EEN GEMASKEERDE OUDH
EEN ‘GEFANTASEERDE’ LEGENDE VOOR EEN KLASSIEKE NICHEGEUR
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 16/07/16
Neus: Nadege Le Garlantezec
Foto/videografie: weet ik niet
Concept & realisatie: David Frossart, Philippe de Méo
Dit is een merk (anno 2011) waarvan ik niet weet wat ik er eigenlijk van moet vinden. Soms helpt dan een mondelijke toelichting van een van de oprichters. Meestal de beste optie. Zit dat er niet in: ‘dan maar’ een pr-vertegenwoordiger. Vorig jaar werd me de kans op de eerste mogelijkheid geboden, geloof ik: de distributeur had het merk naar Brussel gehaald tijdens een persdag.
Eerlijk gezegd: ik vond de verhalen nogal hoogdravend, de filosofie wel erg diep gaan, en wou na de ellenlange uitwijdingen van de ‘best wel’ arrogante, volgens de laatste regels van de ‘new urban savage’-look (ook terug te zien in de typografie van het merk) perfect geklede forty something man zeggen: ‘Mais écoute, on parle de parfum, pas des nouvelles directions… we hebben het over geuren niet over nieuwe richtlijnen voor de in het slop geraakte Europese eenheidsgedachte’. En hij maar doorgaan, en bijna beledigd niet ingaan op vragen wanneer ik bij sommige ‘denkbeeldige’ raakvlakken meende te herkennen met andere ‘concurrerende geuren’.
Dit ‘vooroordeel’ van mij wordt versterkt als je de dramatische introductiedans ziet, als je naar de homesite gaat. Met dien verstande: ik hou niet echt van ballet. ‘Vervelend’: de site laat verder weinig los over het hoe en waarom, en de mensen behind te scenes. Ik zie één naam: Philippe de Méo, ff googelen. Twijfel slaat toe: stond hij mij personally te woord tijdens de presentatie…
In ieder geval: Île Pourpre is gebaseerd op een legende. Ik tik copy & paste de Engelse tekst naar Google-translate en krijg… ‘Er is een legende van de oude Feniciërs en Grieken, overgedragen van generatie op generatie, praten over een buitengewoon eiland. Het schijnt in fel paars en is al van verre zichtbaar. Maar niet elke avonturier bereikt dit eiland met het schip. De ruige kliffen en stranden zijn als een keten van koralen rond de heldere groene hart van het eiland. En zo is het bezit is van een speciale geheime: Er wordt een buitengewone fruit, afkomstig uit deze mystieke plek – ongewoon zoet en met een intense smaak. Zijn weelderige sap zet een paarse gloed op de rotsen – het straalt het eiland in een geurige aura’.
Nog een paar jaar en Geurengoeroe kan al zijn teksten probleemloos Google-vertalen. Maar klopt het verhaal? We googelen verder: we tikken ‘rood eiland’, ‘legende’ ‘Phoeniciërs’. Niets. Nu Engels. Brengt me ook geen stap verder, behalve dat Phoeniciërs afstamt van het Griekse woord phoinos – betekent rood. Ga me er niet verder in verdiepen. Voorlopige conclusie: Philippe de Méo verkoopt imaginaire vloeistoffen met ‘behulp’ van imaginaire verhalen. Mag mij van mij: goede verhalen – story telling – zijn vaak interessanter dan de ‘waarheid’.
Wel leuk: Liquides Imaginaires werkt voornamelijk met vrouwelijke neuzen: Sonia Constant, Shyamala Maisondieu, Amelie Bourgeois, Anne-Sophie Behaghel en Nadege Le Garlantezec.
WAT ÎLE POURPRE IK EIGENLIJK?
Het ‘buitengewone fruit’ – niet echt, want vanaf het moment dat deze vrucht in 1996 werd geïntroduceerd door Diptyque (Philosykos) geeft hij zoveel geuren een wrang-fris, groen en fruitig-rijp sensueel accent – waaraan gerefereerd wordt, is natuurlijk de – ‘zwarte’ – vijg. Maar wat interessanter is: de geur wordt geclassifieerd als fruitige chypre. Vind ik niet kloppen: eerder een intense houtgeur met ‘oudh-intenties’. De, of is het nu het?, oudh is hier een samenspel van cederhout, patchoeli, cashmeran en ambroxan.
