ARTISTIEKE INTELLIGENTIE + DOE HET ZELF = JE EIGEN PARFUMMERK
Het beroep neus is zogenaamd nog steeds met veel mysterie omgeven dat door de vertegenwoordigers van de oude garde met liefde in stand wordt gehouden. Zie de recente documentaire Nose – made and produced by Dior en ondermeer te zien op AppleTV en Netflix – waarin ter zelfpromotie van het huis, parfumeur in vaste loondienst François Demachy de hoofdrol speelt.
Wat zal het zich altijd iets bescheidener opstellende huis – Chanel – hiervan vinden vraag ik me zo af: ‘This film unveils the fascinating role of the nose at Dior; the most prestigious fashion and perfume brand in the world’. Of Guerlain, net zoals Dior onderdeel van LVMH. Of komen die binnenkort met hun eigen neusdocumentaire?
De kijker kan niets anders, althans dat is de bedoeling lijkt me, vol bewondering Demachy’s doen en laten aanschouwen. Alleen wat je te zien krijgt, afgaande op cuts en teasers op Youtube, heb je als meer dan gemiddelde geïnteresseerde leek al zo vaak gezien: dus Grasse, focus op handwerk, mooi weer en veel lachende mensen op exotische plekken waar natuurlijke ingrediënten worden geoogst, gewikt en gewogen en geroken.
Maar zal de ‘onwetende’ kijker die bij toeval deze docu ziet, de passage verrassen waarin je ziet dat vakmensen citroen/bergamotschillen aan het ruiken zijn – waarom gebeurt dat zo vaak in slow motion? De ‘onwetende’: ‘Jeetje, ik wist niet dat die zo’n heerlijke geur verspreiden; nee, ik ken het principe van een citruspers niet; bestaat er dan een citrusrasp, echt waar?’ En dan wetende, dat de meeste geuren – ook bij Dior, behalve de nichegeuren dan – grotendeels synthetisch zijn.
Ook gaap-gaap: de old school-link tussen geur en muziek: noten, ja ‘the secrets of a craft’, hè. Deze ‘exclusieve’ parfumwereld van Dior zit blijkbaar gevangen in zijn eigen bubbel, want een ontwikkeling schijnt hier nog niet echt te zijn doorgedrongen, of is misschien een taboewoord, waar ik het al vaker over heb gehad: DIY. Do It Yourself. In correct Nederlands: DHZ. Doe Het Zelf.
Laatste is nu nóg een stap dichterbij gekomen voor mensen die overwegen een eigen geurlijn te lanceren, maar geen zin hebben zelf eerst een officiële of do-it-yourself-cursus te gaan volgen. Want Firmenich introduceert Scentmate: het eerste AI-geactiveerde platform dat co-creatie stroomlijnt en vereenvoudigt voor ondernemers en onafhankelijke merken. Scentmate wil deze snelgroeiende markt bedienen door direct toegang te geven tot ‘toegewijde’ parfumeurs – ik zo graag een keer een niet-toegewijde willen ontmoeten – experts en hun parfumproposities gedurende het hele traject.
Achter deze service schuilt vanzelfsprekend weer een missie. Ilaria Resta, president global perfumery, verwoordt het zo: ‘Als scheppers van positieve emoties en al meer dan 125 jaar innovatie-aanvoerder in de branche, is het onze missie elke consument geuren van hoge kwaliteit te bieden. Met Scentmate lanceren we een baanbrekende, op maat gemaakte scent solution. In minder dan een jaar gingen we van concept naar uitvoering – gebruikmakend van Firmenichs beste capaciteiten waaronder meer dan 50 jaar ‘geurgegevens’ die deze revolutionaire ontwikkeling heeft mogelijk gemaakt.’
Hoe werkt het? Het eenvoudige, digitale briefingproces stelt klanten in staat om alle relevante parameters te definiëren. Scentmate beveelt vervolgens de beste door parfumeurs samengestelde geuren aan, waardoor een voorheen wekend durend proces wordt verkort tot minuten. Het concept stroomlijnt de bestelling en afhandeling om de toeleveringsketen te vereenvoudigen: online monsteraanvragen, digitale bestelling, flexibele hoeveelheden en online betaling. Monsters komen binnen 48 uur aan en bestellingen worden binnen vijf dagen uitgevoerd. Bijkomende voordelen: advies over veiligheid en regelgevende wetgeving, afgestemd op specifieke categorieën en geografische markten. Scentmate is nu verkrijgbaar in Europa.
Ik ben benieuwd wat er voor geur eruit zal komen, als François Demachy er gebruik van zou maken. Waar hij zogenaamd jaren over doet, levert zijn nieuwe geurvriend in real time…. misschien J’adore Homme?
PERFUME PROFILING: THE WAY TO DADDY’S HAPPIER LIFE
Net zoals bij moeders, krijgen ook veel vaders tijdens hun jaarlijkse, traditionele herdenkingsdag een verkeerde geur cadeau. De reden: de meeste gekochte geurgeschenken zijn eveneens voor hem gebaseerd op foutieve informatie. Tenminste als hij zijn duidelijk omschreven olfactorische preferenties niet van te voren heeft doorgegeven aan de diverse familieleden.
Zit zo: als vader – via welk online-mediakanaal dan ook – advertenties voorbij ziet komen gebaseerd op zijn zoekgedrag en algoritme, dan wil dat nog niet zeggen dat die geur bij hem past. De gemiddelde advertentie van de luxemerken – Armani, Boss, Chanel, Dior, Dolce & Gabanna, Givenchy, Gucci, Yves Saint Laurent; zo nu heb ik de grootste jongens uit de business wel gehad – kiest nog steeds voor een boodschap waarin de man in zijn beste hoedanigheid wordt gepresenteerd. Natuurlijk al naar gelang van de op dat moment heersende hippe conventies – aspiratieniveau heet zoiets.
Of ze kiezen voor the oldest trick in the book: parfum als lokmiddel die de drager onweerstaanbaar zal maken. In het huidige tijdsgewricht wil dat dus zeggen bij de luxemerken die de ‘l’air de temps’ nauwlettend in de gaten houden: voor welke (inter)sekse dan ook. Het grappige is eigenlijk om te huilen: welke miljoenen verslindende mediacampagne gebaseerd op je online-zoekgedrag ook op je screen verschijnt, niets wordt vrijgegeven met wat voor een soort geur zo’n goede sier wordt gemaakt.
Er zijn nog te weinig vaders die durven zeggen dat ze een geschonken geur niet echt lekker vinden. Vreemd vinden veel vaders iets anders misschien wel: afgaand op ‘hun advertentie’ hadden ze eigenlijk een andere geur verwacht. Dat vindt Geurengoeroe jammer en – een beetje drama op zijn tijd mag ook wel – betreurenswaardig en zonde. En dat betekent ‘uiteindelijk’: de dag minder opgewekt beginnen dan in feite had gekund – onderschat niet de werking van geur op onbewust niveau.
Om dit ‘je-kunt-zoveel-meer-genieten’ van een geur die bij je past toe te lichten, gebruik ik mijn inmiddels klassieke voorbeeld. Ik heb een zwager waarvan ik weet dat hij meer dan gemiddeld gek op geuren is. Dat bleek wel uit het feit dat van de honderden geuren die ik in der loop der jaren onder mijn familie, vrienden, kennissen en buren heb gedistribueerd, hij een van de weinigen was die veel geschonken geuren teruggaf. Voor hem was een ‘klinkende naam’ geen garantie voor ‘lekker’.
Hij uitte dan zijn kritiek: ‘Te zoet!’ ‘Te laf!’ ‘Wat ruik ik eigenlijk?’ ‘Onbegrijpelijk!’ ‘Ronduit vies!’ Tot ik hem Gucci Pour Homme – 2003 alweer – gaf. Wat hem daaraan beviel: de donkere houtachtige, smeulende basis. Opgeroepen met – dat wist hij toen natuurlijk nog niet – wierook, cistus labdanum en leer. Als ervaringsdeskundige heb ik hem ‘in de leer’ laten gaan. Een schot in de roos, want wat blijkt: mijn zwager blijkt een leergeur-aficionado. Zo heb ik hem ook aan de Knize Ten (1924), Serge Luten’s ‘copycat’ van voorgaande geur – Cuir Mauresque uit 1998 – en Cuir van Mona di Orio (2010) gekregen.
