VALENTINO-COUTURE WEER TOONAANGEVEND
NU DE VALENTINO-MAN NOG
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 29/08/19
Neus: Guillaume Flavigny, Antoine Maisondieu

Misschien is het je ontgaan: de haute couture van Valentino wordt de laatste seizoenen onthaald als vernieuwend en gewaagd: zwierige enkellange capes met daaronder overdadige ‘moet-je-zien-wat-er-binnenkomt’-jurken gemaakt van de fijnste volumineuze stoffen. Het meest gewaagd: het feit dat de spectaculaire kleding wordt ‘gecatwalkt’ door voornamelijk zwarte modellen.
Hoewel Paco Rabanne in de jaren zestig Valentino voor is gegaan: zijn eerste haute couture-collectie werd gedragen door louter zwarte modellen. Toch gewaagd, maar tegelijkertijd ook ‘veilig chic’. Gewaagd: met de toenemende vreemdelingenhaat en afkeer tegen bootvluchtelingen (met name in Italië) wordt hier toch een statement gemaakt, maar dan wel in de veilige gecapitonneerde wereld van couturesalons waar niemand zich druk hoeft te over het huidige onheil van de wereld.
Alles draait om perfectie, coupe, silhouetten, verhoudingen en het experiment. Deze haute couture doet het vooral goed op de covers van glossy’s, op de rode loper en in (mode)musea. Zoals bekend; er wordt aan haute couture niet echt veel geld verdiend – zegt men. Het is een uithangbord van (soms discutabel) vakmanschap dat het gewone volk aan moet sporen, accessoires te kopen – zoals ‘lekkere luchtjes’.
Valentino heeft zich wat geuromzet betreft nooit kunnen meten met zijn Italiaanse collega’s (Armani, Dolce & Gabbana, Versace). Maar dat zou zo maar kunnen veranderen sinds L’Oréal (van Puig dat het overnam van Procter & Gamble en die van Müelhens) begin dit jaar licentiehouder is geworden.
Ben ook benieuwd of de cosmeticareus de moeite neemt om in het Valentino-parfumarchief te duiken, want daar zitten klassiekers tussen – Valentino (1978), Vendetta (1991), Very Valentino (1999) – die zo weer op de markt kunnen en volgens mij weer als zoete… Het blijft alleen de vraag of haute couture anno nog zoveel bewondering en affiniteit oproept bij een nieuwe generatie consumenten – of je moet couture op sportschoenen presenteren, maar dergelijke stylingtrucjes zijn inmiddels cliché.
WAT BORN IN ROMA UOMO IK EIGENLIJK?
Born in Roma had ook gelanceerd kunnen worden, of eigenlijk beter (en ‘eerlijker’) door Laura Biagiotti. Parfum en de hoofdstad van Italië blijft voor velen verbonden met haar. Opvallend aan de naam (waarvan ook een vrouwelijke verscheen): klinkt meer als een slogan voor een nieuwe campagne van Nike, Adidas, Puma en andere snelle merken dan naam voor een chic merk dat Valentino ontegenzeggelijk nog steeds is. Misschien werkt het.
Er zijn haast geen oude huizen met ‘autoritaire’ klasse meer over, bijna allemaal gaan ze mee in het verjongings-op-sportschoenen-proces. Heeft ook Valentino een beetje last van: mooie ‘gewone’ jongen in omarming met een ongebruikelijke schone, in een gewoon alledaags decor. Stemming: denk de film Roman Holiday met Audrey Hepburn en Gregory Peck maar dan anno nu uitgebeeld door de modellen Adut Akech en Anwar Hadid.
Dat ruik je ook: Born in Roma Uomo komt bekend voor (welke geur tegenwoordig niet?) Sfeer: natuur en ‘urban’ fuseren met drie hoofdsmaken nu populair in mannengeuren: zilt, groen, hout. Ofwel, een kil-groene, zoutige opening, of beter gezegd een uitbarsting waarvan de groene knispering in het hart wordt voortgezet met viooltjesbladeren en salie dat een ‘urbane’ opwaardering krijgt door een het nu maar al te hippe gember.
De basis is aards. Vooral valt de rokerige vetiver op, die ondanks zijn intense houtnoot toch een luchtige toets behoudt. Een soort van ambroxan geeft een ziltige warmte. Had van mij wel wat krachtiger, meer ‘couture’ gemogen.
