De naam van de wind klinkt poëtisch, maar de kracht van de Mistral is verwoestend. Ik ervoer het ooit tijdens een vakantie in de buurt van Aix en Provence. Zat met vrienden op een terras – exacte lokatie Mont Ventoux – onbekommerd te genieten van het goede leven, toen het leek alsof de wereld begon te schudden.
Het ene moment alles pais en vree, de lucht strak en vol zon, next thing you know: koude, angstaanjagende windvlagen, dreigende wolken – we moesten de glazen, de fles rosé en ‘ons zelf’ vasthouden om niet weg geblazen te worden. ‘Armageddon’ spookte door mijn hoofd – this is the end. Ik ben geloof nog nooit zo bang geweest voor ‘het weer’. De met de wind gepaarde verwoestende regen verstoorde mijn zomerse idylle resoluut. En nadat de rust was teruggekeerd – we hadden toevlucht gezocht in het café waar we de rosé werd geschonken – hadden we uitzicht op een gehavend terras.
Interessant, of eerder verwonderlijk dat L’Occitane deze bijzonder krachtige noorden- tot noordwestenwind linkt aan een geur. Want in Provence is deze wind zo gevreesd dat hiermee rekening wordt gehouden bij de aanplant van bomen en gewassen: veel cipressen zijn zo geplant dat ze bescherming bieden tegen de Mistral. De angst voor deze wind ligt zelfs in de naam besloten: bij de Romeinen dwong deze wind zoveel ontzag af dat ze hem ‘magistralis’ (meesterlijk) noemden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En hierop is ook de naam Franse naam (uit het Languedoc-dialect) gebaseerd. Maar de wereld van parfum is een positieve wereld, dus is Mistral & Mer een vrolijke en kalme parfumwind die vanuit de Middellandse Zee de warme aarde van de Provence voorziet van frisse lucht- en aquatoetsen.
De Mistral opent in deze geur als een spetterende mix van citroen en mandarijn verpakt in een wolk van calone en cascalone – twee synthetische ingrediënten met het vermogen de verkoelende frisheid van (zee)water te verspreiden – alleen in dit geval zonder een zoutachtige noot. De link tussen de zee en de aarde wordt opgeroepen met een sterke rozemarijn-noot: groen, bloemig, rozig, kruidig en ‘zee-fris’.
Leuk in dit verband: de Latijnse naam voor rozemarijn – Rosmarinus – betekent letterlijk: dauw der zee (foto). De aarde wordt opgeroepen hout gedroogd door de zon: cipres (groen, warm, droog), dennenhars (met zijn warme balsem en tegelijkertijd etherische, luchtige noot) en cederhout (strak, droog, zonnig), zacht gemaakt door ‘witte’ amber en musk. Ofwel, Mistral & Mer is hout nat gemaakt door de ‘woeste’ wind en zee.
RUIK&VERGELIJK
Wordt wel eens vergeten: het parfum dat voor het eerst de Mediterannée op kaart zette kwam zowaar uit Amerika:
Ik blijf het fascinerend vinden: de levens van beroemde (inmiddels al lang overleden) couturiers die door de ‘nazaten’ (die de erfenis beheren) worden beschouwd als waren ze heiligen. Zelfs wat ze buitenom en voor claim to fame deden en zeiden, vormt voor de huidige artistieke leiding een katechismus waardoor die zich laat leiden en waarmee het nieuwe werk wordt voorzien van een achtergrond, diepere betekenis.
Bij ‘chez Dior’ kunnen ze er ook wat van. Wordt weer eens bevestigd met Miss Dior Blooming Bouquet waarmee – zo meldt het persbericht – op nummer 30 aan de Parijse Avenue Montaigne de komst van de lente wordt gevierd. Het is een geur die Christian Diors liefde voor bloemen in herinnering brengt. Want, zo schijnt hij ooit te hebben gezegd: ‘Na vrouwen zijn bloemen de meest goddelijke creaties’. Let wel: Miss Dior Blooming Bouquet is niet zo maar een parfum; een nieuw tijdperk wordt er mee ingeluid en is – ook nog eens – een ode aan bloemen voor de eigentijdse Dior-vrouw, aan de sprankelende schoonheid die opbloeit én aan de schoonheid van een door Raf Simons gecreëerde jurk die Diors ideaalbeeld van een jonge vrouw symboliseert.
En deze creatie refereert vanzelfsprekend aan de couturejurk Miss Dior die Christian Dior (in 1949) maakte na de, voor hem toch overrompelende uitwerking van zijn eerste, gelijknamige parfum. Dat tijdens zijn eerste couture-defilé op 12 februari 1947 (de geschiedenis ingegaan onder de naam New Look) rijkelijk door zijn salon werd verstoven. Het publiek was op slag betoverd; alle vrouwen wouden zichzelf trakteren op de jeugdige elegantie van Miss Dior. Met deze Miss Dior-jurk wou Christian een statement maken over de link tussen zijn couture en parfums. De in zachte kleuren geborduurde bloemen laten de jurk als de lente opbloeien wanneer de bloemknoppen verblijdend opengaan. Christian zocht naar idyllische kleurschakeringen waarbij ‘alle kleuren van de velden en tuinen hun vrolijke inbreng hebben: het wit van lelietjes-van-dalen en hyacinten, het roze van rozen en pioenrozen, het paars van viooltjes, het lila van clematis, het geel van primula en boterbloemen, het blauw van korenbloemen, vergeet-mij-nietjes en riddersporen, het rood van klaprozen en geraniums, het groen van de gazons en het strogeel van rijpe tarwehalmen’.
We zijn er bijna… Raf Simons zet nu deze droom voort door de Miss Dior-jurk te interpreteren. En is dus logischerwijze gedecoreerd met ontluikende bloemen, met duizend geborduurde blaadjes. En net als in 1949 wordt ook deze creatie gehuld een in een geur die de poëtische schoonheid van de herlevende natuur aanwakkert: Miss Dior Blooming Bouquet.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik was afgelopen week bij parfumerie Marjo in Amsterdam. Wat me zo opviel: één kast was van boven naar beneden helemaal gevuld met geuren voor de vrouw van Christian Dior. Het maakte mij weer eens duidelijk dat parfumhuizen steeds meer uitgroeien tot een ‘zelfstandige’ parfumerie binnenin de parfumerie. Wat je geurvoorkeur ook is, ‘chez Dior’ levert het.
Iets anders: tot een paar geleden was (witte) musk niet een echt veel gebruikt basisingrediënt bij Dior, maar het lijkt erop dat François Demachy zich ‘eindelijk’ gewonnen heeft gegeven voor deze tegenwoordig omni-presente smaakmaker. Van ‘frisse lakens’, tot katoenpluizerig, van poederig boudoir tot vilein animaal. De nieuwe generatie musk is als een breed palet waarmee de neus zijn keuze kan maken – meestal een combinatie van de diverse soorten.
