GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

BLACK OPIUM YVES SAINT LAURENT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 16, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET B. 3 reacties

Y(VES) S(ACRILÈGE) L(‘ORÉAL)

OFWEL, LOST IN MARKETING

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 16/01/15

Neus: Honorine Blanc, Olivier Cresp, Nathalie Lorson, Marie Salamagne

Ambassadrice: Edie Campbell

Fotografie: onbekend

BLACK OPIUM MODELToen ik eind jaren negentig van de vorige eeuw mijn plek als veelgevraagd journalist aan het veroveren was, vertelde me een ‘beautycollega’ eens de volgende regel bij glossy’s: vind je een product niet goed of interessant, dan geen redactionele aandacht aan besteden.

Vreemd. Alsof de smaak van een beautyjournalist (eigenlijk een contradictio in terminis) maatgevend is. Inmiddels wordt deze regel nog nauwelijks toegepast. Heeft te maken met de veranderende advertentie- en glossymarkt. De (luxe) adverteerder zit min of meer op de stoel van de hoofdredactie. Ook al vind je nu een product slecht, stom, bagger en niet in lijn met een merk, aandacht is verplichte kost. De reden: de producent is waarschijnlijk een belangrijk adverteerder. En die wil je als goed samenwerkende partij natuurlijk niet teleurstellen.

Moest hier aan denken toen ik eerst het verhaal las en later Black Opium rook. Bespreken? Want ik vind de geur niet goed. Qua beeld (verveeld model), qua verhaal (wat een cliché promoclip), qua compositie (fruitchouly), qua ‘erfenis’ (zo ga je niet met Opium uit 1977 om). Maar dan onthoud je de lezers een hoe, een waarom – tegenwoordig meer schering dan inslag in de bladenwereld. Beauty-, lifestyle- en modemerken (dus adverteerders) worden met heilig ontzag bejegend. Ook al is bij nader inzien ‘soms af en toe’ wat op de vanzelfsprekende kwaliteit af te dingen. Zoals, om in parfumkringen te blijven, op Opium.

Met de oorspronkelijke versie ‘has been tempered’. Sterker, verdween in 2009 van de markt. Reden: het bevatte teveel hoge doses van ingrediënten met ‘allergiepotentie’ volgens IFRA (met name eugenol en iso-eugenol verantwoordelijk voor het kruidige karakter inclusief anjer). Ik weet niet of dat bij Opium het geval is, maar veel besparingen op ‘dure’ ingrediënten worden gepresenteerd als herformuleringen of – het leukste verkooppraatje – de veranderende smaak van de consument. Ik heb niet de moeite genomen het te controleren – durf het niet. Maar reacties van trouwe verslaafden liegen er niet om. Geurengoeroe heeft zelf diverse hartverscheurende, tot tranens toe ontroerende teleurmail ontvangen. De algehele teneur werd goed verwoord op het blog The Sorcery of Scent: ‘Why have they messed with perfection? I find the new formulation a travesty’.

OPIUM YVES SAINT LAURENT

Fout volgens mij: L’Oréal – nam Yves Saint Laurent Beauté in 2008 over van PPR – had de nieuwe versie een andere naam moeten geven. Kanttekening: ik ken recente geuren met een intens kruidig anjer-karakter, dus het is volgens mij wel mogelijk om met andere ingrediënten een bijna identieke sfeer op te roepen. Zoals: Oeillet Bengale van Aedes de Venustas en Il Profvmo’s Black Dianthus (beide 2014)

Terug bij Black Opium. Wat mij tegenstaat: de soort vrouw die (als ideaal, als droom) wordt neergezet. Te jong, te rockchick. Voorgewende en bestudeerde desinteresse gepersonifieerd. So not Yves Saint Laurent. Ik weet: zogenaamd wilde, maar perfect gestylde hippe, urban rebels doen het goed in de chique modebranche, zelfs bij de kleding van Yves Saint Laurent (geleverd door huidig artistiek directeur Hedi Schlimane). Maar waarom moet het huis dat in Frankrijk (en een groot gedeelte van de wereld) staat voor modern-klassieke chic dit ook doen? Ik zeg: Yves Saint Laurent is 35+. En nog ouder. Mooi toch? En let op mijn woorden: 65+ is ‘het nieuwe zwart’ getuige de opkomst van golden oldies in de campagnes van modehuizen. Waaronder Maison Laurent Paris, de nieuwe naam van Yves Saint Laurent. Wie dat toch verzonnen heeft. Qua logo drie keer niks in vergelijk met het krachtig en sierlijke ontwerp van Cassandre.

De Black Opium-vrouw komt voort uit de marketingbeautymoraal van L’Oréal, de cosmeticagigant die alles uit de kast haalt om het merk YSL nog interessanter te maken voor de 20-vrouw. PPR gaf de aanzet met de achteraf gezien eerste en nog steeds interessante rood fruit-compositie Baby Doll (1999). De geur waarover we gepast zwijgen (YSL Young Sexy Lovely uit 2006) en Elle (2007). L’Oréal voegde eerst Parisienne (2009) met Kate Moss als aandachttrekker toe. En hoe interessant de levens van deze parfumprotagonisten mogen zijn – ‘Parisienne’ leeft als een party animal surpreme, ‘Elle’ runt een kunstgalerie, ‘Black Opium’ is gefascineerd door indierock, experimentele kunst – het is toch te bedacht, een opeenstapeling van clichés die volgens uitgebreid marktonderzoek verondersteld begerens- en aspiratiewaardig is bij de doelgroep.

Hoewel de campagne van Manifesto (2006) ook very arti-farti was, paste de protagoniste qua uitstraling wel binnen de filosofie van het huis. Ik weet: op de masstige-afdeling van de parfumhandel gaat marketing al decennia boven ware inspiratie en brand identity. Inwisselbare campagnes. Iedereen doet het. Ook Yves Saint Laurent. Parfum is lost in marketing. Maar moet dit nu, anno nu: ‘als een jager op stadssafari zoekt ze steeds avontuur. Ze is verslaafd aan adrenaline, zet de deuren wijd open voor een leven vol overdaad en superlatieven’.

De bedoeling van de geur: ‘de draagster een vleugje mystiek meegeven, als een belofte voor een reis. Black Opium brengt haar naar een plek waar ze niet verondersteld wordt te zijn, waar het grenzeloze taboe overheerst’. Als de geur iets niet heeft, is het een vleugje mystiek. De intentie van de geur: ‘een rock’n’roll interpretatie van de klassieker’. Onzin. Ook dit: ‘benadrukt de donkere, mysterieuze kant van het merk Yves Saint Laurent’. Heeft het nooit gehad. De oprichter had misschien een donkere kant, maar dat is een ander onderwerp.

