GUCCI-CORSAGE
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 20/10/17
Neus: Alberto Morillas
Ik weet niet of de überüberüberdreven aandacht voor Gucci’s recente succesvolle modemetamorfose (in gang gezet door Alessandro Michele) van strak-kille chic naar vintage verkleedkist-glamour al te merken is in de parfumerie. Of de Gucci-geuren dus ook in de lift zitten.
Grote kans van wel gezien Michele zich, naar men zegt, ook intensief met de geurentak bezighoudt – in ieder geval stylingtechnisch. Was nodig ook, want onder zijn voorganger (ben haar naam al weer vergeten; excuses) ontbrak het de geuren aan smoel en eigenzinnigheid. De eerste aanzet gaf hij met Guilty Absolute (2017) – een mannengeur doorblazen met oudh. Zijn tweede proeve: Bloom.
We laten de ontwerper, die de bloem tot nieuw Gucci-embleem verheven heeft, aan het woord: ‘Ik wilde een rijke witte bloemengeur, een moedige geur die je meeneemt naar een tuin vol bloemen en planten, een boeket van overvloed. Deze tuin is zo mooi als vrouwen: kleurrijk, wild, divers. Bloom ruikt als deze tuin, om te reizen naar een plek die niet bestaat’.
Tuin, niet echt origineel. Dan die languissante ‘lesbo-chic’ uitwasemde promoclip ‘gedreven’ door de gezongen slogan die ik echt niet begrijp: ‘Wild horses couldn’t drag me away’. Een strofe uit een popklassieker van The Rolling Stones volgens mij. Of is dit een inside joke van Michele en al zijn lieve vriendinnen die natuurlijk ook zijn muzes/modellen voor Bloom zijn: Dakota Johnson, Hari Nef, Petra Collins.
Je zult begrijpen dat dat geen doorsnee, radeloos aan Instagram verslaafde vriendinnen zijn. Want ‘eigengereid, met een eigen mening en gevrijwaard van conventionele beperkingen die onvergetelijke ervaringen nastreven’. En – staat altijd chic – ‘met een voorliefde voor kunst en cultuur waarmee ze zich omringen’. Dit moet je nu echt beweren wil je op social media lifestyletechnisch serieus worden genomen: ‘Ze hebben verhalen om te delen en te verbinden’. En dit krijg je als uitsmijter mee: ‘Iedere vrouw bloeit eigenlijk daarom heet Michele’s allereerste geur voor haar Bloom’.
WAT BLOOM IK EIGENLIJK?
De naam rangoon crepeer (foto) zegt je waarschijnlijk niets. Een synoniem voor deze in Azië in het wild veel voorkomende en voor de sier geteelde kruipplant: Chinese kamperfoelie. Daar kun je je iets meer bij voorstellen. In ieder geval qua bloeiwijze.
Door liefhebbers omschreven als ‘de geur van duizend bloemen’ met bedwelmend effect – zoet, fruitig en bloemig. Alessandro Michele was in ieder geval helemaal onder de indruk toen hij voor het eerst aan deze veelkoppige bloem rook. Hij vroeg parfumeur Alberto Morillas haar als uitgangspunt te nemen voor Bloom.
Mijn indruk van de rangoon creeper die je eerst duidelijk waarneemt en zich vervolgens langzaamaan door de andere bloemen ‘vlecht’: beetje rijp tropisch fruit-achtig. Dat zijn dus tuberoos en jasmijn. Alleen wordt dit keer niet de zware, diep sensuele kant van de eerste benadrukt, maar de meer lichtbloemige noot.
Dit bereikt Alberto Morillas door ook het groene aspect van deze ‘roos’ mee te nemen – denk aan de bladeren en de stelen. Vat dat niet letterlijk op – het is meer het toevoegen van wat diffuse groene noten. Voor extra bloemige helderheid zorgt sambacjasmijn; die tempert de erotische verlangens als het ware van de tuberoos. En deze helderheid is te danken aan de zogenaamde co2-extractie waardoor de jasmijn nog verser geplukt, nog frisser en zelfs groener ruikt. Dit vloeit alles in de basis samen – sneller dan verwacht by the way – in ‘bestofte’ nuances, waarin voor mij de witte musk het wint van de poederige, zoete noot (ik gok op tonkaboon, vanille en sandelhout).

Als Alessandro Michele de komende seizoenen Gucci even spraakmakend als nu weet te houden, dan zal het me niet verbazen dat Gucci een niche-geurenkabinet zal openen. Wat Gucci en niche betreft: ik scoorde van de week in Oldenzaal voor € 15,00 bij een tweedehandswinkel een van de vijf flacons van Forever Now (100ml). De Guccigeur die ‘officieel’ alleen te koop is in het in 2011 in Florence geopende Gucci Museo (Piazza della Signoria, Florence) en Gucciboetieks.