Bij Miss Dior Blooming Bouquet zweeft witte musk tussen frisse lakens en poederig boudoir met een heel, heel, heel licht dierlijk spoor. Maar wat voor mij opvalt is niet zozeer de dwarrelende pioenroosregen – samengesteld op basis van een fantasieakkoord omdat de geur niet aan de roos onttrokken kan worden – maar de regen itself. Want de opening lijkt op een wolkbreuk, heeft een enorme frisse aqua-achtige ondertoon die nadat de Siciliaanse mandarijn zijn friszoete geur heeft afgegeven, als druppels op de pioenrozen valt.
Demachy ziet deze roos als een roos met fruitige nuances. Dus ruikt zijn pioenroos voor Miss Dior Blooming Bouquet naar een zoete roos begeleid door abrikoos en perzik. Dus ‘huidzacht’, zoetig met een fluwelen spoor. Opvallend: de geur van dit fruit moet ook nagebootst worden in het parfumlaboratorium. Demachy benadrukt het zachte aspect waardoor er eigenlijk al een soort muskachtige sensatie ontstaat die, begeleid door witte musk in de basis, voor een poederig-schoon effect zorgt. Voor mijn persoonlijk iets te clean, iets te aqua. Ik mis een beetje de warmte die je ruikt als je wandelt door een lentewei waar alle geliefde bloemen van Christian Dior naar de zon reiken.
RUIK&VERGELIJK
Het parfumhuis dat als eerste de pioenroos in al haar zoetige bloemigheid liet stralen en sprankelen:
‘Wel op blijven letten Geurengoeroe! De geur heet niet Hiram Green, het ‘huis’ niet Moon Bloom. Is precies andersom!’ Sprak ik mezelf streng toe. De verwarring komt waarschijnlijk omdat het een nieuw Nederlands niche-merk betreft. Met weliswaar een ‘buitenlandse’ invalshoek. Laat het Geert – ‘Ik hou alleen van Hollands’ – Wilders niet ruiken. Naar ik heb begrepen, runde Hiram Green Scent Systems, een parfumshop in Londen, vóór de liefde hem naar Nederland dreef. Gouda om precies te zijn.
Hier werkte hij in zijn laboratorium aan zijn eerste parfum. Daar mogen we alleen maar blij mee zijn. Nog een paar jaar en Nederland biedt zoveel Made in Holland-nicheparfummerken dat we niet meer de grens over moeten voor verfijnde geuren – zal Geert verdomde ‘doe is effe normaal’ vinden. Dit lees ik onder meer op zijn site: ‘Hiram learnt that most perfumes, even the best quality ones, are manufactured using synthetic materials. Wanting to offer a natural alternative to his customers, he was hard-pressed to find anything suitable’.
Een nobel streven, maar ook een beetje een open deur; dat wisten we al. En: zouden alle parfums die jaarlijks geproduceerd worden honderd procent natuurlijk zijn, dan zouden we een aantal aardbollekes tekort komen om dit te kunnen realiseren.
En: hij is niet de enige in de branche met deze gedachte: er bestaan inmiddels al een aantal puur natuur nichehuizen: Honoré des Prés en Rania J die verrassend interessante geuren maken. En op die gezellige, authentieke jaarmarktjes in Zuid Europa vind je ook vaak lokale puur natuur-parfumeurs. Nadeel van hun noeste arbeid: de geuren ruiken vaak eendimensionaal, zuiver en zo ongekunsteld. Op het saaie af. Lavendel blijft lavendel. Jasmijn blijft jasmijn.
Hier wacht nu juist de schone taak van de – haute – parfumerie al dit natuurlijks samen te brengen in een compositie die de afzonderlijke ingrediënten boven zichzelf laat uittillen. En daar heb je synthetische stoffen voor nodig, die vormen het geraamte van een compositie. Met andere woorden: een parfum maken van pure grondstoffen dat meer dan de som der delen is – daardoor gaat leven en je fantasie en herinneringen aan het werk zet – is minder eenvoudig dan je denkt.
Het is Hiram Green wel gelukt. Chapeau! Moon Bloom slaat op de witte bloemen – in dit geval tuberoos en jasmijn – die ’s nachts ‘om het hardst’ ruiken om insecten te lokken voor bestuiving… en gecombineerd met de poëtische lading van de naam doet het precies wat een goed parfum moet doen: ‘zichzelf’ en daardoor de gebruiker vleugels geven.
Neem daarbij de, een beetje tutty vintage-feel waarin Moon Bloom zich hult (hoop wel dat de geur niet stiekem vervliegt via de peerverstuiver): Hiram Green is helemaal in sync met wat de iets meer fantasievolle niche-consument nu verwacht van een nichemerk. En het is de geur die direct in Tanja Deurloo opkwam (van de Annindriya Perfume Lounge in Amsterdam) toen ik haar vroeg welk parfum haar op dit moment het meest bekoorde.
WAT RUIK IK EIGENLIJK
Moon Bloom is boterig, Moon Bloom is ‘banaanerig’, Moon Bloom is kokosnoot, Moon Bloom is vol, Moon Bloom is erotisch, Moon Bloom is enigszins geil. Maar heeft ook (heel even weliswaar) een lichtgroen randje, sprankelt, is vochtig (green house-effect). Alsof ook de bladeren zijn meegenomen in de compositie.
En heel mooi op de achtergrond (kan verbeelding zijn) een poederige nuance zwevend tussen cacao, karamel en amandel – zijn hier cistus labdanum en vanille voor verantwoordelijk? De tuberoos (foto) wordt vanzelfsprekend geflankeerd door jasmijn (maakt de tuberoos meer ‘bloemerig’) en ylang-ylang (voor de versterking van de ‘koppige’ erotiek van de tuberoos) en geschraagd door een lichte houtconstructie die mooi subtiel tot ontplooiing komt als Moon Bloom langer op de huid kleeft.
RUIK & VERGELIJK
In vergelijk met de ‘moeder der tuberoosparfums’ – Robert Piguets Fracas (zit op mijn rechterhand), lijkt Moon Flower voller ‘in bloem’, maar minder vol ‘in boter’ en minder scherp. In vergelijk met Annick Goutals Tubéreuse (op mijn linkerhand) is Moon Flower minder overrompelend en minder daadkrachtig in het prikkelen van de erogene zones. In vergelijk met Tubéreuse Criminelle (linker onderarm) van Serge Lutens: meer natuurlijk, helemaal niet scherp en absoluut niet ‘scheef’ – van die geur ga ik bijna loensen…
Zo kan ik nog wel even doorgaan met vergelijken. Dat brengt mij dus ook op het bezwaar: wéér een tuberoos-solifleur. Puur natuur, maar niet echt onderscheidend van the golden oldies. Ben benieuwd of bij een blindtest mensen Moon Flower er uit pikken als de geur die het meest natuurlijke overkomt. En wat ik een beetje mis: de echte geilheid, de echte broeierige sensualiteit die tuberoos in combinatie met de indolen van jasmijn kan oproepen… ’s nachts als de maan schijnt, het is volle maan, je kan maar aan één ding denken, wat te doen… gaan we op de versiertoer of toch maar onder de douche (beter zo)…
Nog één ding dat ik me afvraag: zou de geur aan onomkeerbare erotiek hebben gewonnen als er puur natuur ambergris was bijgedaan? Daar is vorig jaar nog een enorme klont (83 kilo) op het strand van Texel aangespoeld.
