WARM, COCONACHTIG, INTIEM, EROTISCH
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 23/02/19
Ik sprak onlangs aan een gerespecteerd persoon in de cosmeticawereld – hij vroeg mij zijn anonimiteit te garanderen in verband met een mogelijk ophanden zijnde Nederlandse samenwerking in de ‘parfumsfeer’ met Duitsland die ik met hem besprak. Hij vroeg tevens wat er zoal in Nederland gebeurde wat niche betreft. Ik ging het riedeltje af: Mona di Orio, Nasomatto, Hiram Green en Baruti. ‘Hollandse huizen’ met op de een of andere manier een buitenlandse link.
En natuurlijk Francesca Bianchi: Italiaans van oorsprong maar sinds een aantal jaren met haar laboratorium gevestigd in Amsterdam. Ik ontmoette haar een, twee, of is het nu alweer drie jaar geleden, tijdens de introductie van haar geuren bij www.parfumaria.comen een tijdje later heel – kort hoogzwanger – bij www.perfumelounge.nl.
Op de een of andere manier is ze door mijn geheugen geglipt en dat terwijl ik haar geuren stuk voor stuk interessant vindt. Ik heb ze onthouden. Goede, ‘diepe’ geuren, mooi van opbouw maar toch ontspannen. En, ze heeft als je daarvan kunt/mag spreken een vrouwelijke visie op geuren. Daar kun je natuurlijk een boom over opzetten (al een paar maal gedaan) over het verschil tussen de mannelijke en een vrouwelijke blik. Zoals op sensualiteit bijvoorbeeld. Ik vind het steeds meer aanmatigend worden wanneer een mannelijke neus ‘bepaalt’ hoe een vrouw sensueel/sexy/verleidelijk/geil kan ruiken. En dat dacht ik al toen van #metoo nog geen sprake was!
In ieder geval, toen ik de namen van haar eerste drie geuren hoorde – Angel’s Dust, The Dark Side, Sex and the Sea; ik loop inmiddels twee achter – werd ik het meest door de laatste aangetrokken. Vreemd, hoe komt het toch dat ik dacht dat de geur Sex on the Beach heette? Komt dat door dat gelijknamige hitje van T-spoon long way back in 1997? Onbewust verlangen?
WAT SEX AND THE SEAIK EIGENLIJK?
Mijn vriend, die mij iets wou uitleggen (net een nieuwe desktop) en dus over mijn nek was gebogen, vroeg ‘wat ruik ik?’ Ik reik mijn pols naar hem uit en hij antwoordt met ‘iets medicinaals’. ‘Zal Bianchi niet blij mee zijn’, grapte ik, en het geeft maar weer eens aan hoe totaal verschillend iedereen geur ervaart. Ik denk dat hij het verwarde met kokosnoot dat hij altijd chemisch vindt ruiken in zonproducten en dat dus weer linkt aan de zee, zilte noot. Anyway, ik ben wel gecharmeerd.
En vooral door de combi van mimosa en ananas in de aanzet. Dat geeft direct een eigenaardige (in de goede zin van het woord) zomers gevoel: de gele warmte van de bloesems vermengd met de gele zoetheid van ananas waarachter een exotisch strandgevoel zit, opgeroepen met kokos die gourmand wordt gemaakt door strobloem, en door de bloemen in het hart heen -roos en iris die ik eerlijk gezegd niet echt goed weet te detecteren, meer een fijn bloemengevoel -samensmelten in de amberbasis die eerst een ‘algemene’ indruk maakt. Om daarna als een soort van spectrum verschillende andere nuances prijs te geven die de amber voller en rijker maakt. De hoofdrolspelers: sandelhout, mirre, labdanum, benzoïne, ambergris, civet en vanille. Niet stuk voor stuk echt te onderscheiden, maar eerder een som der delen. Warm, coconachtig, intiem, erotisch.
Wat maakt Sex and the Sea niche? Ik zeg: in vergelijk met Estée Lauder tig-varaties op Bronze Goddess (de 2019-versie is net uit), vaak gezien als een soort standaard voor amber-gestuurde ‘strandparfums’, ruikt Sex and the Sea minder cliché, minder aqua, minder (in dit geval geen) tiaré, minder vanille. In plaats daarvan: een geur die meer op een subtiele manier, ook een onderliggende erotische toets heeft. Voor mijn gevoel opgeroepen met mirre, labdanum en civet. En hierdoor een ambigu-parfum in plaats van typisch vrouwelijk. Toch denk ik dat mannen deze geur niet zo snel voor zichzelf zullen kopen. Waarvan de stemmingsfoto getuigd.
