Wat mij bij het zien van My Name direct intrigeerde: de dop. Is meestal in de ketenparfumerie ‘het ondergeschoven kindje’, letterlijk een afsluitpost. Architect Antonio Citterio dacht daar dus duidelijk anders over. Hij nam de klassieke peerverstuiver als uitgangspunt en vergrootte die. Het effect: retro-charme, retro-chic; een ivoorkleurig ‘kussen’, een ‘gevangen, gestolde wolk’. Origineel en het symboliseert met een beetje fantasie de inhoud. My Name werd gemaakt met (in eerste instantie) één uitverkoren draagster in gedachten: Gaia Trussardi.
Zij heeft een baan waar veel vrouwen in lifestylekringen alleen maar van kunnen dromen. Want naast moeder van twee kinderen, leidt ze inmiddels als creative director het Italiaanse luxemerk dat haar achternaam draagt. Koppelen we My Name los van Gaia en/of zien we My Name in een breder perspectief, dan is het dé geur voor de vrouw – zo vermeldt het persbericht – die graag een statement maakt, gelooft dat je met wilskracht veel kunt bereiken en tijdens haar ontdekkingstocht van het leven haar ‘ware ik’ vindt door haar geliefde geur. Opgepast: de werking van My Name is uitzonderlijk; je raakt helemaal gefascineerd door deze olfactorische sensatie, waardoor je – gelijk Gaia – het heden vergeet en terechtkomt in een uitgestorven, magisch Milaan.
Zie het voor je: elke straathoek, waar Gaia zo gek op is, baadt in een schitterend, bijna verblindend licht dat haar het pad wijst dat ze moet volgen voor haar ‘innerlijke reis’. De zoektocht werd vastgelegd door Oscar-winnaar Gabriele Salvatores en is als een wandeling langs alle historische attracties van Milaan: eerst passeert ze het Teatro alla Scala, vervolgens het museum van moderne kunst, dan de tuinen van villa Reale, dan de kathedraal om haar uiteindelijke doel te bereiken: de Pinacoteca di Brera.
Hier wordt ze gehuld in een ‘parfumspiraal’ waarin ze haar parfum vindt en dat haar weer in contact brengt met haar ‘innerlijke ik’, hart en ziel. Ach ja, maar toch leuk om te zien: ze mag dan veelzijdig zijn, een potentieël-arrogante Oscar-actrice à Charlize – J’adore – Theron – is ze niet. Dat heeft juist zijn charme, is leuk: Gaia blijft zichzelf.
WAT RUIK IK EIGENLIJK
Mocht My Name een vertaling zijn van Gaia’s karakter, dan is ze een erg lieftallige, zachte en romantische persoonlijkheid (excuses voor deze clichés). Wat ik erg aangenaam vind: je ruikt eindelijk in de ketenparfumerie weer eens een geur waarin de sering (foto) de hoofdrol vervult: zacht, zomers en poederig maar parmantig en niet onbescheiden.
En je ruikt haar direct door het ontbreken van de klassieke citrusopening. De opgevoerde aronskelk bespeur ik niet echt, wél de zoetbloemige nuances van het witte viooltje en witte heliotroop met zijn amandel-, vanille- en talknoten. Samen hullen ze My Name in een poederig cocon van verfijning dat in de basis wordt bevestigd door een ‘gestolde, gevangen wolk’ van ambroxan, vanille en witte musk (in dit geval niet clean en laundry-like maar katoenachtig).
En dat superzacht. Ik kan er niets aan doen: maar My Name is een mooi, elegant ‘second skin’-parfum. En dat danken we aan Aurélien Guichard…
RUIK&VERGELIJK
… een neus die aan zijn opdrachten voor mainstream-merken toch steeds een sierlijke, maar lichte niche-toets weet toe te voegen. Zou dat komen omdat hij ook alle nieuwe geuren maakt voor Robert Piguet? Ga maar na:
WEER EEN NICHEPARFUMHUIS, WEER VAARDIG GEMAAKTE GEUREN
MAAR… WHAT’S NEW…
Jaar van lancering: 2012, 2006, 2013
Laatst aangepast: 03/10/13
Neus: James Heeley (foto)
Concept & realisatie: James Heeley
Of ze kennen hem nog niet, óf vinden hem de moeite niet waard. Verbazingwekkend is het toch dat tot nu toe wereldwijd geen enkel serieus parfumblogger aandacht heeft besteed aan James Heeley.
Misschien zitten zijn inmiddels zestien (!) geuren bij de bloggers nog verborgen tussen de andere niet geopende flacons en/of samples van andere eveneens net geopende parfumhuizen.
Deze voormalige Engelse student filosofie en ethiek aan Kings’ College in Londen is dus een ‘designer turned perfumer’ die inmiddels vanuit Parijs opereert. De boetiek bevindt zich ‘in’ de Passage du Désir – ingang rue Faubourg St Honoré als ik het goed heb begrepen. Strak-saai-smaakvol ingericht. Zijn minimal chic is gehuld in, zoals dat heet, stemmige zwartwit-tinten met af en toe een verdwaald stuk natuur (kale, kunstige boomstronk, door de elementen gevormde kei). In Nederland wordt hij vanaf nu vertegenwoordigd door Skins.
De presentatie onderscheidt zich een beetje van de meeste van zijn concullega’s doordat de standaardflacon bij iedere geur een eigen minimal decoratie in de stemming van de geur krijgt. Maar voor de rest toch: less is more, more of the same en me too. Ik lees op zijn site dat hij een van de weinige eigenaar-oprichters en onafhankelijke luxe parfumhuizen in Europa is. Door deze creatieve vrijheid kan hij individuele geuren creëren die eenvoudigweg uniek zijn.
Nou het eerste is niet waar – ik noem slechts Mona di Orio en Etat Libre Orange – en wat die uniekheid betreft; daar valt het een en ander op af te dingen. Want dat zijn de geuren niet.
Dat kan tegenwoordig ook bijna niet meer – of je moet een geurengek als Hilde Soliani of John Pegg van Kerosine zijn. En dan nog. Heeley’s parfums zijn mooi gemaakt, van de beste ingrediënten, maar blijven toch elegante variaties op klassieke parfumthema’s. Ze schuren niet, hebben geen edgy randje of maken combinaties die je niet voor mogelijk had gehouden.
Lees je een beetje aan de namen af. Die zijn klassiek met af en toe een vrolijke, eigentijdse invalshoek – Bubblegum Chic (2013). Voor de eerste drie analyses heb ik Ophélia, Mente Fraîche en Cuir Pleine Fleur genomen omdat ik benieuwd ben hoe Heeley respectievelijk een van de klassieke heldinnen uit de Engelse literatuur interpreteert, het zijn debuut was en je me altijd kunt wakker maken voor een nieuwe leergeur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nog een reden: ik kan ze alle drie mooi aan elkaar praten. Altijd weer leuk om te lezen dat een parfumhuis ‘rare ingredients of the finest quality, according to the traditional art of fine perfumery’ gebruikt. Is deze volledig overbodige info er (want vanzelfsprekend, daar heb je het niet over lijkt me in de nicheparfumerie) om de weifelende consument echt te overtuigen dat hij niet teveel betaalt… ?
James Heeley noemt Ophélia (2012) ‘too pretty for words’. Hmm, het is maar net over wat voor een uitgebreide woordenschat je beschikt of niet. Mijn indruk: een mooie, elegante volbloemige geur waarvan het ‘volle geel’ (sensualiteit) wordt getemperd door groen.
