NÓG GEVAARLIJKER
EEN ROOM-RUMACHTIGE TUBEROOS MET NICHE ALLURE
Jaar van herlancering: 2016
Laatst aangepast: 18/05/16
Neus: Daphne Bugey
Model: Louise Bourgoin (en Adrien Brunier)
Foto- en videografie: Patrick Guedj
Flaconontwerp: Karim Rashid
Krijg ik vandaag een persbericht over de nieuwe geplande Kenzo-geur, heb ik de meest recente nog niet besproken: Jeu D’amour L’élixir. De originele geur uit 2014 werd gebracht als kaartenspel waarin hartenkoningin de leiding had. Alleen, zo zou je kunnen denken, was ze niet helemaal overtuigd van haar verleidingskracht. Dus, zo zou je kunnen beweren, gooit ze nog meer olfactorische kracht in de strijd. En wel door de tuberoos op haar meest intens te laten ruiken.
Zoals al zo vaker opgemerkt: de tuberoos heeft het niet makkelijk (meer) in de ketenparfumerie die het de laatste jaren voornamelijk moet het hebben van licht-bloemige geuren op basis van veel poederige musk en hier en daar wat verdwaalde gourmandtoetsen.
Jeu D’amour L’élixir trekt zich hier weinig van aan, en dat mogen we alleen maar waarderen. Deze tuberoos is niet zo drop dead-gevaarlijk als Robert Piguets Fracas (1949), maar erotisch-sensueel is ze wel. Laat je de geur blind ruiken in een nicheparfumerie, ik durf er gif op in te nemen dat veel vrouwen hem ook als zodanig zullen ervaren. Waarschijnlijk afkomstig van een klassiek huis. Dyptique? Maitre Parfumeur & Gantier?
WAT JEU D’AMOUR L’ÉLIXIR IK EIGENLIJK?
De tuberoos is hier niet getemd, maar eerder ‘gourmand’ gemaakt. Slim gedaan omdat hierdoor haar erotische intenties makkelijker, meer salonfähig wordt gepresenteerd. Mooie opening (die doet denken aan Dyptique). Eerst overdosis zwarte bes die ‘groen-bladerig’ knisperend begint, uitlopend in een zoete fluwelige fruitigheid die wordt versterkt door een al even fluwelige mandarijn.
En daar is ze dan: de tuberoos. Hoewel begeleidt door een zonnige jasmijn, verspreidt ze al haar romige-kokosachtige noten duidelijk en schaamteloos. Alleen, dat houdt ze niet lang vol omdat ze snel naar de basis wordt gezogen vol van romig sandelhout, veel vanille en een zwoele rum. Gourmand dus. Maar niet te plakkerig en te ‘boudoir’.
De reden: patchoeli garandeert een houtachtig accent. En is gelukkig geen ‘geklaarde’ patchoeli. Want de typische kamferachtige noten neem je goed waar. Gewoon goed gedaan. En dan neem je clichéboodschap voor lief: ‘An elixir of love; a love potion which will make the women more sensual and seductive than ever before’. Alhoewel: de tuberoos an sich heeft dit effect wel degelijk in zich.


Hè, hè, eindelijk weer een Dior-parfum dat recht doet aan de reputatie van het huis. ‘Eindelijk’ en ‘weer’ is natuurlijk betrekkelijk: maar na
Montauroux vormt met zeven andere dorpen – Callian, Mons, Seillans, Fayence, Saint-Paul-en-Forêt, Bagnols-en-Forêt en Tourrettes – het zogenaamde Pays de Fayence gelegen in de regio Grasse: ‘Een gebied tussen meren en bergen en’ – aldus Dior – ‘door een weelderige natuur omgeven, alom geprezen vanwege – onder andere – zijn bloementeelt voor de parfumindustrie’.
‘Waar zijn die zomers met jou aan mij zij, zijn die zomers met jou dan voor altijd voorbij…?’ Zong-snotterde Ria Valk ooit (tijdens haar ‘lachen verboden’-periode). ‘De zon, de zomer en de zee, wat waren wij gelukkig met z’n twee’. Kwetterde gezellig Astrid ooit. Jaren zeventig-onschuld. Nu weer hip, want ‘vintage’.
Trouw aan het oorspronkelijke Sun-concept, is Sun Shake een warme zomergeur – gemaakt door Nathalie Lorson – die een enkeltje richting Hawaï boekt. De zomerwind is er alleen even in de opening, als het krieken van de dag, die vervolgens denkt ‘ik ben nog moe, ga effe door met uitslapen’ en dan tot zijn schrik pas tegen de avond wakker wordt, maar wel blij verrast is door de warme wending die de geur heeft genomen.
