IRIS EN ROOS BADEND IN LICHT, BADEND IN LUX(E)
EN VERDER:
OPROEP TOT WEDERGEBOORTE VAN WARE LUXE
EAU DE VIE IN EEN GEUR
JOY & DIOR
190 ANS GUERLAIN
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 28/08/18
Neus: Marc-Antoine Corticchiato
Zie-ik-ut het geurgewijs ff niet meer zitten, overweeg ik olfactorische zelfmoord, dan rest mij slechts één remedie – afgezien van goed verkouden worden en/of een goed glas wijn: een parfum selecteren van een huis dat vrij van de lifestyle-waan van de dag, vrij van marketinggeleuter, vrij van storytelling-geprietpraat, vrij van maatschappelijke betrokkenheid gewoon doet wat het ‘moet’ doen: vanzelfsprekend vakmanschap bescheiden maar met autoriteit gepresenteerd. Kom daar nog maar eens om!
Ik doe waarschijnlijk merken te kort door die nu niet te kiezen. Het kan zijn dat ik van hun bestaan nog niet weet, het zijn kan dat ik juwelen over het hoofd zie van bekende leveranciers omdat die omringd zijn – als planeten pivoterend om een zon – door pure marketing gedreven geurgevalletjes.
Voorbeeld: ik ben zeer benieuwd naar de nieuwelingen van La Collection Privée uit 2017. Diorissima, Jardin des Anges, Lucky, Purple Oud, Rose Gipsy, Sakura, Santal Noir, Souffle de Soi, Thé Cachemire, Terra Bella. Maar Jezus, mag het ietsje minder? En, moet dit nu: als je al Diorissimo (1957) ‘hebt’ – toch gezien als een van de grootste parfumklassiekers – waarom dan Diorissima? Je haalt hiermee de status ervan en jezelf als merk omlaag. Vind ik.
Waarom geen Diorissime, Diorissimi, Diorissimu, Diorissimy? Waarom geen My Diorissimo, waarom niet Diorissi-tra-la-li-tra-la-la?
En: is dit nog niche? Ondertussen wetend dat Dior onlangs Dior Joy (2018) op de markt heeft gezet. Pardon? Joy (1935) is van Jean Patou en daar moet je met je parfumpoten vanaf blijven. Begrepe! En, pff, parfumpotjandorie houdt het dan nooit op, vorig jaar was er al J’adore in Joy.
Dus kwam ik uit op mijn licht in de duisternis: Parfum d’Empire. I love Marc-Antoine Corticchiato. Toeval of niet, Le Cri de la Lumière verbeeldt exact mijn onvrede. Oké, misschien een beetje een exaltatische naam, symbool staand voor het begin van iets nieuws, een oproep tot wedergeboorte.
Als je Corticchiato beter kent, dan weet je dat de naam in feite een omfloerste kritiek is op de huidige parfumpolitiek van Dior en al die anderen.
Wat Corticchiato wil: luxe terugbrengen naar zijn oorspronkelijke betekenis. Luxe ‘komt van’ het Latijnse lux. Ofwel, licht, licht brengen en in overdrachtelijke zin in combinatie met luxe: verfijning schenken. En dan niet in de vorm van more is better à la Dior (tien stuks!), maar less is more. Eén geur opgebouwd met een minimum aan ingrediënten samen subtiel een wereld vol rijkdom oproepend.

En verdomd hij heeft gelijk. Alleen zit de wereld op Corticchiato’s subtiliteit te wachten, gewend als die inmiddels is geraakt aan vergroving op plekken die ‘tot voor kort’ juist werden gekenmerkt door beleefde omgangsvormen, vrij van doorgeslagen spektakel?
Ook in de luxe-industrie vindt deze verruwing plaats – in de zin van te veel aanwezig, te veel bombarie, te opdringerig, te veel hoogdravendheid die – en dat is nu het jammere – daardoor de hoge verwachtingen niet kan inlossen. Je, ik althans, blijft vaak achter met een ‘is-dit-nu-alles’-gevoel.