Het kunnen de stengels en gebladerte zijn van de ‘gele’ jasmijn, ylang-ylang en tuberoos. Deze crispy noten worden vermengd met een waterachtige noot (de opgevoerde waterlelie?) en hechten zich sierlijk aan de voluptueuze rijkdom van deze drie sensuele versierders. De laatste twee (ylang-ylang en tuberoos) met name zijn goed te onderscheiden en zorgen voor een smeuïg, ‘volle boter’-effect, terwijl de jasmijn het totale bloemenplaatje versterkt.
De afronding van witte musk, ambergris en mos (die garandeert dat Ophélia niet te clean en schoongewassen wordt) houdt dit mooi vast. Ophélia staat door het toneelstuk Hamlet van William Shakespeare voor intens verdriet dat letterlijk steeds gekkere vormen aanneemt.
Als Hamlet haar vader Polonius doodsteekt, begint haar droefenis verwarrend voor haar omgeving te werken; Ophélia drijft die tot wanhoop met onbegrijpelijke liedjes. Later verdrinkt ze onder mysterieuze omstandigheden in een ondiepe beek. Dit inspireerde John Everett Millais tot een van zijn beroemdste schilderijen in 1852 (zie afbeelding onderaan) en James Heeley volgens mij tot zijn geur: je ziet op dit doek de ingrediënten als het ware ronddrijven en groeien aan de rand van het water.
Waar ook met een beetje fantasie het munt uit Menthe Fraîche (2006) welig tiert. Deze geur wordt door Heeley omschreven als ‘simply fresh, like garden mint’. Maar zonder de groene scherpte eigen aan (water)munt (maar wel overrompelend in zijn hoeveelheid) waardoor er een soort van casual elegance ontstaat.
Het is tenslotte een compositie. Hiervoor verantwoordelijk: sprankelende bergamot en groene thee. Origineel is om in plaats van jasmijn, fresia aan deze ‘watermunt’-thee toe te voegen. Maakt de geur anders. Is plaats van bloemig fris wordt het fris-bloemig (en roept hierdoor een associatie op met Antonia’s Flowers uit 1984). Wit cederhout en gelukkig geen witte musk houdt deze groenheid vast.
Beetje vreemd gebruikersprofiel krijgt Menthe Fraîche mee. De soort man: clean en fit. Denk aan de hoofdpersoon Patrick Bateman in de verfilming van American Psycho (2000) – zie trailer. De soort vrouw: heeft witte tanden, draagt lipgloss, is sexy.
En dit soort man en vrouw vindt het ook aangenaam om in een sportauto van Engelse makelij – vintage naar ik vermoed – te rijden over velden en wegen van het Engelse platteland terwijl de bladeren vallen.
Heeley draagt andere types aan voor Cuir Pleine Fleur (2013). Achter ‘zijn’ stuur zit een van de hoofdrolspelers uit de roman The Great Gatsby (1935) van Scott Fitzgerald. De vrouw die valt voor deze ‘luxury of fine leather’ is een paardrijdster die beschikt over natuurlijke gratie – lang leve het cliché.
Qua type denk fata lFaye Dunaway in haar jonge jaren toen ze Evelyn Cross Mulwray speelde in Roman Polanski’s film Chinatown uit 1974 dat zich in dezelfde periode afspeelt als The Great Gatsby – de ‘onschuldige jaren’ voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Het is duidelijk: Cuir Pleine Fleur roept op wat eigenlijk de meeste leergeuren doen: robuuste chic. Leer van een vintage-auto, het leren tuigage van een paard in een bosachtige omgeving en je hebt het inderdaad verbeeld. Opvallend: eerst lijkt het alsof je de opening en het hart in één keer ruikt. Ofwel, een frisbloemige ontmoeting tussen viooltjesblad, bergamot en mimosa, meidoorn en roos. Hierdoor beweegt zich een zachtzoete noot van kaneel ondergedompeld in honing of honing vastgeplakt aan een kaneelstokje als je zo wilt.
Mooi dat je de mimosa-meidoorn-roos combi (zonnig, droog met zoete ondertoon) zo goed ruikt, maar dat plezier maakt geleidelijk plaats voor een krachtige leernoot, begeleid door kamperfoelie (die ik zowaar waarneem in dit leergeweld) en wordt opgeroepen met castoreum en berkenteer ondersteund door een krachtige houtnoot van vetiver en Atlascederhout. Gewoon mooi gedaan.
RUIK & VERGELIJK
Kunnen we doen. En is niet zo moeilijk. Gezien de geuren van James Heeley in duidelijke categorieën vallen:
OP WEG NAAR HET GELUK IN EEN WOLK VAN FLADDERENDE VLINDERS
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 09/09/13
Neus: Alienor Massenet, Véronique Nyberg
Model: onbekend
Fotografie: Shona Heath, Tim Walker
Het lijkt er op dat hoe meer bepaalde diersoorten in de vrije natuur uit het zicht verdwijnen en/of bijna het loodje leggen, ze in de ‘geleefde’ fantasie een steeds meer belangrijke rol spelen. Neem de vlinder: nauwelijks zie je deze poëtische pracht nog door de lucht dwarrelen. Terwijl in ‘sprookjesland’ ze in zwermen voorbij komen als symbool voor vrolijkheid, verliefdheid en vrijheid, geluk en verandering. Niet alleen in films en muziekclips, ook in de parfumwereld vliegen ze vaak voorbij.
Het begon ‘lang geleden’ met Annick Goutal; de dop van haar parfumflacons verbeelden twee elkaar kussende vlinders (geïnspireerd op een art deco-flacon die ze ooit had gekocht). Mariah Carey doet het al jaren het dunnetjes over en in een parfumpromotieclip (ben vergeten welke) van Britney Spears was het eveneens vlindergefladder van jewelste.
Ook in Miss Swarovski gaan we de vlinders achterna. Dit parfum is in het bijzonder gemaakt ‘voor jonge vrouwen die hun vleugels spreiden. Want zij geloven – nog wel – in hun dromen; zoeken naar gelukssymbolen die ze begeleiden op weg naar een gelukkige toekomst in het maken van keuzes’. Niet voor niets staat de vlinder voor uitzonderlijke transformatie: van onooglijk larf (kind) en rups (tiener) tot een insect van uitzonderlijke gratie (jonge vrouw). En dat geldt volgens Swarovski zowel voor kristal – nog steeds de core business van het luxemerk: ‘Beide geven een positieve en stralende impuls van verandering in kleur, licht en schoonheid’.
Nu een iets duidelijker profielschets van de draagster: ‘Miss Aura is voor stralende, gracieuze en vrolijke vrouwen die glimlachen naar het leven… en het leven beantwoordt haar glimlach. Het geluk draait om haar! Haar geheim? Ze bezit een onzichtbaar en toch heerlijk waarneembaar gelukssymbool: haar aura, haar parfum’. Ik wist het niet, maar volgens Swarovski ‘vertelt een legende dat, om een droom uit te laten komen, je deze aan een vlinder moet toefluisteren. De vlinder neemt de wens mee de hemel die te realiseren’. Ga we eens proberen…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De flacon is afgewerkt met een wervelwind van uitvliegende vlinders (mooi gedaan) die ‘een gelukbrengend nectar bij zich met zich meedragen: één druppel op de huid is voldoende om geluk en schoonheid te onthullen’.