Het hangt van L’Oréal af, hoe groot het Valentino gaat neerzetten als het nieuwe couturemerk – het heeft al Yves Saint Laurent en Viktor & Rolf. Kan zomaar een echte concurrent van alle grote marktspelers worden. Born in Roma Uomo is de vijfde flanker van Uomo (2014). Hiertussen zaten Uomo Intense (2016), Uomo Aqua (2017), Uomo Noir Absolu (2017), en Uomo Oud Essence (2018). Laatste ben ik wel benieuwd naar, want hoe zou deze oud nu weer ruiken?
PS: het blijft voor modellen altijd moeilijk een flacon ‘au natural’ in hun handen te houden…




Amouage is een perfect voorbeeld van wat het uiteindelijke doel is van een zorgvuldig opgebouwde naam: cashen. Dat wil niet direct zeggen verkopen aan de hoogstbiedende, maar het merk geleidelijk aan meer en meer downgraden. Niet zo zeer in kwaliteit, maar in bereikbaarheid. Laatste kun je op twee manieren doen. Meer verkooppunten en/of geuren lanceren met steeds kleinere tussenpozen waarvan sommige zeer toegankelijk zijn in de zin van ‘instapniche’ – zowel qua naam als qua inhoud. Plus laat ik niet vergeten: meedoen met geurtrends. Alle drie gebeurt bij Amouage.
Anyway, in de woorden van Amouage vertelt Beach Hut Man ‘het verhaal van een iriserende aromatische idylle die zich ontvouwt in de geurige, wilde tuin van een strandhut, waar uitgestrekte zandduinen de zee ontmoeten. Het maakt de zintuigen los en ontketent emoties terwijl het het bedwelmende sublieme van de kustlijn verkent tijdens de fascinerende zonsondergang’. Toe maar! Het bedwelmende sublieme. Je moet er maar op komen. Iets anders: volgens mij is juist de charme van een strandhut dat je géén tuin hebt…
Ook leuk, als je goed door ruikt, neem je de oranjebloesem waar die de galbanum-muntcombinatie een cologne-kick geeft… dit blijft allemaal gezellig lang resoneren om ‘op een gegeven moment’ te transformeren tot een beschaduwde bossensatie. Wrangbitter klimop (ik ruik het zowaar) waaronder typische mannelijke houttonen samen een krachtig statement maken. Denk vetiver, mos en patchoeli. Mooi en donker met een rokerig randje, die mij aan het voormalige fetish-ingrediënt van Amouage doet denken (wierook).
Hoelang is het geleden dat ik in Keulen aan de Glockengasse was voor een bezoek aan 4711? Tien, vijftien jaar geleden? Wat me altijd is bij gebleven: wat ik al wist van het merk werd toen me ter plekke nog eens bevestigd. Wat een rijke geschiedenis en wat een potentie die niet voldoende werd gebruikt! Next thing you know (weliswaar een paar jaar later) zette de toenmalige eigenaar Proctor & Gamble in de etalage.
Helemaal leuk: een parfumfontein waar constant ’s werelds beroemdste eau de cologne zijn boeket verspreidt. Pas als je je handen ‘wast’ met 4711, dan begrijp je direct de essentie van de eau de cologne weer: klaterend ‘parfumplezier’ – opwekkend, verkwikkend en verfrissend.
Een ander aspect: door deze nieuwe versies komt 4711 als merk in de buurt van het merk dat – als je het goed bekijkt – aan de haal is gegaan met de erfenis van kölnisches Wasser: Atelier Cologne (anno 2010). Maar moet gezegd: de bedenkers van deze formule (inmiddels gekocht door L’Oréal) deden wat 4711 als huis naliet: eau de cologne, water uit Keulen, vanzelfsprekend 2.0 te maken. Het echte verschil natuurlijk: Atelier Cologne levert eau de cologne in eau de parfum-sterkte. Dus niet echt een eau de cologne.
Myrrh & Kumquat doet ook iets vreemds. Talloos zijn de geuren in het nichecircuit waarin van mirre de millenniumoude kwaliteiten – warm, kruidig, zoetig, rokerig met lactone-achtige nuances – van deze hars worden benadrukt. Denk: richting oriënt en vol.
