TICKLE MY FANCY, TICKLE MY PANCY
Jaar van lancering: 1922/2015
Laatst aangepast: 19/12/15
Neus: Fabrice Pellegrin
Wat een lekkere naam Love in Idleness. Prikkelt je fantasie, tickles your fancy – Shakespeare ging me voor – en die bij ‘wikipedia-en’ een van de bijnamen blijkt te zijn van een viooltjessoort – Viola tricolor – die in Europa (oorspronkelijke habitat) en inmiddels ook in de Verenigde Staten veelvuldig in het wild voorkomt.
Wild kun je in dit geval breed interpreteren want ‘heartsease’, ‘heart’s ease’, ‘heart’s delight’, ‘tickle-my-fancy’, ‘Jack-jump-up-and-kiss-me’, ‘come-and-cuddle-me’, ‘three faces in a hood’ en ‘pink of my John’ (andere bijnamen), groeit net zoals de klaproos ook op de meest onverwachte plekken in verstedelijkte gebieden. Ik ontdekte haar deze zomer tussen twee beschaduwde stoeptegels in ‘mijn’ Brusselse voortuin. Let wel: het driekleurig viooltje moet je niet verwarren met het maarts en/of welriekend viooltje (Viola odorata) waar vroeger de geur aan onttrokken werd, maar nu in de parfumlaboratoria wordt gekopieerd ter bereiding van viooltjesgeuren.
Zoals Love in Idleness, door Atkinsons grappig omschreven als een ‘neo-Victoriaanse liefdesdrank’ die, dan wel weer utterly cliché, is gemaakt ‘voor hen die in de magie van de geur geloven. De aromatische onschuld van viooltjes, aangeraakt door de pijl van Cupido, getransformeerd tot een betoverende, sensuele liefdesdrank. Love in Idleness is de geur van liefde op het eerste gezicht, een geparfumeerde ontmoeting tussen een intens vrouwelijke iris en viooltjesakkoord met als basis een verleidelijke houtachtige chypre’.
Hieruit zou je bijna opmaken dat het de geur alleen voor ‘milady’ is. Weet dat het viooltje altijd een ambigu karakter heeft gehad en in verfijnde, dandy-eske kringen ook ooit met trots gedragen werd ‘milords’. Waarvan getuigen de beroemde – niet met één parfumhuis te associëren – geur Violette de Parme en bijvoorbeeld Mouchoir de Monsieur (1904) van Guerlain.
Hoewel in deze geur geen enkele viooltje inzit, heeft het een conforme zoetheid die nog eens wordt ‘onderstreept’ door het feit dat het de mannelijke pendant is van Violette de Madame (1901). Guerlain zat toen trouwens diep in de pastelsferen die het viooltje oproept – ruik maar eens aan de goddelijke klasssiekers Après l’Ondée (1906) en L’Heure Bleue (1912).
WAT VIOOLTJE IK EIGENLIJK?
Terug naar Love in Idleness. Als de binnenkant van je neusvleugels net zoals je tanden beschermd zouden worden door een glazuurlaag… die zou direct kraken, schilferen en uiteenspatten van de enorme zoetheid in de opening. Zelden framboos zó over gedoseerd geroken. Ik zou bijna afhaken, want geen zin in girly roodfruit-zoetigheid die me doet denken aan die rode ‘likkebollen’ – ik weet de juiste naam niet – in cellofaan die je op kermis koopt. Maar dit is tegelijkertijd het wonderlijke: het ‘past’ bij het vervolg. En is er mede ‘verantwoordelijk’ voor dat Love in Idleness niet nostalgisch en vintage maar van nu is. En als je even ‘door likt’ komt het viooltje opdagen. Ook mierzoet en mij doet denken aan viooltjessiroop (die je nog steeds kunt kopen, moet je doen: lekker bij ijs).
Maar de compositie krijgt geleidelijk een natuurlijk aura door toevoeging van de ‘verplichte’ begeleider van het viooltje: iris. De wikkelt het in een poederige cocon. En ook goed dat heliotroop wordt opgeroepen zich te melden. Met zijn vanille-achtige en eveneens poederige ondertoon gecombineerd met een dito musk, komt de geur in harmonie. De klassieke chyprebasis die het geheel moet schragen – mos en patchoeli – blijft voor mij steken in ‘idleness’.
Wil zeggen: een echte chypre-structuur ontwaar ik niet. Voordeel: Love in Idleness blijft hierdoor lekker luchtig, behoudt zijn vrolijk-zoete karakter dat voor mijn gevoel door – zelfs – ‘nichemannen’ toch als te ‘wuft’ kan worden bevonden. Erg? Integendeel! Het past helemaal bij de boodschap van Atkinsons: eigenzinnig en zonder vooroordeel je olfactorische gewenning prikkelend op de proef stellen. Met andere woorden: tickle your fancy, tickle your pansy – mocht je het niet weten: een andere naam voor viooltje.


Gebeurt niet vaak dat ik direct wordt getriggerd – gegrepen is een te groot woord – door een nieuw label. Door ervaring wijzer, prik ik zo snel mogelijk door de marketingballon heen. Want zoals bekend: te veel gebla-bla-bla-bla-bla geserveerd met ‘vanzelfsprekendheden’ waar je het niet over moet hebben in de nichekringen.
