#ME TOO OUD
‘DIT IS ONZE MONTALE!’
Jaar van lancering: onbekend
Laatst aangepast: 09/10/18
Neus: het is toch niet…
Ik was een paar dagen in Amsterdam en gelukkig nog wat tijd over voor de Albert Cuypmarkt. Daar zit aan het begin nummer 84, Grimme Drogisterij, is een soort parfumweeshuis en -hemel ineen, want het heeft zich gespecialiseerd in geuren die het niet gered hebben in aanhoudende strijd om aandacht in de ketenparfumerie. En dat zijn er dus heel veel.
Heb er heel wat parfimpechvogels gekocht in de loop der jaren. Staat een geur met megakorting in de etalage dan weet je zeker dat-ie ut niet gered heeft. Is altijd een zeer verfrissende ervaring: al die creaties die eens met zoveel (arrogante) bombarie wereldkundig werden gelanceerd, nu hier down and out on the Albert Cuyp.
Daarnaast heeft Grimme Drogisterij ook vaak aanbiedingen van merken waarvan ik weleens heb gehoord, maar te lui ben om me er echt in de te verdiepen – meer van ‘zal wel’. Zoals nu in de etalage het ‘nichemerk’ Acqua di Parisis – de naam was mij bijgebleven omdat het wel heel, heel, heel erg goed heeft gekeken naar Acqua di Parma en de het wel erg voor de hand liggende, maar domme associatie met Parijs: parfum en chic dan zal het wel goed en ‘echt’ zijn,
Het is qua verpakking zo ontzettend bij elkaar gejat – ‘chique’ openklapdoosje met ‘zijde’ bekleed – dat je je afvraagt of Acqua di Parma niet met rechterlijke stappen heeft gedreigd. Hoewel dat tegenwoordig steeds moeilijker is en je je moet afvragen of de uitwerking niet contraproductief is. Maar Acqua di Parisis is tegelijkertijd ook zo’n merk dat je weer met beide benen op de grond doet belanden, dat je doet realiseren dat je tegenwoordig kwaliteit voor weinig geld kunt aanschaffen, dat je bij de echte merken voor een groot deel voor de naam betaalt – niets op tegen by the way. Zo zit de wereld in elkaar.
WAT BLACK OUD IK EIGENLIJK?
Maar toch, eerst denk je nog: dit is echt nep door die Acqua di Parma-associatie, maar al ruikende moet je bekennen dat het een echt goede geur is; een geslaagd ‘me too’-luchtje. Een begrip dat voor de #metoo-discussie al bestond: een populair thema van de concurrentie anders verpakt onder eigen naam verkopen. In dit geval: ‘Dit is onze Montale’.
Ik dus naar binnen om te vragen naar de geur Black Oud, van – geloof ik, maar geloof nooit ‘van’ – € 80,00 voor € 30,00. De vriendelijke verkoopster die hulpvaardig en ervaren (maar zonder passie gelukkig) vertelde dat het merk nog meer oud in het assortiment had, zoals Oud Couture – volgens haar zachter en toegankelijker dan Black Oud. Dat klopt, maar jezusminamariamoederlief wat is Black Oud toch goed gedaan. Oud zoals het hoort, met een echt Montale-effect, dus wham, bam, in your face. En toch is het meer dan alleen maar – ik ga er vanuit synthetisch – oud. Ook een mooie volle, zoete roos zit er tussen, beetje vanille, beetje cederhout, en als je jen neus er lang insteekt, iets ijls, iets fris dat in de buurt komt van bevroren bergamot. Houdt ook lang: zes uur.
Leuk, geinig: Acqua di Parisis is geen velden of wegen op internet te bekennen. Geen eigen chique site met achtergrondinfo, jaartallen, storytelling en de hele verplichte bladibla. Sterker, als je gaat zoeken kom je alleen maar bij kortingssites terecht en dat het wordt geproduceerd door Reyane Tradition Company. Dikke shit dat dan weer wel inmiddels, want ik zie dat www.beslist.nl het voor €24,95 verkoopt. Niet gratis bezorgd, dat dan ook weer wel.
