KRACHTIGE MUSK, KRACHTIG-GROENE ORANJEBLOESEM
ÉN ELEGANT
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 15/09/19
Ik schrijf dit verhaal op de dag die is aangekondigd als de laatste mooie van het jaar (15 september 2019). Aangezien het klimaat op alle vijf continenten en de zeven wereldzeeën de laatste tijd zich anders ‘gedraagt’ dan we gewend zijn, zeg ik: ‘Zeg nooit nooit.’
Alleen wat doe je dan geurtechnisch? Opteer je voor het meest voor de hand liggende – fris – of versterk je de warmte van de laatste zonnestralen met een oosterse geur? Giorgio Armani biedt met zijn recente Privé-geuren beide.
Hij wordt wel beschouwd als de man die niche voor een breder publiek toegankelijk maakte. In 2004 was hij een van de eerste modeontwerpers met een lijn waarin het verhaal/de storytelling ondergeschikt werd gemaakt aan pure olfactorische belevenissen.
Giorgio noemde de lijn Armani / Privé en begon met een kwartet. Inmiddels is de reeks opgedeeld in vier lijnen: Les Eaux, La Collection, Les Terres Précieuses en La Collection des Mille et Une Nuits. Inmiddels staat met Musc Shamal en Orangerie Venise de tikker op nummer 36 en 37. De eerste valt onder ‘duizend en een nacht’-range, de tweede onder Eaux.
WAT MUSC SHAMAL, ORANGERIE VENISE IK EIGENLIJK?
Misschien komt Musc Shamal meer tot leven als je de betekenis weet; zo wordt de hete, droge noordwestelijke wind genoemd die ‘s zomers over de Perzische Golf suist en vaak zandstormen veroorzaakt. Past dus perfect in het plaatje van duizend-en-een-nacht. Musc Shamal is helemaal van deze tijd. Wil zeggen: het accentueert de poederige noten van musk, maar voorkomnt dat die clean en schoongewassen overkomt.
Merk je direct in de opening: bij de eerste spray lijkt net alsof je een licht dierlijke musk in al zijn scherpte ruikt (denk aan de klassieker van Alyssa Ashley uit 1969) die vervolgens wordt bedekt met laagjes. Wulps (mag je dat anno nu nog zeggen?), maar niet verstikkend. Die laagjes zijn zeer gefragmenteerd: zowel poederig, zowel houtachtig, als zoet en sensueel. De shamal die de roos en jasmijn aanvoert, zorgt ervoor dat de musk als het ware openbarst, lucht krijgt. Let wel: de bloemen zijn onderdanig aan de musk, eisen niet veel aandacht op.
Subtiel is ook de toevoeging van een aldehyde die niet alleen het geheel veredelt, maar ook voor een lichte citrus-siddering die gelijk opgaat met de animale noot. Het beeld dat voor mij verschijnt: geen heet-droge wind maar een oase in een woestijn waar de wind de fel stralende zon tempert.
Opvallend: op het einde lijkt het of de musk vloeibaar en smeuïg wordt door amber en vanille, toch heeft Musc Shamal body, (ver)valt niet in een makkelijke gourmand-sensatie, iets wat tegenwoordig zo vaak gebeurt. Gewoon een goede geur én niche in de zin van: de gebruiker wordt toch verrast doordat de musk alomtegenwoordig is en eigenzinnig.
Als contrast is er Orangerie Venise: een echte fantasienaam, want tijdens mijn bezoeken aan de dogestad heb ik er nooit een gezien. Kan natuurlijk komen doordat Giorgio Armani over betere contacten beschikt – ik vermoed dat bij de vele stadspaleizen orangerieën zijn gebouwd. Dit lees ik op www.giorgioarmanibeauty-usa.com: ‘Prachtig en wulps, het houtachtige Orangerie Venise viert de facetten van de bittere sinaasappel met lichtgevende noten van neroli-essence en frisse citrustonen’.
Wulps dat niet. Neroli kán dat oproepen, maar doordat het hier omringd is met zoveel frisheid, is er eerder sprake van een eau de cologne-effect. De opening: een volbloeiende orangerie waar overheen een parelende mist hangt van bloemige citrusnoten, met name bergamot.
Scherp, ‘strak’ en fris, maar vooral aangenaam groen, waardoor ik ook een spoor van petit grain vermoed (gedestilleerd uit de bladeren en takken van de bittere sinaasappelboom). Hieruit stijgt de volle geur van oranjebloesem en neroli. Ik zeg: heerlijk. Dit alles wordt geschraagd door een sterke basis van vooral strak-gedroogd cederhout, verdiept door mos en ambroxan.