Net zoals Geza Schoen willen ook Karl Bradl – dit keer ook weer heel ongedwongen, natural geportretteerd – en Carlos Quintero – wat een ijdeltuit – een aantal ‘mythes’ ontrafelen, blootleggen en puur met de gebruiker delen. Dit lees ik op de site van
Hier hebben we meer aan: ‘Het engelachtige aroma van miljoenen bloemen, een wervelwind van tederheid en diffusie’ (zegt Arcadi Boix-Camps). Nog meer: ‘Frank Voelkl blaast een hemelse bries over een Hof van Eden-achtige Siciliaanse boomgaard. Geraakt door de stralende ziel van jasmijn, ontvouwen het fruit, de blaadjes, twijgjes en oranjebloesem hun intense, zonnige geuren. Bergamot voegt een peperig sprankeltje toe, osmanthus (foto) zijn abrikoos-achtige geur en tuberoos haar bedwelmende sillage. Dit is de natuur, maar dan beter: bestemming het paradijs’. Laat laatste onze lieve God in de hemel niet horen… Maar qua geur valt hier ‘poëtisch’ weinig tegen in te brengen. Teder, zacht, lieflijk, vrolijk… bloemblaadjes in een wervelwind in zonnige contreien.
Orb_ital – gemaakt door Patricia Choux – staat haaks op Efflor_esce. Goed als contrast. Reikt Efflor_esce naar de hemel, Orb_ital laat je met beide voeten in de aarde staan. Heftig, krachtig, donker, ‘stuurs’, muf en vies waardoor de niche-link meer gerechtvaardigd lijkt.
Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.
Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.
Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.
Naar aanleiding van mijn portret in Het Parool afgelopen week steeg het bezoek aan Geurengoeroe niet alleen significant, ook kreeg ik veel vragen van first viewers. Opmerkelijk veel: hoe zit dat nu eigenlijk met herformuleringen van geliefde geuren? De gedachte die ten grondslag lag aan deze verzoeken: ontgoocheling.
En dat alles in de naam van vooruitgang. Vooruitgang betekent hier: als nu veronderstelde ‘moeilijke’ klassiekers acceptabel maken voor een nieuwe generatie. Komt meestal neer op het niet zo nauw nemen met de oorspronkelijke partituur. Het excuus: nieuwe regelgeving.
Dat gold niet voor Laura Biagiotti, ooit. Ze werd behoorlijk serieus genomen. Waarom haar Roma (1988) in de wasmachine werd gestopt en daardoor is verworden tot slappe was? Welke marketingmiep bij P&G hiervoor verantwoordelijk is geweest?
Balmain, ook een kleine speler, maar zijn parfumglorie is er niet minder om. Voor het merk in 2004 door Christophe Decarnin ‘streetwise’ werd wakker gekust, werd dé klassieker Vent Vert (1945) al in 1990 opnieuw samengesteld. Niets mis mee. Hoewel ‘consumentvriendelijker’ in de zin van minder scherp, overweldigend, onoverkomelijk en ‘puur natuur’, rook je het dna van de geur. Ik heb twee flacons gekocht. Lees het goed: gekocht!
Dior gooit het over een andere én best wel ingewikkelde boeg: J’adore Touche de Parfum. Volgens het persbericht ‘meer dan een parfum, een uitnodiging tot originaliteit, een creatieve manier van parfumeren, een olfactieve mis-en-scène’. De bijna (zelf)verstikkende zelfbewieroking van Dior voor ‘goed, zal wel’ nemend, is J’adore Touche de Parfum in het kort een basisgeur die alle J’adore-variaties transformeert tot een nieuwe.
Tabak, of beter gezegd: de geur van tabak is een van de weinige ingrediënten die nog niet als ‘gender free’ wordt gezien. ‘Typisch mannelijk’ dus die rokerige walm en tegelijkertijd aards en humusachtig sensatie soms op smaak gebracht met honingzachte noten. Vergeet ik bijna: 
Ik denk wanneer ik Giorgio persoonlijk bel of email de kans groter is dat hij me een of meerdere van de door mij gewenste flacons toestuurt – ik kreeg ooit in Milaan van hem zijn door mij nooit weggegooide ‘Armani Privé’-visitekaartje tijdens een perslancering.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?


Helemaal geloven kun je dit ook weer niet, gezien er nog steeds nog een ‘levendige’ handel en dus ook mishandel in civet is. Maar daarvoor je moet uitwijken naar Azië, waar er nog steeds andere criteria op na worden gehouden wat dierenwelzijn betreft.
Als je je in sommige lifestyle- en luxe merken verdiept (niet te vaak doen), dan blijken die helemaal niet zo hip-cool-chill te zijn als vermoed; krijgt de boodschap door het checken van feiten iets intens triests, wrangs.
Genoeg ge-zeur-geurd. Fierce is persistent: gisteren om half zes op een blotter gespoten en deze morgen 10.30 nog steeds present. En, ik was rondom 12.30 weer in de buurt, nog een keer getest. Als beginner op de parfummarkt, koop je niets verkeerds, want inmiddels ‘geaccepteerd’: een fris-kruidige geur die geen vragen oproept bij klasgenoten.