Het vreemde: déze Forever Now ruikt veel minder uitgesproken, beetje verwaterd. Namaak? Zo vreemd is deze gedachte niet. Ik hoor steeds meer alarmerende berichten over dat China copycats van nichegeuren weet te produceren bij niet van echt te onderscheiden. Zowel qua verpakking, zowel qua verpakking, zowel qua compositie.


Zal wel aan mijn liggen, maar Bracken doet me denken aan fracking – een ‘nieuwe’, controversiële manier van aardolie winnen in vooral Amerika met een funeste invloed op de omgeving en de natuur als je de tegenstanders onder aanvoering van Leonardo di Caprio mag geloven.
Wat een verschil met de geurprofessor-parfumchemicusanalyticus van 
Je ziet ze regelmatig door de straten van Amsterdam fietsen, en vast en zekers ook in andere steden: vrolijke vrouwen op vrolijke geverfde omafietsen waarvan de frames bijna helemaal volgroeid zijn met guirlandes vrolijke plastic bloemen van Kitsch Kitchen.
En dat mag dus niet meer van ‘bovenaf’. De boosdoener heeft men inmiddels eruit weten te zeven, met het gevolg dat de geur minder complex – vol, zon, bloemig, fris, spannend als je zo wil – is. Thierry Wasser weet dit aardig te omzeilen door de ‘schoongemaakte’ bergamot te omringen met gember, roze peper en kardemon. De eerste twee zorgen voor prikkeling, accentueren de citrus- en sinaasappelkant van bergamot, de laatste het groene aspect terwijl je de bloemige noot ook blijft waarnemen. Het effect: een zuurtje (Napoléon) die geleidelijk overloopt in een macaron voor mijn gevoel. Hier voor verantwoordelijk vanille en witte musk, die maken Bergamote Calabria pluizerig en poederachtig.
Mona di Orio had van zichzelf een bohemienne uitstraling. Maar dan wel ‘à la facon parisienne’, beetje fin de siècle vorige eeuw. Dus eigenzinnig, maar bestudeerd. Maar niet aanstellerig gecultiveerd. Verfijnd met een rafelig beau chic, beau genre-randje. Dat was/is ook het dna van haar meeste geuren: ruw, ongeciviliseerd, aards maar toch in connectie met ‘het hemelse’; creaties niet gladgestreken door interventies van marketingpiepeltjes en testpanels. Wat krijg je dan? Geuren die door velen ‘best wel’ als moeilijk worden ervaren omdat ze net iets meer vragen van de consument.
Men neme: 
Wist ik nog niet: Penhaligon’s is eigendom van Puig. Bijna teleurstellend om te vernemen dat zo’n all over British heritage label inmiddels ook in ‘vreemde handen’ is. Het is niet de enige: Atkinsons wordt sinds 2013 gerund door een Italiaans bedrijf. Eigenlijk is Penhaligon’s een vreemde eend in Puigs portofolio gezien hun andere licenties – de belangrikste: Carlonina Herrera, Prada, Paco Rabanne, Nina Ricci en Valentino. En sinds kort ook: Jean Paul Gaultier. En wist ik ook niet: L’Artisan Parfumeur.

Hij was haar lover, ‘muse’ en sponsor. Boy Capel (op de foto in het midden) geboren 1881 in Brighton, Sussex. Zij was zijn ‘irrégulière’: naam voor een vrouw uit de mindere kringen (zoals dat toen niet zo heette) die een relatie onderhield met iemand uit de betere kringen (tegenwoordig nog nauwelijks gebruikt). Gezien zijn upper class afkomst trouwde hij braaf gelijkstandig met Diana Wyndham, maar de affaire met Chanel eindigde hierdoor niet. Chanel (op de foto rechts) had hem leren kennen via weer een andere lover van haar: Etienne Balsan (1878-1953) – op de foto links.
Ook wordt beweerd dat Boys’ reisnecessaire Chanel het idee gaf voor de flacon (eerste versie) van N° 5 (1921). Maar het noodlot sloeg toe: op 22 december 1918 kwam hij op tragische wijze om het leven tijdens een auto-ongeluk. Chanel over Boy 25 jaar na zijn dood, opgetekend door Paul Morand: ‘Zijn dood was een verschrikkelijke klap voor me. Door hem te verliezen, verloor ik alles. Wat volgde was niet een gelukkig leven, moet ik zeggen’.
