HAIKU-MAGNOLIA
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 08/04/17
Neus: Satori Osaka (foto onder)
Ik had dus nog nooit van Satori Osawa gehoord. Mea culpa, mea ultima culpa. De reden? Te veel om op te noemen gecombineerd met een soort van geurwintermoeheid. Maar Hana Hiraku – ‘de bloesem bloeit’ – kwam als geroepen, want ik was op zoek naar een parfum dat de nu overvloedig bloeiende magnolia oproept. En dat doet Hana Hiraku dus.
Achteraf spijt dat ik vorig jaar Satori Osawa niet heb ontmoet bij Annindriya Perfume Lounge, want door deze geur word je op een elegante manier geïntroduceerd op de Japanse kijk op geuren. Denk dan niet aan de Kenzo’s, de Miyake’s, de Shiseido’s en de Yamamoto’s – die leveren Japanse geuren geënt op de Europese parfumtraditie.
Satori Osawa staat voor een ander Japan, een Japan dat zijn snel verdwijnende gebruiken in stand probeert te houden zonder er alleen maar krampachtig aan vast te houden. Met een blik op het nu, verenigt de parfumeur de met veel symboliek omringde riten van de thee-, bloem- en wierookcultuur van het land van de rijzende zon. Ik lees op de site van Annindriya Perfume Lounge (die Satori Osawa als enige in Europa vertegenwoordigt) dat ze in is Tokio geboren en onder leiding van ‘meesterparfumeur’ Kenji Maruyama ‘fragrance design and perfumery’ studeerde hetgeen in 2000 resulteerde in de oprichting van haar eigen label. Als mijn winterse parfumlethargie helemaal is gevaporiseerd ga ik me meer in haar verdiepen, want Hana Hiraku doet verlangen naar meer.
WAT HANA HIRAKU IK EIGENLIJK?
Jezus, wat een verschil met de ‘gemiddelde’ magnoliageur. Die probeert het bloemige effect met friscitrus-achtige ondertoon meestal te benadrukken, wat in combinatie met (iets te veel) witte musk vaak resulteert alsof de magnolia in de wasmachine met een witwasprogramma op het menu is gestopt – zoals Eau de Magnolia (2015) van Frédéric Malle. Een iets meer echte – Europese – magnolia-ontmoeting heb je bijvoorbeeld met Magnolia Nobile (2009) van Acqua di Parma.
Feit is wel: het is ‘bijna niet te doen’ de geur van magnolia zo puur natuurlijk mogelijk te benaderen. Het huis dat hier voor mijn gevoel heel dicht in de buurt komt is Guerlain. In L’Instant de Guerlain (2003) ademt een magnolia zoals ik haar poëtisch in gedachten heb: fris, fragiel en fluweel tegelijkertijd waarin een verlangen naar onschuld en puurheid ligt verscholen.
Hana Hiraku roept ook dit beeld op alleen nog meer intens in de zin van anders en verfijnd. Mijn eerste spontane notities bij het blind ruiken: fully fruity, vreemd ‘stoffig-onbestemd’, zeker groen, honing, stroperig, fluweel, sierlijk. Hiervoor verantwoordelijk blijkt bergamot, meloen en galbanum in de opening. In het hart witte bloemen (magnolia, jasmijn, tuberoos) gecombineerd met iris, ylang-ylang, blauwe kamille en miso. In de afronding guaiac, opoponax, sandelhout en bijenwas.
Gedeeltelijk klopt mijn gevoel, maar tegelijkertijd voel ik me een botte boer in de zin van dat een aantal ingrediënten me ontgaan – kamille, miso, opoponax (terwijl ik laatste altijd wist te determineren).
Wat ik wel weet: Hana Hiraku is een subtiele omhelzing die – weliswaar onbekend voor mij – prachtig het effect van een magnoliastruik bloeiend in Japan weet op te roepen. Het is in ieder geval geen Europese magnolia. Waardoor? Eigenlijk simpel. Niet strak, niet vierkant maar vloeiend – onzichtbaar als een halo hangende om een magnoliastruik.
Let wel: Hana Hiraku bloeit zo subtiel dat je er bijna geen erg in hebt dat het een ‘echte’ geur is. Hier bedoel ik mee: de meeste geuren van tegenwoordig knallen, er is direct effect en (een soort van, hangt van de ervaring van de klant af) herkenning. Hana Hiraku is daarentegen als een leeg vel papier waar heel langzaam een magnolia-haiku met sierlijke kalligrafisch pennenstreken tevoorschijn komt.


Ik geloof er steeds minder in, Etro nog steeds met evenveel overtuiging: dat de ‘klassieke’ heteroman vrouwelijke kanten heeft en dat hij daar zich niet voor hoeft te schamen. Ach ja, zolang daar ‘andersom’ nog minder fijn over wordt gedacht – vrouw met mannelijke trekken, zal wal een pot zijn – hou ik het erop dat het meer een lifestyle-glossy-journalistending is, dan dat het daadwerkelijk leeft bij de heteroman.