Want door de contrastrijke frisgroene openingsnoten heen – pittig shiso, musky-groen engelwortel, bloemfris bergamot en zoet-prillelend gember – ruik je direct wat ‘we’ nu onder oudh verstaan geaccentueerd door een vleugje vies. Vervolgens trekt de geur via het fruit-zoetige vijgenhart (sorry, ik ruik de vijg niet echt, geldt ook voor davana) omringd door alsem (wel goed te ruiken) en een zoet-poederig spoor (iris, idem). Ik ben een enorme fenegriek-fan, maar die neem ik ook niet waar. Ben ik op weg naar het stadium van geur-seniliteit? Wel: de romige, zachte uittocht. Lactone-tonen worden als slagroom (ethyl laitone) over het geheel‘gespoten’ (met behulp van cashmeran), die een licht dierlijk-sensueel ondertoon krijgt door ambroxan.
Niet verkeerd, goed gemaakt, maar ‘well much ado about nothing’ voor mij gezien de gewekte verwachtingen via de ‘story telling’ en het uiteindelijke resultaat. Maar ik weet dat heel veel mensen gevoelig zijn voor deze arty-farty, ‘très-trop’ serieuze interpretatie van parfum anno nu.


Ik liep gisteren Sephora in de shoppingmall I2 van Place d’Italie (Parijs) binnen. Ligt in het dertiende arrondissemen. Is zo’n – veronderstelde – xxl shopping fun experience waar je je de hele dag kunt vermaken, mocht je zin hebben. En mocht je de overdaad aan hebbedingen in de opruiming – soldes! 70% discount! – teveel worden, dan is er nog altijd de vertrouwde Hema. In Sephora – om de suggestie van topdrukte te wekken, was er maar één kassa geopend – hing die ‘klasieke’ onbestemde lucht van met elkaar in onmin levende, te kwistig rond gespoten geuren. Een soort van strakke, harde witte musk met doffe bloemnoten als ‘eindbestemming’ die in zichzelf is gestikt door het ontbreken van een echt goede ventilatieinstallatie.
Met die presentatie zit het dus wel snor: typiquement Saint Laurent en niet cliché rockchick dellerig als Black Opium (2012) plus variaties. Maar: boringly voorspelbaar. Dit wordt volgens mij nu onder international lifestyle & taste for the billions verstaan. De flacon (mooie, strakke variatie op Paris uit 1984) is onderste boven gefotografeerd – symbolisch voor het effect denken we maar.
Erg leuk merk hoor, dan niet van. Maar ‘jeetjeminamariamijnmoederlief’ het lanceert wel erg veel geuren – niet de enige – en raakt steeds meer verwijderd van zijn uitgangspunt: de eau de cologne (vanaf 2010) op moderne wijze het nieuwe millennium in loodsen. Atelier Cologne is daar samen trouwens ‘onder aanvoering van’ Thierry Mugler – zijn
Even ‘dikke doei’: kersenbloesem mag dan daadwerkelijke bloeien in Jinhae (nog nooit van gehoord, zo leer je weer eens wat, blijkt een district in Changwon, Zuid Korea bekend om zijn overvloed aan kersenbomen en dus kersenbloesemfestivals – foto), maar is en blijft een ‘interpretatie’. Wil zeggen: het is een mix van diverse geurmoleculen (denk roos, amandel, musk, bloemnoten).
Want: deze mimosa gecultiveerd in India is ondergedompeld – lichtjes geïntroduceerd door citrusnoten – in een zoetzachte basisweelde van voornamelijk (veel) sandelhout ‘op smaak gebracht’ door vanille en musk. ‘uiteindelijk’ verpakt in een bijna vloeibaar wit leer-akkoord.