Dat wordt Acqua di Parma’s Colonia Oud wel, ook in de aanbieding: van € 189,35 voor € 160,25. Moet gezegd: laatste is eigenzinniger, ‘dieper’. Maar daar maalt de gemiddelde man niet om die bij de koffieautomaat heeft gehoord dat oud nu een trending topic is. En de snob, die zal moeten toegeven dat Black Oud een goed ge(s)laagde oud is die bij een blinde test hoogstwaarschijnlijk door velen aan een ‘echt’ merk toegeschreven zal worden. Niet door hem wellicht, maar daar ben je dan ook een echte snob voor.







Zeg je pirates dan denken de meesten volgens mij aan de filmreeks The Pirates of the Carabbean met Johnny Depp als Jack Sparrow. Een rol die hem beter bij past dan het karakter dat hij verbeeldt in de quasi diepgaande promotieparfumclip van Sauvage (2015) van Dior. Als Sparrow is hij subversief-humoristisch, als ‘Sauvage’ gespeeld-getormenteerd wat moet doorgaan voor serieus, diepgaand – noem het kunst.
Terzijde: zijn ze bij het luxe conglomeraat wel een beetje laat achter gekomen. Daarnaast zijn deze fonteinen geen garantie voor goede, ‘serieuze’ geuren. En in een dergelijk prestigieus project schuilt ook een gevaar: het verhoogt de verwachtingen bij de consument, die verwacht perfectie bij elke volgende geur. Voldoet J’Adore in Joy (2017) hieraan? Ga je dan huilen of lachen, of op zoek naar merken die niet door hun eigen ambities en ‘serieusheid’ heen zakken, geur vanuit een andere hoek bekijken zonder aan kwaliteit in te boeten.

Het antwoord daarop is op dit moment anders dan pak’m beet vijftien jaar geleden. Toen werd ik vooral gedreven door het ontdekken en het analyseren van families (mijn eerste onderzoek: tuberoos) én de verbazing over het feit dat voor mij zoveel voor de hand liggende combinaties niet werden gemaakt. Zoals: galbanum, vijg en wierook – dat moet toch in een heel interessant effect resulteren. Doet het ook. Of hoe komt het dat een melange van diverse nichegeuren (proefjes waarvan ik de restanten na het testen in een 100 ml flacon stopte tot dat die vol is) een prachtige sandelhoutgeur oplevert terwijl in geen van de geuren dit edele hout als ingrediënt werd opgevoerd.
Dat laatste wordt dus steeds moeilijker, bijna onmogelijk, om dat te beoordelen gezien de parfumindustrie er alles aandoet om het cliché in stand te houden dat geuren juist garanderen dat je seksuele aantrekkingskracht in de vijfde versnelling gaat met een geur. Het effect wordt voornamelijk in beeld en boodschap gepresenteerd. Met de mooiste modellen en duurste actrices en acteurs. In scene gezet door regisseurs waarvan ik me afvraag waarom ze in hemelsnaam meedoen met dit circus afgaande op hun staat van dienst. Neem de nieuwe mallotige campagne van Diors Miss Dior begeleid door de (nu verplichte hashtag) #whatwouldyoudoforlove? Neem het The Scent-duo van Hugo Boss.
Maar voor ‘hetzelfde geld’ zou je deze zoektocht kunnen laten gezien de kans dan op het vinden van de ware wordt verkleind, want het aller merkwaardigste in deze kwestie is dat geuren die de seksuele aantrekkingskracht volgens parfumpromovideo’s in gang zouden moeten zetten, daar zijn nu juist alle dierlijke noten zo goed als uitgezeefd en – nu komt het ergste – leggen over het lichaam een ondoordringbare laag waarmee alle erotische boodschappen verspreidende lichaamseigen moleculen resoluut een halt worden toegeroepen. Met andere woorden: je denkt iemand met een ‘gelaagde’ geur aantrekkelijk te vinden, denkt daardoor #you’retheone, legt vervolgens het parcours van verleiden, verloven, trouwen af en dan… en dan… blijkt dat zij/hij #nottheone is omdat dat haar/zijn eigen geurdna bij ‘nadere inspectie’ toch niet matched met die van jou.