Dat is dus geen doorsneecliché-hetero, want ‘hij is in staat zijn vrouwelijke kant te accepteren, zijn nieuwe zachtheid als kracht te definiëren en deze twee gedeelde gevoeligheden perfect te vertegenwoordigen’. Eindigend met: ‘Handelend vanuit het principe van eenwording herontdekt hij en keert hij terug naar het vrouwelijke, de grootst mogelijke expressie van het mannelijk wezen’. Dat zou dan indachtig de geurfilosofie van Etro ook andersom moeten gelden – maar dit terzijde
Dat hart dus: hierin bloeit niet alleen de roos, want haar fruitige zoetheid wordt getemperd door geranium die – toevallig in dit verband – ook wel de mannelijke roos wordt genoemd. Het blad ervan maakt de roos groener, geeft haar zelfs een zeepachtig randje zonder dat het teveel afglijdt naar een ‘schone roos’.
Jullie wisten het al. Hoop ik althans: in de mainstreamparfumerie is presentatie en verhaal steeds meer de doorslaggevende factoren voor succes. De compositie komt op de tweede plaats. Iets wat je inmiddels – #tisechtwaar! – eveneens kunt stellen voor de nichebranche. Pech onderweg voor de parfumbizznizz: de concurrenten houden elkaar zó goed in de gaten dat copy&paste schering&inslag is geworden.
Ook hier ga ik in mee: ‘Een explosie van licht, een golf van blijdschap, een cocktail van vreugde die gewoon de flacon uit knalt… zintuigen en huid doen zich tegoed’. Maar voor mij het allerleukste: de kleuren; die ‘fluoriseren’ je tegemoet. Kan er niets aan doen, maar vindt het gewoon prikkelend. Zo hoort het! En je kunt Sun Pop zelfs op een meer kunstbeschouwelijke manier benaderen: popart toegepast zoals het bedoeld is. In tegenstelling tot die mallotige cd van Lady Gaga die het begrip had omgedraaid. Geen popart maar artpop (en dus boodschap gemist).
Voor Jil Sander-fans die de Sun Pop-collectie iets teveel pop-polonaise aan hun lijf vinden, is er Softly gemaakt door parfumeur Nathalie Lorson. De rust zelve, een verstilde geur vergeleken met Sun Pop.
Perfume telling is storytelling. Een goed, geloofwaardig en/of sprookjesachtig verhaal maakt een parfum verkooptechnisch interessanter. Mocht dit zo zijn… ik krijg spontaan medelijden met de beauty-advisors op de winkelvloer. Al die honderden verhalen die jaarlijks verschijnen moeten ze levendig en enthousiast weten over te brengen. Als het even kan telkens als was het de eerste keer. Alleen: hoe houdt zij/hij dit vol na drie keer een ontstaansgeschiedenis met – ik haat het woord in deze – passie te hebben gedeeld. Ook voel ik medelijden met de potentiële koper. Zit zij/hij hierop te wachten?
De laatste was de tante van de eerste zo nu blijkt. En dat was me er een! Haar eveneens turbulente leven zou het nu heel goed doen als biopic. Ze was beschermvrouwe van en bevriend met onder meer Jean Cocteau en Christian Dior, en een sleutelfiguur van de ‘café society’ tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.
Het effect: een bloemenaquarel waaruit de roos weer tevoorschijn komt. Nu omringd met fruitige en bloemige noten. Ofwel, peer omkranst door jasmijn, pioenroos, lelietje-van-dalen met een kruidig-musky ondertoon van engelwortel die als het ware het stokje van de roze peper overneemt.
Je bent een klassiek merk, je maakt ‘mooie spulletjes’ die door de bank genomen alleen door 30+-vrouwen worden gekocht. Uitzonderingen daargelaten. Waarom? De uitstraling en eigenzinnigheid gecombineerd met vakmanschap wordt gewaardeerd. En daar betalen ze graag voor. Dit vakmanschap zie je pas als je je echt in het merk en de collecties verdiept. Daar nemen de meeste consumenten al ‘instagrammend’ inmiddels de tijd niet meer voor. De merken doen er zelf alles aan deze oppervlakkige benadering en kortstondige beleving van luxe van de gemiddelde consument te stimuleren: ze instagrammen zelf even vrolijk mee. Expertise en onderscheid tellen dan niet echt. Waar het om draait is namedropping. En dat zo vaak mogelijk herhalen in de hoop dat het label in het geheugen wordt opgeslagen en uiteindelijk tot aankoop zal leiden van – eerst – betaalbare items (brillen, jeans, lederwaren) en later het betere werk: crèmes, tassen, kleding.