Hiervoor ‘verzamelden de vlinders de essentie van de mooiste bloemen, die een aura van vreugde en plezier creëert rondom de jonge vrouw die het draagt’. Verder meldt het persbericht dat Miss Aura bestaat uit drie ‘geheime’ akkoorden met ieder een magisch effect. Nemen we natuurlijk niet helemaal serieus. Geheime akkoorden bestaan eigenlijk niet (meer) in de parfumindustrie en wat het magisch effect betreft: geloven is ruiken, ruiken is geloven.
Knap: de lychee die voor Miss Aura werd gekozen is niet te klef, te kermis-zuurstokachtig, niet te zoet waardoor de opening niet hinderlijk blijft plakken op de huid. Gewoon, een mooi rood fruit-accent dat wordt verlicht door zuiver roze grapefruit. Daar omheen: een krans van klimop. Ruik ik niet echt duidelijk. Deze ‘uitspatting van vreugde’ transformeert geleidelijk naar het hart: een boeket van roos, siererwt en niet geheel toevallig buddleia. Vlinderstruik (foto) in het Nederlands die – heb het gisteren nog een Brussel bos ‘ter controle’ geplukt, zie foto onder – zweeft tussen amandelpoederig heliotroop en ‘honingpoederige’ siererwt die in Miss Aura door de roos en buddleia omhoog klimt.
Het geheel, dat steeds zachter en meer poederig wordt, steunt op een bedje van vetiver, cederhout en patchoeli. Wat opvalt: hoe lang de opening zich ‘staande’ houdt in de geur; lang na het aanbrengen ruik je de lychee ondergedompeld in grapefruit nog. Alsof vlinders telkens druppels ervan op de bloemen laten vallen.
RUIK & VERGELIJK
Qua decoratie doet de vlinder het in de parfumerie goed, merkwaardigerwijze ‘in naam’ nauwelijks. Terwijl ze zoveel oproepen…
Lubin Bouquet de Papillons (1918)
Delettrez Silver Butterfly (1927),
Harriet Hubbert Ayer Papillon (1922)
L’Artisan Parfumeur La Chasse aux Papillons (1999)
Dit is barokke beeldhouwkunst op zijn meest spectaculair: de Paardenmenners van Guillaume Coustou (1677-1746). Vol zwier, vol beweging en technisch gezien van een adembenemende allure. Hoe krijg je het voor elkaar? Er zit zoveel dynamiek in; alsof de beeldhouwer telkens paard plus menner op het moment surprême heeft bevroren.
Coustou beeldhouwde deze Chevaux de Marly – die refereren aan de kolossale paardengroep op het Piazza Quirinale te Rome – uit Carrera-marmer in opdracht (1739) van Louis XV (1710-1774) ter decoratie van het niet meer bestaande kasteel Marly.
Hier, amongst other places (voor de kenners: Le Parc-aux-cerfs), zocht deze koning rust, verpozing en vertier als hij geen zin had in politiek en de dwingende etiquette van Versailles. In 1745 werd de beeldengroep onthuld. In 1794 (de Franse Revolutie weerstaand), uiteindelijk verplaatst naar Place de la Concorde (Parijs). Het zijn kopieën – de originelen bevinden zich nu in het Louvre in het overdekte carré Cour Marly.
En dit inspireerde Julien Sprecher zó dat hij besloot er zijn parfumhuis naar te vernoemen. Zijn doel: de rijke, verfijnde en fantasievolle Franse barokwereld van de 18de eeuw weer tot leven brengen. In het bijzonder de wereld van Lodewijk XV. Toen die in Versailles resideerde en heerste werd dit wereldwonder van zijn overgrootvader Lodewijk XIV (1638-1715) ‘het geparfumeerde hof’ genoemd. Le Bienaimé – zijn bijnaam – was namelijk nogal verzot op geuren. Schijnt zo te zijn geweest dat elke zaal in Versailles zijn ‘eigen’ parfum had.
‘What’s new?’, denk je misschien. De rococowereld van imposante kastelen, spuitende fonteinen, klaterende cascades en prachtige uitgestrekte parken is de laatste tijd al genoeg in de parfums verwerkt.
Ik noem slechts Markiezin de Pompadour (1721-1764). 20 jaar de officiële maîtresse van – inderdaad – Lodewijk XV en ook wel ‘de eerste minister van Frankrijk’ genoemd.
En dat is juist direct het verschil: Parfums de Marly bekijkt deze bepruikte en bepoederde wereld vanuit het mannelijke perspectief. Alleen onduidelijk is voor mij of de geuren – Pegasus (2011), Darley, Herod, Ispazon, Godophin, Lipizan (allemaal 2012) en Shagya (2013), – zijn genoemd naar de afzonderlijke beeldhouwwerken en/of fantasienamen zijn.
En vanwege het succes – Parfums de Marly heeft sinds 2011 drie boetieks in het Nabije Oosten: in de Verenigde Arabische Emiraten (Dubai en Abu Dhabi) en Saoedi Arabië (Jeddah) – zijn ook twee parfums voor de vrouw ontwikkeld. Meliora en Safanad (beide 2013) die weer helemaal in lijn zijn met de trend waarvan ik dacht dat die nu echt definitief was overgewaaid: ‘boudoir’ – zie foto. Ik begin met Ispazon en Meloria omdat beide geuren hetzelfde tere bloempje als uitgangspunt hebben: lelietje-van-dalen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Jacques Flori componeerde Ispazon (een fantasienaam, want geen enkel beeld uit Chevaux de Marly is zo genoemd). Eerst vooropgesteld: de geur van het lelietje-van-dalen wordt niet meer aan de kleine bloemekes onttrokken. Het nu is een combinatie van jasmijn, roos en ylang-ylang die samen met abstracte fris-groene noten het effect zo puur natuur mogelijk poogt te imiteren. Boeiend: het ‘pure’ lelietje-van-dalen is niet echt een mannending. Leuk om als boeket aan je geliefde te geven op de eerste dag van mei (nog steeds traditie in Frankrijk en België), maar om het zelf te dragen…
Ispazon ‘voorkomt’ dit door het te koppelen aan een aardsgroene en kruidige mix. De opening: een aangename citruswind die heel snel waait over een zonnig veld met krachtige tijm- en lauriernoten.
Mannelijk dus. En hiertussen bloeit het lelietje-van-dalen, die haar frisheid behoudt, maar donkergroen wordt gemaakt. Echt supermannelijk wordt het echter niet, eerder dandy-esk door amber en vanille in de basis die de zoetheid van het lelietje-van-dalen chic bevestigt. Voor mannen op zoek naar een mannelijke bloemengeur.
Meliora is geen fantasienaam. Is Latijns en betekent: beter. In bredere zin: het nastreven, het volgen van het betere. Jezus, wat een enorme zoete uitbarsting: dit zijn frambozen en rode bessen met geldingsdrang. De zon schijnt vol op ze, ze dreigen door hun overrijpheid – ‘pluk me, pluk me’ – niet meer lang te bengelen aan hun steeltjes. Gelukkig vallen ze op een bed van zwarte bes die hun zoetheid een mooi groen, knisperend randje geeft. Wordt niet te klef. Ik moet zeggen…
… een onverwachte maar zeer prettige opmaat, want het lelietje-van-dalen (dus roos, dus ylang-ylang, dus jasmijn) dompelt zich vol overgave in deze zoete, roodfruitige sfeer zonder haar eigen karakter helemaal op te geven. En de vanille in de basis is wel heel mooi: zoet, warm, maar met een zekere luchtigheid en werkt elegant samen met – in dit geval – poederige musknoten die ook een lichte gourmandtoets verraadt. Moet hierbij denken aan de classic Killer Queen (1975) van Queen: ‘Just give them cake, she said, just like Marie-Antoinette’.