Kun je dus ook linken aan geur. Een goed recent voorbeeld: de jubileumgeur van Guerlain genaamd 190 Ans. Blijkt ‘niet meer’ te zijn – nadat alle stof is neergedaald – dan de geur (enigszins aangepast) die tijdens het 180-jarig jubileum al werd geschonken in een lullige flacon aan journalisten (Geurengoeroe included, zelfs in tweevoud) en hele trouwe klanten. Nu voor de gelegenheid voor iedereen die wil in diverse concentraties: double absolue, absolue en eau de parfum. Respectievelijk verkrijgbaar in drie verschillende uitvoeringen. Mooi gedaan dat wel, vooral de allerduurste uitvoering, maar al eerder gebruikt en dus in feite een dubbele herhaling.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, en moet oppassen dat ik niet definitief in een negatieve spiraal richting het zwarte gat terechtkom. Maar dan, maar dan is er nog altijd oxycodon. Twee keer zo sterk als morfine. Deze werking heeft Le Cri de la Lumière in ieder geval niet, want zoals gezegd de geur is heel subtiel.
WAT LE CRI DE LA LUMIÈRE IK EIGENLIJK?
Ik heb het nooit in ambrette (foto) kunnen ontdekken: facetten van eau de vie. Ik heb er nooit iemand over horen bloggen, maar sinds deze omschrijving in het persbericht van Le Cri de la Lumière staat, kakelt men elkaar na. Voor mij heeft ambrette iets musk-achtig met vooral groen-aardse accenten met warm-humus nasleep (nu ook wel vegetaal/plantaardig genoemd). En dat ruik je dus verondersteld in de opening.
Ik onderga iets anders: eerst iets ‘vaag fris’- want heel even iets dat doet denken aan ‘hesperide’ overlopend in eau de vie. Laatste wordt volgens mij opgeroepen met een synthetisch waterachtig molecuul met fruittonen (denk paradisone, denk cascalone) dat mij doet denken – toeval of niet? – aan het heerlijke, bruisende wodka-champagne-akkoord opborrelend in de opening van Parfum d’Empire’s Ambre Russe (2007).
Vervolgens gebeurt er volgens mij dan dit: de geliefde kenmerken van iris – zowel droog-poederig, zowel aards-koud – fuseren elegant. De musk en de ambrette (samen goed voor een plantaardig-sensueel effect) omlijsten deze iriserende noot die door toevoeging van roos de compositie vervolmaken, ‘verbloemen’.
Zonder roos was de geur blijven steken in een al te bekende ‘solifleur’ iris.
En dan de afronding: die is nóg subtieler, want met nauwelijks waarneembaar blank hout. Duidelijk synthetisch maar in dit geval in het geheel gezien niet hinderlijk, eerder logisch. Als er echt sandelhout was gebruikt, was Le Cri de la Lumière te vol geworden. Als er echte patchoeli was gebruikt, was Le Cri de la Lumière te donker geworden. Als er echt cederhout was gebruikt, was Le Cri de la Lumière te droog geworden.
Eindgevoel: een door roos omlijste iris waarvan de wortels in de lucht hangen en de bloemen naar de aarde reiken. Met als verbindende factor een regenboog die lucht en aarde met elkaar linken. Hoe subtiel is dit. Te subtiel?


Soms, gebeurt weliswaar steeds minder, krijg je een persbericht voor ogen die je doet verlangen de geur zo snel mogelijk te ruiken. De trigger: in negen van de tien keer meestal de ‘speciaal geselecteerde’ ingrediënten. Leverancier (Lacoste in dit geval), naam (L’Homme) en het verhaal erachter (de inspiratie: ‘de vasthoudendheid van de krokodil’, de slogan: ‘Life is a beautiful sport’) zal me eigenlijk worst wezen.