Zelf ontdekte hij zelf op een gegeven moment Cuir Fauve (2012) van Keiko Mecheri – hij belde me op vanuit de winkel toen hij de aankoop deed. Opvallend: Cuir de Russie (1924) van Chanel daar heeft hij weinig mee. Zelfs het extract kon hem niet overtuigen. Tussen ons gesproken en gezwegen: ik heb hem een paar jaar geleden warm gemaakt voor oudh. Werkte direct: hij heeft al één fles (een rip off van Acqua di Parma voor 1/5 of van de prijs) leeggespoten waarop ik hem attendeerde. En toen ik hem vertelde dat er ook geuren zijn die oudh en leer vermengen – ‘Hou me vast!’
Maar nu komt het: mijn zwager is zo blij dat hij (door mij) weet welke soort geur hem in een prettige(r) stemming brengt. Hij gaat zelfs een stap verder: als iedereen alleen maar de geuren of geurfamilie draagt, waarbij zij/hij/het zich het meest prettig bij voelt – zij het door toeval, gedegen (zelf)onderzoek of advies – dan komt de wereldvrede weer een stukje dichterbij omdat je dag begint in harmonie met jezelf. Ik zeg: valt wat voor te zeggen.
Dus – hier volgt de kwintensens van mijn pleidooi: moeders, vaders, dochters, zoons of hoe de familieconnectie en-constructie ook mag zijn: als je ècht van je allerliefste pappie ter wereld houdt en deze kei van een vader houdt ook nog eens van geuren: doe hem en jezelf (en de rest van je familie) een groot plezier: geef hem voor Vaderdag geen geur. In plaats daarvan: een cadeaubon/voucher voor een afspraak bij een professionele parfumerie – dus geen Douglas, Ici Paris XL, Mooi of DA – waar hij ‘live’ een consult krijgt. Iedere professionele adviseur houdt er zo zijn eigen ‘leitmotief’/school op na met als doel – naast geld verdienen – ervoor zorgen dat je als vader de geur krijgt die hij echt verdient.
Check je directe omgeving op internet of er een parfumerie in de buurt zit die deze service levert – je kunt Geurengoeroe ook zelf inschakelen, moet je wel naar Gees, Drenthe komen – hij gelooft zelf niet zo in online-consulting. Maar – hier volgt een onbetaalde reclameboodschap – voor welke speciaal parfumerie je ook kiest, je verlaat de winkel gelukkiger dan dat je die betrad.
HET WESTERSE OPTIMISME VAN DE JAREN ZEVENTIG GEBOTTELD
Zeg nooit nooit. Maar, ik zie zo een, twee, drie geen backer bereid om het couturehuis Molyneux weer leven – Vivre! – in te blazen. Alhoewel, niemand geloofde eind jaren negentig nog in Lanvin… en je weet wat daarvan de uitkomst is geweest. Mocht je het niet weten – want dit is geen modeblog: Alber Elbaz (onlangs aan de gevolgen van covid overleden) maakte het huis weer hip, hot & happening zoals dat heet. Jammer alleen dat de geuren niet meegingen in deze creatieve revival: behalve Éclat d’Arpègeéén en al treurnis, één al ergernis (daar bemoeide Elbaz zich duidelijk niet mee, jammer).
Maar zeg dus nooit nooit. Ik zie nu ook weer ‘onbegrijpelijke-opa-je-wordt-ouder’-collecties van het voor de zoveelste keer wakker gekuste Patou voorbijkomen. Dus. En bij Schiaparelli (met Molyneux en Patou een grote concurrent van Chanel tijdens het interbellum) zijn de recente spectaculaire ‘op-de-rode-loper-wéér-een-prijs-ophalen-tijdens-belangrijke-uitreiking’-couture volgens mij de opmaat voor het weer lanceren van haar legendarische geuren (een poging die in 1998 jammerlijk flopte).
Nu Vivre. Wie wil dat niet en zo lang mogelijk? Leven. Ja. Vivre! En als je dat genotsgevoel, het besef dat je lééft door een zogenoemde geur kunt versterken, leuk toch? Doodgaan kan altijd nog en schuiven we (in ieder geval in gedachten) zoveel mogelijk voor ons uit. Sterven, mourir, nou liever niet, maar als het echt niet anders kan… bel me maar terug over een tijdje. Je kunt er trouwens gif op innemen, dat als nu een iemand een geur Mourir zou noemen en daarmee de vergankelijkheid van alles zou verbeelden – van de mens, van de natuur, van het besef dat het leven niet oneindig is en al het overige bla-bla-bla-gemijmer – met een compositie die richting bederf gaat… kan zo maar een succes worden. Mooie foto erbij van een ‘nature morte’ – bingo!
Wie wat/was Molyneux? Hij was een succesvol couturier van Ierse komaf geboren in 1889 in Londen, die na de Eerste Wereldoorlog (waarin hij als kapitein diende vandaar dat hij ook le captain couturier werd genoemd, knappe vent by the way) zijn eigen salon in Parijs in 1919 opende aan de rue Royale. Hij was voor de oorlog de mode ingerold na het winnen van een ontwerpwedstrijd; hij had zijn schetsen als kunstschilder ingestuurd, want dat was zijn eigenlijke beroep – zijn hele modecarrière bleef hij schilderen en verkocht zijn doeken ook aan zijn modeklanten, zoals Greta Garbo en de hertogin van Windsor.
Edward Henry Molyneux was al snel geliefd om zijn sober-modernistische benadering van de understated Engelse upperclass-look. Binnen een paar jaar had hij winkels in Monte Carlo, Cannes, Biarritz en Londen. Niet voor niets dat hij ook snel ‘in parfums ging’. Allemaal even chic en ‘strak’ gepresenteerd zoals zijn kleding. De eerste drie verschenen in 1925 en waren geïnspireerd op de directe omgeving van rue Royale: Parfum 3 (naar het eens fameuze restaurant Maxim’s gevestigd op nummer 3), Parfum 14 (het eerste adres van Molyneuxs salon) en Numéro Cinq.
En ik ‘altijd’ maar denken dat dit een knipoog en/of commerciële marketingtruc was vanwege het toen alsmaar in faam groeiende N°5 van Chanel (dat dit jaar zijn eeuwfeest viert). De wetenschappers zijn er nog niet over uit gezien het feit dat Molyneux van nummer 14 naar nummer 5 was verhuisd: hetgeen Numéro Cinq verklaart. Ik weet niet of het tot een rechtszaak is gekomen, maar in Amerika werd dit parfum verkocht onder de naam Le Parfum Connu. 1932: Le Chic. 1962: Fête.
Of hij nog betrokken was bij Vivre (1971), zou zo maar kunnen. Hij overleed in 1974. Na zijn dood deed Quartz uit 1977 het een tijdje goed; een van de eerste keren dat een parfum de ‘opkomende’ zakenvrouw – derde feministische golf? – als inspiratiebron had.
Gauloise uit 1981 is lekker marketing driven, want slimme naam gezien erfgoed en identiteit als hoofdattractie – toen al! Gepromoot door Sylvie Vartan (ooit vrouw van het Franse antwoord op Elvis Presley, Johnny Halliday, die in zijn nadagen al even ‘erfgoedelijk’ was in zijn rol als ambassadeur voor Eau Sauvage). Gauloise kreeg buiten Frankrijk de slogan ‘The essence of France’ mee. Ik bedoel maar. Voor mannen ‘eindelijk’ in 1974 Captain Molyneux en in 1984 Lord Molyneux, maar die hebben qua uitstraling weinig van doen met ‘le chic’ van de oprichter – ‘imagineer’ eerder Yves Rocher.
