PARFUMBLOGGEN IS VERLEDEN TIJD?
‘SMELLODIE’ IS DE TOEKOMST (IN DE CINEMA)?
Laatst aangepast: 13/09/16
De snel veranderde internetregels stelt bloggers voor een probleem. Of niet? En: parfum spreidt zijn vleugels uit en bezoekt oorden waar je het niet op de eerste plaats verwacht.
Geurengoeroe heeft een bloggerprobleem. Hij is niet de enige. Wat wil: schrijven is ‘not’. filmpje, vlogje maken is ‘hot’. Zei onlangs de oprichter van Facebook himself via een… videomessage. Mensen hebben geen zin meer in ellenlange fijngeslepen en fijn geschreven bloggersuitwijdingen over het hoe en waarom. In zijn geval geur. ‘Zal wel’ denken de meesten. Je kunt het ook verwoorden in een clip van een, twee of drie minuten. Gebeurt natuurlijk al: duizenden plaatsen hun geurrecensies – die weliswaar vaak te lang door dralen – op internet via Youtube en andere kanalen. De meesten blijven steken in platitudes en/of van über-enthousiasme overlopende lofuitingen die garanderen dat ‘de merken’ geuren ‘ter beoordeling’ blijven toesturen.
Slechts enkele becommentariëren met kunde en vakmanschap. Alleen autoriteit en specialisme van de eerste generatie bloggers met een gids- en duidingsinvalshoek (op welk gebied dan ook) doen er steeds minder toe. Who cares? Het moet gezellig blijven. Conclusie: bloggers maken steeds meer pas op de plaats voor influencers. Is dit erg? Nee. Eerder een logische ontwikkeling van het toenemende gebruikersgemak van internet. Nu alleen de vraag: hoe pas je je aan in deze nieuwe situatie? Geurengoeroe denkt daar al een tijdje over na, is aan het oefenen geslagen met fragrance-filmpjes, maar is nog niet tevreden met het resultaat. Wordt vervolgd. Voor het zover is, korte geurbeschrijvingen en – hij kan het niet laten – langdradige onderwerpen die het begrip geur verder trekken, zoals vorige week aangekondigd.
Zoals: film & fragrance. Als hij het had geweten, en zijn agenda beter had gepland dan was Geurengoeroe nu in Berlijn. Daar wordt geëxperimenteerd – in de vorm van een festival – met onder andere films waarbij geuren op de achtergrond het verhaal sturen. Doel: de totaalbelevenis groter maken. Met andere woorden ‘story telling’ die het zintuig reuk actief betrekt bij de zintuigen gehoor en zicht. Andere onderdelen: Wolfgang Georgsdorf, uitvinder van het elektronische geurorgel Smeller 2.0, geeft première van geurcomposities die solo of in combinatie geluid, muziek, film en literatuur de bezoekers een geheel nieuw artistieke ervaring bezorgen.
Hiermee lijkt het door Richard Wagner in gang gezette ‘Gesamtkunstwerk’ – begin 19de eeuw vervolmaakt door de Russische componist Alexander Nikolayevich Scriabin – pas echt ‘totaal’ te zijn geworden. En geluidskunstenaar Carl Stone – beter bekend als ‘the king of sampling’ – geeft een live performance van elektro-akoestische-geurcomposities.
Helemaal nieuw is het niet trouwens, film en geur. Bij het kopen van de ticket voor de megazwarte komedie Polyester (1981), kregen bezoekers een scentstrip als gimmick mee – genaamd Odoroma – met verschillende geuren – die bij het op het doek aangekondigde momenten – gescratched moesten worden. Hier was het vooral de meligheid die de boventoon voerde; de odeurs die je onderging stonden haaks op wat de gemiddelde filmfan zich erbij voorstelde. Geen bloemetjes en bijtjes, wel de aroma’s ‘geëxtraheerd’ uit de beerputten van onze maatschappij.
En iets van een andere orde: in 2009 werd in het Guggenheim Museum de eerste ScentOpera uitgevoerd. Geconcipieerd door Stewart Matthew die hiervoor samenwerkte met de componisten Nico Muhly en Valgeir Sigurdsson, en de neus Christophe Laudamiel. Werd onder meer gesponsored door Thierry Mugler Parfums voor wie Laudamiel in 2006 Le Parfum Secret samenstelde. Vijftien geuren geïnspireerd op de teleurstellende (vindt Geurengoeroe) verfilming – ging dat jaar in première – van Patrick Süskinds Das Parfum.
Eén van de films die tijdens het Berlijnse Osmodram Festival begeleid worden door een ‘smellodie’ is Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht. Daar komt veel bij kijken zoals blijkt: de Smeller 2.0 weegt 1,6 ton, heeft 64 geurkanalen die door gestuurde ventilatie geuren in de bioscoop verspreiden. De neus van deze smellodie is Geza Schoen van Escentric Molecules.
Geurengoeroe is benieuwd, alleen vraagt hij zich af of de aanhoudende ‘verparfumering van de wereld’ wel zo nodig is. Zo gebeurt het steeds vaker dat tentoonstellingen in musea worden opgefleurd worden met geuren. Was het tot voor kort gewoon dat kunstwerken zo neutraal mogelijk werden gepresenteerd – dus zo veel mogelijk gevrijwaard van geur en geluid zodat je je ongestoord kunt concentreren op de kunst – dat wordt nu in het kader van ‘totaalbeleving’ losgelaten. Zo biedt de MET (Metropolitan Museum of Art) in New York sinds een tijdje ‘multisensory booklets’ die zijn uitgevoerd met een ‘touch-activated’ geluiden en geuren. Het idee: de tijd ‘oproepen’ waarin de kunst werd gemaakt.
Geurengoeroe vraagt zich in deze ook af: geuren zijn ‘van alle tijden’. Stank is altijd hetzelfde geweest, prettige geuren ook. Wat ‘moet’ ik ruiken (wil ik het ruiken?) als ik in het Rijksmuseum kijk naar Het Melkmeisje van Johannes Vermeer? Melk, brood, het hout van de vloer, de gepleisterde muren? Het raam is dicht, dus de geur van stad is dus beperkt – isolatiemateriaal en dubbele beglazing was nog niet gebruikelijk. En stel dat je deze mogelijkheid bij elk kunstwerk wordt geboden? Verlaat je ‘geurgek’ het museum. Wat interessanter is: een parfumeur die zich laat inspireren door een kunstwerk, zoals Spiros Drosopoulos van Baruti.
Zijn Melkmeisje (2014) opent het gesloten venster en laat je de sensaties en de verwachtingen die het voorjaar ‘tijdens onze Gouden Eeuw’ oproepen olfactorisch ervaren. Onverwacht en origineel, en geeft je de gelegenheid elke keer dit gevoel op te roepen – als je wilt (bij aankoop van de geur). Heel wat beter en ‘langhoudender’ dan al die prullaria-onzin die je in ‘shopping mall’ van het Rijksmuseum kunt kopen.