Heb je als man alle variaties gekocht, dan kun je daar inmiddels een maquette van bouwen voor een prestigieuze, futuristische wolkenkrabber (denk Rem Koolhaas) met op het hoogste punt de flacon van L’Eau Majeure d’Issey.
Verder met het verkennen van Les Heures. Pour commencer: III, L’Heure Vertueuse. Hoe vertaal je dat mooi? Het deugdelijke uur? Google Translate geeft alleen ‘het uur’. Dan maar iets breedsprakeriger: ‘Het uur dat deugd doet’, ‘Het uur vol van deugd’. Hoe het ook zij: zelden lavendel zo mooi ‘zien bloeien’ terwijl ik niet zo’n lavendelfan ben. Hoe moet je dit uitleggen? Een natuurfilm versneld afgespeeld waar je de lavendelbloemetjes voorzichtig ziet ontwaken, ontluiken en vervolgens volop zachtjes bloeiend. En gewiegd door de Mistral die de lome zon van de Provence meevoert gevuld met amandel- en melkachtige noten. Denk Sir David Attenborough voor de BBC.
Hoe groot het contrast met VII L’Heure Diaphane (2010). Ook hier: hoe vertaal je dit? Heeft dus niets te maken met de godin van de jacht – Diana – terwijl de compositie je wel in die stemming kan sturen. Diaphane is ‘chic Frans’ voor doorzichtig, transparant. En dat is deze geur. Alsof je door tere rozenblaadjes heen naar de wereld kijkt. Maar dan zonder het ‘la vie en rose’-parfumcliché.

Waar de meeste neuzen van dromen (ga ik vanuit), overkomt slechts weinige: een Frans luxemerk neemt je in dienst als ‘in-huis-parfumeur’ en je krijgt… holy moly… bijna carte blanche. Wil zeggen: je moet wél inspelen op trends wat betreft de massmarket-geuren; geeft die hopefully een eigen signatuur. Met daarnaast – ta-da! – de mogelijkheid je vakmanschap op zijn best te tonen, te laten bloeien met een nichelijn.
Eén merk die zich – voor mij althans – onderscheidt is Cartier. De nichelijn Les Heures de Parfum – anno 2009 – is spannend, eigen, eigengereid en gaat voor mij net een stap verder dan de directe concurrentie uit de Franse hoofdstad. Met dank aan Mathilde Laurent. Als je haar ziet, dan weet je direct: een bijzondere vrouw, geen doorsneeneus. Voor mij is ze een kunstenaar en kan haar verhaal ook nog eens goed en doordacht etaleren.
Het is ‘niet te doen’: alle geuren tegelijkertijd van Les Heures behandelen. Ik weet dat ik al vaker heb aangekondigd het te doen, maar kwam er gewoon niet van. Terwijl het kennismakingspakketje met tien proefflesjes me al een tijdje geleden door de juwelier is toegestuurd.

Het verhaal gaat dat na het verplichte vertrek van Joséphine de Beauharnais (op het schilderij met een – door haar? – geplukt paleistuinboeketje) uit het leven van Napoléon Bonaparte – zij kon hem geen troonopvolger verschaffen dus week hij uit naar oud, degelijk blauw bloed; de dochter van de Oostenrijkse keizer – de vertrekken van de officiële Franse residenties waarin zij had verkeerd nadien nog jaren roken naar haar favoriete parfumsoort: musk.
Zo ook in Le Musc & La Peau. Mooie naam. Legt de onlosmakelijke band vast tussen parfum en huid. En dat doet in feite alleen een goed parfum – zoveel geuren tegenwoordig die er niet íngaan maar zich als een ondoordringbare laklaag aan de huid hechten.
Patrick Munsters, oprichter van het modemerk Scotch & Soda, kiest met zijn nieuwe label voor een hoger niveau. Salle Privée is voor mannen op zoek naar de elegantie en tijdloze waarden van de klassieke herenkleding.