Nog iets: black, waarom deze donkere toevoeging? Het origineel was door zijn naam en inhoud al duister genoeg. En waarom niet noir in plaats van black? Was chiquer geweest, als je daar in dit geval van kunt spreken. Dat niet-Engelstaligen hier geen moeite mee hebben, blijkt uit Chanels Coco Noir (2012) die trouwens in dezelfde geurcategorie valt en er – ten faveure – mee wordt vergeleken. Ik spreek de wens uit dat Opium de komende jaren niet met alle kleuren van regenboog wordt aangekondigd. Ik ben trouwens niet de enige die klaagt. Hedi Schlimane liet via het Amerikaanse modeglossy WWW weten dat hij op geen enkele manier met de totstandkoming betrokken is.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE KOFFIEBlack Opium wordt – misleidend – omschreven als weelderig, oriëntaals. Dat was de eerste Opium. Gezien de inhoud, had de geur beter Sweet Opium kunnen heten. Want dat is de overall indruk. De ingrediënten: koffie, roze peper, oranjebloesem, peer, jasmijn, vanille, musk, patchoeli en cederhout. Ben benieuwd of volgende als verkoopargument op de winkelvloer wordt gebruikt: de compositie breekt met de klassieke opbouw. Vier ‘sferen’ spelen met elkaar die elkaar telkens op een andere manier ontmoeten, waarvan elke sfeer door één neus wordt samengesteld. Tussen twee haakjes: Geurengoeroe gelooft hier niet in.

Nathalie Lorson tekent voor een intense, opwekkende toets zwarte koffie – nooit in een dergelijke concentratie toegepast in een vrouwenparfum. Marie Salamagne voegt ‘rock’ toe: peer en roze bes. Olivier Cresp concentreert zich op het verslavende karakter. Ofwel, vanille, cederhout en patchoeli die een ‘rijke, diepe en mysterieuze elegantie’ geeft. Honorine Blanc schikt een boeket van sambacjasmijn en oranjebloesem ‘dat schittert en voor zachtheid zorgt’.

Yves Saint Laurent Beauté noemt het ‘floral coffee’, Geurengoeroe ‘fruitchouly’ en vraagt zich af of de keuze voor dit neusviermanschap wel zo’n goed idee is. Want: de ingrediënten versmelten niet, vormen een blur – zijn dit sferen die elkaar op verkeerde manieren ontmoeten? – waardoor een eendimensionale driestapsraket ontstaat: een notie van zoet fruit, van witte bloemen, van ‘vanille-hout’. De nuance en finesse ontbreekt. Yves Saint Laurent ontbreekt. De link met opium als verslavend genotsartikel ontbreekt. Normaal kan ik jasmijn in een geur detecteren, in Black Opium niet. Meer een idee van bloemen.

Geldt hetzelfde voor hout: patchoeli en cederhout gaan wel in elkaar op, maar moet je in eerste instantie ‘een beetje’ afzonderlijk kunnen ruiken. Niet in Black Opium. De reden: de ‘platte’ vanille, die druipt er overheen. Wel heel vreemd: de beloofde intens zwarte koffie, ruik ik niet zoals beloofd. Anderen ruiken het helemaal niet. Dat dan weer wel: de totaalcompositie is vasthoudend. Om drie uur in de winkel gesprayed – L’Oréal heeft zijn pers- en pr-policy aangepast – twee dagen later rook ik het nog op de blotter.

Dit is geen gemiste kans, maar in feite misbruik van namen: Yves Saint Laurent en Opium staan symbool voor luxe, chic, genieten en genot. Krijg je niet. Ben benieuwd hoe de geur wordt ontvangen. Wel of geen succes, er is zo weer een variatie van Opium bijgemaakt, of een van Paris (1983), Baby Doll, Parisienne, Manifesto. L’Oréal vraagt, de neuzen draaien, de consument wordt bij de neus genomen.

BLACK OPIUM YVES SAINT LAURENT PROMO

RED CARPET ADDY VAN DEN KROMMEACKER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 14, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET R. Een reactie plaatsen

ROLL OUT THE CARPET NAAR…

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 14/01/15

Neus: onbekend

Ambassadrice: onbekend

Fotografie: onbekend

‘Flaconontwerp’: onbekend

RED CARPET AVDK 1Wéér niet uitgenodigd! Had zo graag aangeschoven aan ‘een intiem diner in het Pulitzer hotel in Amsterdam waar Addy van den Krommenacker een limited edition feestmaandenspecial lanceerde van Red Carpet. Afgelopen oktober of november volgens mij. Had zo graag willen keuvelen met ‘een aantal speciale muzes en vriendinnen die de eerste exemplaren in ontvangst mochten nemen’.

We noemen: Jette van der Meij, prinses Margarita, Sandra Reemer, Antje Monteiro, Liza Sips, Tess Milne en Pip Pellens. Had ook de clutch graag gezien die Van den Krommenacker – speciaal – heeft ontworpen om het ultieme red carpet-gevoel te completeren’. Dit is niet cynisch bedoeld. Komt later. Want ik was oprecht benieuwd hoe de presentatie van zijn parfumpremière was en op welk publiek hij mikt. Koos hij voor de oude Nederlandse couturebenadering (denk Frank Govers, Frans Molenaar) of voor de moderne lichting (denk Viktor&Rolf). Toen ik niet veel later bij de lokale DA in Venhuizen de gewone versie (50ml) al in de parfumpech-onderweg-aanbiedingenbak zag liggen, wist ik genoeg.

Absurde prijspostionering trouwens: clutch normaal €110,00 voor €24,95 bij aankoop van 50 ml eau de parfum bij de DA en parfumerie Mooi. Hoe werkt dat? Is €24,95 de productieprijs? Ziet Van den Krommenacker af van de winst dit keer? En waarom heeft niemand Van den Krommenacker er van kunnen overtuigen – zijn muzes en goede vriedinnen bijvoorbeeld – dat de naam een erg hoog celebritygeurgehalte heeft en dus een korte levensspanne? En dat bijna heel Nederland tegenwoordig op de rode loper mag staan – clutch included – bij een dutch première in de amusementswereld. Het parfum mag dan ‘synoniem staan voor glamour en sensuele, vrouwelijke allure; precies zoals een vrouw sprankelt op de rode loper’, echt jaloers is je buurvrouw niet meer als ze verneemt dat jij naar een première gaat – ‘Goh, been there, done that!’

Ik lees op de nationale glamournieuwssites dat ‘de ontwerper drie jaar door Europa heeft gereisd om de juiste parfumeurs bij elkaar te brengen’. Geurengoeroe had Van den Krommenacker heel wat tijd kunnen laten besparen wat dat betreft. Deze (op straffe van bewust anoniem gehouden?) neuzen, moesten ‘een geur creëren die het gevoel zou vangen van een celebrity schrijdend over een rode loper in een oogverblindende creatie. Uiteraard van Addy’.

