PARIS… JE VAIS DÉTESTER PRESQUE LE PARFUM
HET IDEALE PARFUMMUSEUM MOET EIGENLIJK REUK- EN GEURVRIJ ZIJN
Ik was een paar dagen in Parijs met een collega/vriend/coördinator en dit keer waren alle afspraken parfumgerelateerd. Op het hoofdmenu stond (Maison) Francis Kurkdjian. Zit zo: hij is een vriend/collega van me (ontmoet in 2002 toen hij naar Amsterdam kwam om ‘zijn’ Mania for Men van Giorgio Armani toe te lichten) die we ‘moesten’ interviewen voor een Engelstalige learning magazine/glossy die ik sinds een paar jaar aanstuur voor Coty New York voor parfumeriepersoneel van de vijf grootste ketens in de VS.

En aangezien Coty sinds kort Burberry van Beauty Prestige International heeft overgenomen én aangezien Francis verantwoordelijk is voor de laatste Burberry’s (My Burberry, Mr Burberry, My Burberry Blush) én ook tekende voor de nichelijn – Burberry Bespoke – van het luxe label, leek een lange interviewsessie en ‘a day in the life of a nose’ gecombineerd met een lunch, een diner, een wandeling door Parijs, een bezoek aan zijn winkel én een fotoshoot op straat en op zijn kantoor niet meer dan gewoon. Waarover later meer.
Verder op het programma: bezoek aan de grote warenhuizen en het zien en ruiken van nieuwe concepten. Waarover later meer. Nou vooruit één detail: de nieuwe Serge Lutens – Jezus, wat is zijn nichelijn allemachtigabsurdpokkeduur! – heet Dent du Lait. Vertaald: melktand. Het geeft voor mij perfect de huidige staat van nicheparfumland weer: doorgeschoten, decadent en het elkaar overtoepen in ‘aparte invalshoeken’. ‘Mais, écoute Erique, het petite bébéétje uit Lutens’ campagne is zo skattig, si drole’. Zal wel. Even goed kijken, en dan zie je dat het niet zo is, kun je het zelfs als neo-koloniale styling typeren. Nog een keer kijken.
Plus: een ravissante ontmoeting met de conservator van de Osmothèque in Versailles. Ook later. Nu: een impressie van het vorig jaar geopende Le Grand Musée du Parfum gevestigd in de voormalige couturesalon van Christian Lacroix – 73 Rue du Faubourg Saint Honoré. In vergelijk met de überdrukke en het über-über-aanbod van Galeries Lafayette en Printemps bijna een verademing. Want daar werd ik bijna onpasselijk en depressief van de parfumafdeling en de manier waarop al dit moois wordt gepresenteerd: te protserig, te blingbling, te massaal. De weg ernaar toe was al niet prettig, niet amusant. Want de luxemerken overschreeuwen en -schaduwen elkaar steeds meer in het eerste arrondissement met hun ‘fysieke’ aanwezigheid (winkels) en visuele aandachttrekkerij op billboards, enorme reclamedoeken (waarachter gewerkt wordt aan nieuwe winkels van de grote merken) en kleinere ‘uitingen’.
Zoals nu: Hermès, Louis Vuitton, Guerlain en Chanel strooien rond met, eigenen zich allerlei algemene bekende Franse symbolen en ‘jaartallen’ toe waardoor het lijkt alsof zij de echte geschiedenis hebben geschreven in plaats van er een klein onderdeel van te zijn. Neem de symboliek van de Zonnekoning Lodewijk XIV die voor het gemak met zijn Versaillespaleis vaak als het summum van Franse stijl en verfijning wordt gezien. ‘Zijn’ gezicht (de zon) met gouden stralen werd eerst door Guerlain en nu door Louis Vuitton als ‘kenteken’ gebruikt. En hoe! De voor- en zijkant van de winkel op de hoek van Place Vendôme/Faubourg Saint Honoré (naast een Guerlainboetiek) wordt er mee gesierd. Mooi? Ja en nee. Want is deze chique interpretatie van visuele wandvervuiling nu echt nodig? Het is gewoon té present. Je zou bijna denken dat het een museum betreft gezien tien uur ‘s ochtends al mensen in de rij staan om binnen te ‘mogen’. Terzijde: heft de gemeente Parijs eigenlijk precariobelasting?