Poivre Electrique: wat een prettige en ‘geruststellende’ opening. Zo aangenaam klassiek, maar… opgeroepen met ingrediënten hiervoor gewoonlijk niet gebruikt. Voor mij geen elektrische, maar eerder een groene peper ‘in den beginne’ opgeroepen met oranjebloesem. Maar ik denk juist de takken en het gebladerte ervan te ruiken – dus neroli.
De gebruikte zwarte thee uit Ceylon is minder donker dan verwacht, eerder groen. Komt door door groene variant uit Sri Lanka. Bergamot en munt doen de rest; maken van Philtre Ceylan een geur die het dichtst in de buurt komt van een cologne. Ik heb trouwens moeite om de iris (helemaal uit China!), de komijn (helemaal uit India!), het guaiac (helemaal uit Paraquay!) en de papyrus (ook uit het verre India) er uit te pikken, aangezien de frisgroene golven van thee, munt en bergamot het meest present blijven.
Eén van mijn favoriete merken, valt nog niet zo makkelijk te verkopen, vertelde
Zoveel. Dit zijn de ingrediënten: ‘wilde’ munt, salie, ‘wilde’ venkel, ‘groene scheuten’, galbanum, engelwortel, hooi, ‘wilde’ klaver’, viooltjesblad, vetiver, dennennaalden, eikenmos, paddestoelen, humus, geroosterde kastanje, leer en cistus labdanum. Ik plaats wild tussen aanhalingstekens omdat het geureffect volgens mij niet anders is dan de ‘getemde’ en ‘geconfectioneerde’ varianten. En ik ga er vanuit dat geroosterde kastanje (foto), paddestoel en humus bij de lancering in 1914 nog niet als ingrediënt als zodanig bestonden. Het is meer het idee dat met allerlei geurmoleculen – nu en toen – wordt/werd opgeroepen.
Soms kan een gedachte zich hardnekkig in je langzaam aan inkrimpende hersenpan vastklitten. Hoe het er is gekomen? Mag Joost weten. Zal wel komen door de overdosis aan de worldwideweb in- en onzininfo die dagelijks over je heen wordt gekieperd. ‘Recycled vomit’ zoals Patsy het ooit treffend verwoordde in Ab(solutely) Fab(ulous). Informatiestromen golven over en door elkaar heen, waardoor je soms niet meer weet of iets ‘waar’ is, of dat het louter aan elkaar ‘gekopiete & gepaste’ onzinberichten betreft.
Van de andere kant waar hebben we het over: onlangs werd Vladimir Putin gehonoreerd met een geur – Leaders Number One (2015). Schijnt goed te verkopen in… Rusland. Estée Lauder presteerde het zelfs een – inmiddels afgebroken – perfume agreement aan te gaan met The Trump. De naam: Donald Trump, The Fragrance Experience. Gevolgd door Success (2012) – dit keer een collaboratie tussen The Trump Organization en Five Star Fragrance Company. Laatste werd met zéér, zéér gemengde gevoelens ontvangen; werd zelfs gepoogd te verbieden – Dump Trump! – gezien zijn niet zo gezellige uitlatingen over moslims, Mexicaanse ‘treasure hunters’ en omdat deze botte knuppel in het Republikeinse hoenderhok vond/vindt dat de discussie over de ophanden zijnde klimaatverandering (het regent nu wel erg aanhoudend lang dit voorjaar) maar klinkklare onzin was/is. Bloomberg Businessweek serveerde de geur af met: ‘Success smells like soap and is reminiscent of a fashion magazine that contains too many perfume ads’.
Het ‘voel-wat-ik-bedoel’-idee: Rio de Janeiro badend in een gouden zonlicht tijdens het ochtendgloren in de buurt van het beroemde, naar mijn gevoel een ietsiepietsie te megalomane uitgevoerde beeld van ‘the one and only’. Beter bekend als Jezus Christus (Nazaret (?), circa 5 v.Chr.- Jeruzalem, ca. 30 n.Chr.). In overdrachtelijke zin: ‘Een vibrerend parfum met de belofte van een dag, vol van licht vol van beweging’.
Anyway deel drie: eerst een citrusopening du premier rang: een energieke, zuivere blend van yuzu (iets zoetzachter dan de Europese citroen) mooi gekieteld door citroen en met name gember (die lekker schuurt en prikkelt). Als je goed doorruikt pik je ook de munt en de mandarijn op – beide goed voor een groene toets.