RUIK & VERGELIJK é
Mannen en lelietje-van-dalen. Echt niet. Behalve dan:
Van Cleef & Arpels Midnight in Paris (2010)
Trouwens Van Cleef & Arpels heeft nog een muguet-parfum:
Vrouwen en het lelietje-van-dalen? Heeft u even. Deze twee gelden als de onbetwiste (ondanks het feit dat de nieuwere versies behoorlijk afwijken van de originele bedoeling):
Caron Muguet de Bonheur (1952)
Christian Dior – Les Créations de Monsieur Dior – Diorissimo (1956/2009)
Ik heb geloof ik een uur gegoogelt en ben ondertussen niet echt veel verder gekomen met het vinden van achtergrondinformatie over de geur die heel veel mannen nog steeds als een ware klassieker beschouwen: Man Classic. Wat originele campagnefoto’s betreft slechts twee, terwijl ik me er meer kan herinneren. De geur heette bij de introductie gewoon Man, maar werd ‘uitgebreid’ met Classic nadat de opvolgers niet aan het blijvende succes konden tippen…
Wat ik wel weet: de geur verscheen op het moment toen het Parijse ‘parfumeurs-couturier’-gilde drukdoende was met de voorbereiding om de man in de straat eindelijk zo ver te krijgen tot de aankoop van een geur van naam en in Amerika de eerste designer fragrances verschenen: Geoffrey Beene lanceerde zijn Grey Flannel in 1975, Halston zijn 112 en Z 14 in 1977.
Met andere woorden: geuren die verder gingen dan een ‘anti-prik’ voor na het scheren voor de gewone man waren eigenlijk nauwelijks te koop. Marbert sprong in een gat samen met Jovan (Man en Monsieur Jovan ook uit 1977). Want Europa kende nog niet echt, hehalve dan Irisch Moos (1969) van Sir, dit soort mainstreamgeuren. Amerika wel: neem alleen al Shultons Old Spice (1937) en Brut van Fabergé (1964). Opvallend: deze geuren zijn nog steeds te koop en nog steeds geliefd. En dat wil wat zeggen, gezien de duizenden geuren die de afgelopen decennia zijn verschenen en verdwenen.
De charme voor mij van Man Classic: het is zo’n duidelijke geur, niet een die je vleugels geeft, die je laat verwonderen over het raadsel parfum. Je blijft met beide benen op de grond. Mannelijk zonder te macho. En dat die nog steeds op een goede ontvangst kan rekenen, blijkt wel uit een bezoeker van basenotes.com: die noemt Man Classic een powerhouse die hem veel goede reacties van vrouwen heeft opgeleverd.
Hij kreeg ook regelmatig complimenten bij het dragen van Kouros (1981) en Body Kouros (2000) van Yves Saint Laurent, Guy Laroche’s Drakkar Noir (1982) en Horizon (1993), en Diors Eau Sauvage (1966). Zelfs bij Lanvins Arpège (1927)… maar nooit zoveel complimenten als bij ‘dit monster’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Staat op de verpakking: ‘Deze mannelijke-vitale geur combineert de scherp-kruidige noot van sandelhout en leder met de aromatische noot van kruidnagel en mos’. Vreemd: heb nooit geweten dat sandelhout dit effect heeft. Is toch eerder zacht, melkachtig met een roosnuance?
Anyway, echte sandelhout mag niet meer worden verwerkt in geuren, dus ik neem aan dat het amyris is of een synthetische houtnoot die in de buurt komt van kasjmierhout. Wat je wel goed ruikt na de opening van zachtzonnig lavendel, etherische jeneverbes (foto) en bittter-kruidig alsem (die lijken gewiegd te worden in een fris aldehyden-bad) is de krachtige kaneelnuance gedoopt in honing. Kruidig-zoet dus en voor die tijd origineel.
Die nuance zorgt er ook voor dat de scherpe basis van cederhout, patchoeli, amber, leer en mos (laatste twee ruik je op het einde het meest prominent) niet al te macho wordt. Zeg maar jaren zeventig-viriel. Zit Classic Man langer op de huid dan komt de jeneverbes en lavendel opnieuw af en toe voorbij, zo lijkt het wel.
De geur krijgt – hierdoor – een zepige toets zonder het ‘te-fris-gewassen-net-onder-de-douche-vandaan’-gevoel dat tegenwoordig zoveel geuren kenmerkt. Maar dat kan ook het effect van leer en aldehyden zijn.
RUIK & VERGELIJK
Ooit ook gemaakt voor de man door dit Duitse cosmeticahuis (anno 1936) waarvan de naam een samentrekking is van de voornamen van de oprichtsters Margaretha Sendler en Bertha Roebert.
DE DRIE NOBILE-BLOEMENGEUREN LAVEN ZICH AAN HESPERIDE-FRISHEID
Jaar van Lancering: 2013
Laatst aangepast: 27/05/13
Neus: onbekend
Acqua di Parma lanceert de lichtste variant tot nu op zijn drie bloementuingeuren: Iris Nobile (2004) wordt Acqua Nobile Iris, Magnolia Nobile (2009) wordt Acqua Nobile Magnolia, Gelsomino Nobile wordt (2011) Acqua Nobile Gelsomino. Met Profumo uit 2008 (gebaseerd op een parfum uit de jaren dertig van de vorige eeuw) is dit tuintrio duidelijk gericht op de vrouw.
Wat nou typische vrouwelijke en typisch mannelijke geuren zijn, daarover kun je lang doorzagen. En deze indeling is niet door Moeder Natuur bedacht, maar door de industrie om de verkoop van (met name) mannengeuren na de Tweede Oorlog te bevorderen.
Ik vind een pure een heldere jasmijngeur eerder onzijdig, magnolia is zo zacht en teder, en ruik je zo nauwelijks (wordt in de laboratoria nagebootst) en staat in de parfumsymboliek voor breekbaar en teder – twee ‘deugden’ eerder met de vrouw dan met de man geassocieerd.
Dan de iris – decennialang gereserveerd voor vrouwen, maar door de opkomst van de niche-parfumerie (die niet echt aan geslachtsdiscriminatie doet) ook bij mannen doorgedrongen in de ketenparfumerie. Het beste voorbeeld Homme (2005) van Dior. Iris Nobile (een eau de toilette) uit 2004 vind ik ook erg gebruikersneutraal. Sterker, de geur neigt voor mij naar mannelijk.
Acqua Nobile kun je qua sfeer en zomerse lichtheid vergelijken met de Blu Mediterrano-reeks van Acqua di Parma. Het verschil: ze zijn meer gepolijst, hebben een duidelijker parfumcompositie en blijven voor mijn gevoel langer hangen: het trio balanceert tussen een eau de cologne en een eau de toilette. Ik krijg zin om deze Acqua Nobile’s te splashen, maar die mogelijkheid wordt niet geboden. En dat is opvallend: steeds meer colognes ‘moet’ je sprayen. Zoals ook Diors Homme Cologne (2013).