Bij het parfummuseum liepen we gewoon naar binnen (€ 14,00 entrée). Ik had al wat recensies en impressies voorbij zien komen, maar die waren in het kader van de citypromotion en lifestylenieuws alleen maar – vanzelfsprekend – positief. Net officieel geopend waren er nu toch al fouten te zien. Buiten: rafelend stucwerk, gebroken stenen plinten, door overbelasting doorgezakte vloerrasters.
Ik was ambigu – when in Paris, do as the Parisians do, parle français – gestemd. Van de ene kant hoop je op een musée dat aan alle eisen voldoet. Dus een evenwichtige combinatie van kennisspreiding, entertainment, artisticiteit en ‘alsutffkan’ verwondering, merveille. Van de andere kant ook weer niet: heb ik niets meer om over te klagen en zou zo gedwongen zijn mijn neus aan de wilgen te hangen. Wat trof ik het: zoveel om vraagtekens bij te zetten. Ja, de eerste indruk is of zal voor velen indrukwekkend zijn – ‘grand’. Je kunt zien: het heeft wat gekost.
Alleen: zoveel ruimte en dan alles zo onlogisch en petit ingedeeld. Tegenwoordig moet alles interactief zijn, moet je dutch design ogend zijn, moet er iets met kunst gedaan worden, moet je gagdet-achtige installaties hebben. Is er allemaal, alleen de meeste werkten niet, zijn al beschadigd. Uitvergrote ‘Pierre Cardin’-seventiesbloemen die aroma’s verspreiden die je moet raden. Ja, ontzettend leuk voor de kinderen – petites et grandes! Maar dat kennen we nu wel. De geschiedenis van het parfum verspreid over een aantal her en der verspreide borden is chronologisch en dus saai. Waarom per zaal niet voor één thema gekozen. Ruimte genoeg, die op de begane grond grotendeels wordt opgeëist – afgezien van een zaal met een slaapverwekkende jaren tachtig presentatie van moderne parfumsuccessen – door een enorme winkel waaruit het aanbod totaal geen idee/concept/gedachte valt op te maken en die niet echt verschilt van Lafayette en Printemps.
Met dit verschil: het is er minder hectisch, minder per merk streng afgebakend en je wordt niet lastiggevallen door rond spuitend verkooppersoneel. Op weg naar de tweede etage via de trap waar aan de muur vitrines hangen met steeds hetzelfde saaie flesje met de naam van het museum erop. Hoe leuk is dat: elke vitrine vintage fashionable aangekleed met klassiekers en opvallende nieuwkomers. Ik bedoel: als er één industrie is die echt alles uit de kast haalt om zijn waar zo gunstig mogelijk te belichten – Dior huurt zelfs als het moet de Spiegelzaal van Versailles – dan is het de parfumindustrie. Zoveel moois in de archieven waarvan je dus nauwelijks iets te zien krijgt.
De tweede verdieping is dus gevuld met arty-farty installaties. Eén toont video’s van een ontploffend klassiek bloemenboeket (moet gezegd: mooi gedaan) alleen ben ik niet achter de bedoeling gekomen. In een andere kamer een moderne variatie op het parfumorgel: een laserlicht die in het donker de ingrediënten aanwijst. Alleen waarom deze interessantdoenerij? Voegt niets toe, duidt de wereld achter het parfum niet.