Kleine correctie: celebs schrijden niet, dat is meer een ‘walk’ gereserveerd voor lieden van koninklijke bloede en aanverwanten. Door talent of toeval beroemde geworden mensen lopen gewoon op een rode loper terwijl ze lachen, zwaaien en soms vallen. En wat ik me afvraag: past de flacon (30ml) in de clutch? Of stop je daar niet je lievelingsgeur in tijdens een chique avondje uit? Of is een tasspray niet meer op zijn plaats?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE YLANG-YLANGOp papier klinkt Red Carpet goed. Opening: bergamot, mandarijn en bloedsinaasappel. Hart: roos, mimosa, ylang-ylang (foto). Basis: tonkaboon, vetiver en opoponax. Doet me denk aan een jaren negentig Givenchy-geur – in de sfeer van Organza (1997) en dan met name de variaties daarop in de Les Récoltes-serie.

Want qua intentie hetzelfde: het vertalen van stof in geur. De opening is zoals een ‘vederlichte chiffonjurk van Addy’. Transparant, sprankelend en helder dus deze citruscombinatie. Het hart: de roos treedt hier op als een ‘krachtige bloem met een unieke sensualiteit zoals geraffineerd kant’. Zoet, fruitig, zacht. Maar het is meer de intense combinatie van mimosa (‘brokaat’) en ylang-ylang (‘shantung’) die de toon bepaalt: warm, zonnig en honingachtig in combinatie met sensualiteit. Het laaste wordt in de basis – als ‘luxe satijn’ – doorgetrokken met ‘vanilleachtig’ tonkaboon, warm vetiver en ‘lavendelachtig’ opoponax.

Alleen is de totaalindruk mij te schel, mist het een zekere natuurlijkheid en daardoor vanzelfsprekende elegantie. Wanneer in de basis meer nadruk was gelegd op vetiver en opoponax, had Red Carpet een eigenzinniger indruk gemaakt die volgens mij ook de gemiddelde DA- en Mooi-klant best wel weet te waarderen.

RED CARPET AVDK 2

NERO – COLLECTION PRIVEE? – BRUNO ACAMPORA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 13, 2015
Geplaatst in: Uncategorized. Getagd: Bruno Acampora. Een reactie plaatsen

NERO IS BRUNO, NERO IS SMEULEND HOUT

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 13/02/15

Neus: onbekend

Concept & realisatie: Bruno Acampora

NERO BRUNO ACAMPORAVan de honderden geuren die jaarlijks verschijnen, heb ik vanaf de eerste kennismaking bij steeds minder het idee dat het direct goed zit, dat subiet een tevreden gevoel op me neerdaalt. Bij Bruno Acampora altijd – met name de parfumoliën van zijn geuren. Nee, dit zijn creaties.

Vol, diep, itens, zuiver, chic, understated en ondanks de klassieke benadering toch eigenzinnig uitgevoerd. En nooit geen marketingprietpraat. De geur telt alleen. Ruik ik ook weer in Nero. Ik zou de geur zelf niet als zwart omschrijven, eerder bruin. Ik moet denken aan een prachtig diep door de zon gebruinde huid zonder leerlooi- en huidkankerassociaties, zonder zoetige het cliché van tairé-kokoszachtheid.

De bedoeling van Guerlains Terracotta, maar dan op een natuurlijke manier verkregen – zoals bewoners van de Caraiben dat zo prachtig, jaloersmaked kunnen hebben. Mijn andere associatie: schoenpoets (ruikt niet vies!) smeuïg vermengd met amber. Maar het draait om hout.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een speldenprik de opening. Even ruik je het, en terwijl je dit doet is de citroen al weer verdwenen door de saffraan die er sierlijk overheen rolt. Nou, dit noem ik nog eens al-za-faran. Zo hoort het! Zoals je saffraan ook in een goede, homemade risotto alla Milanese ruikt: kruidig, droog met een zonnige gloed.

Wat ik vooral prachtig aan Nero vind: je ruikt het smeulende cederhout en de broeïerige patchoeli goed naast elkaar, en toch ook met elkaar. Dan licht de een op, dan weer de ander om vervolgens weer één te worden. En beide verdrinken niet in de warme amber, blijven erop drijven. En deze amber heeft een kruidig, heel licht animaal randje (zwevend tussen bezwete huid en musk) en ook de terpetijnscherpte van schoenpoets. Langer op de huid, wint bij mij de patchoeli het van het cederhout.

Heel fijn aan Nero: de intimiteit. Deze geur loopt niet te koop met zichzelf, maakt zich niet los van de drager en/of draagster die alleen Nero vrijgeeft als je dicht bij hem of haar in de buurt bent. Met het risico net iets te lang bij hem of haar in de nek te blijven hangen. En dat op een receptie! En dat terwijl je met hem of haar niet op intieme voet staat!

BLU BRUNO ACAMPORA FAN MAIL

 

 

al02 BIEHL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 12, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NICHE. Een reactie plaatsen

PARFUMPROOI

Jaar van lancering: 2007

Laatst aangepast: 12/01/15

Neus: Arturetto Landi (foto onder)

Concept & realisatie: Thorsten Biehl

http://www.biehl-parfum.com

AL02 BIEHLThorsten Biehl besloot na een succesvolle carrière als marketing- en strategie-ontwikkelaar in de commerciële parfumbusiness in 2004 een kunstgalerie voor parfum te openen. Een ‘free space’ voor neuzen die zichzelf als kunstenaar beschouwen en – al naar gelang – een, twee of drie keer geen rekening hoeven te houden met marktonderzoek, marketing, marges en ander commercieel verplichte kost.

Kwaliteit en exclusiteit komen eerst en staan buiten kijf. Wat telt is verrassing en verbazing. Om te mogen participeren als neus, geldt slechts één toelatingsbeperking: je een Duitse link hebben. Je moet er geboren, getogen en/of woonachtig zijn. Het laatste doet de Itialiaan Arturetto Landi, de chemicus die neus werd. Zijn handtekening? Volgens de Biehlsite ‘opulent, groots en complex’. Ofwel, ‘opera voor de neus’.

Er wordt niet lang stilgestaan bij de inspiratie, het hoe en waarom. Een paar woorden volstaan. In het geval van al02 ‘predatory grandeur – what a spectacular entrance’. Ofwel, vrij vertaald: ‘roofdierlijke grootsheid – wat een spectaculaire binnenkomst’. Vrij gefantaseerd: dat je blij mag zijn door de klauwen van dit parfumbeest als prooi nagejaagd en uiteindelijk gepakt te worden. Dat je graag ‘ript’ – rest in perfume.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ANJERDit is een geur vol drama zonder zich aan te stellen. al02 zweeft tussen een klassieke, vooroorlogse (fruitige) chypre en een oriëntaals parfum. In den beginne is er fruit en dat presenteert zich inderdaad spectaculair.

Niet dat goedkope rode ‘trutty frutty’ waarmee je tegenwoordig zo vaak in de opening wordt platgespoten, maar good old pruim en perzik die een dito behandeling krijgen. Eerst elegant verpakt in een hesperide-opening (mandarijn, citroen, bergamot) voor je ze met je blote neus kunt onderscheiden.En het duurt behoorlijk lang voor ze van opgeven weten, zodat je het gevoel krijgt alsof je neus verstopt zit in likeur. Lekker.