De langgerekte zware en mooi geslepen Acqua Nobile-flacons (inhoud 125 ml) zijn wel sierlijk door hun aangename vintage-uitstraling. Ze zijn ‘geïnspireerd door de schitterende natuur van een aristocratische, Italiaanse tuin. Sprankelende dauwdruppels, knoppen in delicate tinten, geurfonteinen en waterpartijen maken van de Acqua di Parma-tuin een schat van licht en transparantie met heldere lichtplekken. Nieuwe emoties ontluiken in geuren even zuiver als water gemaakt van de zeldzaamste en kostbaarste ingrediënten’.
‘Die verstrengelen zich in een vloeibare en delicate voile – telkens ontstaat een andere, unieke harmonie. De frisheid van het groen en de pittige accenten van citrusvruchten geven een tijdloze schoonheid’. En natuurlijk een spetterende cologne-toets aan de iris, de magnolia en jasmijn zonder dat de specifieke eigenschappen van deze drie hoofdingrediënten verloren gaan.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De overkoepelende factor van de Acqua Nobile’s: de frisse citrusaanzet die wordt gelinked met een heldere witte muskbasis waar tussen de iris, de magnolia en de jasmijn wiegen. Acqua Nobile Iris is anders dan de eau de toilette-versie. Het verschil: minder zoet door het ontbreken van steranijs en amber.
De hesperide-opening (tekening) van mandarijn, cedraat en grapefruit geven een energieke cologne-opening die associaties oproept met Colonia (1916). In het hart versterkt doordat de iris pallida wordt omringd door een krans van neroli waarin ook viooltjes zitten die de stroef-poederige noten van de iris temperen. Opvallend is de afronding: de witte musk (mooi gemaskeerd door vanille) versterkt het heldere en cleane effect van dit edele water.
Maar zonder dat het plat en ‘schoongewassen’ wordt. Acqua Nobile Magnolia opent net even anders: want naast mandarijn en cedraat ruik je duidelijk de toevoeging van bergamot, citroen en neroli waardoor het geheel wat ‘strakker’ overkomt. Nog meer cologne-effect als het ware.
Je verwacht bijna niet dat de magnolia een dergelijke ‘hesperide-stortregen’ kan verdragen. Het vreemde: er komt een zachte magnolia naar voren waarvan de fragiel-bloemige noten mooi opgaan in een fris-witte bloemenweelde van fresia, jasmijn en lelietje-van-dalen. Ook hier een vanillezoete en witte muskachtige afronding die iets meer staying power krijgt door patchoeli.
Is Acqua Nobile Iris poederig fris (en tegelijkertijd meer aards) en Acqua Nobile Magnolia delicaat fris (en het meest een voile), Acqua Nobile Gelsomino is het meest bloemig-fris, maar dan groen.
De heldere jasmijn uit Calabrië (gezuiverd van indole en dus sensuele noot) drijft rond in een vijver waar een fontein bergamot, citroen en mandarijn op de jasmijn (die volgens mij is aangelengd met ‘waterjasmijn’, ofwel hedione) laat neerdalen die een opvallend pittig accent krijgt door roze bes.
Ook hier versterkt de neroli het frisse aspect van de bloemige sfeer. Witte musk treedt in deze geur het duidelijkst op de voorgrond in de basis, gelukkig zonder al te scherp, zonder al te clean te worden.
RUIK & VERGELIJK
Voor de vaste gebruikers is het een must de drie Acqua Nobile’s te vergelijken met hun originele uitgangspunt.
Ik heb een ambivalent gevoel wat betreft recente geuren van Lanvin. De reden: er verschijnen teveel (geldt voor de meeste merken) en het ontbreekt ze aan de onbetwistbare status die het huis ooit op parfumgebied genoot. Het is toch een teveel inhaken op courante parfumtrends (geldt voor de meeste merken) en het proberen te verleiden van de jonge consumente.
In plaats van dat het huis met een gerechtvaardigde en vanzelfsprekende arrogantie (zoals bijvoorbeeld Tom Ford) zijn ‘parfumwil’ oplegt. Want het merkwaardige: Lanvin heeft dankzij Alber Elbaz alles in huis. Alleen wat hij met mode doet – frivole en ‘dramatische’ prêt-à-porter perfect van coupe met een duidelijke visie op de vrouw anno nu – zie je niet echt terug in de parfums.
Let’s be honest: vrouwen die Lanvin dragen zitten die te wachten op geuren als Marry Me (2010), Marry Me Love Edition (2012) en Marry Me à la Folie (2013)? En parfumsfans: hunkeren die naar Jeanne Lanvin (2008), Jeanne La Rose (2010), Jeanne La Plume (2011) en Jeanne LanvinCouture (2012)? Weliswaar odes op de oprichtster de laatste vier, maar ‘ondertussen’ toch gewoon crowd pleasers. Houdt de parfumdivisie er andere ideeën op na dan de prêt-à-porter-afdeling? Van een ware fusie was tot voor kort geen sprake. Is dus veranderd, als ik het goed begrijp, met Me. Alber Elbaz was – ‘on dit’ – meer dan ooit betrokken bij de ontwikkeling.
Alleen, wat een verhalen en statements ter introductie: het relaas van een denkbeeldige Lanvin-fan (noemen we Me) en de verantwoording van Elbaz. Als je iets van de belevingswereld van Me wilt lezen – gezien de foto wel erg verliefd op zichzelf – be my guest. Hier wat hoogtepunten van dit modepopje: ‘Stop, genoeg, laat me leven, liefde ervaren, boeien, uitgroeien tot de vrouw die ik echt ben – een energiestroom die niet veel mensen kunnen volgen – maar ook iemand die droomt van rustige genoegens. Maar waar is de magische formule verborgen? In de Lanvinblauwe doos voor mijn ogen…?’
Wat denk je… kom op geef je mij over aan de zoete verleiding en snel een beetje alsjeblieft. Gelukkig: ‘Ik open de met mysteries gevulde doos en geniet van het gevoel van ontdekking, een delicate combinatie van het verlangen om het te weten, te zien en te voelen. Ik houd het in mijn handen als een offer, in de kleuren van een Fra Angelico-fresco, die doet denken aan fashionshows, shoppingtrips en couturefavorieten’.
Nou komt er nog wat van! ‘Ik observeer het goudkleurige lint waarmee de doos versierd is, een draad van Ariadne waarmee de verrasser en de verraste persoon aan elkaar worden verbonden; ik met Alber door de magie van het mysterie. De strik trekt mijn aandacht, wenkt me om geopend te worden met mijn glimlach. Waarom wachten als het verlangen vuriger wordt? Dan zie ik de naam die geschreven is met levendigheid, twee letters die tegen mij praten, mij roepen; ze zijn van mij en ik van hen’.
Schatje, please, talm niet langer. Kom in actie. Ik heb nog wel meer te doen. ‘Met koortsachtige vreugde haal ik de flacon uit zijn verpakking – gesigneerd Lanvin. Een kostbaar karaf, een juweel van glas: zwaar, krachtig, vrouwelijk en gevuld met persoonlijkheid die een vrouwelijk, fashionable accent krijgt door de sprankeling van een edelsteen afgesloten door een massief zwarte dop. Ik lach omdat Alber begrijpt en weet wie ik ben: wispelturig en vrijpostig, maar tegelijkertijd kwetsbaar’.