En zoals de traditie het voorschrijft, bakken de nieuwe eigenaren – na diverse omzwervingen nu in het bezit van Parfums Berdoues – er weinig van: waarvan de namen getuigen. Drie maal gaap: Quartz Pure Red (2008), Quartz Je T’aime (2012), Quartz Addiction (2013). Qua naam leek Rue la Boëtie (2014) veelbelovend, maar afgaande op de presentatie: ‘alle dertien gaat wel’ in een dozijn.
Maar we hadden het over Vivre: back to the seventies so to speak! Een hybride-geur met een enorme sprankeling. Wil zeggen: Vivre zweeft tussen een (bloemige) chypre en (bloemige) aldehyde resulterend in een heerlijk, ja levendig som-der-delen-geur: een bruisend boeket van ‘typische’ parfumbloemen: Bulgaarse roos, jasmijn, iris, ylang-ylang, lelietje-van-dalen en hyacint.
De laatste twee maken er een fris voorjaarsgeheel van. Ylang-ylang geeft een warme ondertoon. Bulgaarse roos, jasmijn, iris doen wat ze moeten doen: een prettig klassiek bloemgevoel oproepen. Laten we de frisgroene opening niet vergeten – opgegeven ingrediënten: bergamot, sinaasappel, theebloesem (lijkt me onwaarschijnlijk), koriander, groen gebladerte, engelenzaad – die het boeket als een groene guirlande omlijsten.
De aldehyden veredelen, de chypre-ingrediënten verdiepen het geheel (de eau de toilette-versie doet een beetje denken aan Yvresse Eau Légèreuit 1997 maar dan minder fruitig). En dat laatste ruik je natuurlijk in de nasleep: eikenmos, vetiver en mirre voorzien van een laagje leer. Die verdieping ruik je nog beter in het parfumextract – beide kwamen door toeval in mijn bezit. De noten van leer en zoet-rokerig mirre nemen je in het extract vanaf het begin mee, alsof er een schaduw wordt getrokken over de bloemen.
Ongecompliceerd maar geraffineerd. Een soort van vanzelfsprekend: achter ogenschijnlijke eenvoud gaat karakter schuil. Op eBay wordt de geur nog steeds aangeboden – ook ongeopend, grote kans dat de geur nog niet aan kracht heeft ingeboet. Die van mij waren voor een gedeelte gebruikt maar altijd in de doos verborgen en ‘doen’ het nog steeds.
Vivre is echt tijdsgebonden, want in lijn met de easy going groene trend eind jaren zestig, begin jaren zeventig die volgens sommigen ook een uitvloeisel was van de tweede feministische golf waardoor parfum so to speak de paleistrappen afdaalde op zoek naar de klanten in de nieuwbouwwijken die rondom de steden werden uit de grond werden getrokken: de grootmoeders van de desperate housewives.
Denk Ô de Lancôme (1969), Chanel N° 19 (1970), Givenchy III (1970), Eau de Rochas (1970), Diorella (1972), Aliage (1972). Om de (nu nog) bekendste en nog verkrijgbare (weliswaar aangepaste) te noemen. Maar Vivre schenkt nu nog even veel levenszin.
Verder wil ik nog even wijzen op de moderne verpakking: heel mooi en simpel het extract van Vivre. De vorm van de flacon is uitgesneden een plastic rechthoekige omdoos, de flacon plaats je erin. That’s it. Een treffend voorbeeld dat je met plastic ook ‘modern artistiek verantwoord design’ kunt verenigen met de klassieke esthetiek die het parfum over het algemeen kenmerkt.
HOE ‘ANDERS’, HOE ‘MOEILIJK’ OF ‘MAKKELIJK’ MOETEN ‘INTERDISCPLINAIRE GEUREN’ RUIKEN?
Vraag ik me de laatste tijd steeds vaker af bij het zien van de aanhoudende stroom nieuwe parfummerken en nieuwe geuren van de klassieke aanbieders: wat betekent creativiteit anno nu? Bestaat het nog wel in de ware zin van het woord; is het niet meer dan een (innovatieve) variatie op een (klassiek) thema dat – fingers crossed – zijn weerklank zal vinden bij een van tevoren duidelijk in kaart gebrachte doelgroep?
Wat dat betreft is parfumland op dit moment een tweestromengebied voor nieuwkomers. Of je gaat mee met de heersende clichés en trends – dus parfum als old school summum van chic, verleiding en mysterie. Of je kiest voor een aanpak die daar juist tegen ingaat. Laatste betekent dat geur vanuit een ‘andere’, meer artistieke en intellectuele invalshoek wordt benaderd.
Vervelend: als de klassieke aanbieders, om de boot niet te missen en om zichzelf een aura van millennial chic te geven, eveneens meegaan in ‘andere’ geuren. Yves Saint Laurent bijvoorbeeld vertaalde in 2016 vinyl in geur: Vinyle, Balmain kwam in 2010 al met Carbon (inderdaad koolstof). Dan moet je, wil je opvallen als ‘new brand on the shelf’, met nóg iets ‘andere’ uitgangspunten komen.
En dan is dat vaak ‘iets met kunst’. En dat blijft toch verwonderlijk, dan lijkt het net of geur dan wordt opgetild – auf Flügeln des Gesanges -, dat het een meerwaarde krijgt en daardoor anders wordt ervaren. Terwijl het olfactieve resultaat vaak weer een variatie op een thema is, omdat ondanks het uitgebreide palet van de parfumeur de werelden/associaties die je met geuren kunt oproepen én wat je als ‘consument’ allemaal kunt opnemen toch beperkt is.
Ik heb het zelf gemerkt met mijn eerste collectie upcycle-geuren: 26 stuks, want gevormd naar het alfabet. Tien jaar geleden alweer. Naam: Parfumclichés. In bepaald opzicht is deze lijn geflopt omdat a: het te veel geuren waren, b: het als enthousiaste verkoper – in dit geval het team van Annindriya Perfume Lounge Amsterdam – bijna niet uit te leggen is en omdat c: de gemiddelde, potentiële koper bij een vierde geur meestal letterlijk afhaakt. Ook al waren de namen nog zo prikkelend – F: Flop! – ook al waren sommige composities écht goed geslaagd: A: Animale (Thank You For Smoking).
Ik moest hieraan denken bij het ‘interdisciplinair ontwerpproject’ Glyphs The Alphabetic Perfume Collection. Nicheparfums – samengesteld door Mark Buxton – gebaseerd op de historische oorsprong van het Latijns alfabet. De gedachte erachter: Rob Stolte en Maarten Dullemeijer van ontwerpstudio Autobahn vinden dat iedereen die kan schrijven moet weten waar onze letters vandaan komen – op zichzelf al een rondetafelconferentie waard. Daarom publiceerden ze in 2018 een inmiddels bekroond boek over de oorsprong van ons alfabet: A is van Os (ook verschenen in het Frans, de Engelse uitgave wordt dit najaar verwacht). Dat is een.
Dit is twee: Autobahn bedacht ook hoe een letter moet ruiken – op zichzelf al een open forum-discussie waard – door terug te gaan naar de historische vorm ervan. De oorspronkelijke, visuele vorm van bijvoorbeeld de A is afgeleid van een tekening van een ossenkop. Wil je deze letter in een geur vangen, dan moet je benaderen hoe een os ruikt – op zichzelf al een international all inclusive symposium waard.
Dit is drie: de eerste drie letters van het alfabet zijn nu te koop. Aleph – A is for Ox, Beth – B is for House en Gimel – C is for Boomerang. Geleverd in spray en een rollerball-flesje (zodat je er mee kunt ‘schrijven’) en verpakt in een stenen artefact ‘waaruit de ontwikkeling van de letter met de hand wordt uitgesneden’.
