HET ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN!
OF BEN IK NU AAN HET GEURZEUREN?
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 14/10/19

Om teleurstellingen én ziekenhuis- en gestichtopnamen te voorkomen, lijkt het me voor mezelf beter voorlopig de ketenparfumerie voor een onbepaalde periode te mijden. Welke je ook neemt – Ici Paris XL, Douglas, Mooi; wat is het aanbod toch gelimiteerd.
Terwijl op dit moment de industrie overuren maakt en dus ook in de masstige-sector zoveel andere merken hun geuren presenteren die ook interessant voor de vaste bezoekers van deze ketens zouden kunnen zijn. Wat ik maar gezegd wil hebben: er wordt deze bezoekers zoveel onthouden wat ze ook leuk, lekker enz. enz. zullen/kunnen vinden. Er is echt meer dan Armani, Boss, Chanel, Dior enz. enz. Ben toch echt benieuwd wat de redenen van inkopers zijn om de huidige keuze zo beperkt te houden.
Nog een dingetje waar ik door een opmerking van mijn tuinman weer aan herinnerd werd: de etalages! Die zijn allemaal zo saai-standaard; wordt niet echt werk van gemaakt. En ‘iedereen’ weet toch wat voor een lokeffect met zorg en creativiteit samengestelde showvensters kunnen hebben. Ik noem in Nederland: de Bijenkorf. Ik noem in Parijs Galeries Lafayette en Hermès.
Nou, ik was dus onlangs bij Douglas in Hoogeveen en naast Libre van Yves Saint Laurent zag ik ook L’Interdit, zeg maar de N° 5 van Givenchy. Want het eerste parfum van het merk – gelanceerd in 1957 – werd lange tijd met hetzelfde respect door het merk behandeld. Tot het moment dat het couturehuis – inmiddels overgenomen door LVMH, vandaar – midden jaren negentig voor de versnelling koos: honderden – ik heb geen zin om ze te tellen – Givenchy’s verschenen sindsdien. En als de inspiratie even ontbrak of er moest iets gevierd worden dan werd L’Interdit ‘af en toe’ van stal gehaald.
Anno 2019 weer. Is het een tussendoortje, terwijl ondertussen wordt gewerkt aan een nieuw groots parfum? De laatste in deze is toch echt Very Irresistible (2003); met Ange ou Démon (2006) en Dahlia Noir (2011) werd hoog ingezet, maar de verwachtingen niet ingelost. Ik opteer voor een tussendoortje. Want, tjonge tjonge, wat een luiheid, wat een gemakzucht, wat een ‘feest der herkenning’.
Men neme eerst de boodschap: ‘Een eerbetoon aan de originele L’Interdit en aan vrouwelijkheid. Verbied jezelf niets. Sta geen regels toe. Een uitnodiging om conventie te trotseren en je singulariteit te omarmen’. Hoe vaak hebben we dit cliché-gepruttel niet gehoord? En dan de visualisatie: dertien in een dozijn. Knap meissie gaat zomaar met haar couturejurk de Parijse metro in op zoek naar wat vertier, moet een deur openen waarop L’Interdit staat. Oh, la, la, spannend! Nou, dan weet je het wel, of toch niet? Want ze verlaat na verloop van tijd nog even fris en beautiful gemake-upt de metro alsof er niets is gebeurd.
WAT L’INTERDIT IK EIGENLIJK?
Volgens Givenchy ‘een witte bloem doorsneden met donkere tonen ontketent een gewaagde helderheid die flirt met duisternis. De schokkende kant van chic. De eerste resoluut ondergrondse bloem, om de spanning van het verboden te ontdekken’. Volgens Geurengoeroe een doorsnee witte bloemengeur waar met de ondergrondse bloem volgens hem wordt geduid op tuberoos – ‘la fleur du jour’ bij diverse concurrerende geuren.
Maar ook hier: braaf, glad, zoet en zonder dat je het ware effect van deze ‘G-spot-bloem’ ervaart. Tuberoos wordt meestal ‘gesidekickt’ door jasmijn en oranjebloesem. Hier ook. Wat ik even denk te bespeuren; een vlaag van aldehyden, als hommage aan de oorspronkelijke geur, maar misschien is dat wishful smelling. Nou en dan de basis. Staat er echt: vetiver en patchoeli. Maar dan zo dan ontdaan van hun specifieke, geliefde kenmerken dat je het eigenlijk hebt over blank hout.
