmand-platheid wordt onderdrukt door roos – geeft de amandel een helderheid, lucht zonder echt bloemig te worden.
Jeu D’amour L’élixir trekt zich hier weinig van aan, en dat mogen we alleen maar waarderen. Deze tuberoos is niet zo drop dead-gevaarlijk als Robert Piguets 
Hè, hè, eindelijk weer een Dior-parfum dat recht doet aan de reputatie van het huis. ‘Eindelijk’ en ‘weer’ is natuurlijk betrekkelijk: maar na
Montauroux vormt met zeven andere dorpen – Callian, Mons, Seillans, Fayence, Saint-Paul-en-Forêt, Bagnols-en-Forêt en Tourrettes – het zogenaamde Pays de Fayence gelegen in de regio Grasse: ‘Een gebied tussen meren en bergen en’ – aldus Dior – ‘door een weelderige natuur omgeven, alom geprezen vanwege – onder andere – zijn bloementeelt voor de parfumindustrie’.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Ik was best wel verbaasd toen L’Eau d’Issey pour Homme Eau Fraîche bij mij thuis werd afgeleverd. Ik bedoel: deze klassieker staat hoewel voorzien van een kruidig en houtachtig fond toch bekend als ode aan de kracht van water. Moet het frisser? Kan het nog frisser?
‘Grappig’: terwijl Issey Miyyake de pure vetiver in de basis van Eau Fraîche als ‘een overheerlijke echo van het origineel’ ziet, heb ik dat meer met de kruidigheid. En dan met name de wrang-groene noten van bittere kruiden zoals kardemon, salie en dragon.
Geur en herinnering: een populair gespreksonderwerp. Met een ergens toevallig opgesnoven ‘fragrance-flits’ kan een geheel vergeten wereld in gedachten naar boven komen. For good and… for worse. Dat laatste wordt nog al eens vergeten. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn: geur en herinnering kan ook geassocieerd worden met ervaringen niet zo fijn.
Met andere woorden: een elegante-klassieke compositie die naast het ‘zon-effect’ meer geeft. Ik geniet hoe de top, het hart en de basis zich vrijgeven. Zo lekker ‘aangenaam klassiek’.
Jane Birkin had al haar tas – dé Hermès’ Birkin Bag; een uitvergrote versie van de Kelly-tas – maar nog niet haar geur. Ach, gossie. Even Hermès misschien nog een keer bellen? Niet dus. Ze moest wachten tot het moment dat ze Lyn Harris ontmoette. Tot 2006 konden alleen mensen die erg intiem met Birky (moi?) waren ervan genieten, daarna ging de geur in de brede verkoop onder de naam l’Air de Rien. Dit lees ik op de site van Milller Harris: ‘Challenging the conventional, Jane sought to evoke the nostalgia of dusty libraries and old books. Lyn masterfully conjures this essence with rich notes of oak moss, Tunisian neroli, sweet musk, amber and vanilla. As indefinable as it is alluring, l’Air de Rien captures the essence of Jane’s inimitable style’.
Interessant: l’Air de Rien is vanaf het ‘iedereen-kan-ervan-genieten’-moment un succès fou en geleidelijk aan een moderne klassieker geworden. Logisch. De naam is natuurlijk een understatement pur sang én een trucje voor het oproepen van een voorspelbare verbazing: l’Air de Rien betekent letterlijk vertaald de Schijn van Niets. Maar beoogt natuurlijk het tegenovergestelde: het is alles! Voor mij blijft de geur zeer aangenaam tussen beide hangen. Want deze schijnbaar, nietszeggende en eenvoudige compositie heeft een waarlijk wonderlijke diepgang.
En die is dus, dus, dus niet, niet, niet fris crisp en cologne-knetterend maar eerder beetje viezig – de indolen van de neroli/oranjebloesem gaan mooi hun gang met de ambernoten. Ik moet niet aan oude huizen denken. Eerder aan een ongewassen lichaam, beetje bezweet ter ‘maskering’ besprenkeld met talkpoeder in plaats van afgedroogd met een schone handdoek. Je moet eigenlijk onder de douche maar vindt het eigenlijk wel lekker zo.
Bij een coutureroos kan ik alleen maar denken aan liefdevol handwerk: een roos die dus wordt uitverkoren om glans te geven aan een parfum wordt met de hand verzorgd, gevoed en van water voorzien, met de hand geplukt, met de hand gedestilleerd tot een parfum dat met de hand wordt gegoten in een mondgeblazen flacon.
Eerst in de vorm van pioenroos – zacht en zoet – om daarna ruim baan te geven aan een ‘rozennectar’. Waarvan de fris- en helderheid wordt ondersteund door jasmijn. Houdt lang aan voor de basis zich meldt van vanille en karamel (verantwoordelijk voor een licht gourmand-accent) en een mix van ‘weelderig’ hout: patchoeli en cederhout. In plaats van weelderig kun je beter spreken van zacht en licht hout gezien de bloemenfactor present blijft.
Wat een lekkere naam Love in Idleness. Prikkelt je fantasie, tickles your fancy – Shakespeare ging me voor – en die bij ‘wikipedia-en’ een van de bijnamen blijkt te zijn van een viooltjessoort – Viola tricolor – die in Europa (oorspronkelijke habitat) en inmiddels ook in de Verenigde Staten veelvuldig in het wild voorkomt.
Hoewel in deze geur geen enkele viooltje inzit, heeft het een conforme zoetheid die nog eens wordt ‘onderstreept’ door het feit dat het de mannelijke pendant is van Violette de Madame (1901). Guerlain zat toen trouwens diep in de pastelsferen die het viooltje oproept – ruik maar eens aan de goddelijke klasssiekers Après l’Ondée (1906) en L’Heure Bleue (1912).