Persberichten van Gucci-geuren kan ik bijna niet lezen zonder te lachen. Want gespeend van enige vorm van zelf- en luxerelativering, zet het merk zijn eigen kunnen zeer serieus en vol in de schijnwerpers. Alle hulde die je misschien zelf het luxebedrijf misschien zou willen brengen, wordt eigenlijk onmogelijk gemaakt, is eigenlijk overbodig: Gucci doet het namelijk voor ‘je’ met een vaak onverwachte en ‘onmogelijke’ uitkomst.
Blijkt uit het volgende: ‘Met Made to Measure heeft creative director Frida Giannini een nieuwe geurlegende ontwikkeld’. Dat kan dus niet. Nieuw wel. Maar: een (geur)legende kun je niet ontwikkelen. Wel een geur. Die kan een legende worden, maar dat kun je eigenlijk alleen ‘terugblikkend’ constateren als na ‘zoveel jaar’ de geur nog steeds een verkoopsucces, een blijver blijkt. Made to Measure is gemaakt ‘voor de man die alleen genoegen neemt met het allerbeste’.
Gucci is natuurlijk niet de enige geurproducent die dat beweert, maar komt door zijn glamchic-presentatie aardig in de buurt. Moet je wel van de stijl houden. En over het karakter of aspiratievermogen beschikken dat Gucci van de drager van Made to Measure nastreeft. En die lat wordt verdomd hoog gelegd. Hij is een ‘scherpzinnig connaisseur. Mondain, verfijnd, iemand met autoriteit: anderen respecteren automatisch zijn mening’ die ‘zelfs in zijn dagelijkse routine opvalt’ met zijn Gucci-pak en zijn klassieke Gucci by Gucci-geur’. Maar als de gelegenheid daarom vraagt, doet deze inmiddels connaisseur turned hero ‘zijn best om op te vallen met iets dat speciaal voor zijn lichaam en volgens zijn eisen is gemaakt. Voor ultiem raffinement, Italiaans vakmanschap en aandacht voor de kleinste details, draagt hij Made to Measure.
Gucci heeft gelijk dat een dergelijk bijzonder parfum hoge verwachtingen creëert ten aanzien van het ontwerp. Maar het zal je niet verbazen dat deze volledig wordt vervuld met Giannini’s prachtige flacon en verpakking. Mocht je het niet direct zien: ‘Made to Measure wordt gepresenteerd in een haute parfumerie–flacon van speciaal geselecteerd kwaliteitsglas met een gewichtige en statige uitstraling, passend bij de standaard die dit parfum verdient’. Toe maar!
En dan de details: ‘Het kleurenpalet bestaat uit het gedistingeerde lei- en parelgrijs van de knopen van een maatpak en -overhemd. En zoals elk made to measure-kledingstuk is de flacon ook voorzien van de handtekening van de oprichter van het modehuis, Guccio Gucci, hier in lakopschrift’. En nu komt het: ‘Elke flacon is voorzien van een handgeborstelde – en dus individueel afgewerkte – metalen dop, in een exclusieve gouden kleur, met daarop het trots geplaatste, beroemde paardenbit van het modehuis’. Tja: kwaliteitsglas wordt altijd speciaal geselecteerd. Maar geldt dat ook niet voor gewoon glas? En wat is zo exclusief aan dit ‘goud’? Ook de verpakking is bijzonder, want ‘versierd met Gucci’s diamanten patroon, stammend uit de jaren dertig en het erfgoed van het huis weerspiegelt’. Ik zeg: ‘Mag het ietsje minder?’ Zo bijzonder is het ook weer niet. De flacon is al eerder gebruikt. Maar ik heb het mis, of zie het niet: ‘De look van Made to Measure moest heel bijzonder zijn en dat is ons gelukt. Net zo stijlvol en geraffineerd als onze strak geklede hoofdrolspeler’, aldus een enthousiaste Frida Giannini.
En dat is dus James Franco, ‘het toppunt is van mannelijk raffinement die gekleed in een made to measure-smoking voor een erkerraam van het Sunset Tower Hotel (een van Hollywoods meest bijzondere gebouwen) uitkijkt over de Los Angeles’. Door al die lichtjes ‘raakt hij geïnspireerd door de stad van dromen, mogelijkheden, van fantasie. Hij voelt de vrijheid van de stad, van zijn bestemming’. Maar waarom de stad der engelen gekozen? De regisseur: ‘Omdat Première (2012) en Made to Measure doen denken aan film: het gaat bij deze geuren om beelden, dromen en fantasie. Zowel onze heldin als onze held kijken door glas, een filter op een denkbeeldige wereld’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De inhoud moet dus ook wel heel bijzonder zijn. Want ‘gemaakt net zoals een made to measure-pak: elk akkoord en zorgvuldig gekozen ingrediënt’ geeft een bepaalde textuur en structuur wat resulteert in een prachtige harmonie van stoffen en details’. Het volgende geloof ik niet: ‘Voor Made to Measure waren vele jaren en honderden versies nodig om hem te perfectioneren’. Kan wel zo zijn, maar dat geldt even goed voor al die andere honderden geuren die jaarlijks verschijnen.
Anyway, de frisse openingsnoten kun je stuk voor stuk en in samenhangen ruiken: bergamot (Calabrië), oranjebloesem (Tunesë), lavendel (Frankrijk) en anijszaad (onbekend). Wordt door Gucci vergeleken met de look and feelvan een handgemaakt pak.Het kruidige hart van nootmuskaat, kaneel en jeneverbes (‘verzoet’ door pruim, ‘verwaterd’ door waterlelie) vormt de schakel met de basis. Het beoogde effect: ‘Een luxueuze uitstraling gelijk kasjmier’.
De basis, ofwel de structuur en silhouet van het maatpak, wordt geleverd door ‘de rijke eigenschappen van amber gecombineerd met de leerachtige luxe van Andalusische cistus labdanum die de geur een onmiskenbaar mannelijke verfijning geven’. En ‘de handtekening ligt in het gebruik van de allerbeste Indonesische patchoeli: het kenmerkende ingrediënt van alle Gucci-parfums – verfijnd, exotisch en het toppunt van luxe’.
Alleen, hoe mooi ook omschreven, deze basis komt voor mij niet goed uit de verf. Daarvoor blijft de geur steken in het fris-kruidige – ik vermoed ook een ozon- en calone-achtige noot – waardoor het effect vlak blijft. Na verloop van tijd neem je de warm-sensuele basis wel waar, maar te bescheiden voor een ‘cut to the bone’-ervaring. Gucci had wat mij betreft minder tijd en geld in de visualisatie en meer in de ingrediënten kunnen steken. Made to Measure is een crowd pleaser gemaakt voor confectiepak-mannen. Alle elementen van luxe en verfijning zijn aanwezig, maar te weinig manifest in deze als kruidig, oriëntaalse omschreven geur.