Nu beginnen de eveneens klassieke bloemen te spreken. Of beter gezegd: de jasmijn, roos en (met name) anjer krijgen een klassieke behandeling: bloeien rijk, vol drama geholpen door kaneel en kardemon. Ik gedachten zie ik gevaarlijke vrouwen uit films noirs op me afkomen. Vlucht ik of geef ik me maar direct gewonnen?

Gelukkig schenkt de basis nog even uitstel. Want die is minder gevaarlijk dan ik had verwacht. Intens, maar ingehouden deze mix van hout (sandelhout, vetiver, patchoeli), zoetmakers (vanille en tonkaboon) en harsen (wierook, cistus labdanum). Laatste twee overrulen uiteindelijk wel. De wierook kringelt aangenaam en de cistus labdanum geholpen door een dierlijke musk, geven al02 een sensueel-poederige statuur. En wat leuk: de pruim-perziklikeur uit de opening blijf je ruiken. Dat maakt de geur volgens mij niet retro, maar new millennium.

En de opera-link van Arturetto Landi klopt. Opera in de zin van groots en meeslepend, geen rekening houdend met middelmatigheid, door de marketingafdeling van grote parfumhuizen uitgezeefde eigengereidheid. Want zou het leuk en gedurfd zijn wanneer – we blijven Biehls toelatingsbeleid trouw – Jil Sander en Wolfgang Joop! ons weer met een dergelijke creatie weten te verrassen. Ik geef me in ieder geval gewonnen door en over aan deze roofdierlijke grootsheid.

ARTURETTO LANDI

COLOGNE ETAT LIBRE ORANGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 11, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE, Uncategorized. Getagd: Etat Libre d'Orange, ETIENNE DE SWARDT. Een reactie plaatsen

KLASSIEKE COLOGNE GEPRESENTEERD ALS PERFECTIE IN EENVOUD

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 11/01/14

Neus: onbekend

Concept & realisatie: Etienne de Swardt

COLOGNE ETAT LIBRE ORANGEWat siert een cologne? De eenvoud. De instantfrisheid. Het simpele genoegen van knisperende citrusvruchten hier en daar geaccentueerd door kruiden, voorzien van een basis die eveneens fris is, dan wel warm aanvoelt of – de laatste tijd populair – een katoenpluizerige finish geeft. Je kunt het recept verfijnen: men voege wat bloemetjes toe. Of verdiepen: extra accenten van hout en – waarom ook niet – een subtiel spoor van leer. Dit is in een notendop Cologne van Etat Libre Orange (en zoveel andere cologneleveranciers).

Maar hoe maak je eenvoud uitzonderlijk? Door het verhaal. Dit bedacht Etienne de Swardt: hoewel je altijd het onverwachte verwacht bij Etat Libre Orange en wetten worden geschonden, breekt hij nu met zijn eigen parfumwetten. Dit keer niet decadentent, niet buitenissig, maar zweert hij trouw aan de typische bescheidenheid van een cologne. En die is volgens hem lief en leuk. That’s it? No way. Dan ken je De Swardt niet. Zijn Cologne is proper en belichaamt in al haar eenvoud toch perfectie. En nu komt de aap uit de mouw: voor diegenen onbekend met het merk is Cologne een lieflijke introductie tot zijn subversieve wereld. Voor kenners een andere manier om Etat Libre Orange te ervaren. Jajaja…

Ik zeg: Cologne is gewoon het gevolg van marktwerking. Op een gegeven moment ontdekt ‘de massa’ ook nichemerken, raakt geïnteresseerd, maar wil niet al te moeilijke, opdringerige en on(be)grijpbare geuren. Zoals veel bezoekers van een tentoonstelling een aardigheidje uit de museumwinkel als herinnering willen hebben – een hele catalogus, of een poster van een kunstwerk, nee dank u – zo willen beginnende nichers een makkelijk te verhapstukken aandenken. Eenvoud verpakt als niche. Serge Lutens ging in deze Etait Libre Orange voor met L’Eau Froide (2012). Ook een bijna-cologne. De best verkopende geur in Tom Fords Pivrate Blend is Neroli Portofino (2007) – een über-klassieke cologne in de eau de parfumconcntratie.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE BLOEDSINAASAPPELMeestal zijn de namen die Etat Libre Orange kiest een aanstellerig uitdagen, niet door de buitenwacht maar zelftoebedacht controversieel. En met een hoog gimmickgehalte. De geuren niet. Bij Cologne is juist het andersom.

De boodschap is beheurlijk conservatief en go with the flow waardoor de geur gimmick is geworden, een spelletje, bijzaak eigenlijk. Niet slecht, niet bijzonder. Nice zoals De Swardt zegt. Maar dat zijn in principe alle colognes en Cologne is zoals elke cologne.

Wat de inhoud enigszins eigentijds maakt is bloedsinaasappel – die springt er direct krachtig uit. Net iets zoeter, net iets frisser dan sinaasappel. Wordt begeleid door een groen-scherp uitgevallen bergamot die direct de aanzet geeft tot het bloemige karakter van Cologne – opgevoerd door een notie van jasmijn (hedione) en heel veel oranjebloesem. Laatste is het onmiskenbare cologne-ingrediënt. Ruik je oranjebloesem, dan ruik je eau de cologne. Waar ik zelf niet zo’n voorstander van ben: witte musk in een cologne. Die tempert vaak het schurende, prikkelende en opliftende karakter van de citrusvruchten, laat het wegzinken in ‘katoen’. Gebeurt hier gelukkig minder dan gevreesd. Komt omdat de witte musk omwikkeld is door een lichte leernoot die in dit geval – in plaats van hout en patchoeli – een milde warmte, een zeepachtige zachtheid aan de compositie geeft.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE LOGO ETAT LIBRE ORANGE

RIEN & RIEN INTENSE INCENSE ETAT LIBRE ORANGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 9, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET R, NICHE. Een reactie plaatsen

RIEN VA PLUS!

EN: OVER WIEROOKSCHAARSTE

Jaar van lancering: 2006/2014

Laatst aangepast: 09/11/14

Neus: Antoine Lie

Concept & realisatie: Etienne de Swardt

Een ster wees ze naar Betlehem. En wat brachten de drie wijzen ook al weer mee voor het kinderke teer? Volgens overlevering hield de zestigjarige Melchior, een Europeaan, het bij goud. De veertigjarige uit Azië afkomstige Balthasar koos voor een cadeau dat misschien wel zijn gewicht in goud waard was: mirre. Caspar, de jongste – slechts twintig – van dit illustere gezelschap nam uit zijn geboortestreek Saba (nu Ethiopië) wierook mee – door schaarste en daardoor de prijs toen ook al een godsgeschenk.

