IRIS CHIC
NINA SIMONE MEETS STANLEY KUBRICK
Zal maar over je gezegd worden als vrouw, als man, als ‘in betweener’: ‘She was an anomaly!’ Ze/hij/het was een anomalie, of: ze/hij/het was een afwijking, aberratie. Het is de naam van tigste geur van het door Etienne de Schwardt in 2007 opgerichte Etat Libre Orange.
Om het overdreven te stellen (niet dat het écht interessant is): ik heb een haatliefde-verhouding met dit merk. De reden: lees mijn talrijke besprekingen van ELO erop na. Zoals zovele geuren had ik in 2019 ook van deze notie van genomen, maar me er niet in verdiept in verband met een tijdelijke olfactieve depressie en brood-op-de-plank-opdrachten. De geur kwam onlangs onverwacht een paar keer voorbij, toen ik me weer eens aan het verdiepen was in de ontwikkelingen van artificial intelligence (AI) betreffende geur.
Want She was an Anomaly is hiermee voor een gedeelte tot stand gekomen. In mijn betreffende artikel, schrijf ik dat deze ‘extra nieuwswaarde’ bijna in geen enkele recensie wordt vermeld, en dat ELO het zelf ook nauwelijks doet. Hier kom ik op terug: op hun site wordt het wel degelijk vermeld. Mijn haatliefde-verhouding borrelt ook in She was an anomaly naar boven – uitmondend in irritatie. De reden: de inspiratie is nogal heel vergezocht. Om maar eens een cliché te gebruiken: om op te vallen weten hippe merken (‘oude’ en nieuwe) vaak van gekkigheid niet wat ze moeten verzinnen. Dit verzon De Schwardt: ‘Een huwelijk van Nina Simone en Stanley Kubrick. Deze geur is aan ze opgedragen om hun talenten, hun afwijkingen van de norm, van de theoretische waarde, van het onverwachte te vieren’.
Jezus, zo ken ik nog wel een paar, nee, een rits reeds van overleden kunstenaars die van de norm afweken, de rafelranden opzochten en ga zo maar grensverleggend door. Dat is namelijk een kenmerk van goede kunstenaars (die zich hier meestal niet op laten voorstaan). En die dan samensmelten in een nieuwe geur… Men neme: Emilie de Châtelet en Jean-François de Saint-Lambert (heb net een BBC-podcast over deze wiskundigen/filosofen gehoord, vandaar, puur toeval). Naam: Science Defied. Ook bien étonnés de se trouver ensemble: Gala Dali en Roy Lichtenstein. Naam: Surreal Pop. Of laten we het bij de ons nog omringende levende bekende locals houden: Connie Witteman (geboren Freerecordshop) en Jonnie Boer – beide kunstenaars op hun gebied, toch? Naam: Taste (Less or More). Maar of de wereld hier nu op zit te wachten?
In ieder geval: het gebruik van AI bij deze geur is natuurlijk prikkelender dan de inspiratiebron. Want: kan een met data aangestuurde computer een geur verbeteren, aanscherpen of misschien wel afwijzen? Daniela Andrier zegt hierover: ‘Dit parfum is het resultaat van iets onverwachts. Ik speelde met Carto (de AI van ingrediëntenproducent Givaudan) dat mij formules suggereerde aan de hand van mijn voorstellen.’ Wat stelde ze voor? Haar geliefde en vertrouwde noten. Nou wil het geval dat ik haar in dit geval een beetje ken. Ze is dol op groene mandarijn, musk, iris en vanille (welke voor top notch-huizen werkende neuzen zijn dat nou niet?). Andrier vulde het aan met pruim, wierook, sandelhout en amber, en stelde dit aan Carto voor. Die antwoordde: ‘Iris en musk overdosen.’ Zo gezegd, zo gedaan.
Het resultaat: een chique iris geur die voor Daniela Andrier een beetje een herhalingsoefening is en – daar gaat het nu om – ook zonder AI ook goed gelukt zou zijn. Chic, doordat de geur iets stoffigs – positief bedoeld – heeft, eigen aan iris. Amber geeft de iris warmte, sandelhout zachtheid. De musk is omhullend en verliest door deze amber en sandelhout toch niet zijn lichte animale noot. Herhalingsoefening: She was an Anomaly zweeft tussen Infusion d’Iris (2010) van Prada en Eau de Parfum van Tiffany & Co (2017) beide ook door haar gemaakt.