RUIK & VERGELIJK
Merkwaardig: Gucci heeft wel een geur in het assortiment die voor mij wel aan bovengenoemde ‘savile row’-kwalificaties voldoen en de drager een chique, ‘speciaal voor mij gemaakte’ -geurervaring geeft en hem volgens Gucci doet onderscheiden van de rest.
Ik kan me heel goed herinneren dat ik als tiener midden jaren zeventig voor het eerst Musk van Alyssa Ashley rook. Bij Vroom & Dreesmann in Enschede. Ging ik naar toe als ik me verveelde of spijbelde: vreemd en bizar vond ik het, want voor mij nieuw in combinatie met een geur die je draagt voor je plezier; iets wat (voor mij toen) heel sterk rook naar ‘dierentuin’: ruig, ruw, beetje medicinaal met een nasleep richting ‘poep’.
Lekker? Wist ik eigenlijk niet. Aan bloemen moest ik niet denken. Het was in ieder geval het tegenovergestelde van het overige Vroom & Dreesmann-assortiment: de ‘Nina Ricci’s’ (L’Air du Temps (1948), Capprici (1961), Farouche (1973) en Signoricci (1965), Signoricci II (1976) – mooie mannengeuren waren dat toch! – én het parfum dat van mij nooit van de markt had mogen verdwijnen: het krachtig-kruidige J’Ai Osé van Guy Laroche uit 1977 geflankeerd door een very cheap smell-a-likie van Yves Saint Laurents Opium (idem) waarvan me de naam maar niet te binnen wil schieten. En wat bij ons thuis op het badkamerplankje stond: het oerhollandse Fresh Up van (nu) Royal Sanders (19??) en Miss Dior (1947).
De feiten van Alyssa Ashley’s Musk dat eerst als olie verscheen: werd bedacht door een toen hedendaags kunstenaar Ashley (kan zijn voornaam en verdere info niet vinden op het www – en ik vind het wel best zo) uit de Verenigde Staten met een fascinatie voor geuren. Hij noemde de musk naar zijn dochter Alyssa die moest afrekenen (de geur dus) met de chique parfums van die tijd. Revolutionair was Musk zeker, want: uniseks (gesymboliseerd door de verstrengeling van het symbool voor de man en het symbool de vrouw) en gericht op de jeugd van toen die anders was en wat anders wou dan pa en ma.
De site van Alyssa Ashley omschrijft het zo: ‘At the end of the sixties the winds of change blow across the world, as young people rise against all of the previous generations rules. Music changes, habits change, fashion changes. The young generation, starting from the U.S.A and England, embrace oriental philosophies looking for a simpler more natural life style, less chaotic and stressed than that of western civilization’.
Let wel: dit was zes jaar voor het geflopte uniseksparfum van Yves Saint Laurent (Eau Libre) en vijfentwintig jaar voor een van de grootste unisekssuccessen aller tijden: ck One van Calvin Klein. Onduidelijk is of de Amerikaanse tak van Houbigant het merk (inmiddels eigendom van the Perfume Company) vervolgens kocht of dat het honderd procent uit de koker van dit legendarische parfumhuis kwam.
De versie die ik nu voor me heb, ruikt in de verste verte niet zoals ik me Musk herinner. De geur die wat dat betreft nu een heel, heel, heel klein beetje in de buurt komt is Serge Lutens’ Clair de Musc uit 2003 – heeft ook een beetje viezige ondertoon eigen aan het enige echte natuurlijke musk, maar wordt zoveel rijker en gelaagder gebracht. En deze verandering in compositie komt niet overeen met de campagnes. Was de oorspronkelijke helemaal in lijn met de peace- en lovegedachte van eind jaren zestig, de nieuwe pr-promo’s richten zich meer op de ‘klassieke’ uitwerking van echte musk. Met andere woorden een van de grootste parfumclichés wordt bevestigd: extra erotisch genot tussen de lakens verzekerd.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De ingrediënten van de nieuwe versie doen ‘alsof’ een het klassieke chypre is. Ga maar na: bergamot in de opening. Jasmijn, geranium, ylang-ylang en roos in het hart in de basis ondersteund door eikenmos, iris, tonkaboon en natuurlijk musk. Wat dit oplevert: een bloemig, zoetig musky parfum. Potpourri. Eerder vrouwelijk dan uniseks gezien mid-price-postionering.
De roos is te bespeuren, ylang-ylang (foto) vermengd met een voor mij frisbloemige noot (lelietje-van-dalen-achtig). Maar het gaat natuurlijk om de musk. En die ruik je, logisch. Maar niet in volle glorie. Maar godzijdank ook niet te wit, niet te clean, niet te schoongewassen. Maar dierlijk, dat ook weer niet. Een beetje.
Interessant: door het geheel manifesteert zich ook een kruidig-rokerige nuance zwevend tussen kruidnagel en wierook wat het idee van een ‘beetje dierlijk’ benadrukt. Beetje saai, beetje braaf, zoals de meeste ‘pure’ muskgeuren. Verwonderd me wel nog steeds dat Musk ondanks het (witte)musk-bombardement van de afgelopen decennia, zich nog steeds weet te handhaven. Zegt iets over de klassieke status.
RUIK & VERGELIJK
Where do I begin… Ik weet het even niet. Want: ik ben geen witte muskfan. Wat ik heb begrepen: Alyssa Ashley’s Musk wordt vaak vergeleken met onderstaande twee. Ga ik binnenkort maar even doen.
Fueguia 1833 is helemaal nu. Dus zo ecologisch en recyclebaar mogelijk. Neem daarbij het feit dat het zich geen huis maar een laboratorium noemt én dat het zich laat zich leiden door wat ik noem een soort van nationale bewustwording. Wil zeggen: Parijs als absolute stad en Frankrijk als absoluut land van het parfum werkt steeds minder tot de verbeelding, minder ‘intimiderend’. En dat geldt in mindere mate ook voor Italië en de Verenigde Staten.
Parfumhuizen zonder Made in France-referentie openen vol ‘nationale’ trots hun deuren in het land van herkomst van de oprichters. Hoewel veel van deze huizen nog de hulp inroepen van de Franse know-how (neuzen, ingrediëntenleveranciers), zoals het Zweedse Byredo en het Spaanse Carner, zie je ook dat nieuwe huizen kiezen voor lokale fabricatie en zich laten inspireren door de cultuur en geschiedenis van hun land.
Als je je een beetje meer verdiept in de geschiedenis van het parfum, dan kom je er achter dat veel landen ooit hun eigen huizen hebben gehad (Duitsland, Rusland, Canada en Tsjechië bijvoorbeeld), maar die zijn na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk door de Franse suprematie van de kaart verdwenen. Maar wie weet, zie je die over een tijdje door lokale enthousiastelingen weer heropend worden, want de wereld schijnt maar niet genoeg te krijgen van vintage én nieuwe labels.