OLIBANUM TREESEthiopië wordt beschouwd als het thuisland van wierook (afkomstig van de boom genaamd boswelia). Alleen de productie ervan loopt gevaar. Twee jaar geleden melden onderzoekers van de universiteit van Wageningen dat binnen vijftien jaar het areaal gehalveerd zal zijn. Het probleem: niet zozeer de over-exploitatie is verantwoordelijk voor het feit dat de bomen in negen gebieden ernstig uit balans zijn. Wel vee: vreet de jonge boompjes weg. Wel ziekten: tasten volwassen bomen aan. Een andere bedreiging: het platbranden van vegetatie voor landbouwgronden. Nog zoiets: aanplant van nieuwe bomen verloopt moeizaam door de groeiwijze van de bosweliaboom; jonge planten groeien na uitloop, na een paar jaar min of meer ondergronds. Dat maakt de kwekerij moeilijk vol te houden.

Wierook is waarschijnlijk alleen nog te redden door ‘zijn’ habitat af te grendelen voor vee en mensen. Daar is wetgeving voor. Maar Ethiopië is een uitgestrekt land met straatarme mensen die aan wierook kunnen verdienen. Dan worden regels minder belangrijk. Aldus wierook-specialist – Geurengoeroe wist niet dat dit specialisme op universitair niveau bestaat – dr. Frans Bongers van de Wageningense universiteit waar nu een onderzoeksproject loopt met tien promovendi en post-docs over wierookproductie. Code oranje: als er nu niets ondernomen wordt, dan resteert binnen een halve eeuw nog maar tien procent van de huidige beschikbare hoeveelheid wierook.

RIEN INTENSE INCENSE FLACONDus als we niet oppassen, is over vijftien jaar Rien (2006) en Rien Intense Incense (2014) onbetaalbaar geworden, moet je met puur goud in the pocket naar de parfumerie om een flacon te bemachtigen. Maar dat maakt het juist begerenswaardiger: de lokroep van luxe schuilt in de schaarste-facor dat verkocht wordt als exclusief, en daardoor onbetaalbaar voor bijna de meesten stervelingen onder ons.

Opvallend is dat veel parfumhuizen tegenwoordig exclusieve lijnen lanceren voor landen waar de wortels van het parfum zich bevinden en het geld op straat ligt: het Midden Oosten. Daar kijkt de elite en aspirant ‘powers that be’ niet op een onsje wierook, oud en roos meer. Sterker, more is better. Zo ook Rien Intense Incense – in eerste instantie een limited edition voor dit gebied. De ontvangst was zo enthousiast dat, zo gaat het dan, het wereldwijd werd gedistribueerd. Een goed besluit: Rien Intense Incense is voor mij een niet-cliché kijk op het zo favoriete parfumthema de Oriënt. In plaats van je onder te dompelen in sensueel-zoete elixers met Europese invalshoek – waarvan klassiekers in deze categorie als Guerlains Shalimar (1925), Estée Lauders Youth Dew (1953), Yves Saint Laurents Opium (1977), Calvin Kleins Obsession (1986) getuigen – lijkt Rien Intense Incense ter plekke gemaakt. Het is woest, het is droog, het is woestijn, het is zoals niche-parfumerie anno nu moet zijn: uitdagend, grenzen verkennend, de consument niet tevreden stellen met beproefde recepten (het onlangs gelanceerde Cologne – bespreek ik weldra – staat dan weer haaks op).

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Rien – nu pas voor het eerst echt goed geroken – is meer een veronderstelling van wierook. De geur wordt er niet door gedragen, het blaast als een waterpijp meer door de compositie, betovert lichtjes de andere ingrediënten, geven ze een broeïerig randje die samen meer een kruidige, understated poederige suèdegeur vormen met een echo van bloemige nuances: ‘Licht als mohair, waardevol als kasjmier met een vanille-opium akkoord’. Rien is zacht met een bloemige en ‘open’ allure.

Het knappe aan Rien Intense Incense: het is niet zo maar intense versie – minder alcohol, meer parfum. Geen gepimp. Meer een kwestie van een opnieuw een partijtje schaken: hoe plaats je de ingrediënten zo zodat ze zich aangevallen voelen en in volle kracht, uit overleveringsdrift, toch een andere strategie moet bepalen, zonder hun eigen geursignatuur prijs te geven.

Eén ding is duidelijk: wierook is van loper in Rien, koning geworden in Rien Intense Incense. Zonder dat hij echt overheerst. Want in de gaten gehouden, en mooi warm-kruidig gemaakt door komijn (die hier zijn ware booschap prijsgeeft, want ruikend naar een bezwete huid, gaat bijna richting civet) en peper. En tegelijkertijd een bittergroene noot die doet denken aan salie en eucalyptus.

Is wierook koning, dan zijn de aldehyden koningin – mooi om te ruiken hoe die subtiel de hele compositie in de lucht tillen, een soort van zwevende, metaal-koude zwaartekracht geven, met name aan de komijn en peper in de opening. Roos en iris stellen zich nu op als pionnen, doen hun diensten zonder zich te laten voorstaan op hun kwaliteiten – het bepaalt de lichtzoete ondertoon van de compostitie.

Het gaat natuurlijk om de basis. Hier wordt de wierook donker, donkerder, donkerst, krijgt een animale, ruwe kwaliteit (styrax en cistus labdanum) zacht en warm gemaakt door amber, en ondersteund door een prachtige bos-setting van mos en patchoeli. Terwijl de aldehyden aangenaam doorwerken. Als men mij had verteld dat deze mannencompositie van Amouage was, dan had ik dat ook voor zoete koek geslikt. Maria en Jozef mochten gewild hebben dat de geschonken wierook, zo droog, zanderig, verschroeid groen en lijfelijk sensueel had geroken als Rien Intense Incense.

RIEN INTENSE INCENSE SLOGAN

 

CARDINAL JAMES HEELEY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 6, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Getagd: JAMES HEELEY. Een reactie plaatsen

WITTE ROOK

WASPROGRAMMA MET HEILIGE INTENTIE

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 06/01/15

Neus: James Heeley (foto onder)

CARDINAL HEELEYOm maar direct met het parfum in huis te vallen: dit is een van de vreemdste geuren die ik ooit heb geroken. En ik ben er nog steeds niet achter of ik de inspanning van James Heeley moet waarderen of nu juist dat extra zetje geven richting de eeuwige parfumvelden of het vagevuur. May it rest in peace. Zand erover. Anyway the wind blows.

Toch is Cardinal interessant èn ‘angstaanjagend’: aan mijn overtuiging dat alle ingrediënten vanzelfsprekend met elkaar in volle harmonie kunnen resoneren, voegt Cardinal een grote dosis twijfel, een tijdelijke geloofscrisis toe.

Cardinal kun je qua naam door de inhoud niet anders dan tweevoudig interpreteren. Als zelfstandig naamwoord: de dignitaris die in de katholieke kerk lokaal qua invloed direct onder de paus zetelt. Als bijvoeglijk naamwoord: cruciaal. En beide kun je ruiken wat sfeer betreft. Want kerkelijk wierook en mirre spelen de hoofdrol als ‘zelfstandig naamwoord’.