Mopje, je stelt me geduld echt op de proef. ‘Heeft Alber – de couturier van wie zijn barokke juwelen, rijke fantasie en talent garanderen dat ik me verleidelijker voel dan ooit – de geur aan mij opgedragen? De waarheid is dat we beide dit uitzonderlijke parfum zijn. Maar ik interpreteer het anders; als de meest persoonlijke creatie van Alber – een presentje, een ode speciaal ontworpen voor mij. Met zijn passie, discretie, fantasie en waardering voor alle heerlijke dingen…’
We zijn er bijna: ‘Me brengt het geheim over om onze ziel en zintuigen te verbinden door middel van een druppel essence als een omhelzing. Alber moet zeker aan mij gedacht hebben toen hij zei dat hij geen jurken ontwerpt voor mannen die verliefd worden op vrouwen die de jurken dragen, maar voor vrouwen zodat ze verliefd’ worden op zichzelf!’
Als het dan echt moet: ‘Nu kan ik aan hem opbiechten: naast dat ik verliefd ben op de wereld die hij creëert, ben ik het op zijn nieuwe parfum. Dankzij hem ben ik in staat iedere seconde, iedere minuut, ieder uur, iedere dag en mijn hele leven te wijden aan zijn wereld. Is dit parfum uiteindelijk niet symbolisch bedoeld voor Me?’
Nu Elbaz (foto links): ‘Me is more than a fragrance. It’s a true story, which has been described, told and explained in scents and notes. It’s based on the emotions of each instant, a captivating music of the senses’. Hij vervolgt met: ‘The Me woman is an individual, which doesn’t mean an individualist or a narcist. She is an individual because, she also thinks about herself. She pays attention to what she is or what she wears, rather than trying to position herself with respect to others. Since Me is a gift perfume, the Me woman likes to give it to herself’. En nog even ter verduidelijking: ‘Me is geraffineerd, wispelturig, anders, sprankelend tot op het punt van oneerbiedigheid, maar ook onstuimig, assertief en verleidelijk. Het zweeft tussen narcisme en zelfvertrouwen, verzet zich tegen de regels die de fantasie beperken. Het motto: be myself, become Me’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Me is een bloemige gourmand omschreven als elegant, stijlvol en uitgesproken Parijs. Een complexe formule omdat volgens Elbaz iedereen complex is. Ik zeg: de geur is iets complexer – maar qua opbouw verbazingwekkend less is more – dan de gemiddelde bloemige gourmand in de ketenparfumerie.
Dat komt door de tuberoos (foto) in het hart – symbool voor klassieke, übersensuele vrouwelijkheid – die origineel wordt gelinkt met zoethout – het gourmandeffect. De geur kent daarentegen geen klassieke opening: het is een bloemig-fruitige sfeer zonder dat je echt de ingrediënten duidelijk stuk voor stuk kunt determineren, afgezien van mandarijn.
Een van de andere fruitsoorten die werd gebruikt door Domitille Bertier is blauwe bes. En niet alleen vanwege het modern-zurige accent, maar ook omdat de kleur overeenkomt met Fra Angelico-blauw, de kleur van het huis. Gaat eigenlijk allemaal mooi samen: gele, ‘boterachtige’ tuberoos, zoete roos, zoethout (denk ‘dropwater’) en romig sandelhout. Maar voor mij het allemaal wat intenser gemogen, iets puurder.
RUIK & VERGELIJK
Onderstaande geuren hebben voor mij ook al een vanzelfsprekende ‘touch of’ Alber Elbaz en die Lanvin als modern en ‘leading the way’-huis presenteren:
Niet geïnteresseerd in de geschiedenis van L’Occitane, scroll naar Wat ruik ik eigenlijk? Wel? Stel je dan de volgende vraag: wat hebben Yves Rocher, The Bodyshop, L’Occitane en Provence en Aveda gemeen? Het antwoord volgens Geurengoeroe: ze zijn opgericht door personen die niet de intentie hadden een multinational op te zetten. En evenmin een duidelijk businessplan bij de start. Achteraf kun je stellen dat de oprichters het succes (dat beetje bij beetje kwam) te danken hebben aan het feit dat ze de tijdgeest en de opkomst van een nieuw koperspubliek perfect aanvoelden.
Want of die nu bij Yves Rocher, The Bodyshop, L’Occitane en Provence en Aveda binnenlopen, allemaal zijn ze ‘vigilant consumers’. Ofwel, klanten die bewust hun producten kiezen. Ze houden er morele en ethische principes op na die ze ook verwachten van merken.
Als er vier (inmiddels) cosmeticareuzen zijn die principes hebben, dan zijn het deze wel. L’Occitane en Provence verschilt in zover dat het niet echt te koop loopt met zijn goede bedoelingen: word je alleen in de winkel over geïnformeerd als je er naar vraagt of als je www.loccitane.com bezoekt. Het leukste principe: alle producten worden niet op dieren getest… behalve de honinglijn. Op de tweede plaats: L’Occitane en Provence weet als geen ander maatschappelijk en milieubewust cosmeticabedrijf zijn principes te verwerken in kwalitatief hoogstaande producten voor prettige prijzen. Ze ogen (en ruiken) zeer aantrekkelijk en niet alternatief, terwijl ze het in feite zijn.
Staat Parijs wereldwijd symbool voor Franse verfijning en chique, L’Occitane en Provence is het geworden voor het goede en ‘eerlijke’ Franse leven op het platteland: denk je aan la campagne, dan ruik je L’Occitane en Provence. Dat was en is nog steeds precies de bedoeling van de oprichter, Olivier Baussan. Het uitzonderlijke klimaat en rijke grond van de Provence leveren volgens hem een buitengewone variëteit aan flora op met voor het lichaam en de geest bevordelijke ingrediënten. Alleen dreigde in de jaren zeventig van de vorige eeuw de kennis hiervan uit dit gebied te verdwijnen door de opkomst van synthetische vervangers en het feit dat landen als Turkije, Marokko en India zich ook met succes toelegden op de kweek van bijvoorbeeld roos, jasmijn en oranjebloesem. De Provence, ooit vanzelfsprekend grootleverancier van ingrediënten voor de Franse parfumindustrie, dreigde dit te verliezen en leek alleen nog maar geschikt als een groot vakantieoord.
Baussan keerde het tij door lokale, eeuwenoude kweekmethoden nieuw leven in te blazen en traditionele producten te moderniseren. Door dit te combineren met de lokale folklore en geschiedenis gaf hij de Provence in zijn winkels ‘een nieuw gezicht’. Hij presenteerde dit zo sterk dat nu mensen de relaxte, puur natuur Provencaalse lifestyle associëren met L’Occitane. Of zoals Wendy Liebmann, directeur van WSL Strategic Retail, een invloedrijk Amerikaans adviesbureau, de magie van L’Occitane het omschreef: “Het merk is helder en duidelijk gebaseerd op het biologische winkelprincipe, alleen meer ‘sophisticated’. En hoewel het niet dezelfde uitstraling heeft als die van Chanel of Dior, bezit het toch ook de essentie van de Franse cultuur.”