En nu vier: het mooiste zou natuurlijk één parfumerie zijn – Glyphs genaamd – waar je alleen alle letters zou kunnen ruiken en kopen, waardoor het als concept als het ware onontkoombaar is en je hierdoor ook niet naar een andere parfumerie hoeft te gaan omdat het hele parfumspectrum – clean, fris, bloemig, hout, oriëntaals, gourmand, oudh – in het Glyphs-alfabet zit verwerkt.
Was het maar zo ver. Want – zo valt te lezen in het persbericht – om de geuren daadwerkelijk in grote aantallen te kunnen produceren en te distribueren, zoekt Autobahn investeerders. En hoe meer mensen over Glyphs weten, hoe groter de kans op een succesvolle inzamelingsactie. Dus als je het een interessant project vindt, vraagt Autobahn of je wilt participeren of in ieder geval wil helpen om het verhaal in jouw netwerk te verspreiden. Meer weten: www.glyphs.nl en @glyphsperfume.
Toch eens overwegen, want op papier klinken de gebruikte ingrediënten in ieder geval nieuwsgierig makend. Mark Buxton-waardig so to speak, want typisch ‘anders’ niche. Neem Aleph – A is for Ox. De opening: absoluut van brem (wist niet dat dat nog gemaakt werd), frangipane en hooi (coumarine I presume?) – dat moet iets zoetbloemigs zijn maar dan ruw en droog verpakt. Hart: roos, rabarber, vetiver, waterjasmijn (hedione I presume?) – dat moet iets zoetzurigs zijn met een frisgroen spoor. Basis: animale noten (civet en/of komijn?), musk en patchoeli – dat moet een beetje, het liefst heel veel vies zijn.
Ik interviewde een paar jaar geleden de toen net aangestelde nieuwe directeur van het Tassenmuseum in Amsterdam voor het inmiddels ter ziele gegane – corona als argument – luxe hotelmagazine Hello Amsterdam. Gedenkwaardige telefoongesprekken: ik kon er geen touw aan vastknopen wat Manon Schaap orakelde. Denk: über-duider Lidewij Edelkoort light.
Ik dacht toen alleen: als dit maar goed komt, deze te grote plannen voor een te klein museum. Wat zij wel allemaal niet in de functie van een museum zag: confrontaties aangaan, op onverwachte locaties pop-uppen, dialoog uitlokken, maatschappelijke noodzaak bevestigen, contact zoeken met de straat, perspectieven draaien, en – niet lachen – meer mannen binnenhalen. En meer van dit clichémarketing-pr-blabla. Ze heeft haar gedroomde toekomstvisie niet kunnen realiseren. Het museum ging dicht – corona als argument.
Eén opmerking die Schaap maakte, schoot me weer te binnen toen een collegavriend me het persbericht doorstuurde betreffende dat het Van Gogh Museum een samenwerking aangaat met het parfummerk Floral Street. Ze zei: ‘Musea worden de luxe-merken van de toekomst.’ Of iets gelijks van die strekking.
Ik dacht als een museumdirecteur dat zegt, dan moet je oppassen. En het gebeurt al, maar anders dan de gevestigde museumwereld denkt. Het beste voorbeeld: Louis Vuitton heeft sinds 2006 Foundation Louis Vuitton – een spectaculaire site in Parijs met dito architectuur en dito collectie. Waaronder de privéverzameling van Bernard Arnault, eigenaar van LVMH waar Louis Vuitton onder valt (maar ook de geuren van Dior, Bvlgari, Fendi, Givenchy, Guerlain, Kenzo en Maison Francis Kurkdjian).
Als je het nog niet was, dan word je na bezoek spontaan een Louis Vuitton-fan voor het leven die niet uitsluit om ook eens in de file te staan bij een van de talloze als museum voor moderne kunst opgetrokken vlaggenschip-shops van Louis Vuitton. Gezellig rondsnuffelen en iets kopen – of online. Of anders bij een van de luxemerken van François-Henri Pinault – de oprichter van de Pinault Collection die met drie imposante musea inmiddels hetzelfde als Arnault beoogt. Ofwel, (de geuren van) Balenciaga, Bottega Veneta, Boucheron, Gucci, Stella McCarthy, Alexander McQueen en Yves Saint Laurent.
Ik verwacht dat Chanel binnenkort ook iets dergelijks in de stijgers gaat zetten, gezien ‘haar’ ambities om zich te nestelen in het maatschappelijk debat door het Chanel Culture Fund, ‘dat vernieuwers in de kunst gaat ondersteunen ter bevordering van nieuwe ideeën, en die meer zichtbaar maken in de samenleving’. Daarnaast komt er de Chanel Next Prize van € 100.000 uitgereikt aan tien kunstenaars – muziek, dans, performance en beeldende kunst – die hun vakgebied radicaal herdefiniëren.
Als je al deze info op je laat inwerken, dan kun je concluderen dat het Van Gogh in feite al een jaren een luxemerk is. Maar dan op wel een discutabele manier: geen luxe prêt-à-porter, maar eerder de fast forward fashion bulk-collecties die Versace, Lanvin, Comme des Garçons, Lanvin, Maison Martin Margiela voor H&M maakten. Ik was vlak voor corona nog even in het Van Gogh… wat daar allemaal aan toeristenshit wordt verkocht; Vincent zou bij aanschouwing ook zijn andere oor hebben afgesneden en/of nog een keer zelfmoord plegen of zich vermoord laten hebben.
Het allerergste: de xxl-formaten van zijn ‘klassiekers’. Ik weet de computerprinttechniek van tegenwoordig kan echt alles drukken op alle denkbare ondergronden, maar moet je dat als museum en als consument willen? De intimiteit en de stilte die veel werken (‘op huiskamerformaat’) van Van Gogh uitstralen, worden zo (één)oorverdovend. Het museum stelt het zo: ‘Alle producten en diensten worden ontwikkeld met het erfgoed van Vincent van Gogh in gedachten.’
En nu gaat Van Gogh in geuren: ‘Het duurzame Britse merk Floral Street is de eerste parfumpartner van het Van Gogh Museum. Samen hopen ze een wereldwijd publiek te enthousiasmeren voor de unieke combinatie van fine art & fine fragrance, als eerbetoon aan het werk van Vincent van Gogh’ – het museum is de samenwerking met Scent Man wellicht vergeten.
Qua marketing is het ook alsof je een persbericht van een nieuw parfum(luxemerk) leest. Oprichter Michelle Feeney: ‘Ik ben zeer vereerd dat Floral Street als eerste parfummerk is gekozen voor een samenwerking. Van Goghs tijdloze meesterwerken zijn enorm inspirerend. We delen een liefde voor de natuur en het vinden van schoonheid in het alledaagse. Door deze samenwerking zijn we in staat om ons verhaal op een nieuwe manier te vertellen, waarbij de schoonheid van kunst met die van parfum samenkomt.’
Natuurlijk: ‘De samenwerking biedt een internationaal publiek de kans te ontdekken hoe Van Goghs passie voor de natuur de basis vormt duurzame geuren. De geuren en designs van de bloemen in de eerste lijn zijn geïnspireerd op de schoonheid en het optimisme van een van Van Goghs beroemdste meesterwerken’.
Spannend. Wordt het Sterrennacht? Zoals Annick Goutal in 2012 deed met Nuit Etoilée. En PK Perfumes met Starry Starry Night in 2016? Toch niet Zonnebloemen – zie Scent Man. Irissen? Waardoor Cult Milano zich al liet inspireren in samenwerking met het Getty Museum – lanceerjaar onbekend. Of iets dichter bij huis: Saint Rémy (2019) van het jonge Nederlandse niche-parfummerk Fuggazi. Oprichter Bram Niessink: ‘Toen Vincent van Gogh in zijn diepe waanzin verviel, liet hij zich opnemen in St. Paul-de-Mausole in Saint Rémy. Hier creëerde hij enkele van zijn mooiste werken, zoals zijn iris-schilderij.’ By Hendrik pakt het iets breder en goedkoper aan met Travel with Vincent van Gogh: ‘The homefragrance combines aromas of plants and flowers Van Gogh depicted in his paintings. A delicious organic and handmade fragrance’. Het meest easy-peasy is natuurlijk het schilderij Amandelbloesem dat ‘vanuit zichzelf’ bij mensen een prettig gevoel oproept omdat de geur van amandel wordt geassocieerd met de onschuldige en onwetende kinderjaren.