Cruciaal is echter de rol van wit linnen – gedragen door kardinaals onder hun soutanes als onderdeel van hun ‘office wear’ denk ik dan maar. Heeley omschrijft de geur zelf als ‘wierook gehuld in plooien van wit linnen’ die gedragen door een vrouw haar doet veranderen in ‘een onbevlekte jonge priesteres’. Bij de drager ziet hij een (jonge)man voor zich met ‘rood-bruin haar en een melkachtige, witte huid. Romantisch en mystiek’.

RUIK&VERGELIJK

Ik zie iets anders voor me: een wasmachine op volle toeren wanneer de geur van start gaat. Wit linnen wordt opgevoerd met een niet vermelde, maar flink waarneembare aldehydeninjectie ondersteund door witte musk. Althans dat ruik ik. Clean en scherp. Duurt behoorlijk lang voor je de andere ingrediënten kunt waarnemen. Zoals de roze en zwarte peper. Maar die werken meer samen met waar het om draait in Cardinal: wierook geholpen door mirre.

WIEROOKVAT

En dat vind ik geen gelukkige combinatie. Alsof je wierook in het washok aansteekt om de geur van waspoeder te maskeren – terwijl de bedoeling van Cardinal juist het tegenovergestelde is. Want het zijn juist de aldehyden die op de een of andere manier de wierook doodslaan – ondanks de peper. Dat wordt nog versterkt door de synthetische ambergris in de basis: ambrox(an).

Als ik twijfel aan een geur en aan mijn onderscheidend vermogen, dan denk ik altijd: ‘sta op en wandel’. Een geur begint meer te leven, te ademen in de openlucht, heeft zuurstof nodig. Zo gezegd, zo gedaan. Ik rook al joggend door het Vondelpark – gelukkig – ook de warme noten van cistus labdanum duidelijker en verankerde die wierook door het hout in de basis beter. Met name de link tussen cistus labdanum en patchoeli doet de scherpe opening verdwijnen. Alleen had dat voor mij intenser gemogen. De wierook blijft clean, geeft niet aan de geur het gewenste mystieke, rokerig effect – ‘wasmachine in het Vaticaan’ blijft door mijn hoofd spoken. Witte rook in plaats van een donkere, ijle en soms bijna adembenemende wolk die rondkringelt.

Ik weet ook dat veel mensen van deze cleane benadering van geuren houden. Geuren die ruiken naar linnen en kraakhelder katoen fris gewassen en daarna direct gestreken overhemden en lakens. Maar voor mij komt het toch te dicht in de buurt van persoonlijke hygiëne in plaats van een olfactorische ervaring. James Heeley denkt er anders over: ‘Een tijdloze geur met een zeldene hedendaagse elegantie’.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE JAMES HEELEY HIMSELF

 

 

QUAI DE LICES IL PROFVMO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 3, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET Q, NICHE. Getagd: IL PROFVMO, Silvana Casoli. Een reactie plaatsen

‘CHAUD DU SUD’

WARME IN PLAATS VAN EEN FRISSE ‘EAU DU SUD’

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 03/12/14

Neus: Silvana Casoli

QUAI DE LICES IL PROFVMOAls ik aan de geur ruik en de naam lees, dan verschijnen in mijn gedachten diverse kades in zuidelijke contreien waarlangs zouthoutbomen vol rijp ‘pluk, mij, pluk mij’- drop groeien en waarvan het groen de verpozende wandelaars tegen de zon beschermt. Een droombeeld.

Komt natuurlijk door lices – lijkt op liquorice, dus zoethout. De realiteit: Quai de Lices – is genoemd naar Place des Lices in Saint-Tropez. En de invulling is weer gezellig cliché: de sfeer van de oude haven en de cafés waar ooit lang geleden Brigitte Bardot nog paparazzi-free van het gewone, dagelijkse leven kon genieten.

Grappig dan weer wel: afgaande op de foto’s van Place des Lices komt mijn droombeeld aardig in de buurt van ‘het echte werk’. Grappig dan weer wel: volgens Silvana Casoli heeft Quai de Lices een ander effect op de drager dan op de draagster tijdens ‘Saint-Tropez wild nightlife’. Of is het volgende tongue in cheek: ‘His fragrant skin seduces immediately. He is at once charming and elegant. He sports white linen and strikes a casual pose. He dons a Panama hat, smokes a Cohiba and sips a mimosa… The night is just beginning’.

Maar ‘worn by a woman, Quai des Lices is an instant attraction: ‘When she walks by, his look betrayes his deepest desires’. En wat gebeurt er als ze aan elkaar ruiken, in elkaar opgaan? Ik durf er bijna niet aan te denken. Ondertussen vraag ik me af wat lice nu eigenlijk betekent. Zoveel mogelijkheden: berging, bergruimte, berghok, arena, kampplaats, strijdtoneel, strijdperk, wijfjesjachthond, teef…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE MIMOSAMisschien vreemd omschreven: Quai des Lices is voor mij een uitgepuurde Sables (1985) van Annick Goutal. Want hoewel ook ‘gourmand’ gunt Quai des Lices je meer nuances. Is Sables een dichte, ondoordringbaare wolk vol zoetigheid, Quai des Lices is een schaapjeswolk waar de wind nog effect op heeft, die de compositie lucht geeft, die de kaai van een warm-zwoel Saint Tropez verlevendigt met een briesje. De geur is voor mij hoog zomer omdat je een op een mooie manier een bepaalde, zanderige en houtachtige droogte ruikt als de citrusnoten zijn uitgespeeld. Komt op conto van dennennaalden en eucalyptus – die roepen samen zo puur Zuid Frankrijk en voor mijn part de hele Mediterranée op. Knap, die mengeling van strak-fris, beetje ijlgroen met toch zonnige ondertoon.

En wat doet de mimosa (foto) het goed in deze geur – ook zo typisch Zuid Frankrijk. De goudgele, ‘honingbolletjes’ linken sterker met de zwoele basis dan met dennennaalden en eucalyptus. Dit is mimosa dronken gemaakt (zonder dat ze er in verdrinkt) door een voor mij whisky-cognacachtige noot die verrassenderwijs tot leven komt door een stevige tabaks- en patchoelibasis. Terwijl ik moet denken aan strobloem en zoethout. Houdt Silvana Casoli mij voor de gek? Of mijn neus mij? Pas na heel lang ‘volhouden’, merk ik dat het een behoorlijk zoete, in vanille geweekte tabak is.

