SANDELHOUT OF ‘SANDELOUD’
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 20/04/17
Neus: Irina Burlakova
Ik dacht dat het een geurgrap was toen ik voor het eerst de naam vernam. Toen ik de collectie in real life voor me zag kon ik wederom een lach niet onderdrukken. Mijn hi-hi-hi-ha-ha-ha-verbazing: hoe haal je het anno nu nog hemelsnaam ‘in je hoof’ een parfumhuis op te richten dat oud als zijn fetisjingrediënt proclameert en het ook nog in zijn naam stopt: Amouroud? Ha! Ha! Ha! Ha!
Flauw excuus: het ‘bestaansrecht’: de oprichters – tevens die van The Perfumer’s Workshop als ik het goed heb begrepen, dus Donald en Gun Bauchner – zijn sinds het begin van hun parfumcarrière (1971) al in de ban van oud. Mijn niet meer dan logische reactie lijkt me: waarom dat nu – 2016 – pas gepraktiseerd? Dûh, its the economy stupid! Want laten we wel wezen: oud is het nu het lijdende principe in parfumland en net zoals gourmand een nieuwe volwassen tak geënt op de klassieke parfumboom.
Was van plan verder er geen woord aan vuil te maken. Tot het moment dat zowel de importeur (The Scent Company) als www.parfumaria.com de geuren voor mij begonnen te bewieroken. Ik weet het is in hun belang. Maar ik gaf me gewonnen in de zin van dat ik de filosofie niet in kwestie ging stellen hoewel die erom vraagt – ‘an inter-active concept intended to create conversation and involvement between well-trained fragrance consultants and their customers’ – maar er één ging kopen.
Alleen welke? Want ja, want tja, héhallogaatielekkur, tien stuks. Alle namen klinken, hoewel oriënt-cliché, nieuwsgierig makend. Vooral de echte ouds: Oud du Jour – leuke naam in de zin van ‘mot du jour’ -, Oud after Dark en Agarwood Noir. Maar aangezien ik de laatste tijd te veel ouds heb geroken, bestelde ik Santal des Indes. De reden: ware verwondering want sandelhout uit India mag, wellicht bekend, alleen nog maar gekapt worden voor religieuze doeleinden – denk rituele verbrandingen, denk houtsnijwerk. Dus kom maar op!
WAT SANTAL DES INDES RUIK IK EIGENLIJK?
Nou, een volle overrompelende creatie die helemaal voldoet aan straight forward niche. Dus duidelijk, right in the face, die je de tijd moet geven om zich te ontplooien. Want achter het ‘direct binnen’-effect ruik je een ‘soort van’ gelaagde verfijning. Wil zeggen: het is niche door zijn volheid, maar tegelijkertijd wel een ‘weet je wel oudje’-herkenning want al zo vaak geroken.
Toch, leuk om te zien hoe een beginnend neus met weinig niche-ervaring zo’n volle en ronde geurervaring weet op te roepen. Irina Burlakova doet het met absint en wierook in de top. Het hart: kerrieboom, narcis, Turkse roos en Chinees cederhout. De drydown: sandelhout, leer, musk en vetiver.
Ruik je het allemaal? In het begin even de bittere groenheid van absint (bijvoet, alsem) omringd door een frisse regen die snel wordt overschaduwd door wierookwolken. Hoe kerrieboom (blad? hout? vrucht?, zie foto) ruikt weet ik niet – ik ervaar in ieder geval niet iets anders waarvan ik denk: ‘Dat is dus de kerrieboom!’ De bloemige noten zijn al even moeilijk te detecteren. Wil zeggen: ik ruik een roosachtige sensatie, maar geen narcis.
Komt natuurlijk op conto van de basis, want die is heftig; sleurt top en hart van Santal des Indes mee als een tsunami. Maar het vreemde: ik ruik niet echt sandelhout zoals de naam doet hopen. Eerder een blast van vooral mannelijk vetiver en leer geleidelijk aan zacht gemaakt door sandelhout en musk.
Nog vreemder: ik ruik oud. Zou dit het resultaat van de som der delen zijn, zoals je ook wordt getrakteerd op oud in Sisley’s Soir d’Orient (2015) terwijl er geen melding van wordt gemaakt. Is Santal des Indes diep in je huid getrokken dan komt er een fluwelige, romige zachtheid vrij die je, zoals je wilt, met Indiase sandelhout kunt associëren.
Ik ben benieuwd of ik met Dark Orchid (dank je wel Tom Ford) en Safran Rare een gelijksoortige ervaring zal hebben. Meer oud dan orchidee, meer oud dan saffraan. Mocht dat zo zijn dat doet het huis in ieder geval zijn naam eer aan en rechtvaardigt het hiermee zijn ‘bestaansrecht’ die, wil je meer weten, heel proud en nog meer pr(oud) wordt uitgelegd op youtube door een hele enthousiaste vertegenwoordiger – Donald of Gun Buchner of iemand anders?