Ik kreeg een paar jaar geleden van een kennis het bericht dat ze down under ‘on a much larger scale’ kunnen genieten van ‘die kunstenaar die je liever niet als buurman had gehad.’ Het betrof Grand Experiences. Ik citeer de site: ‘Is gespecialiseerd in het creëren, ontwerpen, produceren en toeren van grote internationale kunstervaringen. Het werkte samen met ScentAir aan Van Gogh Alive dat wereldwijd al meer dan 50 steden bezocht. Om Van Gogh tot leven te brengen, koos ScentAir een geruststellende geur. Warme, kruidige tonen over rustgevende houtsoorten completeren zijn rijke, levendige kleurkeuzes en zware penseelvoering.’
Van Gogh Alive
Maar dat was allemaal voor corona. Het Van Gogh hoeft wat de verkoop betreft toch niet te vrezen. Mits Floral Street (anno 2017) – zo te zien qua uitstraling een ‘vrolijke’ mix balancerend tussen Lush en Jo Loves, neigend naar Diptyque – wel de über-commerciële uitstraling van het Van Gogh Museum met het mysterie en het wereldvreemde van Vincent weet te verenigen. Geurengoeroe zegt: low expectations, high hopes.
Hoopgevend in dit geval: onderzoek van de Fragrance Foundation UK en reclamebureau M&C Saatchi schetst, sinds de lockdown in het Verenigd Koninkrijk, een toename van 11 procent in gesprekken over geuren op sociale media. En volgens Pinterest stegen de zoekopdrachten naar ‘kruidige geur’ met 35, ‘aardse geur’ met 34 en ‘bloemige geur’ met 25 procent. Consumenten hebben inmiddels geleerd om digitaal naar geuren te winkelen en via sociale media ‘geurgesprekken’ te voeren. Naast de traditionele on the floor-praktijk kunnen merken nu e-commerce inzetten ter promotie en verkoop van geuren zonder persoonlijke ervaringsbarrière.’
‘Maar Geurengoeroe met welke schilderij zou jij beginnen?’ ‘Nou, leuk dat je het vraagt. Een van die doeken met wuivende korenvelden met cipressen. Dat kun je heel mooi olfactorisch verwoorden. Hooi, droog, groen, aarde, zand, warmte.’ ‘Kan ik niets mee!’ ‘Nou, vermeng Les Nuits d’Hadrien van Goutal met Foin Fraîchement Coupé van Oriza L. Legrand, maar dan stroever.’ ‘Naam?’ ‘Balade à travers Champs / Stroll through the Fields.’
Let op: info betreffende Angel en Alien met * aangegeven begin alinea
Je gaat er niet dood aan: na een paar keer, met lange tussenpozen weliswaar omdat je het in eerste instantie niet kunt geloven, tot het inzicht komen dat je favo fragrance niet meer hetzelfde ruikt als ‘voorheen’; blijkt veranderd qua samenstelling. Het ergste wat je kan overkomen in dit geval: teleurstelling inslikken en ‘jammer genoeg’ op zoek naar een nieuwe geur die de komende jaren niet qua samenstelling zal veranderen.
*Eerst een historische duiding: het zal eind jaren tachtig, begin jaren negentig zijn geweest (voor alle duidelijkheid: van de vorige eeuw) toen ik me aan het schrijverschap en de journalistiek waagde, en in deze hoedanigheid toenmalig hoofd parfuminkoop van de Bijenkorf trof: Cees Bosman. Tijdens onze kennismaking zei hij dat hij net terug was van een testcase-presentatie in Parijs van Clarins. Het betrof Angel van Thierry Mugler. Ik zal zijn opmerking nooit vergeten toen hij me this perfume in the making liet ruiken: ‘Wie wil er nou in hemelsnaam naar aardbei, chocolade en patisserie ruiken?’
In het begin niemand, behalve sommige ‘nichers avant la lettre’, maar na drie jaar – het moment waarop een niet succesvolle introductie meestal in de aanbiedingenbak eindigt – begon, geholpen door de juiste verhalen van ‘influencers avant la lettre’ en de ‘Mugleriaanse’ en ‘wereldvreemde’ advertenties in relevante media, voorzichtig de lijn naar boven.
Long story short: Angel is door het volharden in zijn uitzonderlijkheid en extremiteit een van de grootste successen ooit. De compositie zelf werd een nieuwe standaard in parfumcompositie met een ‘often copied, hardly equalled’-status. Platter gezegd: een melkkoe. Vreemd dan ook waarom Clarins Thierry Mugler heeft verkocht aan L’Oréal. Waarom mij niet gebeld? Het zij zo. Toch, angst bekroop veel trouwe fans: zou de cosmeticagigant recht blijven doen aan de filosofie, de erfenis en het dna (geliefde, maar even gratuite commitment-termen in beauty- en lifestylekringen) van Mugler? Belangrijker: gaat L’Oréal met de composities sjoemelen?
Terechte twijfel. Velen – inclusief Geurengoeroe – vinden het onvergeeflijk dat de originele formule van Yves Saint Laurents Opium (1977) na de overname door L’Oréal (2008) van YSL Beauté in het jaar daarop direct werd aangepast. De oude Opium zou inmiddels zoveel ingrediënten bevatten die in de loop der decennia door de IFRA als allergeen werden beschouwd waardoor het een verloren strijd was de formule te redden. Aldus L’Oréal.
Heeft me altijd bevreemd: ik ken enkele nichehuizen die ‘meeslepend’ met het Opium-thema hebben gespeeld (met name rondom het anjer- en patchoeli-thema) die nooit als allergeen zijn gekwalificeerd en dus gewoon te koop. Ik heb zelf in de hoedanigheid van mijn upycle-parfumhuis Le Bienaimé ooit bij www.skins.nl een Opium-hommage verkocht (naam Perfume State) geassembleerd uit diverse oriëntaalse klassiekers. No problem.
*Anyway, via verschillende kanalen heb ik inmiddels vernomen dat Angel en Alien wel degelijk zijn veranderd; dat de huidige versies niets meer van doen hebben met het origineel. De dochter van een vriendin was zelfs zo in de war van het bericht en daarna zo wanhopig bij het ruiken dat ze het internet is gaan afstruinen op ‘vintage’ Alien. Raar om vintage in verband al te gebruiken.
*Eerlijk gezegd, durfde ik de nieuwe versies ook niet te ruiken. Niet dat ik, bij teleurstelling, alleen maar slapeloze nachten zou hebben waardoor ik op een strikt dieet van downers verder zou moeten leven – ik kan zonder ze leven, doe het dagelijks. Maar, ik hou liever de herinnering aan een mooi verleden dan dat die wordt verpest door een ‘bewerkt heden.’ Daarnaast staan al die formule-adapties – door de industrie eufemistisch vaak verantwoord met ‘aangepast door de veranderde smaakopvattingen van de consument’ – me tegen.
De parfumindustrie is een van de meest winstgevende met over het algemeen een enorme consumentenloyaliteit. Neem als industrie die ook serieus; doe moeite om de kwaliteitsstandaard die men gewend is te handhaven en ‘verberg’ je niet achter de IFRA, de organisatie die de gebruiksnormen – van adviserend tot verplicht – voor parfumbestanddelen bepaalt en standaardiseert.
Daarom eerst: waarom worden composities naar verloop tijd aangepast? Zoals zonet aangegeven: IFRA heeft veel voor 2000 gebruikte (natuurlijke) ingrediënten verboden en dus laten vervangen door synthetische of andere aromachemicaliën. Soms overheerst ook het winstprincipe van de sector: goedkopere ingrediënten bespaart geld. Neem de klassieker L’Interdit van Givenchy – tragisch!