Ook mooi: de ‘groen gemaakte’ mimosa blijf je ruiken. Quai des Lices is een goed voorbeeld van een geur die je diep tot je moet laat doordringen. In eerste instantie dacht ik ‘aardig, vlak gourmandplezier’, maar hoe meer ik me er in verdiep, hoe meer ik ruik, hoe verder de geur verwijderd raakt van mijn vooroordeel. Het allerleukste aan Quai des Lices: eindelijk weer – eens – een ‘Eau du Sud’-geur die de warm-zwoele sfeer van Zuid Frankrijk benadrukt in plaats van het gebruikelijke koele zeewater geparfumeerd met citrusvruchten, kruiden en hout.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE IL PROFVMO LOGO

 

CUIR BLANC L’ATELIER DE GIVENCHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 2, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

ZO ZACHT ALS EEN LEREN ‘COUTURE-HANDSCHOEN’

FOR THE FIRST TIME: A DISTINCTIVE VISION OF PERFUME

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 02/01/15

Neus: Nathalie Lorson

Flaconontwerp: ‘Atelier Givenchy’

CUIR BLANC ATELIER GIVENCHYGivenchy heeft twee keer geflirt met niche: The Harvest Collection van 2005 tot 2010 en het in 2012 eenmalige Les Créations Couture. Eén keer met vintage: Les Parfums Mythiques (2007). Dit werd door de ware parfumista en parfumisto niet echt serieus opgevat, omdat de geuren waren gelinkt aan succesnummers in de ketenparfumerie.

Sowieso wordt Givenchy door ‘fragrance fanatics’ – zij het uit snobgevoel, zij het uit kennis of een combinatie van deze twee uitersten – links aangekeken omdat die vinden dat het couturehuis is veranderd in een ‘fast forward fragrances’-parfumfabriek waar vakmanschap en pure liefde voor het parfum het moet afleggen tegen marketing. Geurengoeroe kan hier in meegaan.

De reden: het ontbreken van een duidelijke visie, een duidelijke lijn en – het allebelangrijkste – het ontbreken van een duidelijke kapstok. Die heeft het gekregen met Riccardo Tisci, die hoewel in dienst voor het couturehuis sinds 2005, pas sinds een paar jaar echt grip op het huis heeft gekregen door zijn eigen neo-gothic stijl te laten fuseren met de klassieke ‘normen en waarden’ van het couturehuis.

Toch ook hier dezelfde spagaat als bij de geuren. De very esthetische haute couture versus de naar verhouding absurd geprijsde very ‘bas’ streetwear – zoals sneakers en de populaire T-shirts met opvallende, so not-couture prints. Met hier tussen bungelend de podiumkleding die Tisci namens Givenchy maakte voor Madonna en Rihanna. Dit geldt natuurlijk voor de meeste couturehuizen. Of wat daar nog van over is: met high end-producten de jan en alleman-consument aanzetten tot het kopen van massaal geproduceerde eye, body en nose candy. Haute couture als promotiemateriaal in de parfumerie.

ATELIER GIVENCHY AT SAKSAfgaand op de verantwoording van L’Atelier de Givenchy, is Givenchy zichzelf ook bewust dat het wat parfum betreft zich lange tijd meer op de kwantiteit dan op de kwaliteit heeft geconcentreerd: ‘By bringing together its couture heritage and fragrance expertise, the house of Givenchy presents for the first time its distinctive vision of perfume through l’Atelier de Givenchy. Such a challenge is immense as the talents of its creators: founder Hubert de Givenchy and Riccardo Tisci today’.

Elk van de zeven geuren brengt een bepaalde stof en visie tot uitdrukking geliefd in de haute couture of is een ode op een geliefd parfumconcept. Ambre Tigré is bont en huid vertaald in een geur. Bois Martial huldigt de architectuur van de coupe en het silhouet van couturevak. Cuir Blanc verwerkt het nobele leer. Chypre Caresse is zowel een hommage op een fijn ‘gevederde’, geborduurde en geplooide haute couture-jurk als op het meest geliefde parfumconcept – de chypre. In Néroli Originel komt een jurk gemaakt door Hubert de Givenchy voor zijn all time muse – Audrey Hepburn – tot leven. Oud Flamboyant stelt haute couture op één lijn met kunst. En met Ylang Austral wordt het uiterst precisiewerk van de couture-ateliers benadrukt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

WITTE PEPERIk kreeg door Givenchy ter kennismaking Cuir Blanc toegestuurd. Met deze geur wordt het oorspronkelijke beroep van de Franse parfumeur opgeroepen – die van handschoenmaker (gantier). Want voor Grasse de hoofdstad werd van de parfumerie, waren tijdens de renaissance hier leerlooiers gevestigd die om de stank van gelooid leer te veraangenamen, leren producten – waaronder handschoenen – inwreven met essentiële oliën.

Om zich ook lokaal te verzekeren van welriekende bloemen en planten, werden de velden rondom Grasse langzamerhand gebruikt voor de cultivatie van jasmijn, oranjebloesem, (tube)rozen, viooltjes en dergelijke. De leerindustrie verdween geleidelijk, de parfumindustrie kwam er voor in de plaats.

Givenchy omschrijft Cuir Blanc als ‘huidachtig maar helder. Witte peper (foto), witte musk en wit leer geven samen een quasi-tactiele, olfactorische benadering van het sensoriële plezier van leer op de huid’. Opvallend is dat je deze drie componenten bijna tegelijkertijd ruikt vanaf de opening. De peper is prikkelend en aangenaam scherp, maar zonder niesbui-risico omdat de witte musk gelijktijdig van start gaat.

Dan ‘introduceert’ zich het witte leer: stroef, vol en dierlijk. Maar het wordt nooit te. Daarvoor is de geur te zacht, te verfijnd. Terzijde: de geur van leer is natuurlijk niet afhankelijk van de kleur. Wit past hier mooi in het ‘totaalplaatje’. Zit de Cuir Blanc langer op de huid, dan blijft uiteindelijk de witte musk over die gelukkig niet fris en katoenpluizerig overkomt – met dank aan het leer èn de huid.

Maar ik ruik meer: met name een lichte noot van ylang-ylang en viooltje. De eerste maakt het soepeler en voller, de tweede verleent het een zachte, zoete toets. Hoewel L’Atelier de Givenchy in het geheel een vrouwelijke indruk maakt, is Cuir Blanc ook zeer geschikt voor mannen. Maar dat is logisch gezien de geschiedenis van leerparfums.

LATELIER GIVENCHY

 

 

OEILLET BENGALE AEDES DE VENUSTAS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 31, 2014
Geplaatst in: GEURENALFABET O, NICHE. Een reactie plaatsen

ANJERREVOLUTIE

NOW THIS IS WHAT I CALL A SPICEBOMB

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 31 december alweer

Neus: Rodrigo Flores-Roux

Concept & realisatie: Karl Bradl, Robert Gerstner

http://www.aedesdevenustas.com

OEILLET BENGALE AEDES DE VENUSTAS MOODGeurengoeroe had er zich zo op verheugd: de ontmoeting met één van de mannen achter de New Yorkse parfumerie Aedes de Venustas die door http://www.skins.nl dit voorjaar was uitgenodigd zijn geuren te presenteren. Wat een deceptie. Karl Bradl (door zijn uiterlijk en Duitse achtergrond deed hij me denken aan de door zijn vele gezichtcorrecties en daardoor voor vroegere kindergartenvriendjes niet direct meer herkenbare Wolfgang Joop) is niet echt geïnteresseerd. In ieder geval niet in mij. Hoeft natuurlijk niet. Maar ook niet in mijn vragen. Ik weet: vermoeiend de hele dag journalisten te woord te staan. Maar doe het dan niet. Alleen maar je riedeltje afsteken, louter bewondering verwachten en ondertussen in omringende spiegels kijken hoe je ‘overkomt’, werkt bij mij niet prikkelend.