Terwijl steeds meer luxe merken nichelijnen lanceren – Elie Saab inmiddels ook, dus ik bedoel maar -, vraagt Geurengoeroe zich af of hierdoor de ketenparfumerie-geuren van diezelfde merken niet moeten ophouden te bestaan, of die eigenlijk nog een bestaansrecht hebben.
Ik vraag me wel eens af of beauty-advisors in de ketenparfumerie klanten, die niet onder de indruk zijn een nieuwe geur van hun favoriete merk, die doorverwijzen naar de boetiek van het desbetreffende merk of een niche-parfumerie? Toch een concurrent. Voor je het weet ben je die klant daardoor voorgoed kwijt.
Het gerucht gaat – al eerder vermeld – dat Ici Paris XL een mini-nicheketen aan het ontwikkelen is waarvan de geuren voornamelijk door The Estée Lauder Companies geleverd zullen worden. Kun je dus een parfumerie ruim mee vullen, met name nu deze perfume power player onlangs ook Frédéric Malle, Le Labo en By Kilian aan zijn portofolio heeft toegevoegd.

Oh jee, de parfumhandel en -wandel, krijgt de laatste jaren flinke tikken op zijn neus. Niet alleen van het heilige niche-geïnspireerde ‘boven’, maar ook van onder door die parfumpestkoppen die ‘zonder toestemming’ en ‘zo maar’ kopieën van populaire geuren op de markt dumpen. Zonder toestemming – voor zover ik het heb begrepen: je mag niet de flacon van een ‘echte’ geur gebruiken, wel de inhoud (zit vaak geen patent op).
Bijna scary. Ik bedoel maar: ‘Opium pour Homme, kom er maar eens om’. Door Yves Saint Laurent uit de roulatie genomen en ‘terecht gekomen’ bij Loris Perfume. Ik heb de geur niet meer – was lang fan -, maar wat ik voorgeschoteld kreeg rook exact zoals ik me deze warm-oosterse verfijning herinner.