Wordt ook wel eens vergeten: natuurlijke materialen ooit in overvloed geoogst, worden steeds schaarser. En bepaalde onafhankelijke – vaak Europese – producenten geliefd om hun eigen concentraties van bijvoorbeeld iris of viooltje zijn in de loop der jaren opgegaan in multinationals die vaak snel ophielden met het maken van deze formules omdat ze te duur waren en daardoor de vraag steeds meer afnam. Nog eens extra gevoed door de opkomst van nieuwe, interessante en vaak goedkopere synthetische ingrediënten.
Daarom blijft het voor neuzen een uitdaging formules aan te passen. De basisregel voor hen blijft ‘veranderen zonder te veranderen’. Gelukkig zijn er ook nog die streng in de leer blijven. Na een beperking van het gebruik van kaneel stopte Pierre Guillaume met Un Crime Exotique (2007) omdat de herformulering hem niet bevredigde. Terzijde: er worden volgens mij geen restricties opgelegd van de hoeveelheid kaneel in culinaire producten – is avaleren minder erg dan opsnuiven en/of op de huid spuiten?
Daarnaast, spelen ook andere, meer subjectieve factoren een rol. Geuren veranderen, maar wij ook: na verloop van tijd verschuiven smaakvoorkeuren, letten we op andere nuances en willen die dan vaak bevestigd zien, waardoor het verschil tussen ‘toen’ en ‘nu’ duidelijker wordt.
Dan is er ‘nog zoiets als’ het geheugen: hoewel we dat vaak als iets volkomen onveranderlijks te zien, is aangetoond dat herinneringen zeer flexibel en elastisch zijn: onze hersenen zijn 24/7 (ook tijdens het slapen) aan het registreren en passen nieuwe ontvangen informatie en indrukken aan. Met het gevolg dat na verloop van tijd herinneringen kunnen transformeren, zozeer dat het beeld/de impressie dat we van iets hadden radicaal kan verschillen van de (ooit initieel ervaren) werkelijkheid.
Ook een goede ‘instinker’: het is de mens eigen te romantiseren en idealiseren. For good en – wordt wel eens vergeten – for worse. Met het ouder worden neigen we ervaringen uit het verleden en herinneringen op te poetsen, terwijl deze ‘memorabele’ ervaringen feitelijk niet zo bijzonder waren. Ik ken het van mezelf: weet zeker dat de eerste keer dat ik N 5 rook, de geur anders was dan dat ik het nu ervaar. De ‘knal’ ontbreekt – letterlijk: de heftigheid van de aldehyden in de opening bijvoorbeeld die ik toen als zodanig nog niet wist te analyseren (heb met Baghari een goed alternatief voor gevonden). Maar ik weet inmiddels ook: een eerste indruk van iets kun je niet een heel leven lang blijven ervaren, willen evenaren. Na verloop van tijd treedt herkenning op – maar goed ook.
Dat neemt niet weg dat je je rot kunt schrikken. Ik heb het bij zoveel geuren die verplicht/vrijwillig zijn aangepast. Met name bij die me dierbaar waren en/of doorgaan voor onbetwiste klassieker en met recht als kunstwerk – in ieder geval door mij – worden beschouwd. Na een herformulering, mis je de kracht, de verbeelding, de vanzelfsprekendheid. Het wordt allemaal gladder, ‘emotielozer’, minder onontkoombaar.
Neemt niet weg dat deze nieuwe versies bij een eerste kennismaking bij een ander wel tot dergelijke emoties kunnen leiden. Miss Dior, Jules, Féminité du Bois, Fleurs de Cédrat, Mitsouko, Opium, Eau de Campagne; kan nog wel even doorgaan. De allerergste schok voor mij: de allereerste geur van Cartier: de nieuwe versie Must verboden worden! Ik herhaal: de nieuwe versie Must verboden worden.
*Nu Angel en Alien. Wat ik zonet beschrijf gebeurt. De knal, het ‘hallo-hier-ben-ik’’-gevoel ontbreekt. Beide wàren geuren die zich eerder aankondigden dan de draagsters. Ik heb twee vriendinnen die Angel jaren hebben gedragen (inmiddels niet meer), en die kwamen dus echt binnen. Heerlijk! Maar dat gevoel is nu weg. Wat je in de aangepaste versies feitelijk ruikt, zijn het hart van de composities en dan ook nog eens zuiniger gedoseerd. Laten we het niet over de afronding hebben: niksig. Maar dat is inmiddels bij zóveel geuren standaard geworden. De moeder van de hierboven genoemde van Alien vervreemde dochter, is een ‘klassieke’ Angel-addict en moet bij de nieuwe versie bij de drydown aan wasverzachter denken – ze kan wel huilen. Ik moet bij de basis van veel geuren denken aan samengebalde muskwolken die dreigend ronddrijven in tax free parfumwinkels op vliegvelden.
Trouwens, sommige herformuleringen vind ik goed geslaagd: zoals Rochas’ Femme en Balmains Vent Vert. Het is minder, maar de all over-indruk van het origineel ruik je wel. Verbeterd, ja het bestaat, voor mijn gevoel: Je Reviens van Worth – het viooltje is poederig-voller en frisser.
Dat het de parfumindustrie (zeker de huizen die zich laten voorstaan op traditie en ‘respect’ voor originele formules) ook niet lekker zit, wordt wel bewezen door het feit dat er nu een prijs bestaat voor de Beste Herformulering van het Jaar – ben de exacte naam even kwijt. Hiermee worden huizen uitgedaagd en het metier van neus op de proef gesteld maar ook serieuzer genomen. Noodzakelijk wellicht in een tijd waarin artificial intelligence en algoritmes nieuwe geuren designen.
Zo puzzelde Thierry Mugler, sorry Thierry Wasser (hoofdneus van Guerlain) een tijdlang met Mitsouko – een diepe chypre met zijn kenmerkende ‘eikenmosgeraamte’. Hij zegt hierover: ‘Eén techniek maakt het mogelijk eikenmos te gebruiken zonder de allergene moleculen, atranol en chlooratranol, maar deze ‘magere’ versie heeft niet dezelfde portée als het origineel: je verliest volheid en gaat minder lang mee op de huid. Voor Mitsouko heb ik het eikenmos opnieuw ontworpen om het de consistentie van de oorspronkelijke versie te geven. Het is vakmanschap, het is koken.’ Zo kan het dus ook. Met dien verstande: heb de nieuwe versie nog niet geroken.
Erg populair tegenwoordig naar het schijnt: conspiratie-theorieën. Ik heb het begrip nu al zo vaak gehoord dat ik denk dat het ook de wereld van parfums heeft geïnfecteerd. Maar al veel langer als je goed doordenkt. Maar wie doet dat nou? Geuren zijn toch gewoon gezelli, niet moeilijk over doen? Toch? Weet je wel, weet je niet. Ga ik heel ver in mee tegenwoordig, alleen wat de veronderstelde samenzwering betreft alleen ‘gezien’ door mij, neem dit inzicht, dit ‘woke’-moment toch even mee: heel veel nieuwe nichehuizen zijn eigenlijk helemaal geen nichehuizen.
De presentatie mag dan ‘rijk en overdreven’ zijn en de inhoud eveneens (vanzelfsprekend samengesteld met de best verkrijgbare ingrediënten denkbaar). Maar als je dan de moeite neemt ze te ruiken, dan kun je vaak niet anders concluderen dan: doodgewone niche-middelmaat mee huppelend op trends. Fake news, fake fragrances in feite. Ja, oké, ze ruiken net iets voller en gelaagder dan de gemiddelde parfumerieketengeur. Maar daar is niet zoveel voor nodig. Maar om ze nu uitzonderlijk, buitengewoon en ander met elkaar concurrerende superlatieven te noemen: nou nee.