Dat zijn bedrijf zou uitgroeien tot een multinational had de jonge Baussan niet voorzien toen hij in de jaren zeventig in de Provence een oude distillatiemachine op de kop tikte en daarmee een rozemarijnolie produceerde die hij op jaarmarkten verkocht. Wel wist hij wel: producten moeten eerlijk gemaakt worden en de mensen die het produceren een fair share in de winst krijgen. Niet zo vreemd, wetende dat Baussan in die dagen actief lid was van de terug naar de natuur-beweging die kleinschaligheid, eerlijke en gezonde productiemethoden verkoos boven het zielloze beleid van ‘onzichtbare’ multinationals. Toch dacht Baussan grootschalig: toen hij zijn eerste winkel in 1980 in Volx opende koppelde hij er direct een postorderbedrijf aan. Ook besloot hij producten uit ontwikkelingslanden op te nemen. Tijdens reizen was hij er achter gekomen dat veel ‘oorspronkelijke’ culturen een rijke traditie hebben op het gebied van verzorging.
Zo betrok hij van de Kaap Verdische Eilanden zeep gemaakt van de jatropha-struik en uit Burkina Faso Afrika crèmes en lotions gemaakt van de karita-boom. In 1992 verkoopt Baussan zijn aandelen aan de Suez-groep en trekt zich terug. Alleen, zoals vaker gebeurt, vertrekt met Baussan ook de ziel. Het gevolg: de verkopen dalen dramatisch. Waarop een nieuwe aangestelde directeur Baussan terugroept. In de functie van managing director blijft hij betrokken. Kun je letterlijk opvatten: als hij in 1996 een van ‘zijn’ winkels bezoekt, ziet hij een blinde vrouw parfums testen. Onder de indruk van haar intense beleving (blinden hebben een sterker ontwikkeld reukvermogen dan zienden) besluit hij verpakkingen te voorzien van Braille-tekens (extra kosten per product: ongeveer vier eurocent). Daarnaast organiseert hij een ‘zomerparfumschool’ voor jeugdige blinden in het hoofdkantoor in Manosque.
Inmiddels is het L’Occitane en Provence-concept veel gekopieerd. Je hebt steeds meer ‘gekke’ winkeltjes die met alternatieve, natuurlijke en op eerlijke wijze geproduceerde cosmetica soms uitgroeien tot ketens: Lush, Origins en Bath & Body Works. En L’Occitane laat zich ook steeds meer inspireren door ontwikkelingen uit de met name nichesector. Wordt van trendsettend, trendvolgend.
Een goed bewijs: La Collection de Grasse. Dit kwartet heeft veel weg van het ‘ambassadeursmerk’ dat beroemd is geworden door het etaleren van twee ingrediënten in één geur: Jo Malone. L’Occitane linkt La Collection de Grasse aan de geschiedenis van dé parfumstad – Grasse – waar de parfumcultuur in de zestiende eeuw opkwam in het kielzog van de leerindustrie. Het klimaat bleek uitermate geschikt voor het aanleggen van bloemenvelden waarvan de ‘opbrengst’ werd gebruikt voor het maskeren van de onaantrekkelijke geur van met name leren handschoenen.
De leerindustrie verdween, de parfumindustrie niet. En natuurlijk de diverse opleidingen tot neus. Zoals Karine Dubreuil. Ze studeerde aan Roure Ecole de Parfumerie. Dubreuil: ‘Hier leerde ik ingrediënten te interpreteren zoals ze zijn, zonder in de val van verwarring te vallen. Je moet duidelijk en avontuurlijk in je keuze zijn wil je een onvergetelijke geur creëren en de verbeelding van de consument vangen. Om dergelijke geuren voor L’Occitane te maken voelt voor mij aan als tweede natuur’. Over La Collection de Grasse: ‘Soms waren de twee ingrediënten bestemd voor elkaar, soms was het een prachtige geluksontmoeting. En dan zijn er ingrediënten die elkaar verrijken. Niets is verboden, avontuurlijkheid wordt omhelsd’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De meest verrassende en het meest niche: Magnolia en Mûre. De naam had gezien de ‘werking’ voor mij andersom gemogen. Opent met een prachtig scherp-zure en prikkelende noot. Een soort sprankelende rabarberbom begeleid door bergamot waaruit de braam omhoogschiet. En hoe! Deze zoetmaker overwoekert de geur en linkt zich prachtig met de tedere magnolia die door roos zijn bloemige noten ziet bekrachtigd. De geur wordt omschreven als een fruitige chypre. En dat klopt door de krachtige basis van patchoeli en mos.
De meest vertrouwde: Jasmin & Bergamote. Zoete sinaasappel en de nog zoetere mandarijn openen het genotsoffensief om vervolgens ruim baan te geven aan het lichte, frisse en bloemige bergamot. Die zorgt er voor dat de jasmijn (omringd door citroenblad) zijn heldere en zonnige toets behoudt. Heel elegant is de basis van sandel- en cederhout, die houdt de jasmijnbergamot-combinatie goed vast, zonder teveel op de voorgrond te treden
Het bekendst: Thé Vert & Bigarade. De vergelijking met L’Occitane’s Thé Vert (1999) dringt zich op. En eerst heb je het idee dat het dezelfde geur in een andere flacon is. Maar als je even goed doorruikt en de mix van sinaasappel, oranjebloesem (bigarade) en groene thee tot je laat doordringen, valt het verschil op. Thé Vert & Bigarade is groener, kruidiger en houtiger. Komt respectievelijk op het conto van yerbamate (bij ons beter bekend als maté), tijm en cederhout. De musk ruik ik niet zo. De tijm daarentegen wel. Van het kwartet is dit de geur die het snelst vervliegt.
‘Bien étonnés de se trouver ensemble’: Vanille & Narcisse. Voor mij een enorme verrassing door de inderdaad onverwachte combinatie en door het feit dat de geur een interessant traject aflegt.
Vanaf de opening ‘stroopt’ de vloeibare vanille je tegemoet. Even lijkt het of het alleen maar een eendimensionale vanillegeur is, maar hierdoor heen neem je snel – weliswaar even – een frisfruitige noot waar, maar vooral – is natuurlijk de bedoeling) de narcis. Zwoel en ‘geel’ zacht gemaakt door gardenia. Zit je de geur langer op de huid dan ruik je de mooie, volle rumachtige noot van tonkaboon. Laat de volgende volgende vier maar komen.
RUIK & VERGELIJK
Karine Dubreuils geuren worden gekenmerkt door de luchtige, nonchalante toets. En interessant: in de geuren die ze maakte voor Guerlain ruik je al een idee van La Collection de Grasse.
Lanvin Eclat d’Arpège (2002)
Gucci Envy Me (2004)
Guerlain – Aqua Allegoria – Grosselina (2006)
Guerlain – Aqua Allegorie – Pivoine Magnifica (2006)
Gucci Pour Homme II (2007)
L’Occitane en Provence – Notre Flore – Myrte (2007)
L’Occitane en Provence – Notre Flore – Iris (2007)
L’Occitane en Provence – Notre Flore – Cèdre (2007)
L’Occitane en Provence – Notre Flore – Néroli (2007)
Dit nieuwe concept is me eigenlijk geheel ontgaan tot dat ik onlangs Muguet en Fleurs her en der zag verschijnen op internet toen ik op zoek was naar de meest recente lelietje-van-dalen-oogst in parfum. Ik kreeg het kwartet toegestuurd en was – weer – aangenaam verrast door de kwaliteit. Met een beetje fantasie kun je Un Matin au Jardin de prêt-à-porterversie noemen van Rochers nichelijn Secret d’Essences. Ofwel, het plezier en de eenvoud van populaire parfumingrediënten benadrukken versus serieuze ‘veredeling’. Makkelijk versus ‘verdieping’.