De eerste geur van Salle Privée, samen met parfumontwerper Tanja Deurloo ontwikkeld, huldigt dezelfde ‘waarden’ zoals je dat tegenwoordig in luxe jargon noemt. Naam: Le Temps Perdu. Maar, jeetjeohjehemeltjemarialief, die naam kan echt niet meer anno 2017. Zoveel mensen in parfumland die ernaar gezocht hebben en maar naar blijven zoeken. Maar de volledige romancyclus waaraan gerefereerd wordt lezen, ho maar!
In sommige opzichten begin ik op een heremiet te lijken, in ieder geval lifestylewise: kijk geen glossy meer in. Behalve halfjaarlijks bij de tandarts en begin dan na een paar pagina’s bladeren te gapen – inwisselbare mensen met inwisselbare diepgravende interviews – was deze uitgave nu uit 2017, 2012 of 2005?
Niet dat ze het verantwoord weet in te pakken: ‘The new fragrant pair of equals represents man and woman that are reunited in an identical vision. She could be him, he could be her. She is an absolute woman, he is an absolute man. There is not an obvious definition of relationship between them. They could be lovers, friends, or even strangers. Both have multiple identities’.
WAT L’HOMME Ik EIGENLIJK?
Altijd ‘grappig’ hoe de geur van een bepaalde bloem in je gedachten zit en die dan vervolgens in een nieuw parfum te ruiken. Neem bijvoorbeeld de sering. Ik ruik denkbeeldig een zoetige, heldere bloem met een beetje impertinent karakter door de af en toe frisse toetsen die de neusvleugels prikkelen. Het is eigenlijk een struik/boom die qua boodschap een beetje bungelt tussen voorjaar (fris) en zomer (warm). Opvallend: de geringe hoeveelheid solifleurs waarin de Syringa vulgaris haar bovenal charmante boodschap mag verspreiden.
Tja, ook cliché, maar hij heeft wel een punt. Alleen heb ik het idee dat we er ‘tegenwoordigs’ alles aan doen om eenvoud en traditie weer te vieren, in ere te herstellen. Er zelfs zijn glossy’s die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik kan het weten, ik ben onlangs verhuisd naar het platteland in Drenthe: de huisgemaakte confitures en in tuinen gehouden kippen en geiten vliegen je om de oren – gezelli!
Een wonderlijk iets: het gebruik van het woord ouderwets. Met name in combinatie met bloemen. Sommige worden zo omschreven. Zal je maar gezegd worden als bloem die haar stinkende best doet ons te plezieren. En dan krijg je zoiets van ‘die had mijn oma ook’. Dus? Duh? Wat wil dat zeggen? Men bedoelt natuurlijk hiermee of een bloem in of uit is. De witte orchidee… nog steeds helemaal in tot vervelens toe. Zelfs Blokker siert er zijn etalages mee. Helemaal uit: lelietje-van-dalen. Stom, stom, stom! Je neus in een boeket gestopt met deze klaterende klokjes en de wereld begint te herleven na de winterdeken van zich te hebben afgeslagen. Fris, nieuw, blakend, groen, knisperend… wat is daar ouderwets aan?
Miuccia Prada schetst treffend het gevoel L’Eau Bleue wil oproepen. Het is een beeld dat we allemaal herkennen: ‘Het jaarlijks terugkerende moment dat je je realiseert dat, schijnbaar uit het niets, de lente is gearriveerd. Een gevoel zo licht, zo delicaat – haast niet te vatten – dat door een sliertje lucht wordt gedragen. Het kan je overal overkomen: in bed met het raam open, rijdend over een landweg, op straat in de stad na een regenbui, blootsvoets in het ochtendgras in een vochtige tuin’.
Hiervoor plukte ze handenvol lelietjes-van-dalen. Figuurlijk dan. Want deze bloemekes zijn stom, de geur ervan kun je niet extraheren. Is een kwestie van het combineren van diverse geurmoleculen om het boeket tot leven te brengen. Het verschil met klassieke, dus ‘ouderwetse’ lelietje-van-dalengeuren zoals en 