Een nieuwe omschrijving anno 2016 van deze klassieker: ‘Een uitbarsting van emoties opent het kristalheldere universele water met een explosie van frisheid die zowel aquatisch als een nieuwe uiting van een aardse geur is. Eerst: het vochtige effect van rozenwater plus een akkoord van cyclaam – komen samen tot bloei door een verfrissende nevel van betoverende fresia. Intense, lichte pioenroos en witte lelie accentueren de noten van het kruidige anjer-hart. Vervolgens werken de bloemige middennoten samen met de basis van kostbare houtsoorten, musk en osmanthus die de warmte van de tuberoos versterken’.
In het kielzog van het lelietje-van-dalen volgen de damascusroos – zoet, fruitig, lichtjes gekruid – die ondersteund door jasmijn je een volle, bijna klassieke bloemsensatie bezorgt zonder dat de waterige toets verloren gaat – wederom dankzij maritima.
Mona di Orio had van zichzelf een bohemienne uitstraling. Maar dan wel ‘à la facon parisienne’, beetje fin de siècle vorige eeuw. Dus eigenzinnig, maar bestudeerd. Maar niet aanstellerig gecultiveerd. Verfijnd met een rafelig beau chic, beau genre-randje. Dat was/is ook het dna van haar meeste geuren: ruw, ongeciviliseerd, aards maar toch in connectie met ‘het hemelse’; creaties niet gladgestreken door interventies van marketingpiepeltjes en testpanels. Wat krijg je dan? Geuren die door velen ‘best wel’ als moeilijk worden ervaren omdat ze net iets meer vragen van de consument.
Men neme: 
Colonia Quercia: ‘Bevat de kracht van een majestueuze boom die op een symbolische manier een universum uitdrukt’. Hiermee wordt gezinspeeld op de eikenboom. Is nog meer dan een nobele en majestueuze, een heilige boom. Als ik hier verder op in zou gaan, dan ben ik over vier uur, vier dagen, vier jaar nog niet uitgeschreven. Maar met betrekking tot de geur: voor de oude Germanen was de eik een tempel en alles daar op wat groeide, zoals bijvoorbeeld de maretak had een heilige symboliek.
De geur wordt wel eens vergeleken met zwarte inkt. Eikenmos wordt tegenwoordig met name in Slovenië, Bosnië en andere landen in het zuiden van Centraal-Europa in het wild geoogst dat vervolgens in laboratoria wordt verwerkt tot absolues en concrètes.
Hier achter houdt zich de geranium schuil (roosachtig en zoet), maar duidelijk detecteerbaar. Op zijn beurt gekieteld door fris-wrang en groen kardemon. Begeleid – ook goed ‘apart’ te ruiken – door strak, gedroogd cederhout. Een voorbode voor de houtachtige en groen gestemde basis. Eikenmos (foto) dus, elegant in balans gebracht met patchoeli die samen het ‘bos- en kreupelhout-gevoel’ goed weet op te roepen. Als ‘zoethoudertje’ is tonkaboon toegevoegd die Colonia Quercia een licht oriëntaalse toets geeft.
Wist ik nog niet: Penhaligon’s is eigendom van Puig. Bijna teleurstellend om te vernemen dat zo’n all over British heritage label inmiddels ook in ‘vreemde handen’ is. Het is niet de enige: Atkinsons wordt sinds 2013 gerund door een Italiaans bedrijf. Eigenlijk is Penhaligon’s een vreemde eend in Puigs portofolio gezien hun andere licenties – de belangrikste: Carlonina Herrera, Prada, Paco Rabanne, Nina Ricci en Valentino. En sinds kort ook: Jean Paul Gaultier. En wist ik ook niet: L’Artisan Parfumeur.

In de bergachtige, warme streken van Yunnan (zuidwest China) groeit de gelijknamige theesoort. Ik ben geen ‘theeoloog’, maar kenners roemen hem om zijn donkerige, rokerige en leerachtige aroma met fruitige en honingachige toetsen.