‘De schokkende kant van chic’ kun je ook anders interpreteren: achteloos omgaan met je ‘erfgoed’ – L’Interdit gold decennialang als een summum van chic. Terwijl er door het huis zo wordt gehamerd op traditie, ervaring en wat dies meer zij. Verwissel je de huidige L’Interdit met Libre, weinigen die het echt zal opvallen. Toch wel, dan chapeau!


Leuke naam. Toch? Ik heb het persbericht niet gezien, maar kan me bijna niet indenken dat geur níet meedrijft op de feministische golf (denk #metoo) die sinds kort ook door de parfumerie waait.
Nog even over de naam. In 1975 lanceerde Yves Saint Laurent Eau Libre, de eerste naoorlogse commerciële ‘fluid’-geur voor man en vrouw, en toen zeker bijzonder, voor alle rassen. Een flopperdeflop van de eerste orde. Jammer, en dat terwijl toen het hippy love & peace-gedachtegoed op zijn hoogtepunt was. De master himself merkte achteruit blikkend ooit op: ‘Als couturier moet je de tijd niet vooruit zijn, maar op tijd zijn’.
Het is triest maar waar: een bloemenparfum kan niet meer opnieuw uitgevonden worden. De reden: de mogelijkheden van de parfumeur zijn gewoon beperkt. De enige die dit nog zou kunnen bewerkstelligen is kunstmatige intelligentie volgens mij. Waar ik dus met smart op wacht.
De roos, een van de meest geliefde ingrediënten in parfums. Alleen, vreemd genoeg, houden we over het algemeen niet van pure rozencreaties. Het schijnt zelfs zo te zijn dat een huis met een roos in de naam het moeilijker heeft om bevooroordeelde klanten – die denken dat ze alleen maar rozengeuren verkopen – aan zich te binden: Parfums de Rosine, Dear Rose.
Opvallend is dus de kenmerkende lychee-noot waarvan de zoetheid iets meer is aangezet en gevangen zit in een cocon van grapefruit. Het ‘geurgevoel’: een zomerse sorbet. De roos en magnolia spelen hetzelfde spel, alleen lichter.
Ik ging dus even naar de site van Serge Lutens om te kijken wat hij zelf te melden heeft over L’Eau d’Armoise. Niet echt wat je noemt overzichtelijk de categorieën waaronder zijn 71 geuren zijn gerubriceerd. Ik zou ze allemaal wel willen hebben (ik heb er nu 24 – oude versies gelukkig; ja ook sommige van zijn geuren zijn inmiddels aangepast; dieptepunt Féminité du Bois) met dien verstande dat ik ze eigenlijk zelden draag, een paar uitgezonderd.
‘Hoe kon ik weten toen ik verstrooid een blad uit een struik plukte en het tussen mijn wijsvinger en duim wreef, dat bijvoet zou later spreken vanuit een parfumfles?’ Dit zijn Luten’s mijmeringen omtrent de bijvoet waaraan hij toevoegt: ‘Bekend om zijn vele geneeskrachtige eigenschappen, neemt bijvoet, samen met zijn middeleeuwse verbeelding, ons diep in het hart van zijn krachtige, aromatische geur’. Waarom nu juist middeleeuwse verbeelding? Had ik graag toegelicht gezien.
Waarschuwing vooraf: ik begin negatief, maar eindig heel positief… je niest even, en weer is er een nieuwe geur van een huis. Of een variatie. Zag ik net voorbijkomen: La Vie Est Belle en Rose – volgens mij de zevende variatie tot nu toe. Lancôme zal er blij mee zijn, maar soms heb ik het helemaal gehad met een geur, met een ‘gezicht’. Julia Roberts… die blijft maar lachen, lachen en lachen. Klap op de smoel kan ze krijgen – met die über-witte tanden, met die gladgestreken ‘oneffenheden’ zoals rimpel-tje-s vaak eufemistisch (niet verwarren met feministisch) worden getypeerd. Met dat ‘break the chain’-sprookje waarin zij als prinses figureert.
Schittering slaat voor mij op hoe de bloemen zich gedragen, uitbarsting over de levendigheid van het geheel. Het cosmeticahuis aan het woord: ‘Na L’Éclat L’Eau de Parfum schrijft Lancôme het tweede hoofdstuk van zijn zoektocht naar stralende levensvreugde’ met deze eau de toilette-versie. Dit klopt: de geur begint met een ‘explosie van pittige en zeste-achtige hesperidentoetsen van mandarijn, grapefruit en bergamot’.
