U LEEST HET GOED: BIJ UITSTEK HÈT VADERDAGSCADEAU VOOR ‘JAN MET DE PET’
TOP GEAR; GROMMENDE GARAGEGEUR
Jaar van herlancering: 2016
Laatst aangepast: 04/06/16
Neus: Pierre Guillaume (foto)
Er wordt al een tijd gesproken over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens mij van alle tijden. Met dit verschil dat rijken nu zonder al te veel inspanning hun vermogen ‘gezelli snel’ exorbitant zien groeien. Met name in de amusementsindustrie. Ik bedoel: Beyoncé hoeft maar een keer te niezen en ziet haar bankconto ‘per direct’ verhoogd met een bedrag waar jan met de pet 365/24/7 voor moet zwoegen.
Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek op internet is hij ‘het prototype van de arbeider; de gemiddelde arbeider; de kleine man; iemand van het gewone volk; negatiever, met minachting ook: arbeider, zoals die zich kenmerkt door een laag ontwikkelingsniveau of een gebrek beschaving’.
Dat laatste is een groter probleem lijkt me, en niet alleen bij de arbeider. Het valt me op dat ik soms tijdens gesprekken met mensen van divers pluimage – ook zo’n moeilijk woord – me met een ‘duh’-blik in de ogen aankijken als ik een uitdrukking gebruik of refereer aan een bekend veronderstelde gebeurtenis uit de – recente – geschiedenis.
Deze gapende kloof ‘zie’ je ook al lang in de parfumwereld. Voor het gewone volk worden namen bedacht die bijna iedereen direct begrijpt. Alleen wordt de spoeling steeds dunner; dergelijke namen raken ‘op’. Dus worden die steeds meer gerecycled: eerst Horizon (1993) van Guy Laroche, nu van Davidoff (2016). Eerst Manifesto (2000) van Isabella Rossellini, nu van Yves Saint Laurent (2012). Eerst Wanted (2009) van Helena Rubinstein, nu – dat is snel! – Azzaro (2016). En ga zo maar door.
Nou nog ‘eentje’ dan: eerst Chic (2002) van Caroline Herrera, in 2009 gelanceerd door de zangeres die wat mij betreft een Oscar verdient – categorie: For Crying Out Loud In Public – gezien haar ‘red carpet’-optreden tijdens de begrafenis van haar so much beloved and even more mourned René. Inderdaad Celine Dior, sorry, Dion.
Dat is inmiddels voor mensen met ‘bagage’ en een zwak voor snobisme natuurlijk te min. Dat begrijpen veel nichehuizen: die lijken verwikkeld in een wedstrijd van wie de vreemdste, meest eigenaardige namen kan bedenken die duidelijk mikken op een breder referentiekader en hiermee de kennis en knowhow van de beoogde doelgroep bevestigen. Métal Hurlant… come again? Métal (1979) van Paco Rabanne dat begrijpt jannie met de pet. Métal Hurlant dat vraagt meer iets meer dan een cursus Frans voor Beginners. Je kunt je zelfs afvragen of snobs het direct begrijpen en daardoor de geur nog beter.
Toen ik van Métal Hurlant hoorde, moest ik direct aan een van de meest eigenzinnige indie-labels denken: Kerosene (anno 2011). In mijn gedachten verschenen Copper Skies en Santalum Slivers beide (2011). Ofwel, ongebruikelijke. ‘wierdo’ namen die de fantasie prikkelen en ver zijn verwijderd van de gebruikelijke parfumnaamclichés.
Métal Hurlant valt onder de Croisière Collection (een chiquere omschrijving voor de cruisecollecties van diverse modehuizen) gelanceerd in 2015. En deze meer ‘intello’ naam geeft direct aan dat het geen geuren betreft die je opsnuift als je je inscheept voor een Love Boat-cruise. Guillaume bezoekt ‘wijde open vlakten, de ongetemde wildernis, ondertussen verafgelegen landschappen verkennend. Het viert de zee, verafgelegen eilanden en oerwouden maar boven alles beweging’.
Maar dan niet zoals bijvoorbeeld de eilandgeuren van Michael Kors, de tuinen van Hermès of de ‘tussenlandingen’ (Escales) van Dior. Hurlant letterlijk vertaald: schreeuwend, joelend. In dit geval in overdrachtelijke zin. Het metaal is hier ‘afkomstig’ van een Harley Davidson op volle toeren, de rubberen wielen schurend over het asfalt terwijl de bebaarde, getatoeëerde en ‘ge-Ray-Ban-de’ bestuurder door Arizona scheurt ‘geplaagd’ door een hete wind tijdens zijn tour over Route 66.
Om het voor jan met de pet te verhelderen: het beeld doet me denken aan een joe sixpack-motorrijder die ooit voor me reed langs de kustlijn van Californië. Op de rug van zijn macho leren jacket stond in vette letters geschreven: ‘If you can read this, the bitch fell off’. Ook verkrijgbaar in een T-shirtversie. Duidelijke taal.