Dan nog twee kamers met kunstwerken verdeeld over vier tafels geïnspireerd op ingrediënten met – toen ik er was – op de achtergrond ondertitelde video’s met de neuzen Jean Claude Ellena en Patricia de Nicolai. Alleen onduidelijk in welk kader ze aan het woord waren. Op dezelfde verdieping nog een gesloten parfumbar voor intieme happenings I suppose. En nog een kamer met nog iets dat ik inmiddels ben vergeten door de groeiende desinteresse. Voor ik het wist liep ik ongehinderd door naar de niet gebruikte derde verdieping. Helemaal leeg met hier en daar wat rommel, een verdwaalde stoel, een vergeten tafel – symbolisch voor de hele invulling van het museum.

Ik ben natuurlijk geen gemiddelde bezoeker – die komen vast en zeker en masse, en zullen surement heel blij zijn – herkenning, bevestiging. Maar wat parfum nog meer vermag, wat het met je kan doen, ofwel de psychologie van geur. Zoals de bewuste en onbewuste wel of niet bewust aangestuurde invloed ervan op ons. Niets daarvan. Ook geen aandacht voor de impact die de productie van natuurlijke ingrediënten op de aarde heeft (verplichte kost in het huidige tijdsgewricht zou je denken) en op de verbouwers (‘respect, sustain, we care’), de voor- en nadelen van synthetische ingrediënten. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd raak: een parfummuseum zou eigenlijk geurvrij moeten zijn.
Je zult begrijpen dat ik hierna geen zin meer had in de bijna intimiderende Dior-expositie ‘iets’ verderop in het Musée des Arts Décoratifs. Twee keer op een dag het gevoel te krijgen dat je niet als (meer dan gemiddelde) liefhebber maar puur als paying consument (‘Nog even een geurtje in de winkel kopen als herinnering hoor’) wordt benaderd – nee dank u.
Parfum heeft al lang zijn onschuldige charme verloren, I know, niet erg. Maar zo platterdeplatplat als het nu is ontneemt je wel de lol. Het eerste arrondissement van Parijs is verworden tot een grote openlucht luxe shoppingmal met kunst, cultuur en geschiedenis als excuus, ter decoratie. En dan durven de merken het ook nog over storytelling te hebben. Hoeveel uit de marketingkoker getrokken ‘nepverhalen’ kun je als consument nog aan? Dior voegde onlangs aan La Collection Privée-lijn, vier, vijf, zes, weetikhoeveel nieuwe creaties toe. Wat zou toch de rode draad in deze bijzondere ‘narratieven’ zijn? Toch niet…


Ik was los van haar acteerprestaties – men neme Una Giornata Particolare, men neme A Countess from Hong Kong, men neme Two Women – al verliefd op haar vanwege het beste celeb-kookboek ooit uitgegeven: In Cucina con Amore. Op de cover blijkt de filmgodin ook nog een keukenpriesteres van een hogere orde: Sophia Loren. Haar knappe koppie geflankeerd door twee über-übersized pollepels. En het allerleukste: gefotografeerd con umorisimo! Als je je zo laat schieten dan moet je gevoel voor humor hebben. Iets wat je van de huidige generatie celebs niet kunt beweren. Ze tonen het in ieder geval nauwelijks in het openbaar – lachen maakt rimpels zichtbaar, breekt hun sterrenstatus.
Deze clip loopt ‘grappigerwijs’ parallel met de glitz & glamour van de tv-soap Dynasty (eerste uitzending 1981) waarvan de hoofdrolspelers ‘in hun rol als’ in 1984 hun acteursnamen verbonden aan een geur: Forever Krystle (‘The love that lives forever’), Carrington (‘The essence of a man’) vijf jaar later gevolgd door Joan Collins’ Spectacular – de naam zei genoeg een slogan was dus overbodig.
Ik behandel dit nieuwe concept van The Bodyshop om een aantal redenen. De allerbelangrijkste: om te tonen hoe marketing een merk dood kan slaan. En wel door de promotionele tekst. Daar word ik zo ontzettend moe van omdat het volstaat met ‘onwaarheden’ – alternative facts – gecombineerd met de ‘markteting madness’ van veronderstelde influential labels om ‘de wereld’ kost wat kost in hun dwingende make believe-mal te persen. Niet erg, maar als je het doet, doe het dan goed. Zoals Helena Rubinstein ooit zei: ‘Mensen zijn niet geïnteresseerd in de waarheid wel in een goed verhaal’.