Het leuke, het eerlijke bij de uitleg van de geuren van Versace: het maskeert de synthetische ingrediënten niet door er ‘natuurlijke’ namen aan te geven. Over het algemeen zijn mainstreammerken hier huiverig voor, doen alles om bij de koper maar de indruk te wekken dat de composities zijn uitgebouwd uit honderd procent zuivere, natuurlijke bronnen. Sterker, trots vermeldt het huis – specifiek in geval van Pour Femme Dylan Blue – dat ‘kostbare, natuurlijke ingrediënten samenvloeien met de nieuwste generatie geurmoleculen’.
Valt wat voor te zeggen. De opening van de dans start goed: de van zichzelf al frisse zwarte bes (met fluwelige afdronk) wordt gestrooid over een sorbet van Granny Smith die de sprankeling van de zwarte bes opstuwt. Ruik je goed. Lekker. Dan het hart – een ‘love dance’ zoals je wilt. Hier vloeien dus natuur en synthetisch samen. Niet makkelijk, eigenlijk niet te doen, om het lelietje-van-dalen, egelantier (wilde roos) en de jasmijn te onderscheiden van shisolia (omschreven door producent Givaudan als een molecuul met shisoblad als uitgangspunt uitmondend in kruidig, groen met een diepe muskbasis), petalia (volgens Givaudan roosachtig, bloemig met nuances van lelietje-van-dalen) en rosyfolia (idem).
Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?
Dit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).
Trussardi introduceert zijn nieuwe herenparfum Riflesso, Italiaans voor reflectie. Het wil olfactorisch de mogelijkheden onderzoeken wat tradities kunnen bieden om het heden te begrijpen in het algemeen en meer in het bijzonder het erfgoed van het merk in relatie met de wereld van nu. Dat is me nogal wat. Ik bedoel daar kun je een thema-avond aan wijden op tv.
Familie: houtachtig-oriëntaals. Ik zou willen toevoegen: klassiek, bijna te klassiek voor mijn gevoel, gezien de hippe status van de protagonist. Vanaf de opening word je meegezogen in een oosterse zwoele zachtheid, want door de citrusfrisse opening heen ruik je al vaagjes de door tonkaboon (foto) geleide basis van Riflesso.
Mousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.
En van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.
Komt storytelling inmiddels je neusgaten nog niet uit en heb je ‘ondanks alles’ op je vaste schijf daarboven nog wat ruimte voor een nieuw olfactorisch narratief uit die andere nieuwe wereld? Verdiep je dan in Goldfield & Banks. Alles klopt.
Dit zag ik op www voorbijkomen: ‘During his travels Dimitri came to appreciate some of the 24.000 native species of flora’. Best wel veel. Ik zou bij 24 al geen onderscheid meer kunnen maken. Deze dan wel weer: Australisch sandelhout (Tantalum spitacum) en boronia (Boronia megastigma). Dat is een struik, zie foto, waarvan de bloemetjes een zweem van roos verspreiden en die ‘downunder gay icon’ Kylie Minogue stopte in haar Sweet Darling (2007) samengesteld door de nu-hoofdneus van Guerlain, Thierry Wasser.
Want ik ruik een ruige, pittige, kruidige zeefrisheid – opgeroepen met citroen, ‘mos’ en salie – met daaronder een zoete, bloemige onderstroom – ik gok op geranium, maar misschien is het wel boronia – met op de bodem gezonken, ‘verzilt’ cederhout. Aangenaam, maar al zó vaak geroken en vraag me af of je deze geur eigenlijk wel als niche kunt classificeren. Eerder massniche. Doet me denken aan een van de uitgangspunten van Montale: naast de oudhs geuren produceren die ‘copycat’ ruiken naar favoriete toptieners maar dan alleen met hoogwaardiger ingrediënten.