WAT MÉTAL HURLANT IK EIGENLIJK?
Een In eerste opzichten vreemd, maar heerlijk uitdagende geur, die na verloop van de motorrit steeds ‘logischer’ wordt. Pierre Guillaume vat de geur in drie woorden samen: musk, leer en benzine. Het vreemde alleen: in eerste instantie had ik een ‘oudh’-gevoel. Maar me daarvan losgemaakt, waan ik me in een garage voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van mijn auto (die ik niet meer heb; ben nu geabonneerd op www.greenwheels.nl). Spannend: het leer is in Métal Hurlant eerder rubber, en dan verschroeid. Het sist, het spuwt, het spettert. De als sensueel omschreven musksoorten vind ik eerder animaal, grof, niet geciviliseerd, en ik meen eveneens een ‘ambergris-iets’ te ruiken.
Het wordt vaak als een negatieve omschrijving gezien: een walmende geur. Gaat niet op voor Métal Hurlant. Het walmt op aangename wijze in de zin van modern en nu – loop door de stad en je ruikt het volop. Walm is hier rook dat vrijkomt, wanneer rubber plotsklaps moet remmen op asfalt – je krijgt iets rokerigs, iets dat doet denken aan wierook. Ook interessant: na langer op de motor te hebben gezeten, wordt de geur rustiger. Ik neem zelfs zachte noten waar die iets bloemigs hebben, maar het tegelijkertijd niet zijn. Het fijne: de naam maakt de inhoud helemaal waar en andersom.
En wat zou dat nu toch verdomde leuk zijn: jan met de pet kennis laten maken met deze geur. Ik denk dat hij – bij de juiste uitleg – direct gecharmeerd zal zijn, is. Want hij krijgt met Métal Hurlant een voor hem grensverleggende geur die dichter bij hem staat dan hij in eerste instantie vermoedt: Top Gear. My car is my star. Krijgt hij het niet alleen in naam en boodschap – zoals het dit jaar waarschijnlijk populaire Vaderdag-parfumcadeau Diors Sauvage (2015) – maar ook daadwerkelijk in geur.
Terzijde: mijn tweede directe associatie met Métal Hurlant was trouwens Petroleum (2011) van Histoires de Parfums.


Hij was haar lover, ‘muse’ en sponsor. Boy Capel (op de foto in het midden) geboren 1881 in Brighton, Sussex. Zij was zijn ‘irrégulière’: naam voor een vrouw uit de mindere kringen (zoals dat toen niet zo heette) die een relatie onderhield met iemand uit de betere kringen (tegenwoordig nog nauwelijks gebruikt). Gezien zijn upper class afkomst trouwde hij braaf gelijkstandig met Diana Wyndham, maar de affaire met Chanel eindigde hierdoor niet. Chanel (op de foto rechts) had hem leren kennen via weer een andere lover van haar: Etienne Balsan (1878-1953) – op de foto links.
Ook wordt beweerd dat Boys’ reisnecessaire Chanel het idee gaf voor de flacon (eerste versie) van N° 5 (1921). Maar het noodlot sloeg toe: op 22 december 1918 kwam hij op tragische wijze om het leven tijdens een auto-ongeluk. Chanel over Boy 25 jaar na zijn dood, opgetekend door Paul Morand: ‘Zijn dood was een verschrikkelijke klap voor me. Door hem te verliezen, verloor ik alles. Wat volgde was niet een gelukkig leven, moet ik zeggen’.
Mijn ‘Boy’-gevoel: op bezoek bij de klassieke barbershop (die steeds meer populair wordt door baarddragende hipsters en ‘gentrificators’0. Zou Chanel dit in gedachten hebben meegenomen?
Ik vraag me wel eens af of beauty-advisors in de ketenparfumerie klanten, die niet onder de indruk zijn een nieuwe geur van hun favoriete merk, die doorverwijzen naar de boetiek van het desbetreffende merk of een niche-parfumerie? Toch een concurrent. Voor je het weet ben je die klant daardoor voorgoed kwijt.
Het gerucht gaat – al eerder vermeld – dat Ici Paris XL een mini-nicheketen aan het ontwikkelen is waarvan de geuren voornamelijk door The Estée Lauder Companies geleverd zullen worden. Kun je dus een parfumerie ruim mee vullen, met name nu deze perfume power player onlangs ook Frédéric Malle, Le Labo en By Kilian aan zijn portofolio heeft toegevoegd.

Met al die poederige en/of lactone-achtige muskgeuren (de gourmandversies niet buiten beschouwing gelaten) die de laatste tijd over de consument worden gestort, is het wel weer even tijd voor een bezinningsmoment, je af te vragen wat een ‘echte’ muskgeur nu ‘percies’ inhoudt. Gaat het nu ‘tegenwoordigs’ om het poederige/lactone-gevoel, of het scherpe laundry-idee, of de katoen-sensatie, of musk verdwaald als een muis in een banketbakkerspakhuis, of een musk die ‘van huis uit’ zijn klassiek-dierlijk effect verspreidt?