Bij Montale is de productie zo ff*f (fastfragance-fuckingforward) snel dat het schier onmogelijk is voor de piepeltjes achter het label om met elke nieuwe geur met een leuk en overtuigend hoe-en-waarom-verhaal te komen. Geen beginnen aan. Dat zou ongeloofwaardig overkomen zoals het hele oprichtingsverhaal van Montale zelf is.
Je ziet ze regelmatig door de straten van Amsterdam fietsen, en vast en zekers ook in andere steden: vrolijke vrouwen op vrolijke geverfde omafietsen waarvan de frames bijna helemaal volgroeid zijn met guirlandes vrolijke plastic bloemen van Kitsch Kitchen.
En dat mag dus niet meer van ‘bovenaf’. De boosdoener heeft men inmiddels eruit weten te zeven, met het gevolg dat de geur minder complex – vol, zon, bloemig, fris, spannend als je zo wil – is. Thierry Wasser weet dit aardig te omzeilen door de ‘schoongemaakte’ bergamot te omringen met gember, roze peper en kardemon. De eerste twee zorgen voor prikkeling, accentueren de citrus- en sinaasappelkant van bergamot, de laatste het groene aspect terwijl je de bloemige noot ook blijft waarnemen. Het effect: een zuurtje (Napoléon) die geleidelijk overloopt in een macaron voor mijn gevoel. Hier voor verantwoordelijk vanille en witte musk, die maken Bergamote Calabria pluizerig en poederachtig.
Ik had dus nog nooit van Satori Osawa gehoord. Mea culpa, mea ultima culpa. De reden? Te veel om op te noemen gecombineerd met een soort van geurwintermoeheid. Maar Hana Hiraku – ‘de bloesem bloeit’ – kwam als geroepen, want ik was op zoek naar een parfum dat de nu overvloedig bloeiende magnolia oproept. En dat doet Hana Hiraku dus.
Hana Hiraku roept ook dit beeld op alleen nog meer intens in de zin van anders en verfijnd. Mijn eerste spontane notities bij het blind ruiken: fully fruity, vreemd ‘stoffig-onbestemd’, zeker groen, honing, stroperig, fluweel, sierlijk. Hiervoor verantwoordelijk blijkt bergamot, meloen en galbanum in de opening. In het hart witte bloemen (magnolia, jasmijn, tuberoos) gecombineerd met iris, ylang-ylang, blauwe kamille en miso. In de afronding guaiac, opoponax, sandelhout en bijenwas.
Ik geloof er steeds minder in, Etro nog steeds met evenveel overtuiging: dat de ‘klassieke’ heteroman vrouwelijke kanten heeft en dat hij daar zich niet voor hoeft te schamen. Ach ja, zolang daar ‘andersom’ nog minder fijn over wordt gedacht – vrouw met mannelijke trekken, zal wal een pot zijn – hou ik het erop dat het meer een lifestyle-glossy-journalistending is, dan dat het daadwerkelijk leeft bij de heteroman.
Dat is dus geen doorsneecliché-hetero, want ‘hij is in staat zijn vrouwelijke kant te accepteren, zijn nieuwe zachtheid als kracht te definiëren en deze twee gedeelde gevoeligheden perfect te vertegenwoordigen’. Eindigend met: ‘Handelend vanuit het principe van eenwording herontdekt hij en keert hij terug naar het vrouwelijke, de grootst mogelijke expressie van het mannelijk wezen’. Dat zou dan indachtig de geurfilosofie van Etro ook andersom moeten gelden – maar dit terzijde
Dat hart dus: hierin bloeit niet alleen de roos, want haar fruitige zoetheid wordt getemperd door geranium die – toevallig in dit verband – ook wel de mannelijke roos wordt genoemd. Het blad ervan maakt de roos groener, geeft haar zelfs een zeepachtig randje zonder dat het teveel afglijdt naar een ‘schone roos’.
Jullie wisten het al. Hoop ik althans: in de mainstreamparfumerie is presentatie en verhaal steeds meer de doorslaggevende factoren voor succes. De compositie komt op de tweede plaats. Iets wat je inmiddels – #tisechtwaar! – eveneens kunt stellen voor de nichebranche. Pech onderweg voor de parfumbizznizz: de concurrenten houden elkaar zó goed in de gaten dat copy&paste schering&inslag is geworden.
Ook hier ga ik in mee: ‘Een explosie van licht, een golf van blijdschap, een cocktail van vreugde die gewoon de flacon uit knalt… zintuigen en huid doen zich tegoed’. Maar voor mij het allerleukste: de kleuren; die ‘fluoriseren’ je tegemoet. Kan er niets aan doen, maar vindt het gewoon prikkelend. Zo hoort het! En je kunt Sun Pop zelfs op een meer kunstbeschouwelijke manier benaderen: popart toegepast zoals het bedoeld is. In tegenstelling tot die mallotige cd van Lady Gaga die het begrip had omgedraaid. Geen popart maar artpop (en dus boodschap gemist).