De naast mij staande, onbekende journaliste die het allemaal gewoonweg fantastisch en buitengewoon vindt, kan meer op zijn belangstelling rekenen. Ik kreeg zelfs geen serieus antwoord op vragen die mij bezighielden. Zoals: met welke geurmoleculen is de prikkelende rabarbar-noot in het eerste Aedes de Venustas-parfum samengesteld dat nu Signature Scent heet? Zoals: de iris nazarena, die zogenaamd groeit op de heuvels rondom Nazareth, is die daadwerkelijk verwerkt in de gelijknamige geur of is het meer het versterken van het idee dat we met een andere irisgeur te maken hebben?

AEDES DE VENUSTAS INTERIEURDeze ‘onwil’ was waarschijnlijk onbewust de reden dat ik Aedes de Venustas in mijn gedachten links liet liggen. Onterecht omdat de geuren gewoon goed zijn. Mea culpa. Hoewel beproefde concepten, weten de neuzen extra accenten toe te voegen – hoge kwaliteit ingrediënten, eigenzinnige verhoudingen – die een verrijking voor de branche oplevert die vaak ontbreekt bij nieuwe nichemerken en niche-lijnen van couturehuizen en designerbrands.

Dat ruik je ook in Oeuillet Bengale waar ik van Karl Bradl nog wel los wist te krijgen dat het ‘een ode is op de vooroorlogse rijke en gelaagde vrouwenparfums’ die vaak een bloemkruidige dimensie hadden door de nadruk op anjer. Bradl wou het een moderne draai geven door de compositie minder opulent en dus luchtiger te maken (wat mij betreft gebeurt dat niet – zie Ruik & Vergelijk).

Waarom anjer in de loop van de jaren bij klassieke geuren er is uitgezeefd, ik weet het niet. Maar wat jammer: je ondergaat hierdoor het voluptueuze genot van Yves Saint Laurents Opium (1977) minder. Het maakt van de huidige versie Nina Ricci’s L’Air du Temps (1948) meer ‘air’ dan ‘temps’. Het maakt L’Heure Bleue (1912) van Guerlain vlakker en pastelachtiger – met dien verstande dat ik de laatste, door Thierry Wasser gemaakte versie nog niet heb geroken. Alsof huizen denken dat nieuwe generaties de anjer ‘too much’, te ouderwets, te trutty vinden.

Anjer-addicts werden vanaf 2003 gecompenseerd met N° 2 Oeillet uit The Exclusive Collection van Prada. Hoe mooi ook, de compositie was meer een afdruk van een jaren dertig-parfum. Er ontbrak de hedendaagse toets – toch wel nodig om een nichegeur ‘bestaansrecht’ te geven. En die krijg je ‘full monty’ met Oeillet Bengale, want deze anjer groeit en bloeit in het specerij-rijke India. Vandaar de naam: Bengalen (Bango of Bangladesh), een regio in het noord-oosten van het Indisch subcontinent onderverdeeld in de Indiase staat West-Bengalen en Bangladesh.

ANJERREVOLUTIEOeillet Bengale is voor mij een voorbeeldfunctieparfum: geen kopie en dus bevestiging van een klassiek parfumthema, maar gaat een stap verder. Het voegt elementen toe die – in dit geval de anjer – een nieuwe setting biedt, waardoor die op een nieuwe manier begint te bloeien, waardoor je er op een nieuwe manier van kunt genieten. Barok in de zin van rijk en gedifferentieerd, niet in de zin van Aedes de Venustas’ winkelinrichting (foto). Zou Geurengoeroe aan eindejaarslijstjes doen; Oeuillet Bengale een toptiennotering waardig.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De allereerste gedachte: Opium en Cinnabar (1978) in de grondverf, vervolgens een merkwaardige associatie: de Portugese vreedzame, geweldloze overgang van militair autoritair bewind naar een aarzelende democratie op 25 april 1974, zo leerde ik tijdens geschiendenisles, dankt zijn naam – anjerrevolutie – aan het feit dat toen militairen in Lissabon het vuur wouden openen, vredelievende burgers naar ze toeliepen waarvan er één rode anjers begint uit te delen aan deze militairen die ze vervolgens ze in de loop van hun geweer steken en hiermee aangeven dat ze zich bij de demonstranten aansluiten.

Want Oeuillet Bengale is een met kruid geladen anjer die met veel kracht de lucht in wordt geschoten. Anders literair (aan)gesteld: Oeuillet Bengale is een als anjer verklede roos in India op vakantie die tijdens een uitje naar de lokale bazar van Chennai flauwvalt in een specerijenstalletje – de kruidige en ‘hartige’ melanges zijn haar net iets teveel geworden. Dit was de oorzaak: de ‘spicebomb’ samengesteld uit eerst kurkuma (foto), kaneel, witte en zwarte peper, kardemon, kruidnagel, saffraan en later uit vanille, tolu-balsem, benzoïne en cistus labdanum.

KURKUMAGeurengoeroe kan zich in de roos verplaatsen. De eerste kruidenexplosie schiet de roos aan flarden. Want je ruikt eigenlijk niet veel ‘bloem’, eigenlijk alleen een paar ronddwarrelende rozen- en ylang-ylangblaadjes die het geweld hebben overleefd. Dan, als de dampen zijn opgetrokken, ruik je iets meer bloem, nu een heel klein beetje zoet gemaakt met een fruitnoot – als pleister op de wond.

Dan vindt er de transformatie plaats die zo interessant is en die ik de laatste tijd vaker waarneem. Want met name de kurkuma, kruidnagel, peper en saffraan weten ook de basis te bereiken en die zorgen samen met (met name) tolu-balsem en benzoïne voor een sensatie die ik niet anders kan omschrijven als bouillonblokje: kruidig, warm en vegetaal. Die vervolgens door de nog krachtiger cistus labdanum (begeleid door niet teveel vanille) wordt opgezogen.

Hierdoor ontstaat een zachte en warme, maar ‘ongetemde’ sensualiteit zonder richting amber te gaan, zonder cliché sexy te zijn. Dus aantrekkelijk voor haar en hem. Dus chic. Ben benieuwd of Aedes de Venustas’ nieuwste geur Copal Azur ‘ons’ het parfumcliché de Mediterannée op eenzelfde innovatieve wijze laat beleven.

Terzijde: de sensatie van kurkuma (koenjit, geelwortel) is moeilijk te omschrijven. De smaak: peperig, warm, bitter. De geur mild balancerend tussen sinaasappel en gember (waar het familie van is).

RUIK&VERGELIJK

Ook nieuw, ook anjer, ook interessant, maar anders:

Il Profvmo – Osmo Line – Black Dianthus (2014)

AEDES DE VENUSTAS LOGO

 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....