SCHOON, CLEAN, FRIS
GEUR VOOR EEN ‘COUNT OF NO ACCOUNTS’
Jaar van lancering: 1902
Laatst aangepast: 13/06/16
Neus: Walter Penhaligon
Wist ik nog niet: Penhaligon’s is eigendom van Puig. Bijna teleurstellend om te vernemen dat zo’n all over British heritage label inmiddels ook in ‘vreemde handen’ is. Het is niet de enige: Atkinsons wordt sinds 2013 gerund door een Italiaans bedrijf. Eigenlijk is Penhaligon’s een vreemde eend in Puigs portofolio gezien hun andere licenties – de belangrikste: Carlonina Herrera, Prada, Paco Rabanne, Nina Ricci en Valentino. En sinds kort ook: Jean Paul Gaultier. En wist ik ook niet: L’Artisan Parfumeur.
Penhaligon’s is so honderd procent ‘vintage’ Brits. In uitstraling, in degelijkheid. Alhoewel, de laatste jaren kiest het ook voor de ‘lekker gek’-koers. Waarvan getuigen: Juniper Sling (2011) en meer recent Blasted Heath en Blasted Bloom (2016). Denk bij laatste twee aan Moschino’ s Fresh Couture (2015). In vergelijk daarmee is Blenheim Bouquet ‘comforting boring’.

Ik bedoel: klassieker, braaf en meer retro kun je het bijna niet krijgen. Werd in 1902 speciaal gecreëerd voor de toen negende Duke of Marlborough. Ofwel, Charles Richard John Spencer-Churchill (13 november 1871 – 30 juni 1934). Interessant: in those days it was not done om als adellijk type je eigen geld te verdienen.
Dus trouwde hij met geld, want hij was op 29jarige leeftijd in feite ‘a count of no accounts’. Zijn keuze werd in zijn kringen in those days ook niet als echt chic beschouwd; hij ‘viel op’ – smart thinking – de Amerikaanse ‘spoorwegenerfgename’ Consuelo Vanderbilt (familie van Gloria bekend van haar parfums). Haar bruidsschat werd gebruikt om het vervallen Blenheim Palace in zijn oude luister te herstellen.
Enne, Consuela had er eigenlijk ook niet echt zin in. Maar moederlief besliste anders. Het verhaal gaat dat Consuela net zo lang in een kamer werd opgesloten tot het moment dat ze toegaf. Charles was naast zijn prettige eigenschappen ook een lul, want de mare gaat dat in de trouwkoets – het paar werd in New York in de echt verbonden – hij haar ‘toevertrouwde’ dat hij van een andere vrouw hield en dat dit de laatste keer was dat hij voet had gezet aan Amerikaanse bodem omdat hij ‘despised anything that was not British’. Werpt toch een ander licht – vanzelfsprekend niet vermeld op de homesite van Penhaligon’s – op de eerste instantie, tot de fantasie prikkelende naam.
WAT BLENHEIM BOUQUET IK EIGENLIJK?
Kun je je hier in vinden: ‘Blenheim Bouquet inhalerende, is het moeilijk voor te stellen dat de geur meer dan honderd jaar geleden is gecreëerd’. Je kunt het beamen. Je kunt er vragen bij stellen. Wat mij nú opvalt: het ongekende schoongewassen gevoel dat de geur uitstraalt. Zeep, zeep, zeep! En dat – wel zo fijn – zonder een scherpe witte musk finish. Hoewel niet vermeld in de ingrediëntenlijst, heb ik het gevoel dat de fijne blaadjes van citroenverbena – groen, wrang en fris – over me heen worden gestrooid.
Citroenverbena is heel populair in schoonmaakmiddelen voor diverse toepassingen, ook in geuren. Hetzelfde effect voor mij wordt opgeroepen met een mooie, zuivere citrus- en limoennoot die zweeft tussen fris, zoetig, zonnig en bloemig. Dieper doorruikend komt het laatste op conto van lavendel. Dit alles is behoorlijk persistent en ik heb ondertussen het gevoel dat ik mijn handen was met een stuk Marseille-zeep. Dat fris-groen gevoel wordt doorgetrokken naar de basis.
Daar bevindt zich een interessante mix van dennenhars – die het zeepgevoel een terpetijnachtige ondertoon geeft – dat wordt versterkt door een zeepachtige musk, houtnuances en een flinke, maar zachte witte peperinjectie. Het effect: een clean, geschoren gezicht na een bezoek aan de barbershop. En dat maakt Blenheim Bouquet weer actueel: want wel of niet über-bebaard, de hipster wil na een bezoek zich fris en goed ‘onderhouden’ voelen. Dus logisch: Blenheim Bouquet ook verkrijgbaar als aftershave.
ps: ecxuses voor de andere opmaak; mijn Word-programma doet rare dingen sinds gisteren.