Fueguia 1833 is honderd procent Argentinië. De naam, zo meldt het persbericht, is een ode aan de ontmoeting tussen Charles Darwin, Robert Fitz Roy en Fueguia Basket in 1833. Laatstgenoemde was een oorspronkelijke bewoner van Tierra del Fuego als kind door kapitein Fitz Roy meegenomen naar Groot-Brittannië bij wijze van experiment. En drie jaar later, samen met Darwin en Fitz Roy aan boord van de beroemde Beagle, terugkeert naar Patagonië. De reis waar Darwins’ Origin of Species ontstond. Patagonië met haar unieke natuur vormt de inspiratiebron voor de oprichters Julián Bedel en Amalia Amoedo. Het staat symbool voor een maagdelijk landschap waar de natuur domineert (en de invloed van de mens minimaal is). Het heeft een bijna onuitputtelijke bron van grondstoffen. Lokale fauna wordt door de inheemse bevolking geoogst en duurzaam verwerkt. Het resultaat: een zeer uitgebreide ‘database’ van zeldzame en onconventionele ingrediënten.
Duurzaamheid staat hoog in het vaandel bij dit laboratorium; het streeft een zo laag mogelijke impact op het milieu (de flacons zijn honderd procent recyclebaar, de met de hand van sprokkelhout uit het Valdiviano-bos gemaakte verpakkingen worden door leerlingen van een timmermanschool in Patagonië vervaardigd) en een ecologisch bewustzijn van de maatschappij na. Een percentage van de winst wordt daarnaast gedoneerd aan Help Argentina (richt zich op sociale ontwikkeling- en scholingsprojecten).
En het lab onderscheidt zich op een nog andere manier: Julián Bedel werkt niet volgens de traditionele piramideopbouw. Hij noemt zijn formule ‘orbits’; één dominant ingrediënt ondersteunt twee andere. En in tegenstelling tot veel Europese en Amerikaanse huizen maakt Fueguia 1833 geen gebruik van internationale parfumproducenten. De inmiddels 50 (!) parfums worden ‘in house’ geproduceerd.
Skins Cosmetics selecteerde 25 parfums; een mix van bestsellers en meer uitdagende melanges geïnspireerd op het Zuid-Amerikaanse landschap. Ze zijn onderverdeeld in zeven collecties (inspiratiebronnen): Jorge Luis Borges (auteur), Destinos (bestemmingen), Personajes (personen), Fabula Fauna (fauna), Linneo (Carl Linnaeus), Amalia (opgedragen aan de schoonheid van vrouwen) en Armonías (muziek). En deze hoeveelheid is wel bezwaarlijk. Waar te beginnen, hoe te kiezen? Geurengoeroe kreeg tien proefjes toegestuurd en pakte blind: Xocoatl en Malena. Beide uit 2010, beide voor man en vrouw.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Xocoatl, onderdeel van de Linneo-serie, is een ode aan Carl Linnaeus (1707-1778). Een Zweeds arts, plantkundige (zoöloog en geoloog) en grondlegger van de botanische nomenclatuur: zijn wetenschappelijke latijnse indeling van de plantenwereld geldt ook nu nog als standaard. Centraal staat vanille (door Linnaeus geclassifieerd als Vanilla planifolia) ondersteund door cacoa en rum. De ‘Argentijnse’ link in deze aldus Fueguia: ‘De Azteken gebruikten de peul van de vanille-orchidee om hun drank gemaakt van cacoa – xocoatl – te verrijken voor de adel en krijgers’.
Geurengoeroe merkt hierbij op dat de oorspronkelijke habitat van vanille Mexico is. En de Azteken, ook wel bekend als Mexica, hebben hun rijk nooit uitgebreid tot het huidige Argentinië. Met andere woorden: weinig Patagonië aan deze geur of het moet zijn dat de ingrediënten voor Xocoatl in dit gebied zijn geteeld.
Het is gewoon een vanillegeur die opvalt door zijn kruidige toets en de rum heeft daarnaast een opmerkelijke pruimachtige, likeurachtige sensatie. Ik kan me dus bijna niet indenken dat er alleen maar vanille, cacao en rum is gebruikt. Want de kruidigheid ‘verraadt’ noten van kaneel en nootmuskaat. Of al deze nuances moeten allemaal in de vanille aanwezig zijn.
Met Malena, onderdeel van de Armonías-lijn (een hommage aan de muziek en waarvan elke geur is samengesteld door ‘unieke noten’) springt de zwarte bes er direct uit. En hoe! Lang geleden dat deze bes zich zo manifest presenteert. Dat is vooral in het begin, want geleidelijk wordt de fris-zure, fris-zoete noot verzacht door een mix van magnolia (teder, bloemig, maar met een frisse ondertoon) en ‘good old’ witte musk. Aangenaam, maar ook hier voor mij weinig typisch Argentijns en niet gebruik makend van de uitgebreide database van zeldzame en onconventionele ingrediënten kenmerkend voor Patagonië.
RUIK & VERGELIJK
Wat Xocoatl betreft: ik moet denken aan, hoewel voller en meer ‘dronken’:
Guerlain – L’Art et la Matière – Spiritueuse Double Vanille (2007)
Wat mij bij het zien van My Name direct intrigeerde: de dop. Is meestal in de ketenparfumerie ‘het ondergeschoven kindje’, letterlijk een afsluitpost. Architect Antonio Citterio dacht daar dus duidelijk anders over. Hij nam de klassieke peerverstuiver als uitgangspunt en vergrootte die. Het effect: retro-charme, retro-chic; een ivoorkleurig ‘kussen’, een ‘gevangen, gestolde wolk’. Origineel en het symboliseert met een beetje fantasie de inhoud. My Name werd gemaakt met (in eerste instantie) één uitverkoren draagster in gedachten: Gaia Trussardi.
Zij heeft een baan waar veel vrouwen in lifestylekringen alleen maar van kunnen dromen. Want naast moeder van twee kinderen, leidt ze inmiddels als creative director het Italiaanse luxemerk dat haar achternaam draagt. Koppelen we My Name los van Gaia en/of zien we My Name in een breder perspectief, dan is het dé geur voor de vrouw – zo vermeldt het persbericht – die graag een statement maakt, gelooft dat je met wilskracht veel kunt bereiken en tijdens haar ontdekkingstocht van het leven haar ‘ware ik’ vindt door haar geliefde geur. Opgepast: de werking van My Name is uitzonderlijk; je raakt helemaal gefascineerd door deze olfactorische sensatie, waardoor je – gelijk Gaia – het heden vergeet en terechtkomt in een uitgestorven, magisch Milaan.
Zie het voor je: elke straathoek, waar Gaia zo gek op is, baadt in een schitterend, bijna verblindend licht dat haar het pad wijst dat ze moet volgen voor haar ‘innerlijke reis’. De zoektocht werd vastgelegd door Oscar-winnaar Gabriele Salvatores en is als een wandeling langs alle historische attracties van Milaan: eerst passeert ze het Teatro alla Scala, vervolgens het museum van moderne kunst, dan de tuinen van villa Reale, dan de kathedraal om haar uiteindelijke doel te bereiken: de Pinacoteca di Brera.