Laatste zorgt voor een zekere sensualiteit, maar zonder – daar is ‘ie’ weer voor de vierde keer – wulps te worden. Orangerie Venise krijgt zijn niche-allure door buchu, het Zuid-Afrikaanse kruid dat de frisheid van thee en munt combineert met zwoele frisheid van zwarte bes. In vergelijk met Oranger Alhambra (2008), ook een Eaux, is Orangerie Venise minder kruidig, maar bloemiger.
En vind je Musc Shamal te heftig; je kunt’m goed layeren met Orangerie Venise in de verhouding van minimaal een op drie.


Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?
Dit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.
Zing mee met een Kwik-, Kwak- en Kwekstem: ‘Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit…’. De reden: kreeg een geur waarvan ik dus helemaal van dattum dus word: Oriza Aciduliné. Was een cadeau van
Nou, misschien een eau de toilette-functie. No problem, met dien verstande dat je dan very regelmatig moet sprayen gezien de concentratie nóg lichter is dan een eau de cologne. Hoe leuk ik is dàt! Oriza Aciduliné komt voor mij als geroepen. In de zin van erg handig nu gezien de geurdepressie (achtervolgt me als de schaduw van een dreigende storm-op-komst-wolk) waarin ik zit. De reden: zal je waarschijnlijk zelf ook wel weten, of zelf voelen: er verschijnt gewoon teveel. Hoe leuk is dat nìet!
WAT ORIZA ACIDULINÉ IK EIGENLIJK?
Wel, daar ging ik, voor de gelegenheid verkleed als een nondescript burger… Bij de Di-drogist bijna om de hoek hadden ze er nog niet van gehoord. C’est pas vrai! Dan Delhaize, ongeveer een kilometer verder. Daar wel: stond zelfs een tester. Wordt blijkbaar gewaardeerd: ik pakte het laatste exemplaar € 7,99. Krijg je 100 ml voor. Heb het bonnetje bewaard en stuur dat natuurlijk naar de producent. Was getekend en met vriendelijke groet Geurengoeroe. En ik heb eigenlijk al weer te veel betaald, gezien de acties op internet.
Maar, we kunnen er van uitgaan dat de neus geen enkel druppel pure oud-essence heeft gebruikt. Is ook niet nodig. Dat bewijst 
Normaal gezien ben je trots op je vakkundige achtergrond, vermeld je de adressen waar je de fijne kneepjes van het vak onder de knie kreeg, trots op je curriculum vitae. Dat klinkt vertrouwd en professioneel als je voor jezelf begint.
Ook hier geen namen – ook hier wellicht bescheidenheid en/of discretie. Dat dan weer wel: om zijn creaties meer luister te geven Nabile ‘associates them with the jewelry of Peter Lang, who himself works with celebrities such as Nicole Kidman, Kylie Minogue, Pink and Beyoncé Knowles’. Maar dit is meer een indirecte link. Zoiets als zeggen dat je Beyoncé kent omdat de dochter van je buurvrouw bij haar interieurverzorgster is.
De hoofdrolspeler – de lelie – detecteer ik niet echt. De gardenia (foto) wel, maar zeer minimaal. Het is eerder een warm, meer diffuus bloemenkantwerk. De afronding maakt het geheel nog zachter, maar indringend door minder patchoeli en meer sandelhout. Nu het merkwaardige: langer op de huid lijkt alsof de opening nog een keer als een briesje door het kantwerk van bloemen blaast.
Ik zag afgelopen weekend bij toeval op Youtube een documentaire uit 1987 over de veiling van de juwelen van Wallis Simpson, de vrouw voor wie Edward VIII de troon van Groot Brittannië opgaf (het leven over deze ex-koning en zijn double divorcé is vorig jaar door Madonna verfilmd). En toevallig daarna de uitzending van de juwelenveiling van Elizabeth Taylor in 2011. Beide vrouwen waren fervente verzamelaars, of beter gezegd: zorgden ervoor dat ze plenty juwelen plenty cadeau kregen. Opvallend: opbrengsten van beide veilingen werden gedoneerd aan instellingen die onderzoek doen naar aids-medicijnen. Boeiend: de meeste sieraden werden speciaal voor ze gemaakt in een tijd dat Cartier, Van Cleef & Arpels, Bulgari en al die andere juweliershuizen nog vrij van mondiale marketingdrift waren.
Dat wordt weer eens bevestigd met Omnia Paraiba. Is geïnspireerd op een zeldzame blauw-groene edelsteen: de in Brazilië gedolven paraiba-toermalijn. Ook hier: je kunt je de steen wellicht niet veroorloven, maar met de geur ben je, waan je je toch onderdeel van. Voor kwaliteit in de maten tussen 3.00 en 5.00 karaat schommelt de prijs rond $ 10.000 per karaat. De steen werd ‘pas’ in 1987 ontdekt in het noordwesten van Brazilië, daarna in Nigeria en Mozambique. De juwelenbranche had in eerste instantie zijn bedenkingen – men dacht dat de kleur die zijn kleurenspectrum dankt aan koper gemanipuleerd was. Not! Bulgari was zo gefascineerd door de schakeringen van laguneblauw, aquamarijn en turkoois omdat het zo treffend de ‘ontmoeting’ tussen de lucht, de zee en het plantenrijk symboliseert. Meer poëtisch: het is volgens Bulgari een echo van de regenboog. Het inspireerde de juwelier niet alleen tot nieuwe sieraden, maar ook tot de deze Omnia-geur.