In de bergachtige, warme streken van Yunnan (zuidwest China) groeit de gelijknamige theesoort. Ik ben geen ‘theeoloog’, maar kenners roemen hem om zijn donkerige, rokerige en leerachtige aroma met fruitige en honingachige toetsen.

Er wordt al een tijd gesproken over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens mij van alle tijden. Met dit verschil dat rijken nu zonder al te veel inspanning hun vermogen ‘gezelli snel’ exorbitant zien groeien. Met name in de amusementsindustrie. Ik bedoel: Beyoncé hoeft maar een keer te niezen en ziet haar bankconto ‘per direct’ verhoogd met een bedrag waar jan met de pet 365/24/7 voor moet zwoegen.
Deze gapende kloof ‘zie’ je ook al lang in de parfumwereld. Voor het gewone volk worden namen bedacht die bijna iedereen direct begrijpt. Alleen wordt de spoeling steeds dunner; dergelijke namen raken ‘op’. Dus worden die steeds meer gerecycled: eerst Horizon (1993) van Guy Laroche, nu van Davidoff (2016). Eerst Manifesto (2000) van Isabella Rossellini, nu van Yves Saint Laurent (2012). Eerst Wanted (2009) van Helena Rubinstein, nu – dat is snel! – Azzaro (2016). En ga zo maar door.
Maar dan niet zoals bijvoorbeeld de eilandgeuren van Michael Kors, de tuinen van Hermès of de ‘tussenlandingen’ (Escales) van Dior. Hurlant letterlijk vertaald: schreeuwend, joelend. In dit geval in overdrachtelijke zin. Het metaal is hier ‘afkomstig’ van een Harley Davidson op volle toeren, de rubberen wielen schurend over het asfalt terwijl de bebaarde, getatoeëerde en ‘ge-Ray-Ban-de’ bestuurder door Arizona scheurt ‘geplaagd’ door een hete wind tijdens zijn tour over Route 66.
Een In eerste opzichten vreemd, maar heerlijk uitdagende geur, die na verloop van de motorrit steeds ‘logischer’ wordt. Pierre Guillaume vat de geur in drie woorden samen: musk, leer en benzine. Het vreemde alleen: in eerste instantie had ik een ‘oudh’-gevoel. Maar me daarvan losgemaakt, waan ik me in een garage voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van mijn auto (die ik niet meer heb; ben nu geabonneerd op 
Hoe vrouwelijk is gourmand eigenlijk? Tenminste als je nog gelooft in de klassieke verkoopverdeling tussen vrouwen- en mannengeuren. En hoe zoet ‘mag’/’moet’ een gourmand zijn? Er zijn geen regels die dit hebben vastgelegd. Ik ken vrouwen voor wie banketbakkersgeuren niet zoet genoeg aangeboden kunnen worden. En voor mannen geldt dat inmiddels blijkbaar ook (alhoewel ik die niet persoonlijk ken). Dat wordt bevestigd door A*Men Pure Tonka. In vergelijk daarmee is Lolita Lempicka’s
Ik ben zelf een beetje ‘uitgeroken’ op gourmand – heb in het begin wel drie flacons van A*Men leeg gespoten – maar ik begrijp de heerlijkheid en het aangename effect nog steeds. Warm, rijk, vol, ‘troostend’ en zwoel tegelijkertijd. De geur wordt omschreven als ‘de pure verleiding van een oriëntaalse gourmand’. Ik zou zeggen: über-gourmand. Ik zou zeggen: modern-oriëntaalse varengeur, Dat laatste door de groene opening. Hoofdbestanddeel munt met niet bij nader naam genoemde frisse noten – een zuchtje ‘hesperide’. Dat laatste door lavendel. Mooi aan A*Men Pure Tonka: lavendel gecombineerd met ‘oosters zoet’ is vaak clean en plakkerig. De lavendel is schel, ‘wit gewassen’, de (vaak) vanille te vet die de hele compositie dichtplakt en strak trekt gelijk Botox. Alle finesse verdwijnt.
Twee jaar geleden werd via de abri’s van Brussel de nieuwe geur van Lolita Lempicka bekend gemaakt: Sweet. De voor de gelegenheid fel rood gelakte verboden appelflacon spatte van de foto af. Mijn eerste gedachte, misschien vreemd: maar hoe lang blijft een ‘nieuw’ parfumlabel geloofwaardig, blijft het trouw aan zijn filosofie voor het afdaalt naar massa-entertainment?
Afgelopen weekend liep ik een Planet Perfume-winkel te Brussel binnen, en god mag weten hoe het kwam – een ingreep van boven? – ik liep recht af op Sweet. En spoot mijn linkerarm vol en liep naar buiten om de geur niet te ‘verwarren’ met die van de winkel. En wat ik door de naam en de kleur bevroedde, werd zo bewaarheid: zoooooo zoeeetttttttttttt! Een gourmand-blast van de eerste orde met een enorm zoet roodfruit-akkoord.