Hier wordt ze gehuld in een ‘parfumspiraal’ waarin ze haar parfum vindt en dat haar weer in contact brengt met haar ‘innerlijke ik’, hart en ziel. Ach ja, maar toch leuk om te zien: ze mag dan veelzijdig zijn, een potentieël-arrogante Oscar-actrice à Charlize – J’adore – Theron – is ze niet. Dat heeft juist zijn charme, is leuk: Gaia blijft zichzelf.
WAT RUIK IK EIGENLIJK
Mocht My Name een vertaling zijn van Gaia’s karakter, dan is ze een erg lieftallige, zachte en romantische persoonlijkheid (excuses voor deze clichés). Wat ik erg aangenaam vind: je ruikt eindelijk in de ketenparfumerie weer eens een geur waarin de sering (foto) de hoofdrol vervult: zacht, zomers en poederig maar parmantig en niet onbescheiden.
En je ruikt haar direct door het ontbreken van de klassieke citrusopening. De opgevoerde aronskelk bespeur ik niet echt, wél de zoetbloemige nuances van het witte viooltje en witte heliotroop met zijn amandel-, vanille- en talknoten. Samen hullen ze My Name in een poederig cocon van verfijning dat in de basis wordt bevestigd door een ‘gestolde, gevangen wolk’ van ambroxan, vanille en witte musk (in dit geval niet clean en laundry-like maar katoenachtig).
En dat superzacht. Ik kan er niets aan doen: maar My Name is een mooi, elegant ‘second skin’-parfum. En dat danken we aan Aurélien Guichard…
RUIK&VERGELIJK
… een neus die aan zijn opdrachten voor mainstream-merken toch steeds een sierlijke, maar lichte niche-toets weet toe te voegen. Zou dat komen omdat hij ook alle nieuwe geuren maakt voor Robert Piguet? Ga maar na:
WEER EEN NICHEPARFUMHUIS, WEER VAARDIG GEMAAKTE GEUREN
MAAR… WHAT’S NEW…
Jaar van lancering: 2012, 2006, 2013
Laatst aangepast: 03/10/13
Neus: James Heeley (foto)
Concept & realisatie: James Heeley
Of ze kennen hem nog niet, óf vinden hem de moeite niet waard. Verbazingwekkend is het toch dat tot nu toe wereldwijd geen enkel serieus parfumblogger aandacht heeft besteed aan James Heeley.
Misschien zitten zijn inmiddels zestien (!) geuren bij de bloggers nog verborgen tussen de andere niet geopende flacons en/of samples van andere eveneens net geopende parfumhuizen.
Deze voormalige Engelse student filosofie en ethiek aan Kings’ College in Londen is dus een ‘designer turned perfumer’ die inmiddels vanuit Parijs opereert. De boetiek bevindt zich ‘in’ de Passage du Désir – ingang rue Faubourg St Honoré als ik het goed heb begrepen. Strak-saai-smaakvol ingericht. Zijn minimal chic is gehuld in, zoals dat heet, stemmige zwartwit-tinten met af en toe een verdwaald stuk natuur (kale, kunstige boomstronk, door de elementen gevormde kei). In Nederland wordt hij vanaf nu vertegenwoordigd door Skins.
De presentatie onderscheidt zich een beetje van de meeste van zijn concullega’s doordat de standaardflacon bij iedere geur een eigen minimal decoratie in de stemming van de geur krijgt. Maar voor de rest toch: less is more, more of the same en me too. Ik lees op zijn site dat hij een van de weinige eigenaar-oprichters en onafhankelijke luxe parfumhuizen in Europa is. Door deze creatieve vrijheid kan hij individuele geuren creëren die eenvoudigweg uniek zijn.
Nou het eerste is niet waar – ik noem slechts Mona di Orio en Etat Libre Orange – en wat die uniekheid betreft; daar valt het een en ander op af te dingen. Want dat zijn de geuren niet.
Dat kan tegenwoordig ook bijna niet meer – of je moet een geurengek als Hilde Soliani of John Pegg van Kerosine zijn. En dan nog. Heeley’s parfums zijn mooi gemaakt, van de beste ingrediënten, maar blijven toch elegante variaties op klassieke parfumthema’s. Ze schuren niet, hebben geen edgy randje of maken combinaties die je niet voor mogelijk had gehouden.
Lees je een beetje aan de namen af. Die zijn klassiek met af en toe een vrolijke, eigentijdse invalshoek – Bubblegum Chic (2013). Voor de eerste drie analyses heb ik Ophélia, Mente Fraîche en Cuir Pleine Fleur genomen omdat ik benieuwd ben hoe Heeley respectievelijk een van de klassieke heldinnen uit de Engelse literatuur interpreteert, het zijn debuut was en je me altijd kunt wakker maken voor een nieuwe leergeur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nog een reden: ik kan ze alle drie mooi aan elkaar praten. Altijd weer leuk om te lezen dat een parfumhuis ‘rare ingredients of the finest quality, according to the traditional art of fine perfumery’ gebruikt. Is deze volledig overbodige info er (want vanzelfsprekend, daar heb je het niet over lijkt me in de nicheparfumerie) om de weifelende consument echt te overtuigen dat hij niet teveel betaalt… ?
James Heeley noemt Ophélia (2012) ‘too pretty for words’. Hmm, het is maar net over wat voor een uitgebreide woordenschat je beschikt of niet. Mijn indruk: een mooie, elegante volbloemige geur waarvan het ‘volle geel’ (sensualiteit) wordt getemperd door groen.
Het kunnen de stengels en gebladerte zijn van de ‘gele’ jasmijn, ylang-ylang en tuberoos. Deze crispy noten worden vermengd met een waterachtige noot (de opgevoerde waterlelie?) en hechten zich sierlijk aan de voluptueuze rijkdom van deze drie sensuele versierders. De laatste twee (ylang-ylang en tuberoos) met name zijn goed te onderscheiden en zorgen voor een smeuïg, ‘volle boter’-effect, terwijl de jasmijn het totale bloemenplaatje versterkt.
De afronding van witte musk, ambergris en mos (die garandeert dat Ophélia niet te clean en schoongewassen wordt) houdt dit mooi vast. Ophélia staat door het toneelstuk Hamlet van William Shakespeare voor intens verdriet dat letterlijk steeds gekkere vormen aanneemt.
Als Hamlet haar vader Polonius doodsteekt, begint haar droefenis verwarrend voor haar omgeving te werken; Ophélia drijft die tot wanhoop met onbegrijpelijke liedjes. Later verdrinkt ze onder mysterieuze omstandigheden in een ondiepe beek. Dit inspireerde John Everett Millais tot een van zijn beroemdste schilderijen in 1852 (zie afbeelding onderaan) en James Heeley volgens mij tot zijn geur: je ziet op dit doek de ingrediënten als het ware ronddrijven en groeien aan de rand van het water.
Waar ook met een beetje fantasie het munt uit Menthe Fraîche (2006) welig tiert. Deze geur wordt door Heeley omschreven als ‘simply fresh, like garden mint’. Maar zonder de groene scherpte eigen aan (water)munt (maar wel overrompelend in zijn hoeveelheid) waardoor er een soort van casual elegance ontstaat.