Nog zoiets: zoek je ‘in het Nederlands’ op het www naar Braziliaanse gardenia, dan kom je – hoe toevallig – direct terecht bij Omnia Paraiba en vervolgens bij Michael Kors’ White (2014). Hier komen we niet verder mee. Engels ‘dan maar’. Bij brazilian gardenia geeft Google als eerste de naam van een grill-restaurant. Er volgt geen enkele verwijzing naar een gardeniasoort die Brazilië als oorspronkelijke habitat heeft. Als naam bestaat de Braziliaanse gardenia wel maar geeft niet een opvallend andere geur. Wat voor zoveel variaties van bloemen geldt.
Ik heb me een paar jaar geleden ingeschreven voor de Franse nieuwsbrief van Jo Malone omdat ik benieuwd was hoe ik als ‘vaste klant’ benaderd zou worden. Nou, dames en heren, ik kan jullie één ding melden: als andere huizen dezelfde actieve parfumpolitiek zouden voeren en je ‘abonneert je op vijf’; dan heb je daar een dagtaak aan. Ik krijg gemiddeld twee mails per week waarin mij allerlei suggesties worden gedaan om maar zoveel mogelijk te genieten.
Aangenaam: Orris & Sandalwood bewandelt niet hetzelfde pad van de zoveel pure irisgeuren die het afgelopen decennium zijn verschenen – de bekendste: Infusion d’Iris (2007) van Prada. En refereert ook niet aan de ‘groen-koele’ iris-klassiekers zoals N° 19 van Chanel (1971) en Serge Lutens’ Iris Silver Mist (1992). Ook niet aan de gourmand-benadering van Geurlains L’Heure Bleue (1912).
Aan sommige, jezelf gedane beloftes – niet alleen rondom het nieuwe jaar – is het nog niet zo makkelijk je daar aan te houden. Zoals mijn verbod om nog een oud-geur te bespreken. Daar blijven er zoveel van verschijnen dat Geurengoeroe, of welke geurenblogger dan ook, daar een aparte blog aan kan wijden. Maar soms sluipt het toeval in je wereld. Ongevraagd. Onverwacht.
Een ‘krasse’ interpretatie van oud. Met dien verstande dat in de meeste Europese oud-geuren geen druppel echte oud zit. De reden: omdat ‘the real stuff’ zijn gewicht meer waard is dan goud – ondanks het feit dat de wereldprijs daarvan enorm is gekelderd.
Gebeurt niet vaak dat ik direct wordt getriggerd – gegrepen is een te groot woord – door een nieuw label. Door ervaring wijzer, prik ik zo snel mogelijk door de marketingballon heen. Want zoals bekend: te veel gebla-bla-bla-bla-bla geserveerd met ‘vanzelfsprekendheden’ waar je het niet over moet hebben in de nichekringen.
Net zoals Geza Schoen willen ook Karl Bradl – dit keer ook weer heel ongedwongen, natural geportretteerd – en Carlos Quintero – wat een ijdeltuit – een aantal ‘mythes’ ontrafelen, blootleggen en puur met de gebruiker delen. Dit lees ik op de site van
Hier hebben we meer aan: ‘Het engelachtige aroma van miljoenen bloemen, een wervelwind van tederheid en diffusie’ (zegt Arcadi Boix-Camps). Nog meer: ‘Frank Voelkl blaast een hemelse bries over een Hof van Eden-achtige Siciliaanse boomgaard. Geraakt door de stralende ziel van jasmijn, ontvouwen het fruit, de blaadjes, twijgjes en oranjebloesem hun intense, zonnige geuren. Bergamot voegt een peperig sprankeltje toe, osmanthus (foto) zijn abrikoos-achtige geur en tuberoos haar bedwelmende sillage. Dit is de natuur, maar dan beter: bestemming het paradijs’. Laat laatste onze lieve God in de hemel niet horen… Maar qua geur valt hier ‘poëtisch’ weinig tegen in te brengen. Teder, zacht, lieflijk, vrolijk… bloemblaadjes in een wervelwind in zonnige contreien.
Orb_ital – gemaakt door Patricia Choux – staat haaks op Efflor_esce. Goed als contrast. Reikt Efflor_esce naar de hemel, Orb_ital laat je met beide voeten in de aarde staan. Heftig, krachtig, donker, ‘stuurs’, muf en vies waardoor de niche-link meer gerechtvaardigd lijkt.