Toen ik ongeveer vijftien jaar geleden na een vakantie uit Nieuw Zeeland terugkwam in het vaderland, werd ik ondanks mijn xxl-lengte niet direct herkend: was mijn baard (nee, niet de eerste maar laatste foto). Had ik een kwartaal laten staan. Neem daarbij de andere haren die ik op mijn hoofd welig had laten voort woekeren: ‘Hé baardaap, terug uit de rimboe?’
Daarnaast zie ik een duidelijke invloed van andere mannen wat ‘baardschap’ betreft. Maar hoe omschrijf je in deze verwarrende tijden ‘vrij en onverveerd’ deze bevolkingsgroep die gelooft dat Moehammad ibn ‘Abd Allah ibn ‘Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn ‘Abd Manaf al-Koeraisji (ca. 570 -632), the one and only profeet en boodschapper van God is. Deze mannen hebben sinds millennia een overdreven aandacht voor de baard gecultiveerd – als detail van hun niet onderhandelbare mannelijkheid. Vandaar in groei en in onderhoud letterlijk tot in de puntjes verzorgd. Geldt ook voor de daarboven trots prijkende snor – nu vaak gepommadeerd comme Hercule Poirot. Wat de hipster hier aan toevoegt: up to date styling. Casual ruig dus: tatoeages, stoere sieraden ter ondersteuning van een strak pak, skinny look of een zorgvuldig samengestelde urban nomad-outfit. Een voorbeeldig exemplaar: Menno de Koning winnaar van Nederland Bakt anno 2015.
Niets nieuws eigenlijk onder de horizon, want ‘bij de Arabieren’ – daar doelde ik zonet op – is deze barbershop-functie altijd levend gebleven. Daar is het vanzelfsprekend dat je gezicht tijdens een behandeling (knippen, trimmen en/of, scheren) in de watten (eigenlijk ‘vers’ gestoomde hete handdoeken) wordt gelegd. Vervolgens wordt je gezicht opgeschrikt met een pittige, schurende cologne – hoe heerlijk is dat? En dan ligt het in de lijn der commerciële verwachting dat je die als klant koopt. Ook hier: dat was ‘vroeger’ normaal. Mijn vaste Amsterdamse kapper – ‘Cor’ – die drie jaar geleden helaas zijn scharen en scheermessen aan de wilgen hing, had ook een mini-parfumerie in zijn etablissement.
Krijg net een verzoek via email of ik wil meestemmen voor de Gezelligte Winkel van Nederland-verkiezing. Nee. Ik hou helemaal niet van gezellige winkels. En wat moet je daar eigenlijk onder verstaan: het te weinig of te veel aan service, klantvriendelijkheid, sfeervolle inrichting?
Ik weet, niet helemaal representatief. En dat geldt natuurlijk ook voor de uitkomst van het geurgebruik van de klasgenoten van die diezelfde neef – die anoniemiteit wenst – nu voor mij heeft uitgevoerd. De respons was groot van de eindexamenklas van het vwo atheneum van het Gerrit van der Veen College in Amsterdam: van de 24 leerlingen vulden vijftien het enquêteformulier in (inclusief de mentor).
Abercrombie & Fitch Fierce (2 x)
Hugo Boss Red
Lolita Lempicka Lolita Lempicka
Naar aanleiding van mijn portret in Het Parool afgelopen week steeg het bezoek aan Geurengoeroe niet alleen significant, ook kreeg ik veel vragen van first viewers. Opmerkelijk veel: hoe zit dat nu eigenlijk met herformuleringen van geliefde geuren? De gedachte die ten grondslag lag aan deze verzoeken: ontgoocheling.
En dat alles in de naam van vooruitgang. Vooruitgang betekent hier: als nu veronderstelde ‘moeilijke’ klassiekers acceptabel maken voor een nieuwe generatie. Komt meestal neer op het niet zo nauw nemen met de oorspronkelijke partituur. Het excuus: nieuwe regelgeving.
Dat gold niet voor Laura Biagiotti, ooit. Ze werd behoorlijk serieus genomen. Waarom haar Roma (1988) in de wasmachine werd gestopt en daardoor is verworden tot slappe was? Welke marketingmiep bij P&G hiervoor verantwoordelijk is geweest?
Balmain, ook een kleine speler, maar zijn parfumglorie is er niet minder om. Voor het merk in 2004 door Christophe Decarnin ‘streetwise’ werd wakker gekust, werd dé klassieker Vent Vert (1945) al in 1990 opnieuw samengesteld. Niets mis mee. Hoewel ‘consumentvriendelijker’ in de zin van minder scherp, overweldigend, onoverkomelijk en ‘puur natuur’, rook je het dna van de geur. Ik heb twee flacons gekocht. Lees het goed: gekocht!











Maar begin dit jaar heeft hij weer het Abba-licht gezien na aankoop van het Abba-jubileumboek – het is veertig jaar geleden dat Abba het Eurovisiesongfestival won – en vertelde me van het bestaan van het Abba Museum in Stockholm. Hij wou daar heel graag naar toe. Hij had museumshop op internet al gezien en wist precies wat hij wou kopen. Zag het als een heilige missie. Zo gezegd, zo gedaan. Dus is hij onlangs op zijn eerste pop-pelgrimage gegaan onder strenggelovige, devote begeleiding van mij en zijn moeder.





Waarvan getuigen: Envol (1981), Création (1984), Fantasme (1992), maar daarna werd parfum ook ‘in naam van hem’ meer marketing dan inspiratie. Waarvan getuigen: ExciTed uit 2005 (voel je hem?), White Soul (2010), Black soul (2011). En waarom ook niet White Soul Gold & Diamonds (2013). En goh wat leuk en origineel: de meest recente geur Alcazar (2014) zit in een blik.
En dan, zoals bij zovele klassieke chypres en oriëntaalse geuren, leads kruidnagel the way. Maakt de klassieke bloemen – roos, jasmijn, iris – pittig, kruidig, warm, zwoel en lekker loom. Origineel voor die tijd: de toevoeging van honing die het geheel een zoete zweem geeft.