Mijn ‘Boy’-gevoel: op bezoek bij de klassieke barbershop (die steeds meer populair wordt door baarddragende hipsters en ‘gentrificators’0. Zou Chanel dit in gedachten hebben meegenomen?
Normaal gezien ben je trots op je vakkundige achtergrond, vermeld je de adressen waar je de fijne kneepjes van het vak onder de knie kreeg, trots op je curriculum vitae. Dat klinkt vertrouwd en professioneel als je voor jezelf begint.
Ook hier geen namen – ook hier wellicht bescheidenheid en/of discretie. Dat dan weer wel: om zijn creaties meer luister te geven Nabile ‘associates them with the jewelry of Peter Lang, who himself works with celebrities such as Nicole Kidman, Kylie Minogue, Pink and Beyoncé Knowles’. Maar dit is meer een indirecte link. Zoiets als zeggen dat je Beyoncé kent omdat de dochter van je buurvrouw bij haar interieurverzorgster is.
De hoofdrolspeler – de lelie – detecteer ik niet echt. De gardenia (foto) wel, maar zeer minimaal. Het is eerder een warm, meer diffuus bloemenkantwerk. De afronding maakt het geheel nog zachter, maar indringend door minder patchoeli en meer sandelhout. Nu het merkwaardige: langer op de huid lijkt alsof de opening nog een keer als een briesje door het kantwerk van bloemen blaast.

En op ‘uit de natuur’ valt trouwens wel wat af te dingen. Peer wordt synthetisch samengesteld. Heliotroop idem. En: zwarte vanille bestaat niet – of je moet de gefermenteerde peul bedoelen, maar die is donkerbruin. Is die zwart dan is die over zijn (b)ruikbaarheidsdatum heen. Zwarte musk evenmin, net zo min als groene, paarse en roze musk. Is een fantasienaam om de consument te sturen.
Zoals gezegd: een echte een fruitchouly behoorlijk girl-girly geïnterpreteerd. Met andere woorden: heel veel fruit met bloemige tussennoten eindigend in een houtachtige basis. Er werd niet voor de bambinella-peer gekozen vanwege het specifieke aroma. Alle peren ruiken hetzelfde in geuren, het gaat er om waarmee je ze omringt. Wel omdat de bambinella door zijn kleine maat zo schattig oogt en daarom binnen no time in Groot-Brittanië ‘uitgroeide’ tot een van meest populaire soorten. En die wordt in grote hoeveelheden in de opening verwerkt in Black Musk waardoor het moeilijk is om de roze peper en de bergamot eveneens te onderscheiden. Kwestie van je neus er goed in zetten.
Je weet tegenwoordig niet meer of mensen door gebrek aan of juist door het teveel hebben van een algemene ontwikkeling, de algemeen geaccepteerde schrijf- en spellingswijze niet meer machtig – willen – zijn. Of bewust – als simpel protest, als slim geintje – negeren. Neem Boszporusz dat schrijf je officieel als Bosporus.
Wat wel leuk is: nog een land dat zich op de nicheglobe zet. Het geeft weer eens aan hoe de hegemonie van Parijs op parfumgebied behoorlijk aan het verwateren is. Het zal niet meer lang duren voor alle bij de Verenigde Naties aangesloten landen een of meer eigen home made-nichelabel hebben. Behoort Noord Korea ook eigenlijk tot deze club… ?
Een ‘bos’(zporusz)-parfum. Ik had nog nooit van Jorge Lee gehoord. Afgezien van Maya (2009) van Scents of Time, lijkt deze Columbiaanse neus de ‘in house nose’ te zijn van Nishane. Afgaande op Boszporusz heeft hij verstand van zaken. Het parfum-extract in sprayvorm voldoet aan alle niche-eisen. Rijk, vol en met geen zweem van een ‘iets synthetisch’.
Ken je de french expression: derrière chaque grand homme, se cache une grande femme? Niet? Goed geantwoord – omdat it isn’t een Franse expression. But I was thinking of it while interviewing Gérald Ghislain during his stay last december in the hoofdstad of modern tourist industry of Europe, Amsterdam.
Maar wat vreemd: de teleurstellende opkomst van ‘beautyredacteuren’: ook een soort van diva-houding – diegene die de moeite hadden genomen waarin in no time vertrokken. Gemiste kans. En stom. En dom: heb je een keer la possibilité om ‘in de buurt’ een connaisseur te ontmoeten, laat je die kans liggen.
QU’EST-CE QUE JE SENS EN FAIT?