Want JezusMariemoedertjehebmelief! Wat komt er allemaal niet dagelijks voorbij op mijn Instagram-account. Vorige week, ben de dag kwijt, waren dat For Men Silver Lake (Bentley, ja het automerk), Bojnokopff (Fort & Manle). A.E.O.M All Eyez On Me (A.E.O.M), 001, 002, 003 (Hudsons), Greatest (Ministry of Oud), Tsuki (diser.essentia), Anima Mundi (Lhasa), Le Sillage Blanc (Dusita), Mon Vetiver (Essential Parfums), Imperia (Rowan Row). Toen vond ik het wel genoeg. Als ik nu mijn Insta-account open, zullen er ongevraagd nieuwe creaties van recent opgerichte merken verschijnen geselecteerd door een kunstmatige intelligentie op basis van mijn interesses en Google-zoektochten. En die mij toch niet goed kent.
Worden deze (voor mij meestal) nieuwkomers ook op YouTube besproken? Even checken. Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja. En hoe denk je? Kritisch in de zin van een geur op zijn kwaliteit en originaliteit beoordelen? Dikke doei. Is dat een probleem? Tuurlijk niet. Alleen, al deze (on)afhankelijke en enthousiaste parfumpromotors (die misschien stiekem dromen om een tweede of derde Jeremy Fragrance te worden) zorgen ervoor dat je als zoekende bijna alleen maar goede geuren worden aangeraden.
Afgaande op deze zelfbenoemde ‘parfumprofessoren’ (zijn er eigenlijk ook door officiële instanties benoemde professoren) kun je eigenlijk geen slechte geur meer kopen. En dat is ook weer niet leuk, want toch een van de leukste dingen op parfumgebied: een niet lekker vinden en dat uiten op de manier zoals jij dat wilt en/of voelt.
Als je vervolgens even goed doordenkt, dan kun je eigenlijk geen Beste Geur van het Jaar meer uitreiken. In welke categorie dan ook. Want allemaal even… (vul je eigen kwalificaties maar in). En gegeven het feit dat het het eveneens onmogelijk (en overbodig) is geworden al deze nicher-dan-niche-creaties te testen, te beoordelen en vervolgens uit te verkiezen, overweeg ik een nieuwe prijs in het leven te roepen: The Best Fragrance Unboxing. Want daaraan wordt tegenwoordig, zo lijkt het wel, meer tijd besteed dan aan het beoordelen van de inhoud.
Wie maakte een geur het beste, het leukste en het ontroerendste open in 2020? Moeilijk. Moeilijk. En kan hier een televisie-format aan verbonden worden? ‘Naar een idee van Linda de Mol’ desnoods. Ik verlang namelijk, vooral nu in corona-tijden, naar een waardige opvolger van Eurovision (sò gay!, sò nineties!, sò dreary!), wat serieuze meligheid, dronken jolijt en oprechte camp betreft. Mag van mij op anderhalve meter. Twee desnoods. Bij drie word ik echt kwaad, ga ik naar de Dam.
Vervelende herinneringen. Positieve herinneringen. Denk katholieke kerk. Wierook roept ‘soort van’ heftige emoties op. De gestolde hars (door poëtische parfumzielen ook wel tranen genoemd) van de boswelia-boom is en blijft een echt niche-ingrediënt dat… toch echt de moeite waard is om te ontdekken. Stap uit je comfort zone en dan kan het zomaar gebeuren dat je…
Parfumaria en Geurengoeroe hebben vorig jaar al een parfumpraatje gewijd aan wierook. Door de drukt enz. enz. geen tijd gehad om te posten. Mijn geachte collega deed het al twee weken geleden, ik nu pas.
Hier een greep uit de reacties op deze post. Geeft Geurengoeroe en Parfumaria inspiratie om binnenkort de neuzen weer bij elkaar te steken.
‘Heerlijke video. Zo gezellig en informatief. Een video van jullie over ‘medicinale’ geuren zou ik fantastisch vinden. Hopelijk is dat ook iets voor jullie 🙄☺️.’
‘Weer een heerlijk ongekunstelde gezellige video. Ik hou ervan, kijk met plezier en steek er altijd wat van op. Niet die gemaakte hype filmpjes die steeds dezelfde geuren promoten. Ben niet zo’n fan van wierook maar moet eerlijk zeggen dat ik er ook niet veel geroken heb. Toch een keertje weer poging wagen.’
‘Goed filmpje! Larmes du désert (woestijntranen), die zou ik wel s willen ruiken. Die met de combi van wierook en oudh (Nicolai) lijkt me ook geweldig. Ik kom binnenkort toch echt eens naar je winkel Maria!’
WELK EEN DISCREPANTIE TUSSEN HAUTE COUTURE EN VOCE VIVA
Op twee nieuwe geuren uit de L’Oréal Luxe-stal is het huidige uitgangspunt van mijn blog – de wereld bekeken door de caleidoscoop van het parfum – goed van toepassing: VoceViva van Valentino en My Way van Giorgio Armani. Ieder met een verschillende boodschap en die samen toch zo’n beetje alle soorten doelgroep-vrouwen weet te vangen. En toch ook: beide hopeloos ouderwets.
Want: het is me toch een kopiëren, knippen en plakken van clichés waarvan marketingpiepeltjes nog steeds denken dat alle vrouwen waar ter wereld daar gevoelig voor zijn. Parfum als boodschapper van genot, als vredebrenger, als vooroordelen beslechtende ambassadeur en conform de huidige tijdsgeest: helemaal inclusief/inclusive – het nieuwe ‘mot du jour’ in lifestyle-, mode- en luxe kringen.
Wat Voce Viva betreft. Heel lang geleden ‘had’ een haute couture-parfum het volgende verkoopargument: de vrouw die zich de kleding niet kan veroorloven, brengt met een paar druppels deze onbereikbare weelde haar leven binnen. Daar is tegenwoordig geen sprake meer van. Haute couture-parfums zijn ervoor van Jan en Jannie met de Pet en in honderden variaties. Niche buiten beschouwing gelaten.
Valentino pakt dit oude verkoopargument weer op, zo lijkt het. Sinds de oprichter met pensioen is, is het merk steeds meer richting extravagantie gegleden. Haute couture zoals het in de jaren zestig werd gemaakt – met name voor mijn gevoel refererend aan de architectuurcouture van Balenciaga. Qua sfeer moet ik denken aan een van mijn favoriete films: Le Streghe (1967) met daarin de voor mij mooiste actrice van de wereld Silvana Mangano die in een aantal door commedia del arte geïnspireerde episodes (door verschillende Italiaans regisseurs van naam) telkens een moderne heks speelt. Met Clint Eastwood in een glanzende bijrol. Zie de trailer – in ieder geval meer chic en meer Valentino dan de parfumpromotieclip.
Dus zeer exclusief en ‘vrouwonvriendelijke’ mode. Laatste in de zin van niet echt handig qua vervoer en draagbaarheid – overdreven volumineus (op een paar meter stof wordt niet gekeken) die anno 2020 bijna geen gewone sterveling kan of wil dragen – glamourtravestieten wellicht uitgezonderd. Maar zo’n ‘wervelwind van een creatie’ gedragen/mee getornd/gesleept door een wereldster doet het altijd goed tijdens hele belangrijke rode loper-uitreikingen.
Alleen is bij Valentino de discrepantie tussen de huidige über-luxe uitstraling van het huis en de geur wel erg groot. Ondanks het inhuren van een wereldberoemde ster – Lady Gaga – oogt het verpletterend gewoon, alledaags. En om het niet ál te exclusief te maken bevinden zich in Gaga’s aureool ook gewone mooie mensen – mooi in de zin van: iedereen is op zijn eigen manier mooi. Herkenning! Het lijkt wel een reclame voor een verzekering: dus alle rassen gezellig vertegenwoordigd in een wave van fijn en zonneschijn.