Voor Jil Sander-fans die de Sun Pop-collectie iets teveel pop-polonaise aan hun lijf vinden, is er Softly gemaakt door parfumeur Nathalie Lorson. De rust zelve, een verstilde geur vergeleken met Sun Pop.
Perfume telling is storytelling. Een goed, geloofwaardig en/of sprookjesachtig verhaal maakt een parfum verkooptechnisch interessanter. Mocht dit zo zijn… ik krijg spontaan medelijden met de beauty-advisors op de winkelvloer. Al die honderden verhalen die jaarlijks verschijnen moeten ze levendig en enthousiast weten over te brengen. Als het even kan telkens als was het de eerste keer. Alleen: hoe houdt zij/hij dit vol na drie keer een ontstaansgeschiedenis met – ik haat het woord in deze – passie te hebben gedeeld. Ook voel ik medelijden met de potentiële koper. Zit zij/hij hierop te wachten?
De laatste was de tante van de eerste zo nu blijkt. En dat was me er een! Haar eveneens turbulente leven zou het nu heel goed doen als biopic. Ze was beschermvrouwe van en bevriend met onder meer Jean Cocteau en Christian Dior, en een sleutelfiguur van de ‘café society’ tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw.
Het effect: een bloemenaquarel waaruit de roos weer tevoorschijn komt. Nu omringd met fruitige en bloemige noten. Ofwel, peer omkranst door jasmijn, pioenroos, lelietje-van-dalen met een kruidig-musky ondertoon van engelwortel die als het ware het stokje van de roze peper overneemt.
Je bent een klassiek merk, je maakt ‘mooie spulletjes’ die door de bank genomen alleen door 30+-vrouwen worden gekocht. Uitzonderingen daargelaten. Waarom? De uitstraling en eigenzinnigheid gecombineerd met vakmanschap wordt gewaardeerd. En daar betalen ze graag voor. Dit vakmanschap zie je pas als je je echt in het merk en de collecties verdiept. Daar nemen de meeste consumenten al ‘instagrammend’ inmiddels de tijd niet meer voor. De merken doen er zelf alles aan deze oppervlakkige benadering en kortstondige beleving van luxe van de gemiddelde consument te stimuleren: ze instagrammen zelf even vrolijk mee. Expertise en onderscheid tellen dan niet echt. Waar het om draait is namedropping. En dat zo vaak mogelijk herhalen in de hoop dat het label in het geheugen wordt opgeslagen en uiteindelijk tot aankoop zal leiden van – eerst – betaalbare items (brillen, jeans, lederwaren) en later het betere werk: crèmes, tassen, kleding.
De peer in de opening van Signorina in Fiore ‘komt echt binnen’. Zoet, stroperig, zonovergoten. Met een beetje geluk haal je de begeleidende granaatappel eruit. Alleen hier: meer een siroopervaring, dan een geurervaring. Want het ‘plakt’ nogal. En daarin brengen de kersenbloesems en jasmijnblaadjes geen verandering. In fiore betekent in bloei – alleen ik ruik, ik ervaar ze niet echt de opgevoerde bloembloesems. Ze zouden in hart voor lucht, transparantie en zon moeten zorgen, alleen ik ruik geen luchtig boeket. De reden: de snel, sterke lonkende basis. Die zuigt als het ware de opening naar zich toe waardoor het ademende bloemeffect verloren gaat. Een zeer schone witte musk is hiervoor verantwoordelijk die dankzij het sandelhout een soort van poederige, coconachtige zachtheid krijgt. Ongecompliceerd geurplezier zullen we maar zeggen.
Boeiend te zien hoe snel een luxemerk bijna zichtbaar/onzichtbaar kan transformeren en hiermee een andere beleving en filosofie wil, hoopt uit te dragen. Neem Gucci. Mij was het ontgaan, maar het merk telde sinds een paar jaar ‘influential wise’ niet meer mee begreep ik (later). Dus werd besloten: conventional working carrièremoeder Frida Giannini uit, onconventionele baardaaphippie Allessendro Michele in.
Guilty Absolute doet dat dus wel. Het is een complexe, ‘geen gelul’-geur. Wil zeggen, geen voorzichtige herkenbare introductie met citrusnoten om de man in de parfumerie maar niet af te schrikken, maar direct een full blown exercitie van hout plus oud(h) – op de foto. Ik draag de geur nu al een aantal dagen met plezier. Met verschillende gedachten: de link met het helaas gediscontinueerde Gucci’s 
Dat wordt trouwens nog hard werken want de vorige eigenaar had de tuin daar niet op ingericht. Afgezien van de oude, zeer verwaarloosde boomgaard, maar die is – zo blijkt – door de vorige, vorige bewoners long way back geplant. Toch bloeit er nu al, de stormen en regenbuien tartend, een struik die een prachtige geur verspreidt: de Chinese toverhazelaar.