![]()

Ja, gezellig toerend in een cabriolet van San Francisco naar Los Angeles om het nieuwe jaar snel in te rijden. Effe niet aan geuren denken, ondertussen wel overwegend of ik Geurengoeroe binnenkort moet begraven. Zo in de trant van het #tismooigeweest, tijd voor andere dingen, missie volbracht – en: de wereld zit echt niet meer te wachten op te diepzinnige analyses.
Aangekomen in Los Angeles, niet bepaald zin om langs alle parfumcounters van de grootwarenhuizen te gaan – ben wat dat betreft nog steeds aan het bijkomen van de op mij gerichte spray-attacks van de beauty-assistants in New York die me als een zwerm wespen belaagde.
En wat levert dat op? Twee geuren die je wel vaker in het alternatief-chique, indi-circuit tegenkomt. Pittig en soort van vreemd geprijsd gezien het verloop naar omlaag: 60 ml $ 180,00, 15 ml $ 80,00, 5 ml $ 40,00.
Hoelang is het geleden dat ik in Keulen aan de Glockengasse was voor een bezoek aan 4711? Tien, vijftien jaar geleden? Wat me altijd is bij gebleven: wat ik al wist van het merk werd toen me ter plekke nog eens bevestigd. Wat een rijke geschiedenis en wat een potentie die niet voldoende werd gebruikt! Next thing you know (weliswaar een paar jaar later) zette de toenmalige eigenaar Proctor & Gamble in de etalage.
Helemaal leuk: een parfumfontein waar constant ’s werelds beroemdste eau de cologne zijn boeket verspreidt. Pas als je je handen ‘wast’ met 4711, dan begrijp je direct de essentie van de eau de cologne weer: klaterend ‘parfumplezier’ – opwekkend, verkwikkend en verfrissend.
Een ander aspect: door deze nieuwe versies komt 4711 als merk in de buurt van het merk dat – als je het goed bekijkt – aan de haal is gegaan met de erfenis van kölnisches Wasser: Atelier Cologne (anno 2010). Maar moet gezegd: de bedenkers van deze formule (inmiddels gekocht door L’Oréal) deden wat 4711 als huis naliet: eau de cologne, water uit Keulen, vanzelfsprekend 2.0 te maken. Het echte verschil natuurlijk: Atelier Cologne levert eau de cologne in eau de parfum-sterkte. Dus niet echt een eau de cologne.
Myrrh & Kumquat doet ook iets vreemds. Talloos zijn de geuren in het nichecircuit waarin van mirre de millenniumoude kwaliteiten – warm, kruidig, zoetig, rokerig met lactone-achtige nuances – van deze hars worden benadrukt. Denk: richting oriënt en vol.
U vraagt (marketing), wij (Thierry Wasser) draaien. Deze gedachte bekruipt me de laatste tijd wel vaker bij Guerlain. Zou Wasser zich hebben gerealiseerd, toen hij contract tekende dat hem tot hoofdparfumeur van Guerlain maakte, dat hij ook werd geacht om aan de lopende band variaties op oude en nieuwe klassiekers te leveren van het huis dat dit jaar zijn 190-jarig bestaan viert? Ik weet, je moet meedoen met de ratrace – na een lancering van een edp ‘verplicht’ volgen met een edt, eau florale, eau verte, eau rosée en dan – de uitdaging – het extract.
Het voordeel van in een parfumerie werken (or any kind of shop) tijdens tropische weersomstandigheden: #tishierlekkerkoel. Tenminste als je baas zo aardig is om voor perfecte klimatologische omstandigheden te zorgen. Ik ben te lui nu een aantal parfumerieën langs te gaan voor een check. Toeval wil dat ik vorige week een Hoogeveenes Mooi-parfumerie binnenliep. Ik werd op de drempel al door een verkoopster aangesproken of ik geholpen kon worden. Wat een treurigheid, nee dus niet echt, en ging verder.