Benadrukt ze in Prada’s geur de frisheid van iris, lakt ze die dicht met musk en amber in Tiffany & Co, in She was an Anomaly geeft ze iris een klassieke nichebehandeling. Daar kleeft niets afwijkends aan. Ieder couturehuis met nichelijn en ieder zichzelf (en ander) respecterend nichehuis heeft een solifleur iris op het parfumprogramma. Dus vol en rijk, misschien kun je dat overdosed noemen. Maar daarmee is Andrier bekend gezien haar solifleurs die ze maakte voor de eerste nichelijn van Prada. She was an Anomaly is in feite, en dat is knap, hoe ik me de geur Grey Flannel, letterlijk als stof voorstel: zacht, warm, geruststellend, ‘zelfverzekerd omdat je lekker voelt’.









Vraag lukraak mensen met of zonder mondkapje – op straat, in een loungetent, bij de kapper, in de parfumerie, in de supermarkt – of saffraan ze iets zegt. Mede door de groeiende populariteit van tv-programma’s over koken en foodblogs, is de kans groter geworden dat ze inmiddels weten dat het een kruid is – officiële naam crocus sativis – dat aan de Milanese risotto zijn typische smaak en geur geeft. Oh ja, en natuurlijk dat het heel duur is, want handmatig geoogst. Saffraan is een verbastering van het Arabische ‘za’faran’, de oorspronkelijke habitat van saffraan, wat geel betekent. Vandaar.
Dit zegt Amouroud in verband met de geur Safron Rare: ‘De rijkdom rust rustig in de timide, paarse krokus – een bloem die een paar korte dagen bloeit. De rijke rode en geurige stigmata (hiermee worden de stampers bedoeld) zijn binnenin verborgen, drie per bloem. Zorgvuldig met de hand geoogst, worden ze in de zon gedroogd om hun kostbare, ongewone, zijdeachtige aroma te concentreren. De rijkdom van deze luxe noot is betoverend en lang houdend’.
Met heel veel moeite ruik ik de fresia. Maar het is eerder een notie van iets frisbloemigs tegen een donkere achtergrond: een frisse maan aan de nachtelijke hemel – zoiets. Dan door snuivend neem je wel goed de rozen en geranium waar. En die worden door de saffraan als het ware veredeld, de hoogte in geduwd. Hoe te omschrijven? De rozen worden zoeter maar niet te zoet, niet kermis. Worden zachter maar vallen niet in de vanille-valluik. Een de licht gekruide zoetheid van saffraan blijft ook op zichzelf staan. Wil zeggen: je neemt de saffraan ook solo waar.
Ik snap het: ouders, opa’s en oma’s, tantes en ooms hebben het beste voor met hun kinderen/kleinkinderen, neefjes en nichtjes. Dus zo lang het kan, wordt de bikkelkeiharde wereld verpakt als een paradijs met Disney-slagroom overspoten. Meisjes zijn bijna verplicht om in roze tule naar balletles te gaan, jongens worden ‘pief, paf, poef, ik ben de cowboy en jij bent de boef’. Of kiezen ze allebei voor verfilmde strips- en Starwars-helden die – lekker handig in het huidig tijdsgewricht – vaak gender neutral zijn.
Want het nadeel/voordeel van viooltjesgeuren is dat ze vaak eendimensionaal ruiken; als soli-fleur houdt ze zich aan haar taak: ze overheerst door haar zoete, ietwat zuurtjesachtige toets. Ook al open je citroentjesfris, ook al combineer je haar met iris en pluk je wat viooltjesblad voor de groene noot: zoet moet ze blijven. Een van de beste voorbeelden: Grey Flannel (1975) van Geoffrey Beene – voor mannen dat wel (en nu voor een habbekrats te koop).
Tijd weggeweest in verband met brood op de plank-activiteiten. Nu er twee maanden van gevrijwaard. Hoop ik althans. Anyway, ik kreeg dus Spicebomb Night Vision in verband met Vaderdag opgestuurd van de producent (L’Oréal).
Hoe zou dat komen? Lacroix niet, Viktor & Rolf wel. Ik denk door de snelle veranderingen: internet, social media en het feit dat mode steeds meer als ‘serieus’ onderwerp in de media werd gepresenteerd. Mede dankzij de 24/7/365-inspanning van de marketing achter de modemerken. Erger (of ‘blijer’), mode draait alleen nog maar om marketing (en storytelling).
Dan ruik ik een soort van fluwelige ‘tevredenheid’ beplakt met diverse zware kruiden – op het recept staat zwarte chili-akkoord, zwarte peper, kruidnagel, nootmuskaat. Dat zal wel kloppen, maar die fluweligheid bepaalt toch de toon. Aangenaam, zalvend, bijna rustgevend.