Hij was haar lover, ‘muse’ en sponsor. Boy Capel (op de foto in het midden) geboren 1881 in Brighton, Sussex. Zij was zijn ‘irrégulière’: naam voor een vrouw uit de mindere kringen (zoals dat toen niet zo heette) die een relatie onderhield met iemand uit de betere kringen (tegenwoordig nog nauwelijks gebruikt). Gezien zijn upper class afkomst trouwde hij braaf gelijkstandig met Diana Wyndham, maar de affaire met Chanel eindigde hierdoor niet. Chanel (op de foto rechts) had hem leren kennen via weer een andere lover van haar: Etienne Balsan (1878-1953) – op de foto links.
Ook wordt beweerd dat Boys’ reisnecessaire Chanel het idee gaf voor de flacon (eerste versie) van N° 5 (1921). Maar het noodlot sloeg toe: op 22 december 1918 kwam hij op tragische wijze om het leven tijdens een auto-ongeluk. Chanel over Boy 25 jaar na zijn dood, opgetekend door Paul Morand: ‘Zijn dood was een verschrikkelijke klap voor me. Door hem te verliezen, verloor ik alles. Wat volgde was niet een gelukkig leven, moet ik zeggen’.
Mijn ‘Boy’-gevoel: op bezoek bij de klassieke barbershop (die steeds meer populair wordt door baarddragende hipsters en ‘gentrificators’0. Zou Chanel dit in gedachten hebben meegenomen?
Nog vijf jaar te gaan en dan:
Dit klopt zoals vermeld in het persbericht: ‘Dankzij aldehyden konden parfumeurs voortaan rijke en edele parfums creëren die symbolen van klassieke vrouwelijkheid werden’. Want dat is de essentie van dit synthetische ingrediënt dat van ‘zichzelf’ stinkt maar bloemen een enorme opwaardering kunnen geven waardoor een vol en diffuus boeket ontstaat dat wordt geassocieerd met luxe, rafiennement en rijkdom. Het allerbeste bewijs: 
Ik vraag me wel eens af of beauty-advisors in de ketenparfumerie klanten, die niet onder de indruk zijn een nieuwe geur van hun favoriete merk, die doorverwijzen naar de boetiek van het desbetreffende merk of een niche-parfumerie? Toch een concurrent. Voor je het weet ben je die klant daardoor voorgoed kwijt.
Het gerucht gaat – al eerder vermeld – dat Ici Paris XL een mini-nicheketen aan het ontwikkelen is waarvan de geuren voornamelijk door The Estée Lauder Companies geleverd zullen worden. Kun je dus een parfumerie ruim mee vullen, met name nu deze perfume power player onlangs ook Frédéric Malle, Le Labo en By Kilian aan zijn portofolio heeft toegevoegd.

Met al die poederige en/of lactone-achtige muskgeuren (de gourmandversies niet buiten beschouwing gelaten) die de laatste tijd over de consument worden gestort, is het wel weer even tijd voor een bezinningsmoment, je af te vragen wat een ‘echte’ muskgeur nu ‘percies’ inhoudt. Gaat het nu ‘tegenwoordigs’ om het poederige/lactone-gevoel, of het scherpe laundry-idee, of de katoen-sensatie, of musk verdwaald als een muis in een banketbakkerspakhuis, of een musk die ‘van huis uit’ zijn klassiek-dierlijk effect verspreidt?
Ik Ik was Nina Ricci uit het oog verloren: wil zeggen producent Puig stuurt me geen Ricci-nieuws meer. Dit heb ik dus gemist: Mademoiselle Ricci (2012), Nina L’Eau (2013), Mademoiselle Ricci L’Eau (2013), La Tentation de Nina (2014), Les Délices de Nina (2015), Moet ik hierom treuren? Tja, kweenie hoor, echnie. Toen ik vorig jaar in de Brusselse abri’s de campagne van L’Extase zag, kon mijn neus in ieder geval een gaap niet onderdrukken. Laat maar. Want een van de meest platte parfumverleidingstechnieken – maar dan wel zoals we het gewend zijn van de luxe-industrie zeer bevallig gebracht – wordt weer eens in stelling gebracht: L’Extase een parfum dat je seksuele fantasieën vrijmaakt (las ik ergens op internet).
Dat werd me vandaag op een andere manier bevestigd in Brussel. Ik zag een foto in de etalage van een Planet Perfume-winkel, en dacht: ‘Toch maar proberen’. Ik naar binnen. De beauty-advisor spoot de geur op een blotter. We begonnen te praten. Ik zei dat ik de compositie wel erg in lijn vond met al die andere lichtgepoederde gourmandgeuren. Ze beaamde het en zei dat ze deze geur even gemakkelijk onder een naam van de concurrent kon verkopen als het moest.