En wat geruststellend: ‘Door middel van een geavanceerde technologie worden de essenties van deze bijzondere gewassen onttrokken, zonder ze hierbij te beschadigen. Daarna leven ze weer verder net zo wild zoals Moeder Natuur het bedoeld heeft’. Da’s nobel, maar de widdringtonia (aromatische cederboom), nigritella (rode vanille-orchidee), bowhanti-bloem (van de wacapou-boom), kahaia-bloem en swietena (‘mahonie-bloem’) zijn niet echt gewassen. Dan denk je toch eerder aan aardappelen, andijvie.
Maar het gaat natuurlijk om de geuren. Ik kreeg er een toegestuurd: Widdringtonia. Dat is dan wel weer leuk: één commerciële ‘parfumwet’ wordt hier niet gehanteerd: gebruik namen die iedereen die begrijpt en probleemloos kan uitspreken. ‘Mag ik van u Widre, uh Widderi, Widderah, hoe het die nou ook al weer – net nieuw – ruiken?’
Het spijt Geurengoeroe te moeten mededelen voor allen die er zo in geloven: La Parisienne bestaat niet, La Parisienne is een wishful thinking. Met dit keiharde feit ben ik in ieder geval al vroeg geconfronteerd. ‘Zestien lentes jong’ lifte ik met een vriend naar Zuid-Frankrijk. Parijs als tussenstop, want dat moest ik zien – absolument. Als petit gars had ik al een bovengemiddelde belangstelling voor goot et les choses die het leven ‘embelliseren’ in vergelijk met mijn drie broers en drie zusters. Dus ook voor la mode. In mijn gedachten kleedde elke Parisienne – in ieder geval in het eerste arrondissement – zich volgens ‘les derniers cris’ met chic-flair geklede en trots kraaiende Parijse haantjes aan hun zijde. Immens was de teleurstelling toen we métro Place de la Concorde uitstapten: geen enkele vrouw kwam in aanmerking. Wel af en toe een paar exemplaren van die ‘andere’ Parisienne: oud, ineengekrompen, make-upproof, iets voorovergebogen totaal gekleed in zwart – denk Edith Piaf. Volks, maar op een bepaalde manier toch smaakvol, in ieder geval niet storend, in ieder geval in vergelijk met nu.
Hoe komt het dan toch dat La Parisienne een begrip, een ideaal is geworden? En dat wereldwijd. Het staat sinds een paar decennia voor een combinatie van een über-knappe vrouw met duidelijke, maar subtiel verpakte sloeri-appeal die geloofd in zonovergoten romantiek, dag in dat uit in een roze wolk leeft en om de zoveel minuten een kus wil of wil geven. Dan heb je het over de Parisienne die vooral door Franse regisseurs tot leven werd gebracht. Men neme ‘dom blondje’ Brigit Bardot, haar ravissante meer ‘intello’ landgenote Jeanne Moreau en de very koel-afstandige bloedige Catherine Deneuve (alle drie te zien op de expositie in The Grand).
Er is één vrouw die ‘door de jaren heen’ la Parisienne op al deze manieren honderden keren heeft uitgebeeld. Bij het horen van haar voornaam weet je wie er wordt bedoeld: Kate Moss. Misschien zie je haar ook terug in de rondreizende en de gratis tentoonstelling die aan la Parisienne is gewijd die na Parijs en Londen Amsterdam aandoet en waarmee Sofitel tot uitdrukking brengt waarvoor de hotelketen staat – de Franse elegantie.