Er staat een mini-interview op de site van Molton Brown met de neus van Suede Orris – Jérôme di Marino. Laatste vraag: ‘What makes Suede Orris so unique?’ Di Marino antwoordt: ‘Het daagt het idee uit dat iris ouderwets is. Ik wilde dat het poederachtig, maar modern was. Er is een verslavende rijkdom, veel volume en sensualiteit.’
WAT SUEDE ORRIS IK EIGENLIJK?
Flankers en variaties op thema: ben er niet echt dol op, maar er zijn een paar waarvoor ik een uitzondering maak. Zoals die op van Muglers Alien vanwege vaak de overdosering van bepaalde ingrediënten. Zoals die op van Calvin Kleins Ck One Summer vanwege de fun-factor. En natuurlijk op die van Shalimar vanwege… ik ‘haat’ het woord in combinatie met parfum, maar het kan niet anders, door de dialoog die het aangaat met de ‘oerpartituur’. Is Shalimar je favoriet, dan heb je – als ik historisch goed zit – sinds 2003 jaarlijks op zijn minst één flanker ter vergelijk en misschien wel genoeg aan je ‘parfumbehoefte’.
Dat maak je tegenwoordig niet vaak mee: het op www niet kunnen vinden van de betekenis van een naam. Sofron is in dit geval, wat mij betreft, nog meer misleidend omdat ik ervan uitging ‘dat het wel’ saffraan zou zijn, maar dit in nichekringen vaak toegepaste ingrediënt om een soort van suèdegevoel op te roepen of te versterken, ruik ik niet in deze geur en is in het Italiaans zafferano. Tik je sofron, dan is de eerste die verschijnt István Sofron, een blijkbaar beroemde Hongaarse ijshockeyspeler. En sofron kan ook een familienaam zijn. En dan verschijnt Sofron van Farmacia SS Annunziata. Verder geen info. Nou, dan gaan we ‘er maar’ vanuit dat het in dit geval een fantasienaam is.
Anyway, de overall impression: warmte, behaaglijk richting met z’n allen rondom de openhaard tijdens de herfst of nu, wanneer het naderende voorjaar de winter aanspoort te vertrekken. Dat gevoel is er niet direct. Eerst een lenteachtig gevoel met appel en perzik in een halo van citrusnoten, vervolgens wordt het geleidelijk aan donkerder door groenige en kruidige noten die al snel in de ‘security blanket’-basis overgaan.
Ik sprak onlangs aan een gerespecteerd persoon in de cosmeticawereld – hij vroeg mij zijn anonimiteit te garanderen in verband met een mogelijk ophanden zijnde Nederlandse samenwerking in de ‘parfumsfeer’ met Duitsland die ik met hem besprak. Hij vroeg tevens wat er zoal in Nederland gebeurde wat niche betreft. Ik ging het riedeltje af: Mona di Orio, Nasomatto, Hiram Green en Baruti. ‘Hollandse huizen’ met op de een of andere manier een buitenlandse link.
In ieder geval, toen ik de namen van haar eerste drie geuren hoorde – Angel’s Dust, The Dark Side, Sex and the Sea; ik loop inmiddels twee achter – werd ik het meest door de laatste aangetrokken. Vreemd, hoe komt het toch dat ik dacht dat de geur Sex on the Beach heette? Komt dat door dat gelijknamige hitje van T-spoon long way back in 1997? Onbewust verlangen?
Ja, gezellig toerend in een cabriolet van San Francisco naar Los Angeles om het nieuwe jaar snel in te rijden. Effe niet aan geuren denken, ondertussen wel overwegend of ik Geurengoeroe binnenkort moet begraven. Zo in de trant van het #tismooigeweest, tijd voor andere dingen, missie volbracht – en: de wereld zit echt niet meer te wachten op te diepzinnige analyses.
Aangekomen in Los Angeles, niet bepaald zin om langs alle parfumcounters van de grootwarenhuizen te gaan – ben wat dat betreft nog steeds aan het bijkomen van de op mij gerichte spray-attacks van de beauty-assistants in New York die me als een zwerm wespen belaagde.
En wat levert dat op? Twee geuren die je wel vaker in het alternatief-chique, indi-circuit tegenkomt. Pittig en soort van vreemd geprijsd gezien het verloop naar omlaag: 60 ml $ 180,00, 15 ml $ 80,00, 5 ml $ 40,00.