Etienne de Swardt, oprichter van Etat Libre Orange, weet als geen ander dat de boodschap belangrijker is dan de inhoud. Met goede storytelling wordt een geur ‘vanzelf’ interessanter, laat je een geur anders ervaren.
Dit en ‘allerhande’ komt samen in Les Fleurs du Déchet – I Am Trash. Vrijvertaald: Afvalbloemen, ik ben uitschot. Het idee: ingrediënten al één keer gebruikt, een tweede keer ‘destilleren’ waardoor (dezelfde) parfumoliën worden gewonnen die alleen een ander facet onthullen. In dit geval: ‘appel-olie’ (afkomstig van afval uit de ‘fruitsap-industrie’ bestemd voor veevoer), ‘rose neo absolute’ (gewonnen uit ogenschijnlijk ‘uitgeputte’ rozenblaadjes voor een tweede keer gedestilleerd), en ‘cedarwood atlas neo absolute’ (een tweede destillatie van cederhoutsnippers voor ze in brandstof worden omgezet).
Zie-ik-ut het geurgewijs ff niet meer zitten, overweeg ik olfactorische zelfmoord, dan rest mij slechts één remedie – afgezien van goed verkouden worden en/of een goed glas wijn: een parfum selecteren van een huis dat vrij van de lifestyle-waan van de dag, vrij van marketinggeleuter, vrij van storytelling-geprietpraat, vrij van maatschappelijke betrokkenheid gewoon doet wat het ‘moet’ doen: vanzelfsprekend vakmanschap bescheiden maar met autoriteit gepresenteerd. Kom daar nog maar eens om!

Ik heb het nooit in ambrette (foto) kunnen ontdekken: facetten van eau de vie. Ik heb er nooit iemand over horen bloggen, maar sinds deze omschrijving in het persbericht van Le Cri de la Lumière staat, kakelt men elkaar na. Voor mij heeft ambrette iets musk-achtig met vooral groen-aardse accenten met warm-humus nasleep (nu ook wel vegetaal/plantaardig genoemd). En dat ruik je dus verondersteld in de opening.
Soms, gebeurt weliswaar steeds minder, krijg je een persbericht voor ogen die je doet verlangen de geur zo snel mogelijk te ruiken. De trigger: in negen van de tien keer meestal de ‘speciaal geselecteerde’ ingrediënten. Leverancier (Lacoste in dit geval), naam (L’Homme) en het verhaal erachter (de inspiratie: ‘de vasthoudendheid van de krokodil’, de slogan: ‘Life is a beautiful sport’) zal me eigenlijk worst wezen.

Heb je als man alle variaties gekocht, dan kun je daar inmiddels een maquette van bouwen voor een prestigieuze, futuristische wolkenkrabber (denk Rem Koolhaas) met op het hoogste punt de flacon van L’Eau Majeure d’Issey.
Verder met het verkennen van Les Heures. Pour commencer: III, L’Heure Vertueuse. Hoe vertaal je dat mooi? Het deugdelijke uur? Google Translate geeft alleen ‘het uur’. Dan maar iets breedsprakeriger: ‘Het uur dat deugd doet’, ‘Het uur vol van deugd’. Hoe het ook zij: zelden lavendel zo mooi ‘zien bloeien’ terwijl ik niet zo’n lavendelfan ben. Hoe moet je dit uitleggen? Een natuurfilm versneld afgespeeld waar je de lavendelbloemetjes voorzichtig ziet ontwaken, ontluiken en vervolgens volop zachtjes bloeiend. En gewiegd door de Mistral die de lome zon van de Provence meevoert gevuld met amandel- en melkachtige noten. Denk Sir David Attenborough voor de BBC.
Hoe groot het contrast met VII L’Heure Diaphane (2010). Ook hier: hoe vertaal je dit? Heeft dus niets te maken met de godin van de jacht – Diana – terwijl de compositie je wel in die stemming kan sturen. Diaphane is ‘chic Frans’ voor doorzichtig, transparant. En dat is deze geur. Alsof je door tere rozenblaadjes heen naar de wereld kijkt. Maar dan zonder het ‘la vie en rose’-parfumcliché.