Het is tenslotte een compositie. Hiervoor verantwoordelijk: sprankelende bergamot en groene thee. Origineel is om in plaats van jasmijn, fresia aan deze ‘watermunt’-thee toe te voegen. Maakt de geur anders. Is plaats van bloemig fris wordt het fris-bloemig (en roept hierdoor een associatie op met Antonia’s Flowers uit 1984). Wit cederhout en gelukkig geen witte musk houdt deze groenheid vast.
Beetje vreemd gebruikersprofiel krijgt Menthe Fraîche mee. De soort man: clean en fit. Denk aan de hoofdpersoon Patrick Bateman in de verfilming van American Psycho (2000) – zie trailer. De soort vrouw: heeft witte tanden, draagt lipgloss, is sexy.
En dit soort man en vrouw vindt het ook aangenaam om in een sportauto van Engelse makelij – vintage naar ik vermoed – te rijden over velden en wegen van het Engelse platteland terwijl de bladeren vallen.
Heeley draagt andere types aan voor Cuir Pleine Fleur (2013). Achter ‘zijn’ stuur zit een van de hoofdrolspelers uit de roman The Great Gatsby (1935) van Scott Fitzgerald. De vrouw die valt voor deze ‘luxury of fine leather’ is een paardrijdster die beschikt over natuurlijke gratie – lang leve het cliché.
Qua type denk fata lFaye Dunaway in haar jonge jaren toen ze Evelyn Cross Mulwray speelde in Roman Polanski’s film Chinatown uit 1974 dat zich in dezelfde periode afspeelt als The Great Gatsby – de ‘onschuldige jaren’ voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Het is duidelijk: Cuir Pleine Fleur roept op wat eigenlijk de meeste leergeuren doen: robuuste chic. Leer van een vintage-auto, het leren tuigage van een paard in een bosachtige omgeving en je hebt het inderdaad verbeeld. Opvallend: eerst lijkt het alsof je de opening en het hart in één keer ruikt. Ofwel, een frisbloemige ontmoeting tussen viooltjesblad, bergamot en mimosa, meidoorn en roos. Hierdoor beweegt zich een zachtzoete noot van kaneel ondergedompeld in honing of honing vastgeplakt aan een kaneelstokje als je zo wilt.
Mooi dat je de mimosa-meidoorn-roos combi (zonnig, droog met zoete ondertoon) zo goed ruikt, maar dat plezier maakt geleidelijk plaats voor een krachtige leernoot, begeleid door kamperfoelie (die ik zowaar waarneem in dit leergeweld) en wordt opgeroepen met castoreum en berkenteer ondersteund door een krachtige houtnoot van vetiver en Atlascederhout. Gewoon mooi gedaan.
RUIK & VERGELIJK
Kunnen we doen. En is niet zo moeilijk. Gezien de geuren van James Heeley in duidelijke categorieën vallen:
OP WEG NAAR HET GELUK IN EEN WOLK VAN FLADDERENDE VLINDERS
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 09/09/13
Neus: Alienor Massenet, Véronique Nyberg
Model: onbekend
Fotografie: Shona Heath, Tim Walker
Het lijkt er op dat hoe meer bepaalde diersoorten in de vrije natuur uit het zicht verdwijnen en/of bijna het loodje leggen, ze in de ‘geleefde’ fantasie een steeds meer belangrijke rol spelen. Neem de vlinder: nauwelijks zie je deze poëtische pracht nog door de lucht dwarrelen. Terwijl in ‘sprookjesland’ ze in zwermen voorbij komen als symbool voor vrolijkheid, verliefdheid en vrijheid, geluk en verandering. Niet alleen in films en muziekclips, ook in de parfumwereld vliegen ze vaak voorbij.
Het begon ‘lang geleden’ met Annick Goutal; de dop van haar parfumflacons verbeelden twee elkaar kussende vlinders (geïnspireerd op een art deco-flacon die ze ooit had gekocht). Mariah Carey doet het al jaren het dunnetjes over en in een parfumpromotieclip (ben vergeten welke) van Britney Spears was het eveneens vlindergefladder van jewelste.
Ook in Miss Swarovski gaan we de vlinders achterna. Dit parfum is in het bijzonder gemaakt ‘voor jonge vrouwen die hun vleugels spreiden. Want zij geloven – nog wel – in hun dromen; zoeken naar gelukssymbolen die ze begeleiden op weg naar een gelukkige toekomst in het maken van keuzes’. Niet voor niets staat de vlinder voor uitzonderlijke transformatie: van onooglijk larf (kind) en rups (tiener) tot een insect van uitzonderlijke gratie (jonge vrouw). En dat geldt volgens Swarovski zowel voor kristal – nog steeds de core business van het luxemerk: ‘Beide geven een positieve en stralende impuls van verandering in kleur, licht en schoonheid’.
Nu een iets duidelijker profielschets van de draagster: ‘Miss Aura is voor stralende, gracieuze en vrolijke vrouwen die glimlachen naar het leven… en het leven beantwoordt haar glimlach. Het geluk draait om haar! Haar geheim? Ze bezit een onzichtbaar en toch heerlijk waarneembaar gelukssymbool: haar aura, haar parfum’. Ik wist het niet, maar volgens Swarovski ‘vertelt een legende dat, om een droom uit te laten komen, je deze aan een vlinder moet toefluisteren. De vlinder neemt de wens mee de hemel die te realiseren’. Ga we eens proberen…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De flacon is afgewerkt met een wervelwind van uitvliegende vlinders (mooi gedaan) die ‘een gelukbrengend nectar bij zich met zich meedragen: één druppel op de huid is voldoende om geluk en schoonheid te onthullen’.
Hiervoor ‘verzamelden de vlinders de essentie van de mooiste bloemen, die een aura van vreugde en plezier creëert rondom de jonge vrouw die het draagt’. Verder meldt het persbericht dat Miss Aura bestaat uit drie ‘geheime’ akkoorden met ieder een magisch effect. Nemen we natuurlijk niet helemaal serieus. Geheime akkoorden bestaan eigenlijk niet (meer) in de parfumindustrie en wat het magisch effect betreft: geloven is ruiken, ruiken is geloven.
Knap: de lychee die voor Miss Aura werd gekozen is niet te klef, te kermis-zuurstokachtig, niet te zoet waardoor de opening niet hinderlijk blijft plakken op de huid. Gewoon, een mooi rood fruit-accent dat wordt verlicht door zuiver roze grapefruit. Daar omheen: een krans van klimop. Ruik ik niet echt duidelijk. Deze ‘uitspatting van vreugde’ transformeert geleidelijk naar het hart: een boeket van roos, siererwt en niet geheel toevallig buddleia. Vlinderstruik (foto) in het Nederlands die – heb het gisteren nog een Brussel bos ‘ter controle’ geplukt, zie foto onder – zweeft tussen amandelpoederig heliotroop en ‘honingpoederige’ siererwt die in Miss Aura door de roos en buddleia omhoog klimt.