De peer in de opening van Signorina in Fiore ‘komt echt binnen’. Zoet, stroperig, zonovergoten. Met een beetje geluk haal je de begeleidende granaatappel eruit. Alleen hier: meer een siroopervaring, dan een geurervaring. Want het ‘plakt’ nogal. En daarin brengen de kersenbloesems en jasmijnblaadjes geen verandering. In fiore betekent in bloei – alleen ik ruik, ik ervaar ze niet echt de opgevoerde bloembloesems. Ze zouden in hart voor lucht, transparantie en zon moeten zorgen, alleen ik ruik geen luchtig boeket. De reden: de snel, sterke lonkende basis. Die zuigt als het ware de opening naar zich toe waardoor het ademende bloemeffect verloren gaat. Een zeer schone witte musk is hiervoor verantwoordelijk die dankzij het sandelhout een soort van poederige, coconachtige zachtheid krijgt. Ongecompliceerd geurplezier zullen we maar zeggen.
Boeiend te zien hoe snel een luxemerk bijna zichtbaar/onzichtbaar kan transformeren en hiermee een andere beleving en filosofie wil, hoopt uit te dragen. Neem Gucci. Mij was het ontgaan, maar het merk telde sinds een paar jaar ‘influential wise’ niet meer mee begreep ik (later). Dus werd besloten: conventional working carrièremoeder Frida Giannini uit, onconventionele baardaaphippie Allessendro Michele in.
Guilty Absolute doet dat dus wel. Het is een complexe, ‘geen gelul’-geur. Wil zeggen, geen voorzichtige herkenbare introductie met citrusnoten om de man in de parfumerie maar niet af te schrikken, maar direct een full blown exercitie van hout plus oud(h) – op de foto. Ik draag de geur nu al een aantal dagen met plezier. Met verschillende gedachten: de link met het helaas gediscontinueerde Gucci’s 
Dat wordt trouwens nog hard werken want de vorige eigenaar had de tuin daar niet op ingericht. Afgezien van de oude, zeer verwaarloosde boomgaard, maar die is – zo blijkt – door de vorige, vorige bewoners long way back geplant. Toch bloeit er nu al, de stormen en regenbuien tartend, een struik die een prachtige geur verspreidt: de Chinese toverhazelaar.
Nee, ik ga het niet hebben over Scarlett Johanssons’ parfumpromotieclipparodie in Saturday Night Live op ‘the first daughter’ van de Verenigde Staten afgelopen weekend. Te flauw voor woorden. Intikkertje.
Ik lees de geur als Fleur en Flammes omdat je op elegante wijze een hoogzomers bloemenboeket krijgt aangereikt waar langzaam maar zeker de zon op begint in te werken. Eerst strelend, uiteindelijk de bloemen bijna uitdrogend, lichtjes verbrandend waardoor er een zeker hooi-effect ontstaat zonder dat de zachtheid die de bloemen oproepen verloren gaat.
Ben al dagen aan het klooien met de analyse van Mon Parfum. Ben al drie keer begonnen en nog steeds niet tevreden. Eerst de Angelina Jolie-invalshoek – die wordt bijna heilig verklaard in het persbericht. Toen de – voor mij – kitchy promofilm (kom ik op terug). Dan het retrogevoel dat het geheel oproept door de flacon.
Slik, slik, slik: deze vrouw heeft bijna iedereen in mind bij het maken van een geur. In vergelijk was de boodschap van
Voor mij is Mon Guerlain een variatie op een te populair thema: clean, poederig-musky dat alle accenten snel naar de basis verschuift. In volle teugen genieten van intro, hoofdthema en grande finale is er niet bij. Ja, ik weet heel veel (jonge) vrouwen zullen het lekker vinden. Maar is het niet – ik haat de omschrijving – spannender die te trakteren op iets gewaagder, meer uitgesproken. Laat ik het zo dan schrijven: als Mon Guerlain een nieuwe variatie op
at is de indruk van de belangrijkste draagster, Angelina Jolie? ‘Het is mijn onzichtbare tatoeage, mijn parfum, mon Guerlain.’ Tuurlijk, en haar band met Guerlain was sowieso al heel sterk omdat haar moeder (Marchelina Bertrand) altijd een poeder van het huis gebruikte. Maar, gezien het karakter en de uitstraling van Jolie, weet ik bijna zeker dat ze voor zichzelf een meer ‘Guerlainske’ geur in gedachten had.
Altijd ‘grappig’ hoe de geur van een bepaalde bloem in je gedachten zit en die dan vervolgens in een nieuw parfum te ruiken. Neem bijvoorbeeld de sering. Ik ruik denkbeeldig een zoetige, heldere bloem met een beetje impertinent karakter door de af en toe frisse toetsen die de neusvleugels prikkelen. Het is eigenlijk een struik/boom die qua boodschap een beetje bungelt tussen voorjaar (fris) en zomer (warm). Opvallend: de geringe hoeveelheid solifleurs waarin de Syringa vulgaris haar bovenal charmante boodschap mag verspreiden.
Tja, ook cliché, maar hij heeft wel een punt. Alleen heb ik het idee dat we er ‘tegenwoordigs’ alles aan doen om eenvoud en traditie weer te vieren, in ere te herstellen. Er zelfs zijn glossy’s die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik kan het weten, ik ben onlangs verhuisd naar het platteland in Drenthe: de huisgemaakte confitures en in tuinen gehouden kippen en geiten vliegen je om de oren – gezelli!