Er zijn inmiddels miljoenen vrouwen geweest die direct sì zeiden. Het cliché rood + passie = that’s amore, wordt, moet gezegd, stijlvol gedaan. En ik heb een zwak voor de ambassadrice. Maar ik ben wel benieuwd hoeveel uren nodig waren om Cate Blanchett serieus op de foto te krijgen. Want ‘haar kennende’, begint ze spontaan te lachen bij het horen van de diepere gedachten die ten grondslag liggen aan de vijfde flanker van Sì.
Volgens mij kun je nu in de parfumerie een kanon afschieten, of een voetbal. Want daar is nu wel het laatste waaraan je denkt. Toch? ‘Tis nog lang niet voorbij die mooie zomer die begon zowat in mei, ha je dacht dat er…’ En ander dingetje: WK in Rusland. Ik kijk zelf bijna naar elke wedstrijd, en dat wil wat zeggen. Of zou het komen omdat Nederland niet meedoet en ik helemaal meeleef met De Rode Duivels. Ik heb elf jaar in Brussel gewoond. Dat doet wat met je.
Het overkomt me af en toe dat ik bij het spuiten van een geur op mijn (meestal) linkerpols, ik spontaan begin te ‘niche’-niezen: is meestal een kwestie van de frisse, knetterende opening. In Subversif een uitbarsting van in vijg en zwarte bes gekapseld bergamot met een frisgroen, zoet-wrang effect tot gevolg. Met andere woorden: de toon wordt gezet van dit oosterse georiënteerde parfum.

Kennen jullie dat? Dat je bepaalde geuren niet durft te ruiken omdat je bang dat je teleurgesteld raakt en/of bevestigd wordt in je vooroordeel? Deze tegenzin heb ik de laatste jaren vooral met nichehuizen, gezien de masstige merken (de Armani’s, de Diors, de Hugo Bosses onder ons) de moeite van het ruiken meestal niet meer waard zijn. Afgezien van hun bijdrages aan de nichesector die weliswaar ook steeds meer ‘inwisselbaarder’ worden. Voorbeeld: de nichelijn van Roberto Cavalli – word ik niet echt geil van afgaande op de namen. Nog een oudh, nog een musk, nog een roos, nog een… kun je blind ruiken.
En dan is er nog Mona di Orio. Hors concours. Het blijft bizar dat ze met een klein oeuvre (bij haar spreek je niet van werk) zo’n overall impact heeft gemaakt. In ieder geval op mij. Ik dacht na haar onverwachte overlijden: fondé 2005, fermé 2011. En dan dat over 50 jaar iemand op een rommelmarkt een flacon van haar vindt, under haar spell raakt en besluit het huis te heropenen.
Even terzijde: leuke naam als je de op de hoogte bent van de ontstaansgeschiedenis van suède en helemaal leuk gezien de herkomst van Fredrik Dalman. Het hout (patchoeli en cederhout) neem je lichtjes, bescheiden waar, maar indien weggelaten zou het suède zo van je huid wegglijden. En de musk is idem dito aanwezig, lijkt door het suède opgezogen.
Ik ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.
Interessant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.

Ben op weg terug in mijn auto van ‘a evening with Andy Tauer’ georganiseerd door
Het geeft maar weer eens aan hoe dichtbij een neus tegenwoordig bij zijn gebruikers kan komen als hij wil. En Andy Tauer is er een die het met volledige overgave doet. Wat dat betreft heeft hij iets gemeen met zijn voornaamgenoot Andy Warhol. Deed die Pop Art, Tauer doet aan Pop Up Parfum Art. In de zin van benaderbaar, het populair maken van (zijn) geuren op serieuze wijze. Hij heeft de social media omarmd – als je wilt kun je dagelijks via Twitter op de hoogte worden gehouden van zijn werk, zoals deze avond in IJsselstein. Wat een verschil bijvoorbeeld met Frédéric Malle wiens groeiende arrogantie en snobby-intellectuele kijk op de business gelijke tred hield met zijn faam.
Alle drie zijn aangenaam. When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes is een echte knuffelgeur richting gourmand, banketbakkerij. Geen grote hompen Hemataart, eerder een macaronnetje gevuld met karamel en benzoïne gelayerd met amber, patchoeli en bepoederde musk. Zacht, zoet en warm, een security blanket-geur perfect voor de komende herfst.