Er verschenen de laatste jaren in het niche-circuit enkele pure lelietjes-van-dalengeuren. Waaronder het kristal-groene Muguet Fleuri (1925/2014) van Oriza L. Legrand. Maar die kregen pr-technisch minder aandacht dan Muguet Porcelaine van Hermès. Hoe zou dat nou komen?
Over Muguet Porcelaine zegt Jean-Claude Ellena: ‘De natuur naar eigen hand zetten, zo ziet men mijn beroep van parfumeur. Het lijkt wel eens op hinkelen. Als je al hinkelend na vele testen ‘de hemel’ bereikt, heerst er vreugde, is het feest. In lelietje-van-dalen zit zoveel subtiliteit, dat ik ervan droomde deze bloem te sublimeren. Ik heb me verdiept in de geur, tot ik mijn andere zintuigen vergat, om de schoonheid en de soepele verleidelijkheid van deze bloem, fragiel als porselein, weer te geven’.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt ook op élegance’. Want de geur is elegant, in al zijn eenvoud alle facetten van het lelietje-van-dalen benadrukkend: fris, groen, knapperig startend, snel overlopend in de kenmerkende helder-subtiele bloemengeur. C’est tout. U leest het goed: that’s it.
‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Niet iedereen is het me eens dat ondanks de toegenomen geurverschijningsfrequentie bij Etro de kwaliteit en het dna van het merk geen kwaad wordt gedaan. Sterker, ik vind de laatste edities excellent. Kun je niet van alle merken beweren – we noemen slechts Dior. Sauvage (2015): op alle fronten cliché en niet in lijn met het merk. Om maar te zwijgen van de afgelebberde pornochic ‘allure’ van Poison Girl (2016).
Moet me wel van het hart dat ik het citaat van Borges niet helemaal passend vind – er wordt immers gesproken over wat volgt op de nacht, niet de nacht. Als de mensen bij Etro iets meer hadden ‘bloemgelezen’ in Borges’ oeuvre waren ze wellicht op deze regels uit dit gedicht – Nog een gedicht over de gaven – gekomen: ‘Voor het mysterie van de roos. Die kleur uitdeelt die ze zelf niet kan zien’.
Het leven is een reis hoor je mensen wel eens, eigenlijk heel vaak heel veel mensen, zeggen. Bekijk de interviews van Oprah Winfrey met de famous & celebs: het was me toch een reis om te komen waar ik nu ben, maar elke afgelegde kilometer – for bad, for good – was de moeite waard. Het heeft me gebracht waar ik nu ben.
Wat mij triggert: het idee van zijde. Want hoe meer me ik in de geur verdiep, hoe goed dit beeld blijkt te kloppen. En het is nodig om de naam van de geur bij de beoordeling met je ‘mee te nemen’.
Het lijkt er steeds meer op dat nieuwe nichehuizen de plaats innemen van beroemde persoonlijkheden met een parfumlijn. De laatste mega-über-celeb die met veel bombarie werd gelanceerd in 2012 – voor haar werd zelfs een virtueel, in real life niet te traceren parfumhuis opgericht -, Lady Gaga verdween met haar
Hij besluit Maison Incens op te richten als eerbetoon aan zijn vader die hem een manuscript schenkt: ‘tekeningen op leer en geparfumeerde verhalen’. Sterker, Maison Incens is de olfactorische handtekening van dit manuscript. De collectie is geïnspireerd op een ‘fantasiemaatschappij waarin de communicatiecodes zijn gebaseerd op parfums en het leven wordt bepaald geuren’.
Ze vormen de perfecte tussenschakel die garandeert dat het oudh niet al te pats-boem explodeert – zoals zo vaak het geval is bij oudh-geuren. Nee deze oudh is beschaafd en laaft zich aan de vijg. Waardoor een spannend contrast ontstaat die goed samengaat: groen en de hier zich licht apothekersachtige gedragende oudh die ‘op het einde’ omringd wordt door sandelhout, amber en musk. Met bijna hetzelfde effect als in Cuir Erindil.
Cuir Erindil, Figue Aoudii en Figue Eleii worden gepresenteerd als genderfree. Dat geldt dan wel voor mannen en vrouwen die niet denken in de stereotype indeling in de parfumerie. Want Cuir Erindil kun je als mannelijk interpreteren, Figue Eleii als vrouwelijk. Tabac Licorii daarentegen wordt ‘puur voor de vrouw’ gepresenteerd.
Ook ‘alleen’ voor de vrouw: Musc Kalirii. Is de meest klassieke van de vijf. Wat een heerlijke beschaafde geur! Waarvan je hoopt dat de draagster hem zonder schroom voluit opspuit, waardoor Musc Kalirii als een aura schijnt. Prettig om dat in de directe omgeving te ruiken. Nog prettiger: in haar hals te verdwijnen. Niets aanstellerigs.