Er verschenen de laatste jaren in het niche-circuit enkele pure lelietjes-van-dalengeuren. Waaronder het kristal-groene Muguet Fleuri (1925/2014) van Oriza L. Legrand. Maar die kregen pr-technisch minder aandacht dan Muguet Porcelaine van Hermès. Hoe zou dat nou komen?
Over Muguet Porcelaine zegt Jean-Claude Ellena: ‘De natuur naar eigen hand zetten, zo ziet men mijn beroep van parfumeur. Het lijkt wel eens op hinkelen. Als je al hinkelend na vele testen ‘de hemel’ bereikt, heerst er vreugde, is het feest. In lelietje-van-dalen zit zoveel subtiliteit, dat ik ervan droomde deze bloem te sublimeren. Ik heb me verdiept in de geur, tot ik mijn andere zintuigen vergat, om de schoonheid en de soepele verleidelijkheid van deze bloem, fragiel als porselein, weer te geven’.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt ook op élegance’. Want de geur is elegant, in al zijn eenvoud alle facetten van het lelietje-van-dalen benadrukkend: fris, groen, knapperig startend, snel overlopend in de kenmerkende helder-subtiele bloemengeur. C’est tout. U leest het goed: that’s it.
‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
En de very serieuze stemming van zanger vind ik niet in lijn met de stemming van het zogenaamde intieme portret van het very beautiful younge koppel dat aan het voor-, tijdens- en nagenieten is van een short stay in, ja goed geraden, Londen. ‘Mr. Burberry’ is Josh Whitehouse, ‘My Burberry’ is Amber Anderson. Laatste vind ik een klap, echt niet leuk, in het gezicht van Kate Moss èn Cara Delevinge. Deze twee blijven toch de echte ‘My Burberry’s’ voor mij. Gaat-ie looser er zo maar met een ander vandoor… je kunt ook niemand meer vertrouwen. Behalve in deze op…

Ik was best wel verbaasd toen L’Eau d’Issey pour Homme Eau Fraîche bij mij thuis werd afgeleverd. Ik bedoel: deze klassieker staat hoewel voorzien van een kruidig en houtachtig fond toch bekend als ode aan de kracht van water. Moet het frisser? Kan het nog frisser?
‘Grappig’: terwijl Issey Miyyake de pure vetiver in de basis van Eau Fraîche als ‘een overheerlijke echo van het origineel’ ziet, heb ik dat meer met de kruidigheid. En dan met name de wrang-groene noten van bittere kruiden zoals kardemon, salie en dragon.
Niet iedereen is het me eens dat ondanks de toegenomen geurverschijningsfrequentie bij Etro de kwaliteit en het dna van het merk geen kwaad wordt gedaan. Sterker, ik vind de laatste edities excellent. Kun je niet van alle merken beweren – we noemen slechts Dior. Sauvage (2015): op alle fronten cliché en niet in lijn met het merk. Om maar te zwijgen van de afgelebberde pornochic ‘allure’ van Poison Girl (2016).
Moet me wel van het hart dat ik het citaat van Borges niet helemaal passend vind – er wordt immers gesproken over wat volgt op de nacht, niet de nacht. Als de mensen bij Etro iets meer hadden ‘bloemgelezen’ in Borges’ oeuvre waren ze wellicht op deze regels uit dit gedicht – Nog een gedicht over de gaven – gekomen: ‘Voor het mysterie van de roos. Die kleur uitdeelt die ze zelf niet kan zien’.
Ter voorbereiding op de nieuwe Hermessence – met de sierlijk getooide naam Muguet Porcelaine -, een duik in de Belgische wereld van het lelietje-van-dalen. Of beter gezegd: de Frans-Belgische. Want in tegenstelling tot de Lage Landen, heeft het meiklokje daar nog steeds een sterk levende symbolische waarde als boodschapper van het voorjaar. Wordt traditiegetrouw geschonken op de Dag van de Arbeid – 1 mei dus.
Zoals wellicht ook bekend is het lelietje-van-dalen ‘une fleur muette’. Ofwel, een ‘dove bloem’. Wil zeggen: de geur kan niet uit het klokje geëxtraheerd worden. Aan de parfumeur de schone taak dat aan de hand van natuurlijke en synthetische ingrediënten te doen.