Zweetvoeten… je moet ervan houden. Meer mensen dan je vermoedt by the way. Ik dacht altijd dat het een kwestie was van te weinig ventilatie in je schoeisel – en dat betekent vaak schoeisel van povere kwaliteit in combinatie met te dikke sokken waarin/waarop je te lang hebt rondgelopen. Koop je kwaliteit dan heb je daar nauwelijks last van – goede schoenen ademen namelijk. En dat op steeds ingenieuzere wijze. Er zijn zelfs merken die zich erop laten voorstaan – zoals Geox. En voor de betere sportmerken – Nike, Adidas, Puma – is het inmiddels ook vanzelfsprekend.
Hangt er natuurlijk wel vanaf wélke handschoenen. Ik dacht niet aan die tegen de kou, maar wel aan ‘gants’ die vrouwen ooit droegen als accessoire bij bezoek aan theater en opera. Zoals op het portret hiernaast van Mademoiselle Caroline Rivière geschilderd door Jean Auguste Dominique Ingres in 1806 (te bewonderen in het Louvre). Is een beetje uit de mode geraakt, maar gaat – mark my words – weer een ‘must wear’ worden; must be a must wear! Ze zijn meestal- ach gossie – gemaakt van het dunste hertenleer. Denk Bambi.

Vreemd maar waar: op een ander gebied is er sprake van een merkwaardige positieve seksediscriminatie waar ze blijkbaar geen moeite mee heeft omdat ze vrouw is. Sterker, ze doet het met liefde. Gebeurt in de parfumerie en drogisterij. Recent onderzoek – de Volkskrant berichtte er deze week ook over – door de New York City Department of Consumer Affairs toont namelijk aan dat vrouwen meer betalen in deze winkels dan mannen in 42 procent van de onderzochte producten.
Opvallend: grote parfummerken weigeren hierop te reageren volgens CNN-reportage die ook onlangs aan dit onderwerp aandacht besteedde. Dior, Lancôme, Giorgio Armani. Vreemd, terwijl veel van deze parfumlabels so verdomde ontzettend committed zijn met ‘women’s issues’ – emancipatie, gender equality, ondersteunen van minderbedeelde lotgenotes in derdewereldlanden en meer van dit soort hartverwarmende initiatieven.

Daarnaast is er een andere trend in nicheland: ‘de verbouwing’. Dat betekent meestal een upgrading van een merk. Het doel: meer veronderstelde verfijning, een veronderstelde rijkere uitstraling. To name a few in alfabetische volgorde: Christian Dior, Dyptique, L’Artisan Parfumeur, Mona di Orio, Parfum d’Empire, Profumo di Forte. Dat betekent dus in negen van de tien gevallen dat de prijs mee de lucht ingaat. Nadeel voor de verkopende partij: de oude versies mogen zelden in de aanbiedingenbank. Doe je dat toch dan wordt vaak met advocaten of het beëindigen van het contract gedreigd. Hoe leg je dit aan je klant uit?

Bestaat toeval? In mijn behoefte aan een andere interpretatie van het vermaledijde story telling in de parfumerie en lifestylekringen, stuitte ik tijdens een avondje Wikipediaën – hobby van me: tik een naam in die je interesseert en kijk waar je drie uur later terechtkomt – op Liberace. Zoals bekend verondersteld: een van de meest flamboyante entertainers die de wereld ooit heeft gekend. Volgens mij is Lady Gaga zijn geestelijk – uitgedaagde – kleinkind, maar dat is een ander verhaal.
Was ik dus onlangs bij
Maar dit gezever van mijn kant kan ook een luchtweerspiegeling zijn in mijn gedachten. Zie ik het verkeerd? Ja, het is waar, ik moet oppassen dat ik niet cynisch word. Niet makkelijk als je een persbericht te lezen krijgt waarin staat vermeld dat de nieuwe geur is bestemd ‘voor de vrouw die niet bang is om haar vrouwelijke en sensuele kant te tonen’. Cliché van het zuiverste water.
Wat vond ze ervan? Lekker fris en pittig in de opening. Maar het was vooral de zacht-bloemige noot die haar beviel. En het allerlekkerste: het idee dat Bottega Veneta’s eerste geur erin viel te bespeuren. There you have de compositie in a nutshell.