VERZAMELD HOUT
ZO MOET HOUT RUIKEN
AMOUAGE’S ARBORETUM
BOS MET BRANDGEVAAR OP DE LOER
Het is alweer een tijd geleden dat ik een Opus uit The Library Collection van Amouage heb ‘gelezen’. Even kijken in mijn eigen omvangrijke oeuvre. Hmm, ik loop acht hoofdstukken achter. Opus VIII was de laatste. 2014 alweer. Durf niet eens te denken wat ik allemaal gemist heb, want: alle geuren van Amouage zijn uitmuntend (ik gebruik deze omschrijving zelden). Alleen, Amouage treft hetzelfde euvel als zoveel merken: het lanceert gewoon te veel – hou daar eens mee op.
Kleine kans naar ik vrees, want ik vernam uit welingelichte kringen dat Amouage mondiale schaalvergroting aan het nastreven is. Wat betreft Nederland – eerst te koop bij een klein aantal onafhankelijke parfumerieën, nu ook bij Skins en de Bijenkorf. Nou, dan weet je het wel.
Een ander dingetje. Heb een tijdje geleden Amouage een email gestuurd naar aanleiding van hun nieuwe attar-collectie. Ik vermeldde bescheiden dat ik vanaf hun eerste geur veel over ze heb geschreven. Had wat (vertaalde) posts meegestuurd, gelardeerd met lofuitingen én het verzoek of ze mij een proefpakketje konden toesturen gezien het in Nederland niet te koop is – was bereid te betalen. Niet eens bevestiging van mijn verstuurde verzoek ontvangen. Hmm, zal wel. So much for being approachable online. Maar genoeg gegeurzeurd.
Wat is dat toch fijn, dat je vanaf de eerste spray weet dat je een goede geur in handen hebt. Je ruikt kwaliteit, verfijning en diepgang. Laatste is eigenlijk vreemd omdat van een geur te zeggen eigenlijk, maar op Opus VIII (2025) is het toch van toepassing. Komt natuurlijk door het hoofdbestanddeel: hout. Pak een tak, pak een onbewerkte plank, kneus het, wrijf erover en je ruikt gelaagde natuur met veel nuances.
Met Opus VIII lijkt of je door een arboretum loopt – door de felle zomer uitgedroogd dat wel. Tijdens het verpozen ruik je impressies van diverse soorten bomen – het hangt in de lucht dat gevoel van warm hout, ‘bejaard’ groen en zand – die samen een intens, rijk en tevredenstellend natuurgevoel oproepen.
Eerst een klein zuchtje frisheid van kardemon en lavendel die snel het houtthema oppikt door cipres – ook fris en kruidig maar dan meer richting dennennaalden. Dit is nog maar het begin.
Echt hout ruik je nog steeds niet: wel de ijle lucht van jeneverbes (vaak geassocieerd met de geur van duinen en branding), wierook (verbrand hout in feite) en ‘tranen van de spar’ – denk zoetig, honingachtig met een vleugje terpentijn. Het effect: een mengeling van fris, ijl, groen, droog en ‘zand’. Een bos waar door droogte brandgevaar op de loer ligt. Energiek, smeulend, loom-warm tegelijkertijd.
En dan bundelt zich dit alles samen geholpen door extra sterke houtinjecties: palo santo (zoet, mirre-achtig), sandelhout (warm met roosachtig effect), cederhout (zonnig droog) en patchoeli (warm, vochtig). Heel merkwaardig: alle vier verspreiden hun eigen specifieke geur, terwijl ze samen tot een geheel harmoniseren. Voor mijn gevoel resteert en overheerst de palo santo en sandelhout als dry down. Een heerlijk, warm, beetje zwoel rijk dichter-bij-de-natuur-gevoel.
Het kan verkeren: ik über-enthousiast terwijl een vriendin van me droogjes opmerkte: ‘Doet de me denken aan Caran d’Ache’. Van de kleurpotloden. Ik snap de associatie, dat wel.
Amouage ziet de geur (van hout) als ‘de meest oeroude, meest natuurlijke vormen van kennis uit het verleden, terwijl het optimistisch blijft kijken naar de wijsheid die de toekomst nog zal brengen’.