Het geheel, dat steeds zachter en meer poederig wordt, steunt op een bedje van vetiver, cederhout en patchoeli. Wat opvalt: hoe lang de opening zich ‘staande’ houdt in de geur; lang na het aanbrengen ruik je de lychee ondergedompeld in grapefruit nog. Alsof vlinders telkens druppels ervan op de bloemen laten vallen.
RUIK & VERGELIJK
Qua decoratie doet de vlinder het in de parfumerie goed, merkwaardigerwijze ‘in naam’ nauwelijks. Terwijl ze zoveel oproepen…
Lubin Bouquet de Papillons (1918)
Delettrez Silver Butterfly (1927),
Harriet Hubbert Ayer Papillon (1922)
L’Artisan Parfumeur La Chasse aux Papillons (1999)
Dit is barokke beeldhouwkunst op zijn meest spectaculair: de Paardenmenners van Guillaume Coustou (1677-1746). Vol zwier, vol beweging en technisch gezien van een adembenemende allure. Hoe krijg je het voor elkaar? Er zit zoveel dynamiek in; alsof de beeldhouwer telkens paard plus menner op het moment surprême heeft bevroren.
Coustou beeldhouwde deze Chevaux de Marly – die refereren aan de kolossale paardengroep op het Piazza Quirinale te Rome – uit Carrera-marmer in opdracht (1739) van Louis XV (1710-1774) ter decoratie van het niet meer bestaande kasteel Marly.
Hier, amongst other places (voor de kenners: Le Parc-aux-cerfs), zocht deze koning rust, verpozing en vertier als hij geen zin had in politiek en de dwingende etiquette van Versailles. In 1745 werd de beeldengroep onthuld. In 1794 (de Franse Revolutie weerstaand), uiteindelijk verplaatst naar Place de la Concorde (Parijs). Het zijn kopieën – de originelen bevinden zich nu in het Louvre in het overdekte carré Cour Marly.
En dit inspireerde Julien Sprecher zó dat hij besloot er zijn parfumhuis naar te vernoemen. Zijn doel: de rijke, verfijnde en fantasievolle Franse barokwereld van de 18de eeuw weer tot leven brengen. In het bijzonder de wereld van Lodewijk XV. Toen die in Versailles resideerde en heerste werd dit wereldwonder van zijn overgrootvader Lodewijk XIV (1638-1715) ‘het geparfumeerde hof’ genoemd. Le Bienaimé – zijn bijnaam – was namelijk nogal verzot op geuren. Schijnt zo te zijn geweest dat elke zaal in Versailles zijn ‘eigen’ parfum had.
‘What’s new?’, denk je misschien. De rococowereld van imposante kastelen, spuitende fonteinen, klaterende cascades en prachtige uitgestrekte parken is de laatste tijd al genoeg in de parfums verwerkt.
Ik noem slechts Markiezin de Pompadour (1721-1764). 20 jaar de officiële maîtresse van – inderdaad – Lodewijk XV en ook wel ‘de eerste minister van Frankrijk’ genoemd.
En dat is juist direct het verschil: Parfums de Marly bekijkt deze bepruikte en bepoederde wereld vanuit het mannelijke perspectief. Alleen onduidelijk is voor mij of de geuren – Pegasus (2011), Darley, Herod, Ispazon, Godophin, Lipizan (allemaal 2012) en Shagya (2013), – zijn genoemd naar de afzonderlijke beeldhouwwerken en/of fantasienamen zijn.
En vanwege het succes – Parfums de Marly heeft sinds 2011 drie boetieks in het Nabije Oosten: in de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai en Abu Dhabi) en Saoedi Arabië (Jeddah) – zijn ook twee parfums voor de vrouw ontwikkeld. Meliora en Safanad (beide 2013) die weer helemaal in lijn zijn met de trend waarvan ik dacht dat die nu echt definitief was overgewaaid: ‘boudoir’ – zie foto. Ik begin met Ispazon en Meloria omdat beide geuren hetzelfde tere bloempje als uitgangspunt hebben: lelietje-van-dalen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Jacques Flori componeerde Ispazon (een fantasienaam, want geen enkel beeld uit Chevaux de Marly is zo genoemd). Eerst vooropgesteld: de geur van het lelietje-van-dalen wordt niet meer aan de kleine bloemekes onttrokken. Het nu is een combinatie van jasmijn, roos en ylang-ylang die samen met abstracte fris-groene noten het effect zo puur natuur mogelijk poogt te imiteren. Boeiend: het ‘pure’ lelietje-van-dalen is niet echt een mannending. Leuk om als boeket aan je geliefde te geven op de eerste dag van mei (nog steeds traditie in Frankrijk en België), maar om het zelf te dragen…
Ispazon ‘voorkomt’ dit door het te koppelen aan een aardsgroene en kruidige mix. De opening: een aangename citruswind die heel snel waait over een zonnig veld met krachtige tijm- en lauriernoten.
Mannelijk dus. En hiertussen bloeit het lelietje-van-dalen, die haar frisheid behoudt, maar donkergroen wordt gemaakt. Echt supermannelijk wordt het echter niet, eerder dandy-esk door amber en vanille in de basis die de zoetheid van het lelietje-van-dalen chic bevestigt. Voor mannen op zoek naar een mannelijke bloemengeur.
Meliora is geen fantasienaam. Is Latijns en betekent: beter. In bredere zin: het nastreven, het volgen van het betere. Jezus, wat een enorme zoete uitbarsting: dit zijn frambozen en rode bessen met geldingsdrang. De zon schijnt vol op ze, ze dreigen door hun overrijpheid – ‘pluk me, pluk me’ – niet meer lang te bengelen aan hun steeltjes. Gelukkig vallen ze op een bed van zwarte bes die hun zoetheid een mooi groen, knisperend randje geeft. Wordt niet te klef. Ik moet zeggen…
… een onverwachte maar zeer prettige opmaat, want het lelietje-van-dalen (dus roos, dus ylang-ylang, dus jasmijn) dompelt zich vol overgave in deze zoete, roodfruitige sfeer zonder haar eigen karakter helemaal op te geven. En de vanille in de basis is wel heel mooi: zoet, warm, maar met een zekere luchtigheid en werkt elegant samen met – in dit geval – poederige musknoten die ook een lichte gourmandtoets verraadt. Moet hierbij denken aan de classic Killer Queen (1975) van Queen: ‘Just give them cake, she said, just like Marie-Antoinette’.
RUIK & VERGELIJK é
Mannen en lelietje-van-dalen. Echt niet. Behalve dan:
Van Cleef & Arpels Midnight in Paris (2010)
Trouwens Van Cleef & Arpels heeft nog een muguet-parfum:
Vrouwen en het lelietje-van-dalen? Heeft u even. Deze twee gelden als de onbetwiste (ondanks het feit dat de nieuwere versies behoorlijk afwijken van de originele bedoeling):
Caron Muguet de Bonheur (1952)
Christian Dior – Les Créations de Monsieur Dior – Diorissimo (1956/2009)