Of zoals Yves Rocher het omschrijft: ‘Un Matin au Jardin is als een bloementuin in bloei. Geniet van de frisse, verfijnde geur van een boeket pas ontloken bloemen’ – tijdens de ochtend dus. En dat doen Agrumes en Fleur, Lilas Mauve, Rose Fraîche (alle drie 2012)Muguet en Fleur (2013). Ligt dat nou aan mij, maar ik moet wel heel erg denken aan de vier tuingeuren van Hermès.
Niet zo zeer qua inhoud (Hermès is gelaagder en abstracter), wel qua inspiratie, wel qua flacon. Het grote verschil: Yves Rocher houdt het dichterbij huis, in de ‘achtertuin’ van Frankrijk. Het allergrootste verschil: de adviesprijs. Bijna voor de geef: 100ml € 25. En ook nog: door de nog steeds groeiende populariteit van de eco-trend – eigenlijk wildgroei – weet je vaak niet of deze ‘stempel’ alleen in naam is, of puur voor de styling. Yves Rocher laat er geen onduidelijkheid over bestaan. Het is per slotte van rekening een van de eerste puur natuur-cosmeticamerken. Merk je ook aan Un Matin au Jardin. De eaux de toilette bevatten geen parabenen, kleurstoffen of ftalaten, de bodymilk en douchegels geen parabenen en kleurstoffen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Eigenlijk overbodig om alle vier geuren uitgebreid te beschrijven. Want je leest op de flacon ruik je. Muguet en Fleur – gemaakt door Sonia Constant – begint enorm groen. Het lelietje-van-dalen ruikt zoals je haar kent: fris, waterig, ‘krokant’ om steeds meer bloemiger te worden. Na verloop van blijft het laatste alleen over. Shyamala Maisondieu creëerde Rose Fraîche. En inderdaad het is een zeer frisse roos met een mooie zoet-fruitige ondertoon die een beetje doet denken aan al die Paris Premières Roses-variaties van Yves Saint Laurent. Christiane Plos tekende voor Agrumes en Fleur. Van de vier geuren het meest een prêt-à-porterversie van Secret d’Essences, in dit geval Néroli (2013). En dat komt wat Agrumes en Fleur betreft door de sterke witte muskbasis (die je ook in de andere drie goed in de basis ruikt).
Lilas Mauve – samengesteld door de bekendste neus, Annick Menardo – valt het meeste op. Komt puur door het feit dat er de laatste jaren weinig pure sering-geuren zijn verschenen. Altijd heerlijk om die te ruiken: vol, warm, lichtjes sensueel maar vooral de zonbloemige noot.
RUIK & VERGELIJK
Geen beginnen aan natuurlijk. Maar een paar:
Zet Agrumes en Fleur eens tegenover:
Hermès Eau d’Orange Verte (1979)
Zet eens Rose Fraîche tegenover:
Yves Saint Lauent Paris Paris Premières RosesAnniversary Edition (2013)
Bij mij in de voortuin van het Brusselse appartementencomplex waar ik woon, steken elk jaar weer in april de in rolletjes gedraaide en nog ‘verpakte’ bladeren van het lelietje-van-dalen uit de grond om binnen een paar weken de kale ondergrond te veranderen in een groene miniweide vol takjes waaraan de witte klokjes bungelen die samen zo’n ongekend frisbloemig parfum verspreiden.
Dit geurgenot is altijd van korte duur en je moet de boel in de gaten houden wil ik er echt van genieten: voor je het weet gaan onbevoegden er met de oogst van door. Als was het alleen maar om op 1 mei een bosje te geven aan een geliefde, vriend of die aardige buurvrouw. Als ik de daders wel eens op heterdaad betrap, klop ik fanatiek op de ramen just to scare the shit out of them en met een ‘ik kom nu naar beneden’-gebaar. Wat ik niet doe, want eigenlijk begrijp ik deze muguet-dieven wel. Ze doen het uit noodzaak: wat de supermarkten en bloemenwinkels aan kitchy lelietje-van-dalenboeketjes verkopen rondom die tijd verkopen, daar maak je niemand echt blij mee.
Het alternatief, inderdaad een puur lelietje-van-dalenparfum. De snobs gaan hiervoor naar Parijs. De ‘waar-voor-je-gelders’ gaan naar Yves Rocher en de nichers naar Torre of Tuscany. De eersten kopen dus Le Muguet 2013 bij Guerlain, de tweeden Muguet en Fleurs (2013) uit de Un Matin au Jardin-serie (in de Rocherwinkels of op zijn site) en de laatsten Mughetto Verde, verkrijgbaar bij ‘uw nichespeciaalzaak’. Laatste verscheen ‘al weer’ in 2011. Torre of Tuscany is een van de weinige nieuwe nichehuizen die het ‘aandurft’ om het lelietje-van-dalen centraal te stellen in een geur.
En waar krijg je zin in als je de geur ruikt volgens Torre of Tuscany? ‘Om een tuin in de stad aan te leggen. Om naar het werk te fietsen. Om bloemen en fruit te plukken in een stadspark. Om in contact te zijn met moeder aarde. Aangemoedigd door de noten en kleuren van een geur, de essentie van optimisme en lichtheid, onderdeel te zijn van de wonderlijke schoonheid van het geheel’. Ach ja.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Toch zo interessant en lekker: je zit direct met je neus in de lelietjes-van-dalen… groen, fris-scherp, knisperend, bedauwd. En dan moet je weten dat je de geur ervan niet meer kunt extraheren uit de kleine bloemetjes. Het basisrecept voor lelietje-van-dalen is meestal een combinatie van roos-, jasmijn- en ylang-ylangmoleculen vermengd met fris-groene noten. In dit geval in de opening door bergamot, oranjebloesem en verbena, en in het hart rondom het ‘lelietje-van-dalen’ met narcis en fresia.
En laatste twee maken Mughetto Verde nèt even anders – frisser en tegelijkertijd een soort van zwoeler. Ook mooi: de zoetigheid van het geheel. Komt volgens op conto van de (te) weinig in de parfumerie gebruikte cyclaam. Steek je je neus heel diep in de geur, dan neem je een licht sensueel harsspoor waar van benzoïne en styrax.
Wel goed ruiken! Na zes uur blijft alleen witte musk en sandelhout achter op de huid. Hoogste tijd om Mughetto Verde weer opnieuw te sprayen, om die wonderlijke en zo aangename voorjaarsexplosie weer te ervaren. En weer. En Weer.
RUIK & VERGELIJK
Kan niet anders: pure lelietje-van-dalenparfums lijken op elkaar. Laat ze me blind ruiken en ik raak wellicht ook het geurspoor bijster. Muguet de Bonheur en Diorissimo lukt wel, maar die daarop volgden…
Caron Muguet de Bonheur (1952)
Dior – Les Créations de Monsieur Dior – 1957/2007)
Goutal Annick Le Muguet (2002)
Delrea Début (2004)
Van Cleef & Arpels – La Collection Extraoridinaire – 01341KX Muguet Blanc (2009)
Guerlain LeMuguet (2013)
Yves Rocher – Un Matin au Jardin – Muguet en Fleurs (2013)