Ik krijg net van Facebook te horen dat mijn volgers al een tijdje niets van me vernomen hebben. Ja, jeetje, gewoon te drukdoende met het klassieke ‘brood-op-de-plank’- verdienmodel. En dan is er ook nog zoiets als elderly flower-siroop en kersenjam maken. Nou wil het toeval dat ik vandaag er tijdens het strijken – het nieuwe onthaasten – aan zat te denken. Werd er gisteravond ook nog aan herinnerd. Zag de commercial van Bleu de Chanelop televisie: moet je mooi vinden (ik meende David Bowie op de achtergrond te herkennen. Starman… zou dat de symboliek zijn?)





Droomde ik nu dat ik mocht aanschuiven bij Tijd voor Max, of was het gewoon een bad trip in verband met het 75jarig bestaan van L(ucy in the)S(ky with)D(iamonds)? Oordeel zelf.
André: ‘Wanneer heb je voor het laatst een Avongeur gekocht?’ ‘Dat is leuk dat je daarnaar vraagt, want heel toevallig onlangs nog, in Hoogeveen – of all places. Om precies te zijn in Het Goed, een tweedehandswinkelketen. In een gesloten vitrinekast gevuld met dingen, objecten en parafernalia die moeten doorgaan voor duur en zeldzaam maar het niet zijn, zag ik een parfumflescollectie ‘afgestaan’ naar ik vermoed door (klein)kinderen van een net overleden very old geworden, dat wel, (groot)oma. De verkoopster vroeg of ik ze allemaal wou kopen tegen een schappelijke prijs. Maar dat vond ik way too much. Want de meeste flacons, uitgezonderd een, vielen voor mij nu toch in de categorie heftige kitsch.’ Martine: ‘Jeetje wat gaat de tijd nog snel en we zouden nog uren met je kunnen praten, maar Karin Bloemen moet ook nog een door haar net ontdekt maatschappelijk probleem onder de aandacht brengen en Willeke Alberti wil nog een niet echt door zijn familie gemiste, maar toch gevonden opa toezingen, dus dat kom je, hoop ik, in een andere aflevering met ons delen.’ Geurengoeroe: ‘Hé, wat jammer nou, want ik had naast deze geur nog een ander aspect willen belichten…’.
Geurengoeroe bedoelt maar. En die heb ik dus voor € 9,00 gekocht. In die ‘Originalfassung’ verpakt in een glazen leeuw met plastic dop. Is het kunst, is het kitsch? Ik vind het, laat ik het zo zeggen, knap gedaan. Als het geen parfumflacon was geweest, dan was het gewoon een leuk deco-dingetje voor in je interieur. Had je ook nu nog zo maar op een inspiratiepagina kunnen vinden in een interieurglossy. Maar het gaat dus om de inhoud.
Volgens mij heeft Karl Lagerfeld schijt aan alles. Aan namen, aan reputaties, aan smaak, aan heersende opvattingen, aan zichzelf als ontwerper, aan zichzelf als persona, als cliché van de excentrieke modeontwerper. Mark my words: als na zijn overlijden – zijn leeftijd wordt nu geschat op 187 – of na zijn aftreden bij Chanel/Fendi/Karl de wel of niet geautoriseerde biografieën verschijnen, zullen die heel wat stof doen opwaaien. Smullen heet dan dan.
Als Karl Lagerfeld de verantwoording van zijn nieuwe twee geuren – zag ze toevallig voorbijkomen op internet, toch benieuwd – heeft gelezen, moet hij vervolgens na het ruiken, er het zijne van hebben gedacht en gelachen, heel hard.

Ik was een paar dagen in Amsterdam en gelukkig nog wat tijd over voor de Albert Cuypmarkt. Daar zit aan het begin nummer 84, Grimme Drogisterij, is een soort parfumweeshuis en -hemel ineen, want het heeft zich gespecialiseerd in geuren die het niet gered hebben in aanhoudende strijd om aandacht in de ketenparfumerie. En dat zijn er dus heel veel.
Maar toch, eerst denk je nog: dit is echt nep door die Acqua di Parma-associatie, maar al ruikende moet je bekennen dat het een echt goede geur is; een geslaagd ‘me too’-luchtje. Een begrip dat voor de #metoo-discussie al bestond: een populair thema van de concurrentie anders verpakt onder eigen naam verkopen. In dit geval: ‘Dit is onze Montale’.