Valentino haute couture 2020
En dat maakt Voce Viva dus weer ontzettend gewoon en ontzettend bereikbaar voor elke vrouw op zoek naar een ‘stem’ gevat in een ‘luchtje’. Als ik advies had mogen geven, dan had ik een over top luxueus parfum voorgesteld dat de zinderende overdaad van Arabische parfums combineert met Italiaanse chic en qua prijs natuurlijk in lijn met de couture.
Not dus. Wel dus: het geheel wordt begeleid door een manifest zoals dat tegenwoordig heet. ‘Voce Viva viert de stem van elke vrouw in één verklaring: mijn stem, mijn kracht. Lady Gaga, de stem van een generatie (says who?; en Beyoncé dan, om er maar een te noemen, Adele ook niet vergeten), inspireert al meer dan een decennium miljoenen mensen, is de ambassadeur. Met Valentino deelt ze meer dan haar Italiaanse afkomst. Een symbool van respect (kan dit woord een keer verbannen worden in de wereld van luxe) voor individualiteit en voor iedereen om zijn plaats te vinden, spreekt tot dezelfde waarden als die van Valentino’.
Het lijkt wel een bedankspeech van een net gekroonde Miss World – of ben ik nu aan het ‘male gazen’? Hetzelfde politiek correcte getut zoals je die ook kon horen in de manifesten van de min of meer aan #metoo refererende geuren van Maison Margiela, Lancôme, Calvin Klein en Zadig & Voltaire.
Jeetje, wat leuk, de geur is gemaakt door twee vrouwen – hoe evenzeer correct. Honorine Blanc en Amandine Clerc Marie kozen voor een witte bloemengeur voorafgegaan door ‘sprankelend Calabrisch bergamot met mandarijn- en gemberessenties’, uitgeleide gedaan met kristalmos en vanille.
Ik heb de geur niet geroken, maar ik drink in een teug een 100ml flacon leeg, als de inhoud níet in de ‘meer van hetzelfde’-categorie valt. Want de witte bloemen – oranjebloesem en gardenia – kunnen, als je ze de kans geeft overweldigend, diep-sensueel ruiken. Gaat niet gebeuren. Net zoals de erotische uitstraling van de tuberoos de laatste jaren in geuren wordt onderdrukt om haar veronderstelde groene, dan wel zachte kant te benadrukken, zo zal ook de koppigheid en het vol-bloemige romige aspect van de gardenia de kop in worden gedrukt om plaats te maken voor een soort van satijn-rijke gloed. En een waar bosgevoel – het idee van de basis – krijg je alleen als je naast kristalmos en vanille echte eikenmos en/of Joegoslavische mos neemt en lekkere scheut cistus labdanum toevoegt.
Het verhaal is lang genoeg dunkt me, dus de aangekondigde analyse van Armani’s My Way schuiven even vooruit, op de lange baan als het ware.
Was een ongeveer een half jaar geleden in het nieuws: het College voor de Rechten van de Mens had zich gebogen over de veronderstelde discriminatie van vrouwen in de kappersbranche. Die betalen dus meer dan mannen. De klacht was ingebracht door – volgens mij – een Nederlandse vrouw die zich wat mij betreft zich hier terecht druk over maakte.
Ik weet ook niet meer wat de uitkomst was en of die er überhaupt als is geweest. Maar laat dit college dan ook even zijn licht schijnen over een product waarbij het prijsverschil tussen een mannelijke en vrouwelijke versie navenant flagrant is: parfum.
Gemiddeld 25 procent. Hoe kan dat nou? Want ingrediënten, productie, marketing en promotie vallen allemaal in dezelfde prijscategorie. Toch blijken vrouwen gevoeliger voor het spectrum aan romantische, filosofische, emancipatorische, geile en – trending – politieke boodschappen van wat parfum al niet vermag.
Check de site van Gucci: Guilty pour Femme 90 ml eau de parfum € 113,00. Guilty Pour Homme eau de toilette (dus minder geconcentreerd) € 90,00. Double check volgens de site van Chanel: No 5 100 ml edp € 139,00. Blue de Chanel 100 ml edp 118,00.
De luxe merken weten al langer dat dit beleid eigenlijk ‘onhoudbaar’ is en kwamen begin 2000 met een chique oplossing in kleine kring: het kopiëren van de nichebeweging – juist ontstaan uit onvrede over de achteruit hollende kwaliteit van déze luxe merken – die met in eerste instantie kwalitatief betere grondstoffen geuren leverde vrij van geslachtsetiket. Maar appellerend aan het snobgevoel van deze gender free-gebruikers, ging de prijs niet omlaag, maar juist omhoog: gemiddeld twee à drie keer (of nog meer).
Met het recent omarmen van het ‘inclusivisme’ hebben deze luxe merken zichzelf in een lastig pakket gebracht. Want als geslacht (en ras) in het ‘keuzeproces’ van de consument er niet meer toedoet, ‘moet’ je dan prijstechnisch ook één lijn trekken? Gaat voorlopig niet gebeuren omdat de consument het nog niet wil.
Op de eerste plaats: volgens mij vindt 99 procent van de wereldbevolking bijna het nog steeds bijzonder prettig om als man of vrouw te worden aangesproken als ze dat respectievelijk zijn. Zéker niet als fluïde – de huidige ‘woke’-omschrijving van geuren na uniseks, gender free, gender neutral en beyond gender. Ten tweede: mocht het prijsverschil ooit worden gelijkgetrokken door de luxe merken, dan wel conform de uitstraling van het desbetreffende huis.
Dus ‘duur’. De eenvoudige reden: een geur is in negen van de tien gevallen een cadeau dat je schenkt of ontvangt. Niets iets dat ‘toevallig’ in de aanbieding was bij de Douglas, Etos of Action. Zo ja, dan wordt aan je generositeit getwijfeld. Chanel weet dat: als een van de weinige parfumhuizen doet het nooit aan opruimingen, ‘acties’ en kortingen.
Als je bestedingspatroon overeenkomt met de voormalige assistente van Paris Hilton – Kim Kardashian – dan lach je natuurlijk om de prijs van Shumukh van Spirit of Dubai. Kostte – in 2019 – 1.295,000 dollar en werd gepresenteerd als het duurste parfum ter wereld. Naam betekent grappigerwijs: ‘het hoogste verdienen’. Let op de hoogte van het geheel: 1.97 cm – even lang als uw Geurengoeroe. Hoeveel ml in de flacon zit, is hem niet duidelijk geworden.
Te duur? Zou zo maar kunnen. Dan een troost: Chanel levert sinds kort parfumextracten uit de Les Exclusifs-lijn in nóg exclusievere uitvoeringen. De eerste Coromandel. Naam: Maisons d’art coffret. Inhoud 50ml. Gehuld in een Baccarat-flacon en geplaatst in een bijzondere ‘etalage’. 40 exemplaren wereldwijd. Nieuw: Beige. Slechts 25 exemplaren. Prijs: 10.000 dollar.
Was ik Kim, Beyoncé, Drake, Elon (Musk), Kanye (West) – dan zou ik deze geuren lachend naast me leggen of aan hulpen in de huishouding geven en gewoon zelf een te duur parfumhuis openen. Dat zoiets lucratief kan zijn, bewijst de man van Beyoncé.
Jay Z werd in 2014 officieel de eigenaar van Champagne Armand de Brignac van de familie Cattier die al sinds 1763 champagnedruiven verbouwt. Onder de naam Ace of Spades verkoopt Jay Z flessen voor 300 dollar per stuk en die zijn zoals dat heet niet aan te slepen. De limited editions eveneens, zoals Blanc de Noirs Assemblage Two (A3) uit 2019. Slechts 3535 flessen. 1000 dollar per stuk. Als hij zijn naam op een parfum plakt en hij presenteert het met dezelfde bling-bling, succes gegarandeerd. En dan kan zijn vrouw eindelijk inzien dat haar celebgeur-avontuur letterlijk en figuurlijk wel genant cheaper-de-cheap-cheap was. Rise is al heel lang te koop tegen een afbraakprijs bij Action, en nog wil bijna niemand ze hebben.